Boeddhistisch Woordenboek

Handleiding van boeddhistische termen en leerstellingen. Het Boeddhistisch Woordenboek vormt de centrale informatiebron ter aanvulling van de teksten in het Theravada Archief.

Sabbadanam dhammadanam jinati;
sabbamrasam dhammaraso jinati;
sabbamratim dhammarati jinati;
tanhakkhayo sabbadukkham jinati.

De gave van de Dhamma overtreft alle gaven;
de smaak van de Dhamma overtreft alle smaken;
de vreugde van de Dhamma overtreft alle vreugden;
het uitroeien van begeerte overwint alle lijden.

Dhp354

[] [B] [C] [D] [E] [F] [G] [H] [I] [J] [K] [L] [M] [N] [O] [P] [Q] [R] [S] [T] [U] [V] [W] [X] [Y] [Z]

Dit Woordenboek bevat 1383 hoofdonderwerpen.

a

aanbidding

Zie puja.

abhabbagamana

Onbekwaam voor vooruitgang. "Die wezens die belemmerd worden door hun slechte handelingen (kamma), door het resultaat van hun slechte handelingen (vipaka), of die verstoken zijn van geloof (saddha), energie en kennis, en niet in staat zijn het rechte pad op te gaan en perfectie te bereiken door het doen van heilzame dingen; van al diegenen wordt gezegd onbekwaam te zijn in vooruitgang." (Pug. 13).

Overeenkomstig het commentaar duiden de 'kwade daden' op de vijf afschuwelijke daden met onmiddellijk gevolg (anantarika kamma), terwijl de 'bezoedelingen' verwijzen naar de 'verkeerde inzichten die bestemmingen vaststellen' (niyata miccha ditthi). Zie ditthi.

abhassara deva's

De goden van stralende luister. Zie deva.

abhassara

De stralenden.

abhibhayatana

##uitwerken##. De acht 'fases van meesterschap', zijn krachten die verworven worden d.m.v. de kasina oefeningen (zie kasina). Meer uitleg volgt. Zie ook D16.

abhidhamma pitaka

Mand van de Hogere Leer. Derde divisie van de Pali canon. Zie Een rondleiding door de Ti Pitaka.

abhidhamma

Zie abhidhamma pitaka.

abhidjna

Onbegrensd inzicht.

abhijjha visamalobha

Begeerte en onrechtmatige hebzucht. Een van de bezoedelingen van de geest. Zie upakkilesa. Zie ook M007.

abhijjha

Begeerte. Synoniemen zijn: lobha; tanha; raga; kama.

abhinibbatti

Term voor wedergeboorte.

abhi˝˝a

De 6 hogere krachten of bovenwereldse soorten van kennis. Deze bestaan uit 5 wereldse (lokiya) krachten die te verwerven zijn door de hoogste perfectie in mentale concentratie (samadhi), en ÚÚn bovenwereldse (lokuttara) kracht door inzicht (vipassana), dat wil zeggen, de uitblussing van alle aantastingen (asavakkhaya; zie asava), met andere woorden: realisatie van Arahatschap oftewel Heiligheid. Deze zijn: 1) magische krachten (iddhi vidha); 2) goddelijk oor (dibba sota); 3) het doordringen van de geest van anderen (ceto pariya ˝ana); 4) het kunnen herinneren van vorige geboorten (pubbe niva sanussati); 5) goddelijk oog (dibba cakkhu); 6) de uitblussing van alle instromingen (asavakkhaya). De standaardtekst die we tegenkomen in alle vier de sutta collecties, bijvoorbeeld in D34; M004; M006; M077; A03-099; A05-023; S15-009 en Pug. 271, 239 is als volgt:

  1. "Nu, monniken, geniet de monnik verscheidene magische krachten (iddhi vidha), zoals dat hij ÚÚn iemand is geweest, hij velen wordt, en nadat hij velen is geweest, wordt hij weer ÚÚn iemand. Hij verschijnt en verdwijnt. Zonder gehinderd te worden gaat hij door muren en bergen, net zoals hij door de lucht gaat. Hij duikt in de aarde en komt daar weer uit tevoorschijn, net zoals in het water. Hij loopt over water zonder te zinken, net zoals hij over aarde loopt. Met zijn benen gekruist zweeft hij door de lucht, net zoals een vogel op zijn vleugels. Met zijn hand raakt hij de zon en de maan aan, deze zo machtige, zo krachtige. Tot zelfs de Brahma-wereld is hij meester over zijn lichaam."
  2. "Met het goddelijk oor (dibba sota) hoort hij geluiden, hemelse en menselijke, ver weg en dichtbij."
  3. "Hij herkent de geest van andere wezens (parassa ceto pariya ˝ana), van andere personen, door deze te doordringen met zijn eigen geest. Hij herkent de hebzuchtige geest (lobha) als de hebzuchtige en de niet hebzuchtige als de niet hebzuchtige; hij herkent de hatende geest (dosa) als de hatende en de niet hatende als de niet hatende; hij herkent de begoochelde geest (moha) als de begoochelde en de niet begoochelde als de niet begoochelde geest; hij herkent de vernauwde geest (sankhitta) als de vernauwde en de niet vernauwde als de niet vernauwde; hij herkent de afgeleidde geest (vikkhitta) als de afgeleidde en de niet afgeleidde als de niet afgeleidde; hij herkent de ontwikkelde geest (mahaggata) als de ontwikkelde en de niet ontwikkelde als de niet ontwikkelde; de overtrefbare geest (sauttara) en de onovertrefbare (anuttara), de geconcentreerde geest (samahita) en de ongeconcentreerde(asmahita), de bevrijde geest (vimutta) en de niet bevrijde (avimutta)."
  4. "Hij herinnert zich vele vorige bestaansvormen (pubbe niva sanussati), zoals ÚÚn geboorte, twee, drie, vier en vijf geboorten (...) honderdduizend geboorten; hij herinnert zich vele formaties en ontbindingen van werelden: 'Daar was ik, zo'n naam had ik (...) en verdwijnende van daar ging ik ergens anders een bestaan binnen (...) en verdwijnende van daar verscheen ik wederom hier.' Zo herinnert hij zich, altijd samengaand met de kenmerken en bijzonderheden, vele vorige bestaansvormen."
  5. "Met het goddelijk oog (dibba cakkhu = yatha kammupaga ˝ana of cutupapata ˝ana), ziet de zuivere, wezens verdwijnen en wederom verschijnen, lage en edelen, mooie en lelijke; hij ziet hoe wezens wederom verschijnen overeenkomstig hun daden (zie kamma): 'Inderdaad, deze wezens begingen slechte daden voor wat betreft lichamelijke handelingen, woorden en gedachten, zij beledigden de edelen van geest, hielden er slechte opvattingen op na, en overeenkomstig hun slechte opvattingen, handelden zij. Na de ontbinding van hun lichaam, na de dood, verschenen zij in lagere werelden, in pijnlijke sferen van bestaan, in de wereld van lijden, in de hel. Andere wezens, echter, zijn begiftigd met goede daden (...) verschenen in een gelukkige sfeer van bestaan, in een hemelse wereld."
  6. "Door de uitblussing van alle aantastingen (asavakkhaya), verwerft hij, zelfs al in dit leven, bevrijding van geest, bevrijding door wijsheid, nadat hij dat zelf begrepen en gerealiseerd heeft."

4-6 Verschijnt vaak onder de naam van de 'drievoudige kennis' (te vijja). Dit zijn echter geen noodzakelijke voorwaarden om Arahatschap te bereiken.

Vis. 11-13 geeft een gedetailleerde verklaring van de 5 wereldse hogere krachten, samen met de methoden hoe ze te verwerven zijn.

abhi˝˝aya

Verlichting.

abhi˝˝eyya

Erkennen.

abhisamaya

Ware realisatie.

abhivadana

Iemand die recht door zee is, die zonder omwegen is. De waarheid is hem lief, de waarheid staat altijd op de eerste plaats. Deze term is dan ook een verwijzing naar de Arahat.

accanta dussilyam

Volledig gebrek aan discipline en deugdzaamheid. Wat hier bedoeld wordt is het gebrek van discipline van monniken. Het extreme gebrek aan discipline en deugdzaamheid wordt, overeenkomstig de traditionele commentaren, veroorzaakt door 13 ernstige onvolkomenheden (garukapatti). ##uitwerken##

Zie Dhp162 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

acchariya manussa

Een naam die aan de Boeddha werd toegekend. Zie namen voor de boeddha.

accutam thanam

De onveranderlijke plaats. Dit is een ander woord voor Nibbana -- het onsterfelijke. Alles verandert, maar deze regel gaat niet op voor Nibbana omdat Nibbana het ongeconditioneerde is. In tegenstelling tot samsara, het bestaan van verschijnselen, is Nibbana eeuwig (dhuva), aangenaam (subha), en gelukkig (sukha).

Zie Dhp166; Dhp225 voor meer informatie over Nibbana.

achtvoudige pad

Zie ariya atthangika magga.

aciram vata

Zeer spoedig, zonder enige twijfel. Zie Dhp041 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

adassana

Niet-begrijpen. Synoniem: avijja; a˝˝ana; moha.

adhicitta sikkha

De training in hogere mentaliteit. Zie sikkha.

Adhikakka

Rivier de Adhikakka. Geen toelichting.

adhimokkha

'Besluitvaardigheid', 'bepaling', 'beslissing', 'vastberadenheid' is een van de samenwerkende mentale factoren (cetasika) en behoort tot de groep van mentale formaties (sankhara kkhandha). Het betekent de vrijheid van geest van de 'weifelende staat' tussen de twee oorzaken "is het?", of "is het niet?" In M111 wordt het bedoeld met andere samenhangende mentale factoren. Zie cetasika; Tabel II.

adhipa˝˝a dhamma vipassana

'Contemplatie van inzicht in verschijnselen hetgeen de hogere wijsheid is', is een van de 18 soorten van inzicht-kennis. Zie vipassana.

adhipa˝˝a sikkha

Hogere training in wijsheid. Zie sikkha.

adhipati paccaya

'Overheersende voorwaarde' is een van de 24 voorwaarden. Zie paccaya.

adhisila sikkha

Hogere training in moraliteit. Zie sikkha.

adhitthana paramita

De perfectie van vastberadenheid. Zie paramita.

adhyatma ayatana

De zes inwendige zintuigbases. Zie ayatana.

adiccabandhu

Een naam die aan de Boeddha werd toegekend. Zie namen voor de boeddha.

adinava nupassana

'Contemplatie van gevaar', is een van de 18 soorten van inzicht-kennis. Zie vipassana.

adinava

Gevaar. Zie o.a. M011. ##uitwerken##.

adinnadana veramani

Onthouding van stelen.

adinnadana

Stelen.

adosa

'Afwezigheid van haat', is een van de 3 karmische morele wortels. In ethische zin betekent het vriendelijkheid van de geest naar de richting van een object of zuiverheid van geest. Het wordt ook 'zonder kwade wil' of vrede van geest (avyapada) genoemd en liefdevolle vriendelijkheid (metta). Voor meer uitleg, zie mula.

Zie cetasika; Tabel II.

adukkha m asukha vedana

Letterlijk: 'Noch aangenaam noch onaangenaam gevoel', is gelijk aan 'neutraal gevoel of gelijkmoedig gevoel' (upekkha vedana). Zie vedana.

agati

De '4 verkeerde paden' zijn: het pad van hebzucht (chanda), van haat (dosa), van begoocheling (moha), en van lafhartigheid (bhaya). "Iemand die bevrijd is van 4 kwade impulsen is niet langer in staat om het verkeerde pad van hebzucht, haat, begoocheling en lafhartigheid te nemen." (A. 4: 17; A. 9: 7).

aham sattha anuttaro

Een naam die aan de Boeddha werd toegekend. Zie namen voor de boeddha.

ahara paccaya

'Voedsel voorwaarde' is een van de 24 voorwaarden. Zie paccaya.

ahara

'Eten', 'voedsel', wordt in concrete zin gebruikt voor materieel voedsel vandaar dat dit behoort tot de afgeleide groep van lichamelijkheid (zie pa˝ca upadana kkhandha, opsomming 1).

In figuurlijke zin als 'fundering' of 'voorwaarde', is voedsel/voeding een van de 24 voorwaarden (paccaya) en wordt gebruikt om 4 soorten van voedsel aan te duiden die materieel of mentaal kunnen zijn:

  1. Materieel voedsel (kabalinkarahara).
  2. Zintuiglijk en mentaal (phassa).
  3. Mentale wilshandeling (mano sa˝cetana).
  4. Bewustzijn (vi˝˝ana).

"1. Materieel voedsel voedt de achtvoudige lichamelijkheid dat een voedende essentie heeft als haar 8e factor (dat wil zeggen de vastheid, het vloeibare, hitte, beweging, kleur, geur, het proefbare en de voedende essentie; zie rupa kalapa). 2. Zintuiglijke en mentale indruk is een voorwaarde voor de 3 soorten van gevoel; (aangenaam, onaangenaam en neutraal gevoel, zie paticcasamuppada nr. 6). 3. Mentale wilshandeling (kamma) voedt wedergeboorte (zie paticcasamuppada nr. 2). 4. Bewustzijn voedt geest en lichaam (nama rupa, zie paticcasamuppada nr. 4) op het moment van conceptie (okkanti)." (Vis. 11).

Literatuur (over de 4 voedingen): M009 en Com., M038; S12-063; S12-064; The Four Nutriments of Life, selected texts and Com. (Wheel 105-106).

ahare patikkula sa˝˝a

Het bespiegelen van de walgelijkheid van voedsel. Zie bhavana.

ahetuka citta

Zie hetu.

ahetuka ditthi

De fatalistische 'mening van niet-oorzakelijkheid' van het bestaan; van mening zijn dat er geen oorzakelijkheid bestaat. Zie ditthi.

ahetuka ditthi

'De mening van niet-oorzakelijkheid' (van het bestaan). Zie ditthi.

ahetuka patisandhika

Zie patisandhi.

ahetuka

'Zonder wortel'. Zie hetu.

ahicchatta

Zie Naga.

ahimsa

Geweldloosheid.

ahimsaya rato

Positieve vreugde vinden in geweldloosheid, vreugde vinden in het cultiveren van liefdevolle vriendelijkheid.

Een zeer speciale karaktertrek van de Leer van de Boeddha, is het kardinale uitgangspunt dat het noodzakelijk is vriendelijk te zijn ten opzichte van alle levende wezens. De beoefening van liefdevolle vriendelijkheid (metta), die geweldloosheid waarborgt, leeft onder boeddhisten op grote schaal.

In zijn vermaning tot Rahula, zei de Boeddha: "Ontwikkel, Rahula, de meditatie van liefdevolle vriendelijkheid (metta); want hierdoor wordt kwade wil verdreven. -- Ontwikkel, Rahula, de meditatie van mededogen (karuna); want hierdoor wordt kwellen en wreedheid verdreven."

Zie Dhp296-301 voor meer over liefdevolle vriendelijkheid.

ahirika anottappa

'Gebrek aan morele schaamte en ontzag', zijn twee van de 4 onheilzame factoren die samengaan met karmische onheilzame staten van bewustzijn, de twee andere zijn rusteloosheid (uddhacca) en begoocheling (moha). Hier tegenover staan de morele factoren hiri en ottappa. Zie cetasika; Tabel II.

"Er zijn twee onheilspellende dingen, namelijk, gebrek aan morele schaamte en ontzag", etc. (A. 2: 6). "Zich niet schamen waarvoor men zich zou moeten schamen; zich niet schamen voor kwaad, onheilzame dingen: dit wordt gebrek aan morele schaamte genoemd." (Pug. 59) "Niet vrezen wat men zou moeten vrezen (...) dit wordt gebrek aan moreel ontzag genoemd." (Pug. 60).

Zie ook de individuele beschrijving van ahirika en anottappa.

ahirika

'Gebrek aan morele schaamte'. Wanneer men op het punt staat een kwade daad uit te voeren, ontstaat er geen gevoel van schaamte in hem die schaamteloos is, zoals: "Het zou erg verkeerd zijn als ik dit zou doen", of "sommige mensen zullen dit van mij weten". Men schaamt zich niet waar men zich voor zou moeten schamen. Het is een van die mentale factoren die onafscheidelijk verbonden zijn met immoreel bewustzijn (akusala sadharana cetasika). Zie cetasika; Tabel II. Hier tegenover staat de morele factor hiri.

Zie ook de beschrijving onder ahirika anottappa.

aho sukham

"Oh, wat een geluk!" Dit bleek de Eerwaarde Maha Kappina voortdurend in het Jetavana te zeggen terwijl hij gedurende de dag of nacht rustte. De monniken hoorden hem dat zo vaak per dag zeggen, dat zij het aan de Boeddha vertelden. De Boeddha antwoordde tot hen: "Mijn zoon Kappina, heeft de smaak van de Dhamma geproefd, en leeft met een zuivere geest; het is uit verrukking dat hij deze woorden uitroept, die verwijzen naar Nibbana."

ajara

Zonder ouderdom (of verval), d.w.z. Nibbana. Zie Dhp166; Dhp225 voor meer informatie over Nibbana.

ajata

Zonder geboorte, d.w.z. Nibbana. Zie Dhp166; Dhp225 voor meer informatie over Nibbana.

ajatakasa

Eindeloze ruimte. Zie akasa.

ajiva

Levensonderhoud.

Ajivaka

Ajivaka. Zie sektes in India.

ajjhattam

'In jezelf'. Een verwijzing naar het individu, niet naar 'het zelf'. Zie S22-059.

Akaliko

Een van De deugden van de Dhamma (Dhp364).

akanittha deva's

De goden die niemand de mindere zijn (anagami). Zie deva.

akanittha

'De Groten', dat wil zeggen, 'de Hoogste Goden', de bewoners van de vijfde en hoogste hemel van de Zuivere Verblijven (Suddhavasa).

akaravati saddha dassanamulika

'Goed overdacht en geworteld in begrip.' Zo moet het geloof zijn van een boeddhist. Zie saddha.

akasa dhatu

Begrensde ruimte. Zie akasa.

akasa

'Ruimte', is volgens het commentaar van twee soorten: 1) begrensde ruimte (paricchinnakasa of paricchedakasa); 2) eindeloze ruimte (anantakasa), dat wil zeggen, kosmische ruimte.

1) Begrensde ruimte, onder de naam akasa dhatu (ruimte element), behoort tot de groep, welke afgeleid is van de groep van lichamelijkheid (zie de opsomming bij pa˝ca upadana kkhandha; Dhs 638) en de zesvoudige classificatie van elementen, zie dhatu; M112; M115; M140. Het is ook een kasina (zie daar) meditatie object. Het wordt als volgt omschreven:

"Het ruimte element heeft het kenmerk van afgebakende vorm. Haar functie is het aanduiden van de grenzen van vorm. Het openbaart zich als de bepalingen van vorm; of haar openbaring bestaat uit zijnde onaangeraakt (door de 4 grote elementen), en in holen en spleten of openingen. Haar directe oorzaak is de afgebakende vorm. Het is vanwege het ruimte element dat iemand van materiŰle afgebakende dingen kan zeggen: 'dit is boven, dit is onder, dit is rond'." (Vis. 14: 63).

2) Eindeloze ruimte wordt in Asl. ajatakasa genoemd, 'niet verbonden', dat wil zeggen, onbelemmerde of lege ruimte. Het is het object van de 1e onstoffelijke meditatieve verdieping (zie jhana) namelijk, de sfeer van onbegrensde ruimte (akasana˝cayatana). Volgens de Abhidhamma filosofie heeft eindeloze ruimte geen objectieve realiteit (het is puur conceptueel), dat aangeduid wordt door het feit dat het niet binnen de heilzame drie-eenheid (kusalatika) valt, die de gehele realiteit omsluiten. Latere boeddhistische scholen aanschouwden dit als een van de vele ongeconditioneerde of ongecreŰerde staten (asankhata dhamma) -- een visie die verworpen wordt in Kath. Theravada boeddhisme erkent alleen Nibbana als een ongeconditioneerd element (asankhata dhatu, zie Dhs. 1084).

akasana˝cayatana

De sfeer van oneindige ruimte. Zie jhana.

akasana˝cayatanupaga deva's

De goden van oneindige ruimte. Zie deva.

aki˝ca˝˝ayatana

De sfeer van niets-heid. Zie jhana.

aki˝ca˝˝ayatanupaga deva's

De goden van de sfeer van niets-heid. Zie deva.

akinnca˝˝a ceto vimutti

Bevrijding van de geest omtrent de begeleidingen. Zie ceto vimutti.

akiriya ditthi

De 'mening van het ineffectieve van handeling'; van mening zijn dat handelingen geen effect hebben. Zie ditthi.

akuppa ceto vimutti

Onbeweeglijke bevrijding van de geest. Zie ceto vimutti.

akusala citta

Onheilzaam bewustzijn.

akusala kamma patha

De tienvoudige onheilzame koersen van handeling. Zie kamma patha.

akusala sadharana cetasika

'Algemene immorele mentale factoren die samengaan met alle onheilzame wilshandelingen.' 4 in getal: 1. gebrek aan morele schaamte (ahirika); 2. gebrek aan moreel ontzag (anottappa); 3. rusteloosheid (uddhacca); 4. begoocheling (moha). Zie cetasika; Tabel II.

De corresponderende term in het gebied van heilzaam bewustzijn is sobhana sadharana cetasika.

akusala

'Onheilzaam', 'immoreel', zijn alle wilshandelingen (kamma cetana, zie cetana) en het bewustzijn en de mentale factoren die daar mee samengaan, die vergezeld gaan of met hebzucht (lobha), haat (dosa), of louter begoocheling (moha); en al deze fenomenen zijn oorzaken van ongunstige kamma-gevolgen (kamma vipaka) en bevatten de zaden van ongelukkige bestemmingen van wedergeboorten. Raadpleeg paticcasamuppada 1; cetasika; kamma patha; mula; kamma; Tabel I en Tabel II.

alobha

Afwezigheid van hebzucht, is een van de 3 karmische morele wortels. Letterlijk: 'geen interesse van de geest wanneer het een object aanschouwt'. Het wordt ook genoemd 'het element van verzaking' (nekkhamma dhatu) en vrijheid (anabhijjha). Voor meer uitleg, zie mula.

Zie cetasika; Tabel II.

aloka kasina

Licht-kasina.

aloka sa˝˝a

Het waarnemen van licht. De terugkerende canonieke passage luid: "Hier aanschouwt de monnik de waarneming van licht. Hij vestigt zijn geest op de waarneming van de dag; zowel overdag als bij nacht, en zoals bij nacht, zo ook bij overdag. Op deze manier ontwikkelt hij, met een heldere en onbewolkte geest, een staat van de geest die vol van helderheid is."

Het is een van de methoden voor het te bovenkomen van verwardheid, door de Boeddha aanbevolen voor Maha Moggallana (A. 7: 58). Overeenkomstig met D. 33, strekt het tot de ontwikkeling van 'kennis en visie' (zie visuddhi), en er wordt gezegd dat het behulpzaam is voor de verwerving van het 'goddelijke oog', zie abhi˝˝a.

amahaggata citta

De onontwikkelde geest. Het gewone wereldse bewustzijn dat doorgaans in mensen huist. Dat is het bewustzijn van de zintuiglijke sfeer (kama loka oftewel kamavacara). Iemand kan natuurlijk in deze sfeer leven terwijl zijn/haar geestelijke ontwikkeling van een hoger of lager niveau is. Afhankelijk van die ontwikkeling wordt hij/zij wedergeboren in de sfeer overeenkomstig zijn/haar ontwikkeling. Dat is bijvoorbeeld duidelijk te zien aan de vele verschillende karakters van mensen hier in de zintuiglijke sfeer (kamavacara).

amara

Onsterfelijk, d.w.z. Nibbana. Zie Dhp166; Dhp225 voor meer informatie over Nibbana.

amata

Onsterfelijkheid. Zie amara.

amatam padam

De Onsterfelijke Staat of het Doodloze, d.w.z. Nibbana.

amatassa data

Een naam die aan de Boeddha werd toegekend. Zie namen voor de boeddha.

amisa puja

Zie puja.

amisadana

MateriŰle gift, zichtbare gift.

amoha

'Afwezigheid van begoocheling' of 'de dingen kennen zoals zij zijn', is een van de 3 karmische morele wortels. Het wordt ook kennis (˝ana) genoemd, wijsheid (pa˝˝a), ware kennis (vijja) en juist begrip (samma ditthi). Voor meer uitleg. Zie mula.

Zie cetasika; Tabel II.

an upadi sesa nibbana

'Nibbana zonder de groepen resterend'. Zie Nibbana.

anabhijjha

Vrijheid. Zie alobha.

anagami magga

Het pad van de niet meer terugkerende. Zie ariya puggala/ariya.

anagami phala

De vruchten van het pad van de niet meer terugkerende. Zie ariya puggala/ariya.

anagami

'De niet terugkerende', is een edele discipel (ariya puggala) van het 3e stadium van heiligheid. Er zijn 5 klassen van Niet Terugkerenden, zoals dat gezegd wordt in bijvoorbeeld Pug. 42-46: "Door het verdwijnen van de 5 lagere banden (orambhagiya samyojana, zie sa˝˝ojana), verschijnt een wezen in een hogere wereld (onder de deva's van de Zuivere Verblijven, Suddhavasa) en zonder de terugkeer van die wereld (naar de zintuiglijke wereld) bereikt hij Nibbana."

  1. "Hij kan -- onmiddellijk nadat hij daar verschenen is (in de Zuivere Verblijven) -- of wanneer hij nog niet in de tweede helft van zijn leven is, het heilige pad bereiken om de hogere banden (uddhambhagiya samyojana) te overwinnen. Zo'n wezen wordt genoemd: 'iemand die het Nibbana heeft bereikt in de eerste helft van zijn leven (antara parinibbayi)'."
  2. "Of, wanneer hij in de tweede helft van zijn leven is, of op het moment van sterven het heilige pad bereikt om de hogere banden te overwinnen. Zo'n wezen wordt genoemd: 'iemand die het Nibbana bereikte nadat hij in de tweede helft van zijn leven is (upahacca parinibbayi)'."
  3. "Of, hij bereikt door inspanning het heilige pad om de hogere banden te overwinnen. Zo'n wezen wordt genoemd: 'iemand die het Nibbana bereikte door inspanning (sasankhara parinibbayi)'."
  4. "Of, hij bereikte zonder inspanning het heilige pad om de hogere banden te overwinnen. Zo'n wezen wordt genoemd: 'iemand die het Nibbana bereikte zonder inspanning (asankara parinibbayi)'."
  5. Opmerking

  6. "Of, na het verdwijnen uit de hemel van de Aviha goden, verschijnt hij in de wereld van de onbezorgde goden (atappa deva's). Na het verdwijnen van daar, verschijnt hij in de wereld van de goden 'die mooi zijn om te zien' (sudassa deva's); van daaruit, verschijnt hij in de wereld van de goden 'die het mooie zien' (sudassi deva's); van daaruit, verschijnt hij in de wereld van de hoogste goden (akanittha deva's). Van daaruit bereikt hij het heilige pad om de hogere banden te overwinnen. Zo'n wezen wordt genoemd: 'iemand die stroomopwaarts gaat naar de hoogste goden (uddhamsota aka nittha gami)'."

Zie ariya puggala/ariya; sa˝˝ojana.

ananda bodhi boom

Boom die Anathapindika heeft geplaatst zodat mensen eerbied konden betuigen aan de Boeddha wanneer hij niet in de omgeving was. Omdat de organisatie -- met betrekking tot het planten van de boom -- in handen was van Ananda, werd de boom 'de Ananda Bodhi boom' genoemd.

Langs het hoofdpad van het Jetavana zijn er funderingen van verscheidene structuren met een boom die er groeit en vaak ge´dentificeerd wordt als de Ananda Bodhi boom. Overeenkomstig de toelichting op de Jataka's, kwamen mensen eerbied betuigen aan de Boeddha, en als zij hem niet thuis troffen, hingen zij bloemen en offerkransen aan de deur van de Geur Kamer (Gandhakuti). Toen Anathapindika hiervan hoorde, vroeg hij de Boeddha hoe de mensen hun respect aan hem konden tonen wanneer hij afwezig was, en de Boeddha stelde voor dat dat gedaan kon worden door de offergave bij een Bodhi boom te leggen. Zodoende werd een vrucht van de Bodhi boom van Bodh Gaya (Uruvela) gehaald en met een grote ceremonie geplant in het Jetavana. Omdat het Ananda was die de organisatie op zich genomen had, werd de boom bekend als de 'Ananda Bodhi boom'. Anathapindika vroeg koning Pasenadi om de boom te planten, maar de koning zei dat het zijn land was en dat de eer aan Anathapindika toekwam. Hoe dan ook, het Jetavana is bijna duizend jaar door de jungle opgeslokt geweest, en omdat er geen archeologisch bewijs is dat aangaf waar de Ananda Bodhi boom nu werkelijk stond, is de identificatie met de originele boom hoogst twijfelachtig. De toelichting op de Jataka zegt dat de boom geplant was naast de hoofdingang van het Jetavana, waarvan aangenomen wordt dat die ergens in de nabijheid van de Birmaanse tempel was. Plaats: Savatthi (het moderne Sahet-Mahet), India.

ananganassa

De persoon zonder bezoedelingen (anganas). Anganas zijn bezoedelingen die ontstaan zijn uit hartstocht (raga), haat (dosa) en onwetendheid (moha). Deze worden omschreven als anangas (letterlijk: open ruimtes, speelplaatsen) omdat kwaad hier rond kan spelen (de vrije ruimte heeft) zonder remming. Ten tijde van de Boeddha werden 'bezoedelingen' ook wel omschreven als anganas. In etymologische zin, betekent ananga ook, de capaciteit om een persoon te bederven die bevuild is met bezoedelingen. In sommige contexten impliceert angana 'smerigheid'. Een individu die zonder bezoedelingen is, wordt dan ook aangeduid als ananganassa.

ana˝˝aposi

Letterlijk: 'Wie niet een ander onderhoudt'.

anantakasa

Eindeloze ruimte. Zie akasa.

anantara paccaya

'Verwantschap voorwaarde' is een van de 24 voorwaarden. Zie paccaya.

anantarika kamma

De 'vijf afschuwelijke daden met onmiddellijk gevolg', zijn: 1. vadermoord; 2. moedermoord; 3. een Arahat doden; 4. een Boeddha verwonden; 5. een schisma (scheuring) creŰren in de Sangha (zie Dhp163). In A. 5: 29 staat:

"Er zijn vijf soorten van licht opvliegende en ziekelijke mensen die bestemd zijn voor de lagere werelden, namelijk: de vadermoordenaar, (...)" etc. Over de 5e, zie A. 10: 35; A. 10: 38. Met verwijzing naar de eerste misdaad, wordt in D22 gezegd dat als koning Ajatasattu niet zijn vader, koning Bimbisara, had vermoord, hij een in de stroom getredene (sotapatti) zou zijn geworden.

anapana sati

Letten op de in- en uitademing. Ana = inademing; apana = uitademing. Aan het einde van een regentijdretraite (vassa), was de Boeddha zo tevreden met de vorderingen van de groep monniken die daar samengekomen was, dat hij hen aanmoedigde om hun retraite met ÚÚn maand te verlengen. Op de vollemaansdag die het eind van deze vierde maand van deze retraite markeerde, presenteerde de Boeddha voor de eerste keer zijn beroemde instructies voor het indachtig zijn van de ademhaling (anapana sati), wat gevonden kan worden in de Anapana Sati Sutta M118.

anatam

'Het ongekunstelde', is een andere naam voor Nibbana.

anatta nupassana

'Contemplatie van 'zonder-zelf', is een van de 18 soorten van inzicht-kennis. Zie vipassana.

anatta vadi

Een naam die aan de Boeddha werd toegekend. Zie namen voor de boeddha.

anatta

Zonder-zelf, ego-loos, zonder een ziel. In het Theravada Archief gebruiken we ook wel 'niet-zelf' of 'geen-zelf'. Zoek op de pagina Artikels naar Zonder een zelf of ziel artikel(s). Verder: ti lakkhana; pa˝ca upadana kkhandha; ditthi; cattari ariya sacca; S22-059.

anattani attavipallasa

'Een zelf zien in het zelf-loze'. Zie vipallasa.

anattata

Zelf-loosheid. Zie anatta.

anavahatacetaso

Hier wordt verwezen naar de persoon wiens geest onaangetast blijft (door begeerte, haat etc.). Als de geest perfect in tact is, kan hij deze eigenschap aanwenden voor spirituele vooruitgang.

Zie Dhp038-039 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

anavassuta cittassa

De onaangetaste geest. Hier wordt verwezen naar de geest van iemand die niet aangetast is door hartstocht. Dit impliceert de verontreinigende instroming van bezoedelingen via de zintuiglijke reacties (d.w.z. de reacties op beelden, geluiden, geuren, etc.).

Zie Dhp038-039 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

anavatthitacittassa

Dit staat voor een persoon met een wispelturige of onstabiele geest. De gewone mensen hebben allemaal een geest die instabiel is. Hun geest is niet standvastig en als gevolg daarvan is er een gebrek aan juiste concentratie (samadhi). Iemand met zo'n geest vindt het moeilijk om voortgang te boeken op het Pad van Bevrijding.

Zie Dhp038-039 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

ane˝ja

Onverstoorbaarheid, duidt op de onstoffelijke sfeer (arupavacara, zie avacara). Raadpleeg M106.

angana

Zie ananganassa.

anguttara nikaya

Oplopende Collecties. Zie Een rondleiding door de Ti Pitaka.

anicca nupassana

'Contemplatie van vergankelijkheid', is een van de 18 soorten van inzicht-kennis. Zie vipassana.

anicca sa˝˝a

Zie sa˝˝a.

anicca

Vergankelijk. Zie ti lakkhana; Dhp277-279.

aniccata

Vergankelijkheid. Zie ti lakkhana.

animitta ceto vimutti

'Bevrijding van de geest van de voorwaarde van het bestaan', of 'tekenloze staat van de geest'. Zie ceto vimutti.

animitta cetosamadhi

In het Com. van de Digha Nikaya wordt deze term verklaard met verwijzing naar het bereiken van de vruchten van Arahatschap (phalasamapatti) waarin de Boeddha geabsorbeerd wordt door Nibbanische ervaringen en geen acht slaat op externe objecten of alledaagse gevoelens. Zie D16

animitta nupassana

'Contemplatie van het ongeconditioneerde' of 'het tekenloze', is een van de 18 soorten van inzicht-kennis. Zie vipassana.

anissito

Onafhankelijk.

a˝˝ama˝˝a paccaya

'Herhalingsvoorwaarde' is een van de 24 voorwaarden. Zie paccaya.

a˝˝ana

'Niet-weten'. Synoniem: avijja; adassana; moha.

a˝˝atavindriya

Het vermogen van hij die weet. Zie indriya.

a˝˝aya

'Bevrijd van weten'. Zie Dhp096 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

annice niccavipallasa

Het onvergankelijke zien in het vergankelijke.

a˝˝indriya

Het vermogen van de hoogste kennis. Zie indriya.

Anoma

Rivier de Anoma.

anottappa

Morele onbevreesdheid. Gebrek aan moreel ontzag, niet vrezen wat gevreesd moet worden, nonchalant zijn ten opzichte van consequenties en geen enkel zelfverwijt hebben zoals: "Dat was dwaas van me, dat heb ik verkeerd gedaan", etc., en beschuldigingen van anderen, straf, door bijvoorbeeld regeringsleiders hier in de huidig wereld of in een volgende bestaansvorm niet serieus nemen. Het is een van die mentale factoren die onafscheidelijk verbonden zijn met immoreel bewustzijn (akusala sadharana cetasika). Zie cetasika; Tabel II. Hier tegenover staat de morele factor ottappa. Zie cetasika; Tabel II.

Zie ook ahirika anottappa.

antaka

'De beŰindiger van alles', d.w.z. de dood. Dit is een andere aanduiding voor Mara.

antakena

Letterlijk: 'de beŰindiger', de koning van de dood

antakenadhipannassa natthi ˝atisu tanata

Als een persoon door de dood gegrepen wordt, kan niemand, zelfs zijn verwanten niet, hem daartegen bescherming bieden. Zie Dhp288-289 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

antara parinibbayi

'Iemand die het Nibbana heeft bereikt in de eerste helft van het leven', is een van de 5 Niet Terugkerenden. Zie anagami.

antarayam na bujjhati

Ziet niet het gevaar dat hij dood kan gaan. Zie Dhp286 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

anuloma javana

Moment van aanpassing. Zie javana; javana citta.

anuloma

Voorwaartse richting (afhankelijk ontstaan).

anumodana

Een toespraak uit dank.

anupadinna dhamma

Staten die niet vastgepakt zijn door hunkering en verkeerde visie.

anupubbi katha

'Geleidelijke instructie' of 'opgebouwde toespraak', gegeven door de Boeddha wanneer het nodig was om eerst de geest van de luisteraar voor te bereiden voordat hij tot hem sprak over de geavanceerde Leer van de Vier Edele Waarheden. De standaard passage zoals bijvoorbeeld in D03; D14; M056 is als volgt:

"Toen gaf de Gezegende hem een geleidelijke instructie, dat wil zeggen, hij sprak over vrijgevigheid (dana), over moreel gedrag (sila) en over de hemelen (sagga); hij verklaarde het gevaar, de ijdelheid, en de verdorvenheid van sensuele plezieren, en over de voordelen van verzaking. Wanneer de Gezegende bemerkte dat de geest van de luisteraar gereed was, plooibaar, vrij van obstakels, geraakt en helder was, dan verklaarde hij tot hem die verheven Leer die zo kenmerkend voor de Boeddha's is (Buddhanam samukkamsika desana), namelijk: het lijden, de oorzaak, de opheffing en het pad."

anurakkana padhana

De inspanning van het tot groei brengen. Zie padhana.

anurodhapativirodha

'Voorkeur en afkeer' betekent het reageren met de aantrekkingskracht van hartstocht en met de afkeer door haat.

anusasana

Waarschuwing. Zie ovadeyya; anusaseyya.

anusaseyya

Zie ovadeyya; anusaseyya.

anusaya

Latente tendensen. De 7 'neigingen', inclinaties, of tendensen zijn: zintuiglijke begeerte (kama raga, zie samyojana), wrok (patigha), speculatieve mening (ditthi), sceptische twijfel (vicikiccha), eigendunk (mana), hunkering naar continuering van bestaan (bhava raga), onwetendheid (avijja). (D. 33; A. 7: 11; A. 7: 12).

"Deze dingen worden 'tendensen' genoemd omdat, vanwege hun hardnekkigheid, zij keer op keer de voorwaarden dreigen te zijn voor het ontstaan van steeds weer nieuwe zintuiglijke hebzucht, etc." (Vis. 22: 60).

De Boeddha onderwijst dat de bezoedelingen zich in drie lagen in de geest bevinden:

  1. De meest basale is het niveau van de latente tendensen (anusaya), waar een bezoedeling enkel sluimerend ligt zonder enige activiteit.
  2. Het tweede niveau is het stadium van manifestatie (pariyutthana), waar een bezoedeling, door de invloed van een stimulans, opborrelt in de vorm van onheilzame gedachten, emoties, en wilshandelingen.
  3. Dan, op het derde niveau, gaat de bezoedeling aan een zuivere mentale manifestatie voorbij, om een onheilzame handeling door lichaam of spraak, in beweging te zetten. Daarom wordt dit niveau het stadium van overschrijding (vitikamma) genoemd.

Yam. 7, stelt eerst vast in welke wezens welke tendensen aanwezig zijn, en welke tendensen, en ten opzichte van wat, en in welke sfeer zij bestaan. Daarna geeft zij een verklaring omtrent hun overwinning, hun doordringing, etc. Raadpleeg Guide 6; 7. Overeenkomstig de Kath. houden verschillende oude boeddhistische scholen er abusievelijk de opvatting op na, dat de anusaya's, zoals deze, louter latent zijn, en daarom karmisch neutrale kwaliteiten, wat echter in strijd is met de Theravada gedachte. Raadpleeg Guide 5; 88; 108; 139.

anussati

Herinneringen; bespiegelingen; meditatie; contemplatie. De 6 bespiegelingen die vaak in de sutta's worden beschreven (bijvoorbeeld in A. 6: 10; A. 6: 25; D. 33) zijn:

  1. bespiegeling van de Boeddha (buddhanussati);
  2. bespiegeling van de Dhamma (dhammanussati);
  3. bespiegeling van de gemeenschap van edele discipelen (sanganussati);
  4. bespiegeling van moraliteit (silanussati);
  5. bespiegeling van vrijgevigheid (caganussati);
  6. bespiegeling van hemelwezens (devatanussati);
  7. In A. 1: 21 en A. 1: 27 worden nog 4 andere bespiegelingen toegevoegd:
  8. de indachtigheid van de dood (maranasati, zie daar);
  9. de indachtigheid van het lichaam (kayagatasati, zie daar);
  10. de indachtigheid van ademen (anapana sati, zie daar);
  11. de bespiegeling van vrede (upasamanussati, zie daar).

De eerste 6 bespiegelingen zijn volledig uitgelegd in Vis. 12; de laatste 4 in Vis. 8.

##uitwerken## Voorbeeldtekst wordt hier nog toegevoegd uit: (A. 3: 70; A. 6: 10; A. 11: 12). Zie ook bhavana; Dhp296-301 voor de beschrijving van het mediteren op de deugden van de Boeddha.

anuttara citta

De onovertrefbare geest.

anuttara samma sambodhi

Letterlijk: 'Onvergelijkbare perfecte verlichting'. Dit is de staat die door een Universele Boeddha (Samma Sambuddha) is bereikt. Zie ook samma sambodhi.

anuttaram dhammacakkam

Het in beweging zetten van het machtige Wiel der Waarheid.

apacayana

Eerbied.

apadana

Levensverhalen van Discipelen. Zie Een rondleiding door de Ti Pitaka.

apanihita nupassana

'Contemplatie van het hartstochtloze', is een van de 18 soorten van inzicht-kennis. Zie vipassana.

aparapariy vedaniya kamma

Kamma dat in een ander leven rijpt. Zie kamma.

apatti

Overtreding van de regels.

apaya

De lagere werelden. Deze zijn: 1) het dierenrijk (tiracchana yoni); 2) de geestenwereld (peta loka); 3) de demonenwereld (asura nikaya); 4) de hellen (niraya).

apo dhatu

Het 'waterelement' oftewel 'samenhang' is een van de 4 grote elementen. Zie dhatu.

apo

Zie pathavi dhatu; dhatu.

appamada

Volharding, ijver, opmerkzaamheid. Letterlijk: 'De afwezigheid van onoplettendheid'. Het woord komt voor in de laatste aanmoediging van de Boeddha van zijn discipelen: "Vayadhamma sankhara, appamadena sampadetha." (Alle samengestelde dingen moeten weer vergaan. Bewerkstellig vastbesloten door indachtigheid jullie eigen bevrijding.) Met deze woorden die de essentie van zijn Leer weerspiegelen, spoorde de Gezegende zijn monniken voor de laatste keer aan, terwijl hij op zijn sterfbed te Kusi˝ara lag.

appamadarato

Vreugde vinden in oplettendheid. Zie Dhp031 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

appamana ceto vimutti

Onbegrensde bevrijding van de geest. Zie ceto vimutti.

appamana subha deva's

De goden van onbeperkte glorie. Zie deva.

appamanabha deva's

De goden van onbeperkte luister Zie deva.

appama˝˝a

'Grenzeloze staten', is een andere naam voor brahma vihara, zie daar.

appana samadhi

'Verworven concentratie' of 'volledige concentratie', is de aanwezige concentratie gedurende de meditatieve verdieping (zie jhana), terwijl nabijheid-concentratie of toegang-concentratie (upacara samadhi) slechts de 1e jhana benaderd zonder deze te verwerven. Zie samadhi.

appaticchanna dukkhata

Lijden dat ontstaan is door vele beproevingen en wederwaardigheden, waarvan de oorzaken van ontstaan zichtbaar zijn.

appicchata

Tevredenheid.

appiyehisampayoga

Gevoegd worden bij het onaangename.

araham

Een naam die aan de Boeddha werd toegekend. Zie namen voor de boeddha.

arahat

Een verlicht mens; iemand die de hoogste graad van heiligheid heeft verworven. De bevrijding van de geest is hetzelfde als die van een Boeddha, maar er is een verschil. De Boeddha is ook een Arahat, maar een Arahat is niet noodzakelijkerwijs een Boeddha. Het verschil is, dat de Boeddha geen leraar heeft die hem de weg naar Arahatschap gewezen heeft, maar hij is een ontdekker van die weg; de Arahat, die een leerling van de Boeddha is, heeft de verlichting weliswaar op eigen kracht verworven, maar met behulp van het onderricht van een Boeddha. Zie ook sa˝˝ojana; ariya puggala/ariya; khinasava.

arahatschap

Zie arahatta.

arahatta magga

Het pad van de perfecte. Zie ariya puggala/ariya.

arahatta phala

De vruchten van het pad van de perfecte. Zie ariya puggala/ariya.

arahatta

Arahatschap, verlichting. Zie arahat; ariya puggala/ariya.

arakkha sampada

De volbrenging van waakzaamheid. Zie A08-054; kalyanamittata; samma jivikata; utthana sampada.

arambha

'Aanvang van energie', 'energie van geboorte', 'de drang om geboren te willen worden', zijn verwijzingen naar deze term. Een exactere verklaring is nog niet voorhanden. Het komt in elk geval dicht bij bhava tanha.

arammana paccaya

'Object voorwaarde' is een van de 24 voorwaarden. Zie paccaya.

arammanupanijjhana

Nauwkeurig meditatief objectonderzoek.

arati

Aversie jegens het heilige leven. Een van de legers van Mara.

ariya atthangika magga

Edel Achtvoudige Pad. Het boeddhistisch pad staat hier uitvoerig beschreven voor bestudering Ún beoefening. Voor de Vier Edele Waarheden, zie Cattari Ariya Sacca.

Inhoudsopgave Ariya Atthangika Magga

Definitie-info

Inleiding

Begrip geeft aanleiding tot deugdzaamheid

Deugdzaamheid geeft aanleiding tot mentale training

Concentratie leidt tot wijsheid en wijsheid leidt tot bevrijding

DE GROEP VAN WIJSHEID

1. Juist begrip

2. Juiste gedachten

DE GROEP VAN MORALITEIT

3. Juiste spraak

Onthouding van het vertellen van leugens

Onthouding van het spreken van lasterende taal

Onthouding van het spreken van harde woorden

Onthouding van onzinnig gepraat

4. Juist handelen

Onthouding van doden

Onthouding van nemen wat niet gegeven is

Onthouding van seksueel wangedrag

5. Juiste wijze van levensonderhoud

DE GROEP VAN CONCENTRATIE

6. Juiste inspanning

7. Juiste indachtigheid

Indachtigheid van het lichaam

Indachtigheid van gevoelens

Indachtigheid van de geest

Indachtigheid van mentale objecten

8. Juiste concentratie

De ontwikkeling van wijsheid

De samenwerkende factoren van het pad

Tendensen

De drie hoofd begoochelingen

Zonder een zelf of ziel (2)

De vier bovenwereldse paden

Het doorkappen van de tien banden

Definitie-info

Duidelijke instructies voor het beoefenen van het Achtvoudige Pad

In de definitie van Ariya Atthangika Magga staat elke factor van het Edel Achtvoudige Pad in detail beschreven. De beschrijving van elke factor van het pad gaat vooraf met de definitie die door de Boeddha zelf is gegeven. Omdat het pad het trainingssysteem is dat leidt naar het doel, namelijk de opheffing van lijden, is de definitie uitgebreid met duidelijke instructies voor de beoefening van het pad. Dit maakt het voor iedereen mogelijk om op eenvoudige wijze datgene in praktijk te brengen wat de Boeddha werkelijk heeft onderwezen. Je kunt vaak naar tempels gaan of praten over boeddhisme, maar dat zal je niet dichter bij het doel brengen. De Boeddha was een praktisch man, iemand die steeds nadruk legde op en grote waardering had voor de beoefening van de Dhamma. In D16 heeft hij dat ondubbelzinnig duidelijk gemaakt, zie de rubriek Hoe de Tathagata geŰerd wordt.

Wat tot deze definitie behoort

De afzonderlijke definities in het Woordenboek kun je herkennen aan de opmaak zoals die wordt weergegeven bij elke gedefinieerde term (zoals hierboven bij ARIYA ATTHANGIKA MAGGA). Wat tot deze definitie behoort, is dus alles tot aan het gebied waar je diezelfde opmaak opnieuw tegenkomt. De afzonderlijke secties en factoren van het Achtvoudige Pad, worden voor de duidelijkheid in een specifieke opmaak weergegeven.

Verwijzingen

Zoals overal in het Theravada Archief, zijn er links tussen de tekst geplaatst voor het opvragen van informatie. Raadpleeg die links dan ook. Verder is er soms een blok Zie ook opgenomen zoals hieronder:

Zie ook

In het blok Zie ook zijn extra verwijzingen opgenomen naar belangrijke gerelateerde informatie. Het betreft hier vaak verwijzingen waarvoor in de tekst geen verwijzingen zijn gemaakt; in sommige gevallen echter, wordt een verwijzing (die wel in de tekst voorkomt) hier nog eens extra benadrukt door deze te herhalen.

Inleiding

Het pad bestaat uit drie groepen die elkaar ondersteunen. De ene groep kan niet zonder de andere. Het is als bij een pot op drie poten: als je ÚÚn poot weghaalt, valt de pot om. Op die manier bestaat ook het Achtvoudige Pad uit drie hoofddelen welke de voorwaarden zijn om het hele pad te ontwikkelen, namelijk: 1. wijsheid (pa˝˝a); 2. moraliteit (sila); 3. concentratie (samadhi). Deze drie divisies omvatten samen de acht factoren van het pad, en door elke factor van het pad die gecultiveerd wordt, wordt de ontwikkeling van de andere factoren ondersteund.

Elke factor van het Achtvoudige Pad kan niet in ÚÚn keer tot in de volledigheid beoefend worden, omdat de ene factor van het pad de andere aanvult, stabieler en dieper maakt. Wanneer er een factor ontwikkeld is, geeft die de aanleiding om een andere factor te ontwikkelen, maar zonder de ontwikkeling van de ene factor, zal en kan er geen sprake zijn van de ontwikkeling van de andere. Zo is dat ook met de drie groepen of divisies van het pad. Het is een proces dat geleidelijk groeit door steeds het gehele pad te blijven cultiveren. Zoals de ribbels op een strand steeds sterker worden door elke golf, zo wordt door oefening iedere factor van het pad steeds sterker waardoor het pad op den duur volledig ontwikkeld is.

Begrip geeft aanleiding tot deugdzaamheid

Als kardinaal startpunt dient iemand te begrijpen dat handelingen gevolgen hebben. Slechte, immorele handelingen, dragen bittere vruchten en zijn dus nadelig; goede, morele handelingen, dragen zoete vruchten, voordelig dus. Om een beslissing te maken zich te trainen in het pad naar bevrijding, is deze kennis een eerste vereiste. Welke gedachten/intenties iemand er op na houdt, hangt af van zijn begrip: is iemand bevangen door hebzucht, haat en kwelzucht, dan is er geen plaats voor juist begrip en zal deze persoon zich er niet toe zetten om een moreel leven te leiden. Wanneer het eigenbelang de prioriteit krijgt boven moraliteit, is het vanzelfsprekend dat anderen hierdoor benadeeld worden en daar schade van ondervinden. In hebzucht is geen aanleiding te vinden tot deugdzaamheid, moraliteit. Een hebzuchtig iemand zal in extreme gevallen, 'door dik en door dun gaan' om zich in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. Deze persoon wordt snel boos wanneer iets niet verkregen wordt wat hij begeerde en hij is meedogenloos ten opzichte van anderen. Is er daarentegen afwezigheid van hebzucht, een intense verzaking van zelfzucht, dan is er een ruimer begrip ten aanzien van alles wat er is en leeft. Dit is het begrip waarin vriendelijkheid en mededogen huizen en wat de voorwaarde is voor ware moraliteit. Begrip is het kardinale startpunt voor de beoefening en de ruggengraat van de boeddhistische Leer.

Juiste gedachten en juist begrip vullen elkaar daarom aan en vormen samen de groep van wijsheid. In het eerste stadium van wijsheid zal iemand een deugdzamer leven gaan leiden, de tweede groep van het Achtvoudige Pad. Dit is 'het eerste licht van wijsheid', de aanleiding die nodig is om het pad te bewandelen en te cultiveren. Zo'n begrip zorgt uiteraard tevens voor een verdraagzamere en meer harmonieuze samenleving.

Deugdzaamheid geeft aanleiding tot mentale training

Wanneer iemand uit eigen ervaring weet dat een deugdzaam leven zegenrijk is en veel geluk en voordeel brengt, zal een serieuze training in een deugdzaam leven aanvangen. Dit deugdzame leven helpt iemand om de geest constant te richten op een goed object waardoor de concentratie van een betere kwaliteit wordt. (Voor verkeerde handelingen is namelijk ˇˇk concentratie nodig, maar deze is van een slechte kwaliteit.) Deugdzaamheid kan gezien worden als de werkvloer van een geest die zich in de goede richting ontwikkelt. Het is zoals een boer die zijn land bewerkt voor het verkrijgen van een goede oogst.

Langzaam maar zeker ontstaat er een steeds dieper begrip dat deugdzaamheid niet voort kan komen uit een bezoedelde en verwarde geest, maar dat het een vereiste is om helderheid van geest te hebben. Pas als de ondergrond goed voorbereid is, kan men winst boeken in de training van concentratie, de derde groep van het Achtvoudige Pad. Door de training in concentratie is de geest minder snel afgeleid en komt hij meer tot heelheid (wasdom) zodat de aandacht beter bij een object gehouden kan worden.

Concentratie leidt tot wijsheid en wijsheid leidt tot bevrijding

Doordat de aandacht beter bij een object gehouden kan worden, komt er een dieper inzicht in de ware aard van dingen. Hoewel de eerste groep van wijsheid in het begin de functie had om iemand tot training aan te zetten, krijgt zij nu een veel diepere betekenis: de drie karakters van het bestaan (ti lakkhana) worden nu duidelijker gezien en begrepen, daardoor ook de Vier Edele Waarheden (cattari ariya sacca) en de vijf aggregaten van hechten (pa˝ca upadana kkhandha). Deze ware wijsheid (samma pa˝˝a) is uiteindelijk de bevrijdende factor omdat hierin de dingen worden gezien zoals zij werkelijk zijn. Een vaak geciteerde uitspraak van de Boeddha luidt als volgt:

"De ge´nstrueerde edele leerling, monniken, die het zo ziet, hunkert niet naar materiŰle vorm, gevoel, waarneming, mentale factoren en bewustzijn[1]. Door hartstochtloosheid is hij onthecht, door onthechting is hij bevrijd; in bevrijding ontstaat het besef dat hij bevrijd is, en hij begrijpt: 'Geboorte is vernietigd, het heilige leven is geleefd (magga brahmacariya), wat gedaan moest worden is gedaan (katam karniyam), er komt niets meer tot elke staat van bestaan (naparam itthattaya)[2].'"

DE GROEP VAN WIJSHEID

1. Juist begrip

"En wat, monniken, is juist begrip (samma ditthi)? Begrijpen wat lijden is; begrijpen wat de oorzaak van lijden is; begrijpen wat het ophouden van lijden is; begrijpen wat het pad is dat leidt naar de opheffing van lijden. Dit is juist begrip." (D22)

Recht, zuiver of juist begrip is de ruggengraat van het boeddhisme omdat zonder begrip de overige fases van het Achtvoudige Pad niet ontwikkeld kunnen worden. In de Leer van de Boeddha wordt juist begrip als volgt omschreven:

  1. Begrijpen wat lijden is (dukkhe ˝ana).
  2. De oorzaak van lijden begrijpen (dukkhasamudaye ˝ana).
  3. De opheffing van lijden begrijpen (dukkhanirodhe ˝ana).
  4. Het pad begrijpen dat leidt naar de opheffing van lijden (dukkhanirodhagamini patipadaya ˝ana).

Juist begrip (samma ditthi) is een helder begrip van de ware aard van het bestaan dat drie hoofdkenmerken heeft (ti lakkhana)

  1. Vergankelijkheid, onbestendigheid of tijdelijkheid (aniccata). Alles stroomt en is in een voortdurend veranderende toestand.
  2. Onbevredigend, lijden (dukkha). Er is geen enkel fenomeen waar echte bevrediging in gevonden kan worden, want wßt het ook is waar we ons aan vastklampen, uiteindelijk zullen we moeten lijden door het vergankelijke aspect dat in de ware aard van alle dingen verscholen ligt. Dat is de hoofdoorzaak van alle frustraties, conflicten en lijden. Je ergens aan vastklampen is vragen om problemen, wat het ook is.
  3. Alles is instabiel, onwezenlijk en zonder enige vaste kern, ego-loos, veranderlijk, zelf-loos (anatta). Er is niets dat op zichzelf kan bestaan. In vele religies wordt gezocht naar of spreekt men over een 'zelf' of een 'ziel' maar de Boeddha onderwijst dat zoiets niet bestaat. Dit betekent echter niet dat er voor een boeddhist geen doel is. Het doel is Nibbana, het ongeconditioneerde, het ongeschapene, het ongewordene. Dat betekent ook niet dat Nibbana niets is, maar het is niet afkomstig van iets, anders zou het niet het ongeconditioneerde zijn.

Als je deze drie karakters van het bestaan goed ziet, kunnen de vijf aggregaten die het gehele bestaan omvatten (pa˝ca kkhandha) volledig begrepen worden. Pas dan is het mogelijk de Vier Edele Waarheden (cattari ariya sacca) volkomen te doorgronden omdat het licht van inzicht in de drie karakters een alles doordringend licht werpt op de essentie van het gehele bestaan en de Vier Edele Waarheden hetgeen essentieel is. Het zijn universele waarheden. Voordat je de Edele Waarheden helemaal goed begrijpt, moet je eerst door lagere niveaus van inzicht heen.

Wanneer het eerste stadium van juist begrip (samma ditthi) verworven is, ziet men duidelijk in dat goede handelingen goede gevolgen hebben, en dat slechte handelingen slechte gevolgen hebben. Dit is de wet van kamma zien. Wie dat niet ziet, zal zich niet inspannen om slechte dingen te vermijden en goede dingen te ontwikkelen. Daartegenover zal iemand met een dieper inzicht moeite doen om zoveel mogelijk het goede te doen. De Dhammapada geeft dat ondubbelzinnig weer:

"Haast je het goede te doen en weerhoud het denken van het kwade; als iemand traag is in het doen van het goede dan schept het denken nog genoegen in het kwade."

Maar wie voor een groot gedeelte vrij is van begeerte, zinnelijk verlangen, zal zichzelf aansporen tot een deugdzaam leven. Zo is het eerste licht, de eerste fase van juist begrip, een aanzet voor de praktische training in moreel gedrag, de tweede divisie van het pad. Of je de wet van kamma duidelijk voor je ziet is deels afhankelijk van je visie maar tevens van je ervaringen in deugdzaamheid. Wie geen ervaring in deugdzaamheid heeft, weet ook niet hoe de vruchten smaken. Eigen ervaring is altijd nodig om dingen in hun kern te begrijpen. In de tweede fase, wanneer een radicale aanvang is gemaakt met het cultiveren van het gehele pad, zal juist begrip van een veel dieper niveau zijn dan in de eerste fase, en op het hoogste niveau is er een helder begrip van de Vier Edele Waarheden (cattari ariya sacca).

Zie ook

2. Juiste gedachten

"En wat, monniken, zijn juiste gedachten (samma sankappa)? Gedachten die vrij zijn van wellust; gedachten die vrij zijn van kwade wil; gedachten die vrij zijn van kwelzucht. Dit zijn juiste gedachten." (D22)

Juiste gedachten is drievoudig:

  1. Gedachten van het verzaken van zelfzucht (nekkhamma sankappa).
  2. Gedachten van welwillendheid, liefdevolle vriendelijkheid (avyapada sankappa).
  3. Gedachten van geweldloosheid, harmonie of mededogen (avihimsa sankappa).

De tegenstellingen van juiste gedachten zijn:

  1. Gedachten van zintuiglijke verlangens (kama sankappa).
  2. Gedachten van kwade wil (vyapada sankappa).
  3. Gedachten van gewelddadigheid, kwelzucht (vihimsa sankappa).

Het woord 'sankappa' betekent letterlijk 'gedachten' en daarom wordt juist dit woord dan ook vaker in de boeddhistische literatuur gebruikt dan 'intenties'. Echter, het cultiveren van de juiste gedachten heeft de functie om de juiste intenties te ontwikkelen. Het is misschien niet zo moeilijk jezelf voor te stellen, dat wanneer iemand bezeten is van zelfzuchtige gedachten, hij onvriendelijker en gewelddadiger in het leven staat. Begeerte, zelfzuchtigheid, zinnelijk verlangen, is diep verweven met onwetendheid, een gebrek aan juist begrip omdat de 'voeder' haat is (een gevoel); wanneer je erg boos bent, is er geen echt begrip maar onverstand, je kunt niet goed nadenken. Iemand met een zelfzuchtig karakter, hecht geen waarde aan een moreel leven omdat de prioriteit ligt bij bezit, status, macht, uiterlijkheden, etc. Het vastklampen aan eigen meningen, hetgeen de geest vernauwt tot slechts de eigen wereld, speelt daarin een vooraanstaande rol. Niets ontziend gaat zo'n persoon door dik en door dun om zich in allerlei dingen te bevredigen. Juist spreken, juist handelen en een juiste wijze van levensonderhoud is voor zulke mensen van geen betekenis. Hier ontbreekt liefdevolle vriendelijkheid en een mededogend hart. Voor hebberige mensen is het onmogelijk om ten alle tijden vriendelijk te blijven.

Door zelfzucht gedreven, worden mensen nietsontziende immorele wezens die zich nergens voor schamen of terugdeinzen. Wanneer hebzuchtige mensen iets niet kunnen krijgen of iets verliezen wat ze wilden hebben, worden ze boos, ontsteken ze in razernij. Deze sferen van hebzucht zijn de wortels, de voeders van eindeloze haat. En wanneer de hebzucht diep zit, steekt het meedogenloze daarmee tegelijkertijd de kop op. Op die wijze leveren zelfzuchtige gedachten steeds brandstof voor de overige twee slechte gedachten en vormen zij een bron van lijden voor degene die ze in stand houd.

Tegengesteld aan de verkeerde gedachten, zal iemand die zich oefent in het verzaken van zelfzuchtigheid, niet kwaad worden als hij iets niet kan krijgen. Omdat er tevredenheid is, is er verdraagzaamheid en tolerantie. Deze mens hecht meer waarde aan moraliteit omdat er juist begrip is (eerste factor) omtrent handelingen en gevolgen. Alleen een hart vol mededogen (karuna) voor alle levende wezens kan dat werkelijk zien en begrijpen. Het is een hart dat niet door zelfzucht gefixeerd is op zichzelf waardoor kloven gecreŰerd worden; dit hart is er een dat het geheel kan overzien en rekening houdt met anderen en tegelijkertijd ook voor zichzelf kan opkomen. En een mens met zo'n hart heeft niet de intenties om zoveel mogelijk te bezitten, en is niet op jacht naar titels, eer en macht, meningen en opvattingen. Een waarlijk lief mens is vol goedheid en vanwege een diep zittend mededogen kan hij goedheid niet alleen voor zichzelf houden. Als een bloem opengaat, is dat in de omgeving te ruiken. Daarom is zijn leven gevuld met goedheid en ware universele liefdevolle vriendelijkheid (metta). Deze mens buit niemand uit want hij zuigt niet, maar straalt van lieflijkheid en maakt de ruwste harten onder wezens zacht en zijn innige wens is constant: "Dat alle wezens gelukkig en vrij van lijden mogen zijn!"

Zo zien we dat iemand met de juiste gedachten heel andere intenties heeft, dan iemand met onzuivere gedachten, en dat is nu precies de bedoeling van het cultiveren van juiste gedachten. Juiste gedachten, juiste intenties. Het begrijpen wat de functie van juiste gedachten is, zorgt niet alleen voor een besef waarvoor je dit alles doet, maar maakt de training tevens zo zinvol en onvermijdelijk zegenrijk.

In de toespraak over de 'twee soorten gedachten' (Dvedhavitakka Sutta, M019) heeft de Boeddha in detail uitgelegd hoe hij vˇˇr zijn verlichting die tweevoudige gedachten ervoer. Gedachten van zintuiglijke verlangens (kama sankappa), kwade wil (vyapada sankappa) en kwelzucht (vihimsa sankappa) plaatste hij in ÚÚn categorie, terwijl hij gedachten van verzaking (nekkhamma sankappa), welwillendheid/liefdevolle vriendelijkheid (avyapada sankappa/metta en mededogen (karuna) in een andere categorie plaatste. Wanneer gedachten van zinnelijke verlangens, kwade wil, en kwelzucht in hem opwelden, wist hij dat hij daar zichzelf en anderen mee pijnigde; dat zij intu´tieve wijsheid zouden blokkeren; pijn veroorzaakten, en niet naar Nibbana leiden. Zo bespiegelde hij zijn gedachten en bleef doorvechten om zichzelf van dergelijke gedachten te bevrijden. Wanneer gedachten van verzaking, liefdevolle vriendelijkheid, en mededogen in hem opwelden, wist hij dat hij daar noch zichzelf, noch anderen mee pijnigde; dat zij intu´tieve wijsheid zouden ontwikkelen; geen pijn veroorzaakten bij zichzelf en anderen, en naar Nibbana leiden.

Wanneer iemands geest bezeten is van begeerte, boosheid en kwelzucht, is het erg moeilijk om inzicht te krijgen in de dingen zoals zij werkelijk zijn (dhamma). Toch betekent de verwijdering van deze verderfelijke gedachten die over de geest heersen niet, dat je op een geforceerde manier te werk moet gaan. Het belangrijkst is om te leren dergelijke gedachten scherp te observeren; zien hoe ze opkomen, hoe ze verdwijnen, en hoe ze de geest overmannen. Je moet hun aard aandachtig bestuderen. Als iemand constant de geest toestaat verderfelijke gedachten toe te laten en niet probeert hen onder controle te krijgen, zullen ze in kracht toenemen zodat zij over de geest gaan heersen. Maar als iemand werkelijk bereid is om slechte gedachten te verwijderen, zal hij proberen om goede gedachten gestaag te ontwikkelen die de slechte gedachten tegengaan. Zo wordt de geest gezuiverd en kalm gemaakt. Op deze manier zal intu´tieve wijsheid stromen, want een liefdevolle geest is niet opstandig en gesloten, maar kan alles openlijk verwelkomen zodat hij om kan gaan met alles dat zijn pad kruist.

Het is interessant om hier te zien hoe de verwijdering van de drie hoofdoorzaken van al het kwaad (mula), namelijk begeerte (lobha), haat (dosa), en onwetendheid (moha), afhankelijk is van juist begrip en juiste gedachten, de eerste twee factoren van het pad. Begoocheling, hetgeen een ander woord is voor onwetendheid, wordt teniet gedaan door juist begrip (eerste factor van het pad). Begeerte en haat worden verwijderd door de juiste gedachten (tweede factor van het pad). Deze eerste twee factoren -- juist begrip en juiste gedachten -- ondersteunen beiden weer de overige factoren van het Pad. De ene factor ontwikkelen zonder de andere factoren te ontwikkelen is niet mogelijk.

Om de hoogste waarheid te kunnen bevatten is het absoluut noodzakelijk dat iemand vrij is van zinnelijk verlangen. We zien dus dat juiste gedachten, juist begrip voortbrengt. Deze zijn onderling afhankelijk van elkaar en brengen ware wijsheid voort (samma pa˝˝a). Daarom vormen deze twee factoren de groep van wijsheid (pa˝˝a).

Zie ook

DE GROEP VAN MORALITEIT

3. Juiste spraak

"En wat, monniken, is juiste spraak (samma vaca)? Onthouding van het vertellen van leugens; onthouding van het spreken van lasterende taal; onthouding van het spreken van harde woorden; onthouding van onzinnig gepraat. Dit is juiste spraak." (D22)

Juiste spraak is viervoudig:

  1. Onthouding van het vertellen van leugens (musavada veramani).
  2. Onthouding van het spreken van lasterende taal (pisunaya vacaya veramani).
  3. Onthouding van het spreken van harde woorden (pharusaya vacaya veramani).
  4. Onthouding van onzinnig gepraat (samphappalapa veramani).

Onthouding van het vertellen van leugens

De bepalende factor achter een leugen is de intentie om te bedriegen. Iemand die oprecht is spreekt altijd de waarheid. Hij wijkt niet voor de waarheid om te winnen in reputatie of voor welk ander belang dan ook voor zichzelf of dat van anderen. Echter, als iemand onwaarheid spreekt, maar niet beter weet dan dat het de waarheid is, is dat geen overtreding omdat de 'intentie' afwezig is. Iemand die de waarheid spreekt lijkt vaak streng, maar er is maar ÚÚn waarheid, geen tweede. "De Boeddha zei niet de ene dag iets, en de andere dag het tegenovergestelde[3]." Hij sprak nooit dubbelzinnig of geheimzinnig, maar was als een open boek zonder iets te verbergen, noch draaide hij om dingen heen.

Onthouding van het spreken van lasterende taal

Het Pali woord 'pisunaya', betekent letterlijk: 'beŰindiging van vriendschap'. Lasterende taal of het klikken over anderen, heeft de bedoeling om vijandschap en tweedracht te zaaien. Het motief hierachter is aversie of wrok over het succes van een rivaal, de intentie om iemands goede naam te schaden in beschimpende en leugenachtige zin. Het kan ook in dit licht gezien worden: de wrede bedoeling hebben om iemand pijn te doen of een ziekelijke vreugde hebben wanneer vriendschap tussen bepaalde mensen verbroken wordt. Lasterende taal is ÚÚn van de meest erge morele overtredingen en leidt tot wedergeboorte in een zeer lage wereld. Het tegenovergestelde van lasterende spraak, is spraak die vriendschap en harmonie bevordert.

Onthouding van het spreken van harde woorden

Ruwe, wrede, harde woorden zijn woorden die in boosaardigheid gesproken worden met de intentie om de toehoorder pijn te doen. Zulke spraak kan zich in verschillende manieren aanwenden:

  1. Scheldwoorden of grove woorden: een uitbrander geven, beschimpen, of iemand berispen met bittere woorden.
  2. Beledigende of honende spraak: iemand pijn doen door hem op een aanvallende toon toe te spreken waardoor zijn waardigheid ernstig aangetast wordt. Iemand smadelijk bejegenen.
  3. Sarcastische spraak. Bittere, bijtende spot. Iemand toespreken op een manier die zich ogenschijnlijk voordoet als lofspraak, maar met zulk een toon van lofprijzing dat de onderliggende intentie duidelijk wordt en bij de toehoorder pijn veroorzaakt. Een dubbelzinnige en niet gemeende lofspraak.

De hoofdoorzaak van harde taal is aversie dat opkomt in de vorm van kwade wil. Het tegengif is tolerantie. Het leren tolereren van blaam en ongegronde kritiek van anderen en te sympathiseren met de tekortkomingen van dergelijke individuen, het respecteren van verschillende gedachtengangen en beledigende taal te verdragen zonder wrokgevoelens. Soms is het echter wel eens nodig om mensen wat harder met de waarheid te confronteren, hen wegens noodzakelijke omstandigheden ernstig aan te spreken, maar dat is geen immoreel gedrag zolang de spraak niet met verkeerde intenties gesproken wordt. Het gaat steeds over de intentie achter de handeling. Dat is kamma, en dat bepaald of er pijnlijke of vreugdevolle gevolgen uit voort zullen komen.

Onthouding van onzinnig gepraat

Dom geklets is onnozele of doelloze praat zonder diepgang. Zulk gepraat heeft totaal niets van waarde en doet enkel en alleen maar de bezoedelingen (kilesa) in de eigen geest en in die van anderen aanwakkeren. Mensen die babbelziek zijn richten op allerlei fronten veel schade aan. De Boeddha adviseerde dat onnozel gepraat ingedamd moet worden en spraak zoveel mogelijk bepaald moet worden door wat echt belangrijk is. Toen de Boeddha vernam dat de monniken in het klooster met elkaar in gesprek waren verwikkeld over wie de rijkste en machtigste koning van het land was, zei hij dat een verstandige monnik twee dingen doet voor wat betreft de spraak: over de Dhamma spreken of zwijgen. De teksten verwijzen in feiten alleen naar het vermijden van onnozele praat met betrekking tot de persoon zelf. Maar toch kan het een waardevolle tip zijn om deze factor van het pad, in het licht van deze tijd een tendens mÚÚr mee te geven. Denk eens aan de radio, televisie, kranten en dergelijke die een continue stroom van vaak nodeloze informatie uitstoten. De ontwikkeling van communicatie systemen is zonder enige twijfel bijzonder belangrijk, maar het onzinnige gekrakeel dat die ontwikkeling met zich meebrengt, veroorzaakt een erg oppervlakkige geest bij mensen die zich continu met dergelijke onzin inlaten of geen goed gebruik van deze ontwikkelingen kunnen maken. Al deze ontwikkelingen, deze 'vooruitgang' bedreigen de spirituele sensitiviteit en verdoven ons in de hogere roep naar het contemplatieve leven wanneer hier onverstandig mee omgegaan wordt.

4. Juist handelen

"En wat, monniken, is juist handelen (samma kammanta)? Onthouding van doden; van het nemen wat niet gegeven is; van seksueel wangedrag. Dit is juist handelen." (D22)

Juist handelen betekent hier onthouding van onheilzame daden via het lichaam. De Boeddha bedoeld hier drie componenten van juist handelen:

  1. Onthouding van doden (panatipata veramani).
  2. Onthouding van nemen wat niet gegeven is (adinnadana veramani).
  3. Onthouding van seksueel wangedrag (kamesu micchacara veramani).

Verder is het ook belangrijk dat elke lichamelijke handeling zo goed mogelijk uitgevoerd wordt om de correctheid van de bewegingen van het lichaam (dus het algehele gedrag) te bevorderen. Zuivere, kundige handelingen, is wijsheid in beweging. Wijsheid die zich manifesteert.

Onthouding van doden

Onthouding van doden heeft in het boeddhisme een veel bredere betekenis dan slechts het niet doden van andere mensen. Deze morele regel duidt op de onthouding van doden van elk voelend wezen (pani satta). Een voelend wezen is een levend wezen dat begiftigd is met bewustzijn -- menselijke wezens Ún dieren. De grootte doet er niet toe. Hoewel planten in enige mate sensitiviteit vertonen, hebben zij geen 'volledig' bewustzijn in de zin van dieren en mensen en vallen daarom niet in deze categorie. Het principe van zich onthouden van doden, is gegrondvest in het feit dat elk voelend wezen het leven lief heeft en de dood vreest. Allen zoeken geluk en hebben een afkeer tot pijn.

Onthouding van nemen wat niet gegeven is

Het nemen wat niet gegeven is, betekent: met een diefachtige intentie dingen toe-eigenen die aan anderen toebehoren. Als je een juweel vindt en het toeeigent, is het nog geen overschrijding vanwege het feit dat het niet gegeven is. Het is wÚl een overschrijding als het juweel van iemand anders is en je daar van op de hoogte bent. Je kunt dan misschien wel het standpunt omhoog houden dat je niet wist of het van iemand was, maar de wet van kamma houdt geen rekening met je excuses. Als iets voor iemand achtergehouden wordt terwijl hij daar recht op heeft, is ook dat een overschrijding. De teksten geven verschillende manieren weer waarop diefstal begaan wordt. Een paar van de meest gebruikelijke:

  1. Stelen. In het geheim goederen van anderen nemen zoals inbreken, zakkenrollen, etc.
  2. Roof. Openlijk nemen wat aan anderen toebehoord door geweld of onder dreigementen.
  3. Graaien. Het plotseling wegnemen van iemands bezit voordat hij de tijd heeft zich te verweren.
  4. Frauduleus. Het in bezit nemen van een ander z'n bezittingen door deze op een valse manier te claimen.
  5. Bedrog. Valse gewichten en maten gebruiken om klanten te bedriegen.

Hebzucht is meestal de meest vooraanstaande oorzaak van stelen, maar het kan ook haat zijn met de intentie anderen te kwellen. De positieve tegenhanger van stelen is eerlijkheid, hetgeen respect impliceert voor de bezittingen van anderen. Een ander samenhangende deugd is tevredenheid (appicchata) met de eigen bezittingen. Maar de meest verheven deugd als tegenhanger van stelen, is vrijgevigheid (dana); het weggeven van je eigen bezittingen om anderen te bevoordelen.

Onthouding van seksueel wangedrag

"Hij vermijdt seksueel wangedrag en onthoudt zich ervan. Hij heeft geen geslachtsgemeenschap met personen die nog onder de bescherming zijn van vader, moeder, zuster of verwanten, noch met getrouwde vrouwen, noch met vrouwelijke gevangenen, en ten laatste, noch met verloofde meisjes." (A10-176)

Bovenstaande woorden van de Boeddha verwijzen naar de man, maar latere verhandelingen verwijzen naar beide geslachten. De bedoeling van deze regel vanuit ethisch standpunt gezien, is om echtelijke relaties van verstoringen van buitenaf te beschermen en de betrouwbaarheid in de echtelijke verbindingen te promoten. Vanuit spiritueel standpunt gezien helpt het de neiging van uitdijende seksuele begeerten in te perken. Aldus leidt deze regel een mens dichter tot verzaking waar het de vervolmaking bereikt omtrent de celibataire staat (brahmacariya) die de monnik en de non op zich genomen hebben. Voor lekenvolgelingen houdt de regel in, dat zij zich dienen te onthouden van onwettige seksuele relaties. Een wettige relatie is niet enkel een relatie die de landelijke wet 'wettelijk' maakt, maar behelst ook een relatie tussen mensen die duidelijk partner van elkaar zijn. Het 'boterbriefje' heeft in morele zin geen beduidende betekenis. Uiteraard zijn alle vormen van seksueel misbruik en seksueel geweld en het afdwingen van seksualiteit een ernstige overschrijding. In zo'n geval begaat het slachtoffer geen verkeerde daad, maar de dader omdat deze de wilshandeling activeert, dus de intentie heeft.

Man en vrouw moeten elkaar trouw zijn en aan elkaar toegewijd zijn en tevreden zijn met hun eigen relatie. Het essentiŰle doel in deze regel is, om seksuele relaties met anderen te voorkomen omdat je er je partner en de partner van een ander veel pijn mee doet. Wanneer volwassen onafhankelijke mensen, die geen partner hebben en in een seksuele relatie betrokken raken met iemand die eveneens geen partner heeft en dat vrijwillig toestaat, dan is er geen inbreuk op deze regel, zolang er geen personen gekwetst worden.

Ingewijde monniken en nonnen, met inbegrip van mannen en vrouwen die de acht of tien regels op zich genomen hebben, worden geacht een celibatair leven in acht te nemen, tenminste gedurende hun beloften. Zij moeten zich niet alleen van seksueel wangedrag onthouden, maar van elke seksuele betrokkenheid.

5. Juiste wijze van levensonderhoud

"En wat, monniken, is de juiste wijze van levensonderhoud (samma ajiva)? Wanneer de edele leerling een verkeerde wijze van levensonderhoud vermijdt, en zich voorziet in zijn levensonderhoud op een juiste wijze. Dit is de juiste wijze van levensonderhoud." (D22)

Juiste wijze van levensonderhoud heeft betrekking op in een rechtvaardige wijze voorzien van je levensonderhoud. De Boeddha onderwijst voor de lekenvolgeling, dat weelde in bepaalde maatstaven verworven dient te worden.

"Hij moet het alleen legaal verkrijgen, en niet illegaal; hij moet het vredig verkrijgen, zonder dwang of geweld; hij moet het eerlijk verkrijgen, niet door bedotterij of bedrog; en hij moet het verkrijgen op een wijze die geen pijn of lijden veroorzaakt voor anderen." (A04-62; A05-41; A08-54)

De Boeddha verwijst naar vijf specifieke manieren van levensonderhoud die bij anderen pijn veroorzaken en daarom vermeden moeten worden. Door het opgeven van de verkeerde wijze van levensonderhoud, voorziet iemand zich in de juiste wijze van levensonderhoud (miccha ajivam pahaya samma ajivena jivitam kapetti):

  1. Geen handel in wapens.
  2. Geen handel in slaven en prostitutie.
  3. Geen handel in levende wezens voor vleesproductie en slachterij of elke andere handel in wezens.
  4. Geen handel in vergif.
  5. Geen handel in bedwelmende middelen.

Verder noemt hij nog verscheidene andere manieren waarin op oneerlijke manier weelde verworven wordt die onder een verkeerde wijze van levensonderhoud vallen: bedrog, overreding, insinuatie, waarzeggerij, laster of door woekerprijzen op te leggen. Het spreekt voor zich, dat elke bezigheid of beroep die de morele regels van juist spreken en juist handelen overschrijdt, een foutieve manier is van levensonderhoud. Handel in wapens en bedwelmende middelen bijvoorbeeld, overschrijden dan wel niet deze regels, maar richten ellende aan voor anderen. Vandaar dat deze beroepen de morele code overschrijden.

DE GROEP VAN CONCENTRATIE

6. Juiste inspanning

"En wat, monniken, is juiste inspanning (samma vayama)? 1. "Hierin[4] wekt een monnik zijn wil op om het opkomen van kwaad -- onheilzame staten -- te vermijden, hij spant zich in, wekt zijn energie op, richt zijn geest daarop en streeft daarnaar. 2. Om het kwaad -- onheilzame staten te overwinnen die reeds opgekomen zijn -- wekt hij zijn wil op, spant hij zich in, wekt zijn energie op, richt zijn geest daarop en streeft daarnaar. 3. Voor het opkomen van heilzame staten die nog niet opgekomen zijn, wekt hij zijn wil op, spant hij zich in, wekt zijn energie op, richt zijn geest daarop en streeft daarnaar. 4. Voor het handhaven van de heilzame staten die opgekomen zijn, om hen niet af te laten zwakken maar hen tot groei te brengen, tot volle wasdom en perfecte ontwikkeling -- wekt hij zijn wil op, spant hij zich in, wekt zijn energie op, richt zijn geest daarop en streeft daarnaar: dit is juiste inspanning." (D22)

Juiste inspanning bestaat uit vier principes. Met 1 en 2 worden in hoofdzaak de vijf hindernissen (pa˝ca nivarana) bedoeld. Met 3 en 4 worden de zeven factoren van verlichting (bojjhanga) bedoeld.

  1. Slechte gedachten en heilloze (akusala) zaken die nog niet opgekomen zijn vermijden (samvara padhana).
  2. Het overwinnen van slechte gedachten en heilloze zaken die reeds opgekomen zijn (pahana padhana).
  3. Het opwekken en ontwikkelen van heilzame (kusala) zaken en goede gedachten die nog niet opgekomen zijn (bhavana padhana).
  4. Hoewel de te ontwikkelen heilzame zaken en goede gedachten in verscheidene groepen samengevat kan worden, legt de Boeddha speciaal de nadruk op de zeven factoren van verlichting (bojjhanga).
  5. Het in stand houden van heilzame zaken en goede gedachten die reeds opgekomen zijn (anurakkana padhana).

Zie ook

7. Juiste indachtigheid

"En wat, monniken, is juiste indachtigheid (samma sati)? 1. Hierin verblijft een monnik en beoefent hij de indachtigheid van het lichaam met betrekking tot het lichaam; 2. hij beoefent de indachtigheid van gevoel met betrekking tot gevoelens; 3. hij beoefent de indachtigheid van de geest met betrekking tot de geest; 4. hij beoefent de indachtigheid van mentale objecten met betrekking tot mentale objecten. Hij doet dat vol ijver, helder begrijpend en oplettend, en overwint de begeerte en smart omtrent de wereld: dit is juiste indachtigheid." (D22)

De vier fundamenten van indachtigheid vormen de bases van de ontwikkeling van inzicht (vipassana bhavana).

  1. Indachtigheid van het lichaam (kaya nupassana).
  2. Indachtigheid van gevoelens (vedana nupassana).
  3. Indachtigheid van de geest (citta nupassana).
  4. Indachtigheid van mentale objecten (dhamma nupassana). (Waarvan verderop een lijst.)

Boeddhistische meditatie is erop gericht hart en geest te zuiveren van alle storende invloeden, de zogenaamde 'onzuiverheden'. Het is een gedisciplineerd proces, dat begint met het cultiveren van positieve kwaliteiten als welwillendheid of liefdevolle vriendelijkheid (metta), mededogen (karuna) en kameraadschap, meelevende vreugde over het succes van anderen (mudita) en gelijkmoedigheid ten opzichte van de wisselvalligheden van het leven (upekkha), om zodoende het evenwicht en de kalmte of gemoedsrust te bewaren. Bij de beoefening ervan wordt contemplatie ontwikkeld in het kader van geestelijke kalmte, maar met het inzicht dat de waarheid verwezenlijkt en de weg naar volmaakte emancipatie verlicht.

De vipassana methode brengt het verkrijgen van kennis door rechtstreekse waarneming met zich mee, hetgeen zelfvertrouwen en geestelijke evenwichtigheid doet ontstaan. Er zijn zes fasen in dit proces: het cultiveren van indachtigheid, het overwinnen van smart en verdriet, het beŰindigen van lijden of het onbevredigende, het betreden van het pad, het helder bevatten van de werking van de geest. Dit wordt ook genoemd: juiste opvattingen of algeheel begrip, wat het pad naar uiteindelijke kennis zuivert, of: juiste volharding om het doel van de uiteindelijke waarheid of Nibbana te bereiken. Contemplatie en inzicht werken samen en hun groei wordt gelijktijdig bevorderd. Om aan de intenties van deze manier van meditatie te voldoen, worden de vier fundamenten van indachtigheid gebruikt. Indachtigheid of gewaarzijn van: 1. bewegingen en activiteiten van het lichaam; 2. gevoelens of zintuiglijke indrukken; 3. de geest en geestestoestanden; 4. de indachtigheid van mentale objecten.

Wat is indachtigheid (sati)? In morele zin heeft het ten eerste te maken met geweten: iemand die waakzaam is ten opzichte van al zijn gedachten en activiteiten van het lichaam, kan het doen van het goede en het vermijden van het slechte bevorderen en de geest zuiveren van alle belemmerende neigingen en invloeden. Het betekent ook oplettendheid of aandachtigheid en voorzichtigheid. Bij de beoefening van vipassana meditatie betekent indachtigheid: je volledig gewaar zijn van het huidige moment en de handeling die nu plaatsvindt. Aandachtigheid betekent de focus van het bewustzijn gericht op fysieke en mentale verschijnselen zoals ze zich voordoen. Op dezelfde manier wordt zuivere aandacht aan innerlijke waarneming gegeven, hetgeen men in acht neemt als het zien of kennen van het gevoel, de geestestoestand of het geestelijk object, maar zonder af te dwalen naar associaties over deze toestanden. Zo is indachtigheid een creatieve poging tot alertheid, concentratie en het zich realiseren van alles wat er opkomt als je mediteert.

Een nevenbetekenis is waakzaamheid ten aanzien van de bezigheden in het dagelijks leven, wat onbeperkte toepassingsmogelijkheden biedt. Indachtigheid wordt weergegeven door het gezegde uit de Dhammapada:

"Waakzaam tussen de achteloze, wakker tussen de slapenden, komt de wijze door inspanning vooruit, zoals een goed getraind paard een slecht getraind paard ver achter zich laat."

We zien dus dat indachtigheid een hoedanigheid is die ontwikkeld moet worden, niet alleen door strikte perioden van meditatie, maar ook in de sleur van het dagelijks leven. Hierna zullen we de vier fundamenten van indachtigheid eens wat nader toelichten.

Indachtigheid van het lichaam

Dit oefent men door de bewegingen van de buik op te merken die door de ademhaling veroorzaakt worden. Bij het inademen komt de buik omhoog; bij het uitademen daalt hij. Met je geest kijk je naar deze beweging en word je je van tijd tot tijd veranderingen in het ademhalingsritme gewaar. Ademhalingen kunnen diep of oppervlakkig, langzamer of sneller worden en volgen daarbij natuurlijke neigingen die op geen enkele manier be´nvloed dienen te worden. Het is belangrijk het lichaam recht en de geest alert te houden, terwijl je scherp oplet en je zo min mogelijk beweegt. Je moet gemakkelijk zitten, maar zonder achterover te leunen of te liggen, anders komt de slaap misschien tussenbeide. De handen moeten losjes in de schoot liggen en de ogen moeten gesloten zijn. Het lichaam moet in evenwicht en rechtop zijn, maar niet gespannen of stijf. Uitersten als stijfheid en slapheid moeten vermeden worden, want het boeddhisme bewandelt de weg van het midden. Aanwezigheid van geest is nu het thema en de aandacht moet op de op- en neergaande beweging van de buik rusten. Telkens wanneer de geest afdwaalt of een willekeurige gedachte volgt, moet je dat onderkennen en terugkeren naar de op- en neergaande beweging.

Om te volharden in het gewaarzijn van deze bewegingen zoals zij zich voordoen, kun je van elk stadium nota nemen door in de geest de op- en neergaande beweging steeds opmerkzaam te zijn zonder te denken "op... neer... op... neer", maar er alleen met niets anders dan helderheid naar te kijken. Je moet niet denken of in jezelf opzeggen wat je doet, maar er alleen maar passief naar kijken zodat alles wat er op dat moment is en gebeurt je volledig duidelijk wordt. Het opzeggen, het benoemen van wat er is, wordt wel dikwijls onderwezen, maar hierdoor breng je weer allerlei gedachtenprocessen op gang waardoor je 'labels' gaat plakken. De gedachtenprocessen moeten juist tot rust komen zodat we objectiever kunnen kijken. Zie de eindnoot benoemen in D22 voor meer informatie.

Indachtigheid komt neer op bij de tijd blijven. Het echte leven speelt zich niet af in het verleden of in de toekomst, maar alleen op dit moment. Bij alles wat je doet moet je leren bij de handeling te blijven, niet bij het idee of in je verbeelding. Tijdens deze oefening dien je te observeren wat langer duurt, de in- of uitademing, of welke van de twee duidelijker is, het rijzen van de buik of het dalen. Als je het niet duidelijk kunt zien, moet je zeer aandachtig blijven voor het ritmische proces van het ademhalen en je je hele lichaam gewaar blijven.

Naarmate men deze oefening onder de knie krijgt, ontspant het lichaam zich en wordt de ademhaling rustig. Je zult je heel vredig voelen en niet gestoord worden door gebeurtenissen in de geest of daarbuiten. Op zo'n moment heeft de geest geen behoefte aan noties van het zelf, ego, of de ziel. Er is geen gevoel van eigen activiteit, slechts een objectief gewaarzijn van voorbijgaande verschijnselen en de daarmee verband houdende toestanden. Nu kan men begrijpen hoe het op- en neergaan van de buik en het hele lichaam van moment tot moment plaatsvindt en weer verdwijnt. Als men zich dit realiseert, ontstaat er kennis en openbaart inzicht het licht der waarheid. Met een dergelijk gewaarzijn kun je gelukkig en onafhankelijk leven in een wereld die ingewikkeld en in verwarring is. De tot volmaaktheid gekomen mens is het mooiste wezen van al; maar ge´soleerd in zijn persoonlijkheid en ego is hij een van de slechtste. In de gewone menselijke staat is er altijd de mogelijkheid en het vermogen om volmaaktheid te bereiken, maar als de kwaliteiten die daaraan inherent zijn niet beoefend worden, kan de mens gemakkelijk tot slechtere geestelijke en lichamelijke toestanden vervallen en een gevaar voor zichzelf en voor anderen worden. Je dient te allen tijde alle lichaamsbewegingen en houdingen met opmerkzaamheid uit te voeren en goed te begrijpen wat je elk moment doet.

Bij het lopen moet je bijvoorbeeld zo gedetailleerd mogelijk aandacht schenken aan je bewegingen. Wat je in dit stadium nastreeft, is alles wat het lichaam doet goed te blijven begrijpen. Het doel hiervan is de aandacht goed te bepalen bij elke gebeurtenis die zich voordoet, maar er niet je fantasie bij te halen. EÚn ding tegelijk is essentieel; het doel gaat verloren als men tijdens een bezigheid aan iets anders denkt. Het is belangrijk de notie van een wezenlijk 'ik' in verband met deze observaties te vermijden want niemand kan bewijzen dat er een 'ik' is die handelt. Waar is die onveranderlijke blijvende ik? Die is er niet, dus alle rede om 'ik' los te laten.

Vipassana meditatie is veel objectiever dan de toevallige toeschouwer zou denken. Het idee van zelf, ego, of ik gaat bijgevolg verloren door het groeiende gewaarzijn van het 'hier en nu'. Onrustige bewegingen in lichaam en geest belemmeren je objectief gewaar te zijn zodra je je van jezelf bewust bent, wanneer je ik belangrijk wordt. Zelfbewustzijn is een hinderpaal voor waar inzicht. Bovendien is het de functie van vipassana om helder en precies duidelijk te maken dat er nergens een onveranderd zelf of onveranderlijke ziel gevonden kan worden. Alle gebeurtenissen en dingen be´nvloeden elkaar, of hebben een onderling verband. Ontstaat het een, dan ontstaat het andere ook; of, zonder dit kan er dat ˇˇk niet zijn. Of, nog anders, het ene eindigt door het andere en zou anders niet afgelopen zijn. De boeddhist ziet dit als de regels van het bestaan en het niet-bestaan. Het idee van een tijdseenheid is louter een produkt van de geest, net zoals ideeŰn als het zelf of de ziel. Zij bestaan slechts totdat de uiteindelijke waarheid gerealiseerd wordt.

Indachtigheid van gevoelens

Elk soort gevoel (vedana) dient in de geest onderkend te worden zodra het opkomt. Wanneer je een gevoel van genot krijgt bijvoorbeeld, dient het onmiddellijk beschouwd te worden als: 'Dit is een gevoel van genot.' Zo dien je ook mentaal nota te nemen van onaangename gevoelens of gevoelens van gelijkmoedigheid oftewel neutrale gevoelens. Je moet proberen naar het gevoel te kijken, min of meer als een poortwachter die ziet hoe mensen in en uit gaan. Verder moet je observeren hoe het gevoel ontstond en hoe het voorbijging. Met oefening zul je waarlijk alle gevoelens beginnen te begrijpen, totdat het gemakkelijk wordt om ze in toom te houden en ze ervan te weerhouden de geest in beroering te brengen. Pas wanneer gevoelens ongemerkt komen aansluipen, lopen we gevaar erdoor overweldigd en misschien eraan onderworpen te worden, maar zodra we ze zien zoals ze zijn, heersen ze niet meer over ons. Dit leidt tot inzicht in gevoelens met het oog van wijsheid, waardoor ware kennis ontstaat. Hoewel gevoelens bestaan, gezien het feit dat ze opkomen en verdwijnen, is er in werkelijkheid geen zelf of ego dat voelt. Je zult je gewaar worden dat het voorbijgaande gebeurtenissen zijn; dat is hun ware aard.

Indachtigheid van de geest

Wanneer de geest in een staat van begeerte verkeert, moet je je dat gewaar zijn en ook wanneer die begeerte afwezig is. Op dezelfde wijze moet je objectief opmerken wanneer de geest in een toestand van haat, begoocheling of instabiliteit is, of juist niet en (na voldoende oefening) moet je de staat van vrijheid en onvrijheid van de geest opmerken. Het opkomen en verdwijnen van gedachten, emoties en sentimenten, of enige andere staat die invloed heeft op de geest, moet zorgvuldig opgemerkt, herkend en begrepen worden wanneer hij zich voordoet. Door alle toestanden van de geest te kennen, kom je tot het begrip: 'Er zijn alleen gedachten of denkprocessen, maar er is geen aanwijzing dat er een denker bestaat. Het denken ontstaat vanwege bepaalde omstandigheden; wanneer de omstandigheden ophouden te bestaan, gebeurt dat ook met de gedachte en meer is het niet.'

Indien de geest op de juiste manier ontwikkeld wordt, brengt hij zegen en geluk tot stand, maar indien veronachtzaamd, komt hij eindeloos in moeilijkheden, want een wankele geest is zwak en ineffectief. Om deze redenen oefenen verstandige mensen hun geest zo grondig als pikeurs hun paarden. De natuurlijke toestand van de geest zou zuiver zijn indien hij niet werd vervuild door zintuiglijke indrukken. Het oefenen van indachtigheid is bedoeld om verder bederf van de geest tegen te gaan en onzuiverheden die er tot dusver ingeslopen zijn te verwijderen. De geest die waarlijk geschoond is van hinderlijke geestestoestanden is als een heldere spiegel.

Indachtigheid van mentale objecten

Indachtigheid van mentale objecten waardoor men de vier fundamenten van indachtigheid completeert, betekent het beschouwen van de gehele weg van verlichting die in de Leer van de Boeddha gegeven wordt. Om hem die mediteert te helpen inzien hoe hij naar lichaam en geest in elkaar steekt, benadrukt de Leer het bestuderen van de vijf volgende objecten van de geest; je die volledig gewaar zijn is het doel van de oefening en door ze goed te observeren en te overdenken zal je geest steeds beter de onderlinge relatie gaan begrijpen.

  1. Hindernissen: Hij weet of de vijf hindernissen (pa˝ca nivarana) in hem aanwezig of afwezig zijn; hij begrijpt hoe ze opkomen en hij begrijpt hoe ze te overwinnen zijn indien ze opgekomen zijn. Ook weet hij hoe ze in de toekomst niet meer opkomen. Elk van de vijf hindernissen wordt in deze oefening aanschouwd.
  2. Groepen van hechten: Hij kent de aard van de vijf groepen van hechten (pa˝ca upadana kkhandha) oftewel de vijf groepen van het bestaan. Hij weet hoe ze opkomen en hoe ze weer verdwijnen en hij ziet ze als zijnde ledig, instabiel en zonder werkelijkheidswaarde.
  3. Zintuigbases: Hij kent de 12 bases van elke mentale activiteit (ayatana): het oog en een beeld, het oor en een geluid, de neus en een geur, de tong en een smaak, het lichaam en tastbare dingen, de geest en mentale objecten. Hij begrijpt de banden (sa˝˝ojana) die afhankelijk van de innerlijke zintuigbases (oog, oor, etc.) en de externe zintuigbases (beeld, geluid, etc.) ontstaan; hij begrijpt hoe een band tot stand komt en hij begrijpt hoe die overwonnen wordt en dan in de toekomst niet meer tot stand komt.
  4. Factoren van verlichting: Hij weet wanneer een factor van verlichting (bojjhanga) aanwezig is of wanneer die afwezig is; hij weet hoe hij de factoren moet ontwikkelen als ze niet aanwezig zijn en wanneer ze wel aanwezig zijn, dan weet hij hoe deze verder ontwikkeld moeten worden.
  5. Vier Edele Waarheden: Verder begrijpt hij elk van de Vier Edele Waarheden (cattari ariya sacca). "Hierin, monniken, begrijpt een monnik overeenkomstig met de realiteit: 1. 'Dit is lijden' (dukkha); en hij begrijpt overeenkomstig met de realiteit: 2. 'Dit is de oorzaak van lijden' (samudaya); en hij begrijpt overeenkomstig met de realiteit: 3. 'Dit is de opheffing van lijden' (nirodha); en hij begrijpt overeenkomstig met de realiteit: 4. 'Dit is het pad dat leidt tot opheffing van lijden' (magga)."

Zie ook

8. Juiste concentratie

"En wat, monniken, is juiste concentratie (samma samadhi)? Hierin gaat en verblijft een monnik, vrij van zintuiglijke dingen, vrij van karmisch onheilzame zaken, in de eerste meditatieve verdieping, die gepaard gaat met gedachteconceptie (vitakka)[5] en redenerend denken (vicara)[6] en die vervuld is van vreugde (piti) en geluk (sukha), geboren uit onthechting (viveka)."

"Dan, met het afnemen van gedachteconceptie (vitakka) en redenerend denken (vicara) [7], door het verkrijgen van innerlijke kalmte (passaddhi) en geestelijke eenheid (ekaggata), gaat en verblijft hij in de tweede meditatieve verdieping, die vrij is van gedachteconceptie en redenerend denken, maar vervuld is van vreugde (piti) en geluk (sukha), geboren uit onthechting."

"Met het verdwijnen van vreugde (piti), verblijft hij in gelijkmoedigheid (upekkha), indachtig (sati) en helder van begrip (samma pa˝˝a); en hij ervaart in eigen persoon die zegen waarvan de edelen van geest zeggen: 'Gelukkig leeft hij, die gelijkmoedig en indachtig is.' Aldus gaat en verblijft hij in de derde meditatieve verdieping."

"Na het opgeven van geluk (sukha) en pijn (dukkha), en met de hieraan voorafgaande verdwijning van vreugde (piti) en smart (domanassa), gaat en verblijft hij in de vierde meditatieve verdieping die noch geluk noch pijn kent, maar zuiverheid van indachtigheid vanwege gelijkmoedigheid (upekkha). Dit, monniken, is juiste concentratie[8]." (D22)

In de boeddhistische literatuur wordt voornamelijk gesproken over vier niveaus die de zuiverheid van bewustzijn aanduiden. Deze niveaus heten 'meditatieve verdiepingen' oftewel 'jhana's' en behelzen de fijnstoffelijke sfeer (rupavacara). Nß deze sferen zijn er nog vier jhana's die de onstoffelijke sfeer (arupavacara) behelzen, maar omdat deze zo subtiel zijn, verwijzen de teksten voornamelijk naar de eerste vier jhana's. Hoe subtieler het hechten -- hoe subtieler de sfeer waarin men leeft -- hoe dichter bij Nibbana, de ongeconditioneerde staat van de geest.

De vier jhana's oftwel meditatieve verdiepingen waar voornamelijk naar verwezen wordt, zijn:

  1. 1e Meditatieve verdieping (pathamajjhana).
  2. 2e Meditatieve verdieping (dutiyajjhana).
  3. 3e Meditatieve verdieping (tatiyajjhana).
  4. 4e Meditatieve verdieping (catutthajjhana).

In de drievoudige divisie van het Achtvoudige Pad (moraliteit, concentratie en wijsheid), is concentratie een collectieve naam voor de drie laatste factoren van het pad (juiste inspanning, juiste indachtigheid en juiste concentratie).

Juiste concentratie is de laatste factor van het Edel Achtvoudige Pad, hetgeen gebaseerd is op eenheid (of heelheid) van het bewustzijn, en voortgebracht wordt door kalmte meditatie (samatha bhavana) of ontwikkeling van inzicht (vipassana bhavana). Concentratie wordt niet in ÚÚn keer verkregen maar wordt in opeenvolgende fases ontwikkeld. Door een betere concentratie verwerven we een zuiverder bewustzijn waardoor we minder verdeeld zullen zijn. Langzaam aan ontstaat er eenheid van geest hetgeen neerkomt op 'totaal gewaarzijn'. Dit totale gewaarzijn -- dit totaal zien -- is de betekenis van eenheid van geest, en dat is de functie van bewustzijn. Zoals gezegd wordt in de Leer voornamelijk gesproken over vier meditatieve verdiepingen (jhana's), die verband houden met de zuiverheid van het bewustzijn. Jhana is niet een toestand van trance of zelfhypnose zoals sommigen het vertalen, want trance en zelfhypnose moet juist vermeden worden omdat er in trance en in zelfhypnose geen helder gewaarzijn kan zijn omtrent de ware aard van dingen.

Concentratie heeft als functie de geest te ordenen, tot eenheid te brengen, en alle fysieke en mentale aspecten te doordringen en te begrijpen. Maar alleen concentratie kan nog geen bevrijding teweeg brengen. Concentratie (samadhi), of 'eenpuntige gerichtheid' heeft een 'voorbereidende functie', namelijk om de geest tot eenheid te brengen. Wanneer die eenheid van geest verworven is, is er geen spraken meer van 'iemand die zich concentreert'; concentratie heeft dan zijn functie gedaan.

Opmerking

Zie ook

 

En de Meester sprak:

"Dit, monniken, is de Edele Waarheid van het Pad dat leidt naar de Opheffing van Lijden."

De ontwikkeling van wijsheid

De samenwerkende factoren van het pad

Hoewel juiste concentratie de laatste plaats omtrent de factoren van het Edele Achtvoudige Pad inneemt, markeert het niet het hoogtepunt van het pad. Het verkrijgen van concentratie maakt de geest kalm en evenwichtig, verenigd zijn samenwerking, opent onmetelijke velden van zegening, sereniteit, en kracht. Maar dit alleen is niet voldoende om de hoogste volmaaktheid te bereiken, de bevrijding van de banden van lijden. Om het einde van lijden te bereiken, is het een vereiste om het Achtvoudig Pad om te zetten in een instrument van ontdekking, dat gebruikt wordt om de inzichten op te wekken die de absolute waarheid van dingen blootlegt. Dit vereist de gecombineerde ondersteuning van alle acht factoren, en aldus een nieuwe beweging van juist begrip en juiste intenties. Tot aan dit punt hebben de eerste twee factoren van het pad slechts een inleidende functie vervuld. Nu moeten zij wederom opgenomen en ontwikkeld worden tot een hoger niveau. Juist begrip wordt een direct inzicht hebben in de ware aard van verschijningsvormen, dat voorheen nog maar alleen conceptueel begrepen werd; juiste intentie wordt een ware verzaking van bezoedelingen (kilesa; upakkilesa), geboren uit diep begrip.

Tendensen

Voordat we verder gaan met de ontwikkeling van wijsheid, zal het behulpzaam zijn te onderzoeken waarom concentratie niet toereikend is voor het verwerven van bevrijding. Concentratie is niet voldoende om bevrijding te bewerkstelligen omdat het faalt de bezoedelingen (kilesa; upakkilesa) op hun fundamentele niveau te raken. De Boeddha onderwijst dat de bezoedelingen gestratificeerd zijn in drie lagen.

  1. De meest diep gegronde is het niveau van de latente tendensen (anusaya), waar een bezoedeling enkel sluimerend ligt zonder enige activiteit.
  2. Het tweede niveau is de stadium van manifestatie (pariyutthana), waar een bezoedeling, door de invloed van een stimulans, opborrelt in de vorm van onheilzame gedachten, emoties, en wilshandelingen.
  3. Dan, op het derde niveau, gaat de bezoedeling aan een zuivere mentale manifestatie voorbij om een onheilzame handeling door lichaam of spraak, in beweging te zetten. Daarom wordt dit niveau het stadium van overschrijding (vitikamma) genoemd.

De drie divisies van het Edel Achtvoudige Pad leveren de controle op deze drievoudige laag van bezoedelingen (kilesa; upakkilesa). De eerste, de training in morele discipline, weerhoudt lichamelijke en verbale aktiviteit en voorkomt zodoende dat de bezoedelingen het stadium van overschrijding bereiken. De training in concentratie levert de waarborg tegen het stadium van manifestatie. Het verwijdert de reeds ontstane bezoedelingen en beschermt de geest tegen hun continuerende instroming. Maar zelfs wanneer concentratie beoefend wordt tot in de diepste volledige meditatieve verdiepingen, kan het niet de hoofdoorzaak van de kwaal raken -- de latente tendensen liggen sluimerend in het mentale continuŘm. Nogmaals, deze concentratie is machteloos, omdat het uitroeien van hen meer vergt dan geestelijke kalmte. Wat er voor nodig is, is wijsheid (pa˝˝a), een alles doordringende visie van verschijningsvormen in hun fundamentele aard van bestaan.

Alleen wijsheid kan de latente tendensen bij hun wortel doorkappen omdat het meest fundamentele onderdeel van de set, die de andere voedt en op hun plaats houdt, onwetendheid (avijja) is; en wijsheid is het geneesmiddel voor onwetendheid. Hoewel verbaal een negatief, 'onbekend', is onwetendheid niet een feitelijk negatief iets, maar louter een gemis aan juiste kennis. Het is meer een verraderlijke en vluchtige mentale factor, voortdurend aan het werk en zichzelf inplant in elk onderdeel van ons innerlijke leven. Het verdraait herkenning, het domineert wilshandelingen, en bepaald de gehele tint van ons bestaan. Zoals de Boeddha zegt: "Het element van onwetendheid is een krachtig element." (S14-013)

De drie hoofd begoochelingen

Op het niveau van herkenning, welke haar belangrijkste basissfeer is waarin het opereert, infiltreert onwetendheid onze waarnemingen, gedachten, en inzichten, zodat we tot verkeerde opvattingen komen over onze ervaringen. We overdekken die met veelvoudige lagen van begoocheling. De meest belangrijke van deze begoochelingen zijn drie in getal: de begoocheling van het onvergankelijke zien in het vergankelijke (annice niccavipallasa); de begoocheling van het bevredigende zien in het onbevredigende (dukkhe sukhavipallasa); en een zelf zien in het zelf-loze (anattani attavipallasa). Zo nemen we onszelf en de wereld waar als zijnde solide, stabiel, altijddurende entiteiten, ondanks de veelvuldige waarschuwingen dat alles onderhevig is aan verandering en afbraak. Wij nemen aan dat wij een aangeboren recht hebben op plezier, en wenden onze inspanningen aan om ons genot te laten uitdijen en intensiveren met een vooruitvoelende onverschrokken geestdrift vanwege herhaalde ontmoetingen met pijn, teleurstelling, en frustratie. En wij nemen onszelf waar als op zichzelf bestaande ego's, zich hechtende aan verschillende ideeŰn en beelden die we van onszelf vormen zoals de onweerlegbare waarheid van onze identiteit.

Zonder een zelf of ziel (2)

Waar onwetendheid dan ook de ware aard van dingen verduisterd, daar zal wijsheid de sluiers van vervorming verwijderen, ons in staat stellen verschijningsvormen te zien in hun fundamentele aard van bestaan met de waarheidsliefde van direct zien. De training in wijsheid centreert zich op de ontwikkeling van inzicht (vipassana bhavana), een diep en begrijpend zien in de natuur van het bestaan die de waarheid van ons wezen omvat in de enige sfeer waar het direct toegankelijk voor ons is, namelijk, in onze eigen ervaring. Normaliter zijn we ondergedompeld in onze ervaringen, zo volkomen ermee ge´dentificeerd dat we er niets van begrijpen. We beleven het, maar falen erin haar ware natuur te begrijpen. Vanwege deze blindheid wordt ervaring verkeerd opgevat. Dit werkt door in de begoochelingen van onvergankelijkheid, plezier, en een zelf. Van deze herkenbare verdraaiingen, is de meest diepgewortelde en weerstand biedende de begoocheling van een zelf, het idee dat het binnenste van ons wezen uit een waarlijk gefundeerd 'ik' bestaat waarmee wij in essentie ge´dentificeerd zijn. De Boeddha onderwijst, dat deze notie van een zelf, een dwaling is, louter een vooronderstelling met gebrek aan een echte verwijzing. Hoewel het enkel een vooronderstelling is, is het idee van een zelf niet zonder consequenties; een dergelijk idee brengt weldegelijk consequenties met zich mee die zeer calamiteus kunnen zijn. Omdat we de mening van een zelf het uitgangspunt maken van waaruit we de wereld bekijken, deelt onze geest alles op in tweeŰn; 'Ik' en 'mijn', wat van 'mij' is en wat niet van 'mij' is. Dan, gevangen in deze dichotomie, worden we slachtoffer van de bezoedelingen (kilesa; upakkilesa) die ze uitademen, het aanzetten tot vastklampen en vernietigen, en uiteindelijk van het lijden dat onvermijdelijk volgt.

Om onszelf te bevrijden van alle bezoedelingen en lijden, moet de illusie van ikheid die hen ondersteunt worden verdreven, uiteenvallen door de realisatie van zelf-loosheid. Dit is precies de taak die ons te doen staat voor de ontwikkeling van wijsheid. De eerste stap over het pad van ontwikkeling is een analytische stap. Om de opvatting van een zelf te ontwortelen, moet het terrein van ervaring uiteengelegd worden in zekere factoren, die dan methodisch moeten worden onderzocht om vast te stellen dat geen van hen, alleen of in combinatie, gezien kan worden als een zelf. Deze analytische behandeling van ervaring, dat zo kenmerkend is voor hogere bereiken in de boeddhistische filosofische psychologie, is niet bedoeld te veronderstellen dat ervaring, zoals een horloge of een auto, gereduceerd kan worden tot toevallig samengepakte of scheidbare delen. Ervaring heeft een onherleidbare eenheid, maar deze eenheid is meer functioneel dan substantieel; het vereist niet de stelling van een verenigend zelf dat gescheiden is van de factoren dat zijn identiteit middenin een onophoudelijke stroom vasthoudt als iets constants.

De methode van analyse die het vaakst toegepast wordt, is die van de vijf aggregaten (pa˝ca kkhandha): materiŰle vorm, gevoel, waarneming, mentale formaties, en bewustzijn. MateriŰle vorm behelst de materiŰle kant van het bestaan: de lichamelijke organismen met hun zintuiglijke vermogens en de uiterlijke objecten van herkenning. De andere aggregaten omvatten de mentale zijde. Gevoel zorgt voor de gemoedstoestand, waarneming de factor van opmerken en identificering, de mentale formaties de wil en dieper liggende elementen, en bewustzijn het basis gewaarzijn dat essentieel is voor de gehele gebeurtenis van ervaring. De analyse bereidt de weg voor op een poging om ervaring te zien in alleen de termen van haar samenhangende factoren, zonder weg te glijden in innerlijke verwijzingen naar een onvindbaar zelf. Om dit perspectief te verkrijgen vereist de ontwikkeling van intensieve indachtigheid, nu toegewezen aan het vierde fundament, de contemplatie van de factoren van bestaan (dhammanupassana): "En verder, monniken, beschouwt een monnik mentale objecten als mentale objecten, te weten de vijf aggregaten van hechten (pa˝ca upadana kkhandha)."

"Hoe, monniken, beschouwt een monnik mentale objecten als mentale objecten, te weten de vijf aggregaten van hechten? Hierin, monniken, weet een monnik: 'Aldus is materiŰle vorm (rupa); aldus is het ontstaan van materiŰle vorm; en aldus is het verdwijnen van materiŰle vorm. Aldus zijn gevoelens (vedana); aldus is het ontstaan van gevoelens; en aldus is het verdwijnen van gevoelens. Aldus is waarneming (sa˝˝a); aldus is het ontstaan van waarneming; en aldus is het verdwijnen van waarneming. Aldus zijn mentale formaties (sankhara)[9]; aldus is het ontstaan van mentale formaties; en aldus is het verdwijnen van mentale formaties. Aldus is bewustzijn (vi˝˝ana); aldus is het ontstaan van bewustzijn; en aldus is het verdwijnen van bewustzijn.'"

"Op deze wijze beschouwt hij intern mentale objecten als mentale objecten, of hij beschouwt extern mentale objecten als mentale objecten, of hij beschouwt zowel intern als extern mentale objecten als mentale objecten. Hij beschouwt het opkomen van dingen (samudayadhamma) omtrent mentale objecten; hij beschouwt het vergaan van dingen (vayadhamma) omtrent mentale objecten; of hij beschouwt het opkomen Ún het vergaan van dingen omtrent mentale objecten."

"Of zijn indachtigheid is gegrondvest op de gedachte: 'Er zijn slechts mentale objecten', juist zoveel als nodig is voor de uitbreiding van inzicht en indachtigheid, en hij leeft onafhankelijk en grijpt zich nergens in de wereld aan vast. Zo, monniken, leeft een monnik en beoefent hij de indachtigheid van mentale objecten, te weten de vijf aggregaten van hechting." (D22)

De opvatting van een zelf wordt verder verdund door een onderzoek in te stellen naar de factoren van het bestaan, niet analytisch, maar in termen van hun relatieve structuur. Inspectie openbaart dat de aggregaten enkel en alleen afhankelijk van condities bestaan. Niets in de set geniet de absolute verwaandheid die toegeschreven is aan het aangenomen 'ik'. Hoe factoren in het lichaam-geest complex ook mogen lijken, hun basis is dat ze afhankelijk ontstaan, gebonden aan het uitgestrekte net van gebeurtenissen die voorbij henzelf strekken in tijd en ruimte.

Deze twee stappen -- de analyse van factoren en de scherpzinnigheid van relaties -- helpt het intellectuele kleven aan het idee van een zelf door te kappen, maar zij schieten tekort aan voldoende kracht om het ingewortelde hechten aan het idee te vernietigen dat opgebouwd is uit onjuiste waarneming. Om deze subtiele vorm van ego-hechten te ontwortelen vereist een tegengestelde waarneming: direct inzicht in de lege, kern-loze natuur van verschijningsvormen. Zulk een inzicht wordt voortgebracht door de beschouwing van de factoren van bestaan in de termen van hun drie universele kenmerken -- vergankelijkheid (aniccata), onbevredigendheid (dukkhata), en zelf-loosheid (anattata). In het algemeen, is de eerste van de drie die onderscheiden moet worden, vergankelijkheid, hetgeen op het niveau van inzicht niet louter betekent dat alles tenslotte tot een einde komt. Op dit niveau heeft het een diepere en meer doordringendere betekenis, namelijk, dat geconditioneerde verschijnselen in een constant proces zijn, gebeurtenissen die opbreken en verdwijnen, bijna net zo gauw als toen ze ontstonden. De vaste objecten die voor de zintuigen verschijnen openbaren zichzelf als draden van vluchtige formaties (sankhara), als feit aangenomen door de persoon met het gemeenschappelijke zintuig om een actueel voorwendsel te zijn van de twee dooreengevlochten stromen -- een stroom van materiŰle gebeurtenissen, het aggregaat van materiŰle vorm, en een stroom van mentale gebeurtenissen, de andere vier aggregaten. Wanneer vergankelijkheid is gezien, zal inzicht in de twee anderen kenmerken spoedig volgen. Omdat de aggregaten continu opbreken, kunnen wij onze hoop niet op hen vastpinnen voor een altijd durende tevredenheid. Welke verwachtingen we ook van hen hebben, zij zijn gedoemd in stukken te verpletteren vanwege hun onvermijdelijke verandering. Aldus gezien met inzicht zijn zij dukkha, lijden, in de diepste zin. Dan, als de aggregaten vergankelijk zijn en onbevredigend, kunnen zij niet gezien worden als een zelf. Als zij het zelf zijn, of de toebehoren van een zelf, zouden we in staat zijn ze onder controle te houden en hen naar onze wil te zetten om zo van hen altijddurende bronnen van zegening te maken. Maar verre zijnde van de staat om zulk een heerschappij aan te wenden, bemerken we dat zij de bases zijn van pijn en teleurstelling. En omdat zij niet onderhevig kunnen zijn aan controle, deze werkelijke factoren van ons wezen, zijn zij anatta: niet een zelf, niet de toebehoren van een zelf, maar gewoon leeg, verschijnselen zonder eigenaar die opkomen in afhankelijkheid van condities.

De vier bovenwereldse paden

Wanneer de gang van de beoefening van inzicht is aangevangen, worden de acht factoren van het pad geladen met een intensiteit die voorheen onbekend was. Ze nemen in kracht toe en vloeien samen in een eenheid van een enkel samenhangend pad dat recht op het doel afgaat. In de beoefening van inzicht werken alle factoren en de drie trainingen (tividha sikkha) samen; elk ondersteund al de anderen, elk maakt zijn eigen unieke bijdrage voor het werk. De factoren van morele discipline houdt de tendensen tot overschrijding onder controle met zulk een zorg dat zelfs de gedachte aan onethisch gedrag niet ontstaat. De factoren van de groep van concentratie houdt de geest stevig gefocust op de stroom van verschijnselen, alles beschouwende dat opkomt met onfeilbare precisie, vrij van vergeetachtigheid en afleiding. Juist begrip, als de wijsheid van inzicht, groeit voortdurend scherper en dieper; juiste intentie laat zichzelf zien in een onthechting en standvastigheid van het doel dat een ongerimpelde balans brengt in het gehele proces van contemplatie.

Inzicht meditatie neemt als haar objectieve sfeer de 'geconditioneerde formaties' (sankhara) die samengevat zijn in de vijf aggregaten. Haar taak is om hun essentiŰle karakters bloot te leggen, de drie kenmerken van vergankelijkheid, onbevredigdheid, en zelf-loosheid. Omdat het zich nog steeds inlaat met de wereld van geconditioneerde gebeurtenissen, wordt het Achtvoudige Pad in het stadium van inzicht het 'wereldse pad' genoemd (lokiya magga). Deze aanduiding houdt in geen geval in, dat het pad van inzicht zich bezigt met wereldse doeleinden met successen die vallen onder de rubriek van samsara. Het streeft naar voortreffelijkheid, het leidt naar bevrijding, maar haar objectief gebied van contemplatie ligt nog steeds binnen de geconditioneerde wereld. Hoe dan ook, deze wereldse contemplatie van het geconditioneerde doet dienst als een voertuig om het ongeconditioneerde te bereiken, voor het verkrijgen van het bovenwereldse. Voordat inzicht meditatie haar hoogtepunt bereikt, wanneer het volledig het vergankelijke, het onbevredigende, en de zelf-loosheid van alle gevormde dingen bevat, breekt de geest door het geconditioneerde heen en realiseert het ongeconditioneerde, Nibbana. Het ziet Nibbana met directe visie, en maakt het een object van onmiddellijke realisatie.

De doorbraak naar het ongeconditioneerde wordt volbracht door een type bewustzijn of mentale gebeurtenis dat het 'bovenwereldse pad' wordt genoemd (lokuttara magga). Het bovenwereldse pad doet zich voor in vier stadia, vier 'bovenwereldse paden' (zie ariya puggala/ariya), elk een dieper niveau markerend van realisatie en uitstromend in een vollere graad van bevrijding; de vierde en laatste in volledige bevrijding. De vier paden (zie ariya puggala/ariya) kunnen verworven worden in korte opeenvolging van elkaar -- voor hen met buitengewone scherpe vermogens zelfs op hetzelfde tijdstip -- of (zoals dat meer typisch het geval is) kunnen zij over tijd uitgespreid worden, zelfs over verscheidene levens. Maar hoe zij ook verworven worden, zij moeten op volgorde worden afgelegd. Er is geen verwerving van een hoger pad zonder de paden eronder bereikt te hebben.

De bovenwereldse paden (zie ariya puggala/ariya) delen in het algemeen doordringingsvermogen van de Vier Edele Waarheden (Cattari Ariya Sacca). Zij begrijpen deze, niet conceptueel, maar intu´tief. Zij begrijpen hen door visie, zien hen door zelfbevestiging met zekerheid dat zij de onveranderlijke waarheden van het bestaan zijn. De visie van de waarheden die zij vertegenwoordigen is in ÚÚn moment volledig. De Vier Waarheden worden niet opeenvolgend begrepen, zoals in het stadium van reflectie wanneer gedachten het instrument zijn van begrip. Zij worden gelijktijdig gezien: er wordt niet ÚÚn waarheid met het pad gezien, maar alle waarheden tegelijkertijd.

Als het pad de vier waarheden doordringt, wendt de geest vier gelijktijdige functies aan, elk van deze beschouwt elke waarheid. Hij begrijpt volledig de waarheid van lijden, ziet al het geconditioneerde bestaan als verzwolgen door het teken van onbevredigdheid. Op hetzelfde moment geeft hij begeerte op, kapt de hoeveelheid ego´sme en verlangens door die herhaaldelijk aanstoot geven voor lijden. Wederom, de geest realiseert opheffing, het onsterfelijke element van Nibbana, nu direct aanwezig in het innerlijk oog. En ten vierde, ontwikkeld (realiseert) de geest het Edel Achtvoudige Pad, wiens acht factoren opkomen en begiftigd zijn met enorme kracht, verkregen door bovennatuurlijk kaliber: juist begrip als het direct zien van Nibbana; juiste intenties als de aanwending van de geest tot Nibbana; het trio van ethische factoren als de controle op morele overschrijding; juiste inspanning als de energie in het pad-bewustzijn, juiste indachtigheid als de factor van gewaarzijn, en juiste concentratie als de eenpuntige focus van de geest. Dit vermogen van de geest om vier functies op hetzelfde moment te volvoeren, is te vergelijken met het vermogen van een kaars om gelijktijdig het lont te verbranden, de was te verteren, duisternis te verdrijven, en licht te geven.

De bovenwereldse paden (zie ariya puggala/ariya) hebben de bijzondere taak om de bezoedelingen (kilesa; upakkilesa) uit te roeien. Vˇˇrdat de paden verworven worden, zijn de bezoedelingen in de stadia van concentratie en zelfs inzicht meditatie, nog niet doorgekapt maar enkel verzwakt; ze worden gecontroleerd en de kop in gedrukt door de training van de hogere mentale vermogens. Beneden het oppervlak continueren zij al dralende in de vorm van latente tendensen. Maar wanneer de bovenwereldse paden bereikt zijn, vangt het werk van uitroeiing aan.

Het doorkappen van de tien banden

Voor zover als zij ons binden aan de kringloop van worden, zijn de bezoedelingen (kilesa; upakkilesa) geclassificeerd in een set van tien 'banden' (sa˝˝ojana): 1. meningen van persoonlijkheid; 2. twijfel; 3. hechten aan regels en rituelen; 4. zintuiglijke hartstocht; 5. haat; 6. verlangen naar fijnstoffelijk bestaan; 7. verlangen naar onstoffelijk bestaan; 8. verwaandheid; 9. rusteloosheid; 10. onwetendheid. De vier bovenwereldse paden (zie ariya puggala/ariya) drijven elk een zekere laag van bezoedelingen uit. De eerste, het 'pad van de in de stroom getredene' (sotapatti magga), kapt de eerste drie banden door, de meest grofste van de set, drijft hen dusdanig uit dat zij nooit meer kunnen verrijzen. 'Meningen van persoonlijkheid', de mening van een waarlijk blijvend zelf binnen de vijf aggregaten, is doorgekapt omdat men de zelf-loze natuur ziet van alle verschijningsvormen. Twijfel wordt uitgedreven omdat iemand de waarheid begrepen heeft die door de Boeddha verkondigd is, door zichzelf gezien, en op die manier nooit meer terug kan vallen vanwege onzekerheid. En het vastklampen aan regels en rituelen is verwijderd omdat men weet dat bevrijding alleen gewonnen kan worden door de beoefening van het Achtvoudige Pad, en niet door een strak moralisme of ceremoniŰle naleving.

Het pad wordt onmiddellijk gevolgd door een ander bovennatuurlijk bewustzijn dat bekend staat als de 'vrucht' (phala), hetgeen het resultaat is van het werk van het pad, namelijk het doorkappen van de bezoedelingen. Elk pad wordt gevolgd door zijn eigen vrucht, waarin de geest voor enkele momenten de gezegende vrede geniet van Nibbana voordat hij terugkeert naar het niveau van werelds bewustzijn. De eerste vrucht is de vrucht van de stroom ingaan, en een persoon die door de ervaring van deze vrucht is gegaan, wordt een 'in de stroom getredene' (sotapatti). Hij is de stroom van de Dhamma ingegaan die hem naar de uiteindelijke bevrijding draagt. Hij is bestemd voor bevrijding en kan niet meer terugvallen in de wegen van een onverlichte wereldling. Hij heeft nog steeds een aantal bezoedelingen (kilesa; upakkilesa) die in zijn mentale gesteldheid zijn achtergebleven, en het kan hem nog (ongeveer) zeven levens meer kosten om bij het uiteindelijke doel te arriveren, maar hij heeft de essentiŰle realisatie verkregen die nodig is om dat te bereiken, en er is geen manier meer die hem nog kan doen omkeren.

Een enthousiaste beoefenaar met scherpe vermogens, rust niet in zijn streven na het bereiken van het in de stroom treden, maar stuwt energie voort om het gehele pad te vervolmaken, en wel zo snel als mogelijk is. Hij hervat zijn oefening van inzicht contemplatie, gaat door de oplopende stadia van inzicht-kennis, en bereikt op een gegeven moment het tweede pad, het pad van de 'eenmaal terugkerende' (sakadagami magga). Dit bovenwereldse pad (zie ariya puggala/ariya) roeit geen van de andere banden totaal uit, maar het verdund de wortels van hebzucht, haat, en begoocheling. Gevolgd na het pad, ervaart de meditator haar vrucht, en komt daar uit als een 'eenmaal terugkerende' die ten hoogste nog ÚÚnmaal naar deze wereld zal terugkeren vˇˇr het bereiken van de volledige bevrijding.

Maar onze beoefenaar hervat wederom zijn contemplatie. In het volgende stadium van bovennatuurlijke realisatie verwerft hij het derde pad, het pad van de 'niet terugkerende' (anagami magga), waarmee hij de twee banden van zintuiglijke hartstocht en kwade wil doorkapt. Vanaf dat punt kan hij nooit meer in de grip van enig verlangen vallen voor zinnelijke geneugten, en kan nooit meer aangespoord worden door boosheid, of ontevredenheid. Als een niet terugkerende zal hij niet meer terugkeren naar de menselijke staat van bestaan in enig toekomstig leven. Als hij het laatste pad in dit leven niet bereikt, dan zal hij na de dood herboren worden in een hogere sfeer, in de fijnstoffelijke wereld en van daaruit bevrijding bereiken. Maar onze meditator wendt wederom inspanning aan, ontwikkelt inzicht, en op het hoogtepunt gaat hij het vierde pad in, het pad van Arahatschap (arahatta magga). Met dit pad kapt hij de overige vijf banden door -- verlangen naar fijnstoffelijk en onstoffelijk bestaan, verwaandheid, rusteloosheid en onwetendheid. Hij gaat door de vrucht van Arahatschap en komt daaruit als een arahat, geheel volkomen, bevrijd van alle banden. Zulk iemand heeft hier en nu, in dit leven, het Edel Achtvoudige Pad tot haar einde bewandeld. Hij is niet langer meer een beoefenaar van het pad maar een levende belichaming ervan. Begiftigd met haar acht factoren in volledige perfectie, leeft hij in de vreugde van hun vruchten, verlichting en algehele bevrijding.

 

Dit completeert onze zoektocht van het Edel Achtvoudige Pad, de weg naar bevrijding die door de Boeddha is onderwezen. De hogere bereiken van het pad mogen ver verwijderd lijken van onze huidige positie; het kan moeilijk zijn om de eisen van beoefening te vervullen. Maar zelfs als de hoogste realisatie nu ver weg is, ligt alles dat we nodig hebben gewoon onder onze voeten. De acht factoren van het pad zijn altijd toegankelijk voor ons; het zijn mentale bestanddelen die eenvoudig in de geest gesticht kunnen worden door beslissing en inspanning. We moeten beginnen om onze inzichten te ordenen en onze intenties op te helderen. Dan moeten we ons gedrag zuiveren -- onze spraak, handelingen, en levensonderhoud. Dan, met het nemen van deze maatstaven als onze fundering, moeten we onszelf toeleggen met energie en indachtigheid voor de ontwikkeling van concentratie en inzicht. De rest is een kwestie van gestage training en gestage vooruitgang, zonder snelle resultaten te verwachten. Voor sommigen gaat de vooruitgang snel, voor anderen kan het langzaam gaan, maar de verhouding waarin dat gebeurt moet geen opgetogenheid of ontmoediging veroorzaken. Bevrijding is de onvermijdelijke vrucht van het pad, en is gedoemd voort te bloeien als er een gestadig en volhardend oefenen is. De enige benodigdheden die nodig zijn om het doel te bereiken, zijn twee in getal: starten en doorgaan. Als deze benodigdheden in acht worden genomen, is er geen twijfel dat het doel verworven zal worden. Dit is de Dhamma, de niet-afwijkende wet.

ariya puggala/ariya

Edelen, Edele Personen. Ariya (edele) betekent letterlijk: 'iemand die ver verwijderd is van hartstochten'. Oorspronkelijk duidde men met deze term een ras aan, maar in het boeddhisme duidt het woord op edelheid van karakter, in de lijn van de Boeddha's en de Arahats.

Zie Dhp079 voor meer uitleg en gerelateerde informatie. Zie ook ariya.

A. De 8 Ariya's zijn degenen, die zich een van de 8 stadia van heiligheid hebben gerealiseerd, dat wil zeggen, de 4 bovenwereldse (lokuttara) paden (magga) en de 4 bovenwereldse vruchten (phala) van deze paden. Er zijn 4 paren:

  1. Degene die het pad van de In de Stroom Getredene realiseert (sotapatti magga).
  2. Degene die de vrucht van de In de Stroom Getredene realiseert (sotapatti phala).
  3. Degene die het pad van de Eenmaal Terugkerende realiseert (sakadagami magga).
  4. Degene die de vrucht van de Eenmaal Terugkerende realiseert (sakadagami phala).
  5. Degene die het pad van de Niet Terugkerende realiseert (anagami magga).
  6. Degene die de vrucht van de Niet Terugkerende realiseert (anagami phala).
  7. Degene die het pad van Heiligheid realiseert (arahatta magga).
  8. Degene die de vrucht van Heiligheid realiseert (arahatta phala).

Er zijn dus 4 edele personen (ariya puggala): 1) 'de in de stroom getredene' (sotapatti); 2) 'de eenmaal terugkerende' (sakadagami); 3) 'de niet meer terugkerende' (anagami); 4) 'de perfecte of heilige' (arahat). Ieder stadium is een graad van heiligheid, maar de arahat heeft de meest perfecte staat bereikt. Het begrip 'heiligheid' duidt op het feit, tot in hoeverre iemand de verlichting, de bevrijding verwezenlijkt heeft, oftewel: tot in hoeverre iemand het licht van Nibbana gezien heeft.

In A. 8: 10 en in A. 9: 16 wordt 'De Volgroeide' (gotrabhu) genoemd als de 9e edele individu.

Overeenkomstig de Abhidhamma, is 'bovenwerelds pad' (lokuttara magga) of gewoon 'pad' (magga), een aanduiding voor het moment van het binnengaan in de 4 stadia van heiligheid -- met Nibbana als object -- dat voortgebracht is door intu´tief inzicht (vipassana) in het vergankelijke, ellendige en het onpersoonlijke van het bestaan; een voort flitsende en een voor altijd blijvende transformering van iemands leven en karakter. Met 'vrucht' (phala) worden de momenten van bewustzijn bedoeld die onmiddellijk daarna volgen als een resultaat van het pad, en die in bepaalde omstandigheden ontelbare malen gedurende het leven worden herhaald en die als zegeningen worden ervaren.

De nummers 1-4 die voor de tekst hieronder geplaatst zijn, verwijzen naar de vier graden van heiligheid. De vet weergegeven nummers tussen de tekst, verwijzen naar de 10 banden die wezens aan het bestaan binden. Zie voor een beschrijving van die banden: sa˝˝ojana.

Om een gedetailleerde aanduiding te geven met de verwijzing naar de jhana's, ben ik uitgegaan van de opsomming van de 8 jhana's, in plaats van de 4 waar doorgaans over gesproken wordt. Er ontstaat anders onduidelijkheid en verwarring in de jhana-verwijzing van de anagami en de arahat.

  1. Door het pad van de In de Stroom Getredene (sotapatti magga) 'wordt' iemand vrij - terwijl iemand na het realiseren van die vrucht, vrij is - van de eerste 3 banden (sa˝˝ojana), te weten: 1) geloof in persoonlijkheid (sakkaya ditthi, zie ditthi); 2) twijfel (vicikiccha); 3) Gehechtheid aan regels en rituelen (silabbata paramasa, zie upadana). De sotapatti is absoluut bestemd voor verlichting en kan dat doel niet meer missen. Deze heeft de eerste meditatieve verdieping (jhana) verworven. Met het doorkappen van de eerste 3 banden is de sotapatti geen wereldling (puthujjana) meer en wordt ten hoogste nog zeven maal in deze sfeer geboren. De sotapatti heeft een onwrikbaar vertrouwen in de Boeddha, de Dhamma en de Sangha en heeft een perfecte moraliteit aangaande de eerste vijf regels van deugdzaam gedrag (pa˝ca sila) en kan daarom niet meer in de lagere werelden (niraya) van de zintuiglijke sfeer (kama loka) terugvallen.
  2. Door het pad van de Eenmaal Terugkerende (sakadagami magga) wordt iemand bijna geheel vrij van de 4e en de 5e band, te weten: 4) zintuiglijke hartstocht (kamacchanda = kama raga; zie raga), 5) kwade wil (vyapada = dosa; zie mula). Hier is de tweede jhana verworven. De Eenmaal Terugkerende wordt ten hoogste nog 1 maal in deze sfeer (kama loka of kamavacara) geboren.
  3. Door het pad van de Niet Terugkerende (anagami magga) wordt iemand volledig vrij van de bovengenoemde 5 banden. Het 'niet meer terugkeren' betreft hier de zintuiglijke wereld (kama loka). Hier is de derde jhana verworven, (maar, let op, in de opsomming van de 8 jhana's is dit de vierde jhana, want strikt gesproken behoren de jhana's 5-8 nog tot de 4e jhana. De laatste zijn namelijk zeer subtiel). Indien hij het laatste stadium in dit leven niet bereikt -- dat van arahatta -- wordt de anagami na de dood wedergeboren in de fijnstoffelijke wereld, in de hoogste groep deva's, de Suddhavasa Deva's, dat wil zeggen, in de Zuivere Verblijven. Van daaruit zal de anagami de jhana's 5 t/m 8 verwerven en van daaruit verder gaan om uiteindelijk het Nibbana te verwerkelijken. Hoewel de anagami in de Zuivere Verblijven geboren wordt, strekt zijn verdere gebied - na die geboorte daar - uit t/m de 8e jhana waarna hij het Nibbana realiseert.

    Deze eerste vijf banden worden de 'lagere banden' (orambhagiya samyojana) genoemd, omdat zij wezens nog aan de zintuiglijke wereld binden.

  4. Door het pad van Heiligheid (arahatta magga) wordt iemand vervolgens vrij van de laatste 5 banden, te weten: 6) hartstocht naar de fijnstoffelijke sfeer (rupa raga); 7) hartstocht naar de onstoffelijke sfeer (arupa raga); 8) verwaandheid (mana); 9) rusteloosheid (uddhacca); en 10) onwetendheid (avijja). De Arahat heeft alle acht jhana's verworven. De persoon die deze staat heeft bereikt is een Arahat en is onder andere vrij van de acht wisselvalligheden die met het leven verbonden zijn, namelijk: winst en verlies, succes en verslagenheid, hulde en blaam, vreugde en ellende. Hem wacht geen wedergeboorte meer omdat hij de ongeconditioneerde staat heeft bereikt en dus geen brandstof meer geeft aan de vijf aggregaten van hechten (pa˝ca upadana kkhandha). Zoals een pluisje door een krachtige wind van een handpalm geblazen wordt, zo heeft de Arahat met de subtielste vormen van 'ik', 'mij', 'zelf', 'ziel', of wat dan ook, volledig afgerekend. Hij is niet langer een beoefenaar van het Achtvoudige Pad, maar een belichaming ervan.

De banden 5 t/m 10 zijn de 'hogere banden' (uddhambhagiya samyojana), omdat zij wezens binden aan de fijnstoffelijke (rupavacara) en de onstoffelijke wereld (arupavacara). Dit betekent dat er nog subtiele vormen van hechten zijn.

De standaardtekst gaat als volgt:

  1. "Na de verdwijning van de drie banden, wint de monnik de stroom (naar Nibbana) en is niet meer onderhevig om in de lagere werelden (niraya) te worden geboren; hij is stevig gegrondvest, bestemd voor de verlichting."
  2. "Na de verdwijning van de drie banden en het afnemen van hebzucht, haat en begoocheling (maar begoocheling is hier nog sterker dan de andere twee), zal hij nog eenmaal terugkeren; nadat hij nog eenmaal naar deze wereld is teruggekeerd, zal hij een einde aan lijden maken."
  3. "Na de verdwijning van de vijf banden verschijnt hij in een hogere wereld, en van daaruit bereikt hij Nibbana zonder nog ooit van die wereld terug te komen (naar de zintuiglijke wereld)."
  4. "Door de uitblussing van alle aantastingen (asava kkhaya, zie asava) bereikt hij reeds in dit leven de bevrijding van de geest, de bevrijding door wijsheid welke vrij van aantastingen is, en die door hem zelf begrepen en gerealiseerd is."

Voor de verscheidene klassen van de 'In de Stroom Getredenen' en de 'Niet Terugkerenden', zie sotapatti; anagami.

B. De zevenvoudige groepering van de edele discipelen luidt als volgt:

1) De geloof-devoot (saddhanusari); 2) de door geloof bevrijde (saddhavimutta); 3) de lichaamsgetuige (kaya sakkhi); 4) de op beide manieren bevrijde (ubhato bhaga vimutta); 5) de Dhamma-devoot (dhammanusari); 6) de inzicht verwerver (ditthipatha); 7) de door wijsheid bevrijde (pa˝˝a vimutti). Deze groep van edele discipelen worden in Vis. 11: 73 als volgt verklaard:

  1. "Hij, die begiftigd is met besluitvaardigheid (adhimokkha), en door de formaties (de opgekomen dingen) te beschouwen als zijnde vergankelijk (anicca), verwerft hij het vermogen van geloof, en vanaf het moment van het winnen van de stroom (zie A. 1) wordt hij 'de geloof-devoot' (saddhanusari) genoemd."
  2. "In de 7 hogere stadia (zie A. 2-8) wordt hij een 'door geloof bevrijde' (saddhavimutta) genoemd."
  3. "Hij, die begiftigd is met kalmte, en door de formaties te beschouwen als lijden (dukkha), verwerft het vermogen van concentratie; hij wordt in elk opzicht 'de lichaamsgetuige' (kaya sakkhi) genoemd."
  4. "Hij, die echter na het verwerven van de meditatieve verdiepingen (jhana) van de onstoffelijke sfeer, die heeft de hoogste vrucht (van heiligheid) verworven, die wordt 'de op beide manieren bevrijde' (ubhato bhaga vimutta) genoemd."
  5. "Hij, die begiftigd is met wijsheid en door de formaties te beschouwen als 'niet-zelf' (anatta), verwerft het vermogen van wijsheid; wordt vanaf het moment van het winnen van de stroom 'de Dhamma-devoot' (dhammanusari) genoemd.
  6. "Als hij zich op het hoogste stadium bevindt (A. 8) wordt hij 'de door wijsheid bevrijde' (pa˝˝a vimutti) genoemd."

Meer details over 'de lichaamsgetuige' (kaya sakkhi), 'de op beide manieren bevrijde' (ubhato bhaga vimutta) en 'de door wijsheid bevrijde', (pa˝˝a vimutti) zie aldaar. Ook in M070; A. 9: 44; S. 12: 70; Pts. 2, p. 33, PTS. Voor meer, zie sa˝˝ojana; jhana; avacara; loka.

ariya sacca

Zie cattari ariya sacca.

ariya vamsa

De vier edele tradities. Deze zijn: 1) tevredenheid (van de monnik) met elk gewaad; 2) tevredenheid met elk soort van aalmoezenvoedsel; 3) tevredenheid met elk verblijf; en 4) vreugde in meditatie en onthechting. In de Ariya vamsa Sutta (A. 4: 28), en ook in de Sangiti Sutta (D. 33) wordt gezegd:

##uitwerken##. Voorbeeldtekst wordt hier nog toegevoegd uit: A. 4: 28.

ariya vihara

Edele verblijfplaats. Zie vihara.

ariya

Edele. Zie Dhp079 voor meer uitleg en gerelateerde informatie. Zie ook: ariya puggala/ariya; het artikel Realiteit in Dhp188-192.

arogya

Afwezigheid van ziekte.

arupa dhatu

Het element van de onstoffelijke wereld.

arupa jjhana

De 4 onstoffelijke sferen. Synoniem: arupayatana; arupavacara jjhana. Zie jhana.

arupa loka

Onstoffelijke sfeer. Zie loka; avacara.

arupa raga

Hartstocht naar het vormloze.

arupa tanha

Zie tanha.

arupa

Het 'vormloze' of het 'onstoffelijke'.

arupadhamma

Het 'niet-materiŰle' of het 'onstoffelijke'.

arupavacara jjhana

De 4 onstoffelijke sferen. Synoniem: arupa jjhana; arupayatana. Zie jhana.

arupavacara

De onstoffelijke sfeer. Zie loka; avacara.

arupayatana

De 4 onstoffelijke sferen. Synoniem: arupa jjhana; arupavacara jjhana. Zie jhana.

asabbha ca nivaraye

Iemand ervan weerhouden af te buigen naar asociaal gedrag: hem af doen zien van asociaal gedrag. Zie Dhp077 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

asabbha

Asociaal gedrag. Zie o.a. Dhp077.

asadisadana

OngeŰvenaarde liefdadigheid. Zie Dhp177.

asalha

De maand juli. Twee maanden na zijn verlichting predikt de Boeddha voor het eerst op volle maan zijn Leer aan Bhaddiya, Mahanama, Vappa, Konda˝˝a en Assaji te Sarnath. Deze eerste toespraak heet de Dhamma Cakka Ppavattana Sutta S56-011, waarin de Boeddha de Vier Edele Waarheden uiteenzet. In de Maha Satipatthana Sutta D22, worden de Vier Edele Waarheden nog meer gedetailleerd uiteengezet.

asamahita citta

De ongeconcentreerde geest. Zie ook abhi˝˝a.

asammoha sampaja˝˝a

Helder begrip omtrent de realiteit. Zie sampaja˝˝a.

asankara parinibbayi

'Iemand die het Nibbana bereikte zonder inspanning', is een van de 5 Niet Terugkerenden, zie anagami.

asankharika citta

'De spontane geest', 'de onvoorbereide geest', de 'niet aangezette geest'. Dit is een Abhidhamma term die duidt op een 'staat van de geest die spontaan is opgekomen', dat wil zeggen, zonder opzettelijkheid, gekunsteldheid, voorbereiding of door anderen aangezet; vandaar 'spontaan', 'niet aangezet'. Deze term en haar tegenpool (sasankharika citta), gaan waarschijnlijk terug naar een gelijknamig onderscheid in de sutta's A. 4: 171; Path. 184. Zie Tabel I; voorbeelden in Vis. 14: 84.

asankhata dhamma

Ongeconditioneerde of ongecreŰerde staten. Zie ook akasa.

asankhata dhatu

Nibbana als een ongeconditioneerd element. Zie akasa.

asankhata

'Het Ongeconditioneerde' of 'Het Absolute', een andere naam voor Nibbana.

asankheyya

Eenheid van 140 cijfers.

asa˝˝asatta deva's

De goden zonder waarnemingsvermogen. Zie deva.

asappurisa samseva

Gezelschap met slechte mensen. Zie samseva.

asauttara citta

De onovertrefbare geest. Het type bewustzijn dat tot de onstoffelijke sfeer (arupa loka) behoort.

asava

De term asava kan 'bezoedelingen'; 'aantastingen'; 'stromen'; 'instromingen'; 'vloeiingen'; 'onzuiverheden'; 'bedwelmingen'; 'neigingen'; 'impuls'; 'aanzet'; 'dwang'; betekenen. Wordt gebruikt om naar de hoofdbezoedelingen te verwijzen. Het komt overeen met de term tanha, wat gewoonlijk vertaald wordt als begeerte of hunkering.

Wij vertalen het woord asava (a + sava = in - stromen) als een invloed die iemand tot een bepaald gedrag aanzet. Voornamelijk wordt in de sutta's gesproken over vier bezoedelingen: 1. (de bezoedeling van) zintuiglijke begeerte (kamasava); 2. (de bezoedeling van) begeerte naar het proces van worden (bhavasava); 3. (de bezoedeling van) het hechten aan meningen (ditthasava); 4. (de bezoedeling van) gebrek aan hogere kennis (avijjasava). In de sutta's wordt ook een lijst van drie gevonden, waarin de derde, ditthasava, wordt weggelaten. (Eigenlijk is dat vrij logisch, want ditthasava is een gevolgtrekking van kama tanha, hetgeen al in de lijst van drie is opgenomen (kamasava)).

Zie De hoofdbezoedelingen als natuurrampen (Dhp251).

Door het pad van 'in de stroom treden', wordt de bezoedeling van meningen (ditthasava) vernietigd; door het pad van 'niet meer terugkeren', wordt de bezoedeling van zintuiglijke begeerte (kamasava) vernietigd; door het pad van Arahatschap, worden de bezoedelingen van de begeerte naar het bestaan (bhavasava) vernietigd en de bezoedeling van onwetendheid (avijjasava). De Boeddha laat zien hoe de bezoedelingen te overwinnen zijn, namelijk door inzicht, zintuiglijke controle, vermijding en een verstandig gebruik van de noodzakelijkheden van het leven, zie hiervoor Sabbasava Sutta, M002. Raadpleeg verder tanha; ditthi; khinasava.

De term asava verwijst naar de hoofdbezoedelingen; er is ook een lijst van 10 (kilesa) en een lijst van 16 (upakkilesa) bezoedelingen. Deze zijn echter 'zelf-bezoedelend' zoals beschreven onder kilesa.

Zie ook Dhp113 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

asavakkhaya ˝ana

Zie nachtwaken van de Boeddha.

asavakkhaya

'De vernietiging van de instromingen', de staat van een Arahat. Zie asava; khinasava.

asayanusaya ˝ana

De kennis van de verdorvenheden en de aangeboren tendensen. Zie buddhacakku.

asevana paccaya

'Herhalingsvoorwaarde' is een van de 24 voorwaarden. Zie paccaya.

asmahita citta

De ongeconcentreerde geest. Zie ook abhi˝˝a.

asmi mana

Ik ben. Dit is wat veel filosofen erop nahouden, maar de Boeddha leert dat er geen 'ik' is die altijd en eeuwig onveranderlijk is. 'Ik ben' duid op illusie, verbeelding, eigendunk, en onwetendheid is hier debet aan. Dit gegeven valt in de boeddhistische gedachtegang onder de groep 'verkeerde inzichten' (ditthi).

asoka

Zonder verdriet.

assada

Bevrediging. Zie o.a. M011.

assattha boom

Oorspronkelijke Pali naam voor de Bodhi boom. Sri Lanka: asatu.

asubha kammatthana

Meditatieonderwerpen van onzuiverheid. Zie bhavana.

asubha sa˝˝a

De aanschouwing van de onzuiverheden. Zie bhavana; kaya gata sati.

asubha

Onzuiverheid; walgelijkheid; vuiligheid. In Vis. 6, zijn het de contemplaties op de begraafplaats (sivathika) die 'meditatieonderwerpen van de onzuiverheid' (asubha kammatthana) genoemd worden.

In de Girimananda Sutta - Tot Girimananda (A10-060), wordt met de aanschouwing van de onzuiverheden (asubha sa˝˝a) echter verwezen naar de contemplatie van de 32 delen van het lichaam (zie kaya gata sati).

De contemplatie van de lichamelijke onzuiverheden of walgelijkheden (zie ook kaya gata sati), is een tegengif voor de hindernis van zinnelijk verlangen (zie pa˝ca nivarana) en de mentale verdraaiing (vipallasa), die datgene wat werkelijk walgelijk is, als zuiver en mooi beschouwd. Zie S. 46: 51; A. 50: 36; Dhp. 7 en 8; Snp. 193.

asura nikaya

De wereld van de demonen. Zie deva.

asura

Demonen; titanen; kwade geesten; bewonen een van de 4 lagere werelden (apaya).

atapi

IJverig energiek.

atappa deva's

De goden van niet kwellen (anagami). Zie deva.

ati agge

'De hoogste top', 'het hoogste doel' van het leven.

atimana

Zelfverheffingwaan. Een van de bezoedelingen van de geest. Zie upakkilesa.

atimana

Zelfverheffingwaan. Een van de bezoedelingen van de geest. Zie upakkilesa. Zie ook mana.

ativiya agge uttamabhave

Van het hoogste niveau, van de hoogste graad zijn.

atta ditthi

Ego-illusie. Zie ditthi; sakkaya ditthi.

atta

Ziel; geest; zelf; ik; etc. De Boeddha onderwijst dat geen enkel fenomeen twee momenten hetzelfde blijft en dat het bestaan een dynamisch proces is van mentale en fysieke fenomenen. Daarom kan er geen sprake zijn van een onveranderlijke entiteit zoals een ziel, geest, zelf, of welke vorm van persoonlijkheid dan ook. Zie ti lakkhana; ditthi.

attadattham

Iemands eigen welzijn. Zie Dhp166 voor meer uitleg en gerelateerde informatie. Zie ook Nibbana.

attakilamathanuyoga

Extreem ascetisme. Een van de twee extremen die door middel van het Achtvoudige Pad vermeden wordt.

attano ahitani sukarani

Daden die schadelijk zijn voor jezelf zijn makkelijk uit te voeren. Dit werd door de Boeddha gezegd met betrekking tot het feit dat Devadatta een scheuring in de Sangha veroorzaakte.

Zie Dhp163 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

attanuditthimuhacca

Het verwijderen, het opgeven, het vrij zijn van het idee van een 'zelf'.

attha sila

De achtvoudige regels van moraliteit. Zie sikkhapada.

attha

Realiteit; ding. Zie paramattha sacca.

atthangama

Verdwijnen. Zie o.a. M011.

atthapatisambhida

Analytische kennis van de ware betekenis met betrekking tot begrip. Zie patisambhida.

atthi paccaya

'Aanwezigheidsvoorwaarde' is een van de 24 voorwaarden. Zie paccaya.

attukkamsanaparavambhana

Een van Mara's legers. Zie Mara, legers van.

aturam

Het (lichaam) is vol ziekten. Zie Dhp147 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

avacara

Sfeer; wereld. Synoniem: loka. Verwijst naar de 3 sferen van het bestaan die het gehele universum omvatten, dat wil zeggen, de zintuiglijke sfeer (kamavacara of kama loka) oftewel de wereld van de zintuigen; de fijnstoffelijke sfeer (rupavacara of rupa loka) overeenkomstig met de 4 fijnstoffelijke verdiepingen (zie jhana 1-4); de onstoffelijke sfeer (arupavacara of arupa loka) overeenkomstig de 4 onstoffelijke verdiepingen (zie jhana 5-8).

De zintuiglijke wereld omvat de hellen (niraya) (allerlaagste sfeer); het dierenrijk (tiracchana yoni); de geestenwereld (peta loka); de demonen wereld (asura nikaya); de mensenwereld (manussa loka); en de 6 lagere hemelen: Catumaharajika; Tavatimsa; Yama; Tusita; Nimmana rati; en Paranimmita vasavatti. De laatstgenoemde is de hoogste hemel van de zintuiglijke wereld.

In de fijnstoffelijke wereld zijn nog steeds de vermogens van zien en horen die samen met de andere zintuiglijke vermogens, tijdelijk uitgeschakeld worden in de vier meditatieve verdiepingen. In de onstoffelijke wereld bestaat er helemaal geen lichamelijkheid meer. Hier bestaan alleen nog de vier mentale groepen (zie pa˝ca upadana kkhandha).

"Welke dingen behoren tot de zintuiglijke sfeer (kamavacara)? Alle dingen die bestaan tussen de interval die beneden begrensd is door de Avici hel, en boven door de Paranimmitavasavatti-hemel (zie deva), die daarin hun sfeer hebben en die daarin opgenomen zijn, te weten: de groepen van bestaan (pa˝ca upadana kkhandha), de elementen (dhatu), zintuigbases (ayatana), lichamelijkheid (rupa), gevoel (vedana), waarneming (sa˝˝a), mentale formaties (of mentale factoren) (sankhara) en bewustzijn (vi˝˝ana); al deze dingen behoren tot de zintuiglijke sfeer."

"Maar welke dingen behoren tot de fijnstoffelijke sfeer (rupavacara)? Alle dingen die bestaan tussen de interval die beneden begrensd is door de Brahma wereld (Brahma loka), en boven door de Akanittha wereld, die daarin hun sfeer hebben en die daarin opgenomen zijn (...) en ook het bewustzijn en mentale factoren van iemand die de verdiepingen (van de fijnstoffelijke sfeer, jhana 1-4) ingegaan is, of wie is wedergeboren in die sfeer, of wie reeds gedurende zijn leven het geluk geniet (van de jhana's 1-4); al deze dingen behoren tot de fijnstoffelijke sfeer."

"Welke dingen behoren tot de onstoffelijke sfeer (arupavacara)? Bewustzijn en mentale factoren die verrijzen tussen de interval die beneden begrensd is door de wezens die wedergeboren worden in de sfeer van oneindige ruimte (akasana˝cayatana), en boven door de sfeer van noch waarnemen noch niet waarnemen (n'eva sa˝˝a nasa˝˝ayatana), en het bewustzijn en mentale factoren van iemand die de verdiepingen (van de onstoffelijke sfeer, jhana's 5-8) ingegaan is, of wie is wedergeboren in die sfeer, of wie reeds gedurende zijn leven het geluk geniet (van de jhana's 5-8); al deze dingen behoren tot de onstoffelijke sfeer." (Dhs. 1280, 1282, 1284; Vibh. 18). Zie deva; Hlp006.

Voor een nadere beschrijving van de hemelen met de daarin levende deva's, zie deva; Hlp006.

avajjana citta

'Aandacht bewustzijn' of 'betrokken bewustzijn'. De aandacht of betrokkenheid van de geest naar een object vormt de eerste fase in het proces van bewustzijn. Er zijn 2 soorten: 1. Als een object door de 5 fysieke zintuigen wordt betrokken, wordt het 'betrokkenheid via de vijf poorten' genoemd (pa˝ca dvaravajjana); 2. in het geval van een mentaal object wordt het 'betrokkenheid via de poort van de geest' (mano dvaravajjana)genoemd. Zie ook de 14 functies van bewustzijn (vi˝˝ana kicca).

avajjana

'Aandacht schenken' of 'betrokken raken', is een van de 14 functies van bewustzijn (vi˝˝ana kicca). Zie avajjana citta.

avecca pasada

'Onwrikbaar vertrouwen in de Boeddha, de Dhamma en de Sangha', is een eigenschap van een edele discipel, d.w.z. iemand die ÚÚn van de vier paden verworven heeft. Op het laagste niveau (sotapatti) is er reeds sprake van een perfect vertrouwen omdat hijzelf de waarheid van de Dhamma heeft gezien. Zie ook sotapannassa angani; saddha.

aveccappasada

Zie avecca pasada.

avici

Avici is de naam van de allerlaagste, en dus meest verschrikkelijkste hel (niraya).

aviddasu

De onwetende.

avigata paccaya

'Niet-verdwijning voorwaarde' is een van de 24 voorwaarden. Zie paccaya.

aviha deva's

De goden die baden in hun eigen weelde (anagami). Zie deva.

avihimsa sankappa

Gedachten van geweldloosheid, harmonie, mededogen. Een van de drie goede intenties. Zie ariya atthangika magga.

avihimsa vitakka

Gedachten zonder geweld. Zie vitakka.

avijja

Onwetendheid; gebrek aan kennis. Synoniemen: moha; a˝˝ana.

Onwetendheid is de hoofdoorzaak van al het kwaad en lijden in de wereld. Het bedekt iemands 'mentale ogen' en weerhoud hem ervan om de ware aard van dingen te zien. Het is de begoocheling die wezens misleid door het leven te doen overkomen als zijnde blijvend, gelukkig, substantieel en mooi. Maar het belemmert hen te zien dat alles in realiteit vergankelijk is, onderhevig aan lijden is, er geen 'ik' en 'mijn' is, en van naturen onzuiver (zie vipallasa) is.

Onwetendheid is in beginsel gedefinieerd als zijnde 'het niet kennen van de Vier Edele Waarheden' (cattari ariya sacca), namelijk: lijden, de oorzaak van lijden, de opheffing van lijden en het pad dat leidt tot de opheffing van lijden. Verder essentiele zaken als het niet kennen van de 3 kenmerken van het bestaan (ti lakkhana) en de 5 aggregaten van hechten (pa˝ca upadana kkhandha).

Omdat onwetendheid het fundament is van alle daden, van al het kwaad en lijden, staat onwetendheid daarom als eerste schakel in de formule van het afhankelijk ontstaan (paticcasamuppada). Maar daarom moet onwetendheid nog niet worden gezien als zijnde 'de oorzaakloze hoofdoorzaak van de wereld'. Het is niet zonder oorzaak. Over een oorzaak ervan staat vermeld: "Met het ontstaan van de bezoedelingen (asava) is er het ontstaan van onwetendheid." M009. Er is een manier waarin het symbolisch kan worden beschouwd als een hoofdoorzaak, als een startpunt in de uiteenzetting van de cyclus van het bestaan (samsara). Want er wordt gezegd: 'Geen eerste begin van onwetendheid kan worden waargenomen, monniken, waarbij er geen onwetendheid was, noch dat het achteraf ontstond. Maar het kan gezien worden dat onwetendheid zijn specifieke voorwaarde heeft. (A10-061).

Dezelfde verklaring wordt gegeven voor de begeerte naar bestaan (bhava tanha). Deze laatste, met onwetendheid, worden 'de bijzondere oorzaken van kamma die naar ongelukkige en gelukkige bestemmingen leiden' genoemd. (Vis. 17: 38).

Omdat onwetendheid bestaat totdat de verwerving van Arahatschap een feit is, wordt het aangemerkt als de laatste van de 10 banden (sa˝˝ojana) die wezens aan het rad van geboorte en dood binden (samsara). Omdat de eerste twee wortels van het kwaad, namelijk begeerte en haat (zie mula), op hun beurt geworteld zijn in onwetendheid, zijn als gevolg daarvan alle onheilzame staten van de geest daarmee onafscheidelijk verbonden. Van de drie wortels van het kwaad, is onwetendheid (of begoocheling) de meest halsstarrige.

Onwetendheid is een van de hoofdbezoedelingen (asava) en latente neigingen (anusaya). Het wordt ook vaak een hindernis (pa˝ca nivarana) genoemd maar verschijnt niet samen met de gebruikelijke lijst van vijf.

avijjasava

De bezoedeling van het gebrek aan hogere kennis. Zie asava.

avimutta citta

De niet-bevrijde geest. Zie ook abhi˝˝a.

avuso

Vriend.

avyakata

Letterlijk: 'onbepalend', dat wil zeggen, noch bepalend als karmisch 'heilzaam', noch bepalend als karmisch 'onheilzaam'. Het zijn de karmisch neutrale staten van bewustzijn en mentale factoren. Ze zijn hetzij louter kamma-gevolgen (vipaka) zoals bijvoorbeeld alle zintuiglijke waarnemingen en de mentale factoren die daarmee samengaan, of het zijn karmisch onafhankelijke functies (kiriya), dat wil zeggen, noch karmisch noch een gevolg van kamma. Zie Tabel I.

Zie Dhp038-039, De daden van een Arahat voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

avyapada sankappa

Gedachten van welwillendheid, goodwill, liefdevolle vriendelijkheid. Een van de drie goede intenties. Zie ariya atthangika magga.

avyapada vitakka

Gedachten zonder haat. Zie vitakka.

avyapada

'Zonder kwade wil' oftewel 'vreedzaam van geest'.

ayasma

'Eerbiedwaardige Heer'.

ayatana

Zintuigbasis. Er zijn er twaalf in getal, en zij zijn in twee groepen verdeeld -- inwendige en uitwendige. De zes inwendige zintuigbases (adhyatma ayatana) zijn: 1. de basis van het oog (chakkayatana); 2. de basis van het oor (sotayatana); 3. de basis van de neus (ghanayatana); 4. de basis van de tong (jivhayatana); 5. de basis van het lichaam (kayayatana); 6. de basis van de geest (manayatana).

De zes uitwendige zintuigbases (bahir ayatana) zijn: 1. de basis van vorm (rupayatana); 2. de basis van geluid (saddayatana); 3. de basis van reuk (gandhayatana); 4. de basis van smaak (rasayatana); 5. de basis van tastbare objecten (potthabbayatana); 6. de basis van mentale objecten (dhammayatana).

Zie het artikel Mediteren op de vijf onderwerpen van de Dhamma in Dhp296-301.

ayoniso manasikara

Onwijze overweging.

ayu kappa

De levensspanne. Hier betekent kappa dus niet 'wereldperiode'.

b

bahir ayatana

De zes uitwendige zintuigbases. Zie ayatana.

bahu bhasati

Spreekt onophoudelijk. De neiging overvloedig te praten kan tegengegaan worden door het zwijgen van de geest. Dit bereik je door meditatie. Het kijken naar de geest in meditatie, en de geest toestaan om stil te zijn, kan bewerkstelligd worden door het beschouwen van de geest (citta vipassana).

Zie Dhp259 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

Bahuka

Rivier de Bahuka. Geen toelichting.

Bahumati

Rivier de Bahumati. Geen toelichting.

bahusankappam

Door velen als iets goeds beschouwd. Zie Dhp147 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

bala

Krachten. Onder de verschillende groepen van krachten zijn de volgende de meest frequente die in de teksten voorkomen:

1. geloof/zelfvertrouwen (saddha); 2. energie (viriya); 3. indachtigheid (sati); 4. concentratie (samadhi); 5. wijsheid (pa˝˝a). Zie ook Buddhacakku.

De vijf krachten vormen tevens een onderdeel van de spirituele vermogens (indriya).

Hun bijzondere aspect, in vergelijking met de corresponderende 5 spirituele vermogens (indriya), is dat zij onaantastbaar zijn door hun tegenpolen. Deze zijn:

  1. de kracht van geloof is onaantastbaar door: ongeloof;
  2. de kracht van energie is onaantastbaar door: luiheid;
  3. de kracht van indachtigheid is onaantastbaar door: vergeetachtigheid;
  4. de kracht van concentratie is onaantastbaar door: verwardheid;
  5. de kracht van wijsheid is onaantastbaar door: onwetendheid.

Zij vertegenwoordigen daarom het aspect van stabiliteit in de spirituele vermogens. Overeenkomstig met A. 5: 15, manifesteert zich de 1e kracht in de 4 kwaliteiten van de in de stroom getredene (sotapannassa angani); de 2e kracht in de 4 juiste inspanningen (padhana); de 3e kracht in de vier fundamenten van indachtigheid (satipatthana); de 4e kracht in de 4 meditatieve verdiepingen (jhana); en de 5e kracht manifesteert zich in de volledige bevatting van de Vier Edele Waarheden (cattari ariya sacca). (S. 48: 43; S. 50; Bala Samyutta).

In A. 7: 3 worden de krachten van morele schaamte (hiri) en moreel ontzag (ottappa) aan de hiervoor genoemde 5 krachten toegevoegd. Verscheidene andere groepen van 2 (zie patisankhana bala), 4, 5, en meer krachten worden in de teksten genoemd. Voor de 10 krachten van een Boeddha, zie dasa tathagata bala.

balo

Dwaas.

banyan boom

Zie nigrodha boom.

bhagavat

Verhevene; Gezegende; Heilige. Een naam die aan de Boeddha werd toegekend. Zie namen voor de boeddha.

bhante

Eerwaarde.

bharata

India. In de tijd van de Boeddha heette India 'Jambudipa' (jambu = bos) en was opgedeeld in 16 deelstaten. De streek waar de Boeddha rondtrok om zijn Leer te prediken heet 'Majjhimadesa', het Midden-Land, het 'thuisland' voor de boeddhisten.

bhava raga

Hunkering naar continuering van bestaan.

bhava tanha

Het verlangen om te worden. Zie ditthi; tanha.

bhava

'Worden' of het in het bestaan komen van de drie werelden: de zintuiglijke (kama loka), de fijnstoffelijke (rupa loka), en de onstoffelijke wereld of sfeer (arupa loka).

bhavana bala

'Kracht van mentale ontwikkeling', zie patisankhana bala.

bhavana padhana

'De inspanning van het ontwikkelen', zie padhana.

bhavana ramata

'Vreugde vinden in meditatie', is een van de goede gewoonten van de edelen (ariya vamsa).

bhavana

Mentale ontwikkeling. Letterlijk: 'het in bestaan roepen, produceren', is wat in het westen gewoonlijk tamelijk vaag 'meditatie' wordt genoemd. Men dient twee soorten te onderscheiden: de ontwikkeling van kalmte (samatha bhavana), dat wil zeggen, concentratie (samadhi), en de ontwikkeling van inzicht (vipassana bhavana), hetgeen duidt op wijsheid (pa˝˝a). Deze twee belangrijke termen, kalmte en inzicht (zie samatha vipassana), komen we vaak in de sutta's tegen waar ze uitgelegd worden evenals in de Abhidhamma.

Kalmte (samatha) is de geconcentreerde, onbeweegbare, vredige, en daarom de onbevlekte staat van de geest, terwijl inzicht (vipassana), het intu´tieve inzicht is in het vergankelijke (anicca), onbevredigende (dukkha) en onpersoonlijke (anatta) (zie ti lakkhana) van alle fysieke en mentale verschijnselen van het bestaan die in de 5 groepen van het bestaan besloten liggen, namelijk: lichamelijkheid, gevoelens, waarnemingen, mentale formaties en bewustzijn. Zie hiervoor pa˝ca upadana kkhandha.

Kalmte, of concentratie van de geest, levert volgens de Sankhepavannana (Commentaar op Abhidhammattha Sangaha) een drievoudige zegening op: aangename wedergeboorte, een gelukkig huidig leven en zuiverheid van geest, hetgeen de voorwaarde is voor inzicht. Concentratie is het onontbeerlijke en noodzakelijke fundament en een eerste vereiste voor inzicht om de geest te zuiveren van de 5 mentale bezoedelingen of hindernissen (pa˝ca nivarana), terwijl inzicht (vipassana) de 4 bovenwereldse fasen van heiligheid en bevrijding van de geest voortbrengt. De Boeddha zei daarom: "Dat jullie mentale concentratie zullen ontwikkelen, monniken, want iemand die mentale concentratie bezit, ziet de dingen overeenkomstig de realiteit." (S. 12: 5).

En in Mil. wordt gezegd: "Net zoals een brandende lamp in een donkere kamer wordt gebracht, zo zal het licht van de lamp de duisternis vernietigen en licht voortbrengen en verspreiden; net zo zal inzicht, wanneer dat verrezen is, de duisternis van onwetendheid vernietigen en het licht van wijsheid voortbrengen."

Vis. 3-6 geeft volledige aanwijzingen over hoe volledige concentratie en de meditatieve verdiepingen (jhana's) verkregen kunnen worden door middel van de volgende 40 meditatieonderwerpen (kammatthana):

Onder deze, kan de bespiegeling (of indachtigheid) van de in- en uitademing, alle 4 de meditatieve verdiepingen voortbrengen: die van het lichaam de 1e verdieping, en de rest alleen nabijheid-concentratie (upacara samadhi, zie samadhi).

Mentale ontwikkeling vormt een van de 3 soorten verdienstelijke daden (pu˝˝a kiriya vatthu). 'Vreugde vinden in meditatie' (bhavana ramata) is een van de goede gewoonten van de edelen (ariya vamsa).

Zie o.a. de artikelen: De grondslag van de boeddhistische meditatie in Dhp183-185; Meditatiesystemen in Dhp183-185.

bhavanga citta

Onderbewustzijn. ##uitwerken##

bhavanga mano

De onderbewuste geest. Zie bhavanga; bhavanga sota; bhavanga citta.

bhavanga santana

Continuering van het onderbewustzijn. Zie santana.

bhavanga sota

'De onderstroom die de voorwaarde van bestaan vormt.' Zie ook bhavanga citta; patisandhi citta. ##uitwerken##

bhavanga

'LevenscontinuŘm', is een van de 14 functies van bewustzijn (vi˝˝ana kicca). Zie ook bhavanga sota; bhavanga citta.

bhavasankhara

De vormende kracht van worden, in de zin van wat het bestaan creŰert.

bhavasava

De bezoedeling van begeerte naar het proces van worden. Zie asava.

bhavetabba

Cultiveren; ontwikkelen.

bhavitattanam

Een persoon met een ingetoomde en gedisciplineerde geest (een Arahat).

bhaya

Lafhartigheid, een van de 4 verkeerde paden. Zie agati.

bhikkhu

Boeddhistische monnik. Een volledig ingewijde monnik van de Boeddha wordt een 'bhikkhu' genoemd. 'Bedelmonnik' komt het dichtste bij de betekenis van 'bhikkhu'. Hij is geen priester of intermediair tussen een god en de mens. Hij heeft geen verplichte manier van leven, maar hij is onderworpen aan regels die hij geheel uit eigen beweging naleeft. Hij leidt vrijwillig een leven met minimale behoeften en is ongehuwd. Als hij onbekwaam is het Heilige Leven te leiden, kan hij op elk moment het gele kleed afleggen. Zie Dhp031 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

bhikkhuni sasana

Gemeenschap van nonnen. Zie bhikkhuni.

bhikkhuni

Boeddhistische non. Het was de Boeddha die voor het eerst in de wereldgeschiedenis de gemeenschap van nonnen (Bhikkhuni Sasana) stichtte. Vrouwen van alle achtergronden voegden zich bij de gemeenschap. De levens van een groot aantal van deze edele nonnen, hun energieke pogingen om het doel van vrijheid te winnen en hun dankliederen van vreugde door de bevrijding van de geest, zijn opgetekend in de 'Psalmen van de Zusters' (Therigatha). Vrouwen kunnen net zo goed verlichting bereiken als mannen. Een beroemde uitspraak van de Boeddha is: "Sommige vrouwen zijn beter dan mannen." (Itthi pi hi ekacciya seyya).

bhiru

Vrees; angst. Een van Mara's legers. Zie Mara, legers van.

bhisakko

Een naam die aan de Boeddha werd toegekend. Zie namen voor de boeddha.

bhojane matta˝˝uta

Matig en indachtig eten. Eten doe je niet uit toegeeflijkheid of om het lichaam te sieren, maar om het lichaam fit en gezond te houden om het heilige leven (brahma cariya) te kunnen leiden.

bodhi boom

Boom waaronder de Boeddha de Verheven Verlichting bereikte. Plaats: Bodh Gaya, het vroegere Uruvela. Ficus religiosa. Officiele Pali naam: assattha boom. Sri Lanka: asatu. Zie ook nigrodha boom.

bodhi

Verlichting; wijsheid.

bodhipakkhiya dhamma

De 37 'toebehoren voor verlichting', of 'benodigdheden voor verlichting' omvatten de gehele Leer van de Boeddha. Deze zijn:

In M077 worden alle 37 bodhipakkhiya dhamma opgesomd en uitgelegd hoewel deze niet bij naam genoemd worden. Een gedetailleerde uitleg wordt gegeven in Vis. 22. In S. 47: 51 en S. 47: 67 worden alleen de spirituele vermogens (indriya) bodhipakkhiya dhamma genoemd; en in de Jhana Vibhanga alleen de zeven factoren van verlichting (bojjhanga).

Opmerking

Literatuur: The Requisites of Enlightenment door Ledi Sayadaw (Wheel 169-172); The Wings to Awakening, Translated and Explained by Thanissaro Bhikkhu.

bodhisatta

##uitwerken## De Boeddha vˇˇr zijn verlichting. Zie o.a. Sumedha; J000. Zie ook paramita.

boeddha

De beste onder alle leraren.

boeddhisme

boeddhistische training, de drie aspecten

Wijsheid (pa˝˝a) moreel of ethisch gedrag (sila); concentratie (samadhi). Zie ariya atthangika magga.

bojjhanga

Factoren van verlichting. Synoniem: sambojjhanga. Deze hebben betrekking op de condities die een persoon in zijn streven naar verlichting dient te volgen. Het zijn er zeven: 1. indachtigheid (sati sambojjhanga); 2. onderzoek naar waarheid (dhamma vicaya sambojjhanga); 3. energie (viriya sambojjhanga); 4. vreugde (piti sambojjhanga); 5. kalmte (passaddhi sambojjhanga); 6. concentratie (samadhi sambojjhanga); 7. gelijkmoedigheid (upekkha sambojjhanga).

Zie het artikel Mediteren op de vijf onderwerpen van de Dhamma in Dhp296-301.

brahma cariya

Verwijst naar een puur (kuis) of heilig leven en is in principe een term voor het leven van de monnik. Een lekenvolgeling die de 8 morele regels (zie sikkhapada) op zich genomen heeft, maakt als de derde regel de belofte van kuisheid, dat wil zeggen, volledige onthouding van seksuele relaties. Het hoogste streven en doel van brahma cariya is overeenkomstig met M029, 'de onverstoorbare bevrijding van de geest' (akuppa ceto vimutti).

brahma kayika deva

'De hemelse wezens van de Brahma-wereld' die in de eerste 3 hemelen van de fijnstoffelijke wereld (rupa loka) verblijven, welke corresponderen met de 1e meditatieve verdieping (zie jhana). De hoogste heerser onder hen wordt de Grote Brahma (maha brahma) genoemd. Op humoristische wijze wordt er van hem gezegd (D. 11) dat hij zich aldus voordoet: "Ik ben Brahma, de Grote Brahma, de Meest Hoge, de Onoverwinnelijke, de Alwetende, de Heerser, de Heer, de Schepper, de Maker, de Perfecte, de Beschermer, de Beheerder, de Vader van al wat was en van al wat zal zijn." Zie ook deva; Hlp006.

brahma kayika

Brahma Kayika staat voor de drie hemelen van de fijnstoffelijke sfeer, (rupa loka), de hoogste goddelijke sfeer. Zie Brahma; brahma kayika deva; deva; Hlp006.

brahma loka

'Brahma-wereld', is een naam in de meest brede zin voor de fijnstoffelijke sfeer (rupa loka) en de onstoffelijke sfeer (arupa loka); alhoewel, in nauwere zin, heeft deze term alleen betrekking op de eerste 3 hemelen van de fijnstoffelijke sfeer. Zie brahma kayika deva Hlp006.

brahma parisajja deva's

Brahma's gevolg. Zie deva.

brahma purohita deva's

Brahma's ministers. Zie deva.

brahma vihara bhavana

De ontwikkeling van deze 4 verheven staten. Zie ook brahma vihara.

brahma vihara

'Goddelijke verblijfplaats', ook: de 4 verheven bewustzijnsstaten of 'goddelijke sferen' of de 4 grenzeloze staten (appama˝˝a) genoemd. Deze zijn: 1. liefdevolle vriendelijkheid (metta), 2. mededogen (karuna), 3. sympathische vreugde (mudita), 4. gelijkmoedigheid (upekkha).

Zie cetasika; Tabel II.

De standaardtekst voor de ontwikkeling van deze 4 verheven staten (brahma vihara bhavana) die vaak in de sutta's voorkomt, is als volgt: "Daar, monniken, doordringt een monnik met een geest vol van liefdevolle vriendelijkheid eerst ÚÚn windstreek, dan de tweede, dan de derde, dan de vierde, en zo ook boven, beneden en in de rondte; en overal identificeert hij zichzelf met alles, hij doordringt de hele wereld met een geest vol van liefdevolle vriendelijkheid, met een wijde geest, ontwikkeld, onbegrensd, vrij van haat en kwade wil." Hierna volgt hetzelfde m.b.t. mededogen, sympathische vreugde en gelijkmoedigheid.

Literatuur: Gedetailleerde uitleg in Vis. 9. Voor teksten zie Path 97. Teksten over metta in: The Practice of Loving Kindness door Nanamoli Thera (Wheel 7); The Four Sublime States door Nyanaponika Thera (Wheel 6); Brahma Vihara door Narada Thera (Vajirarama, Colombo, 1962).

brahma

Aanduiding voor de hoogste typen van goden. De Boeddha verwijst ook naar mensen van hoog moreel niveau, zoals in Snp3-09, 656.

In verscheidene verzen uit bijvoorbeeld hoofdstuk 8 van de Dhammapada, wordt naar Brahma verwezen. De verhalen die de aanleiding waren om verscheidene van die verzen uit dat hoofdstuk uit te spreken, hebben te maken met mensen die vele riten en ceremonies in praktijk brachten met de bedoeling de Brahma wereld (brahma loka) voor zich te verwerven. Wat is de boeddhistische houding omtrent het concept van Brahma en de Brahma werelden?

In de Dhamma Cakka Ppavattana Sutta - Het in beweging zetten van het Wiel der Wet (S56-011), wordt bijvoorbeeld verwezen naar de brahma kayika (zie ook: brahma kayika deva). Verder wordt er door de gehele boeddhistische literatuur heen verwezen naar Brahma, maar in het boeddhistische systeem wordt iemands bevrijding niet gezocht in offergaven aan of aanbidding van goden. De Brahma wereld (Brahma loka) wordt beschouwd als de verblijfplaats van de goddelijke schepper (Maha Brahma). Het idee dat Brahma de goddelijke schepper is, wordt o.a. verworpen in de Bhuridatta Jataka. Deze Jataka openbaart het volgende:

"Hij die ogen heeft kan het walgelijke zien. Waarom maakt Brahma zijn wezens niet correct?"

Alhoewel er een hemels wezen is dat Maha Brahma wordt genoemd, die zelf geloofd dat hij de schepper is, en waarvan de brahmanen (en andere mensen in de wereld) geloven dat hij de schepper is, die Brahma wordt in het boeddhisme wel aanvaart, maar boeddhisten geloven niet dat hij de schepper van de wereld is.

brahmaan

Een brahmaan is voor wat betreft het Indiase kastensysteem geboren in de priesterkaste en daardoor 'edel van geest', maar in het boeddhisme wordt dit woord gebruikt om een Arahat aan te duiden, iemand die de verlichting verwezenlijkt heeft.

In o.a. de Dhammapada, hoofdstuk 26 'de brahmaan', wordt duidelijk aangegeven wat de Boeddha onder een brahmaan verstaat. Wanneer vanuit boeddhistisch perspectief gesproken wordt over 'brahmaan', dan wordt daar de Arahat mee bedoeld.

Het heilige leven (brahma cariya), het hoogste en beste in gedrag, is het celibatair geestelijke leven van de bhikkhu of bhikkhuni. Iemand die vrij is van bezoedelingen, dat is een brahmaan. "Iemand wˇrdt geen uitgestotene door geboorte, iemand wˇrdt geen brahmaan door geboorte. Het is door de daad, dat iemand een uitgestotene wordt, het is door de daad, dat iemand een brahmaan wordt." Snp1-07, vers 142.

Verder geeft de Boeddha o.a. in Snp3-06 en in Snp3-09 duidelijk aan wat een brahmaan is.

brahmacariya

Het heilige leven. Zie ook magga brahmacariya.

brahmana

Priester. Zie brahmaan.

buddha sasana

Leer van de Boeddha; boodschap van de Boeddha; religie van de Boeddha.

buddhacakku

Boeddha-oog. Buddhacakku vormt de kennis van de verdorvenheden en de aangeboren tendensen (asayanusaya ˝ana) en de kennis van domheid en scherpzinnigheid van vermogens als zelfvertrouwen, indachtigheid, concentratie, energie en wijsheid (indriyaparopariyatta˝ana).

buddhanussati bhavana

Mediteren op de deugden van de Boeddha. Deze meditatie is geschikt om door iedereen beoefend te worden, jong en oud. Het woord anussati betekent 'bespiegeling'. Daarom betekent buddhanussati bhavana: 'de meditatie die beoefend wordt terwijl men de deugden van de Boeddha bespiegelt'.

Zie Dhp296-301 voor meer uitleg en gerelateerde informatie; anussati.

buddhanussati

Zie buddhanussati bhavana.

buddhavamsa

Geschiedenis van de Boeddha's. Zie Een rondleiding door de Ti Pitaka.

buddhi carita

Degene die intelligent van karakter is. Zie ook carita.

c

caga sampada

Volbrenging van liefdadigheid.

caga

Liefdadigheid.

caganussati

Bespiegeling van vrijgevigheid.

cakka

Wiel.

cakkavati raja

De ideale of de rechtvaardige koning overeenkomstig met de boeddhistische traditie.

cakkhu pasada

Het gevoelige oogorgaan.

cakkhu

Visie.

cakku

Oog.

carita

Natuur; karakter. In Vis. 3 worden zes soorten van mensen uitgebeeld: degene die hebzuchtig van karakter is (raga carita), degene die hatelijk van karakter is (dosa carita), degene die dom of stompzinnig van karakter is (moha carita), degene die gelovig van karakter is (saddha carita), degene die intelligent van karakter is (buddhi carita) en degene die overdenkend van karakter is (vitakka carita).

cariya pitaka

De Collectie van de Manieren van Gedrag. Zie Een rondleiding door de Ti Pitaka.

cattari ariya sacca

De Vier Edele Waarheden.

Korte samenvatting van de Vier Edele Waarheden.

De Edele Waarheid van Lijden (dukkha ariya sacca)

"Dit monniken, is de Edele Waarheid van lijden (dukkha): Geboorte (jati) is lijden, ouderdom (jara) is lijden, ziekte (vyadhi) is lijden, dood (marana) is lijden, verdriet (soka) en weeklagen (parideva), pijn (dukkha), smart (domanassa) en wanhoop (sambhavanti) zijn lijden; gevoegd worden bij het onaangename is lijden (appiyehisampayoga), gescheiden worden van het geliefde is lijden (piyehivippayoga), niet krijgen wat men wil (yampiccam nalabhati tampi dukkam), is lijden -- kortom, de vijf groepen (die het object zijn) van hechten (pa˝ca upadana kkhandha), zijn lijden."

De Edele Waarheid van de Oorzaak van Lijden (dukkha samudaya ariya sacca)

"Dit monniken, is de Edele Waarheid van de Oorzaak (samudaya) van Lijden: het is de hunkering (tanha) die wedergeboorte (patisandhi) veroorzaakt en welke gepaard gaat met hartstocht (raga) en wellust (kama), en bevrediging zoekt in dingen, dan weer hier, dan weer daar, namelijk: hunkering naar zintuiglijke geneugten (kama tanha), hunkering naar bestaan (bhava tanha) (zie ditthi), en hunkering naar niet-bestaan (vibhava tanha) (zie ditthi)."

De Edele Waarheid van de Opheffing van Lijden (dukkha nirodha ariya sacca)

"Dit, monniken, is de Edele Waarheid van de Opheffing (nirodha) van Lijden: Het is het volledig doen verwelken en ophouden, het opgeven, het laten varen, het loslaten en de verwerping van die hunkering (tanha)."

De Edele Waarheid van het Pad dat Leidt tot de Opheffing van Lijden (dukkha nirodha gamini patipada ariya sacca)

"Dit, monniken, is de Edele Waarheid van het Pad (magga) die leidt naar de Opheffing van Lijden: Het is eenvoudigweg het Edel Achtvoudige Pad, namelijk: juist begrip, juiste gedachten, juiste spraak, juist handelen, juiste wijze van levensonderhoud, juiste inspanning, juiste indachtigheid, juiste concentratie."

Bovenstaande is een citaat uit de Dhamma Cakka Ppavattana Sutta, S56-011, de eerste toespraak van de Boeddha. In D22 heeft de Boeddha de Vier Edele Waarheden nog uitgebreider uiteengezet dan in S56-011.

Zie ook Dhp188-192; Dhp277-279 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

cattari mahabhutani

De vier grote elementen, zie dhatu.

catu parisuddhi sila

De 'viervoudige morele zuiverheid'. Zie vinaya pitaka.

catudhatu vavatthana

Analyse van de 4 elementen. Zie bhavana.

catumaharajika deva's

De goden van de vier grote koningen. Zie deva.

catumaharajika

Een van de zes hemels van de zintuiglijke sfeer: (kamavacara) of (kama loka) is de sfeer waarin wij leven. Zie deva.

catusampaja˝˝a

De vier soorten van helder begrip. Zie sampaja˝˝a.

catutthajjhana

4e Meditatieve verdieping, zie jhana.

cetana

'Wilshandeling', wil, is een van de 7 mentale factoren (cetasika), namelijk: zintuiglijke of mentale indruk (phassa), gevoel (vedana), waarneming (sa˝˝a), wil (cetana), concentratie (samadhi), vitaliteit (jivita), alertheid (manasikara) welke onafscheidelijk verbonden zijn met elke soort van bewustzijn.

Zie cetasika; Tabel II.

Met betrekking tot karmische wilshandelingen (dat wil zeggen, heilzaam of onheilzaam kamma) wordt gezegd in A. 6: 13: "Wilshandelingen zijn kamma, zo zeg ik, monniken, omdat zodra de wil ontstaat, iemand de handeling doet, of het nu via het lichaam, de spraak of de geest is." Zie ook kamma.

Cetana betekent wil, keuze, en is het vermogen om de activiteiten van de samenwerkende mentale factoren te bepalen zodat ze in onderlinge harmonie gebracht kunnen worden. Let op: het bepaalt de activiteit van die factoren. In het gewoonlijke taalgebruik zeggen we meestal: "Dit werk was zus en zo tot stand gekomen", of "dit is het grote werk van die en die persoon." Ten opzichte van ethische aspecten is dat net zoiets. De wil wordt de dader (kamma) genoemd omdat die de activiteiten van de samenwerkende mentale factoren bepaalt en ook de basis is van alle daden die via het lichaam, met de spraak en met de geest begaan worden. Zoals alle voorspoed in dit leven het gevolg is van de inspanningen die teweeggebracht zijn door het lichaam, de spraak en de gedachten, zo zijn ook de toestanden van een nieuw bestaan het gevolg van de wilshandelingen (kamma) die in vorige bestaansvormen zijn volvoerd. Aarde, water, bergen, bomen, gras, etc., zijn allemaal ontstaan uit het element temperatuur en kunnen in feite 'de kinderen van de uitstroming van temperatuur' worden genoemd. Zo kunnen alle levende wezens de kinderen van de uitstroming van hun wil -- het element van kamma -- worden genoemd, omdat zij allemaal geboren worden door kamma. "Wilshandeling is kamma, zo zeg ik, monniken, omdat zodra de wil ontstaat, iemand de handeling doet, of het via het lichaam, de spraak of de geest is." -- "Wezens zijn de erfgenamen van hun eigen kamma."

cetasika dhamma

Gedachten omtrent de Dhamma.

cetasika dukkha vedana

Mentaal onaangenaam gevoel. Zie vedana.

cetasika dukkha

Mentaal lijden.

cetasika sukha vedana

Mentaal aangenaam gevoel. Zie vedana.

cetasika

'Mentale dingen', 'mentale factoren', 'mentale formaties', zijn die samenwerkende mentale factoren die verbonden zijn met het gelijktijdig ontstane bewustzijn (citta, idem vi˝˝ana) en welke geconditioneerd zijn door de aanwezigheid van dat bewustzijn.

Waar in de sutta's alle fenomenen van bestaan opgesomd worden onder de aspecten van de vijf groepen van hechten (zie pa˝ca upadana kkhandha), namelijk: lichamelijkheid, gevoel, waarneming, mentale formaties en bewustzijn, plaatst de Abhidhamma hen doorgaans onder de drie psychologische aspecten: bewustzijn, mentale factoren en lichamelijkheid (citta, cetasika, rupa).

Van deze drie aspecten (citta, cetasika, rupa), vallen onder de mentale factoren (cetasika): gevoel en waarneming, plus de 50 mentale formaties (sankhara's), zie voor sankhara's ook Tabel II. Voor de duidelijkheid: de sankhara's zijn de cetasika's minus gevoel en waarneming. Voor een beschrijving van de sankhara's kan dus de lijst die hierna volgt worden geraadpleegd, maar dan moeten de factoren gevoel en waarneming worden uitgesloten omdat deze geen sankhara's zijn.

De cetasika's zijn de 52 samenwerkende mentale factoren (sankhara's plus gevoel en waarneming). Van deze zijn er 25 verheven kwaliteiten (hetzij karmisch heilzaam of neutraal), 14 karmisch onheilzaam, terwijl er 13 karmisch neutraal zijn; hun karmische kwaliteit hangt af van het feit of dat zij samengaan met heilzaam, onheilzaam of neutraal bewustzijn, zie Tabel I; vi˝˝ana.

Tip

De 52 mentale factoren

De 13 algemene factoren

Deze 13 mentale factoren worden 'mengelingen' genoemd (vimissaka), omdat ze vermengd kunnen worden met zowel moreel als immoreel bewustzijn. Het zijn daarom algemene factoren.

De primaire algemene factoren

De volgende 7 factoren worden 'sabba citta sadharana' genoemd (de primaire), omdat ze in elk bewustzijn voorkomen.

  1. Mentale indruk of contact (phassa).
  2. Gevoel (vedana).
  3. Waarneming (sa˝˝a).
  4. Wil (cetana).
  5. Concentratie (samadhi.
  6. Vitaliteit (jivita).
  7. Alertheid (manasikara).

De secundaire algemene factoren

De volgende 6 secundaire (pakinnaka) worden zo genoemd omdat ze alleen in bepaalde typen bewustzijn voorkomen. Deze mentale factoren zijn dus niet neutraal ten opzichte van alle soorten van bewustzijn, maar dringen in sommige gevallen afzonderlijk in de samenstelling van bepaalde soorten van bewustzijn. Vandaar dat ze secundaire of afzonderlijke factoren worden genoemd. Als deze secundaire bij de primaire factoren worden gevoegd, zijn er 13 algemene factoren; en beiden worden 'mengelingen' genoemd als ze samengevoegd zijn, omdat ze in de samenstelling van moreel en immoreel bewustzijn dringen.

  1. Gedachteconceptie of aanvangende gedachten (vitakka).
  2. Redenerend denken of aanhoudend denken (vicara).
  3. Energie (inspanning) (viriya).
  4. Vreugdevolle interesse (piti).
  5. Verlangen 'om te doen' (chanda).
  6. Besluitvaardigheid, vastberadenheid (adhimokkha).

De 14 immorele factoren

Deze 14 mentale factoren worden onheilzame dingen (akusala dhamma) genoemd omdat het ware immorele aspecten zijn. De eerste 3 worden de 3 immorele wortels genoemd (mula), omdat ze de drie hoofdoorzaken van elke immoraliteit zijn.

  1. Hebzucht (lobha).
  2. Haat (dosa).
  3. Begoocheling (moha).
  4. Speculatieve opvattingen (ditthi).
  5. Verwaandheid (mana).
  6. Afgunst (issa).
  7. Gierigheid of jaloersheid (macchariya).
  8. Zorgelijkheid (kukkucca).
  9. Gebrek aan morele schaamte (ahirika).
  10. Gebrek aan moreel ontzag (anottappa).
  11. Rusteloosheid (uddhacca).
  12. Luiheid (thina).
  13. Traagheid (middha).
  14. Twijfel (vicikiccha).

De 25 verheven factoren

De eerste 3 factoren worden de 3 onthoudingen genoemd. De nummers 48, 49 en 50 worden de drie 'onthoudingen' genoemd. De laatste twee, 51 en 52, worden de verheven verblijven of sferen genoemd (brahma vihara). Een synoniem is 'onbegrensde staten' (appama˝˝a). In principe is de brahma vihara viervoudig waarin de laatste twee worden aangevuld door liefdevolle vriendelijkheid (metta) en gelijkmoedigheid (upekkha). Deze twee zijn echter al opgenomen in deze lijst van de 25 verheven mentale factoren: metta valt hier namelijk onder alobha en upekkha onder tatra majjhattata (synoniemen).

  1. 'Zonder-hebzucht' (alobha).
  2. 'Zonder-haat' (adosa).
  3. 'Zonder-begoocheling' (amoha).
  4. Geloof/zelfvertrouwen (saddha).
  5. Indachtigheid (sati).
  6. Morele schaamte/bescheidenheid (hiri).
  7. Moreel ontzag (ottappa).
  8. Evenwichtigheid van geest (tatra majjhattata).
  9. Kalmte van de mentale groep (kaya passaddhi).
  10. Kalmte van de geest (citta passaddhi).
  11. Vlotheid van de mentale groep (kaya lahuta).
  12. Vlotheid van de geest (citta lahuta).
  13. Flexibiliteit van de mentale groep (kaya muduta).
  14. Flexibiliteit van de geest (citta muduta).
  15. Aanpassingsvermogen van de mentale groep (kaya kamma˝˝atta).
  16. Aanpassingsvermogen van de geest (citta kamma˝˝atta).
  17. Vaardigheid van de mentale groep (kaya pagu˝˝ata).
  18. Vaardigheid van de geest (citta pagu˝˝ata).
  19. Oprechtheid van de mentale groep (kaya ujukata).
  20. Oprechtheid van de geest (citta ujukata).
  21. Juist spreken (samma vaca).
  22. Juiste handelingen (samma kammanta).
  23. Juiste wijze van levensonderhoud (samma ajiva).
  24. Mededogen (karuna).
  25. Sympathische vreugde (mudita).

cethiya

Object van verering.

ceto pariya ˝ana

Het doordringen van de geest van anderen. Zie abhi˝˝a.

ceto vimutti

Bevrijding van de geest. In de diepste zin duidt het op de vrucht van Arahatschap (Zie ariya puggala/ariya) en in het bijzonder de concentratie die daarmee samengaat. De term is vaak verbonden met 'bevrijding door wijsheid' (pa˝˝a vimutti), zoals bijvoorbeeld in de tien krachten van een Perfecte (zie dasa tathagata bala). Zie vimokkha A.

Ook: 'onbeweeglijke bevrijding van de geest' (akuppa ceto vimutti); 'onbegrensde bevrijding van de geest' (appamana ceto vimutti); 'bevrijding van de geest van de voorwaarde van het bestaan', of 'tekenloze bevrijding van de geest' (animitta ceto vimutti); 'bevrijding van de geest omtrent de begeleidingen' (akinnca˝˝a ceto vimutti), omdat die staat van de geest vrij is van 3 banden, condities en begeleidingen, te weten hebzucht, haat en onwetendheid; en omdat zo'n geest daar vrij van is, wordt het ook wel genoemd 'de lege of onbezette bevrijding van de geest' (su˝˝ata ceto vimutti).

In meer beperkende zin, is 'onbegrensde bevrijding van de geest' een naam voor de 4 onbegrensde staten, te weten: liefdevolle vriendelijkheid, mededogen, sympathische vreugde en gelijkmoedigheid (zie brahma vihara); 'bevrijding van de geest omtrent de begeleidingen' staat voor de sfeer van 'niets-heid' (zie aki˝ca˝˝ayatana, jhana 7); 'bevrijding van de geest van de voorwaarde van het bestaan', staat voor bevrijding van de geest vanwege geen aandacht hebben voor alle voorwaarden van het bestaan; 'bevrijding van de geest omtrent de begeleidingen', staat voor de contemplatie omtrent de afwezigheid van een zelf. Zie voor meer details M043.

chakkayatana

De basis van het oog.

chanda raga

Hartstochtelijke begeerte, zie kama; chanda.

chanda samadhi

Concentratie van de wil.

chanda

Intentie; verlangen; wil.

  1. Als een ethische, neutrale psychologische term, in de zin van 'intentie', is het een van die algemene mentale factoren (zie cetasika; Tabel II) die in de Abhidhamma onderwezen wordt en waarvan de morele kwaliteit bepaald wordt door het karakter van de wil (cetana) die daarmee samengaat. In het commentaar wordt het verklaard als 'een wens om te doen' (kattu kamyata chanda). Als het intensiever wordt, treedt het ook op als een 'overheersende voorwaarde', zie paccaya 3.
  2. Als een slechte kwaliteit heeft het de betekenis van 'begeerte', en is het vaak gekoppeld aan termen als 'sensualiteit', 'hebzucht', etc., bijvoorbeeld: 'zintuiglijk verlangen' (kamacchanda), een van de vijf hindernissen (pa˝ca nivarana), 'hartstochtelijk verlangen (chanda raga) (zie kama) Het is ÚÚn van de 4 verkeerde paden, zie agati.
  3. Als een goede kwaliteit is het een rechtvaardige wil of ijver (dhamma chanda) en verschijnt het bijvoorbeeld in de formule van de vier inspanningen (zie padhana): "De monnik wekt zijn wil op (chandam janeti) (...)." Als het intensiever wordt, is het ÚÚn van de 4 wegen naar kracht, zie iddhi pada.

chuddho

Zal terzijde geworpen worden. Zie Dhp041 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

cinta maya pa˝˝a

Wijsheid (of kennis) die gebaseerd is op denken.

citta cetasika

Bewustzijn en haar factoren.

citta kamma˝˝atta

Aanpassingsvermogen of geschiktheid voor het werk van de mentale groep. Zie cetasika; Tabel II.

citta lahuta

Vlotheid, behendigheid van de geest. Vlotheid betekent dat de mentale factoren licht geworden zijn, omdat zij vrij zijn van de immorele factoren die tegenwerken in het doen van het goede. Zie cetasika; Tabel II.

citta muduta

Flexibiliteit van de geest. Zie cetasika; Tabel II.

citta nupassana

Contemplatie van bewustzijn. Een van de vier fundamenten van indachtigheid. Zie satipatthana.

citta pagu˝˝ata

Vaardigheid of kundigheid van de geest. Zie cetasika; Tabel II.

citta parisuddhi padhaniyanga

Een van 'De 4 elementen van de inspanning voor zuiverheid'. Zie parisuddhi padhaniyanga.

citta passaddhi

Kalmte van de geest. Kalmte betekent dat de mentale factoren tot rust zijn gekomen en bekoeld zijn, omdat zij vrij zijn van de drie immorele wortels die stagnatie veroorzaken in het doen van het goede. Zie Tabel II; cetasika.

citta samadhi

Concentratie van bewustzijn.

citta santati

Stroom van bewustzijn.

citta ujukata

Oprechtheid van de geest. Zie cetasika; Tabel II.

citta vipallasa

Verdraaiing van de geest. Zie vipallasa.

citta vipassana

Het beschouwen van de geest.

citta visuddhi

Zuivering van de geest.

citta vithi

'Proces van bewustzijn', 'waarnemingsproces', 'cognitieve opeenvolgingen'. Zie vi˝˝ana kicca voor de 14 functies van bewustzijn.

citta vitthi

Proces van bewustzijn. Zie ook vi˝˝ana kicca.

citta viveka

Zie viveka.

citta

Letterlijk: 'staat van de geest.' Elk van de 89 soorten van bewustzijn is een 'staat', een 'toestand', zie Tabel I. Zie ook mano.

cittass' ekaggata

Eenpuntige gerichtheid van de geest. Zie samadhi.

cittassa upakkilesa

Zie upakkilesa.

cittatthiti

'Niet verplaatsbaar aspect van de geest'. Zie nama.

cuti citta

'Dood bewustzijn', letterlijk 'vertrekkend bewustzijn'. Zie ook de 14 functies van bewustzijn (vi˝˝ana kicca).

cuti upapata ˝ana

Zie nachtwaken van de Boeddha.

cuti

'Sterven', is een van de 14 functies van bewustzijn (vi˝˝ana kicca). Zie cuti citta.

cutupapata ˝ana

Dit is een andere naam voor 'het goddelijke oog'. 'De kennis van de verdwijning en verschijning van wezens.' Synoniem: dibba cakkhu, zie abhi˝˝a.

d

dabbi

De lepel. Zie Dhp064 voor een prachtige gelijkenis van de dwaas en de lepel in de soep.

dana paramita

Perfectie van mildheid. Zie paramita.

dana

Daad van liefdadigheid; vrijgevigheid. Dana is de eerste perfectheid (paramita). Het verleent de gever een dubbele zegening van het tegengaan van immorele gedachten van zelfzuchtigheid, terwijl er pure gedachten van onzelfzuchtigheid ontwikkeld worden. "Het zegent hem die geeft en hem die ontvangt." Het gaat er de Bodhisatta niet om of de ontvanger werkelijk in nood verkeert of niet, want zijn enige object in zijn beoefening van liefdadigheid, zoals hij dat doet, is om de hunkering uit te roeien die sluimerend in hemzelf verscholen ligt. De vreugde van dienstverlening, haar hulpverlenende geluk, en de verzachting van lijden zijn andere zegeningen die door liefdadigheid verkregen zijn.

Zie Dhp177 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

dasa paramita

De tien perfectheden (van de Boeddha), zie paramita.

dasa tathagata bala

De tien krachten van een Volmaakte; of, hij die de tien krachten bezit, bijvoorbeeld de Boeddha. Over hem is gezegd (bijvoorbeeld in M012; A. 10: 12):

"Daar monniken, begrijpt de Volmaakte overeenkomstig de realiteit het mogelijke als het mogelijke, en het onmogelijke als het onmogelijke (...) het resultaat van verleden, heden en toekomstige handelingen (...) het pad dat naar het welzijn van allen leidt (...) de wereld met haar vele verschillende elementen (...) de verschillende neigingen in wezens (...) de hogere en lagere vermogens in wezens (...) de bezoedeling, zuiverheid en de ontplooiing omtrent de meditatieve verdiepingen, bevrijdingen, concentratie en verworvenheden (...) zich vele vorige geboorten herinnerend (...) het doordringen met het goddelijke oog van hoe wezens verdwijnen en weer verschijnen overeenkomstig hun handelingen (kamma) (...) winst, door de uitblussing van alle bezoedelingen, bezit van 'de bevrijding van de geest' en 'de bevrijding door wijsheid' (...)"

dassana

1. Zien (de functie van het oog); 2. visie; 3. term voor het eerste pad.

desana

Prediking, uiteenzetting.

deva duta

'Goddelijke boodschappers', is een symbolische naam voor ouderdom, ziekte en dood omdat deze drie dingen de mens aan zijn toekomst doen herinneren en hem aanzetten tot een vastberaden streven.

Siddhatta zag drie 'hemelse boodschappers' voordat hij de wereld verzaakte: ziekte, ouderdom en dood. De tegenstellingen hiervan zijn jeugd (yobbanamada), gezondheid (arogyamada), leven (jivitamada). Door het zien van de drie boodschappers van het lijden, werd de prins diep geraakt en walgde hij van de instabiliteit van jeugd, de instabiliteit van gezondheid en de instabiliteit van het leven. In A03-035 (verkort) wordt gezegd:

"Maar, mijn beste man, heb je in de wereld, onder de mensen, niet een man of een vrouw gezien van tachtig, negentig, of van honderd jaar, zwak, krom als een puntdak, gebogen, leunend op een stok, slecht ter been, sukkelend, de jeugdigheid en kracht verdwenen, met brokkelige tanden, met grijs en weinig haar of helemaal geen haar meer op het hoofd, met rimpels, met gevlekte ledematen?"

"Mijn beste man, is het dan nooit in je opgekomen, terwijl je toch intelligent en oud genoeg bent: 'Ook ik ben onderhevig aan ouderdom en kan daar niet aan ontsnappen. Laat mij dan goede daden doen via het lichaam, woorden en gedachten?'"

"Maar, mijn beste man, heb jij onder de mensen niet een vrouw of een man gezien, die veel kwalen en pijn had, ernstig ziek, die liggend in zijn eigen vuil, die door iemand opgetild moet worden en door anderen naar bed gebracht moet worden?"

"Mijn beste man, is het dan nooit in je opgekomen, terwijl je toch intelligent en oud genoeg bent: 'Ook ik ben onderhevig aan ziekte en kan daar niet aan ontsnappen. Laat mij dan goede daden doen via het lichaam, woorden en gedachten?'"

"Maar, mijn beste man, heb jij onder de mensen niet een vrouw of een man gezien, die ÚÚn, twee of drie dagen geleden gestorven is, en dat het lichaam opgezwollen, verkleurd en rottende is?"

"Mijn beste man, is het dan nooit in je opgekomen, terwijl je toch intelligent en oud genoeg bent: 'Ook ik ben onderhevig aan de dood en kan daar niet aan ontsnappen. Laat mij dan goede daden doen via het lichaam, woorden en gedachten?'"

Zie ook A03-035; M130.

deva loka

De wereld van hemelse wezens. Zie deva.

deva

Hemelse wezens, goddelijke wezens, wezens die in gelukkige werelden/sferen leven en die in het algemeen voor het menselijke oog onzichtbaar zijn.

Dit zijn geen onsterfelijke wezens, want ook zij zijn, net zoals menselijke en andere wezens, onderworpen aan wedergeboorte, ouderdom en dood, en dus niet vrij van de cyclus van bestaan (samsara) en van lijden. Zij leven veel langer en hebben veel meer macht dan de doorsnee menselijke wezens, maar zij zijn nog steeds 'van deze wereld' (de zintuiglijke wereld), en het is niet vanzelfsprekend dat zij wijzer zijn dan menselijke wezens. Sakka is de regeerder over deze wezens en leeft in pracht en praal met zijn gezelschap Suja (zijn vrouw) in de Tavatimsa hemel, 'de hemel van de drieŰndertig goden'. Asura's leven in de oceaan en er wordt gezegd dat zij voortdurend in oorlog zijn met de deva's. Gandhabba's zijn een soort van hemelse muzikanten. Er zijn vele verschillende klassen hemelwezens in de drie sferen van het bestaan. Deze zijn:

Opmerking

A. De hemelwezens van de zintuiglijke sfeer (geen jhana's)

B. De hemelwezens van de fijnstoffelijke sfeer (1e jhana)

(brahma kayika deva, zie daar).

Degene met een zwakke, middelmatige of volledige ervaring van de 1e meditatieve verdieping (jhana), wordt onder deze 3 groepen geboren.

B. De hemelwezens van de fijnstoffelijke sfeer (2e jhana)

Hier zullen degene worden geboren met ervaring van de 2e meditatieve verdieping.

B. De hemelwezens van de fijnstoffelijke sfeer (3e jhana)

Hier zullen degene geboren worden met ervaring van de 3e meditatieve verdieping.

B. De hemelwezens van de fijnstoffelijke sfeer (4e jhana)

De laatste van de groep van de 4e jhana, de Suddhavasa Deva's, zijn de hemelwezens van de Zuivere Verblijven. De wezens in deze verblijven zijn:

Onder de eerste twee groepen deva's van de 4e jhana, zullen degene geboren worden met ervaring van de 4e meditatieve verdieping. Echter, onder de 3e groep worden alleen de anagami's geboren. Zie Suddhavasa voor de vijf anagami's.

B. De hemelwezens van de onstoffelijke sfeer (5e, 6e, 7e en 8e jhana)

In de sfeer van oneindige ruimte (5e jhana) zijn de:

In de sfeer van oneindig bewustzijn (6e jhana) zijn de:

In de sfeer van niets-heid (7e jhana) zijn de:

In de sfeer van noch waarnemen noch niet waarnemen (8e jhana) zijn de:

Hier worden degene geboren met ervaring van de 4 onstoffelijke sferen, de 5e t/m de 8e jhana.

Voor de wezens in de lagere sferen, zie loka. Zie ook Hlp006.

Literatuur: Gods and the Universe door Francis Story (Wheel 180-181).

devaputta mara

Zie Mara.

devata

'Hemels wezen'. Zie deva; Hlp006.

devatanussati

Bespiegeling van hemelwezens.

dhamma cakka ppavattana sutta

Eerste toespraak van de Boeddha over de Vier Edele Waarheden, zie S56-011. De betekenis van Dhamma cakka ppavattana is als volgt: 'Het Koninkrijk der Waarheid', 'Het Wiel der Waarheid', 'Het Koninkrijk der Gerechtigheid'. Dhamma betekent hier 'wijsheid' of 'kennis', cakka 'fundament' of 'stichten', dhamma cakka betekent dus 'het stichten van wijsheid', en ppavattana 'uiteenzetten'. Dhamma cakka ppavattana zou dan betekenen: 'De uiteenzetting van het fundament van wijsheid'. Dhamma kan ook worden ge´nterpreteerd als 'Waarheid', en cakka als 'Wiel'. Dhamma cakka ppavattana betekent dus ook: 'Het in beweging brengen of de uiteenzetting van het Wiel der Waarheid'.

dhamma chanda

Een rechtvaardige wil of ijver.

dhamma dhatu

'Geestesobject', is een van de 18 elementen, zie dhatu II.

dhamma nupassana bhavana

Mediteren op de vijf onderwerpen van de Dhamma.

Dhamma nupassana is het vierde onderdeel van de satipatthana training. Dhamma nupassana betekent het observeren van dingen zoals gedachten omtrent de Dhamma (cetasika dhamma): de hindernissen zoals kamacchanda, vyapada, etc. (nivarana), de aggregaten zoals rupa, vedana, etc. (khandha), de zintuigbases zoals oog, oor, etc. (ayatanadhamma), de factoren van verlichting zoals sati, dhamma vicaya, etc. (bojjhangadhamma), en de Vier Edele Waarheden (Cattari Ariya Sacca). Deze meditatie kan beschouwd worden als de moeilijkste in de satipatthana meditatie series.

Zie het artikel Mediteren op de vijf onderwerpen van de Dhamma in Dhp296-301. Verder Maha Satipatthana Sutta D22; ariya atthangika magga; satipatthana.

dhamma nupassana

Zie dhamma nupassana bhavana.

dhamma puja

Zie puja.

dhamma tanha

Begeerte naar mentale objecten of gehechtheid aan dogma's. Zie tanha.

dhamma vicaya sambojjhanga

'Verlichtingsfactor van onderzoek naar waarheid' heeft geen betrekking op specifiek de Leer van de Boeddha zoals veel westerse schrijvers denken, maar op alle mentale en fysieke fenomenen.

dhamma vicaya

Onderzoek naar de realiteit. Zie ook dhamma vicaya sambojjhanga; bojjhanga.

dhamma

Letterlijk: 'drager'. De conditie of natuur van een ding, een norm, natuurwet, doctrine (de Leer van de Boeddha), gerechtigdheid, rechtvaardigheid, rechtschapenheid, kwaliteit, ding, ervaring, mentaal object (zie ayatana), verschijnsel. Voor al deze betekenissen wordt het woord dhamma in de teksten gevonden.

De Dhamma als de bevrijdende wet, die ontdekt en verkondigd is door de Boeddha, wordt opgesomd in de Vier Edele Waarheden (zie S56-011; sacca). Dhamma vormt een van de Drie Juwelen (ti ratana), en een van de tien bespiegelingen (zie anussati).

Als mentaal object (dhammayattana, zie ayatana), kan dhamma alles zijn m.b.t. het verleden, heden of de toekomst, lichamelijk of mentaal, geconditioneerd of niet, (overeenkomstig met sankhara, 4), echt of denkbeeldig.

dhammadana

Spirituele gift.

dhammadesana

De Dhamma uiteenzetten.

dhammadhara

Iemand die bedreven is in de Dhamma.

dhammanusari

'De Dhamma-devoot', is een van de 7 edele personen. Zie ariya puggala/ariya B.

dhammanussati

Het bespiegelen van de Leer. Zie bhavana.

dhammanuvatti

Iemand die de Leer beoefend. Zie Dhp085-086.

dhammapada

Het Pad van Waarheid. Zie Een rondleiding door de Ti Pitaka.

dhammapatisambhida

Analytische kennis van de wet (dhamma). Zie patisambhida.

dhammapiti sukham seti

Hij die de essentie van de Dhamma indrinkt leeft gelukkig. Wat hiermee bedoeld wordt, is dat zij die de Leer van de Boeddha volgen, niet alleen in theoretische maar ook in praktische zin, gelukkig zullen leven. De uitdrukking piti impliceert 'drinken'. Maar hier betekent het drinken: 'iemands leven geheel laten vervullen door de Leer'.

Zie Dhp079 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

dhammasavana

De Dhamma horen.

dhammassami

Een naam die aan de Boeddha werd toegekend. Zie namen voor de boeddha.

dhammayatana

De basis van mentale objecten.

dhamme dhammanuvattino

De Leer van de Boeddha en zij die de Leer beoefenen. Zie Dhp085-086 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

dhana

Schatten. Een term voor de volgende 7 kwaliteiten: 1) geloof; 2) moraliteit; 3) morele schaamte; 4) morele vrees; 5) geleerdheid; 6) vrijgevigheid; 7) wijsheid. A07-005; A07-006.

Literatuur: Treasures of the Noble door Soma Thera (Bodhi Leaves B. 27, BPS).

dhatu vavatthana

'Analyse' of 'bepaling van de 4 elementen', is beschreven in Vis. 11: 2 als de laatste van de 40 mentale oefeningen (zie bhavana).

Een verkorte versie van deze oefening is weergegeven in D22 en M010 (zie satipatthana), maar in detail uitgelegd in M028; M062; M140. De gelijkenis van de slachter in M010 gaat als volgt:

"Monniken, op wat voor een manier ook een handige koeienslachter of de leerling van een koeienslachter een koe heeft geslacht en in porties heeft verdeeld, en bij een kruising van vier wegen moet gaan zitten; op diezelfde manier beschouwt een monnik in dit lichaam overeenkomstig het gepositioneerd of gerangschikt is, de elementen van materie, al denkende: 'Er is in dit lichaam het element van vastheid, het element van vloeibaarheid, het element van temperatuur, en het element van beweging.'"

In Vis. 11 wordt deze gelijkenis zo uitgelegd:

"In de slachter die een koe opfokt, haar naar het slachthuis brengt, haar vastbind, haar daar neerzet, haar slacht, of kijkt naar de geslachte en dode koe, verdwijnt het idee 'koe' niet, zolang hij het lichaam nog niet open en in stukken gesneden heeft. Echter, zodra hij gaat zitten, nadat hij het open en in stukken gesneden heeft, verdwijnt het idee 'koe' uit hem, en het idee 'vlees' verrijst in hem. En hij denkt niet: 'Het is een koe die ik verkoop' of 'het is een koe die zij kopen'. Net zo, wanneer een monnik voorheen een onwetende wereldling was, een lekenman of een zwerver, zijn de ideeŰn 'levend wezen' of 'mens' of 'individu', niet verdwenen zolang hij dit lichaam niet in delen aanschouwt en analyseert, deel voor deel -- wat voor een positie of richting het ook had. Echter, zodra hij dit lichaam heeft ontleed in zijn elementen, verdwijnt het idee 'levend wezen' uit hem, en wordt zijn geest gegrondvest in de contemplatie van de elementen."

dhatu

'Elementen', zijn de uiteindelijke onderdelen van een geheel.

I. De fysieke elementen (dhatu of maha bhuta), die bekend staan onder de symbolische namen aarde, water, vuur en wind, moeten worden gezien als de vooraanstaande elementen van materie. Hun pali namen zijn: pathavi dhatu, apo dhatu, tejo dhatu en vayo dhatu. In Vis. 11: 2, worden de 4 elementen als volgt omschreven: "Alles dat gekenmerkt wordt door hardheid (thaddha lakkhana) is het element van aarde of vastheid; door samenhang (abandhana) of vloeibaarheid, het waterelement; door hitte (paripacana), het vuur of hitte-element; door versterking of ondersteuning, het element van wind of trilling."

Hoewel in verschillende sterktes, zijn alle vier de elementen aanwezig in elk materieel object. Als bijvoorbeeld het aarde element overheerst, wordt het materiŰle object 'solide' genoemd, etc. De groepen van materie vormen samen de materie van zowel het inwendige als het uitwendige fysieke bestaan.

Meer uitleg over de 4 elementen:

Pathavi dhatu: het aarde element oftewel vastheid

Pathavi of vastheid is het element van expansie. Het is hierdoor dat objecten een ruimte vullen. Als we een object zien, zien we alleen een omvang, iets uitgestrektst in de ruimte en geven we er een naam aan. Het element van expansie is niet alleen aanwezig in solide dingen, maar ook in vloeibare dingen; als we de zee voor ons zien uitstrekken, zien we ook pathavi. De hardheid van een rots en de zachtheid van een pasta, de hoedanigheid van zwaarte en lichtheid van dingen zijn ook hoedanigheden van pathavi, of zijn er gedeeltelijk bestanddelen van.

Apo dhatu: het waterelement oftewel samenhang

Apo of vloeibaarheid is het element van samenhang. Het is dit element dat materiŰle deeltjes ophoopt zonder dat ze uiteen vallen. De samenhangende kracht in vloeibaarheid is erg sterk, want in tegenstelling tot vastheid -- het hiervoor besproken element -- vloeien ze zelfs na hun scheiding weer samen. Als een solide rots gebroken of gespleten is, verenigen de stukken zich niet meer. Om de stukken weer bij elkaar te brengen is het noodzakelijk om vastheid om te zetten in vloeibaarheid door de temperatuur te verhogen zoals bij het smelten van metalen. Als we een object zien, zien we enkel en alleen een expansie met grenzen; deze expansie of 'vorm' is mogelijk door de samenhangende kracht.

Tejo dhatu: het vuurelement oftewel hitte

Tejo is het element van hitte of temperatuur. Het is dit element dat hitte verhoogd of verleend aan de andere drie elementen. De vitaliteit van alle wezens en planten ligt bewaard in dit element. Van elke expansie of vorm krijgen wij een sensatie van hitte. Dit is relatief, want als we zeggen dat een object koud is, bedoelen we alleen dat de hitte van dat ene object lager is dan de hitte van ons eigen lichaam. In andere woorden, de temperatuur van het object is lager dan de temperatuur van ons lichaam. Het is dus duidelijk dat de zogenoemde 'koudheid' ook een element van hitte of temperatuur is, maar dan uiteraard in een lagere graad.

Vayo dhatu: het windelement oftewel beweging

Vayo is het element van beweging. Het is verplaatsbaar. Ook dit is relatief. Om te weten of iets beweegt of niet, hebben we een referentiepunt nodig dat we beschouwen als zijnde stilstaand en om als maatstaf te dienen voor de beweging. Maar in werkelijkheid is er geen enkel absoluut bewegingloos object in het universum. De zogenaamde stabiliteit of het bewegingloze, is ook een element van beweging. Beweging is afhankelijk van hitte. Bij de volkomen afwezigheid van hitte, houden atomen op te trillen. Volkomen afwezigheid van hitte is enkel theoretisch; we kunnen het niet voelen omdat we dan niet zouden bestaan omdat ook wij uit atomen bestaan.

Voor een verdere analyse van de 4 elementen, zie dhatu vavatthana.

II. De 18 fysieke en mentale elementen die de voorwaarden of de fundamenten vormen voor het proces van waarnemen, zijn:

  1. gezichtsorgaan -- het oog
  2. gehoororgaan -- het oor
  3. reukorgaan -- de neus
  4. smaak orgaan -- de tong
  5. tastorgaan -- het lichaam
  6. zichtbaar object
  7. geluid of hoorbaar object
  8. geur of een te ruiken object
  9. proefbaar object
  10. lichamelijke indruk
  11. oogbewustzijn
  12. oorbewustzijn
  13. neusbewustzijn
  14. tongbewustzijn
  15. lichaamsbewustzijn
  16. geesteselement (mano dhatu)
  17. geestesobject (dhamma dhatu)
  18. geestesbewustzijn element (mano vi˝˝ana dhatu)

Van 1-10 zijn fysiek; 11-16 en 18 zijn mentaal; 17 kan een fysiek of mentaal object zijn. 16 verricht de functie van aandacht schenken/richten (avajjana) naar het object in het begin van een proces van zintuiglijk bewustzijn; het verricht verder de functie van het ontvangen (sampaticchana) van het zintuiglijk object. Nummer 18 verricht bijvoorbeeld de functie van onderzoek (santirana), bepaling (votthapana) en registratie (tadarammana) -- zie voor haar andere functies Tabel I. Voor de 14 functies van bewustzijn, zie vi˝˝ana kicca; vi˝˝ana. Raadpleeg M115; S. 14 en vooral Vibh. 2.

Van de vele andere groepen van elementen (opgesomd in M115), is de meest bekende die van de 3 wereldelementen: het element van de zintuiglijke wereld (kama dhatu), het element van de fijnstoffelijke wereld (rupa dhatu) en het element van de onstoffelijke wereld (arupa dhatu). Verder de zesvoudige groep: vastheid (pathavi), vloeibaarheid (apo), hitte (tejo), beweging (vayo), ruimte (akasa), bewustzijn (vi˝˝ana); zie boven bij I), die beschreven worden in M140; zie ook M112.

dhatumanasikara

Het bespiegelen van materiŰle elementen.

dhuva

Eeuwig, zie accutam thanam. Zie Dhp166; Dhp225 voor meer informatie over Nibbana.

dibba cakkhu

Het goddelijke oog, zie abhi˝˝a.

dibba sota

Het goddelijke oor, zie abhi˝˝a.

dibba vihara

Hemelse verblijfplaats. Zie vihara.

digha nikaya

Collectie van Lange Toespraken. Zie Een rondleiding door de Ti Pitaka.

discipelen, boeddha's eerste

Bhaddiya; Mahanama; Vappa; Konda˝˝a; Assaji. (De laatste bekeerde Sariputta). Deze vijf discipelen waren voorheen leerlingen van Uddaka Ramaputta, waar de Boeddha vˇˇr zijn verlichting zelf ook bij in de leer was. Siddhatta had zich destijds bij deze vijf kluizenaars aangesloten om samen met hen naar verlichting te streven. De vijf accepteerden hem als hun leraar vanwege zijn wijsheid, maar zij verlieten hem nadat zij vernomen hadden dat hij het extreme kluizenaarsleven had opgegeven. Na zijn Verlichting echter, zag de Boeddha in dat als er individuen waren die zijn Leer konden verstaan, het deze vijf mensen waren. Daarom besloot hij dat hij de Leer als eerst aan hen zou prediken.

dittha dhamma vedaniya kamma

Kamma dat tijdens dit leven rijpt. Zie kamma.

ditthasava

Bezoedeling van het hechten aan meningen. Zie asava.

ditthi nissita sila

Moraliteit gebaseerd op verkeerde opvattingen. Zie nissaya.

ditthi parisuddhi padhaniyanga

Een van 'De 4 elementen van de inspanning voor zuiverheid'. Zie parisuddhi padhaniyanga.

ditthi ppatta

Juist van inzicht. Zie ook ditthi.

ditthi sampanna

Zuivering van inzicht. Zie ook ditthi.

ditthi upadana

'Hechten aan meningen', is een van de 4 soorten van hechten (ook upadana).

ditthi vipallasa

Verdraaiing van inzichten. Zie vipallasa.

ditthi visuddhi

Zuivering van inzichten, is de 3e van de 7 fases van zuivering.

ditthi

Zicht; kijk; geloof; speculatieve opvatting, verkeerde inzichten in psychologische zaken. Het beschouwt vergankelijkheid als zijnde onvergankelijk; onbevredigende dingen als zijnde bevredigend; instabiele dingen als zijnde stabiele en blijvende dingen; dat alles eeuwig is of dat alles vernietigd wordt; morele activiteiten als immorele activiteiten en andersom, of het ontkent dat er consequenties aan daden verbonden zijn, etc.

Wanneer het woord niet gekwalificeerd wordt door samma, (juist), verwijst het meestal naar verkeerd en kwaad inzicht of mening, en alleen in enkele gevallen naar juiste kijk, begrip of inzicht bijvoorbeeld ditthi ppatta of visuddhi (zuivering van inzicht); ditthi sampanna, (begiftigd zijn met inzicht).

Verkeerde of kwade inzichten (ditthi of miccha ditthi) worden verklaard als volslagen verwerpelijk omdat het een bron van verkeerde en kwade aspiraties en gedrag is, welke er soms verantwoordelijk voor zijn, de mens naar de diepste afgronden van verdorvenheden te leiden, zoals de Boeddha zegt in de A01-022:

"Monniken, geen ander ding dan kwade inzichten ken ik, waardoor tot zulk een uitgebreidheid de onheilzame dingen die nog niet ontstaan zijn, ontstaan, en de onheilzame dingen die reeds ontstaan zijn tot uitgroeien en volheid gebracht worden. Geen ander ding dan kwade inzichten ken ik, waardoor tot zulk een uitgebreidheid de heilzame dingen die nog niet ontstaan zijn, gehinderd zijn in hun ontstaan, en de heilzame dingen die reeds ontstaan zijn verdwijnen. Geen ander ding dan kwade inzichten ken ik, waardoor tot zulk een uitgebreidheid menselijke wezens bij de ontbinding van hun lichaam, na de dood, overgegaan zijn naar een weg van lijden, in een wereld van ellende, in de hel."

Verder in de A01-023: "Wat een man, die vol is van kwade inzichten dan ook uitvoert of onderneemt, of wat hij dan ook bezit aan wil, aspiratie, verlangen en tendensen; al deze dingen leiden hem naar een ongewenste, onplezierige en onaangename staat, naar ellende en lijden."

Van de Abhidhamma (Dhs) mag afgeleid worden dat kwade inzichten, wanneer zij in iemand verrijzen, samengaan met begeerte. Zie Tabel I. 22; 23; 26; 27.

Vele speculatieve opvattingen en theorieŰn die altijd al van invloed zijn geweest op de mensheid en deze nog steeds be´nvloeden, worden in de sutta-teksten aangehaald. Echter, onder die verkeerde inzichten die overal en in alle tijden de mensheid het meest misleid en begoocheld hebben, is het geloof in de persoonlijkheid, de ego-illusie. Dit geloof in persoonlijkheid (sakkaya ditthi), of ego-illusie (atta ditthi), bestaat uit twee hoofdgroepen: geloof omtrent eeuwigheid en geloof omtrent vernietiging.

Geloof omtrent eeuwigheid (sassata ditthi), is het geloof in het bestaan van een blijvende ego-entiteit, ziel of persoonlijkheid, die afhankelijk bestaat van de fysieke en mentale processen die het leven gaande houden en zelfs na de dood continueren.

Aan de andere kant, is het geloof omtrent vernietiging (uccheda ditthi), het geloof in een ego-entiteit of persoonlijkheid als zijnde min of meer gelijk aan fysieke en mentale processen, en die daarom, bij de ontbinding na de dood, tot vernietiging komen. - Voor de 20 soorten van het geloof in persoonlijkheid, zie sakkaya ditthi.

Welnu, de Boeddha onderwijst dat er noch een persoonlijkheid bestaat die na de dood continueert, noch dat er een persoonlijkheid bestaat die na de dood ophoud te bestaan of tot vernietiging komt, maar hij laat ons zien dat woorden als 'persoonlijkheid', 'ego', 'individu', 'mens', etc., niets meer zijn dan conventionele aanduidingen (vohara vacana) en dat er in absolute zin (paramattha sacca) alleen dit vergankelijke proces is van fysieke en mentale fenomenen die continu opkomen en dan onmiddellijk weer vergaan. Voor meer details, zie sacca; anatta; pa˝ca upadana kkhandha; paticcasamuppada.

Het zijn juist dergelijke ideeŰn over 'ik', 'mij', 'mijn', etc. -- of die nu geladen zijn met 'eeuwigheid' of 'vernietiging' -- die een mens verhinderen om die 'ik' te overwinnen. Het is onwetendheid omtrent de drie eigenschappen van het bestaan (ti lakkhana), namelijk vergankelijkheid, onbevredigende aard en instabiliteit oftewel het onwezenlijke van dingen. Wanneer dit licht van wijsheid begint te dagen, zullen ideeŰn over een 'ik', een 'zelf', 'de wereld' of een op zichzelf bestaande goddelijke macht die de touwtjes in handen heeft, volledig ophouden te bestaan. Daarom is dit de eerste stap die gezet zal moeten worden om begoocheling gedag te zeggen en om uiteindelijk, bij de voltooiing van het pad, de ware aard van dingen te realiseren.

"De Volmaakte is vrij van elke theorie (ditthigata), want de Volmaakte heeft gezien wat lichamelijkheid is, en hoe het opkomt en weer verdwijnt. Hij heeft gezien wat gevoel... waarneming... mentale formaties... bewustzijn... zijn, en hoe deze opkomen en weer verdwijnen. Daarom zeg ik dat de Volmaakte volledige bevrijding verworven heeft door de uitblussing, verwelken, verdwijning, verwerping en uitstoting van alle fantasieŰn en veronderstellingen, van alle neiging omtrent de ijdele trots van 'ik' en 'mijn'." M072.

De verwerping van speculatieve opvattingen en theorieŰn, is een vooraanstaand kenmerk in een hoofdstuk van de Sutta Nipata, de Atthaka Vagga.

De zogeheten 'kwade inzichten die bestemmingen bepalen', (niyata miccha ditthi) die de 10 onheilzame bronnen van handeling vormen (kamma patha), zijn de volgende drie:

  1. De fatalistische 'mening van niet-oorzakelijkheid' van het bestaan (ahetuka ditthi), werd onderwezen door Makkhali Gosala, een tegenhanger van de Boeddha die elke handeling van corruptheid en zuiverheid van wezens ontkende, en beweerde dat alles bepaald wordt door het noodlot.
  2. De 'mening van het ineffectieve van handeling' (akiriya ditthi), werd onderwezen door Purana Kassapa, een andere tegenhanger van de Boeddha die elk karmisch effect ontkende van goede en slechte handelingen: "Wie doodt, steelt, rooft, etc., zal niets gebeuren. Voor vrijgevigheid, zelfcontrole en waarheidsliefde, etc. etc., valt er geen beloning te verwachten."
  3. Nihilisme (natthika ditthi). Dit werd onderwezen door Ajita Kesakambali, een derde tegenhanger van de Boeddha die beweerde dat de verdiensten van ieder geloof in goede en kwade handeling slechts een illusie is, dat er na de dood geen verder leven meer volgt, dat de mens bij de dood opgelost wordt in de elementen.

Literatuur: Voor meer details over deze drie opvattingen, zie D02; M060; gecommentarieerde uiteenzetting in Wheel 98-99, p. 23.

De zojuist bedoelde zijn ook de 10 tegenstellingen (antagahika miccha ditthi): "De wereld is eindig" of "de wereld is oneindig (...)" -- "Lichaam en geest zijn ÚÚn" of "lichaam en geest zijn niet ÚÚn (...)" (bijvoorbeeld in M063).

In de Brahmajala Sutta (D01), zijn 62 verkeerde opvattingen geclassificeerd en beschreven, die alle denkbare verkeerde opvattingen en speculaties omtrent de mens en de wereld omvatten.

Verkeerde opvattingen (ditthi) zijn een van de latente tendensen (anusaya), invloeden (asava), hechtingen (upadana), een van de drie verdraaiingen of hallucinaties (vipallasa). Onheilzaam bewustzijn (akusala citta), geworteld in begeerte, kan zelfs met of zonder verkeerde opvattingen zijn (ditthigata sampayutta of vippayutta); zie Dhs.; Tabel I. Over recht begrip (samma ditthi), zie M009.

Literatuur: zie The All-Embracing Net of Views (Brahmajala Sutta), vertaald met commentaar door Bhikkhu Bodhi (BPS); of D01 van het TA.

Zie verder Dhp294-295; D15; D23; D24; D28; M011; M012; M025; M060; M063; M072; M076; M101; M102; M110; A02-016; A10-093; S21; S24; Pts. Ditthikatha, etc.

ditthijjukamma

Het ordenen van je inzichten.

ditthipatha

De inzicht verwerver, is een van de 7 edele personen. Zie ariya puggala/ariya B.

domanassa

Smart; mentaal lijden. "En wat is smart? Het is de mentale pijn en de mentale onaangenaamheid, het pijnlijke en onaangename gevoel dat voortkomt uit mentaal contact -- dit heet smart." D22. Zie vedana.

domanassupayasa

Smart; verdriet; mentaal lijden.

dosa carita

Degene die hatelijk van karakter is. Zie ook carita.

dosa

Haat, kwaadaardigheid, is een van de drie immorele wortels (mula). Dosa is de ethische betekenis van haat, maar psychologisch bekeken betekent het 'het heftige inslaan van de geest op een object', dat wil zeggen, een conflict. Synoniemen zijn: afkeer, strijdigheid (patigha) en kwade wil (vyapada). Voor meer uitleg. Zie mula.

Zie cetasika; Tabel II.

dosakkhayo

Uitblussing van haat.

dosasamo

Vergelijkbaar met haat. Zie Dhp251 voor meer uitleg en gerelateerde informatie. Zie ook asava.

dukkha ariya sacca

De Edele Waarheid van lijden. Zie S56-011.

dukkha dukkhata

Gewone alledaagse lijden. Zie dukkhata.

dukkha nirodha ariya sacca

De Edele Waarheid van de opheffing van lijden.

dukkha nirodha gamini patipada ariya sacca.

De Edele Waarheid van het pad dat leidt tot de opheffing van lijden.

dukkha nupassana

Contemplatie van lijden, is een van de 18 soorten van inzicht-kennis. Zie vipassana.

dukkha sacca

Het inzicht dat alles in de wereld eindigt in lijden.

dukkha samudaya ariya sacca

De Edele Waarheid van de oorzaak van lijden.

dukkha vedana

Onaangenaam gevoel. Zie vedana.

dukkha

Lijden; leegte; holheid; onbehagen; problemen; conflicten; onbevredigend; pijnlijkheid; onaangenaamheid; ongenoegen. Dukkha is een van de drie kenmerken van het bestaan (ti lakkhana) en vertegenwoordigd de eerste van de Vier Edele Waarheden (cattari ariya sacca).

Dukkha is het universele symptoom van het bestaan. Overeenkomstig de Leer van de Boeddha is de gehele wereld in een voortdurende verandering en daarom vol van lijden. De Boeddha heeft het pad aangewezen om een einde aan dat lijden te maken. In de Dhamma Cakka Ppavattana Sutta (S56-011) zet de Boeddha in het hertenpark te Isipatana voor het eerst de Vier Edele Waarheden uiteen.

Zie dukkhata; ariya atthangika magga; cattari ariya sacca.

dukkhanirodhagamini patipadaya ˝ana

Het pad begrijpen dat leidt naar de opheffing van lijden.

dukkhanirodhe ˝ana

De opheffing van lijden begrijpen.

dukkhasamudaye ˝ana

De oorzaak van lijden begrijpen.

dukkhata

Afgeleid van het zelfstandig naamwoord 'dukkha' en betekent 'de staat van lijden', 'onaangenaamheid', 'pijnlijkheid', 'de onbevredigende aard van het bestaan', etc. Aanvankelijk heeft de Boeddha het over drie vormen van lijden die we hierna nader zullen toelichten.

"Er zijn drie vormen van lijden: 1. lijden als pijn (dukkha dukkhata); 2. lijden door (het onbevredigende van) geconditioneerde dingen (sankhara dukkhata of sankhata dukkhata); en 3. lijden veroorzaakt door verandering (viparinama dukkhata)." S45-165; D33.

1. Is de acute lichamelijke of mentale pijn die gevoeld wordt; het gewone alledaagse lijden. 2. Verwijst naar de vergankelijke aard van alle formaties van het bestaan (dat wil zeggen, alle geconditioneerde dingen) vanwege hun voortdurende opkomen en vergaan; dit omvat ook de ervaring van een neutraal of gelijkmoedig gevoel. 3. Verwijst naar lichamelijke en mentale aangename gevoelens, 'omdat zij de oorzaak zijn voor het ontstaan van pijn wanneer zij veranderen.'

dukkhe ˝ana

Begrijpen wat lijden is.

dukkhe sukhavipallasa

Het bevredigende zien in het onbevredigende. Zie vipallasa.

dutiyajjhana

2e meditatieve verdieping.

e

ehipassika

Kom en zie.

Ehipassiko

Een van De deugden van de Dhamma (Dhp364).

ekaggata

Eenpuntige gerichtheid. Zie samadhi.

ekayana

De enige weg. "Dit is de enige weg, monniken, voor de zuivering van wezens, voor het overwinnen van verdriet en weeklagen, voor de vernietiging van lijden en smart, om het juiste pad te bereiken, voor de verwezenlijking van Nibbana, namelijk, de Vier Fundamenten van Indachtigheid." D22; M010.

MA verklaart ekayana magga als een enkelvoudig pad, het is niet een tweeledig of een verdeeld pad; als een weg die door iemand zelf afgelegd moet worden, zonder een metgezel; als een weg die naar ÚÚn doel leidt, Nibbana. Hoewel er noch een canonieke, noch een gecommentarieerde basis is voor dit inzicht, mag worden aangenomen dat satipatthana het directe pad oftewel de enige weg (ekayana magga) wordt genoemd om het daardoor te onderscheiden van het zich aanwenden tot meditatieve verworvenheid welke voortgang vindt door de jhana's ˇf door de brahma vihara's. Terwijl de laatstgenoemde naar Nibbana kan leiden, doen zij (de brahma vihara's) dat niet noodzakelijkerwijs maar kunnen echter ook naar zijsporen leiden. Daarentegen leidt satipatthana onveranderlijk naar het uiteindelijke doel.

evam dhamma

Het Com. en Sub Com. van de Digha Nikaya verwijzen naar de concentratie en de mentale kwaliteiten die onder de groep van meditatie vallen (samadhipakkhiya dhamma) zoals energie, indachtigheid, etc. In het Com. wordt 'verblijven' (vihara) verklaard als het verblijven in de verwerkelijking van de opheffing (nirodha samapatti). Zie D16

evam me sutam

Aldus heb ik gehoord. Toespraken die op deze manier beginnen zijn kenmerkend voor de wijze waarop Ananda, Boeddha's neef en meest geliefde discipel, de toespraken verhaalde die hij gehoord had. Zie Ananda voor meer over deze bijzondere Thera.

evam vimutta

Hun bevrijding van bezoedelingen en hun bevrijding van toekomstige geboorten.

f

g

gacchami

Letterlijk: 'gaan naar'.

gahakaraka

Bouwer van dit huis. Zie Dhp153-154 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

gahakarakam

De huizenbouwer. Zie Dhp153-154 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

gami

Leidt tot.

gandha tanha

Begeerte naar geur. Zie tanha.

gandha

Geur.

gandhabba

Hemelse muzikant. Zie deva.

gandhakuti

De Geur Kamer. Een speciale kamer voor de Boeddha gebouwd door Anathapindika, in het Jetavana klooster. Wanneer de Boeddha niet aanwezig was hingen de mensen bloemen, wierook en dergelijke bij de ingang van de Geur Kamer, vandaar de naam. Later kregen de andere kloosters ook een Geur Kamer.

gandhayatana

De basis van reuk.

Ganges

Rivier de Ganges (Ganga). Heilig voor de hindoes.

gatha

Vers.

Gaya

Rivier de Gaya. Geen toelichting.

gayasisa

Klooster te Gaya. Zie pagina Kloosters Gayasisa.

gewaad

Men zegt dat de Boeddha in de zes jaren tijdens zijn zoektocht naar een begraafplaats ging waar de doden gecremeerd werden en dat hij daar versleten, afgedankte kleren van de doden zocht die hij, na deze te hebben gewassen, aantrok. In die tijd was dat de gepaste kleding voor een asceet. Om een passend kledingstuk te verkrijgen, moesten vaak stukken stof aan elkaar gezet worden. Men zegt dat dit de rede is waarom het gewaad van de monnik c.q. non, uit aan elkaar genaaide lappen bestaat.

ghana sa˝˝a

Dingen zien als een eenheid, als een vaste massa of een heelheid. Zie voor meer uitleg Dhp277-279, in de sectie anatta.

ghana

Neus.

ghanayatana

De basis van de neus.

gihi kamabhogi

'Genieters van zintuiglijke plezieren'. Zo noemde de Boeddha zijn lekenvolgelingen. Zie o.a. Dhp283-284.

gimhana

Zomerseizoen.

gocara sampaja˝˝a

Helder begrip omtrent het domein van meditatie. Zie sampaja˝˝a.

Godhavari

Rivier de Godhavari. Geen toelichting.

gotama

Familienaam van de Boeddha van dit tijdperk. Sakya was de naam van zijn stam. Zie Boeddha Gotama.

gotrabhu javana

Moment van volwassenheid/volgroeidheid. Zie javana; javana citta.

h

hadaya vatthu

'Hart als fysieke basis' van het mentale leven. Volgens de Pali commentatoren levert het hart de fysieke ondersteuning voor elk soort van bewustzijn, in tegenstelling tot de twee sets van het vijfvoudige zintuigbewustzijn die hun bijbehorende gevoeligheden/ontvankelijkheden als hun bases hebben. In de canonieke Abhidhamma wordt de hart-basis niet nadrukkelijk vermeld. In Patth. wordt eenvoudigweg gesproken over "het fysieke ding waar het geesteselement en het geestesbewustzijn van afhangt, verschijnt (...)" (yam rupam nissaya mano dhatu ca mano vi˝˝ana dhatu ca vattanti, tam rupam). De Commentaren, echter, specificeren vervolgens 'dat fysieke ding' als de hart-basis, een holte die is gelegen in het fysieke hart. Voor een nadere beschrijving, zie Vis. 8: 111.

hemanta

Winterseizoen.

hetu paccaya

'Wortel voorwaarde', is een van de 24 voorwaarden. Zie paccaya.

hetu

Wortel. Synoniem: mula.

Hiranyavati

Rivier de Hiranyavati.

hiri

Morele schaamte; geweten; bescheidenheid. Dat wil zeggen, door schaamte gaan aarzelen om kwade dingen te doen waarvoor men zich zou moeten schamen wanneer ze uitgevoerd worden. Hier tegenover staat de immorele factor ahirika. Zie cetasika; Tabel II.

hulde

(Namo Tassa Bhagavato Arahato Samma Sambuddhassa: Hulde aan de Gezegende, de Volmaakte, de Volledig Verlichte). Het Pali woord voor hulde is 'vandana'.

hutam

Verzoening; offergave. Dit gebruik duidt in het algemeen op de offergave die gedaan wordt door niet-boeddhisten. Ten tijde van de Boeddha werd de vuur aanbidding omschreven als hutam. In de Vedische literatuur van het oude India, werd melk in het vuur gegooid ter verzoening met de Vuur God. Dit werd omschreven als hutam.

Zie Dhp106 en Dhp107 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

i

iddhi pada

'Wegen van kracht' (of succes), zijn de volgende 4 kwaliteiten: 1. de kracht van de wil; 2. van energie; 3. van de geest; 4. en van onderzoek. Deze vier aspecten leiden naar de bekwaamheid van de verscheidene bovenwereldse krachten die de Boeddha en velen van zijn discipelen bezaten.

"(...) omdat zij als gidsen de wegen naar kracht markeren die hiermee verbonden zijn; en omdat zij, als het ware ter voorbereiding, de wegen van kracht vormen die de vruchten van het pad bepalen, namelijk: de concentratie van de wil (chanda samadhi) vergezeld van de inspanning van de wil (padhana sankhara samannagata); de concentratie van energie (viriya samadhi), (...); de concentratie van de geest (citta samadhi), (...) en de concentratie van onderzoek (vimamsa samadhi), samengaand met de inspanning van de wil."

Daarom zijn zij bovenwerelds (lokuttara), dat wil zeggen, verbonden met het pad of de vruchten van het pad; Zie ariya puggala/ariya. Maar zij zijn werelds (lokiya) als overheersende factoren (adhipati, zie paccaya 3), want er is gezegd: "Omdat de monnik, door van de wil een overheersende factor te maken, concentratie verwerft, wordt het de concentratie van de wil genoemd (chanda samadhi)", etc. (Vis. 12).

"Deze 4 wegen van kracht leiden naar de verwerving en het verkrijgen van magische kracht, naar de kracht van magische transformatie, tot het genereren van magische kracht, en tot het beheersen en de vaardigheid daarin." Voor een gedetailleerde verklaring, zie Vis. 12.

"Wanneer de monnik de 4 wegen naar macht ontwikkeld en deze vaak beoefend heeft, geniet hij verscheidene magische krachten (...) hoort hij met het goddelijke oor hemelse en menselijke geluiden (...) neemt hij met zijn geest de gedachten van andere wezens waar (...) herinnert hij zich vele vorige bestaansvormen (...) neemt hij met het goddelijke oog het verdwijnen en wederom verschijnen van wezens waar in overeenstemming met hun daden (...) verwerft hij, na de uitblussing van de bezoedelingen (asava's) bevrijding van de geest en bevrijding door wijsheid, vrij van bezoedelingen (...)." (S. 51: 2). Voor een gedetailleerde verklaring van de 6 hogere krachten, zie abhi˝˝a.

"Wie, monniken, de 4 wegen van kracht heeft gemist, heeft het rechte pad gemist dat leidt naar de uitblussing van lijden; maar, monniken, wie de 4 wegen van kracht bereikt heeft, heeft het rechte pad bereikt dat leidt naar de uitblussing van lijden." (S. 51: 2).

Zie ook D16, 3.3.

Zie het hoofdstuk over iddhi pada in 'The Requisites of Enlightenment' door Ledi Sayadaw (Wheel 169/172).

iddhi vidha

Magische krachten. Zie abhi˝˝a.

idhappaccayata

Leer van voorwaardelijkheid.

indra

'Heerschappij' of 'controle'. Indra is ook de naam van een hindoe god. De Boeddha verwijst ook naar mensen van hoog moreel niveau, zoals in Snp3-09, 656.

indriya paccaya

'Vermogens voorwaarde' is een van de 24 voorwaarden. Zie paccaya.

indriya samatta

'Evenwichtigheid', 'balans', of 'harmonie van de vermogens', is verbonden met de 5 spirituele vermogens: geloof; energie; oplettendheid; concentratie; wijsheid. Zie indriya 15-19.

Van deze, zijn er twee paren vermogens, die in elk van de vermogens elkaar goed in balans dienen te houden, namelijk: geloof en wijsheid (saddha, pa˝˝a) aan de ene kant, en energie en concentratie (viriya, samadhi) aan de andere kant. Buitensporig geloof met onvoldoende wijsheid leidt tot blind geloof, terwijl buitensporige 'wijsheid' (zonder het geloof in de Boeddha) met onvoldoende geloof tot listigheid leidt. Op dezelfde manier leidt grote energie of inspanning met een zwakke concentratie, naar rusteloosheid, terwijl sterke concentratie met onvoldoende energie tot luiheid leidt.

Ofschoon voor beide vermogens in elk van de twee paren een uitgebalanceerde graad van intensiteit wenselijk is, moet men erop toezien dat indachtigheid tot de meest krachtige graad ontwikkeld wordt want indachtigheid is het kardinale startpunt voor alle goede dingen. Zie Vis. 3.

indriya

Vermogens; bepalende vermogens. Dit is een naam voor 22 deels fysieke en deels mentale vermogens. Fenomenen die vaak behandeld worden in de sutta's en ook in de Abhidhamma. Deze zijn:

Zes zintuigbases: (ayatana)

1. oog (cakku); 2. oor (sota); 3. neus (ghana); 4. tong (jivha); 5. lichaam (kaya); 6. geest (mano).

Geslacht: (bhava)

7. vrouwelijkheid (itthi); 8. mannelijkheid (purisa); 9. vitaliteit (jivita).

Vijf gevoelens: (vedana)

10. lichamelijk aangenaam gevoel (kayika sukha vedana); 11. lichamelijk onaangenaam gevoel (kayika dukkha vedana); 12. mentaal aangenaam gevoel (somanassa) = (cetasika sukha vedana); 13. mentaal onaangenaam gevoel (domanassa) = (cetasika dukkha vedana); 14. gelijkmoedig gevoel of neutraal gevoel (upekkha vedana) = (adukkha m asukha vedana).

Vijf spirituele vermogens: (bala)

Deze worden ook wel 'de vijf krachten' genoemd vanwege het feit dat ze 'de onaantastbaarheid zijn door hun tegenpolen' benadrukken. (zie bala). 15. geloof/zelfvertrouwen (saddha); 16. energie (viriya), 17. indachtigheid (sati), 18. concentratie (samadhi), 19. wijsheid (pa˝˝a).

Drie bovenwereldse vermogens:

20. de zekerheid: "Ik zal weten wat ik nog niet wist!": (a˝˝ata˝ ˝assamit' indriya); 21. het vermogen van de hoogste kennis: (a˝˝indriya); 22. het vermogen van hij die weet: (a˝˝atavindriya).

(1-5; 7-8) zijn fysiek; (9) is of fysiek of mentaal. De overigen zijn allemaal mentaal. -- (14) (zie upekkha vedana) is louter neutraal gevoel en niet identiek met die ethische hoge staat van gelijkmoedigheid (= tatra majjhattatadat eveneens upekkha genoemd wordt hetgeen behoort tot de groep van mentale formaties (sankhara kkhandha, zie Tabel II). -- (20) verrijst op het moment van het ingaan van het sotapatti-pad (sotapatti magga), (21) op het moment van verwerving van de sotapatti-vrucht (sotapatti phala), (22) bij verwerving van de Arahat-vrucht (arahatta phala). Zie ariya puggala/ariya.

De vermogens, behalve 7 en 8, vormen een van de 24 voorwaarden (zie paccaya 16).

In Vibh. 5 worden al deze vermogens behandeld in de hierboven genoemde volgorde, terwijl S. 48 hen opsomt en verklaart op de wijze van de in hierboven aangewezen groepen, waarbij alleen 20-22 onverklaard blijven.

Literatuur: Voor de vijf spirituele vermogens (15-19), zie The Way of Wisdom (Wheel 65-66).

indriyaparopariyatta˝ana

De kennis van domheid en scherpzinnigheid hebben omtrent vermogens als zelfvertrouwen, indachtigheid, concentratie, energie en wijsheid. Zie ook Buddhacakku.

indryaguttadvara

Het bewaken van de zintuigpoorten. Wanneer iemand hieromtrent in gebreke is, zal de geest bezoedelen.

i˝jita

'Verstoring', 'verwarring'. Nog geen exactere verklaring, maar komt waarschijnlijk in de buurt van vipallasa.

iriyapatha

Houdingen van het lichaam.

issa

'Afgunst', is een karmische immorele (akusala) mentale factor, die zo nu en dan samengaat met het in haar geworteld bewustzijn.

Zie cetasika; Tabel II. Wordt uitgelegd in Pug. 55.

Het is een gebrek aan waardering of afwezigheid van de neiging anderen geluk te wensen omtrent het succes in hun leven. Het betekent ook het zichzelf steeds opstellen om gebreken bij anderen op te sporen waardoor de eigen gebreken worden omzeild. Dit moet niet verward worden met de berispingen en waarschuwingen van een goed leraar naar een leerling toe, of gewoon iemand die positief berispt, omdat deze niet de bedoeling heeft iemand anders te beledigen, maar om de weg te wijzen.

Issa is een van de bezoedelingen van de geest. Zie upakkilesa.

itivuttaka

Aldus is Gezegd. Zie Een rondleiding door de Ti Pitaka.

itthi

Vrouwelijkheid.

j

jagariyamanuyutto

Toegewijd zijn aan waakzaamheid.

jambudipa

Zie Bharata.

jara

Ouderdom, verval. "En wat is ouderdom? Het is de veroudering van wezens die tot welke orde dan ook behoren, zij worden zwak, afgeleefd, grijs en gerimpeld; het verzwakken van hun vitale kracht, het uitgeput raken van hun zintuiglijke vermogens -- dit heet ouderdom." D22

jataka

Verhalen van de Vorige Levens van de Boeddha. Zie Een rondleiding door de Ti Pitaka.

jati

Geboorte. "Wat, nu, is geboorte? Het is de geboorte van wezens die tot welke orde dan ook behoren, hun geboren worden, hun ontstaan, hun conceptie, hun in het bestaan komen, de manifestatie van de aggregaten, hun verwerving van de zintuigbases -- dit heet geboorte." D22

Jatila

Jatila. Zie sektes in India.

javana citta

'Impuls bewustzijn', is het stadium van volledige herkenning binnen de cognitieve opeenvolgingen oftewel het proces van bewustzijn (citta vithi), wanneer het haar hoogtepunt bereikt en het ontvangen object groot of duidelijk is. Het is in dit stadium waar kamma wordt geproduceerd, d.w.z. heilzame of onheilzame wilshandelingen (cetana) omtrent de waarneming dat het object was van de vorige stadia van het respectieve proces van bewustzijn. Normaalgesproken zijn er 7 impulsieve momenten. In het wereldse (gewone) (lokiya) bewustzijn, elk van de 17 karmisch heilzame klassen van bewustzijn (Tabel I, 1-17) of in de 12 onheilzame (Tabel I, 22-23), kan kamma ontstaan op het moment van de impuls. Voor de Arahat echter, heeft de impuls geen karmisch, d.w.z. een 'wedergeboorte-producerend' karakter, maar is het een karmisch onafhankelijke (kiriya) functie, zie (Tabel I, 72-89). Verder zijn er 8 bovenwereldse klassen van impuls (Tabel I, 18-21; 66-69).

De 4 impulsieve momenten die plaatsvinden direct voor het realiseren van een meditatieve verdieping (jhana) of een van de bovenwereldse paden (magga, zie ariya puggala/ariya) zijn: 1. het moment van voorbereiding (parikamma javana); 2. het moment van inleiding (upacara javana); 3. het moment van aanpassing (anuloma javana); 4. moment van volwassenheid/volgroeidheid (gotrabhu javana).

In het verband met het realiseren van het aarde-kasina verdieping (zie kasina), worden deze momenten in Vis. 4 als volgt uitgelegd: "Na het verbreken van de onderbewuste stroom van bestaan (bhavanga sota), ontstaat de 'betrokkenheid via de poort van de geest' (mano dvaravajjana), en het aarde-kasina als object neemt (terwijl men denkt) 'Aarde! Aarde!' Vervolgens flitsen 4 of 5 impulsieve momenten tevoorschijn, waaronder de laatste (moment van volwassenheid) tot de fijnstoffelijke sfeer (rupavacara) behoort, terwijl de rest tot de zintuiglijke sfeer (kamavacara) behoort. De laatste, het moment van volwassenheid (gotrabhu), is krachtiger in gedachteconceptie (vitakka), redenerend denken (vicara), vreugde (piti), geluk (sukha) en in concentratie (samadhi), dan de staten van bewustzijn die tot de zintuiglijke sfeer behoren. De impulsieve momenten worden ook wel 'inleidende concentratie' (parikamma samadhi) genoemd, omdat zij een voorbereiding zijn op de 'verworven concentratie' (appana samadhi); 'nabijheid concentratie' (upacara samadhi) omdat zij dichtbij de verworven concentratie (appana samadhi) komen en zich naar die omgeving toebewegen; 'aanpassing' (anuloma) omdat zij zichzelf aanpassen aan de voorgaande inleidende staten en aan de daarop volgende verworven concentratie. De laatste van de vier wordt 'volwassenheid' (gotrabhu) genoemd."

Op eenzelfde manier zijn de impulsieve momenten die voorafgaan aan het verwerven van het goddelijk oor, in Vis. 13: 5 uitgelegd. Zie ook de 14 functies van bewustzijn (vi˝˝ana kicca).

javana

'Impuls', ook wel 'javati' (aanzetten), is een van de 14 functies van bewustzijn (vi˝˝ana kicca). Zie javana citta voor uitleg over de impulsieve momenten die plaatsvinden direct voor het realiseren van een meditatieve verdieping (jhana).

javati

Zie javana.

jetavana

Klooster van Jeta te Savatthi. Zie pagina Kloosters Jetavana.

jhana paccaya

'Jhana voorwaarde' is een van de 24 voorwaarden. Zie paccaya.

jhana

'Meditatieve verdieping', 'opgaan', verwijst hoofdzakelijk naar de 4 meditatieve verdiepingen van de fijnstoffelijke sfeer (rupa jjhana of rupavacara jjhana, zie avacara). Jhana duidt op de graad van de zuiverheid van bewustzijn. Zij worden verworven door de volledige verwerving van concentratie (appana, zie samadhi) gedurende de volledige -- hoewel tijdelijke -- uitschakeling van de vijfvoudige zintuigactiviteit en van de 5 hindernissen (pa˝ca nivarana). Hoe dan ook, de staat van bewustzijn, is er een van alertheid en helderheid. Deze hoge graad van concentratie wordt gewoonlijk ontwikkeld door de beoefening van een van de 40 onderwerpen van kalmte meditatie (samatha kammatthana, zie bhavana). Vaak worden de 4 onstoffelijke sferen (arupayatana) ook de meditatieve verdiepingen van de onstoffelijke sfeer (arupa jjhana of arupavacara jjhana) genoemd. Voor sfeer wordt ook het woord 'loka' gebruikt zoals hieronder.

Jhana's fijnstoffelijke sfeer

In de fijnstoffelijke sfeer (rupavacara of rupa loka) zijn de jhana's: 1e jhana (pathamajjhana); 2e jhana (dutiyajjhana); 3e jhana (tatiyajjhana); 4e jhana (catutthajjhana).

Jhana's onstoffelijke sfeer

In de onstoffelijke sfeer (arupavacara of arupa loka) zijn de jhana's: 5e jhana -- de sfeer van oneindige ruimte (akasana˝cayatana); 6e jhana -- de sfeer van oneindig bewustzijn (vi˝˝ana˝cayatana); 7e jhana -- de sfeer van niets-heid (aki˝ca˝˝ayatana), 8e jhana -- de sfeer van noch waarnemen noch niet waarnemen (n'eva sa˝˝a nasa˝˝ayatana).

Hierna volgt een beschrijving van de jhana's met de tekst zoals die vaak in de sutta's voorkomt:

  1. "En wat, monniken, is juiste concentratie (samadhi)? Hierin gaat en verblijft een monnik, vrij van zintuiglijke dingen, vrij van karmisch onheilzame zaken, in de eerste meditatieve verdieping, die gepaard gaat met gedachteconceptie (vitakka) en redenerend denken (vicara) en die vervuld is van vreugde (piti) en geluk (sukha), geboren uit onthechting (vivekaya, zie viveka)."

    Volgens de Niddesa zijn er drie soorten onthechting (viveka): 1) lichamelijke onthechting (viveka), dat wil zeggen het verblijven in afzondering, vrij van verlokkelijke zintuiglijke objecten; 2) mentale onthechting (citta viveka), dat wil zeggen de innerlijke onthechting van zintuiglijke dingen; 3) onthechting van de voedingsbodem van het bestaan (upadhi viveka), dat er geen brandstof meer is tot worden. In de beschrijving van de eerste meditatieve verdieping, verwijzen de woorden 'onthecht van zintuiglijke dingen' (vivicc' evakamehi) naar 'lichamelijke onthechting'; de woorden 'onthecht van karmisch onheilzame dingen' (vivicca akusalehi dhammehi) verwijzen naar de mentale onthechting; de woorden 'geboren uit onthechting' (vivekaya), verwijzen naar afwezigheid van de vijf hindernissen.

  2. "Dan, met het afnemen van gedachteconceptie (vitakka) en redenerend denken (vicara), door het verkrijgen van innerlijke kalmte (passaddhi) en geestelijke eenheid (ekaggata), gaat en verblijft hij in de tweede meditatieve verdieping, die vrij is van gedachteconceptie en redenerend denken, maar vervuld is van vreugde (piti) en geluk (sukha), geboren uit onthechting."
  3. "Met het verdwijnen van vreugde (piti), verblijft hij in gelijkmoedigheid (upekkha), indachtig (sati) en helder van begrip (samma pa˝˝a); en hij ervaart in eigen persoon die zegen waarvan de edelen van geest zeggen: 'Gelukkig leeft hij, die gelijkmoedig en indachtig is.' Aldus gaat en verblijft hij in de derde meditatieve verdieping."
  4. "Na het opgeven van geluk (sukha) en pijn (dukkha), en met de hieraan voorafgaande verdwijning van vreugde (piti) en smart (domanassa), gaat en verblijft hij in de vierde meditatieve verdieping die noch geluk noch pijn kent, maar zuiverheid van indachtigheid vanwege gelijkmoedigheid (upekkha)."
  5. "Door het totaal te boven komen van het waarnemen van materie, hoe dan ook, en door het verdwijnen van zintuiglijke reacties en geen acht slaand op de verscheidene waarnemingen, met het idee 'ruimte is oneindig', bereikt hij de sfeer van oneindige ruimte (akasana˝cayatana) en verblijft daarin."

    Een toelichting op deze 5e jhana:

    Met de 'waarnemingen van materie' (rupa sa˝˝a), worden de meditatieve verdiepingen van de fijnstoffelijke sfeer bedoeld, zowel als die objecten zelf (...). (Vis. 10: 1).

    Met 'waarnemingen van zintuiglijke reacties' (patigha sa˝˝a) worden die waarnemingen bedoeld die opgekomen zijn vanwege de inslag in de zintuigorganen zoals het oog etc., en de zintuigobjecten zoals zichtbare dingen etc. Deze zijn een naam voor het waarnemen van zichtbare objecten, zoals dat gezegd wordt in Jhana Vibh.): "Wat zijn de waarnemingen van zintuiglijke reacties? Het zijn de waarnemingen van zichtbare objecten, geluiden, etc." -- Zij bestaan voor iemand die zelfs de 1e meditatieve verdieping is ingegaan, niet langer meer in de zin van waar en werkelijk, etc., want op zo'n moment functioneert het vijfvoudig zintuiglijk bewustzijn niet langer meer. Desalniettemin, moet dit begrepen worden in de zin dat deze onstoffelijke verdieping geprezen wordt met de bedoeling het streven ernaar aan te sporen. (Vis. 10: 16).

    'Waarnemingen van verscheidenheid' (nanatta sa˝˝a) zijn de waarnemingen die in de verschillende velden opkomen, oftewel de verscheidene waarnemingen. Hiermee worden, volgens Vis. 10: 20, de vele ontelbare waarnemingen buiten de meditatieve verdiepingen bedoeld.

  6. "Door het totaal te boven komen van de sfeer van oneindige ruimte, en met het idee 'oneindig is bewustzijn', bereikt hij de sfeer van oneindig bewustzijn (vi˝˝ana˝cayatana) en verblijft hij daarin."
  7. "Door het totaal te boven komen van de sfeer van oneindig bewustzijn, en met het idee 'er is daar niets', bereikt hij de sfeer van niets-heid (aki˝ca˝˝ayatana) en verblijft hij daarin."
  8. "Door het totaal te boven komen van de sfeer van niets-heid, bereikt hij de sfeer van 'noch waarnemen noch niet waarnemen' (n'eva sa˝˝a nasa˝˝ayatana), en verblijft hij daarin."

"Aldus is de 1e meditatieve verdieping vrij van 5 dingen -- de vijf hindernissen (pa˝ca nivarana) en 5 dingen zijn dan aanwezig (de meditatieve factoren oftewel de jhana-factoren, jhananga). Wanneer de monnik de 1e jhana verwerft, dan is verdwenen: 1) zintuiglijk verlangen; 2) kwade wil; 3) luiheid en traagheid; 4) rusteloosheid en bezorgdheid; 5) twijfels. En er zijn aanwezig: gedachteconceptie (vitakka); redenerend denken (vicara); vreugde (piti); geluk (sukha); en concentratie (samadhi). In de 2e meditatieve verdieping zijn aanwezig: vreugde, geluk en concentratie. In de 3e: geluk en concentratie. In de 4e gelijkmoedigheid (upekkha) en concentratie."

De 4 verdiepingen van de onstoffelijke sfeer, (zie boven 5-8) behoren, strikt gesproken, nog steeds tot de 4e jhana, omdat zij dezelfde twee factoren bevatten (upekkha en samadhi). De 4e fijnstoffelijke jhana is ook de basis of het kardinaal startpunt (padaka jhana) voor de verwerving van de hogere spirituele krachten (abhi˝˝a).

In de Abhidhamma wordt gewoonlijk een vijfvoudige in plaats van een viervoudige divisie van de meditatieve verdiepingen gebruikt: de 2e meditatieve verdieping (jhana) heeft nog steeds de factor 'redenerend denken' -- maar dan zonder gedachteconceptie -- terwijl de 3e, 4e en 5e corresponderen met de 2e, 3e en 4e respectievelijk van de viervoudige divisie. (Zie Tabel I, 9-13). Deze vijfvoudige divisie is gebaseerd op teksten als A. 8: 63.

Voor de 8 Meditatieve verdiepingen als onderwerpen voor de ontwikkeling van inzicht (vipassana), zie samatha vipassana. Volledige details staan in Vis. 4-10.

Jhana duidt in haar meest brede zin (bijvoorbeeld als een van de 24 voorwaarden, zie paccaya) op elke, zelfs tijdelijke of zwakke verdieping van de geest, wanneer die gericht wordt op een enkel object.

Zie voor meer ook samadhi; ariya puggala/ariya; jhananga.

jhananga

'Jhana-factoren', zijn de factoren die nodig zijn om de meditatieve verdiepingen (jhana's) te verwerven. Het zijn er vijf:

1) aanvangende gedachten of gedachteconceptie (vitakka); 2) redenerend denken of aanhoudende gedachten (vicara); 3) vreugde (piti); 4) geluk (sukha); 5) eenpuntige gerichtheid (ekaggata).

Om de jhana's oftewel de meditatieve verdiepingen te verwezenlijken, moeten de vijf hindernissen (pa˝ca nivarana) worden opgeruimd. Dat gebeurt door deze vijf psychische factoren, de tegenhangers van de vijf hindernissen te ontwikkelen. Dit zijn de factoren die de meditator van een lager naar een hoger niveau van mentale zuivering voeren. Het bewustzijn dat hiermee gepaard gaat staat bekend als jhana.

De jhana-factoren zullen stap voor stap de vijf hindernissen die de weg van concentratie blokkeren, opruimen. Zo wordt zinnelijk verlangen gereduceerd door: eenpuntige gerichtheid (ekaggata) -- kwade wil door: vreugde (piti) -- luihuid en traagheid door: gedachteconceptie (of aanvangende gedachten) (vitakka) -- rusteloosheid en bezorgdheid door: geluk (sukha) -- en twijfel wordt teruggedrongen door: redenerend denken (of aanhoudende gedachten) (vicara).

Het is moeilijk om een Nederlands woord te vinden voor jhana, maar om jhana te bereiken moeten in ieder geval de tegenoverliggende hindernissen teniet worden gedaan. Jhana is niet een plaats of een trance maar een morele staat, een religieuze ervaring. Vanuit de jhana's mediteert de meditator op de drie karakters van het bestaan: vergankelijkheid (aniccata), lijden (dukkha) en geen-zelf (anatta), en verwerft hij Arahatschap. Na het verwerven van Arahatschap leeft hij bevrijd, onafhankelijk (anissito) van begeerte (tanha) en verkeerde kijk (ditthi) voort, hij klampt zich nergens in de wereld aan vast en denkt daarom ook niet abusievelijk in termen van 'mijn', 'mij' of 'ik', noch van een goddelijke schepper, noch van de wereld.

Het uiteindelijke doel van anapana sati, is om eerst de jhana's te bereiken, te verwerven, en dan de vier bovenwereldse Paden en Vruchten (de vier graden van heiligheid met de daaruit voortkomende vruchten of zegeningen, zie ariya puggala/ariya).

Dat is waarom in het begin van de Satipathana Sutta door de Boeddha werd gezegd: "Dit is de enige weg, monniken, voor de zuivering van wezens, voor het overwinnen van verdriet en weeklagen, voor de vernietiging van lijden en smart, om het juiste pad te bereiken, voor de verwezenlijking van Nibbana, namelijk, de Vier Fundamenten van Indachtigheid." D22.

Toelichting jhana factoren

1) Gedachteconceptie (of aanvangende gedachten) heeft als functie 'het sturen van de geest' naar een object. Het neemt de geest als het ware op en drijft hem in het object zoals iemand een spijker in een blok hout slaat. Wanneer dit gedaan is, vestigt 2) redenerend denken (of aanhoudende gedachten), de geest op het object en houdt het daar vanwege haar onderzoekende functie; een aanhoudende concentratie functioneert als een onderzoekende geest. Om het verschil tussen deze twee factoren te verduidelijken, wordt gedachteconceptie (of aanvangende gedachten) vergeleken met het tegen een bel slaan, en redenerend denken (of aanhoudende gedachten) met het weerkaatsende geluid van de slag op de bel. 3) Vreugde, de derde factor, is de vreugde en blijdschap die gepaard gaan met enthousiaste interesse in het object, terwijl 4) geluk, de vierde factor, het plezierige gevoel is dat op succesvolle concentratie volgt. Omdat vreugde en geluk overeenkomstige kwaliteiten met elkaar delen, heeft men de neiging deze met elkaar te verwarren, maar deze twee zijn niet identiek aan elkaar. Het verschil tussen hen wordt ge´llustreerd door vreugde te vergelijken met de blijdschap van iemand die in een woestijn wandelt en in de verte een oase ziet; geluk kan men vergelijken met het genoegen dat hij beleeft wanneer hij van de poel gedronken heeft en in de schaduw rust. De vijfde en laatste factor van verdieping is 5) eenpuntige gerichtheid, die de onmisbare functie heeft om de geest tot eenheid met het object te brengen, dus dat men totaal gewaar is van wat er op dat moment is.

jivha

Tong.

jivhayatana

De basis van de tong.

jivita

'Leven', 'vitaliteit'. Synoniem: jivitindrya. Kan zowel fysiek (rupa jivitindrya) als mentaal (nama jivitindrya) zijn. De laatste is een van de mentale factoren die onafscheidelijk verbonden is met elk type bewustzijn. Als mentale factor betekent het, het leven van mentale fenomenen, wat neerkomt op het bewaren van de continuering van mentale fenomenen.

Zie cetasika; Tabel II.

jivitindrya

Zie jivita.

k

kabalinkarahara

Materieel voedsel. Zie ahara.

Kalandakanivapa

De Eekhoorn Voederplaats in het Veluvana. Zie Veluvana.

kalyana mitta

'Een edele of goede vriend', zo wordt een senior monnik genoemd die de mentor en vriend is van zijn leerling, hem zijn welzijn wenst, zich met zijn proces bezig houdt, en zijn meditatie begeleidt. De meditatieleraar (kammatthanacariya) in het bijzonder wordt zo genoemd.

De Boeddha zei: "Edele vriendschap is het hele heilige leven", en hijzelf is gelijk de meest voortreffelijke vriend: "Ananda, ik ben verschuldigd een goede vriend voor hen te zijn, zodat levende wezens die onderworpen zijn aan geboorte, bevrijd zullen zijn van geboorte." S45-002.

kalyanamittata

Goede vrienden hebben, in een goed milieu van vrienden verkeren. Een van de vier voorwaarden die strekken tot het welzijn en het geluk van een huishouder in dit leven. Zie A08-054; arakkha sampada; samma jivikata; utthana sampada.

kama dhatu

Het element van de zintuiglijke wereld.

kama guna

Koorden van sensueel plezier. Zie kama.

kama loka

Zintuiglijke sfeer. Zie loka; avacara.

kama raga

Zintuiglijke hartstocht. Zie kama.

kama sankappa

Gedachten van zintuiglijke verlangens. Een van de drie kwade intenties. Zie ariya atthangika magga.

kama tanha

Zintuiglijke begeerte.

kama vitakka

Zintuiglijke gedachten. Zie ook kama.

kama

Kan duiden op: 1) subjectieve sensualiteit, oftewel 'zintuiglijk verlangen'; 2) objectieve sensualiteit, de 5 zintuigobjecten.

1) Subjectieve sensualiteit of zinnelijk verlangen, is gericht op de vijf zintuigobjecten en is een synoniem voor 'zintuiglijk verlangen' (kamacchanda), een van de 5 hindernissen (pa˝ca nivarana); met 'zintuiglijke hartstocht' (kama raga), een van de 10 banden (sa˝˝ojana); met 'zintuiglijke begeerte of hunkering' (kama tanha), een van de 3 begeerten (zie tanha); met 'zintuiglijke gedachten' (kama vitakka), een van de 3 verkeerde gedachten (miccha sankappa, zie vitakka). -- Zintuiglijke begeerte is ook een van de aantastingen (asava) en gehechtheden (upadana).

2) Objectieve sensualiteit wordt in de canonieke teksten meestal 'koorden of draden van sensualiteit' (kama guna) genoemd.

"Er zijn 5 koorden van sensualiteit: de visuele objecten, herkenbaar door het oogbewustzijn, die aangenaam zijn, liefkozend, plezierig, lieflijk, sensueel en aanlokkelijk; de geluiden (...); de geuren (...); de smaken (...); lichamelijke indrukken herkenbaar door het lichaamsbewustzijn, die aangenaam zijn, liefkozend, plezierig, lieflijk, sensueel en aanlokkelijk." D33; M013; M026; M059; M066.

Deze twee soorten kama worden genoemd: 1) kama als mentale bezoedeling (kilesa kama); 2) kama als de object-basis van sensualiteit (vatthu kama); de eerste in M. Nid. 1, par. 1, en vaak in de commentaren.

Zintuiglijke begeerte wordt uiteindelijk verwijderd in het stadium van de Niet Terugkerende (anagami, zie ariya puggala/ariya; sa˝˝ojana)

Het gevaar en de ellende van zintuiglijke begeerte wordt vaak in de teksten beschreven, bijvoorbeeld in de treffende gelijkenissen in M022; M054, en in de 'geleidelijke instructie' (zie anupubbi katha). Zie verder M013; M045; M075; Snp4-01 vers 766; Dhp286; Dhp215.

De teksten leggen dikwijls nadruk op datgene wat de mens aan de wereld van de zintuigen bindt, dat dat niet de zintuigorganen of de zintuigobjecten zijn, maar hartstochtelijke begeerte (chanda raga) ernaar. Zie voor dit A06-063; S35-122; A35-191.

kamacchanda

Zinnelijk verlangen. EÚn van de Vijf Hindernissen. Zie pa˝ca nivarana.

kamadinava

Het gevaar van zintuiglijke begeerte.

kamasava

Bezoedeling van zintuiglijke begeerte. Zie asava.

kamasukhallikanuyoga

Extreme sensuele toegeeflijkheid; wellust. Een van de twee extremen die d.m.v. het Achtvoudige Pad vermeden wordt.

kamavacara citta

Zie amahaggata citta.

kamavacara

Zintuiglijke sfeer. Zie loka; avacara.

kamesu micchacara veramani

Onthouding van seksueel wangedrag.

kamesu micchacara

Seksueel wangedrag.

kamma bhava

Handelingen die leiden naar worden.

kamma cetana

Karmische wilshandelingen.

kamma kilesa

Letterlijk: 'handelingen van bezoedeling'.

kamma mara

Zie Mara.

kamma niyama

Vastheid der wet. Zie niyama.

kamma paccaya

'Karma voorwaarde' is een van de 24 voorwaarden. Zie paccaya.

kamma patha

'Koers van handeling' of 'deur van handeling', is een naam voor de groep van 10 soorten van heilzame of onheilzame handelingen, te weten:

De tienvoudige onheilzame koersen van handeling (akusala kamma patha):

Drie lichamelijke handelingen (kaya kamma): 1. doden; 2. stelen; 3. onwettig seksueel verkeer en lichamelijke handelingen die betrekking hebben op zinnelijk verlangen.

Vier verbale handelingen: (vaci kamma): 1. liegen; 2. lasteren; 3. harde woorden; 4. onzinnig gepraat.

Drie mentale handelingen (mano kamma): 1. begeerte; 2. haat; 3. verkeerde visies.

Onheilzame mentale koersen van handeling omvatten alleen extreme vormen van bezoedelde gedachten: de hebberige wens om de bezittingen van anderen toe te eigenen; de hatelijke gedachten anderen te kwellen; en schadelijke opvattingen.

De tienvoudige heilzame koersen van handeling (kusala kamma patha):

Drie lichamelijke handelingen (kaya kamma): 1. Vermijding van doden; 2. vermijding van stelen; 3. vermijding van seksueel onwettig verkeer en lichamelijke handelingen die betrekking hebben op zinnelijk verlangen. Hoewel deze regel het meest de nadruk legt op seksueel wangedrag, heeft zij ook betrekking op ongecontroleerde en onkundige lichamelijke handelingen. Iedere handeling dient zo goed mogelijk uitgevoerd te worden. Hoe meer zinnelijk verlangen in het spel komt, hoe onzuiverder de handeling is.

Vier verbale handelingen: (vaci kamma): 1. Vermijding van liegen; 2. vermijding van lasteren; 3. vermijding van harde woorden; 4. vermijding van onzinnig gepraat. Deze vier komen neer op, waardige, verzoenende, milde, en wijze spraak.

Drie mentale handelingen (mano kamma): 1. Onzelfzuchtigheid; 2. vriendelijkheid; 3. juiste opvattingen.

Beide lijsten verschijnen vaak, bijvoorbeeld in M041; A. 10: 28, 176; M009; zij worden in detail uitgelegd in M114, en in Com. van M009.

kamma vipaka

Zie vipaka.

kamma

'Handeling', maar om precies te zijn duidt het op heilzame en onheilzame wilshandelingen (kusala cetana en akusala cetana) en hun samenhangende mentale factoren die wedergeboorte veroorzaken en de bestemming van wezens bepalen. Niet elke willekeurige handeling is dus kamma.

Deze karmische wilshandelingen (kamma cetana) manifesteren zich als heilzame en onheilzame handelingen via het lichaam (kaya kamma), de spraak (vaci kamma) en de geest (mano kamma). Zo is de betekenis van de boeddhistische term kamma zÚker niet de manifestatie van de gevolgen van handelingen en zeker niet het noodlot van de mens, of misschien zelfs van hele volkeren (het zogenaamde massale of groepskarma) waarover in sommige delen van de wereld dwaalbegrippen verspreid zijn.

De Boeddha zei: "Wilshandelingen (cetana), monniken, is hetgeen dat ik kamma noem (cetanaham bhikkhave kammam vadami), omdat iemand door het te willen de handeling uitvoert met het lichaam, met de spraak, of met de geest. Er is kamma, monniken, dat in de hel rijpt, kamma dat in de dierenwereld rijpt, kamma dat in de mensenwereld rijpt en kamma dat in een hemelse wereld rijpt. Hoe dan ook, de vrucht van kamma is drieledig: dat wat tijdens dit leven rijpt (dittha dhamma vedaniya kamma), dat wat in het volgende leven rijpt (upapajja vedaniya kamma), en dat wat in latere levens rijpt (aparapariy vedaniya kamma)." (A. 6: 63).

De drie voorwaarden of wortels (mula) voor het ontstaan van onheilzaam kamma (wilshandeling) zijn: hebzucht (lobha), haat (dosa) en begoocheling (moha) (of onwetendheid). De voorwaarden of wortels van heilzaam kamma zijn: onzelfzuchtigheid (alobha), zonder haat zijn (adosa) (liefdevolle vriendelijkheid, universele liefde, goodwill) en zonder begoocheling (amoha) (met wijsheid) zijn.

"Hebzucht is een voorwaarde voor het ontstaan van kamma; haat is een voorwaarde voor het ontstaan van kamma; begoocheling is een voorwaarde voor het ontstaan van kamma." A03-109.

"De onheilzame handelingen ontstaan door drie soorten en zijn geconditioneerd door hebzucht, haat en begoocheling."

"Doden, stelen, onwettige seksuele gemeenschap, liegen, lasteren, harde woorden, onzinnig geklets; als dat in praktijk gebracht wordt, gehandhaafd wordt en vaak ontwikkeld wordt, leidt dit tot wedergeboorte in de hel, of onder de dieren of onder de geesten." A03-040.

"Hij, die moord en wreed is, gaat of naar de hel, of als hij als een mens wordt wedergeboren, zal hij kort leven. Hij, die anderen kwelt zal getroffen worden door ziekte. De boosaardige zal er lelijk uitzien, de afgunstige zal zonder invloed zijn, de gierige zal arm zijn, de halsstarrige zal van lage komaf zijn, wie lui van geest is zal zonder kennis zijn. In tegenstelling hiervan, zal een mens in een hemelse sfeer worden wedergeboren of worden wedergeboren als mens, hij zal lang leven, mooi zijn, invloedrijk zijn, van edele komaf zijn en kennis bezitten." Zie M135.

Voor de tienvoudige heilzame en onheilzame koersen van handeling, zie kamma patha. Voor de vijf afschuwelijke misdaden met onmiddellijk gevolg, zie anantarika kamma.

"Student, wezens zijn eigenaren van hun daden (kamma), erfgenamen van hun daden; zij zijn gevormd door hun daden, zij zijn verbonden aan hun daden, zij hebben hun daden als hun thuisbasis. Het is door de daad waardoor wezens minderwaardig of voortreffelijk zijn." M135.

"Wezens zijn eigenaren van hun kamma, erfgenamen van hun kamma. Het kamma is de baarmoeder van waaruit zij worden geboren, hun kamma is hun vriend, hun toevlucht. Welk kamma zij ook produceren, goed of slecht, daarvan zijn zij de erfgenamen."

##uitwerken##

Zie ook Dhp085-086, Een woord over kamma; Kukkuravatika Sutta (M057); Culakammavibhanga Sutta (M135); Mahakammavibhanga Sutta (M136); Saleyyaka Sutta (M041); Dhp038-039, De daden van een Arahat.

Overige literatuur: Karma and Rebirth door Nyanatiloka (Wheel 9); Survival and Karma in Buddhist Perspective door K.N. Jayatilleke Wheel 141-143); Kamma and its Fruit (Wheel 221-224); The Buddha's Words on Kamma door Bhukkhi Nanamoli (Wheel 248-249).

kamma˝˝ata

'Aanpassingsvermogen', dat wil zeggen, van lichamelijkheid (rupassa kamma˝˝ata, zie pa˝ca upadana kkhandha 1); van mentale factoren (kaya lahuta); en van bewustzijn (citta lahuta). Raadpleeg Tabel II.

kammanta

Handelingen.

kammatthanacariya

Meditatie leraar. Zie kalyana mitta.

kankha

'Twijfel', kan een intellectueel, kritische twijfel zijn, of een ethische en psychologische schadelijke twijfel. De laatste kan ofwel een hardnekkig negatief scepticisme ofwel een schommelende besluiteloosheid zijn. Alleen de schadelijke twijfel (synoniem van vicikiccha) is verwerpelijk als zijnde karmisch immoreel, omdat het het denken verlamd en de innerlijke ontwikkeling van een mens hindert. Kritische twijfel over dubieuze zaken wordt daarentegen juist aangemoedigd.

De 16 twijfels die de Boeddha in de sutta's opsomt zoals bijvoorbeeld in M. 2, zijn als volgt: "Dan overweegt hij onverstandig op deze wijze: 1) 'Was ik in het verleden? 2) Was ik niet in het verleden? 3) Wat was ik in het verleden? 4) Hoe was ik in het verleden? 5) Als ik iets geweest ben, wat was ik dan in het verleden? 6) Zal ik bestaan in de toekomst? 7) Zal ik niet bestaan in de toekomst? 8) Wat zal ik zijn in de toekomst? 9) Hoe zal ik zijn in de toekomst? 10) Als ik iets geweest ben, wat zal ik dan zijn in de toekomst?'" -- "Of hij twijfelt nu, in het heden aan zichzelf en overweegt: 11) 'Ben ik? 12) Ben ik niet? 13) Wat ben ik? 14) Hoe ben ik? 15) Waar kwam dit wezen vandaan? 16) Waar gaat dit wezen naar toe?'"

kanthaka

Paard van Siddhatta.

kappa

'Wereldperiode'; 'een onafzienbare tijdruimte'; 'een aeon'. Deze is weer verdeeld in vier subdivisies: 1) wereldontbinding (samvatta kappa, opheffende of oplossende wereld); 2) voortzetting van de chaos (samvatta tthavi); 3) wereldformatie (vivatta kappa); 4) voortzetting van de gevormde wereld (vivatta tthavi).

"Hoe lang een wereldontbinding duurt, hoe lang de chaos, hoe lang de formatie, hoe lang de voortzetting van de gevormde wereld; van deze dingen, monniken, kan men moeilijk zeggen hoeveel jaren, hoeveel eeuwen, hoeveel millennia van honderdduizenden jaren dat is." A04-156.

De mooie gelijkenis in S15-005 is het waard hier genoemd te worden: "Stel eens voor, monniken, dat er een grote rots van ÚÚn solide massa zou zijn van een mijl lang, een mijl breed, een mijl hoog zonder een spleet of kloof. En op het einde van iedere 100 jaar zou er een man komen die er ÚÚnmaal met een zijde doekje overheen strijkt. Dan zou die grote rots vlugger slijten en verdwijnen dan een wereldperiode. Maar van zulke wereldperioden, monniken, zijn er al zeer veel voorbijgegaan, vele honderden, vele duizenden, vele honderdduizenden. En hoe is dit mogelijk? Niet waar te nemen, monniken, is dit samsara (zie daar), een eerste begin van wezens die gehinderd worden door onwetendheid en welke verstrikt zijn door begeerte en die zich door deze cyclus van geboorten haasten, is niet te bespeuren."

karma

Sanskriet woord voor het Pali woord 'kamma'. Zie kamma.

karuna

'Mededogen'; 'sympathie' of de wens hebben diegenen te helpen die in lijden of moeilijkheden verkeren. Het is een morele mentale factor die zich ontwikkelt wanneer het besef is ontstaan dat alle wezens onderhevig zijn aan lijden. Karuna is een van de 4 verheven verblijven oftewel de 'onbegrensde sferen' en vormt samen met liefdevolle vriendelijkheid de ruggengraat van de Leer. Zie brahma vihara; cetasika; Tabel II.

Verkeerd begrepen: mededogen

Het Pali woord karuna betekent mededogen, maar wordt naar het Engels vaak vertaald in pity hetgeen voor medelijden staat. Een betere vertaling van karuna naar het Engels is compassion. In elk geval is de Pali betekenis van karuna niet medelijden, omdat medelijden niet op zijn plaats is vanwege twee hoofdredenen: 1. Het doel van een boeddhist is om van het lijden af te komen, dus kiest hij er niet voor om 'mee te lijden'. Dit brengt voor niemand voordeel, maar wel nadeel. Mededogen daarentegen is wel voordelig, zowel voor degene die in problemen verkeerd als voor degene die mededogen heeft met lijdende wezens. 2. Gezien de wet van oorzaak en gevolg is medelijden niet op zijn plaats. In de meeste gevallen zal de persoon die in problemen verkeert dat grotendeels aan zichzelf te wijten hebben. Er moet de juiste actie worden ondernomen om de problemen te verhelpen. Ook dat is een reden waarom medelijden niet op zijn plaats is. Zie Div014 voor het verschil tussen medelijden en mededogen.

kasina

Een naam voor een puur externe methode om concentratie van de geest voort te brengen en te ontwikkelen, en om de 4 meditatieve verdiepingen (jhana) te verwerven. Het gaat om het concentreren van iemands volle en onverdeelde aandacht op een visueel object als een inleidend beeld (parikamma nimitta), bijvoorbeeld een gekleurde vlek of disc, of een stuk aarde, of een vijver op enige afstand etc., teneinde iemand, zelfs met de ogen gesloten, een mentale weerspiegeling waarneemt -- het verkregen beeld (uggaha nimitta).

Wanneer men nu doorgaat om de aandacht te vestigen op dit beeld, kan er het vlekkeloze en onbeweeglijke tegenbeeld (patibhaga nimitta) verrijzen, en samen met dat zal nabijheid-concentratie (upacara samadhi) zijn bereikt. Terwijl men nog steeds volhardend is in de concentratie op het object, zal men uiteindelijk de staat van de geest bereiken waar aan alle zintuiglijke activiteit te boven gekomen is, waar geen zien en horen meer is, geen waarneming van lichamelijke indrukken en gevoel, dat wil zeggen, het stadium van de 1e mentale verdieping (jhana).

De 10 kasina's die in de sutta's worden bedoeld, zijn: het aarde-kasina; het water-kasina; het vuur-kasina; het wind-kasina; het blauw-kasina; het geel-kasina; het rood-kasina; het wit-kasina; het ruimte-kasina; en het bewustzijn-kasina.

"Er zijn 10 kasina-sferen: iemand ziet het aarde-kasina, boven, beneden, aan alle kanten, onverdeeld, onbegrensd. Iemand ziet het water-kasina, boven, beneden, aan alle kanten, onverdeeld, onbegrensd etc." (M077; D33). Raadpleeg abhibhayatana; bhavana; zie verder Fund. 4.

Voor het ruimte- en bewustzijn-kasina vinden we in Vis. 5 de namen van begrensde ruimte-kasina (paricchinnakasa kasina), etc., en het licht-kasina (aloka kasina).

Voor een volledige beschrijving, zie Vis. 4-5; ook Asl. Tr. 1: 248.

kastensysteem

In India wordt het kastensysteem gehandhaafd waarvan de Boeddha een felle tegenstander was. Het kastenstelsel bestaat uit: regeerders of krijgers (Khattiya's), priesters (Bramana's), huishouders (Vaisya's), de laagste kaste of de 'onaanraakbaren' (Sudra's). De Boeddha was van de krijgers kaste.

katam karniyam

'Wat gedaan moest worden is gedaan'. Dit betekent dat de vier taken betreffende het edele pad -- het volledig begrijpen van lijden, het opgeven van de oorzaak, haar opheffing realiseren en de ontwikkeling van het pad -- nu allemaal gecompleteerd zijn voor elk van de vier bovenwereldse paden. Zie de eindnoot uiteindelijke kennis in M019 voor meer informatie.

kata˝ana

Kennis dat de functie van elke edele waarheid begrepen en volbracht is. Zie de eindnoot drie aspecten in S56-011 voor meer informatie.

katha

Subgroep.

kattika

De vierde maand van het regenseizoen (okt-nov).

kattu kamyata chanda

'Een wens om te doen', zie chanda; Tabel II.

kaya gata sati

De contemplatie van de 32 delen van het lichaam: 1. haar van het hoofd; 2. haar van het lichaam; 3. nagels; 4. tanden; 5. huid; 6. vlees; 7. zenuwen; 8. botten; 9. merg; 10. nieren; 11. hart; 12. lever; 13. middenrif; 14. milt; 15. longen; 16. dikke darmen; 17. dunne darmen; 18. de inhoud van de maag; 19. ontlasting; 20. gal; 21. slijm; 22. etter; 23. bloed; 24. zweet; 25. vet; 26. tranen; 27. lymfe; 28. speeksel; 29. snot; 30. gewrichtssmeer; 31. urine; 32. hersenen.

Zie o.a. Girimananda Sutta - Tot Girimananda (A10-060); Het beschouwen van de walgelijkheden van het lichaam - Patikkulamanasikara (D22); asubha.

kaya kamma

Wilshandelingen via het lichaam. Zie kamma patha.

kaya kamma˝˝atta

Aanpassingsvermogen of geschiktheid voor het werk van de mentale groep. Zie cetasika; Tabel II.

kaya lahuta

'Vlotheid'; 'behendigheid' van de mentale groep. Zie cetasika; Tabel II.

kaya muduta

Flexibiliteit van de mentale groep. Zie cetasika; Tabel II.

kaya nupassana

Contemplatie van het lichaam. Een van de vier fundamenten van indachtigheid. Zie satipatthana.

kaya pagu˝˝ata

Vaardigheid van de mentale groep. Zie cetasika; Tabel II.

kaya passaddhi

Kalmte van de mentale groep. Zie cetasika; Tabel II.

kaya sakkhi

'De lichaamsgetuige', is een van de 7 edele personen. Zie ariya puggala/ariya B. Hij is iemand die 'in zijn eigen persoon' (letterlijk: lichaam) de 8 bevrijdingen (vimokkha) heeft verworven, en waarbij na het verstandig begrijpen van de verschijnselen, de aantastingen (asava's) gedeeltelijk tot uitblussing zijn gekomen. (Pug. 32).

In A. 9: 44 wordt gezegd: "Een monnik, broeder, verwerft de 1e jhana en tot zover dit domein reikt heeft hij dit in zijn eigen persoon gerealiseerd." Daarom noemt de Gezegende zulk een persoon 'een lichaamsgetuige'. (Hetzelfde wordt dan herhaald met betrekking tot de overige 7 hogere jhana's). Wederom, broeder, verwerft de monnik de uitblussing van waarneming en gevoel (zie nirodha samapatti), en na het verstandig begrijpen van de verschijnselen, komen alle aantastingen (asava's) tot uitblussing. Daarom, broeder, noemt de Gezegende zulk een persoon 'een lichaamsgetuige' in alle opzichten."

kaya ujukata

Oprechtheid van de mentale groep. Zie cetasika; Tabel II.

kaya viveka

Zie viveka.

kaya

'Lichaam' of ook wel 'sectie' of 'groep'.

kayayatana

Basis van het lichaam.

kayika dukkha vedana

'Lichamelijk onaangenaam gevoel', zie vedana.

kayika dukkha

Fysiek lijden.

kayika sukha vedana

'Lichamelijk aangenaam gevoel', zie vedana.

kevala

Uniek, d.w.z. Nibbana. Zie Dhp166; Dhp225 voor meer informatie over Nibbana.

khandha mara

Zie Mara.

khandha parinibbana

De volledige uitblussing van de groepen van het bestaan. Zie voor meer Nibbana.

khandha

Aggregaat; groep. Voor de vijf aggregaten, zie pa˝ca upadana kkhandha.

khanti paramam tapo

Geduld is de hoogste ascese. Zie khanti.

khanti paramita

Perfectie van verdraagzaamheid. Zie paramita.

khanti

Geduld; verdraagzaamheid; lijdzaamheid; tolerantie. Het is het geduldig verdragen van lijden dat door anderen toegebracht wordt en het verdragen van iemands verkeerde daden. Zie Dhp183-185; Dhp399 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

khattiya

Zie kastensysteem.

khaya nupassana

'Contemplatie van het afnemen of vernietiging', is een van de 18 soorten van inzicht-kennis. Zie vipassana.

khelasika

'Speekselslikker', de bijnaam die de Boeddha aan Devadatta gaf.

khemam

'Veiligheid', een andere naam voor Nibbana. Zie dhp188-192 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

khinasava

Iemand waarvan de bezoedelingen (asava's) zijn vernietigd, of iemand die vrij van bezoedelingen is, is een naam voor een Arahat, een Heilige.

De staat van een Arahat wordt vaak asavakkhaya genoemd, 'de vernietiging van invloeden'. De sutta's die sluiten met de verwerkelijking van Arahatschap door de luisteraars, eindigen vaak met de woorden: "Tijdens deze uitspraak werden de harten van de monniken bevrijd van de onreinheden door de afwezigheid van hechten."

Deze term asava, kan 'aantastingen'; 'stromen'; 'instromingen'; 'vloeiingen'; 'bezoedelingen'; 'onzuiverheden'; 'bedwelmingen'; 'neigingen'; 'impuls'; 'aanzet'; 'dwang'; betekenen. Het komt overeen met de term tanha, wat gewoonlijk vertaald wordt als begeerte of hunkering. Tanha is van drie soorten: begeerte naar zintuiglijke objecten (kama tanha); begeerte naar het bestaan oftewel worden (bhava tanha); en begeerte naar niet-bestaan (vibhava tanha). Zie tanha; ditthi; asava.

khuddaka nikaya

Collectie van de kleinere teksten. Zie Een rondleiding door de Ti Pitaka.

khuddakapatha

Kortere lezingen. Zie Een rondleiding door de Ti Pitaka.

khuppipasa

Een van Mara's legers. Zie Mara, legers van.

kicca

Functie. Met verwijzing naar de 14 functies van bewustzijn, zie vi˝˝ana kicca.

kicca˝ana

Kennis dat de functie van elke edele waarheid begrepen moet zijn. Zie de eindnoot drie aspecten in S56-011 voor meer informatie.

kilesa kama

'Sensualiteit aanschouwd als bezoedeling' (zie kilesa) kan ook wel 'subjectieve sensualiteit' genoemd worden, in tegenstelling met 'objectieve sensualiteit' (vatthu kamma), dat wil zeggen, de zintuiglijke objecten (kama guna). Zie ook kama.

kilesa mara

Zie Mara.

kilesa parinibbana

De volledige uitblussing van bezoedelingen. Zie voor meer Nibbana.

kilesa

Bezoedelingen; geest-bezoedelingen; onheilzame kwaliteiten.

"Er zijn tien bezoedelingen, zo genoemd, omdat zij 'zelf-bezoedelend' zijn, en omdat zij de mentale factoren bezoedelen die daarmee samengaan. Het zijn: 1. hebzucht (lobha); 2. haat (dosa); 3. begoocheling (moha); 4. eigendunk (mana); 5. speculatieve opvattingen (ditthi); 6. sceptische twijfel (vicikiccha); 7. mentale traagheid (thina); 8. rusteloosheid (uddhacca); 9. gebrek aan morele schaamte (ahirika); 10. gebrek aan morele bevreesdheid (anottappa)." (Vis. 22: 49; 22: 65). Zie Tabel II; cetasika.

Voor 1-3, zie mula; voor 4, zie mana; voor 5, zie ditthi; voor 6-8, zie pa˝ca nivarana; voor 9 en 10, zie ahirika anottappa.

De tien zijn uitgelegd in Dhs. 1229 en genummerd in Vibh. 12. In de sutta's worden geen classificatie's van de kilesa's gevonden, maar de term verschijnt vrij vaak in hen. Voor de gerelateerde term upakkilesa (idem: 'onreinheden') komen verschillende lijsten voor.

De Boeddha onderwijst dat de bezoedelingen zich in drie lagen in de geest bevinden:

  1. De meest basale is het niveau van de latente tendensen (anusaya), waar een bezoedeling enkel sluimerend ligt zonder enige activiteit.
  2. Het tweede niveau is het stadium van manifestatie (pariyutthana), waar een bezoedeling, door de invloed van een stimulans, opborrelt in de vorm van onheilzame gedachten, emoties, en wilshandelingen.
  3. Dan, op het derde niveau, gaat de bezoedeling aan een zuivere mentale manifestatie voorbij, om een onheilzame handeling door lichaam of spraak, in beweging te zetten. Daarom wordt dit niveau het stadium van overschrijding (vitikamma) genoemd.

Voor een lijst van zestien, zie upakkilesa. Voor de hoofdbezoedelingen, zie asava.

Zie ook Dhp085-086 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

kiriya

##uitwerken##Karmisch onafhankelijke functies. Synoniem: kriya. Zie ook avyakata.

Zie Dhp038-039, De daden van een Arahat voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

kleuren

Na zijn verlichting straalde de Boeddha deze kleuren uit: blauw (nila); geel (pita); oranje (ma˝ettha); rood (lohita); wit (odata); en een mengsel daarvan (pabhassaru). Uit deze kleuren is de boeddhistische vlag samengesteld.

kodha

Woede. Een van de bezoedelingen van de geest. Zie upakkilesa. Synoniem: dosa.

komudi

Komudi is de dag van volle maan in de maand van Kattika, de vierde maand van het regenseizoen; deze wordt zo genoemd omdat gezegd wordt dat de witte waterlelie (kumuda) in die tijd bloeit.

kosambakuti

Samen met de Gandhakuti was de Kosambakuti een van de favoriete verblijfplaatsen in het Jetavana. Zie Div020 voor meer informatie.

kovilara

Kovilara (bahunia variegata), een soort ebbenboom.

kriya citta

zie kiriya.

kukkucca

Bezorgdheid. Letterlijk: 'verkeerde volbrenging', dat wil zeggen, gewetensbezwaren, berouw, ongemak van bewustzijn. Er zijn twee belangrijke verkeerde dingen in de wereld: slechte daden doen, en het in gebreke blijven om goede daden te verrichten. Er zijn dus twee manieren om je daar zorgen over te maken: "Ik heb verkeerde dingen gedaan", en "ik heb geen verdienstelijke daden verricht zoals vrijgevigheid, deugdzaamheid", etc. Er bestaat een gezegde, dat 'een dwaas altijd plannen maakt nadat alles voorbij is'. Bezorgdheid is daarom van twee soorten: in het licht van vergeetachtigheid en in het licht van kwaad. 'Misdaden van verzuimen' (het goede nalaten) en 'misdaden van begaan'.

Zorgelijkheid, is een van de karmische immorele (akusala) mentale factoren (zie cetasika; Tabel II) die, wanneer het opkomt, met kwaadaardig (ontevredenheid) bewustzijn samengaat (zie Tabel I en Tabel III), 30 en 31). Het is het 'zich zorgen maken over verkeerde dingen die gedaan zijn, en goede dingen die tot nog toe nagelaten zijn om te doen.' (Com. op A. 1). Je druk maken om wat dan ook is niet behulpzaam op het pad naar bevrijding. Succes op welk gebied van het leven dan ook komt nooit door getob, maar door op te letten wat je wel en wat je niet moet doen. De combinatie van rusteloosheid en zorgelijkheid (uddhacca kukkucca) wordt aangemerkt als een van de 5 hindernissen (pa˝ca nivarana).

Zie cetasika; Tabel II.

kumuda

Witte waterlelie.

kusala kamma patha

De tienvoudige heilzame koersen van handeling. Zie kamma patha.

kusala

Heilzaam. Zie kamma patha; mula; Tabel I en Tabel III.

kusale dhamme chando

Verlangen naar dingen of naar grondbeginselen die heilzaam zijn.

l

labha

Een van Mara's legers. Zie Mara, legers van.

lahuta

'Lichtheid' of 'behendigheid' van de geest kan van 3 soorten zijn: van lichamelijkheid (rupassa lahuta, zie pa˝ca upadana kkhandha 1), van mentale factoren (kaya lahuta), en van bewustzijn (citta lahuta). Zie cetasika; Tabel II.

lakkhana

Eigenschappen; kenmerken. Zie ti lakkhana.

lakkhanupanijjhana

Karakteristiek meditatief onderzoek.

leraren van de boeddha, de eerste

Alara Kalama en Uddaka Ramaputta. Alara Kalama was de eerste leraar van de Boeddha die ten noorden van Rajgir (toen Rajagaha) in de bergen verbleef. De Bodhisatta had al heel snel de van deze diepzinnige leraar door en bereikte de hoogste mystieke geestelijke staten, maar dat was niet waar de Bodhisatta naar zocht en hij verliet Alara Kalama. Daarna ging hij naar Uddaka Ramaputta, waarbij hij eveneens niet datgene vond waarnaar hij op zoek was.

lobha

Begeerte; hebzucht. Synoniem: tanha; abhijjha; kama; raga. Het is een van de drie immorele wortels (mula). Voor meer uitleg, zie tanha. Zie ook cetasika; Tabel II.

loka cinta

Speculeren en kibbelen over een eerste begin van de wereld hetgeen leidt naar verwardheid, gestoordheid en geestesziekte. De Boeddha leert dat er niet ÚÚn begin is, maar dat alle dingen onderling afhankelijk zijn. Zie paticcasamuppada; pa˝ca upadana kkhandha.

loka dhamma

Zie lokiya dhamma.

loka

Sfeer; wereld. Synoniem: avacara, zie aldaar.

lokapala dhamma

Deugden die de wereld beschermen.

loke

Deze wereld. Zie loka; avacara.

lokiya dhamma

Wereldse omstandigheden, staten. "Acht dingen worden wereldse omstandigheden genoemd, omdat zij zich voordoen ten opzichten van het wereldse leven, namelijk: Winst en verlies, succes en verslagenheid, hulde en blaam, vreugde en ellende." Vis. 12. Zie ook A08-005; A08-006.

lokiya magga

Wereldse pad.

lokiya

Werelds.

lokuttara dhamma

Bovenwereldse staten. Zie ook lokuttara; ariya puggala/ariya.

lokuttara magga

Bovenwereldse pad. Zie ook lokuttara; ariya puggala/ariya.

lokuttara

'Bovenwerelds', is een term voor de 4 paden en de 44 vruchten van sotapatti, etc. (zie ariya puggala/ariya), met Nibbana als de negende. Vandaar dat er gesproken wordt van '9 bovenwereldse dingen' (nava lokuttara dhamma).

m

macchariya

Gierigheid; hebzucht; jaloersheid. Onwilligheid en niet bereid zijn met anderen te delen. "Monniken, er zijn 5 soorten van gierigheid: 1. ten opzichte van een verblijfplaats; 2. ten opzichte van families; 3. ten opzichte van winst; 4. ten opzichte van erkenning; en 5. ten opzichte van mentale dingen." (A. 9: 49; Pug. 56).

Een van de bezoedelingen van de geest (zie upakkilesa en een van de immorele mentale factoren (zie cetasika; Tabel II).

maccu mara

Zie Mara.

mada

Ijdelheid of trotsheid. Een van de bezoedelingen van de geest. Zie upakkilesa.

magga brahmacariya

Het 'heilige leven' dat geleefd is, is het heilige leven van het pad. Zie de eindnoot uiteindelijke kennis in M019 voor meer informatie.

magga cetana

De wil om het Pad op te gaan.

magga paccaya

'Pad voorwaarde' is een van de 24 voorwaarden. Zie paccaya.

magga

Pad. Zie ariya atthangika magga.

Maha Bodhi tempel

De tempel in Bodh Gaya waar de Boeddha de verlichting bereikte. ##uitwerken##

maha brahma

De Grote Brahma. Zie Brahma kayika deva.

maha brahmano deva's

De grote brahma's. Zie deva.

maha kappa

Zie kappa.

maha karuna samapatti

Geestesverrukking van groot mededogen. Zie Dhp227-230, paragraaf De laatste wake, voor een gedetailleerde beschrijving over hoe de Boeddha zijn dag begon.

maha parinibbana

De dood van de Boeddha. Parinibbana staat voor de dood van iemand die in dit leven Nibbana heeft gerealiseerd. Maha Parinibbana betekent 'Het grote heengaan'. Zie ook parinibbana; D16.

maha vipassana

Achttien hoofdsoorten van inzicht-kennis oftewel principiŰle inzichten. Zie vipassana.

mahaggata citta

De ontwikkelde geest. Zie ook abhi˝˝a.

Mahi

Rivier de Mahi. Geen toelichting.

majjhima nikaya

Collectie van Middellange Toespraken. Zie Een rondleiding door de Ti Pitaka.

majjhima patipada

Middenweg. De weg die de Boeddha onderwijst is het Edel Achtvoudige Pad dat de twee uitersten, extremen, vermijdt, namelijk: a) van zintuiglijke wellust (kamasukhallikanuyoga) en b) zelfkwelling, extreem ascetisme (attakilamathanuyoga).

majjhimadesa

Het 'Midden Land'. Het thuisland van de boeddhisten, het land waar de Boeddha rondtrok en zijn Leer predikte. Noordoost India.

makkha thambha

Minachting en stijfhoofdigheid. Een van Mara's legers. Zie Mara, legers van.

makkha

Minachting; afbreuk doen aan. Een van de bezoedelingen van de geest. Zie upakkilesa.

makuta bandhana

De crematie stupa van Kusi˝ara van de Malla's waar de Boeddha gecremeerd is.

maluva

Klimplant, kruiper. Een woekeraar die voortdurend groeit ten koste van iets anders. Waarschijnlijk wordt hier de Hedera helix bedoeld.

mana

'Verbeelding', 'eigendunk', 'hoogmoedswaan', 'verwaandheid', 'hooghartigheid', 'het verkeerd beoordelen van dingen en mensen'. Het ziet geest en lichaam (nama rupa) -- een andere uitdrukking voor de vijf aggregaten van bestaan (pa˝ca khandha) -- aan voor een 'ik', een 'zelf', en schat dit in als edel of onedel overeenkomstig met de kaste, geloofsovertuiging, familie, etc. waartoe de persoon behoort.

Mana is een van de 10 banden die wezens aan het bestaan binden (zie sa˝˝ojana). Het verdwijnt alleen met de verwezenlijking van Arahatschap of heiligheid (raadpleeg asmi mana, zie daar). Verder is het een van de neigingen oftewel tendensen (zie anusaya) en bezoedelingen (kilesa; upakkilesa; asava). Zie ook cetasika; Tabel II.

"De gelijkheidswaan (mana), de minderwaardigheidswaan (omana), en de zelfverheffingwaan (atimana): deze drievoudige waan moet overwonnen worden. Want, na deze drievoudige waan te hebben overwonnen, wordt van de monnik gezegd, dat hij door het volledig doorzien van verwaandheid, een einde aan lijden heeft gemaakt." (A. 6: 49).

Mana staat soms ook voor 'begrip', wellicht afgeleid van manasikara.

manasikara

Oplettendheid; alertheid; mentale aandacht; bespiegeling; overweging.

  1. Als een psychologische term, behoort manasikara tot de formatie-groep (sankhara kkhandha) en is een van de 7 mentale factoren (cetasika), zie Tabel II, die onafscheidelijk verbonden zijn met iedere soort van bewustzijn (zie ook cetana). In M009, wordt deze factor weergegeven als zijnde er een die de geest (nama) vertegenwoordigd. Het is de eerste 'confrontatie met een object' van de geest en 'bind de samengaande mentale factoren aan het object.' Het is daarom de vooraanstaande factor in twee specifieke klassen van bewustzijn, d.w.z.: 'aandacht (avajjana) bij de poorten van de vijf zintuigen' en 'aandacht bij de poort van de geest'. Deze twee staten van bewustzijn, breken door het onderbewuste levenscontinuŘm (bhavanga) vanuit de eerste fase van het mentale waarnemingsproces (citta vitthi, zie ook vi˝˝ana kicca).
  2. In de gewone alledaagse zin, verschijnt de term vaak in de sutta's als yoniso manasikara 'wijze (of beredeneerde of systematische) alertheid' of 'wijze overweging'. In M002 is gezegd dat het dienst doet om de instromingen (bezoedelingen) (asava) tegen te gaan; het is een voorwaarde voor het ontstaan van juist begrip (zie M043) voor het in de stroom treden (zie sotapattiyanga), en voor de factoren van verlichting (bojjhanga). Tegenover 'wijze beschouwing' staat 'onwijze overweging' (ayoniso manasikara) die leidt tot het ontstaan van de instromingen (zie M002) en van de vijf hindernissen.

Zie cetasika; Tabel II.

manayatana

Basis van de geest.

mandala mala

Paviljoen.

mandarava

Koraalbloem. Een hemelse bloem die alleen op de aarde verschijnt bij speciale gelegenheden, vooral tijdens de belangrijkste gebeurtenissen in het leven van een Boeddha. Dat de Ajivaka asceet een koraalbloem in zijn handen had, was voor de Eerwaarde Maha Kassapa een teken dat het Parinibbana van de Boeddha al bijna begonnen was. Zie D16.

mangala

Dat wat tot geluk en voorspoed strekt. Zie Snp2-04.

manindriya

Vermogen van de geest.

mano dhatu

'Geesteselement', is een van de 18 elementen (zie dhatu II). Deze term is, in tegenstelling tot manayatana, niet van toepassing op het gehele bewustzijn, maar duidt alleen op dat speciale element van bewustzijn dat in het begin van het proces van zintuiglijke waarneming, de functie 'aandacht schenken' (avajjana) uitvoert naar het zintuigobject, zie Tabel I, 70. Vervolgens, nadat het zich er tweemaal bewust van is geworden, voert het de functie van het 'ontvangen' van zintuiglijke indrukken (sampaticchana) uit binnen het geestesbewustzijn, zie Tabel I, 39; 55. Zie vi˝˝ana kicca voor de 14 functies van bewustzijn.

mano dvaravajjana

Zie avajjana; avajjana citta.

mano kamma

Wilshandelingen via de geest. Zie kamma patha.

mano sa˝cetana

Mentale wilshandeling. Zie ahara.

mano vi˝˝ana dhatu

'Geestesbewustzijn element', is een van de 18 elementen, zie dhatu II. Deze term wordt in het algemeen gebruikt als een naam voor dat element van bewustzijn dat de functies van onderzoek (santirana), bepaling (votthapana), registreren (tadarammana), etc. uitvoert. Zie Tabel I, 40; 41; 56; 71; 72.

mano

'Geest', wordt in de Abhidhamma gebruikt als een synoniem voor bewustzijn (vi˝˝ana) en 'de staat van bewustzijn' (citta). Overeenkomstig met het Com. op Vis., betekent het soms onderbewustzijn (bhavanga sota). Hoewel deze drie woorden vi˝˝ana (bewustzijn), citta (staat van bewustzijn), en mano (geest), synoniemen voor elkaar zijn, heeft bij nadere beschouwing 'bewustzijn', 'de staat van bewustzijn' en 'geest' verschillende betekenissen: bewustzijn is meer dan alleen een staat; de term 'geest' heeft ook een ruimere betekenis dan alleen bewustzijn en een hoedanigheid alleen. Hoewel het allemaal 'mentale' factoren zijn, is er niet ÚÚn ding dat we 'geest' kunnen noemen.

Zie ook Dhp001 en Dhp002 (verzen en commentaren); nama.

manomaya

Mentale creatie; door gedachten gecreŰerd.

manopubbhangama

Gedachten gaan vooraf.

manosettha

Gedachten zijn overheersend.

manussa loka

De mensenwereld.

manussa

Mens; mensen. De wezens die in deze sfeer leven, de kama loka.

mara

Letterlijk: 'de doder'; 'brenger van de dood' of Namuci (letterlijk: 'de niet-bevrijder', dat wil zeggen, de tegenstelling van bevrijding). Ook Antaka, 'beŰindiger van alles', d.w.z. de dood. In de boeddhistische literatuur wordt Mara de Kwade (papima maro) gepersonifieerd als 'hartstocht', 'verzoeking', 'verzoeker' of 'kwaad'.

Vanaf de tijd van de verlichting van de Boeddha tot aan zijn sterven (Parinibbana) verscheen Mara op verscheidene aangelegenheden, zich voorwendend in goddelijke, menselijke of zelfs in dierlijke vormen. De boeddhistische literatuur spreekt over 'de vijfvoudige Mara (pa˝ca mara): 1) de Mara van de vijf bundelingen (khandha mara); 2) de Mara van de karmische formaties (kamma mara); 3) de Mara als de dood (maccu mara); 4) de Mara van de bezoedelingen (kilesa mara); en 5) de Mara als een hemelwezen (devaputta mara).

mara, dochters van

De symbolische aanduiding voor de dochters van Mara zijn: Tanha (begeerte), Arati (gehechtheid) en Raga (hartstocht).

mara, legers van

Juist voordat de Boeddha de Verheven Verlichting verwierf, kwam Mara met zijn legers aanzetten om hem te verleiden, maar de Meester was vastbesloten. Nadat hij Mara gezegd had dat hij zelfvertrouwen (saddha), zelfcontrole (tapo), en energie (viriya), en wijsheid (pa˝˝a) had en vastbesloten was, doorzag hij de legers van De Boze en somde die als volgt op:

436. "Het meest vooraanstaande van jouw legers is dat van zintuiglijke begeerte kama, het tweede wordt aversie (tegen het heilige leven) genoemd (arati). Het derde honger en dorst (khuppipasa), als gevolg van vrijwillige armoede, en het vierde is hunkering (tanha)."

437. Het vijfde is het leger van luiheid en traagheid (thina middha) en het zesde is angst (bhiru). Het zevende is twijfel (vicikiccha) en het achtste is afbreuk doen aan en stijfhoofdigheid (makkha thambha).

438. Dan is er ook nog winstbejag (labha) naar materiŰle dingen, lof (siloka), eer (sakkara), en roem verkregen vanuit verkeerde bedoelingen (yasa) (het negende leger). Het tiende is zichzelf verheffen en anderen kleineren (attukkamsanaparavambhana).

439. Deze, Mara, zijn jouw krachten, de aanvallers van het kwade. Iemand die geen held is, zal ze niet overwinnen en geluk verwerven.

440. Kijk: zie je deze bundel mu˝ja gras die ik draag? Ik geef niet om leven. Ik zou nog liever sterven in deze strijd dan in leven zijn, maar verslagen.

441. Er zijn asceten en kluizenaars die verdronken zijn (in bezoedelingen) en die nooit het pad zien dat de deugdzamen gegaan zijn.

442. Ik kan de troepen om mij heen zien, met Mara gezeten bovenop een olifant, en ik ga verder in de strijd. Mara zal mij niet van mijn positie verdrijven.

443. Zelfs de hele wereld, inclusief zijn goden, kan dat leger van jouw niet verslaan, maar ik ga het vernietigen met de kracht van wijsheid zoals een ongebakken kleipot met een steen (kapot gegooid wordt).

444. Met gedisciplineerde gedachten en stevig gegrondveste indachtigheid, zal ik van land tot land reizen en vele discipelen trainen.

445. Alert en energiek in de beoefening van mijn Leer, zullen zij in tegenstelling tot jouw wens, dat bereiken, waar zij, eenmaal aangekomen, niet meer tot smart zullen komen." Snp3-02.

marana

Dood. "En wat is dood? Het is het vertrekken en het wegsterven van wezens die tot welke orde dan ook behoren, hun vernietiging, verdwijning, dood, de beŰindiging van hun levensperiode, ontbinding van de aggregaten, het afwerpen van het lichaam -- dit heet dood." D22

maranam bhavissati

'De dood zal plaatsvinden'. Het is niet voor niets, dat de Boeddha in de meest verheven termen, zijn discipelen heeft aanbevolen de indachtigheid van de dood te beoefenen. Dit staat bekent als marananussati bhavana. Iemand die het wil beoefenen, moet zeer vaak in de gedachte verkeren: maranam bhavissati -- 'de dood zal plaatsvinden'. Deze contemplatie van de dood is een van de klassieke meditatieonderwerpen die in de visuddhi magga (pad van zuivering) behandeld worden en waarin vermeld staat dat voor het ontvangen van de hoogste vruchten, iemand deze meditatie op de juiste manier moet beoefenen. Zie Dhp235-238.

marananussati

'Het bespiegelen van dood', is een van de 10 bespiegelingen die in Vis. 8 in detail worden behandeld: ##uitwerken##. Zie ook anussati. Zie o.a. ook Dhp235-238.

maranasati

Het bespiegelen van de dood. Zie marananussati.

maya

Illusie, verdraaiing. Een van de bezoedelingen van de geest. Zie upakkilesa.

metta paramita

Perfectie van universele liefde. Zie paramita.

metta

Universele liefde; liefdevolle vriendelijkheid. Synoniem: adosa. Metta is een populaire term onder boeddhisten, maar er is geen westers woord dat de betekenis precies weergeeft. Vriendelijkheid, welwillendheid, goodwill, universele liefde, liefdevolle vriendelijkheid, onbaatzuchtige serviceverlening, zijn de favoriete verwijzingen. Metta is de wens voor het geluk en welzijn van alle levende wezens, zonder ook maar ÚÚn uitzondering.

Zie het artikel Mediteren op liefdevolle vriendelijkheid in Dhp296-301 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

Zie ook: brahma vihara; ariya atthangika magga. Zie ook Snp1-08; A11-016.

miccha ajiva

Verkeerde wijze van levensonderhoud.

miccha ditthi

Speculatieve of verkeerde opvattingen. Zie ditthi; kamma patha; M041.

miccha kammanta

Verkeerde lichamelijke handelingen. Zie ook kamma patha; M041.

miccha samadhi

Verkeerde concentratie. Zie samadhi.

miccha sankappa

Verkeerde gedachten. Zie ook kamma patha; M041.

miccha vaca

Verkeerd spreken. Zie ook kamma patha; M041.

middha

Traagheid. Zie thina middha. Traagheid is een van de immorele mentale factoren, zie cetasika; Tabel II.

migadaya

Het hertenpark van Isipatana. Ten tijde van de Boeddha was dit een geliefd toevluchtsoord voor verscheidene kluizenaars.

milinda pa˝ha

Vragen van Koning Milinda. Zie Een rondleiding door de Ti Pitaka.

misdaden, de zes

De zes ernstigste misdaden zijn de 5 afschuwelijke misdaden met onmiddellijk gevolg (anantarika kamma) zijn opgesomd, plus verkeerde inzichten aanhangen. Zie kamma.

moha carita

Degene die dom of stompzinnig van karakter is. Zie ook carita.

moha

Moha betekent stompzinnigheid, begoocheling, ontkenning of gebrek aan begrip. Het wordt ook onwetendheid (avijja) genoemd, 'niet-weten' (a˝˝ana) en 'niet-zien' (adassana). Onwetendheid of illusie, is een van de drie wortels (mula). Het is een van die mentale factoren die onafscheidelijk verbonden zijn met immoreel bewustzijn (akusala sadharana cetasika). Zie cetasika; Tabel II. Voor meer uitleg, zie mula.

Begoocheling duidt in de boeddhistische gedachtegang vooral op 'ontkennen wat er is'. Wanneer niet erkend wordt, niet onderzocht wordt, niet gezien wil worden wat er is, dan is dat een basis voor onwetendheid. Erg belangrijk is het te weten, dat de erkenning en het onderzoek naar wat er is of wat er gebeurt, bij jezelf moet beginnen teneinde de gehele wereld te kunnen kennen. In de satipatthana methode komt bijvoorbeeld duidelijk naar voren, hoe de Boeddha instructies geeft om de lichamelijke of materiŰle groep te onderzoeken en vervolgens de mentale groepen, met onszelf als object van onderzoek.

Als de Boeddha spreekt over begoocheling, dan staat dat in verband met onwetendheid in dit opzicht, omdat ontkenning onwetendheid staande houdt. Vandaar, dat als wij spreken over het fundament, de basis van onwetendheid, dat we spreken over begoocheling (moha) en daarom is het ook een 'wortel'.

In andere opzichten spreken we vaker van 'onwetendheid' (avijja). Onwetendheid duidt op het feit dat iemand onwetend is met betrekking tot bijvoorbeeld de Vier Edele Waarheden (cattari ariya sacca), de drie kenmerken (ti lakkhana) en de vijf aggregaten (pa˝ca upadana kkhandha). Maar uiteraard is de 'wortel van die onwetendheid', begoocheling (moha).

Moha is een mentale factor die onafscheidelijk verbonden is met elk immoreel bewustzijn; het gaat samen met haat (dosa) en begeerte (lobha). Zie cetasika; Tabel II.

mohakkhayo

Uitblussing van illusie.

mohasamam

Vergelijkbaar met onwetendheid. Zie Dhp251 voor meer uitleg en gerelateerde informatie. Zie ook asava.

Moranivapa

De Pauwen Voederplaats. Zie Veluvana.

mucalinda

De slang die aan de Boeddha beschutting bood tegen de zware regenval in de 6e week na zijn verlichting.

mudita

Sympathische vreugde. Het is waardering van en sympathische vreugde beleven in het succes van anderen. Mudita is een van de 4 verheven verblijven oftewel de 'onbegrensde sferen'. Zie brahma vihara; cetasika; Tabel II.

muduta

Flexibiliteit van lichamelijkheid (muduta rupa), mentale factoren (muduta kaya) en bewustzijn (muduta citta); pa˝ca upadana kkhandha 1; cetasika; Tabel II.

mula

##uitwerken## Wortels, ook (hetu) genoemd (zie paccaya 1. zijn die voorwaarden die door hun aanwezigheid de actuele morele kwaliteit van een wilsfactor (cetana) bepalen en het bewustzijn en mentale factoren die daarmee samengaan, met andere woorden, de kwaliteit van kamma, zie daar. Er zijn 6 van zulke wortels: 3 karmisch heilzame en 3 karmisch onheilzame wortels, te weten: hebzucht (lobha); haat (dosa); begoocheling (moha zie ook avijja); en zonder-hebzucht (alobha); zonder-haat (adosa); zonder-begoocheling (amoha). Zie Tabel II; cetasika.

Literatuur: The Roots of Good and Evil door Nyanaponika Thera (Wheel 251-253).

muni

Iemand die zijn mond kan houden. Een heilige, een wijze. Maar men moet het zwijgen van de muni niet verkeerd begrijpen: "Het blijvend zwijgen veranderd een dwaas niet in een wijze", zegt de Boeddha. Zie o.a. Dhp268-269.

mu˝ja

Een grassoort.

musavada veramani

Onthouding van het vertellen van leugens.

musavada

Liegen.

muti

Vrijheid.

n

n'etam kho saranam khemam

Iemands veiligste toevlucht is hijzelf. Zie dhp188-192 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

n'eva sa˝˝a nasa˝˝ayatana

Sfeer van noch waarnemen noch niet waarnemen.

nachtwaken van de boeddha

Toen de Boeddha aan de voet van de Bodhi boom zat, had hij vˇˇr zonsopgang de kracht van Mara overwonnen. In de 1e nachtwake (18.00 tot 22.00), herinnerde de Boeddha zich zijn vorige levens (pubbe nivasanussati ˝ana). Nu had hij de duisternis weggedreven die een sluier trekt over het bestaan van vorige levens. In de 2e nachtwake (22.00 tot 2.00) zag hij het verschijnen en het verdwijnen van levende wezens overeenkomstig hun daden (cuti + upapata ˝ana). In de 3e nachtwake (2.00 tot 6.00) begreep hij de opheffing van de instromingen (asavakkhaya ˝ana). Het is in dit deel van de nacht dat hij de wet van het oorzakelijk bestaan (paticcasamuppada) ontdekte en overdacht, en mediteerde op groot mededogen (maha karuna samapatti). Tijdens zonsopgang verwierf hij de volledige verlichting. Daarop sprak hij een verheven verklaring uit die ook talloze Boeddha's, die hem voorgegaan zijn, bekend was.

Zie Dhp153-154 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

Voor wat betreft de nachtwaken m.b.t. hoe de Boeddha zijn dag doorbracht, zie Dhp227-230.

naga

##Uitwerken## Dit is oorspronkelijk een soort demon met wonderbaarlijke krachten. Zie o.a. Dhp188-192 waar verteld wordt dat het draken zijn. Ahicchatta is een koning van de Naga's. In een andere context wordt de term bedoeld als 'heiligen' of 'bevrijdden'.

nakkhatta

Festiviteit omtrent sterrenbeelden in India ten tijde van de Boeddha.

nama jivitindrya

Zie jivita.

nama rupa

'Geest en lichaam', (de geestelijke en lichamelijke kant van een wezen, de vijf aggregaten). Zie pa˝ca upadana kkhandha; nama.

nama

Letterlijk: 'naam' of 'benoeming': geest, mentaliteit. Deze term wordt gewoonlijk gebruikt als een collectieve naam voor de vier mentale groepen (arupino khandha), te weten: gevoelens (vedana), waarnemingen (sa˝˝a), mentale factoren (sankhara) en bewustzijn (vi˝˝ana). Echter, in de 4e link (nama rupa) binnen de formule van het afhankelijk ontstaan (paticcasamuppada) is de term alleen van toepassing op kamma resulterende (vipaka) gevoelens en waarnemingen en een paar kamma resulterende mentale functies die onlosmakelijk met elke soort van bewustzijn zijn verbonden. Zoals het wordt gezegd in M009; D15; S12-002: "Gevoel (vedana), waarneming (sa˝˝a), wilshandelingen (cetana), indruk (phassa), mentale aandacht (manasikara); dit, broeder, wordt 'geest' genoemd." Met de toevoeging van nog twee mentale factoren, namelijk mentale vitaliteit (jivita) en concentratie (samadhi), (hier 'niet verplaatsbaar aspect van de geest' (cittatthiti) ) -- wordt van deze 7 factoren gezegd in de Abhidhammattha Sanghaha, dat deze de onafscheidelijke mentale factoren zijn in elke staat van bewustzijn.

namayanti

Buigen; buigzaamheid.

namen voor de boeddha

  1. Bloedverwant van de Zon (Adiccabandhu)
  2. De Alwetende (Sabba˝˝u)
  3. De Gezegende (Bhagavat)
  4. De Heilige (Araham)
  5. De Niet te Evenaren Dokter (Bhisakko)
  6. De Overwinnaar (Sugata)
  7. De Volledig Verlichte of Verheven Boeddha (Samma Sambuddha)
  8. De Voortreffelijke Chirurg (Sallakatto Anuttaro)
  9. Heer van de Leer (Dhammassami)
  10. Hij wiens naam Waarheid is (Saccanama)
  11. Leraar van de Leer van geen-zelf (Anatta Vadi)
  12. Onvergelijkbare (Atula)
  13. Onvergelijkbare allerhoogste verlichting (Anuttara samma sambodhi)
  14. Onvergelijkbare Leraar (Aham Sattha Anuttaro)
  15. Prachtig Mens (Acchariya Manussa)
  16. Schenker der Onsterfelijkheid (Amatassa Data)
  17. Schenker van de Zuiverste Liefde, van de Diepste in Wijsheid, van de Hoogste in Waarheid (Varado)

namo

Hulde; eerbied. (Namo Tassa Bhagavato Arahato Samma Sambuddhassa: Hulde aan de Gezegende, de Volmaakte, de Volledig Verlichte).

namuci

Zie Mara.

˝ana dasana

Kennis en visie; ware kennis.

˝ana

Kennis.

nanatta sa˝˝a

Het waarnemen van verscheidenheid. Zie jhana.

nandi raga

Hechten aan het leven.

nandipidukkha

Onbevredigend.

naparam itthattaya

Door MA als volgt uitgelegd: "Nu is het voor mij niet meer nodig om het pad opnieuw te ontwikkelen voor 'zulk een staat', dat wil zeggen, voor de zestienvoudige functie (van het pad) of voor de vernietiging van de bezoedelingen (asava's). Of anderzijds: na 'zulk een staat', dat wil zeggen, het opkomen van de reeks van aggregaten, is er geen reeks van aggregaten meer voor mij. Deze vijf aggregaten, nadat deze volledig begrepen zijn, staan als bomen die aan de voet zijn afgekapt. Met de opheffing van het laatste bewustzijn, zullen zij uitdoven zoals een vuur zonder brandstof." Zie de eindnoot uiteindelijke kennis in M019 voor meer informatie.

narassa narisu

De man naar vrouwen. Duidt op de gehechtheid van de man naar vrouwen. Zie Dhp283-284.

natthi dhuvam thiti

Dit lichaam blijft niet bestaan. Het heeft geen permanente bestaansvorm (arukayam). Dit is in feite een lichaam (of een groep/behuizing) van zweren. Zie Dhp147 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

natthi jagarato bhayam

Voor de volledig ontwaakte is er geen angst. Hij is altijd alert en houdt altijd de bezoedelingen in de gaten die zijn geest kunnen aantasten. Vanwege deze alertheid is de ontwaakte persoon in het geheel niet bang. Te denken dat arahats niet slapen, is een verkeerde opvatting. Of zij nu (fysiek) slapen of wakker zijn, zij worden altijd beschouwd als slapenlozen of waakzamen, omdat de vijf stimulerende deugdzaamheden of krachten (zie bala), namelijk: 1. (zelf)vertrouwen (saddha); 2. energie (viriya); 3. indachtigheid (sati); 4. concentratie (samadhi); en 5. wijsheid (pa˝˝a) altijd in hen aanwezig zijn.

Zie Dhp038-039 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

natthi paccaya

'Afwezigheidsvoorwaarde' is een van de 24 voorwaarden. Zie paccaya.

natthika ditthi

Nihilistische kijk; de leer van het nihilisme. Zie ditthi.

nava lokuttara dhamma

9 bovenwereldse dingen, zie lokuttara.

navasivathikapabba

Het beschouwen van de negen soorten lichamen.

nekkhamma dhatu

Element van verzaking. Synoniem: alobha. Zie alobha.

nekkhamma paramita

Perfectie van verzaking. Zie paramita.

nekkhamma sankappa

Gedachten van het verzaken van zelfzucht. Een van de drie goede intenties. Zie ariya atthangika magga.

nekkhamma vitakka

Gedachten van verzaking. Zie vitakka.

nekkhammanisamsa

Zegeningen van verzaking.

Nera˝jara

Rivier de Nera˝jara.

netti

Zie Een rondleiding door de Ti Pitaka.

nettika

De akkerbevloeiers. Zie Dhp080 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

nevasa˝˝a nasa˝˝ayatanupaga deva's

De goden van de sfeer van noch waarnemen noch niet waarnemen. Zie deva.

nibbana dhatu

Nibbana element. Duidt op de mentale staat van een Arahat. Er zijn twee vormen: sa upadi sesa nibbana, en an upadi sesa nibbana. Zie Nibbana.

nibbana

Letterlijk: 'uitblussing'; overeenkomstig de commentaren 'vrijheid van begeerte'. Nibbana is de ware natuur van de mens en het hoogste doel van alle boeddhistische aspiraties -- dat wil zeggen, absolute uitblussing van de zich aan het leven verankerende wil, welke zich manifesteert als hebzucht, haat en begoocheling, en het krampachtige hechten aan het bestaan. Daarmee is het de verheven en absolute bevrijding van alle toekomstige geboorten, ouderdom, ziekte en dood. Het is de bevrijding van alle lijden en ellende.

In het Pali wordt nooit gesproken over 'het Nibbana binnengaan' of er 'naar toe gaan' omdat er, als een verlicht mens sterft, niet een wezen is dat Nibbana binnengaat of er naar toe gaat. Na de dood van een verlicht persoon kan er over hem niets meer worden gezegd dat nog enige betekenis heeft, omdat er in zo'n geval van uitblussing geen spoor meer van 'ik' is.

Het is niet correct te denken dat Nibbana het natuurlijke resultaat is van de uitblussing van hunkering. Nibbana is niet een resultaat van iets. Als het een resultaat van iets zou zijn, zou het een gevolg, een effect zijn dat door een oorzaak voortgebracht werd. Het zou sankhata, 'voortgebracht', 'geconditioneerd' zijn. Nibbana is noch oorzaak noch gevolg. Het is voorbij oorzaak en gevolg. Waarheid is niet een resultaat of een effect. Het is niet geproduceerd als een mystieke, spirituele mentale staat, als jhana of samadhi.

  1. De volledige uitblussing van bezoedelingen (kilesa parinibbana), ook wel genoemd sa upadi sesa nibbana, zie It041, dat wil zeggen, 'Nibbana met de groepen van het bestaan (de khandha's) nog resterend', (zie upadi). Dit vindt plaats tijdens de verwerving van Arahatschap, oftewel perfecte heiligheid. Zie ariya puggala/ariya.
  2. De volledige uitblussing van de groepen van het bestaan (khandha parinibbana), ook genoemd an upadi sesa nibbana, zie It041; A04-118, dat wil zeggen, 'Nibbana zonder de groepen resterend', in andere woorden: 'het tot rust komen', of nog beter, 'het niet meer continueren' van dit fysiek-mentale proces van bestaan. Dit vind plaats op het moment van de dood van een Arahat.

Andere woorden waarmee Nibbana aangeduid wordt, zijn: Veiligheid (Khemam); Het Ongeconditioneerde of Het Absolute (Asankhata); Zuiverheid (Suddhi); Verheven (Panitam); Vrede (Santi); Bevrijding (Vimutti); de Onveranderlijke Plaats (Accutam thanam).

Definities van Nibbana

Laat ons een paar definities en beschrijvingen van Nibbana onder de loep nemen zoals die in de originele Pali teksten gevonden worden:

Zie Dhp166; Dhp188-192; Dhp225 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

Literatuur: Voor teksten over Nibbana, zie Path, 36 e.v.; Vis. 16 e.v. 64; Anatta and Nibbana door Nyanaponika Thera (Wheel 11); The Buddhist Doctrine of Nibbana door Ven. P. Vajiranana & Francis Story (Wheel 165-166).

nibbida nupassana

'Contemplatie van afkeer of ontnuchtering', is een van de 18 soorten van inzicht-kennis. Zie vipassana.

niddesa

Oud Commentaar. Zie Een rondleiding door de Ti Pitaka.

Nigantha

Naakte Asceten. Zie sektes in India.

nigrodha boom

De Pali naam voor ficus benghalensis. In het Engels: banyan boom. Sri Lanka: nuga. Naar mijn weten wordt hier daadwerkelijk een andere boom bedoeld dan de Bodhi boom (ficus religiosa). (Ook volgens Bhikkhu Đanamoli). In Ud1-01, Ud1-02, en in Ud1-03 wordt bijvoorbeeld gesproken over de Bodhi boom; in Ud1-04 over de Nigrodha boom (ficus benghalensis). Ook de namen van de betreffende sutta's zijn van de soort boom geleid. Boeddha Kassapa is onder een Nigrodha boom tot verlichting gekomen en Boeddha Gotama onder een Bodhi boom. In het Theravada Archief wordt vaak (niet altjd) de Pali naam aangehouden.

nikaya

Collectie.

nimitta

##uitwerken##.

nimmana rati deva's

De goden die vreugde vinden in scheppen. Zie deva.

nimmana rati

Een van de zes hemels van de zintuiglijke sfeer: (kamavacara) of (kama loka) is de sfeer waarin wij leven. Zie deva.

nipata

Hoofdgroep of boek.

niramisa

Niet-wereldse gevoelens.

nirattham kalingaram

Het veronachtzaamde lichaam zal (op de grond) liggen als een nutteloos stuk rot hout. Zie Dhp041 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

niraya

Hel. Letterlijk: 'Het neerwaartse pad'. Een van de 4 lagere werelden (zie ook loka) van het bestaan waar we gewoonlijk 'hel' tegen zeggen. Het is de laagste, het meest vervloekte of de meest ellendige wereld van het bestaan. Boeddhisten zijn zich ervan bewust dat een leven in de hel, net zoals in de hemelse sferen, niet eeuwig zal duren omdat ze rekening houden met de universele wet van vergankelijkheid. En nadat het kamma dat de huidige vorm van geboorte veroorzaakt heeft, uitgeput is, noodzakelijkerwijs weer opgevolgd moet worden door een nieuwe dood en dus ook weer door een nieuwe geboorte in een wereld in overeenstemming met het vergaarde kamma.

Om goed te begrijpen wat 'hel' inhoudt, dienen we goed te beseffen dat het gehele universum of liever gezegd: de vijf aggregaten (pa˝ca upadana kkhandha) een ervaringswereld is. Bepaalde wilshandelingen (kamma) hebben een bepaald gevolg, in dit leven of in een volgend. Mits volledig verlicht, komen we na de dood opnieuw in een bestaansvorm (anders zou er geen oorzakelijkheid bestaan) welke veel intenser wordt ervaren dan in deze wereld.

nirodha nupassana

'Contemplatie van uitblussing', is een van de 18 soorten van inzicht-kennis. Zie vipassana.

nirodha samapatti

Verwerving van uitblussing. ##uitwerken##.

nirodha

Opheffing; uitblussing; ophouden. Dit behelst de volmaakte staat van Nibbana die men bereikt door de uitroeiing van alle bezoedelingen. Nirodha is tweevoudig, namelijk: het Nibbana verwezenlijken terwijl men dit leven voortzet (sopadisesa nibbana), en het Nibbana verwezenlijken op het moment van de dood (nirupadisesa nibbana). Zie cattari ariya sacca; nibbana.

nirupadhi

Kiemen die het bestaan veroorzaken.

nirupadisesa nibbana

Zie nirodha.

niruttipatisambhida

Analytische kennis van de spraak. Zie patisambhida.

nissarana pahana

Overwinnen door ontsnapping, is een van de 5 pahana's, zie daar.

nissarana

Ontsnappen. Ontsnapt zijn aan de wereld is Nibbana. Zie o.a. M011.

nissaya paccaya

'Ondersteunende voorwaarde' is een van de 24 voorwaarden. Zie paccaya.

nissaya

##uitwerken##.

nissito

Afhankelijk.

nivarana

Hindernissen. Zie pa˝ca nivarana.

niyama

Wet; proces; universele wet.

niyata miccha ditthi

De zogeheten 'kwade inzichten die bestemmingen bepalen' en die de 10 onheilzame bronnen van handeling vormen (kamma patha). Zie ditthi.

nupassana

'Observeren in groepen', 'bespiegelen', 'overdenken', 'analyseren'.

o

okkanti

'Conceptie', letterlijk: 'neerdalen', duidt op het verschijnen van het embryo in de baarnoeder, d.w.z. het begin van het geboorteproces (jati). "Vanwege de samenloop van drie omstandigheden ontstaat het embryo: wanneer vader en moeder zich verenigd hebben, (...)wanneer de moeder vruchtbaar is, en de incarnatie (metaforisch voor kamma energie) er klaar voor is. Onder deze drie omstandigheden verschijnt het embryo." (M038).

omana

Minderwaardigheidswaan. Zie ook mana.

onvoorbereide geest

Zie asankharika citta.

Opanayiko

Een van De deugden van de Dhamma (Dhp364).

orambhagiya samyojana

De vijf lagere banden. Zie sa˝˝ojana.

ottappa

Moreel ontzag, dat is, door vrees gaan aarzelen kwade dingen te doen voor angst uit zelfverwijt, of beschuldiging door anderen, of vergelding in deze wereld of in de sferen van ellende. Hier tegenover staat de immorele factor anottappa. Zie cetasika; Tabel II.

Zie ook de individuele beschrijving van anottappa.

ovada

Berispen. Zie ovadeyya; anusaseyya.

ovadeyya

Zie ovadeyya; anusaseyya.

ovadeyya; anusaseyya

Berispen en waarschuwen. In sommige commentaren is het verschil tussen ovada en anusasana voorzichtig uiteengezet. 'Berispen' (ovada) wordt beschreven als het voor iemand benoemen wat goed en slecht is, betreffende dat wat al plaatsgevonden heeft. Iemand vertellen waar naar gestreefd moet worden, bij al wat men in de toekomst ook maar doet, wordt 'anusasana' (waarschuwing) genoemd.

Zie Dhp077 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

p

pabbajito

Iemand die zijn onzuiverheden opzij heeft gezet en die de wereld verlaten heeft. Dit hoeft niet per sÚ een monnik of een non te zijn; het is iemand die zich niet meer conformeert aan de gekte van de wereld. In brede zin is dat iemand die de wereld verzaakt heeft.

Zie Dhp183-185 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

pabbajja

Verzaking.

paccaya

'Voorwaarde' of 'voorwaardelijke conditie' is iets waar iets anders (het zogeheten 'geconditioneerde ding') afhankelijk van is; het 'geconditioneerde ding' kan dus zonder die voorwaarde, niet bestaan.

Veelvuldig zijn de manieren waarop een ding of een verschijning, de voorwaarde zijn van een ander ding of verschijning. In de Patthana, het laatste boek van de Abhidhamma pitaka (deze omvat 6 volumes in de Thaise editie), zijn deze 24 manieren van voorwaardelijkheid opgesomd en uitgelegd, en dan toegeschreven aan alle waarneembare mentale en fysieke fenomenen en verschijnselen waardoor hun geconditioneerde aard wordt gedemonstreerd.

De eerste twee volumes van de Patthana zijn in het Engels vertaald door de Eerwaarde U Narada (Mulapatthana Sayadaw) van Birma, onder de titel Conditional Relations (gepubliceerd door de Pali Tekst Society, Londen 1969, 1981). Voor een overzicht van dit werk, zie Guide 7.

De 24 vormen van voorwaardelijkheid zijn:

Nr. Voorwaarde Paccaya
1 wortel voorwaarde (hetu paccaya)
2 object voorwaarde (arammana paccaya)
3 overheersende voorwaarde (adhipati paccaya)
4 verwantschap voorwaarde (anantara paccaya)
5 samenhang voorwaarde (samanantara paccaya)
6 gelijktijdig-opkomende voorwaarde (sahajata paccaya)
7 wederkerende voorwaarde (a˝˝ama˝˝a paccaya)
8 ondersteunende voorwaarde (nissaya paccaya)
9 beslissing ondersteunende voorwaarde (upanissaya paccaya)
10 van tevoren opkomende voorwaarde (purejata paccaya)
11 daarna opkomende voorwaarde (pacchajata paccaya)
12 herhalingsvoorwaarde (asevana paccaya)
13 karma voorwaarde (kamma paccaya)
14 karma gevolg voorwaarde (vipaka paccaya)
15 voedsel voorwaarde (ahara paccaya)
16 vermogens voorwaarde (indriya paccaya)
17 jhana voorwaarde (jhana paccaya)
18 pad voorwaarde (magga paccaya)
19 samengaande voorwaarde (sampayutta paccaya)
20 niet samengaande voorwaarde (vippayutta paccaya)
21 aanwezigheidsvoorwaarde (atthi paccaya)
22 afwezigheidsvoorwaarde (natthi paccaya)
23 verdwijning voorwaarde (vigata paccaya)
24 niet verdwijning voorwaarde (avigata paccaya)

Uitleg voorwaarden

  1. De 'wortel voorwaarde' (hetu paccaya) zijn de voorwaarden die op de wortels van een boom lijken. Net zoals een boom op zijn wortels rust, en in leven blijft zolang zijn wortels niet vernietigd zijn, net zo zijn alle karmisch heilzame en onheilzame mentale staten geheel afhankelijk van de gelijktijdigheid en aanwezigheid van hun respectievelijke wortels, te weten: hebzucht; (lobha); haat (dosa); begoocheling (moha) of zonder-hebzucht (alobha); zonder-haat (adosa); zonder-onwetendheid (amoha). Voor de definitie van de 6 wortels, zie mula.

    "De wortels zijn een voorwaarde als een soort wortel voor het (mentale) verschijnsel dat samengaat met een wortel en voor het lichamelijke verschijnsel dat daardoor wordt voortgebracht (bijvoorbeeld voor lichamelijke uitdrukking)." (Patth).

  2. Een 'object voorwaarde' (arammana paccaya) wordt iets genoemd, dat als object de voorwaarde vormt voor bewustzijn en mentale verschijnselen. Zo is het fysieke object van het zicht dat bestaat uit kleur en licht ('lichtgolf'), de noodzakelijke voorwaarde voor het voor onbepaalde tijd ontstaan van het oogbewustzijn (cakkhu vi˝˝ana), etc.; geluid ('geluidgolf') voor het oorbewustzijn (sota vi˝˝ana), etc; verder is ieder object dat in de geest verschijnt, de voorwaarde voor geestesbewustzijn (mano vi˝˝ana). Het geestesobject kan van alles zijn, lichamelijk of mentaal, verleden, heden of toekomst, echt of ingebeeld.
  3. 'Overheersende voorwaarde' (adhipati paccaya) is de term voor 4 dingen, die betrekking hebben op het overwicht en de overheersing waarvan mentale fenomenen afhankelijk zijn die daarmee samengaan, namelijk: geconcentreerde wil (zie chanda), energie (viriya), bewustzijn (citta) en onderzoek (vimamsa). Echter, in een en dezelfde staat van bewustzijn kan maar ÚÚn van deze 4 fenomenen tijgelijkertijd overheersend zijn. "Wanneer dergelijke fenomenen als bewustzijn en mentale factoren opkomen doordat men ze laat overheersen door ÚÚn van deze 4 dingen, dan heeft dit fenomeen voor andere fenomenen een voorwaarde van overheersing." (Patth.) Raadpleeg iddhi pada.
  4. 'Verwantschap voorwaarde' (anantara paccaya) -- Deze en de volgende, nummer 5, zijn beiden hetzelfde -- en verwijzen naar iedere staat van bewustzijn en mentale fenomenen die daarmee samen, en die de voorwaarden zijn voor de onmiddellijk daarop volgende fase in het proces van bewustzijn. Bijvoorbeeld, in het visuele proces, is oogbewustzijn voor het onmiddellijk daarop volgende geesteselement -- het heeft de functie om een zichtbaar object te ontvangen -- in zekere zin een voorwaarde van verwantschap of samenhang.
  5. 'Samenhangende of onmiddellijke voorwaarde' (samanantara paccaya). Deze komt overeen met nummer 4.
  6. 'Gelijktijdig opkomende voorwaarde' (sahajata paccaya), dat wil zeggen, de voorwaarde in de vorm van het gelijktijdig ontstaan. Het is een fenomeen dat voor een ander fenomeen een voorwaarde vormt op die manier, dat met haar ontstaan, gelijktijdig het andere ding ˇˇk moet ontstaan. Zo is, bijvoorbeeld, in ÚÚn en hetzelfde moment Úlk van de 4 mentale groepen -- gevoel, waarneming, mentale formaties en bewustzijn -- voor de 3 andere mentale groepen, een voorwaarde in de zin van 'gezamenlijk opkomend' of gelijktijdig ontstaan; of, anders uitgelegd, maar dan met beschouwing van de groep van lichamelijkheid (aarde, water, hitte en wind), is elk van deze 4 fysieke elementen een voorwaarde voor de andere 3 elementen. Alleen op het moment van de conceptie (okkanti) in de baarmoeder doet lichamelijkheid (fysieke basis van de geest) dienst voor de 4 mentale groepen als een voorwaarde in de zin van samenkomen.
  7. Voorwaarde in de zin van 'herhaling' (a˝˝ama˝˝a paccaya). Alle zojuist genoemde samengaande en gelijktijdig opkomende mentale verschijnselen, als ook de 4 fysieke elementen, zijn uiteraard, op hetzelfde moment ook geconditioneerd in de zin van herhaling, net zoals drie stokken die tegen elkaar staan, elkaar ondersteunen. De 4 mentale groepen zijn elk voor een andere groep, een voorwaarde in de zin van herhaling. Zo is dat ook met de 4 elementen, en ook het mentale en het lichamelijke aspect op het moment van de conceptie (okkanti).
  8. 'Ondersteunende voorwaarde' (nissaya paccaya). Deze voorwaarde verwijst hetzij naar een van tevoren opkomend (zie 10) of naar een gelijktijdig opkomend verschijnsel (zie 6) welk andere verschijnselen bijstaat als in de vorm van een fundering of bases, net zoals bomen in de aarde gefundeerd zijn -- of zoals een olieschilderij op het canvas rust. Op deze manier zijn de vijf zintuigorganen en de fysieke bases van de geest, voor de zes hiermee corresponderende soorten van bewustzijn -- een voortijdige, dat wil zeggen, in de zin van ondersteuning, een van tevoren ontstane voorwaarde. Verder zijn alle gelijktijdig opkomende verschijnselen (zie 6) wederkerig (zie 7) en door elkaar geconditioneerd in elke andere zin van ondersteuning.
  9. 'Beslissing ondersteunende' of 'aanleiding gevende voorwaarde' (upanissaya paccaya) is drievoudig, namelijk: A. in de zin van een object (arammanupanissaya paccaya); B. in de zin van verwantschap (anantaru panissaya); C. natuurlijke beslissende ondersteuning (pakatu panissaya). Deze voorwaarden werken als sterk aanleiding gevende oorzaken.

    A. Alles voor wat betreft in het verleden, het heden, of de toekomst, lichamelijk of mentaal, echt of ingebeeld, kan -- als object van ons denken -- een beslissing ondersteunende of een sterke aanleiding worden voor morele, immorele of neutrale karmische staten van de geest. Door verkeerd te denken over slechte dingen, vormen ze een aanleiding voor een immoreel leven; door er goed over na te denken, vormen ze een aanleiding voor een moreel leven. Maar goede dingen kunnen niet alleen een aanleiding zijn voor soortgelijke goede dingen, maar ook voor slechte dingen, zoals eigendunk, ijdelheid, afgunst etc.

    B. Is identiek met 'Verwantschap voorwaarde', nummer 4.

    C. Geloof, deugd etc., dat in iemands eigen geest verschenen is, of de invloed van klimaat, voedsel etc., in iemands lichaam en geest, kunnen werken als natuurlijke en beslissing ondersteunende voorwaarden. Geloof kan een directe en natuurlijke aanleiding zijn voor liefdadigheid, deugdzaamheid en aanleiding geven tot mentale training, etc.; hebzucht kan aanleiding geven tot stelen, haat voor moord; ongeschikt voedsel en klimaat kunnen een aanleiding zijn voor een slechte gezondheid; vrienden voor geestelijke groei of verslechtering.

  10. 'Van tevoren opkomende voorwaarde' (purejata paccaya) verwijst naar iets dat van tevoren is opgekomen, en dat een basis vormt voor iets dat daarna verschijnt. De 5 fysieke zintuigorganen en de fysieke basis van de geest, bijvoorbeeld, zijn al ontstaan op het moment van de geboorte en vormen de voorwaarden voor het bewustzijn dat later ontstaat en voor de mentale verschijnselen die daarmee samengaan.
  11. 'Daarna opkomende voorwaarde' (paccha jata paccaya) verwijst naar bewustzijn en het verschijnsel dat daarmee samengaat -- zoals in het gevoel van honger -- omdat zij een noodzakelijke voorwaarde zijn voor het behoud van dit reeds ontstane lichaam.
  12. 'Herhalingsvoorwaarde' (asevana paccaya) verwijst naar het karmisch bewustzijn, in welk iedere keer de voorgaande impulsieve momenten (javana citta) voor alle daaropvolgende een voorwaarde is in de zin van repetitie en herhaling, net zoals bij het van buiten leren van teksten -- door constant te repeteren -- de laatste recitatie geleidelijk aan steeds makkelijker wordt.
  13. 'Karma voorwaarde' (kamma paccaya). Het 'vorig-geboorte' kamma -- dat wil zeggen, de karmische wilshandelingen (kamma cetana) uit een vorig leven -- is de voortbrengende voorwaarde (oorzaak) van de 5 zintuigorganen, het vijfvoudige zintuigbewustzijn en de andere kamma-geproduceerde mentale en fysieke verschijnselen in een daarop volgende geboorte. Karmische wilshandeling is ook een voorwaarde in de zin van kamma voor de gelijktijdig opkomende mentale verschijnselen die daarmee samengaan, maar deze verschijnselen zijn in geen enkel geval gevolgen van kamma.
  14. 'Karma gevolg voorwaarde' (vipaka paccaya). De kamma resulterende 5 soorten zintuigbewustzijn zijn een voorwaarde in de zin van kamma-gevolg voor de gelijktijdig opkomende mentale en lichamelijke fenomenen.
  15. 'Voedsel voorwaarde' (ahara paccaya). Voor de vier soorten voedsel, zie ahara.
  16. 'Vermogens voorwaarde' (indriya paccaya). Deze voorwaarde verwijst naar 20 vermogens (zie indriya) waarbij de nummers 7 en 8 van de 22 vermogens worden weggelaten. Van deze 20 vermogens, vormen de 5 fysieke zintuigorganen (1-5) in hun capaciteit als vermogens, alleen een voorwaarde voor de niet-lichamelijke verschijnselen (zoals oogbewustzijn etc.); mentaal leven (6) en alle overige vermogens, vormen een voorwaarde voor de gelijktijdig opkomende mentale en lichamelijke verschijnselen.
  17. 'Jhana voorwaarde' (jhana paccaya) is een naam voor de 7 zogenaamde jhana-factoren, aangezien deze een voorwaarde vormen voor de gelijktijdig opkomende mentale en lichamelijke fenomenen, te weten: 1) gedachteconceptie (vitakka); 2) redenerend denken (vicara); 3) vreugde (piti); 4) geluk (sukha); 5) smart (domanassa); 6) gelijkmoedigheid (upekkha); 7) concentratie (samadhi).

    Tevens worden de nummers 1, 2, 3, 4, 7 aangetroffen in vier soorten van hebzuchtig bewustzijn (zie Tabel I, 22-25); 1, 2, 5, 7 in hatelijk bewustzijn (zie ook 30 en 31); 1, 2, 6, 7 in de klassen van begoochelend bewustzijn (zie ook 32 en 33).

  18. Opmerking

  19. 'Pad voorwaarde' (magga paccaya) verwijst naar de 12 pad-factoren, omdat deze voor de karmisch heilzame en onheilzame mentale fenomenen, die daar mee samengaan, een manier van ontsnappen zijn en van een bepaalde mentale samenstelling zijn, namelijk: 1) kennis (pa˝˝a = samma ditthi; juist begrip); 2) goede of verkeerde gedachteconceptie (vitakka); 3) juist spreken (samma vaca); 4) juiste lichamelijke handeling (samma kammanta); 5) juiste wijze van levensonderhoud (samma ajiva); 6) goede of verkeerde energie (viriya); 7) goede of verkeerde indachtigheid (sati); 8) goede of verkeerde concentratie (samadhi); 9) verkeerde inzichten (miccha ditthi); 10) verkeerd spreken (miccha vaca); 11) verkeerde lichamelijke handelingen (miccha kammanta); 12) verkeerde wijze van levensonderhoud (miccha ajiva). Raadpleeg ariya atthangika magga.
  20. 'Samengaande voorwaarde' (sampayutta paccaya) verwijst naar de gelijktijdig opkomende (zie 6) en de wederkerige (zie 7) geconditioneerde 4 mentale groepen (zie pa˝ca upadana kkhandha), 'daar zij elkaar bijstaan door hun samengaan, door een gemeenschappelijk fysieke basis te hebben, een gemeenschappelijk object, en door hun gelijktijdige opkomen en verdwijnen.' (Patth. Commentaar.)
  21. 'Niet-samengaande voorwaarde' (vipayutta paccaya) verwijst naar verschijnselen die andere verschijnselen bijstaan door niet dezelfde fysieke bases (oog, etc.) en objecten te hebben. Zo zijn lichamelijke verschijnselen voor mentale verschijnselen, en omgekeerd, een voorwaarde in de zin van 'niet-samengaand' of zij nu gelijktijdig of niet gelijktijdig opkomend zijn.
  22. 'Aanwezigheidsvoorwaarde' (atthi paccaya) verwijst naar een verschijnsel -- kan van tevoren opkomend of gelijktijdig opkomend zijn -- dat door haar aanwezigheid een voorwaarde is voor andere verschijnselen. Deze voorwaarde is van toepassing op de nummers 6, 7, 8, 10, 11.
  23. 'Afwezigheidsvoorwaarde' (natthi paccaya) verwijst naar bewustzijn etc., dat zojuist gepasseerd is, en dat aldus de noodzakelijke voorwaarde vormt voor de onmiddellijk daaropvolgende fase van bewustzijn door het een gelegenheid te geven om op te komen. Raadpleeg nummer 4.
  24. 'Verdwijning voorwaarde' (vigata paccaya) is identiek met nummer 22.
  25. 'Niet-verdwijning voorwaarde' (avigata paccaya) is identiek met nummer 21.

Deze 24 voorwaarden dienen door en door gekend te worden voor een gedetailleerd begrijpen van de beroemde formule van het afhankelijke ontstaan (paticcasamuppada).

Literatuur: Dependent Origination door Piyadassi Thera (Wheel 15); The Significance of Dependent Origination door Nyanatiloka (Wheel 140).

pacceka buddha

Een 'onafhankelijk levende Verlichte' of 'individueel (=pacceka) Verlichte'. Dit is een term voor een Arahat (zie ariya puggala/ariya) die het Nibbana heeft gerealiseerd zonder de Leer van de Boeddha van anderen te hebben gehoord. Hij begrijpt individueel (pacceka) de Vier Edele Waarheden door zijn eigen inspanning, onafhankelijk van een leraar. Echter, hij heeft niet de capaciteit om de Leer effectief aan anderen te verkondigen en daarom wordt hij geen 'Leraar van goden en mensen', een Perfecte of Universele Boeddha (samma sambuddha).

Pacceka Boeddha's worden beschreven als zijnde matig in spreken en liefhebbers van afzondering. Overeenkomstig de traditie, worden zij niet geboren als de Leer van een Perfecte Boeddha in de wereld bekend is. Om hun graad (of staat) na vele wereldtijdperken te kunnen bereiken, moeten zij hun aspiratie voor een Perfecte Boeddha uitspreken.

Er zijn maar weinig Canonieke verwijzingen: Pug. 29 (defin.); A. 2: 56; in M116 worden vele namen van Pacceka Boeddha's vermeld; in D16 wordt gezegd dat zij een stupa waardig zijn (dagoba); de Nidhikhandha Sutta, Khp., noemt pacceka bodhi.

Literatuur: The Paccekabuddha door Ria Kloppenborg (Wheel 305-307).

pacchajata paccaya

'Daarna opkomende voorwaarde' is een van de 24 voorwaarden. Zie paccaya.

padhana sankhara samannagata

Inspanning van de wil.

padhana

Inspanning. De 4 juiste inspanningen (samma padhana) vormen de 6e factor van het Achtvoudige Pad, (te weten samma vayama, zie ariya atthangika magga). Deze zijn: 1) De inspanning van het vermijden (samvara padhana) van slechte gedachten en heilloze (akusala) zaken die nog niet opgekomen zijn (samvara padhana); 2) De inspanning van het overwinnen van slechte gedachten en heilloze zaken die reeds opgekomen zijn (pahana padhana) zijn; 3) De inspanning van het opwekken en ontwikkelen van heilzame (kusala) zaken en goede gedachten die nog niet opgekomen zijn (bhavana padhana); 4) De inspanning van het tot groei brengen van heilzame zaken en goede gedachten die reeds opgekomen zijn (anurakkana padhana).

Opsomming A.

"En wat, monniken, is juiste inspanning?"

  1. "Hierin wekt een monnik zijn wil op om het opkomen van kwaad -- onheilzame staten -- te vermijden, hij spant zich in, wekt zijn energie op, richt zijn geest daarop en streeft daarnaar."
  2. "Om het kwaad -- onheilzame staten te overwinnen die reeds opgekomen zijn -- wekt hij zijn wil op, spant hij zich in, wekt zijn energie op, richt zijn geest daarop en streeft daarnaar."
  3. "Voor het opkomen van heilzame staten die nog niet opgekomen zijn, wekt hij zijn wil op, spant hij zich in, wekt zijn energie op, richt zijn geest daarop en streeft daarnaar."
  4. "Voor het handhaven van de heilzame staten die opgekomen zijn, om hen niet af te laten zwakken maar hen tot groei te brengen, tot volle wasdom en perfecte ontwikkeling -- wekt hij zijn wil op, spant hij zich in, wekt zijn energie op, richt zijn geest daarop en streeft daarnaar: dit is juiste inspanning." D22; A04-013.
Opsomming B.
  1. "Wat, monniken, is de inspanning van het vermijden? Bij het waarnemen van een vorm, of een geluid, of een geur, of een smaak, of een lichamelijke indruk, of een mentaal object, grijpt de monnik noch het geheel noch delen ervan vast. En hij streeft ernaar om datgene af te weren waardoor kwade en onheilzame zaken zullen ontstaan, zoals hebzucht en verdriet (dat daaruit voortvloeit) als hij zijn zintuigen niet bewaakt; en hij waakt over zijn zintuigen, beheerst zijn zintuigen. Dit heet de inspanning van vermijding."
  2. "Wat nu, monniken, is de inspanning van het overwinnen? De monnik laat geen enkele gedachte van zinnelijke wellust toe, of ieder andere, onheilzame zaak die opgekomen is; hij rukt ze uit, verwijdert ze, drijft ze uit, vernietigt ze, zorgt ervoor dat ze verdwijnen. Dit heet de inspanning van het overwinnen."
  3. "Wat nu, monniken, is de inspanning van het ontwikkelen? De monnik ontwikkelt de factoren van verlichting, die gericht zijn op afzondering, op onthechting, op uitdoving, en die eindigen in bevrijding, namelijk: indachtigheid (sati), onderzoek van de realiteit (dhamma vicaya), energie (viriya), vreugde (piti), kalmte (passaddhi), concentratie (samadhi) en gelijkmoedigheid (upekkha). Dit, monniken, is de inspanning van ontwikkeling."
  4. "Wat nu, monniken, is de inspanning van het tot groei brengen? De monnik houdt krachtig een goed object in zijn geest zoals het mentale beeld van een skelet, of een lijk dat aangetast is door wormen, of een lijk blauw-zwart van kleur, of een rottend lijk, of een lijk doorzeeft met gaten, of een opgezwollen lijk. Dit heet de inspanning van het tot groei brengen." (A. 4: 14).

In nummer 4 van opsomming B geeft de Boeddha slechts ÚÚn van de vele meditatiemethodes weer die tot onthechting leiden.

padhaniyanga

'Elementen van inspanning', zijn de volgende 5 kwaliteiten: 1) geloof; 2) gezondheid; 3) oprechtheid; 4) energie; 5) wijsheid. M. 85, 90; A. 5: 53. Zie parisuddhi padhaniyanga.

paduma

Een ellendige sfeer, zie Snp3-10.

pagu˝˝ata

Vaardigheid; kundigheid; namelijk van mentale factoren (kaya pagu˝˝ata), en van bewustzijn (citta pagu˝˝ata), zijn 2 mentale factoren die samengaan met al het heilzame bewustzijn. Zie Tabel II; cetasika.

pahana padhana

Inspanning van het overwinnen, zie padhana.

pahana

Overwinnen; opgeven; te boven komen;. Er zijn hier 5 soorten van: 1) te boven komen door uitschakeling of opschorting (vikkhambhana pahana), dat wil zeggen, de uitschakeling of opschorting van de 5 hindernissen (pa˝ca nivarana) tijdens de meditatieve verdiepingen; 2. overwinnen door de tegenstelling (tadanga pahana); 3) overwinnen door vernietiging (samuccheda pahana); 4) overwinnen door kalmte (patipassaddhi pahana); 5) overwinnen door ontsnapping (nissarana pahana). ##uitwerken##.

pahathabba

Verwijderen; uitrukken.

palasa

Een dominante houding. Een van de bezoedelingen van de geest. Zie upakkilesa.

pali

Pali betekent letterlijk 'tekst'. Het is de naam van de tekst van het Theravada boeddhisme welke in de Ti Pitaka (de Pali canon) is opgenomen, hoewel de traditionele commentaren vermelden dat de taal in de Ti Pitaka 'Magadhaans' is (van Magadha), de taal die door de Boeddha zou zijn gesproken. De term Pali, verwijst echter eerder naar canonieke tekst of passages dan naar een taal. De taal van de Theravada canon is een versie van het Midden Indo Aryaans dialect, en niet van het Magadhaans. Pali is ontstaan door het homogeniseren van de vele dialecten waarin de Leer van de Boeddha mondeling vastgelegd en overgedragen werd. Dit werd noodzakelijk daar boeddhisme ver na haar ontstaan nog werd overgedragen en de boeddhistische kloosterlijke orde de Leer ging codificeren.

De traditie die vermeld staat in de oude Singalese kronieken, vermeld dat de Theravada canon was opgeschreven in de 1e eeuw voor Chr. De taal van de canon bleef be´nvloed door commentators, taalkundigen en door de talen van de landen waarin het Theravada boeddhisme door de eeuwen heen zich vestigde. De mondelinge overdracht van de Pali canon bleef na de dood van de Boeddha verscheidene eeuwen doorgaan, zelfs nog nadat de tekst voor het eerst op schrift werd bewaard. Geen enkel schrift voor de canon was ooit ontwikkeld; schrijvers gebruikten de schriften van hun moedertaal om de tekst te transcriberen (in fonetisch schrift om te zetten). Ondanks dat kloosters in zuid India bekend stonden als belangrijke centra van boeddhistische studielocaties in het vroege begin van dit millennium, heeft geen enkel manuscript uit India het overleefd, behalve dat uit Nepal. Bijna alle manuscripten die de geleerden tot hun beschikking hebben sinds de PTS begon, dateren uit de 18e of 19e eeuw na Chr. en de tekstuele tradities van de verscheidene boeddhistische landen die door deze manuscripten worden vertegenwoordigd, getuigen van veel verstrengelingen. Het patroon van recitatie en validatie van de teksten door de concilies van monniken, heeft zich tot op de dag van vandaag voortgezet.

Bovenstaande informatie is afkomstig van Bhikkhu Bodhi.

pamada

Nalatigheid. Een van de bezoedelingen van de geest. Zie upakkilesa.

pamade bhayadassi

Met angst onoplettendheid bezien. Zie Dhp031 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

pamade

Onoplettendheid.

pamojja

Verrukking; blijheid, ook wel geluk.

panatipata veramani

Onthouding van doden.

panatipata

Doden.

pa˝ca dvaravajjana

Zie avajjana.

pa˝ca khandha

De vijf aggregaten die het object van hechten zijn. Zie pa˝ca upadana kkhandha.

pa˝ca kkhandha

Zie pa˝ca upadana kkhandha.

pa˝ca nivarana

Vijf hindernissen. Er zijn vijf hindernissen (pa˝ca nivarana) die onze geestelijke ontwikkeling ernstig blokkeren. Wanneer deze hindernissen aanwezig zijn, kunnen wij geen 'nabijheid-concentratie' of 'toegang-concentratie' (upacara samadhi) en 'verworven concentratie' (appana samadhi) verwerven, en zullen we onbekwaam zijn de waarheid te ontdekken omdat deze de deur naar ware vrijheid sluiten. De vijf hindernissen zijn: 1) zinnelijk verlangen (kamacchanda): 2) kwade wil (vyapada); 3) luiheid en traagheid (thina middha); 4) rusteloosheid en bezorgdheid (uddhacca kukkucca); 5) sceptische twijfel (vicikiccha). Om de Vijf Hindernissen te overwinnen, zie jhananga.

Zintuiglijke verlangens (kamacchanda)

Zintuiglijke verlangens nemen de belangrijkste positie in omtrent de geestelijke slaap; het staat de mentale ontwikkeling ernstig in de weg. Zintuiglijke verlangens, hartstocht, hunkeren, zijn verschillende uitdrukkingen die allemaal hetzelfde vuur uitdrukken: het vuur van hartstocht, de zintuiglijke hartstochten die steeds op jacht zijn naar bevrediging, dan weer hier, dan weer daar. Zintuiglijke verlangens hebben betrekking op wat de ogen willen zien, de oren willen horen, de neus wil ruiken, de tong wil proeven, de tastzin wil voelen en niet te vergeten, wat de geest wil denken. En dat is vaak iets heel anders dan wat in werkelijkheid is... De hindernis van zintuiglijk verlangen houdt ook de honger naar hartstochten in zoals afgunst, jaloezie, bezitsdrang, trots, arrogantie en verwaandheid.

Zintuiglijke verlangens worden bepaald door persoonlijke voorkeuren. Als je kijkt, luistert etc. met verwachtingen, met ideeŰn, met verlangens, dan zul je niet helder kunnen waarnemen en begrijpen wat er zich werkelijk voordoet omdat je jezelf beperkt tot datgene wat je 'leuk' vindt, wat je voorkeur heeft. Objectief gewaarzijn, wijsheid oftewel juist begrip (samma ditthi) is dan ver te zoeken omdat, vanwege de persoonlijke voorkeuren, het 'totale plaatje' ontbreekt. Zintuiglijke verlangens leiden niet alleen tot een vernauwde, beperkte en stramme geest die de realiteit niet wil en daarom ook niet kan zien; het is tevens de voedingsbodem voor een niet oordeelkundige geest die de ontwikkeling van een onderscheidend vermogen tussen wat goed en verkeerd is, blokkeert. Zintuiglijke verlangens staan een leven in gerechtigheid erg in de weg. Het maakt ons partijdig. Vanwege zintuiglijke verlangens worden mensen vaak pijn gedaan (denk aan overspel), dieren worden 'voor de lol' pijn gedaan, etc. In Nederland gooiden een stel jongens doelbewust een stoeptegel van een viaduct op een passerende auto (vonden ze leuk) waarbij een vrouw kwam te overlijden (en de 'deskundigen' tastten vanwege hun onwetendheid in het duister...). Zintuiglijke verlangens kunnen mensen tot de meest ernstige immorele daden aanzetten.

Wij moeten goed begrijpen dat zintuiglijke verlangens een grote hindernis voor onze mentale ontwikkeling zijn in de context zoals hierboven in een paar voorbeelden is geschetst. Het is dus niet zo, dat het fout is om ergens van te genieten, zolang het ons niet drijft tot immorele zaken. En vergeet nooit dat de Boeddha de middenweg leerde, een weg waarin extremen vermeden worden. Het voortdurend jacht maken op zintuiglijke pleziertjes lijkt op iemand die zijn dorst probeert te lessen met zeewater. Hij blijft maar doordrinken maar zijn dorst zal nooit worden gelest; integendeel, hij krijgt alleen maar meer dorst. En net zo komt er aan begeerte geen einde. Menselijke hartstochten zijn onverzadigbaar! Vanwege de oneindige jacht naar zintuiglijke plezieren zal het je juist steeds moeilijker worden om echt van het leven te genieten. Maar als je het goed doet, zul je juist van de meest eenvoudige dingen intens kunnen genieten. Maar blijf altijd een waarheidzoeker.

Kwade wil (vyapada)

Kwade wil is een andere hindernis waardoor geestelijke groei wordt belemmerd. Kwade wil valt onder de categorie 'haat' want ook een lichte vorm van kwade wil kan uitlopen tot boosaardigheid of zuivere haat. Een smeulend vuur kan uitlopen tot een grote bosbrand.

Kwade wil is een hevige barriŔre waardoor geestelijk goed functioneren wordt belemmerd want het is de tegenstelling van goodwill, vriendelijkheid, bescheidenheid, welwillendheid, mededogen etc. Kwade wil werkt verdeeldheid in de hand, zowel ten opzichte van je eigen geestestoestand als ten opzichte van anderen. Het werkt een kalme en evenwichtige geestestoestand ernstig tegen en daarom is kwade wil een belemmering voor de groei van wijsheid. Kwade wil vervormt je visie en verhindert de geest de waarheid in welke situatie dan ook te ontdekken zodat er van begrip geen sprake is. Begrip is sterk afhankelijk van de beheersing van je geest die vrij van boosheid en opwinding moet zijn. Het wordt tegengegaan door je te oefenen in liefdevolle vriendelijkheid en mededogen waardoor de geest rustig en buigzaam wordt. Het zijn onmisbare aspecten in de training tot volledige ontwaking.

Luiheid en traagheid van geest (thina middha)

Luiheid en traagheid houden verband met starheid van geest, depressie en indolentie. Wanneer de geest star en willoos wordt, is het heel moeilijk helderheid van geest te verkrijgen. Het kan je erg ontmoedigen waardoor je overal tegenop gaat zien. Wie lui van geest is en niet verstandig nadenkt over de essentiŰle dingen van het leven, zal nooit een juiste kijk op bepaalde zaken krijgen. Iemand die op die manier onnadenkend door het leven gaat, moet geen geluk verwachten.

Door zintuiglijke verlangens denken mensen aan dingen waar ze niet aan zouden moeten denken, dus wordt er -- vanwege luiheid en traagheid -- niet nagedacht waarover men wel zou moeten nadenken. Luiheid of traagheid van geest, verzwakken de aandacht en het vermogen tot nadenken. Deze geestelijke verdoving of slaperigheid leidt tot dagdromen.

Rusteloosheid en zorgelijkheid (uddhacca kukkucca)

Rusteloosheid en zorgelijkheid verontrusten de geest en werken de ontwikkeling van kalmte en inzicht tegen. Een rusteloze geest neigt ertoe zich zorgen te maken en deze vicieuze cirkel kan alleen doorbroken worden door de aanwezigheid van de hindernis te onderkennen, deze opmerkzaam te observeren en na te denken over het geringe belang dat het heeft om daarmee door te gaan.

Rusteloosheid en zorgelijkheid nemen bezit van je geest wanneer de gemoedsrust verdwenen is. De remedie is om te leren je niet druk te maken, want het is weggegooide tijd voor wat betreft de geestelijke ontwikkeling. Het beste antwoord is, te bedenken hoe je de zaak weer in het reine kunt brengen.

Door je druk te maken over iets, zal je rusteloosheid juist alleen maar uitbreiden. Enerzijds doordat je er zelf voor kiest die weg te begaan. Anderzijds word je onrustiger omdat moeilijke situaties niet oplossen door je druk te maken.

Met het zorgvuldig verwijderen van deze hindernis kun je je aandacht weer richten tot het onderwerp zodat kostbare energie niet onnodig wegvloeit. Succes op welk gebied van het leven dan ook komt nooit door getob, maar door op te letten wat je wel en wat je niet moet doen.

Twijfel (vicikiccha)

Twijfel ontstaat meestal bij het ontbreken van kennis of door gebrek aan informatie. Zodra je iets inziet en begrijpt verdwijnt twijfel volledig. In geloofskwesties is het mogelijk dat een boeddhist twijfel kent ten aanzien van zijn geloofsovertuigingen, van het pad dat de Boeddha onderwezen heeft en het volbrengen ervan, van vroegere levens of ten aanzien van wat dan ook. Maar omdat het een pad is dat universele waarheden omvat die levensvatbaar zijn (het lijden, de oorzaak van lijden, de opheffing van lijden en het pad dat leidt naar de opheffing van lijden), behelst twijfel hier alle dingen in het algemeen.

Het is goed om te beginnen met twijfels of terughoudendheid want die aanvankelijke twijfel werkt als een uitdaging voor een onderzoekende geest. Een dergelijke twijfel is een aanmoediging voor het onderzoeken van de feiten en het speuren naar de achterliggende waarheid. De Boeddha moedigde altijd een diepgaand onderzoek aan; voor een blindelings volgen van zijn pad had hij geen waardering. Wanneer je de werkelijkheid door eigen onderzoek hebt ontwaard, wordt de twijfel volledig weggenomen. Een gezonde scepsis is dus nuttig.

Aan de andere kant impliceert sceptische twijfel een ongegrond vooroordeel dat onderzoek tegenhoudt, een vorm van twijfel die niet wil weten. Als deze toestand sterk aanwezig is, kan men weinig doen totdat de onbestendigheid die het leven eigen is voor de onvermijdelijke veranderingen zorgt en er zich opnieuw een gelegenheid voordoet.

pa˝ca sila

Vijf regels van moraliteit. Zie sikkhapada.

pa˝ca upadana kkhandha

Vijf groepen van hechten. Alternatieve verwijzingen zijn: 'aggregaten' of 'groepen van het bestaan'.

De Boeddha spreekt in de eerste edele waarheid over 'de vijf groepen van hechten'. Deze vijf groepen zijn:

  1. de groep van lichamelijkheid (rupa kkhandha);
  2. de groep van gevoelens (of gewaarwordingen) (vedana kkhandha);
  3. de groep van waarnemingen (sa˝˝a kkhandha);
  4. de groep van mentale formaties (of mentale factoren) (sankhara kkhandha);
  5. de groep van bewustzijn (vi˝˝ana kkhandha).

Dit zijn de vijf aspecten waarmee de Boeddha alle fysieke en mentale fenomenen van het bestaan heeft opgesomd, en die in een onverstandig mens verschijnen als zijn ego of persoonlijkheid. Het is belangrijk te beseffen dat het persoonlijke bewustzijn dit bestaan, of deze wereld, bij elkaar houdt. Bewustzijn heeft de neiging een eigen, persoonlijke wereld te creŰren en vast te houden; bewustzijn is 'ik-gericht', de weg van 'ik', 'mij', 'mijn'. De begeerte van het 'ik-gerichte' bewustzijn is de hoofdoorzaak van het lijden want dit soort bewustzijn houdt een persoonlijke wereld vast. Dit is de veroorzaker van wedergeboorte. Het 'persoonlijke bewustzijn' zorgt steeds voor een 'verpersoonlijking' waardoor de geest zich vernauwt en zich slechts beperkt tot de eigen wereld.

De vijf aggregaten omvatten het gehele bestaan dat drie universele kenmerken heeft (ti lakkhana), namelijk: vergankelijkheid (aniccata), onbevredigende aard of lijden (dukkha), en instabiliteit, 'onwezenlijkheid' of 'niet-zelf' (anatta). Het vastklampen aan de aggregaten (dus aan wat dan ook) is vragen om moeilijkheden, problemen, lijden.

Wanneer de begeerte van het 'ik-bewustzijn' wordt opgegeven, wordt onze wereld ruimer en helderder omdat we dan objectief gewaar kunnen zijn. In objectief gewaarzijn (het woord objectief is in feite overbodig) is er begrip, wijsheid of inzicht waardoor we de dingen kunnen zien zoals ze werkelijk zijn. Zonder bewustzijn kunnen wij niet leven, maar het bewustzijn kan zich op twee belangrijke manieren verschillend ontwikkelen: met begeerte of zonder begeerte. Wanneer bewustzijn zonder begeerte is, noemen we het 'gewaarzijn' hetgeen de functie van bewustzijn is. Een 'lege geest' hebben betekent in diepere zin dat er geen spoor is van een op persoonlijkheid gefundeerd bewustzijn. De Boeddha zei: "Tanhaya mulam kanatha", graaf de wortel van begeerte op.

Zie ook ti lakkhana; dukkha; ditthi. Verder het artikel Verdraaiingen en wedergeboorte in Dhp183-185.

Drie verschillende manieren die gebruikt worden voor het aanduiden van het bestaan zijn:

  1. "Wat er ook bestaat omtrent lichamelijke dingen (materie), of dat tot het verleden behoort, heden, of tot de toekomst, iemands eigen of externe, groot of klein, hoog of laag, ver weg of dichtbij; dat alles behoort tot de groep van lichamelijkheid. Wat er ook bestaat omtrent gevoel (...); dat alles behoort tot de groep van gevoelens. Wat er ook bestaat omtrent waarneming (...); dat alles behoort tot de groep van waarnemingen. Wat er ook bestaat omtrent mentale formaties (...); dat alles behoort tot de groep van mentale formaties. Wat er ook bestaat omtrent bewustzijn (...); dat alles behoort tot de groep van bewustzijn." (S. 12: 48).
  2. Een andere divisie is die van de twee groepen: die van de geest (2 t/m 5) en die van lichamelijkheid 1); samen worden deze genoemd: nama rupa (geest en lichaam).
  3. In Dhs. worden alle fenomenen in 3 groepen behandeld: lichamelijkheid 1); mentale factoren 2, 3 en 4); bewustzijn 5). In Pali: 1) rupa; 2) cetasika; 3) citta.

Wat wij een wezen noemen, is in werkelijkheid niets anders dan louter een dynamisch proces van deze mentale en fysieke verschijnselen, een proces dat sinds onheuglijke tijd aan de gang is en dat ook na de dood nog steeds doorgaat tot in ondenkbare lange perioden van tijd. Echter, deze vijf groepen bevatten noch in afzonderlijke zin (in een enkele groep), noch in gezamenlijke zin, een werkelijk op zichzelf bestaande ego-entiteit of persoonlijkheid zoals een 'zelf', of 'ik' (atta), (Sanskriet: atman), noch wordt er een dergelijke entiteit los of apart van deze groepen gevonden. Vandaar dat het geloof in een dergelijke ego-entiteit, als zijnde absoluut en blijvend, ware illusie is.

Een bel van een fiets is nog geen fiets, en ook niet het wiel, het stuur, het frame, etc. Maar als alle onderdelen samengebracht worden en ze in staat zijn samen te werken, spreken we van een fiets. Voor een mens geldt hetzelfde.

"Als alle benodigde onderdelen erin aanwezig zijn, wordt de benoeming 'wagen' gebruikt. Net zo, waar de vijf groepen in aanwezig zijn, spreken wij van 'een levend wezen'." (S. 5: 10).

De werkelijkheid behoort hier te worden begrepen dat deze vijf groepen slechts een abstracte classificatie zijn die de Boeddha eraan heeft gegeven, maar dat zij als zodanig -- dat wil zeggen, dat deze vijf groepen in hun geheel -- geen werkelijk bestaan hebben, omdat alleen afzonderlijke bestanddelen van deze groepen, meestal variabel, op kunnen komen met elke staat van bewustzijn. Bijvoorbeeld: ÚÚn en dezelfde eenheid van bewustzijn, kan slechts met ÚÚn soort van gevoel -- zoals blijdschap of verdriet -- in contact komen, en nooit met meer dan ÚÚn. Net zo kunnen er niet twee verschillende waarnemingen ontstaan op hetzelfde moment. Zo kan er ook, van de verscheidene soorten zintuiglijke herkenning of bewustzijn, er maar ÚÚn op een bepaald moment aanwezig zijn zoals zien, horen of innerlijk bewustzijn, etc. Echter, van de 50 mentale formaties, associŰren er altijd een groter of kleiner aantal met een bepaalde soort van bewustzijn zoals we dat hierna zullen zien.

Sommige schrijvers over boeddhisme die niet begrepen hebben dat de vijf khandha's slechts geclassificeerde groepen zijn, die hebben aangenomen dat zij compacte entiteiten zijn ('hopen', 'partijen' of 'aparte delen'), terwijl in feite, zoals hierboven uiteengezet is, deze nooit als zodanig bestaan, dat wil zeggen, dat hun bestanddelen nooit gelijktijdig verschijnen. Ook de afzonderlijke bestanddelen van een groep die in ieder mentaal en fysiek proces aanwezig zijn, hebben een voorbijgaande aard, net zoals hun gevarieerde combinaties. Gevoel, waarneming en mentale formaties (of mentale factoren) zijn enkel verschillende aspecten en functies van een enkele eenheid van bewustzijn. Ook deze bestanddelen bepalen voor het bewustzijn in kwestie wat roodheid, zachtheid, zoetheid, etc. is voor een appel, en hebben net zo'n klein afzonderlijk bestaan als de verschillende kwaliteiten van bewustzijn. Met andere woorden: de onderdelen van de fiets bestaan zelf ook weer uit onderdelen die (dieper beschouwt) aan verandering onderhevig zijn.

In S. 22: 56, verschijnt de volgende korte definitie van de vijf groepen:

"Wat, monniken, is de groep van lichamelijkheid? De 4 vooraanstaande elementen (maha bhuta of dhatu) en lichamelijkheid die daarvan afhankelijk is, wordt de groep van lichamelijkheid genoemd."

"Wat, monniken, is de groep van gevoel? Er zijn zes classificaties van gevoel: vanwege de visuele indrukken, de geluidsindrukken, de geurindrukken, de smaakindrukken, de lichamelijke indrukken en vanwege de geestesindrukken (...)."

"Wat, monniken, is de groep van waarneming? Er zijn zes classificaties van waarneming: de waarneming (of indrukken) van visuele objecten, van geluiden, van geuren, van smaken, van lichamelijke indrukken en van mentale indrukken (...)."

"Wat, monniken, is de groep van mentale formaties? Er zijn zes kwalificaties van wilshandelingen (cetana): met beschouwing van visuele objecten, van geluiden, van geuren, van smaken, van lichamelijke indrukken en van geestesobjecten (...)."

"Wat, monniken, is de groep van bewustzijn? Er zijn zes classificaties van bewustzijn: oogbewustzijn, oorbewustzijn, neusbewustzijn, tongbewustzijn, lichaamsbewustzijn en geestesbewustzijn."

Over de onafscheidelijkheid van de groepen wordt gezegd:

"Broeder, wat voor een gevoel er ook is, wat voor een waarneming er ook is en wat voor mentale formaties er ook zijn; deze dingen zijn verbonden (met iets anders) en staan niet los (van iets anders). Het is onmogelijk om het een van het ander te scheiden en het verschil aan te tonen. Want wat iemand ook voelt, wat iemand ook waarneemt; van dit, is iemand zich bewust." (M. 43).

Verder: "Het is voor niemand mogelijk om het wegtreden uit ÚÚn bestaan (uit de vijf groepen) en het intreden in een nieuw bestaan, of de groei, de uitbreiding en de ontwikkeling van het bewustzijn te verklaren, indien dat onafhankelijk is van lichamelijkheid, gevoel, waarneming en mentale formaties." (S. 22: 53).

Voor de onafscheidelijkheid en de onderlinge voorwaardelijkheid van de 4 mentale groepen, zie paccaya (6, 7).

Over de onpersoonlijkheid (anatta) en leegheid (su˝˝ata) van de vijf groepen, wordt gezegd in S. 12: 59:

"Zo moet iedere soort van lichamelijkheid, gevoel, waarneming, mentale formatie en bewustzijn - of die in het verleden, in de toekomst of in het heden is verrezen, groot of klein, in je of buiten je, ondergeschikt of verheven, ver weg of dichtbij, met juist begrip aldus aanschouwd worden: 'Dit is niet van mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf.'"

Een andere uitleg over de schijnbare werkelijkheid van een blijvend ego in S. 22: 95:

"Stel je eens voor dat door een man die niet blind is, de luchtbellen in de Ganges worden aanschouwd wanneer deze voorbijdrijven, en hij zou ze bekijken en zorgvuldig onderzoeken. Na hen zorgvuldig onderzocht te hebben, zullen ze hem voorkomen als zijnde leeg, niet echt, en zonder enige vaste substantie. Op precies dezelfde wijze beschouwt een monnik alle lichamelijke fenomenen (...) gevoelens (...) waarnemingen (...) mentale formaties (...) en staten van bewustzijn, of die nu tot het verleden behoren, het heden of tot de toekomst behoren (...) ver weg of dichtbij. En hij bekijkt hen en onderzoekt hen zorgvuldig. Na hen zorgvuldig onderzocht te hebben, zullen ze hem voorkomen als zijnde leeg, niet echt, en zonder enige vaste substantie."

Gelijkenissen in dezelfde sectie als hierboven:

De Boeddha geeft vijf treffende gelijkenissen om de veranderlijke natuur van de vijf aggregaten te verduidelijken. Hij vergelijkt materiŰle vorm oftewel lichamelijkheid, met een hoop schuim, gevoel met een luchtbel, waarneming met een luchtspiegeling, mentale formaties met een woekerplant en bewustzijn met een illusie en vraagt: "Wat voor essentie (een vaste kern), monniken, kan er nu zijn in een hoop schuim, in een luchtbel, in een luchtspiegeling, in een woekerplant, in een illusie?"

Zie de Khandha Samyutta (S. 22); Vis. 14.

Opsomming van de 5 groepen

1. Groep van lichamelijkheid (rupa kkhandha)

A. Niet afgeleid (no upada): 4 elementen

  1. vastheid, of het aarde element (pathavi dhatu)
  2. vloeibaarheid, of het waterelement (apo dhatu)
  3. temperatuur, of het vuurelement (tejo dhatu)
  4. beweging, of het windelement (vayo dhatu)

(Voor een nadere toelichting van deze 4 elementen, zie dhatu.)

B. Afgeleid (upada): 24 secundaire verschijnselen

Fysieke zintuigorganen van: Fysieke zintuigobjecten van:
zien beeld
horen geluid
ruiken geur
proeven smaak
voelen (lichamelijke indrukken)
'Lichamelijke indrukken' (photthabba) worden gewoonlijk uit deze lijst weggelaten, omdat deze fysieke objecten of lichamelijke sensitiviteit, identiek zijn met het voorheen genoemde element van vastheid, temperatuur en beweging. Vandaar dat hun toevoeging onder de lijst van 'afgeleide lichamelijkheid' dubbelop zou zijn.
vrouwelijkheid (itthinriya)
mannelijkheid (purisindriya)
fysieke basis van de geest (hadaya vatthu, zie daar)
lichamelijke uitdrukking (kaya vi˝˝atti, zie vi˝˝atti)
verbale uitdrukking (vaci vi˝˝atti)
fysiek leven (rupa jivita, zie jivita)
ruimte element (akasa dhatu, zie daar)
fysieke vlotheid (rupassa lahuta)
fysieke flexibiliteit (rupassa muduta)
fysiek aanpassingsvermogen (rupassa kamma˝˝ata)
fysieke groei (rupassa upacaya)
fysieke continuering (rupassa santati, zie santana)
ouderdom (jara, zie daar)
vergankelijkheid (aniccata)
voedsel (ahara, zie daar)

2. De groep van gevoelens (vedana kkhandha)

Alle gevoelens kunnen, overeenkomstig hun aard, geclassificeerd worden in 3, 5 en 6 soorten. Zie hiervoor vedana.

3. De groep van waarnemingen (sa˝˝a kkhandha)

Alle waarnemingen zijn verdeeld in 6 klassen:

  1. het waarnemen van een beeld;
  2. het waarnemen van een geluid;
  3. het waarnemen van een geur;
  4. het waarnemen van een smaak;
  5. het waarnemen van lichamelijke indrukken;
  6. het waarnemen van mentale indrukken.

4. De groep van mentale formaties (sankhara kkhandha)

Deze groep omvat 50 mentale fenomenen, waarvan er 11 neutrale psychologische elementen zijn, 25 verheven (sobhana) kwaliteiten (heilzame), en 14 karmisch onheilzame. Zie cetasika; Tabel II.

5. De groep van bewustzijn (vi˝˝ana kkhandha)

De sutta's verdelen bewustzijn overeenkomstig de zintuigen, in zes klassen:

  1. oogbewustzijn;
  2. oorbewustzijn;
  3. neusbewustzijn;
  4. tongbewustzijn;
  5. lichaamsbewustzijn;
  6. geestesbewustzijn.

Echter, de Abhidhamma en commentaren, onderscheiden vanuit het karmisch oogpunt gezien, 89 klassen van bewustzijn. Raadpleeg vi˝˝ana; Tabel I.

De morele kwaliteit van gevoel, waarneming en bewustzijn, wordt bepaald door de mentale formaties.

panditam

Een wijs mens.

pa˝ha byakarana

Vragen beantwoorden. "Monniken, er zijn 4 manieren om vragen te beantwoorden: 1) er zijn vragen die een direct antwoord vereisen; 2) vragen die een verklaring vereisen; 3) vragen die beantwoord moeten worden met tegenvragen; 4) vragen die verworpen moeten worden (als zijnde verkeerd gesteld, beantwoorden met zwijgen)." Zie D. 33; A. 3: 68; A. 4: 42.

panitam

'Verheven', een andere naam voor Nibbana.

pa˝˝a bhumi

##uitwerken##.

pa˝˝a paramita

Perfectie van wijsheid. Zie paramita.

pa˝˝a sampada

Volbrenging van wijsheid.

pa˝˝a sikkha

Training in wijsheid.

pa˝˝a vimutti

'Bevrijding door wijsheid', duidt op: overeenkomstig met het Com. op A. 5: 142, de wijsheid die samengaat met de vrucht van heiligheid (arahatta phala). In Pug. 31 en eveneens in M. 70, wordt gezegd: "Een monnik heeft misschien niet in zijn eigen persoon de 8 bevrijdingen (dat wil zeggen, de jhana's) verworven, maar door zijn wijsheid zijn de aantastingen (asava's) in hem tot uitblussing gekomen. Zulk een persoon wordt een 'door wijsheid bevrijde' (pa˝˝a vimutti) genoemd."

Com. op Pug.: "Hij kan een van de 5 personen zijn, hetzij een beoefenaar van essentieel inzicht (sukkha vipassako), of iemand die heiligheid (arahatta) verworven heeft na het opkomen van een van de jhana's." Zie S. 12: 70.

De term pa˝˝a vimutti is vaak verbonden met ceto vimutti, 'bevrijding van de geest'; het is ook, zoals boven vermeld, een term voor 'de door wijsheid bevrijde', hetgeen een aanduiding is voor een van de 7 edele personen. Zie ariya puggala/ariya B.

pa˝˝a

Wijsheid.

pa˝˝akkhandha

Groep van wijsheid.

pa˝˝indriya

Vermogen van wijsheid.

papa

Kwaad.

papam

Kwade handeling.

papa˝ca

Toename. ##uitwerken##.

papima maro

Zie Mara.

para kara

Uiterlijke of externe oppermacht.

parahita parasukha kamana

Een sterke wens hebben voor het welzijn en het geluk van anderen.

parama

Absoluut; hoogste; uiteindelijke. Zie paramattha sacca.

paramattha desana

Onderwijs in de absolute realiteit. Zie paramattha sacca.

Zie het artikel Realiteit in Dhp188-192.

paramattha sacca

De realiteit in absolute of verheven zin.

De Abhidhamma spreekt over twee realiteiten: de conventionele realiteit (sammuti sacca) en de verheven realiteit (paramattha sacca). ##uitwerken##

Zie het artikel Realiteit in Dhp188-192.

parami

Synoniem: paramita.

paramita

Perfectheid. Synoniem: parami. De tien perfectheden (dasa paramita) van de Boeddha. Zie ook Sumedha.

Er zijn 10 paramita's: 1. mildheid (dana paramita); 2. moraliteit (sila paramita); 3. verzaking (nekkhamma paramita); 4. wijsheid (pa˝˝a paramita); 5. energie (viriya paramita); 6. verdraagzaamheid (khanti paramita); 7. waarheidsliefde (sacca paramita); 8. vastberadenheid (adhitthana paramita); 9. universele liefde (metta paramita); 10. gelijkmoedigheid (upekkha paramita).

Deze tien perfectheden ontwikkelde de Bodhisatta (de toekomstige Boeddha) in zijn vorige levens die hem uiteindelijk naar het Boeddhaschap leidden. Deze staat kan niet in ÚÚn enkel leven bereikt worden en er is een sterke wil voor nodig, maar iedereen met de juiste aspiratie kan deze staat bereiken.

  1. Mildheid heeft de eigenschap om dingen op te kunnen geven; haar functie is om begeerte naar dingen die weggegeven kunnen worden, te verdrijven; haar manifestatie is een ongehechtheid aan rijkdom en een gunstige staat van bestaan; een object dat opgegeven kan worden is haar directe oorzaak.
  2. Deugdzaamheid heeft de eigenschap van vorming, van het in orde brengen (silana); co÷rdinatie (samadhana) en vestigen (patitthana) worden ook als hun eigenschap aangeduid. Haar functie is om morele verdorvenheid te verdrijven, of haar functie is onberispelijk gedrag; haar manifestatie is morele zuiverheid; schaamte en moreel ontzag is haar directe oorzaak.
  3. Verzaking heeft de eigenschap om de zintuiglijke geneugten van het bestaan te verlaten; haar functie is om hun onbevredigdheid te bevestigen; haar manifestatie is de terugtrekking van deze; een gevoel van spirituele noodzakelijkheid (samvega) is haar directe oorzaak.
  4. Wijsheid heeft de eigenschap van het doordringen van de ware specifieke natuur (van fenomenen), of de eigenschap van echt doordringen, zoals de doordringing van een pijl welke is afgeschoten door een bekwaam schutter; haar functie is om het objectieve veld te belichten zoals een lamp; haar manifestatie is niet-verwardheid, zoals een gids in een woud; concentratie, of de Vier Edele Waarheden, zijn haar directe oorzaak.
  5. Energie heeft de eigenschap van vastberadenheid; haar functie is om te versterken of onderbouwing; haar manifestatie is onvermoeibaarheid; een gelegenheid voor het ontstaan van energie, of een gevoel van spirituele noodzakelijkheid is haar directe oorzaak.
  6. Verdraagzaamheid heeft de eigenschap van tolerantie; haar functie is om het aangename en het onaangename te verdragen; haar manifestatie is tolerantie of het niet in opstand komen; de dingen zien zoals ze werkelijk zijn is haar directe oorzaak.
  7. Waarheidsliefde heeft de eigenschap van eerlijkheid in spreken; haar functie is te kunnen verifiŰren overeenkomstig de feiten; haar manifestatie is uitmuntendheid; eerlijkheid is haar directe oorzaak.
  8. Vastberadenheid heeft de eigenschap van besluitvaardigheid omtrent de benodigdheden voor verlichting (bodhipakkhiya dhamma, zie daar); haar functie is om haar tegenpolen te overwinnen; haar manifestatie is onwrikbaarheid in die taak; de benodigdheden voor verlichting zijn haar directe oorzaak.
  9. Liefdevolle vriendelijkheid heeft de eigenschap het welzijn (van levende wezens) te promoten; haar functie is het voorzien in hun welzijn, of haar functie is om wrokgevoelens te verwijderen; haar manifestatie is vriendelijkheid; het zien van de hebzuchtige kant van wezens is haar directe oorzaak.
  10. Gelijkmoedigheid heeft de eigenschap het aspect van neutraliteit te bevorderen; haar functie is om dingen onpartijdig te zien; haar manifestatie is het afnemen van aantrekking en verwerping: bespiegeling van het feit dat alle wezens erfgenamen zijn van hun eigen kamma is haar directe oorzaak.

Literatuur: A Treatise on the Paramis door Bhikkhu Bodhi (Wheel 409-411). From the Commentary to the Cariyapitaka.

paranimmita vasavatti deva's

De goden die macht hebben over de scheppingen van anderen. Zie deva.

paranimmita vasavatti

Een van de zes hemels van de zintuiglijke sfeer: (kamavacara) of (kama loka) is de sfeer waarin wij leven. Zie deva.

parassa ceto pariya ˝ana

De geest van andere wezens kennen, zie abhi˝˝a.

paricchatta

Een boom in de Tavatimsa hemel. Misschien dat deze ook in andere sferen voorkomt.

paricchedakasa

Begrensde ruimte. Synoniem: paricchinnakasa

paricchinnakasa kasina

Begrensde ruimte-kasina.

parideva

Weeklagen. "En wat is weeklagen? Over welk verlies of ongeluk dan ook dat men ontmoet, is er jammeren en weeklagen, gejammer en geweeklaag, de staat van jammeren en weeklagen -- dit heet weeklagen." D22

parikamma javana

Moment van voorbereiding. Zie javana; javana citta.

parikamma nimitta

'Inleidend beeld', een staat van concentratie. Zie kasina; samadhi.

parikamma samadhi

'Inleidende concentratie', zie samadhi.

parikappana

Mentale constructie. De wereld die wij waarnemen is een 'mentale constructie'. Zie sammuti sacca.

parinibbana

Letterlijk: 'Het Nibbana completeren' of 'volledig Nibbana'. Synoniem: Nibbana. Deze term verwijst daarom niet alleen naar de uitblussing van 5 groepen van bestaan (pa˝ca khandha) tijdens de dood van de Boeddha, maar wordt daar wel vaak voor gebruikt. Vergelijk Nibbana.

parinibbuto

'Volledig overgaan', de dood van de Boeddha of van een Arahat.

pariplavapasadassa

Dit duidt op een persoon met een schommelende toewijding. Een persoon wiens toewijding en vertrouwen schommelen, zal niet in staat zijn om gestage vooruitgang te maken.

Zie Dhp038-039 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

parisuddhi padhaniyanga

'De 4 elementen van de inspanning voor zuiverheid', zijn: 1) de inspanning voor de zuiverheid van moraliteit (sila parisuddhi padhaniyanga); 2) de inspanning voor de zuiverheid van de geest (citta parisuddhi padhaniyanga); 2) de inspanning voor de zuiverheid van inzicht (ditthi parisuddhi padhaniyanga); 3) en de inspanning van de zuivering voor bevrijding (vimutti parisuddhi padhaniyanga). Raadpleeg A. 4: 194. Een andere lijst van 9 factoren zijn opgesomd in D. 34, namelijk: de 7 fases van zuivering (zie visuddhi) en de inspanning voor zuiverheid van hogere kennis (vijja parisuddhi padhaniyanga) en die van bevrijding (vimutti parisuddhi padhaniyanga).

paritta subha deva's

De goden van beperkte glorie. Zie deva.

parittabha deva's

De goden van beperkte luister. Zie deva.

pariyutthana

Stadium van manifestatie. Zie anusaya.

pasada rupa

'Gevoelige lichamelijkheid', is een naam voor de 5 lichamelijke zintuigorganen die op zintuiglijke prikkelingen reageren.

pasada

Gevoeligheid.

passaddhi sambojjhanga

'Kalmte, als factor van verlichting', bestaat uit de kalmte van de mentale factoren (kaya passaddhi) en de kalmte van het bewustzijn (citta passaddhi). Zie bojjhanga; verder Tabel II.

passaddhi

Kalmte. Zie ook passaddhi sambojjhanga; bojjhanga.

passambhayam kayasamkharam

De activiteit van het lichaam kalmeren.

passe

Ontdekken.

pathamajjhana

1e meditatieve verdieping.

pathavi dhatu

Het 'aarde' element oftewel 'vastheid' is een van de 4 grote elementen, zie dhatu.

pathavi

Zie pathavi dhatu; dhatu.

patibhaga nimitta

'Tegenbeeld', een staat van concentratie. Zie kasina; samadhi.

patibhanapatisambhida

Analytische kennis van 'klaar zijn met'. Zie patisambhida.

paticcasamuppada

##uitwerken##. 'Voorwaardelijk ontstaan', 'afhankelijk ontstaan', 'oorzakelijk bestaan' is de Leer van de voorwaardelijkheid van alle fysieke en mentale verschijnselen; een Leer die, samen met die van de Leer van de onpersoonlijkheid (of afwezigheid van persoonlijkheid) (anatta), een onontbeerlijke voorwaarde vormt voor het werkelijk begrijpen en het zich realiseren van de Leer van de Boeddha. Het geeft de voorwaardelijke en afhankelijke aard weer van die ononderbroken stroom van vele fysieke en mentale fenomenen van het bestaan dat wij in conventionele taal het 'ego', 'mens' of 'dier', etc. noemen.

Voorwaartse richting (anuloma): de oorzaak van lijden. Overeenkomstig de 2e edele waarheid.

Opmerking

Achterwaartse richting (patiloma) het ophouden van lijden. Overeenkomstig met de 3e edele waarheid.

De afhankelijkheid tussen drie opeenvolgende levens.

##uitwerken##. Deze tabel wordt nog toegevoegd.

Opmerking

Literatuur: Dependent Origination door Piyadassi Thera (Wheel 15); The Significance of Dependent Origination door Nyanatiloka (Wheel 140).

paticchanna dukkhata

Lijden dat ontstaan is door lichamelijke en mentale kwalen, waarvan de oorzaken van ontstaan zijn verborgen.

patigha sa˝˝a

Het waarnemen van zintuiglijke reacties. Zie jhana.

patigha

Wrok; strijdigheid. Synoniem: dosa.

patikkulamanasikara

Beschouwen van de walgelijkheden van het lichaam. Zie Het beschouwen van de walgelijkheden van het lichaam - Patikkulamanasikara (D22); kaya gata sati.

patiloma

Achterwaartse richting (afhankelijk ontstaan).

patimokkha

'Disciplinaire Code', is de naam voor de code van de regels voor monniken, die op volle maan en nieuwe maan worden gereciteerd voor de daar bijeengekomen gemeenschap van volledig ingewijde monniken. Voor de monniken zijn er 227 regels, en voor de nonnen 311 patimokkha regels.

patimokkhasamvara

Gevaar zien in de kleinste fouten. Zie M. 107.

patinissagga nupassana

'Contemplatie van het uitrukken', is een van de 18 soorten van inzicht-kennis. Zie vipassana.

patipada

Pad.

patipassaddhi pahana

Overwinning door kalmte, is een van de 5 pahana's, zie daar.

patipuggalika dana

Offergave aan een bijzonder persoon.

patisambhida magga

Pad der Analyse. Zie Een rondleiding door de Ti Pitaka.

patisambhida

##uitwerken##. 'Analytische kennis' of 'onderscheidingsvermogen', bestaat uit vier soorten: 1. analytische kennis van de ware betekenis met betrekking tot begrip (atthapatisambhida); 2. analytische kennis van de wet (dhammapatisambhida); 3. analytische kennis van de spraak (niruttipatisambhida); 4. analytische kennis van 'klaar zijn met' (kennis van de vorige soorten van kennis) (patibhanapatisambhida).

patisandhi citta

'Wedergeboorte bewustzijn'. Dit is een kamma resulterend type bewustzijn en verschijnt op het moment van conceptie (okkanti), d.w.z. tijdens het vormen van nieuw leven in de baarmoeder. Onmiddellijk daarna daalt het af in de onderbewuste stroom van bestaan (bhavanga sota), en, geconditioneerd daardoor, ontstaan er steeds opnieuw overeenkomstige staten van bewustzijn. Zo is het wedergeboorte bewustzijn waardoor het latente karakter van een persoon wordt bepaald. ##uitwerken##

Zie ook de 14 functies van bewustzijn (vi˝˝ana kicca).

Literatuur: Vis. 17: 133; Vis. 164; Vis. 289. Vis. 19: 22. B>Kamma and Rebirth door Nyanatiloka Thera (Wheel 9); The Case for Rebirth door Francis Story (Wheel 12-13); Survival and Karma in Buddhist Perspective door K. N. Jayatilleke (Wheel 141-143); Rebirth Explaned door V. F. Gunaratna (Wheel 167-169).

patisandhi vi˝˝ana

'Wedergeboorte bewustzijn'. Zie patisandhi citta.

patisandhi

Letterlijk: 'hereniging' of 'herkoppeling', d.w.z. wedergeboorte, is een van de 14 functies van bewustzijn (vi˝˝ana kicca). Zie patisandhi citta.

In de boeddhistische visie omtrent wedergeboorte is er geen sprake van een blijvende en onveranderlijke 'ik', 'ziel' of 'geest' die steeds van het ene leven naar het andere overgaat. 'Patisandhi' betekent letterlijk: 'hereniging' of 'her-koppelen', hetgeen neerkomt op je steeds vastgrijpen, vastklampen aan de vijf aggregaten van hechten (pa˝ca upadana kkhandha), waardoor je steeds in de cyclus van geboorte en dood (samsara), gevangen blijft. Het bestaan is niet een op zichzelf bestaande 'entiteit', maar een wordingsproces, een stroom van fysieke en mentale veranderingen.

patisankha nupassana

'Contemplatie van beschouwing', is een van de 18 soorten van inzicht-kennis. Zie vipassana.

patisankhana bala en bhavana bala

'De kracht van bespiegeling' en 'de kracht van mentale ontwikkeling'. Over deze twee krachten wordt in de A02-010 gezegd:

"Wat, monniken, is de kracht van bespiegeling? Als, monniken, iemand aldus denkt: 'Slecht gedrag door daden, door woorden en door gedachten brengt waarlijk slechte vruchten voort zowel in dit leven als in het volgende', en dientengevolge van deze overweging, geeft hij slecht gedrag door daden op, en houdt hij zijn hart zuiver. Dit, monniken, is de kracht van bespiegeling."

"Wat, monniken, is de kracht van mentale ontwikkeling? Als, monniken, een monnik de factoren van verlichting (bojjhanga) ontwikkelt, welke gericht zijn op afzondering, op onthechting, op uitdoving, en die eindigen in bevrijding, namelijk: indachtigheid, onderzoek van de realiteit, energie, vreugde, kalmte, concentratie en gelijkmoedigheid. Dit, monniken, is de kracht van mentale ontwikkeling."

patisankhana bala

Kracht van bespiegeling.

pattanumodana

Blij zijn met de verdiensten van anderen.

patti dana

Letterlijk: 'geven wat is gekregen', dat wil zeggen, 'overdracht van verdiensten'. Dit is een algemeen gebruik in boeddhistische landen. Het wordt algemeen aangenomen dat morele verdiensten, speciaal welke verkregen zijn door het geven van aalmoezen, overgebracht kunnen worden op anderen, blijkbaar vanwege de reden dat de vrucht van iemands eigen goede daden bij anderen terecht zullen komen. Dit wordt vooral gedaan voor overleden verwanten en vrienden die in ÚÚn van de lagere werelden zijn wedergeboren. Het is een poging hen te helpen tot een gelukkige en morele heilzame staat van de geest te komen.

pavarana

De Pavarana ceremonie is de ceremonie waarmee het regenseizoen wordt afgesloten en waarin monniken elkaar uitnodigen om elkaar te berispen voor hun overtredingen.

Payaga

Rivier de Payaga. Geen toelichting.

pema

Zinnelijke liefde of het verlangen naar zelfzuchtige genegenheid. Door veel mensen verward met liefde! Het verschil tussen liefdevolle vriendelijkheid en zinnelijke liefde wordt verduidelijkt in het artikel Mediteren op liefdevolle vriendelijkheid in Dhp296-301 en in M087.

peta loka

De wereld van de hebberige geesten. Zie deva.

peta

##uitwerken## Letterlijk: 'overleden geest'. Peta's worden ook vaak 'de hongerige geesten' genoemd. Zie o.a. Dhp307.

petakopadesa

Zie Een rondleiding door de Ti Pitaka.

petavatthu

Verhalen van de hongerige geesten. Zie Een rondleiding door de Ti Pitaka.

phala

Vrucht; resultaat; gevolgtrekking.

phalasamapatti

De vruchten van Arahatschap.

pharusavaca

Harde woorden.

pharusaya vacaya veramani

Onthouding van harde woorden.

phassa

Contact; zintuiglijke indruk. Contact betekent het vermogen om een object zodanig te 'persen' dat er aangenaam of onaangenaam 'sap' uit tevoorschijn komt. Zodoende is contact het hoofdprincipe of de eerste aanzet van de mentale factoren in hun ontstaan. Als er geen 'sap' uitgeperst kan worden, dan is geen enkel object van nut. Phassa betekent niet het contact dat met het lichaam wordt gemaakt, maar "afhankelijk van het oog en beelden, ontstaat het oogbewustzijn; het samenkomen van deze drie is contact." Zo ook met de andere zintuigen, de zintuigobjecten en het daarmee associŰrende bewustzijn.

Zie cetasika; Tabel II.

photthaba tanha

Zie tanha.

photthabba

Tastbaar object.

Pipphali

Grot bij Rajagaha waar Maha Kassapa vaak verbleef.

pisunavaca

Lasterpraat.

pisunaya vacaya veramani

Onthouding van lasterende taal.

pisunaya

Tweedracht zaaien. Letterlijk: 'beŰindiging van vriendschap'. Zie 3. Juiste spraak onder ariya atthangika magga.

pitaka

Mand; korf.

piti sambojjhanga

Verlichtingsfactor van vreugde. Zie piti; bojjhanga.

piti

Vreugdevolle interesse; verrukking; vreugde; interesse; opgewektheid en enthousiasme van de geest, ook soms blijheid (pamojja) of geluk genoemd (zoals in Dhp374). Het is een van de mentale of samenwerkende factoren (zie cetasika; Tabel II) en behoort tot de groep van mentale formaties (sankhara kkhandha).

Verkeerd begrepen: piti

Zoals in de sutta teksten, is piti vaak verbonden aan ÚÚn samengesteld woord met 'blijheid' (pamojja) of geluk (sukha), en hebben sommige westerse vertalers het woord piti verkeerd begrepen en zien het als een synoniem voor deze twee termen (blijheid of geluk).

Piti heeft niets te maken met een 'aangenaam gevoel' (sukha vedana, zie vedana) waarmee het vaak vergeleken wordt door mensen die er niets van begrepen hebben. Piti is niet een gevoel of gewaarwording en behoort daarom niet tot de groep van gevoelens (vedana kkhandha) die louter opkomen afhankelijk van wat onze voorkeur heeft of wat het niet heeft, maar kan beschreven worden als 'vreugdevolle interesse'. Het kan daarom verbonden zijn met morele, immorele en neutrale staten van bewustzijn. Zie Tabel I en Tabel II .

Aanvullende informatie

piyappabhavika

Zij die geliefd zijn.

piyehivippayoga

Gescheiden worden van het geliefde.

ponobhavika

Herhaling van geboorten.

pothujjanika iddhi

Wereldse psychische krachten. ##uitwerken###

pothujjanikaiddhi

Wereldse psychische macht.

potthabba tanha

Begeerte naar tastbare objecten.

potthabbayatana

Basis van tastbare objecten.

ppabbajita

'Kluizenaar', iemand die de wereld heeft verzaakt.

pubbarama

Klooster dat Visakha schonk, aan de oostzijde van Savatthi. Zie pagina Kloosters Pubbarama.

pubbe niva sanussati

Het zich kunnen herinneren van vorige geboorten.

pubbe nivasanussati ˝ana

Zie nachtwaken van de Boeddha.

puja

1) Eer; respect; hulde. 2) aanbidding; gewijde inachtneming; gewijde offerande; ook offers aan monniken en nonnen.

  1. In de Maha Mangala Sutta Snp2-04, vers 259) staat: "De Boeddha: Niet omgaan met dwazen, maar om te gaan met de wijzen en diegene te eren die het eren waardig zijn." (diegene te eren die het eren waardig zijn -- puja ca pujaniyesu etam mangalam uttamam).
  2. De Boeddha was geen voorstander van louter uiterlijke aanbidding. "Niet zo, Ananda, wordt de Tathagata gerespecteerd, vereerd, gewaardeerd, aanbeden en geŰerd in de hoogste graad. Maar, Ananda, of het een bhikkhu of bhikkhuni, lekenman of lekenvrouw is die de Leer indrinkt, oprecht in de Leer leeft, in het Pad van de Leer leeft; het is door hem waardoor de Tathagata gerespecteerd, vereerd, gewaardeerd, aanbeden en geŰerd wordt in de hoogste graad." D16

"Er zijn twee soorten van aanbidding: op een materiŰle wijze (amisa puja) en door beoefening van de Dhamma (dhamma puja). De aanbidding door beoefening is de waardevolste van die twee."

pu˝˝a dhara

Stromen van verdiensten. Er wordt gezegd dat men 4 stromen van verdiensten voortbrengt door de offergave van de 4 benodigdheden -- gewaden, aalmoezenvoedsel, onderdak en medicijnen -- aan een monnik die de ongeconditioneerde staat van de geest heeft bereikt. Verder door het vol zijn van onwrikbaar geloof in de Boeddha, zijn Leer en de gemeenschap van discipelen, en door perfect in moraliteit te zijn (A. 4: 51; A. 4: 52). A. 8: 9 beschrijft nog eens 4 stromen van verdiensten.

pu˝˝a kiriya vatthu

De 3 soorten van verdienstelijke daden die door mentale ontwikkeling worden verkregen.

pu˝˝a

Verdienstelijke daden.

pu˝˝apapa pahinassa

Dit verwijst naar de persoon die uitgestegen is boven goede en slechte daden met geen enkele gehechtheid aan de beloningen van die daden (pu˝˝a betekent 'verdienstelijke daden'). Dit impliceert een zeer hoge graad van morele gelijkmoedigheid omdat het een totale onthechting van het ego is. Er is geen gehechtheid met betrekking tot het geven, tot degene die ontvangt, of tot de gift zelf. Omdat de Arahats het hele leven hebben overtroffen voor wat betreft de wordingsproducerende en wedergeboorte producerende handelingen, wordt van hen gezegd dat zij 'voorbij verdienstelijke en verkeerde daden zijn'.

Zie Dhp038-039 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

purana maggam

Het aloude pad.

purejata paccaya

'Van tevoren opkomende voorwaarde' is een van de 24 voorwaarden. Zie paccaya.

purisa

Mannelijkheid.

puthujjana

Wereldling. Iemand die nog niet in de stroom is getreden, dat wil zeggen, iemand die nog geen onwrikbaar geloof heeft in de Boeddha, de Dhamma en de Sangha en die dus de eerste 3 banden (sa˝˝ojana) nog niet heeft doorgekapt en dus nog geen enkele graad van heiligheid heeft bereikt. Zie sotapatti; ariya puggala/ariya.

putilata

Een kruipplant.

q

r

raga carita

Degene die hebzuchtig van karakter is. Zie ook carita.

raga

Hartstocht; hebzucht; begeerte; hunkering; is een synoniem voor lobha (zie mula), tanha en abhijjha (zie kamma patha). Voor kama raga; rupa raga; arupa raga; zie sa˝˝ojana.

ragakkhayo

Uitblussing van begeerte.

ragasamo

Vergelijkbaar met hartstocht. Zie Dhp251 voor meer uitleg en gerelateerde informatie. Zie ook asava.

rasa tanha

Begeerte naar smaak. Zie tanha.

rasa

Smaak.

rasayatana

Basis van smaak.

resultaat van het pad

Kennis (˝ana); visie (cakkhu); vrede (vupasamaya); verlichting (abhi˝˝aya); nibbana (nibbana).

rivieren

Kijk bij de desbetreffende namen van de rivieren.

Rohini

Rivier de Rohini. De Rohini ligt ten oosten van Lumbini en was de grens tussen de Sakya's en de Koliya's.

rupa dhatu

Het element van de fijnstoffelijke wereld.

rupa jivitindrya

Zie jivita.

rupa kalapa

##uitwerken##.

rupa kkhandha

Aggregaat van vorm.

rupa loka

Fijnstoffelijke sfeer. Zie loka; avacara.

rupa raga

Hartstocht naar vorm. Synoniem: rupa tanha. Zie tanha; sa˝˝ojana.

rupa sa˝˝a

Het waarnemen van materie. Zie jhana.

rupa tanha

Begeerte naar vorm. Synoniem: rupa raga. Zie tanha; sa˝˝ojana.

rupa upadana kkhandha

Aggregaat van het hechten aan vorm. Zie pa˝ca upadana kkhandha.

rupa

1. Lichamelijkheid of vorm, zie pa˝ca upadana kkhandha; 2. visueel object, zie ayatana; 3. fijnstoffelijk, zie avacara; jhana. Zie ook het commentaar bij Dhp001.

rupadhamma

Het materiŰle; het stoffelijke.

rupavacara

Fijnstoffelijke sfeer. Zie loka; avacara.

rupayatana

Basis van vorm.

s

sa upadi sesa nibbana

'Nibbana met de groepen van het bestaan (de khandha's) nog resterend'. Zie Nibbana.

sabbakayapatisamvedi

Letterlijk: 'het hele adem-lichaam'. Overeenkomstig met de Visuddhi Magga, betekent 'kaya' hier (in de Satipatthana Sutta) niet het fysieke lichaam, maar het hele gebeuren van de in- en uitademing. Zie D22; M118; satipatthana; ariya atthangika magga.

sabba˝˝u

Een naam die aan de Boeddha werd toegekend. Zie namen voor de boeddha.

sabbapapassa akaranam

Het vermijden van alle kwaad. Zie dhp183-185 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

sabbe

Alle; allemaal.

sabhava

Vergankelijke aard.

sacca paramita

Perfectie van waarheidsliefde. Zie paramita.

sacca

##uitwerken## Waarheid, realiteit. De Abhidhamma spreekt over twee realiteiten: de conventionele realiteit (sammuti sacca) en de verheven realiteit (paramattha sacca).

saccanama

Een naam die aan de Boeddha werd toegekend. Zie namen voor de boeddha.

sacca˝ana

Kennis van de vier waarheden. Zie de eindnoot drie aspecten in S56-011 voor meer informatie.

sacchikaraniya dhamma

##Uitwerken## Dingen die gerealiseerd moeten worden.

sacchikatabba

Realiseren; verwerkelijken.

saccikatabba

Het zich realiseren.

sacitta pariyodapanam

Het zuiveren van de geest. Zie dhp183-185 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

sadatte

Volgens het Com. van de Digha Nikaya: "Voor het hoogste doel, het doel van Arahatschap." Er is ook een andere interpretatie, namelijk 'saratthe', 'voor het essentiŰle doel'.

sadda tanha

Begeerte naar geluid. Zie tanha.

sadda

Geluid.

saddayatana

Basis van geluid.

saddha carita

Degene die gelovig van karakter is. Zie ook carita.

saddha sampada

Volbrenging van geloof.

saddha

Geloof; zelfvertrouwen. Van een boeddhist wordt gezegd dat hij geloof heeft wanneer hij gelooft in de verlichting van de Boeddha M053; A05-002, of in de Drie Juwelen (ti ratana) door het nemen van zijn toevlucht daarin (ti saranagamana). Zijn geloof moet in elk geval 'goed overdacht en geworteld zijn in begrip' (akaravati saddha dassanamulika), M047, en aan hem wordt gevraagd om het object van zijn geloof te onderzoeken en te testen M047; M095. Het geloof van een boeddhist is niet in strijd met een onderzoekende geest; 'twijfel over twijfelachtige dingen' A02-065; S42-013 is toegestaan en onderzoek daarnaar wordt aangemoedigd. Het 'vermogen van geloof' (saddhindriya) moet in balans zijn met het 'vermogen van wijsheid' (pa˝˝indriya; zie ook indriya samatta). Er wordt gezegd: "Een monnik die begrip heeft, heeft zijn geloof gegrondvest overeenkomstig met dat begrip." A48-045. Door wijsheid en begrip, wordt geloof een innerlijke zekerheid en sterke overtuiging die gebaseerd is op iemands eigen ervaring.

Geloof wordt het zaad van alle heilzame staten van de geest genoemd Snp1-04, vers 77, omdat overeenkomstig met gecommentarieerde verklaringen, deze de geest inspireren met vertrouwen (okappana, pasada) en bepalend (adhimokkha) zijn, voor 'het uitwerpen' (pakkhandhana), zie M122 om de stroom van samsara over te steken.

Onwrikbaar geloof wordt verworven bij het bereiken van de eerste fase van heiligheid, 'de in de stroom getredene' (sotapatti, zie ariya puggala/ariya), als de band van sceptische twijfel (vicikiccha, zie sa˝˝ojana) is opgeheven. Onwrikbaar vertrouwen (avecca pasada) in de Drie Juwelen is een van de karakteristieke eigenschappen van de in de stroom getredene, zie sotapannassa angani.

Geloof is een mentaal samenspel dat aanwezig is bij alle karmisch heilzame staten en het daarmee corresponderende neutrale bewustzijn, zie Tabel II. Het is een van de 4 stromen van verdiensten (pu˝˝a dhara), een van de 5 spirituele vermogens (indriya), spirituele krachten (bala), elementen van training (padhaniyanga) en een van de 7 schatten (dhana). Voor saddha, zie ook bodhipakkhiya dhamma; cetasika; Tabel II.

Wat terecht staande gehouden kan worden, is dat de aspecten van de Leer van de Boeddha, die binnen het bereik van onze normale ervaringen vallen, persoonlijk en uit ervaring bevestigd kunnen worden, en dat deze bevestiging een krachtige basis levert om vertrouwen te stellen in die aspecten van de Leer, die onze gewone ervaringen noodzakelijkerwijs te boven gaan. Geloof in de Leer van de Boeddha wordt nooit beschouwd als een doel op zich, en evenmin als een zekere garantie voor bevrijding, maar als het startpunt voor een geleidelijk verlopend proces van innerlijke transformatie dat tot vervulling komt door het persoonlijke inzicht. Maar om dit inzicht waarlijk een bevrijdende functie te kunnen laten vervullen, moet het zich ontvouwen in de context van een accuraat begrip van de essentiŰle waarheden omtrent onze situatie in de wereld en het gebied waar deze bevrijding gezocht moet worden. Deze waarheden zijn ons door de Boeddha medegedeeld vanuit zijn eigen diepgaand begrip van de menselijke toestand. Door ze -- na zorgvuldige overweging -- in vertrouwen te aanvaarden, zetten wij de eerste stap op een reis die geloof transformeert in wijsheid, vertrouwen in zekerheid, en dat zijn hoogtepunt bereikt in de bevrijding van lijden.

Literatuur: Faith in the Buddha's Teaching door Soma Thera (Wheel 262). Does Saddha mean Faith? door Đanamoli Thera (Wheel 52-53).

saddhamma

'De ware Leer', een andere naam voor boeddhisme.

saddhammam avijanato

Dit heeft betrekking op een persoon die zich niet gewaar is van de goed verkondigde Dhamma.

Zie Dhp038-039 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

saddhanusari

'De geloof-devoot', is een van de 7 edele personen. Zie ariya puggala/ariya B.

saddhavimutta

'De door geloof bevrijde', is een van de 7 edele personen. Zie ariya puggala/ariya B.

saddhindriya

Vermogen van geloof.

sadhuka manasikara

Diepe aandacht schenken.

sagga

Hemelse staat.

sahajata paccaya

'Gelijktijdig-opkomende voorwaarde' is een van de 24 voorwaarden. Zie paccaya.

sakadagami magga

Het pad van de eenmaal terugkerende. Zie ariya puggala/ariya.

sakadagami phala

Vruchten van het pad van de eenmaal terugkerende. Zie ariya puggala/ariya.

sakadagami

De eenmaal terugkerende. Zie ook sa˝˝ojana.

sakka

Koning van de goden in de Tavatimsa hemel. Zie deva; Tavatimsa.

sakkara

Een van Mara's legers. Zie Mara, legers van.

sakkaya ditthi

'Geloof in persoonlijkheid', is de eerste van de 10 banden (sa˝˝ojana). Het is alleen geheel verdwenen bij het bereiken van het pad van de in de Stroom Getredene (sotapatti magga; Zie ariya puggala/ariya; sa˝˝ojana). Er zijn 20 soorten van geloof in persoonlijkheid die verkregen worden door 4 typen van dat geloof aan te wenden tot elk van de 5 groepen van bestaan (pa˝ca upadana kkhandha): 1-5. om te geloven dat men identiek is met lichamelijkheid, gevoel, waarneming, mentale formaties en bewustzijn; 6-10. door in hen ingesloten te zijn; 11-15. door los van hen te zijn; 16-20. om de eigenaar van hen te zijn (m. 44; S. 12: 1). Zie sakkaya; ditthi; upadana 4.

sakkaya

Bestaande groep. Dit woord is gewoonlijk vertaald als 'persoonlijkheid', maar overeenkomstig met de commentaren correspondeert het met sat kaya, 'bestaande groep', vandaar niet met het Sanskriet sva kaya, 'eigen groep' of 'eigen lichaam'. In de sutta's -- bijvoorbeeld in M. 44 -- wordt gezegd dat het een naam is voor de 5 groepen van het bestaan (pa˝ca upadana kkhandha): "Sakkaya, o broeder Visakha, is volgens de Gezegende een naam voor de 5 groepen als de objecten van hechten." Zie sakkaya ditthi.

sakyamuni

Wijze der Sakya's (Boeddha).

sala boom

Sala boom (Shorea robusta) produceert wonderolie-zaden, grondstof voor wonderolie. De Nederlandse naam voor deze boom is Wonderboom, ook wel Damarboom.

salayatana

Zesvoudige innerlijke en uiterlijke zintuigbases (van mentale activiteit). Zie ayatana; paticcasamuppada.

sallakatto anuttaro

Een naam die aan de Boeddha werd toegekend. Zie namen voor de boeddha.

samadhi sambojjhanga

Verlichtingsfactor van concentratie. Zie bojjhanga.

samadhi sikkha

Training in concentratie.

samadhi

Concentratie. letterlijk: 'de (mentale) staat waarin de geest onbeweeglijk is' (sam + a dha), is de bevestiging van de geest op een enkel object. "Eenpuntige gerichtheid van geest (cittass' ekaggata), broeder Visakha, dat wordt concentratie genoemd." (M044).

Concentratie -- hoewel vaak erg zwak -- is een van de 7 mentale factoren (zie nama; cetasika; Tabel II) welke onafscheidelijk verbonden zijn met alle soorten van bewustzijn. Juiste concentratie (samma samadhi), als de laatste factor van het Edel Achtvoudige Pad (ariya atthangika magga) is omschreven als 4 meditatieve verdiepingen (jhana). In een breder perspectief behelst het ook de veel zwakkere staten van concentratie en gaat het samen met al het karmisch heilzame (kusala) bewustzijn. Verkeerde concentratie (miccha samadhi) is concentratie die samengaat met onheilzaam (akusala) bewustzijn. Waar in de teksten de term samadhi niet onderscheiden wordt door 'juist' of 'verkeerd', dan wordt er de juiste concentratie mee bedoeld.

In concentratie onderscheidt men 3 graden van intensiteit:

  1. 'Inleidende concentratie' (parikamma samadhi) dat ontstaat bij de aanvang van de mentale oefening.
  2. 'Nabijheid-concentratie' of 'toegang-concentratie' (upacara samadhi), dat wil zeggen, concentratie in opkomst maar dat nog niet de 1e meditatieve verdieping (jhana) verworven heeft, en dat in bepaalde mentale oefeningen gekenmerkt wordt door de verschijning van het zogenaamde 'tegenbeeld' (patibhaga nimitta).
  3. 'Verworven concentratie' (appana samadhi) oftewel 'volledige concentratie', dat wil zeggen, de concentratie die aanwezig is tijdens de verdiepingen (jhana's).

Concentratie die verbonden is met de 4 edele pad-momenten (magga), en vrucht-momenten (phala), wordt bovenwerelds genoemd (lokuttara), en heeft Nibbana als object. Iedere andere concentratie, zelfs die van de meest sublieme verdiepingen, zijn louter werelds (lokiya).

Overeenkomstig met D33, brengt de ontwikkeling van concentratie een viervoudige zegening teweeg: 1) aanwezigheid van geluk (sukha); 2) kennis en visie (˝ana dasana); -- hier waarschijnlijk identiek met het 'goddelijke oog' (zie abhi˝˝a) -- door de waarneming van licht (zie kasina); 3) indachtigheid en helder begrip door de zuivere kennis van het ontstaan, aanhouden en verdwijnen van gevoelens, waarnemingen en gedachten; 4) uitblussing van alle invloeden (asavakkhaya) door het begrijpen van het opkomen en verdwijnen van de 5 groepen die de objecten van hechten vormen. Zie pa˝ca upadana kkhandha.

Zie jhana, voor de uitleg van concentratie met betrekking tot het verwerven van de jhana's (meditatieve verdiepingen).

Concentratie is een van de 7 factoren van verlichting (bojjhanga), een van de 5 spirituele vermogens en krachten (bala), en de laatste link van het Achtvoudige Pad. In de drievoudige divisie van het Achtvoudige Pad (moraliteit, concentratie en wijsheid), is concentratie een collectieve naam voor de drie laatste factoren van het pad (juiste inspanning, juiste indachtigheid en juiste concentratie). (Zie ariya atthangika magga; sikkha).

samadhikkhandha

Groep van concentratie.

samadhipakkhiya dhamma

'Groep van meditatie'.

samahita citta

De geconcentreerde geest.

samana

Heilige; asceet; monnik. Zie ook samano.

samanantara paccaya

'Samenhang voorwaarde' is een van de 24 voorwaarden. Zie paccaya.

samanera

Novice monnik. Gewoonlijk beneden de twintig jaar.

samano

Iemand die zijn hartstochten overwonnen heeft, een asceet, een echte monnik. Zie Dhp183-185 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

samatha bhavana

Kalmte meditatie, zie bhavana.

samatha kammatthana

Beoefening van kalmte meditatie.

samatha vipassana

'Kalmte en inzicht', zijn identiek aan concentratie (samadhi) en wijsheid (pa˝˝a) en vormen de twee takken van mentale ontwikkeling (meditatie) (bhavana).

samatha

Kalmte, sereniteit, is een synoniem voor samadhi (concentratie), cittekaggata (eenpuntige gerichtheid van geest), en avikkhepa (onverstoorbaarheid). Het is een van de mentale factoren in heilzaam bewustzijn, zie bhavana.

sambhavanti

Wanhoop. "En wat is wanhoop? Het is de droefheid en wanhoop die ontstaan door een verlies of ongeluk dat men ontmoet, de staat van droefheid en radeloosheid -- dit heet wanhoop." D22

sambhoga

Deelnemen. Zie vedana.

sambodhi

Elementen van verlichting.

sambojjhanga

Factoren van verlichting.

samisa

Wereldse gevoelens.

samjanana

Herkenning.

samkhata

Voortgebracht; geconditioneerd.

samkhitta citta

Vernauwde geest.

samkhittena pa˝cupadanakkhandha dukkha

Kortom, de vijf groepen (die het object zijn) van hechten, zijn lijden. "En wat is (de bedoeling van het standpunt) 'Kortom, de vijf groepen van hechten, zijn lijden'? Het zijn de vijf aggregaten van materiŰle vorm, gevoel, waarneming, mentale formaties en bewustzijn -- dit heet: 'kortom, de vijf groepen van hechten, zijn lijden.' Dit, monniken, is de Edele Waarheid van Lijden." D22

samma ajiva

Juiste wijze van levensonderhoud, vijfde factor van het Achtvoudige Pad. Zie ariya atthangika magga. Zie ook cetasika; Tabel II.

samma ditthi

Juist begrip, ware visie, eerste factor van het Achtvoudige Pad. Zie ariya atthangika magga.

samma jivikata

Een uitgebalanceerde levenswijze. Een van de vier voorwaarden die strekken tot het welzijn en het geluk van een huishouder in dit leven. Zie A08-054; kalyanamittata; arakkha sampada; utthana sampada.

samma kammanta

Juist handelen, vierde factor van het Achtvoudige Pad. Zie ariya atthangika magga. Zie ook cetasika; Tabel II.

samma padhana

Juiste inspanningen. Het zijn de inspanningen bedoeld in de 6e factor (samma vayama) van het Achtvoudige Pad. Het zijn er 4:

  1. de inspanning van het vermijden (samvara padhana);
  2. de inspanning van het overwinnen (pahana padhana);
  3. de inspanning van het ontwikkelen (bhavana padhana);
  4. de inspanning van het tot groei brengen (anurakkana padhana);

Voor nadere uitleg, zie padhana.

samma panihitam cittam

Goed gegrondveste geest. Zie Dhp043 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

samma pa˝˝a

Ware wijsheid.

samma samadhi

Juiste concentratie, achtste factor van het pad. Zie samadhi.

samma sambodhi

'Volmaakte Verlichting' 'Universeel Boeddhaschap', is de staat van een universele Boeddha (samma sambuddha). Zie Samma Sambuddha.

samma sambuddha

Letterlijk: 'Universele Boeddha', d.w.z. iemand die de bevrijdende wet (Dhamma) die in de wereld verloren was gegaan, weer herontdekt heeft, gerealiseerd heeft en helder aan de wereld verkondigd heeft. 'Volledig Verlichte' is een andere benaming voor een Samma Sambuddha.

"Nu begrijpt iemand over dingen die nog nooit tevoren gehoord zijn, uit zichzelf de waarheid. Hij bereikt daarin alwetendheid en verwerft de controle over de krachten (dasa tathagata bala). Deze persoon wordt een Universele Boeddha genoemd." (Pug. 29)

Het kenmerk van de Leer van alle Boeddha's, en elke keer wanneer die door hen wordt ontdekt en volledig aan de wereld wordt verklaard, bestaat uit de Vier Edele Waarheden (cattari ariya sacca).

samma sankappa

Juiste gedachten; juiste intenties, tweede factor van het Achtvoudige Pad. Synoniem: vitakka. Zie ariya atthangika magga.

samma sati

Juiste indachtigheid, zevende factor van het Achtvoudige Pad. Zie sati; satipatthana; ariya atthangika magga.

samma vaca

Juiste spraak, derde factor van het Achtvoudige Pad. Zie ariya atthangika magga. Zie ook cetasika; Tabel II.

samma vayama

Juiste inspanning, zesde factor van het Achtvoudige Pad. Zie padhana; ariya atthangika magga.

samma

Juist; recht; volledig. Zie ariya atthangika magga.

sammappa˝˝aya

Met perfecte wijsheid de dingen zien zoals ze zijn.

sammati desana

Conventioneel onderwijs.

sammuti sacca

Conventionele realiteit.

De Abhidhamma spreekt over twee realiteiten: de conventionele realiteit (sammuti sacca) en de verheven realiteit (paramattha sacca). ##uitwerken##

Zie het artikel Realiteit in Dhp188-192.

sampaja˝˝a

##uitwerken## 'Helder bewustzijn' of 'helder bewustzijn'. Er zijn vier soorten van helder begrip: 1) helder begrip omtrent het doel van een handeling (satthaka sampaja˝˝a); 2) helder begrip omtrent de geschiktheid van het moment (sappaya sampaja˝˝a); 3) helder begrip omtrent het domein (gocara sampaja˝˝a) van (meditatie); 4) helder begrip omtrent de realiteit (asammoha sampaja˝˝a).

Voor een uitgebreide verklaring, zie The Heart of Buddhist Meditation door Nyanaponika Thera.

sampajano

Zie sampaja˝˝a.

sampaticchana citta

'Ontvankelijk bewustzijn', is het geesteselement (mano dhatu) dat onmiddellijk volgt na het ontstaan van zintuiglijk bewustzijn (visueel bewustzijn, etc.) en op dat moment de functie uitvoert om het zintuigobject te ontvangen. Zie ook de 14 functies van bewustzijn (vi˝˝ana kicca).

sampaticchana

'Ontvangen', is een van de 14 functies van bewustzijn (vi˝˝ana kicca). Zie sampaticchana citta.

sampayutta paccaya

'Samengaande voorwaarde' is een van de 24 voorwaarden. Zie paccaya.

samphappalapa veramani

Onthouding van onzinnig geklets.

samphappalapa

Onzinnig dom gepraat; beuzelachtig geklets.

samsara

Cyclus van het bestaan; de ronden van geboorte en dood. Letterlijk: eeuwigdurende rondzwerving.

De eeuwig durende rondzwerving van wezens van het ene leven naar het andere, de vicieuze cyclus van geboorte en dood waarvan boeddhisten willen dat daar een einde aan komt. Wedergeboorte wordt door boeddhisten niet gezien als een continuering van leven, maar als een vereeuwiging van de dood. Wij zijn slechts geboren om weer te sterven. 'Eeuwig leven' is een illusie. Het leven is slechts geboorte, ouderdom en dood. Haar voortzetting wordt door boeddhisten daarom niet verwelkomd. Het doel van boeddhisten is 'onsterfelijkheid' of 'het doodloze' welke de enige mogelijke realiteit is en heel iets anders is dan 'het eeuwige leven'. Onsterfelijkheid, hetgeen Nibbana is, wordt niet verkregen door wedergeboorte, maar door het stoppen van wedergeboorte. Het is zeker niet de vernietiging van het bestaan of van het wezen, want, vanuit boeddhistisch perspectief gezien, is 'bestaan' of 'wezen' slechts een illusie. Het is het verdrijven van de illusie van 'wezen', van 'ik' en het opgeven van de gehechtheid eraan.

Samsara is een naam die duidt op de oceaan van het leven, de oceaan die altijd rusteloos op en neer deint. Het is het symbool van dit continuerend proces van keer op keer geboren worden, verouderen, ziek worden en weer sterven. Preciezer gezegd: samsara is de ononderbroken keten van de combinatie van de vijf aggregaten (pa˝ca upadana kkhandha) die constant van moment tot moment veranderen en continu elkaar opvolgen door niet waarneembare perioden van tijd. Van dit samsara vertegenwoordigt een enkel leven slechts een kleine en kortstondige fractie. Om de eerste edele waarheid van universeel lijden te begrijpen, dient iemand zijn blik te richten op samsara, op deze beangstigende keten van wedergeboorten, en niet slechts op ÚÚn enkel leven dat uiteraard soms veel minder pijnlijk kan zijn.

De Boeddha zei: "Monniken, deze cyclus van continu´teit is zonder een waarneembaar einde. En een eerste begin waardoor wezens zwerven en rondrennen, wezens die omhuld zijn door onwetendheid (avijja) en vastgehouden worden door de banden van begeerte (tanha), is niet waarneembaar (...)."

En verder, met verwijzing naar onwetendheid hetgeen de hoofdoorzaak is voor de continuering van het leven in samsara, zei de Boeddha: "Een eerste begin van onwetendheid (avijja) is niet waarneembaar in die zin dat gesteld wordt dat er geen onwetendheid was vˇˇr een bepaald punt."

En zo is het niet mogelijk te stellen dat er geen leven was voorbij een 'begrensd' punt.

Zie o.a. het artikel Verdraaiingen en wedergeboorte in Dhp183-185.

samseva

Gezelschap.

  1. "Door gezelschap met slechte mensen (asappurisa samseva) komt luisteren naar slecht advies, daardoor onwijze overdenkingen, daardoor onoplettendheid en mentale verwarring, daardoor gebrek aan zintuiglijke beheersing, daardoor drievoudig slecht handelen via het lichaam, de spraak en de gedachten, daardoor de vijf hindernissen (nivarana), daardoor hunkering naar bestaan."
  2. "Door gezelschap met goede mensen (sappurisa samseva) komt luisteren naar goed advies, daardoor vertrouwen/geloof (saddha), daardoor wijze overdenkingen, daardoor indachtigheid en een duidelijk begrip van bewustzijn, daardoor zintuiglijke beheersing, daardoor drievoudig goed gedrag (in lichamelijk handelen, spraak en gedachten), daardoor de vier fundamenten van indachtigheid (satipatthana), daardoor de zeven factoren van verlichting (bojjhanga), daardoor bevrijding door wijsheid (pa˝˝a vimutti)." (A. 10: 62).

samuccheda pahana

Overwinning door vernietiging, is een van de 5 pahana's, zie daar.

samudaya

Oorzaak. Zie cattari ariya sacca.

samudayadhamma

Indachtigheid van het opkomen van dingen.

samussitam

Heeft vele soorten beenderen. Hierdoor wordt het gestut, bij elkaar gehouden. Zie Dhp147 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

samvara padhana

Inspanning van het vermijden, zie padhana.

samvatta kappa

Wereldontbinding. Zie kappa.

samvatta tthavi

Voortzetting van de chaos. Zie kappa.

samvega

Gevoel van spirituele noodzakelijkheid dat ontstaat door verzaking.

samyojana

Banden; ketenen. Synoniem: sa˝˝ojana, zie daar.

samyutta nikaya

Verwante Collecties. Zie Een rondleiding door de Ti Pitaka.

sandhi

Koppeling; link.

Sanditthiko

Een van De deugden van de Dhamma (Dhp364).

sangadana

Offergave aan de Sangha.

sanganussati

Bespiegeling van de gemeenschap van edele discipelen.

sangayana

Boeddhistisch concilie.

sangha

Boeddhistische gemeenschap. Ieder persoon die boeddhist is behoort tot de Sangha.

sankappa

Gedachte; intentie. Synoniem: vitakka. Voor juiste gedachten, zie ariya atthangika magga.

sankhara dukkha

Zie dukkhata.

sankhara dukkhata

Zie dukkhata.

sankhara kkhandha

Groep van mentale formaties (of mentale factoren). Zie sankhara.

sankhara upadana kkhandha

Aggregaat van hechten aan mentale formaties. Zie pa˝ca upadana kkhandha.

sankhara

##uitwerken##. Mentale formatie; mentale factor; staten; kamma formatie. Let op! Sankhara heeft tevens een tweede betekenis en betekent ook 'geconditioneerde dingen', dus heeft deze term ook betrekking op de vijf aggregaten, dat wil zeggen, op alle dingen in het bestaan. Zie voor een gedetailleerde beschrijving cetasika; in die groep behoren de mentale formaties 'waarneming' en 'gevoel' niet tot de sankhara's. Alle overigen wel.

Zie ook Tabel II.

sankhata

Geconditioneerde dingen, samengestelde dingen, opgekomen dingen, omvat alle verschijningsvormen van het bestaan.

sankhatalakkhanani

'Kenmerken van alle geconditioneerde dingen.' "De volgende drie zijn de kenmerken van alle geconditioneerde dingen (sankhatalakkhanani): opkomen (uppada), vergaan (vaya) en verandering van toestand (thitassa a˝˝atattam). Zie Dhp166; Dhp225 voor meer informatie over Nibbana.

sankhitta citta

Vernauwde geest, d.w.z. gepaard gaand met luiheid en traagheid (thina middha). Dit houdt ook verband met sloomheid, haastigheid, innerlijke spanning vanwege onderdrukking etc. Zie ook abhi˝˝a.

sa˝˝a kkhandha

Groep van waarnemingen. Zie pa˝ca upadana kkhandha.

sa˝˝a nupassana

Contemplatie van waarnemingen.

sa˝˝a upadana kkhandha

Aggregaat van het hechten aan waarnemingen. Zie pa˝ca upadana kkhandha.

sa˝˝a vipallasa

Verdraaiing van waarnemingen. Zie vipallasa.

sa˝˝a

Waarnemen. Een algemene mentale factor (cetasika). De handeling van opmerken of begrijpen. Alle wezens worden wijs door waarneming als zij dingen met voldoende helderheid begrijpen.

  1. Waarnemen' is de 3e van de 5 groepen van het bestaan (pa˝ca upadana kkhandha), en is een van de 7 mentale factoren (cetasika) die onafscheidelijk verbonden is met elke soort van bewustzijn. Het is zesvoudig als in de zin van waarneming van de 5 fysieke zintuigobjecten en de mentale objecten. Het is het gewaarzijn dat de verschillende kenmerken van een object herkent ("iemand ziet de kleur blauw, geel" etc., S. 22: 79). Als in het herhaaldelijk waarnemen van een object deze kenmerken worden herkend, functioneert waarneming als herinnering.
  2. Sa˝˝a staat soms ook voor bewustzijn in z'n geheel, dat wil zeggen, in n'eva sa˝˝a nasa˝˝ayatana, de sfeer van 'noch waarnemen noch niet waarnemen'. Verder in de Asa˝˝a Sutta, 'onbewuste wezens'. In beide gevallen is de verwijzing niet naar 'waarneming' alleen, maar ook naar de andere factoren van bewustzijn. Raadpleeg D. 9.
  3. Sa˝˝a kan ook naar 'ideeŰn' verwijzen, die objecten van meditatie zijn, dat wil zeggen, in een groep van 7 ideeŰn van het vergankelijke (anicca sa˝˝a), etc. (A. 7: 46), of in de 10 onzuiverheden (asubha sa˝˝a), etc. (A. 10: 56), en een andere set van 10 in A. 10: 60, of naar verkeerde noties zoals in nicca sa˝˝a, subha sa˝˝a (de notie van onvergankelijkheid, schoonheid, etc.)

sa˝˝ojana

Banden. Synoniem: samyojana. Er zijn tien banden die wezens aan het rad van samsara binden:

  1. Opvattingen over persoonlijkheid (sakkaya ditthi). IdeeŰn over een 'zelf', 'ego', 'ik', 'mijn', 'niet mijn', etc. 'Ditthi' betekent 'speculatieve opvatting', 'mening', 'er een bepaalde kijk op na houden'. De twee belangrijkste van deze categorie, zijn sassata ditthi en uccheda ditthi; de leer van eeuwigheid en de leer van vernietiging. Beide zijn in tegenstelling tot de boeddhistische gedachtegang. Voor uitleg hierover, zie het artikel Verkeerde inzichten.
  2. Sceptische twijfel (vicikiccha). Onzekerheid of verdeeldheid van geest. Vooral twijfelen aan de Boeddha, de Dhamma en de Sangha, en aarzelen om het Achtvoudige Pad te beoefenen. Wanneer de eerste band, die van sakkaya ditthi, ver genoeg is doorgekapt, zal men zich gaan trainen in het pad van moraliteit, concentratie en wijsheid.
  3. Hechten aan regels en rituelen (silabbata paramasa). Het vastklampen aan (extreme) regels, rituelen en allerlei ander uiterlijk gedoe, komt voort uit een gebrek aan kennis omtrent handelingen en hun vruchten. Echter, wanneer de tweede band voor het grootste gedeelte is doorgekapt en men begonnen is aan een gestage training, wordt de beoefenaar er steeds mee geconfronteerd dat het echte werk voor bevrijding vanuit het hart ontwikkeld moet worden. Hierdoor zal de nutteloosheid van ceremonieŰn en riten worden ingezien.

    Doordat de concentratie door middel van training van een hogere kwaliteit wordt, zal het hart meer tot in de kern van dingen doordringen waardoor men de ware aard van fenomenen duidelijker kan zien. Het is de helderheid van geest die op een gegeven moment bepalend is voor het doorkappen van de eerste drie banden. Tegelijkertijd verwerft men het 'pad van de in de stroom getredene' (sotapatti magga), samen met de vruchten of zegeningen (phala), het eerste stadium van heiligheid (waarin het licht van Nibbana gerealiseerd wordt). Op dat moment is de sotapatti geen wereldling (puthujjana) meer, maar bestemd om de verlichting te bereiken en wordt ten hoogste nog zeven maal in deze sfeer geboren. De sotapatti heeft een onwrikbaar vertrouwen in de Boeddha, de Dhamma en de Sangha en heeft een perfecte moraliteit aangaande de eerste vijf regels van deugdzaam gedrag en kan daarom niet meer in de lagere werelden (niraya) van de zintuiglijke sfeer (kama loka) terugvallen. Bovendien brengt de helderheid van geest die door de sotapatti verworven is, zoveel inzicht met zich mee, dat de voltooiing van de training een noodzakelijkheid is. Voor deze persoon is er nog maar ÚÚn richting: Nibbana.

  4. Zintuiglijke hartstocht (kama raga). Gehechtheid aan de zinnelijke sfeer.
  5. Kwade wil (vyapada). Kwade wil of haat wordt door gehechtheid gevoed, en gehechtheid door onwetendheid. De beoefenaar van het Achtvoudige Pad ziet hier nog gebreken en oefent vastbesloten door om ook deze banden door te kappen.

    Met het doorkappen van de 1e, 2e, en 3e band en het reduceren van de 4e en 5e band, verwerft men 'het pad van de eenmaal terugkerende' (sakadagami magga), het tweede stadium van heiligheid.

    Deze eerste vijf banden worden de 'lagere banden' (orambhagiya samyojana) genoemd, omdat zij wezens nog aan de zintuiglijke wereld binden. Let op de 4e, 5e, en 10e band: hartstocht (kama raga), kwade wil (vyapada), en onwetendheid (avijja) zijn de drie belangrijkste factoren (hoofdwortels) die wezens aan het rad van geboorte en dood (samsara) binden. Hun synoniemen zijn: begeerte of hartstocht (lobha), haat (dosa) en onwetendheid (moha); de drie 'wortels van het kwaad'. Wanneer wijsheid (pa˝˝a) volledig ontwikkeld is, is bevrijding een feit. Vrij zijn van onwetendheid is wijsheid, maar bij de overwinning van de 4e en 5e band bestaan er in lichte en subtiele mate nog banden van hechting, en is volledige verlichting nog niet helemaal een feit.

    Wanneer de eerste vijf banden volledig doorbroken zijn, verwerft men 'het pad van de niet meer terugkerende' (anagami magga), het derde stadium van heiligheid. Indien hij het laatste stadium, dat van arahatta, in dit leven niet bereikt, wordt de anagami na de dood geboren in de fijnstoffelijke wereld, in de hoogste groep deva's, de Suddhavasa Deva's. De laatste vijf banden die de anagami nog moet doorkappen om de perfecte staat te bereiken, zijn:

  6. Hartstocht naar de fijnstoffelijke sferen (rupa raga). Het verlangen om wedergeboren te worden in de hogere goddelijke sferen.
  7. Hartstocht naar de onstoffelijke sferen (arupa raga). Het verlangen om wedergeboren te worden in de onstoffelijke sferen.
  8. Eigendunk (mana).
  9. Rusteloosheid (uddhacca).
  10. Onwetendheid (avijja). Daar onwetendheid de factor is die alle bezoedelingen ondersteunt, is deze het laatste krachtige element dat wezens aan het rad van geboorte en dood bindt, het proces van worden. Onwetendheid is: vergankelijke dingen zien als zijnde onvergankelijke dingen; onbevredigende dingen zien als zijnde bevredigende dingen; onwezenlijke dingen zien als zijnde wezenlijke, stabiele dingen.

Beoefening van het gehele Achtvoudige Pad waarborgt volledige uitroeiing van onwetendheid, en brengt wijsheid voort. Wijsheid is de bevrijdende factor zodat dingen in hun ware perspectief worden gezien. Wanneer de anagami ook deze vijf laatste banden heeft doorgekapt, verwerft hij 'het pad van de perfecte' (arahatta magga), en realiseert hij de ongeconditioneerde staat van de geest, Nibbana. De persoon die deze staat heeft bereikt is een Arahat en is onder andere vrij van de acht wisselvalligheden die met het leven verbonden zijn, namelijk: winst en verlies, succes en verslagenheid, hulde en blaam, vreugde en ellende. Hem wacht geen wedergeboorte meer omdat hij de ongeconditioneerde staat heeft bereikt en dus geen brandstof meer geeft aan de vijf aggregaten (pa˝ca upadana kkhandha). Zoals een pluisje door een krachtige wind van een handpalm geblazen wordt, zo heeft de Arahat met de subtielste vormen van 'ik', 'mij', 'zelf', 'ziel', of wat dan ook, volledig afgerekend. Hij is niet langer een beoefenaar van het Achtvoudige Pad, maar een belichaming ervan.

De banden 5 t/m 10 zijn de 'hogere banden' (uddhambhagiya samyojana), omdat zij wezens binden aan de fijnstoffelijke (rupavacara) en de onstoffelijke wereld (arupavacara). Dit betekent dat er nog subtiele vormen van hechten zijn.

sotapatti: degene die vrij is van de banden 1 t/m 3 is een sotapatti, oftewel 'de in de stroom getredene', dat wil zeggen: iemand die tot zover de stroom naar Nibbana is ingegaan oftewel 'het licht van Nibbana gezien heeft'. De sotapatti is absoluut bestemd voor verlichting en kan dat doel niet meer missen. Deze heeft de eerste meditatieve verdieping (jhana) verworven.

sakadagami: hij, die de 4e en de 5e band grotendeels overwonnen heeft (maar nog niet helemaal), is een sakadagami, 'de eenmaal terugkerende' (naar de zintuiglijke wereld). Hier is de tweede meditatieve verdieping verworven.

anagami: hij die ook de 4e en 5e band volledig vernietigd heeft is een anagami, oftewel 'de niet meer terugkerende' (naar de zintuiglijke wereld). De derde meditatieve verdieping is verworven.

arahat: hij die bevrijd is van alle tien de boeien/bezoedelingen wordt een Arahat genoemd, dat wil zeggen: een Perfecte Heilige. De Arahat heeft alle acht de jhana's verworven. De Boeddha onderwijst acht jhana's, maar doorgaans wordt gesproken over vier jhana's omdat de laatste vier van heel subtiele aard zijn. In de Abhidhamma wordt zelfs gesproken over de negende jhana met verwijzing naar Nibbana.

De vier stadia van heiligheid worden ook wel de vier paden genoemd. De zegeningen of vruchten (phala) die voortkomen uit de verwezenlijking van een pad (magga), vormen -- samen met dat pad -- een paar. Tezamen vormen zij 'de acht personen' of 'de vier paren'. Zie ariya puggala/ariya.

sa˝˝ojanam

Zie sa˝˝ojana.

santa

Vredig. De heilige, de Arahat, is waarlijk vredig. Zie Dhp096 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

santana

Continu´teit. Synoniem: santati. Verwijst naar de continu´teit van bewustzijn (citta), of naar de groepen het bestaan (khandha), of naar de ononderbroken continu´teit van het afhankelijk ontstaan (paticcasamuppada), etc.

santi

'Vrede', een andere naam voor Nibbana.

santirana citta

'Onderzoek bewustzijn', is een van de fasen binnen de cognitieve opeenvolgingen. Zie ook vi˝˝ana kicca voor de 14 functies van bewustzijn.

santirana

'Onderzoek' is een van de 14 functies van bewustzijn (vi˝˝ana kicca). Zie santirana citta.

sappaya sampaja˝˝a

Helder begrip omtrent de geschiktheid. Zie sampaja˝˝a.

sappurisa samseva

Gezelschap met goede mensen. Zie samseva.

sarambha

Verwaandheid. Een van de bezoedelingen van de geest. Zie upakkilesa.

sarana

Toevlucht; heil. Zie ti saranagamana.

saraniya dhamma

Zes dingen om te gedenken. Zie D16; M48; A06-11; A06-12.

sasana

Letterlijk: 'boodschap', de Religie van de Boeddha; de boeddhistische religie; de Leer; de doctrine.

sasankhara parinibbayi

'Iemand die het Nibbana bereikte door inspanning', is een van de 5 Niet Terugkerenden, zie anagami.

sasankharena

Zie sasankharika citta.

sasankharika citta

In Dhs.: sasankharena: een voorbereide of vooropgezette staat van bewustzijn dat ontstaan is na een voorafgaande opzettelijkheid of bewogenheid, bijvoorbeeld het afwegen van motieven, of door anderen teweeggebracht (opdrachten, adviezen, overreding). Zie Tabel I; voorbeelden in Vis. 14: 84. Tegenpool is de spontane geest (asankharika citta).

sassata ditthi

Van menig zijn dat alles eeuwig is. Zie ditthi; tanha.

sassata vada

De leer van het eeuwigdurende. Zie ditthi; tanha.

satheyya

Oplichterij. Een van de bezoedelingen van de geest. Zie upakkilesa.

sati sambojjhanga

Verlichtingsfactor van indachtigheid.

sati

Indachtigheid; oplettendheid; opmerkzaamheid; is een van de 5 spirituele vermogens en krachten (bala), een van de 7 factoren van verlichting (bojjhanga), en de 7e factor van het Achtvoudige Pad (ariya atthangika magga), en in de meest brede zin, is het een van die mentale factoren die onafscheidelijk verbonden zijn met alle karmisch heilzame (kusala) en kamma-producerend verheven (sobhana) bewustzijn. Het betekent een constante oplettendheid omtrent fysieke en mentale handelingen zodat het niet vergeten wordt goede dingen te doen en slechte dingen te vermijden. Daarom is oplettendheid het kardinale startpunt voor alle goede dingen. Zie cetasika; Tabel II. Voor de 4 fundamenten van indachtigheid, zie satipatthana.

satima

Indachtig. Zie sati.

satipatthana

Fundamenten van indachtigheid. Letterlijk: 'gewaarzijn van indachtigheid' (sati upatthana). De vier fundamenten van indachtigheid (of opmerkzaamheid) zijn: 1. contemplatie van het lichaam (kaya nupassana); 2. contemplatie van gevoelens (vedana nupassana); 3. contemplatie van de toestanden van gedachten (citta nupassana); 4. contemplatie van objecten voor de geest (dhamma nupassana).

Een gedetailleerde verhandeling omtrent dit onderwerp dat zo belangrijk is voor de beoefening van de boeddhistische geestelijke ontwikkeling, wordt gegeven in de 2 Satipatthana Sutta's D22 en M010, die zowel in het begin als aan het einde deze belangrijke woorden verkondigen: "Dit is de enige weg (ekayana), monniken, voor de zuivering van wezens, voor het overwinnen van verdriet en weeklagen, voor de vernietiging van lijden en smart, voor het bereiken van het juiste pad, voor de verwezenlijking van Nibbana, namelijk, de Vier Fundamenten van Indachtigheid."

Na deze inleidende woorden, en op de vraag welke 4 fundamenten het hier betreft, wordt er gezegd dat door de monnik; 1. de indachtigheid van het lichaam wordt beoefend (kaya nupassana); 2. de indachtigheid van de gevoelens wordt beoefend (vedana nupassana); 3. indachtigheid van de geest wordt beoefend (citta nupassana) en; 4. indachtigheid van de objecten van de geest wordt beoefend (dhamma nupassana). "Hij doet dat ijverig (atapi), met helder begrip (sampajano) en indachtig (satima), terwijl hij de hebzucht (abhijjha) en smart (domanassa) in deze wereld (loke) (van het lichaam, de gevoelens, gedachten en objecten van de geest) opgeeft."

Deze 4 contemplaties moeten in de praktijk niet gezien worden als louter los van elkaar staande oefeningen, maar in tegenstelling hiervan, althans in vele gevallen en in het bijzonder in de meditatieve verdiepingen (jhana), als dingen die onafscheidelijk met elkaar verbonden zijn. Daarbij vormt de Satipatthana Sutta een illustratie van een manier op welke deze 4 contemplaties met betrekking tot de 5 groepen van het bestaan (pa˝ca kkhandha, zie pa˝ca upadana kkhandha), geleidelijk aan gerealiseerd worden en uiteindelijk leiden naar het inzicht in de onpersoonlijkheid van iedere bestaansvorm.

De indachtigheid van het lichaam (kaya nupassana)

De indachtigheid van het lichaam bestaat uit de volgende oefeningen: opmerkzaamheid van de in- en uitademing (anapana sati); opmerkzaamheid van de 4 lichaamshoudingen (iriyapatha); opmerkzaamheid en helderheid van bewustzijn (satisampaja˝˝a); bespiegeling van de 32 delen van het lichaam (kayagatasati en asubha); analyse van de 4 fysieke elementen (dhatuvavatthana); en de meditaties van de begraafplaats (sivathika).

2. De indachtigheid van gevoelens (vedana nupassana)

Alle gevoelens die in de meditator opkomen dienen duidelijk gezien te worden voor wat ze zijn, zonder aan wat voor een gevoel dan ook vast te klampen. Hij herkent aangename gevoelens, onaangename gevoelens, beiden, van het lichaam en van de geest; hij herkent een neutraal gevoel; hij herkent een gewoon werelds aangenaam of onaangenaam gevoel of een spiritueel gevoel, aangenaam of onaangenaam. Er wordt alleen maar gekeken naar wat er is, en niets meer, waardoor alle gevoelens op den duur goed begrepen worden voor wat ze zijn. Uiteindelijk realiseert men zich dat het slechts -- net zoals alle andere dingen -- opkomende en verdwijnende verschijnselen zijn.

3. De indachtigheid van de geest (citta nupassana)

Verder ziet en begrijpt men elke staat van de geest, of die hebzuchtig (lobha) is of niet hebzuchtig, met haat (dosa) of zonder haat, in onwetendheid (moha) verkeert of niet in onwetendheid verkeert, hij herkent de vernauwde geest (sankhitta) als de vernauwde geest, hij herkent de afgeleide geest (vikkhitta) als de afgeleide geest, ontwikkeld (mahaggata) of niet ontwikkeld (amahaggata of kamavacara), overtrefbaar (sauttara) of de onovertrefbare geest (anuttara), de geconcentreerde (samahita) of de niet geconcentreerde geest (asmahita), de bevrijde geest (vimutta) of de niet bevrijde geest (avimutta).

4. De indachtigheid van mentale objecten (dhamma nupassana)

In dit deel van de satipatthana meditatie worden 5 objecten van de Dhamma onder de loep genomen.

  1. Hindernissen: Hij weet of de vijf hindernissen (pa˝ca nivarana) in hem aanwezig of afwezig zijn; hij begrijpt hoe ze opkomen en hij begrijpt hoe ze te overwinnen zijn indien ze opgekomen zijn. Ook weet hij hoe ze in de toekomst niet meer opkomen. Elk van de vijf hindernissen wordt in deze oefening aanschouwd.
  2. Groepen van hechten: Hij kent de aard van de vijf groepen van hechten (pa˝ca upadana kkhandha) oftewel de vijf groepen van het bestaan. Hij weet hoe ze opkomen en hoe ze weer verdwijnen en hij ziet ze als zijnde ledig, instabiel en zonder werkelijkheidswaarde.
  3. Zintuigbases: Hij kent de 12 bases van elke mentale activiteit (ayatana): het oog en een beeld, het oor en een geluid, de neus en een geur, de tong en een smaak, het lichaam en tastbare dingen, de geest en mentale objecten. Hij begrijpt de banden (sa˝˝ojana) die afhankelijk van de innerlijke zintuigbases (oog, oor, etc.) en de externe zintuigbases (beeld, geluid, etc.) ontstaan; hij begrijpt hoe een band tot stand komt en hij begrijpt hoe die overwonnen wordt en dan in de toekomst niet meer tot stand komt.
  4. Factoren van verlichting: Hij weet wanneer een factor van verlichting (bojjhanga) aanwezig is of wanneer die afwezig is; hij weet hoe hij de factoren moet ontwikkelen als ze niet aanwezig zijn en wanneer ze wel aanwezig zijn, dan weet hij hoe deze verder ontwikkeld moeten worden.
  5. Vier Edele Waarheden: Verder begrijpt hij elk van de Vier Edele Waarheden (cattari ariya sacca). "Hierin, monniken, begrijpt een monnik overeenkomstig met de realiteit: 1. 'Dit is lijden' (dukkha); en hij begrijpt overeenkomstig met de realiteit: 2. 'Dit is de oorzaak van lijden' (samudaya); en hij begrijpt overeenkomstig met de realiteit: 3. 'Dit is de opheffing van lijden' (nirodha); en hij begrijpt overeenkomstig met de realiteit: 4. 'Dit is het pad dat leidt tot opheffing van lijden' (magga)."

De 4 contemplaties bevatten verscheidene oefeningen, maar de satipatthana moet niet gezien worden als louter een collectie van meditatieonderwerpen omdat elk van hen er uitgehaald kan worden om los van de andere te beoefenen. Ofschoon de meeste van de oefeningen ook elders in de boeddhistische geschriften verschijnen, zijn ze in de context van deze sutta hoofdzakelijk bedoeld voor indachtigheid en inzicht, zoals gezegd in de zich steeds herhalende passage ter afsluiting van iedere sectie van de toespraak (zie hierna). De 4 contemplaties bedekken alle 5 groepen van het bestaan (khandha's) omdat indachtigheid bedoeld is om de gehele persoonlijkheid te belichten. Vandaar dat voor de volledige ontwikkeling van indachtigheid, de oefening zich moet uitstrekken naar alle 4 de types van contemplatie, hoewel niet elke oefening die genoemd is onder deze vier fundamenten, steeds beoefend hoeft te worden.

Een methodische beoefening van deze satipatthana moet worden gestart met ÚÚn van de oefeningen uit de groep 'indachtigheid van het lichaam', die dienst zal doen als het primaire en vaak terugkerende onderwerp van meditatie. Het is aan te bevelen om te starten met de oefening van de in- en uitademing omdat deze het meest eenvoudig is. De Boeddha beoefende deze indachtigheid van de in- en uitademing (anapana sati) zelf in de avond voor zijn verlichting. De oefeningen van de groep en die van de andere contemplaties, zijn ervoor, om gecultiveerd te worden wanneer de omstandigheden zich voordoen gedurende de meditatie en in het dagelijkse leven waarmee meditatie altijd verweven is.

Na iedere contemplatie laat de Boeddha zien hoe dit uiteindelijk leidt tot inzicht-wijsheid:

"Zo, met het beschouwen van zijn eigen lichaam beschouwt hij het lichaam; met het beschouwen van de lichamen van anderen beschouwt hij het lichaam; en met de beschouwing van beiden beschouwt hij het lichaam. Hij beschouwt het opkomen van dingen (samudayadhamma) omtrent het lichaam; hij beschouwt het vergaan van dingen (vayadhamma) omtrent het lichaam; of hij beschouwt het opkomen Ún het vergaan van dingen omtrent het lichaam."

"Of zijn indachtigheid is gegrondvest op de gedachte: 'Er bestaat slechts een lichaam' (er is slechts een lichaam, maar er is geen levend wezen, geen individu, geen vrouw, geen man, geen zelf, niets dat behoort tot een zelf; noch een persoon, noch iets dat tot een persoon behoort; Com.), juist zoveel als nodig is voor inzicht en indachtigheid, en hij leeft onafhankelijk en grijpt zich nergens in de wereld aan vast. Zo, monniken, leeft een monnik en beoefend hij de indachtigheid van het lichaam."

Op dezelfde manier beschouwt hij ook gevoel, de geest en mentale objecten.

In M118 (Anapanasati Sutta) wordt aangetoond hoe de vier fundamenten van indachtigheid tot stand gebracht kunnen worden door de oefening van de in- en uitademing (anapana sati). Een eenvoudige beschrijving voor meditatie is te vinden onder ariya atthangika magga. Zie het artikel Mediteren op de vijf onderwerpen van de Dhamma in Dhp296-301. Zie ook satipatthana; Maha Satipatthana Sutta, D22.

satisampaja˝˝a

Opmerkzaamheid en helderheid van bewustzijn.

sato

Bewust; aandachtig.

satta visuddhi

De 7 stadia van zuivering. Zie visuddhi.

satthaka sampaja˝˝a

Helder begrip omtrent het doel.

sauttara citta

Overtrefbare geest. Het bewustzijn dat tot de zintuiglijk sfeer (kama loka) en de fijnstoffelijke sfeer (rupa loka) behoort. Zie ook abhi˝˝a.

sekha

Sekha duidt op de drie lagere fases van bevrijding voordat Arahatschap wordt bereikt, te weten sotapatti, sakadagami en anagami.

sektes in india

Nigantha's (Naakte Asceten, de Jains); Jatila's; Ajivaka's. ##uitwerken##

siddhatta

De naam van de Boeddha voor zijn verlichting. Siddhatta betekent: 'hij die zijn doel bereikt heeft'.

sihanada

Een 'brul van de leeuw' (sihanada) is, overeenkomstig met MA, een brul van oppergezag en angstloosheid, een brul die niet tot zwijgen te brengen is (te weerleggen). Zie o.a. M011.

sikkha

Training. De training die de leerlingen van de Boeddha dienen te ondergaan, is drievoudig: 1) de training in hogere moraliteit (adhisila sikkha); 2) de training in hogere mentaliteit (adhicitta sikkha); en 3) de training in hogere wijsheid (adhipa˝˝a sikkha). Deze drievoudige training (tividha sikkha) verwijst naar de 3 divisies van het Achtvoudige Pad (ariya atthangika magga) van moraliteit (sila), concentratie (samadhi) en wijsheid (pa˝˝a). In D. 16 en in A. 4: 1 wordt gezegd:

"Monniken, het is door het niet begrijpen, het niet doorgronden van vier dingen dat wij zo lang ronddoolden, zo lang rondzwierven in deze cyclus van het bestaan, zowel jullie als ik. Wat zijn deze vier dingen? Deugdzaamheid, concentratie, wijsheid en bevrijding. Maar, monniken, toen deze vier dingen begrepen en doorgrond waren, werd daarmee de hunkering naar het bestaan ontworteld, vernietigd is datgene wat naar de cyclus van wedergeboorte leidt."

"Dit is moraliteit, dit is concentratie, dit is wijsheid, dit is bevrijding. Concentratie (meditatie), monniken, die ondersteund wordt door deugdzaamheid brengt veel vruchten voort, veel zegening. De geest, die ondersteund wordt door wijsheid, is volledig en geheel bevrijd van alle aantastingen (asava's), namelijk: de aantasting van zintuiglijke begeerten (kamasava), de aantasting van worden (bhavasava), de aantasting van opvattingen (ditthasava) en de aantasting van onwetendheid (avijjasava)." Zie ook asava; ariya atthangika magga.

sikkhapada

Stappen van training; morele regels. ##uitwerken##.

5 morele regels (pa˝ca sila):

Dit zijn de regels waaraan alle boeddhisten zich dienen te houden:

  1. Ik neem me voor mezelf te trainen om niet te doden.
    (panatipata veramani sikkhapadam samadiyami)
  2. Ik neem me voor mezelf te trainen om niet te stelen.
    (adinnadana veramani sikkhapadam samadiyami)
  3. Ik neem me voor mezelf te trainen om me te onthouden van onwettige seksuele gemeenschap.
    (kamesu micchacara veramani sikkhapadam samadiyami)
  4. Ik neem mij voor mezelf te trainen om niet te liegen.
    (musavada veramani sikkhapadam samadiyami)
  5. Ik neem mij voor mezelf te trainen om me te onthouden van alcohol en andere drugs.
    (surameraya majja ppamadatthana veramani sikkhapadam samadiyami)

8 morele regels: (attha sila) zie ook uposatha.

  1. Ik neem me voor mezelf te trainen om niet te doden.
    (panatipata veramani sikkhapadam samadiyami)
  2. Ik neem me voor mezelf te trainen om niet te stelen.
    (adinnadana veramani sikkhapadam samadiyami)
  3. Ik neem me voor mezelf te trainen om me te onthouden van seksueel verkeer.
    (abrahmacariya veramani sikkhapadam samadiyami)
  4. Ik neem mij voor mezelf te trainen om niet te liegen.
    (musavada veramani sikkhapadam samadiyami)
  5. Ik neem mij voor mezelf te trainen om me te onthouden van alcohol en andere drugs.
    (surameraya majja ppamadatthana veramani sikkhapadam samadiyami)
  6. Ik neem mij voor mezelf te trainen om niet te eten op de verkeerde tijd.
    (vikalabhojana veramani sikkhapadam samadiyami)
  7. Ik neem mij voor mezelf te trainen om me te onthouden van dansen, zingen, muziek, naar vermaken te gaan kijken, kransen te dragen, het opmonteren met parfums en me te verfraaien door cosmetica.
    (nacca gita vadita visukadassana mala gandha vilepana dharana mandana vibhusanatthana veramani sikkhapadam samadiyami)
  8. Ik neem mij voor mezelf te trainen om niet te slapen op een hoge of weelderige slaapplaats.
    (uccasayana mahasayana veramani sikkhapadam samadiyami)

10 morele regels (dasa sila).

Deze regels gelden voor alle novices (samanera's) en monniken (bhikkhu's):

  1. Ik neem me voor mezelf te trainen om niet te doden.
    (panatipata veramani sikkhapadam samadiyami)
  2. Ik neem me voor mezelf te trainen om niet te stelen.
    (adinnadana veramani sikkhapadam samadiyami)
  3. Ik neem me voor mezelf te trainen om me te onthouden van seksueel verkeer.
    (abrahmacariya veramani sikkhapadam samadiyami)
  4. Ik neem mij voor mezelf te trainen om niet te liegen.
    (musavada veramani sikkhapadam samadiyami)
  5. Ik neem mij voor mezelf te trainen om me te onthouden van alcohol en andere drugs.
    (surameraya majja ppamadatthana veramani sikkhapadam samadiyami)
  6. Ik neem mij voor mezelf te trainen om niet te eten op de verkeerde tijd.
    (vikalabhojana veramani sikkhapadam samadiyami)
  7. Ik neem mij voor mezelf te trainen om me te onthouden van dansen, zingen, muziek, naar shows te gaan kijken.
    (nacca gita vadita visuka dassana veramani sikkhapadam samadiyami)
  8. Ik neem mij voor mezelf te trainen om me te onthouden van het dragen kransen, het opmonteren met parfums en me te verfraaien door cosmetica.
    (mala gandha vilepana dharana mandana vibhusanatthana veramani sikkhapadam samadiyami)
  9. Ik neem mij voor mezelf te trainen om niet te slapen op een luxueuze slaapplaats.
    (uccasayana mahasayana veramani sikkhapadam samadiyami)
  10. Ik neem mij voor mezelf te trainen om geen goud of zilver (geld) aan te nemen.
    (Jatarupa rajata patiggahana veramani sikkhapadam samadiyami)

In de set van 8 regels (attha sila) welke op volle maan en op dagen van nieuwe maan, op eerste en laatste kwartier van de maan, door vele lekenvolgelingen (upasaka, zie daar) in acht worden genomen, is de derde regel -- die van de onthouding van onwettelijk seksueel verkeer -- vervangen door de algehele onthouding van seksueel verkeer. Brahma cariya verwijst naar een puur (kuis) of heilig leven. De nummers 7 en 8 van de set van 10 regels zijn samengevoegd en nummer 9 is nummer 8 geworden. Zie o.a. Snp2-14.

Zie ook uposatha.

sikkhapada's

Regels; discipline. De eerste regels die door de Boeddha waren neergelegd waren de basisregels (mulapa˝˝atti) en werden later uitgebreid met de annupa˝˝atti. Samen bekend als regels of discipline (sikkhapada's).

sila paramita

Perfectie van moraliteit. Zie paramita.

sila parisuddhi padhaniyanga

Een van 'De 4 elementen van de inspanning voor zuiverheid'. Zie parisuddhi padhaniyanga.

sila sampada

Volbrenging van deugdzaamheid.

sila sikkha

Training in moraliteit.

sila

Moraliteit; deugdzaamheid. ##uitwerken## Zie ariya atthangika magga.

silabbata paramasa

Hechten aan louter rituelen en ceremonieŰn. Zie sa˝˝ojana.

silakkhandha

Groep van moraliteit.

silanussati

Bespiegeling van moraliteit.

silava

Morele gewoonten.

siloka

Een van Mara's legers. Zie Mara, legers van.

sivathika

Contemplaties op de begraafplaats.

sobhana sadharana cetasika

'Heilzaam', 'mooi', 'zuiver' wordt genoemd in AbhS als staten van bewustzijn, behalve de onheilzame staten en die staten zonder wortel (ahetuka). Zie Tabel II; cetasika.

De corresponderende term in het gebied van onheilzaam bewustzijn is akusala sadharana cetasika.

sobhana

'Verheven', 'heilzaam', 'zuiver', zie bijvoorbeeld sobhana sadharana cetasika.

sobhanakarana

Dhamma deugden van hoog niveau.

soka

Verdriet. "En wat is verdriet? Het is het verdriet dat ontstaat door enigerlei verlies of ongeluk dat men ontmoet, het verdrietige, de verdrietige staat van de geest, het innerlijke verdriet, innerlijke ellende -- dit heet verdriet." D22

somanassa

Mentaal aangenaam gevoel; gelukkig gevoel; vreugde gevoel; vreugdevol gevoel. Zie vedana.

sopadisesa nibbana

Zie nirodha.

soracca

Bescheidenheid; zachtmoedigheid.

sota

Oor.

sotapannassa angani

'De kenmerkende kwaliteiten van een in de stroom getredene', zijn viervoudig: 1) onwrikbaar geloof in de Boeddha; 2) onwrikbaar geloof in de Dhamma; 3) onwrikbaar geloof in de Sangha; en 4) perfecte moraliteit (de vijf regels van moreel gedrag perfect naleven). Verklaard in S. 55: 1 en in D. 33. In S. 47: 8 en in Netti-ppakarana worden deze vier kwaliteiten sotapattiyanga (zie daar) genoemd.

sotapatti magga

Het pad van de in de stroom getredene. Zie ariya puggala/ariya.

sotapatti phala

Vruchten van het pad van de in de stroom getredene. Zie ariya puggala/ariya.

sotapatti

De in de stroom getredene. Zie ariya puggala/ariya; sa˝˝ojana. ##uitwerken##.

sotapattiyanga

'De 4 (inleidende) voorwaarden voor het in de stroom treden', zijn: 1) gezelschap van goede mensen (sappurisa samseva); 2) het horen van de Goede Wet (de Dhamma); 3) wijze overwegingen (yoniso manasikara); 4) in overeenstemming met de Dhamma leven. S. 55: 5; D. 33. Zie ook sotapannassa angani.

sotayatana

Basis van het oor.

spontane geest

Zie asankharika citta.

Srassati

Rivier de Srassati. Geen toelichting.

subha kinna deva's

De glorierijke goden. Zie deva.

subha

Aangenaam, zie accutam thanam. Zie Dhp166; Dhp225 voor meer informatie over Nibbana.

sudassa deva's

De goden die mooi zijn om te zien (anagami). Zie deva.

sudassi deva's

De goden die het mooie zien (anagami). Zie deva.

suddhavasa

De 'Zuivere Verblijven', is een groep van vijf hemelen die tot de fijnstoffelijke wereld (rupa loka, zie loka; avacara) behoren, waar alleen de niet-terugkerenden (zie anagami) worden geboren, en van waaruit zij Arahatschap en Nibbana verwezenlijken (Zie ariya puggala/ariya; deva; sa˝˝ojana). De namen van deze bewoners (de anagami's die daar verblijven) van de Zuivere Verblijven zijn: Aviha; Attapa; Sudassa; Sudassi; Akanittha.

suddhi

'Zuiverheid', een andere naam voor Nibbana.

sugata

Een naam die aan de Boeddha werd toegekend. Zie namen voor de boeddha.

sukha vedana

Aangenaam gevoel of gelukkig gevoel. Zie vedana; sukha.

sukha

Aangenaam; geluk; plezierig; vreugde; zegening. Het is een van de drie gevoelens (vedana) en kan zowel lichamelijk als mentaal zijn. De teksten onderscheiden het geluk dat via de zintuigen wordt ervaren en het geluk dat voortkomt uit mentale verzaking, d.w.z. werelds (samisa) en niet-werelds (niramisa) geluk, zie M010; D22. Geluk is een onontbeerlijke voorwaarde om concentratie van de geest te verwerven (samadhi) en daarom is het een van de vijf jhana-factoren (jhananga) om de meditatieve verdiepingen (jhana's) te verwerven en is tot en met de 3e meditatieve verdieping aanwezig. "Geluk heeft concentratie van de geest als haar voordeel en beloning." A10-001. "In iemand de is vervuld met geluk, daar heeft juiste concentratie (samma samadhi) een fundament gevonden." A10-003.

Dubbele betekenis: geluk

De Pali woorden piti en sukha betekenen allebei o.a. geluk, maar zijn niet gelijk aan elkaar.

sukkha vipassako

Een beoefenaar van essentieel inzicht.

Sumagadha

De Mooie Lotusvijver Zie Veluvana.

Sundarika

Rivier de Sundarika. Geen toelichting.

su˝˝ata ceto vimutti

De lege of de onbezette bevrijding van de geest. Zie ceto vimutti.

su˝˝ata nupassana

'Contemplatie van leegheid', is een van de 18 soorten van inzicht-kennis. Zie vipassana.

su˝˝ata

Leegheid.

sutta nipata

Collectie van Toespraken. Zie Een rondleiding door de Ti Pitaka.

sutta pitaka

Mand van de toespraken. Tweede divisie van de Pali canon. Zie Een rondleiding door de Ti Pitaka.

sutta

Toespraak; leerrede.

Svakkhato Bhagavata Dhammo

Een van De deugden van de Dhamma (Dhp364).

t

tacchaka

De timmerlieden. Zie Dhp080 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

tadanga pahana

'Overwinnen door de tegenstelling', is een van de 5 pahana's, zie daar.

tadanga pahana

'Dit overwinnen door dat', zie vipassana.

tadarammana citta

'Registrerend bewustzijn' (zie Tabel I, 40-49; 56) is het laatste stadium in het gehele proces van bewustzijn (citta vithi) direct voordat het in het onderbewustzijn afdaalt. Het komt niet voor in het bewustzijn van de verdiepingen (jhana) en ook niet in het bovenwereldse bewustzijn, maar alleen bij grote of duidelijke objecten van de zintuiglijke sfeer. Zie ook de 14 functies van bewustzijn (vi˝˝ana kicca).

tadarammana

'Registreren', is een van de 14 functies van bewustzijn (vi˝˝ana kicca). Letterlijk 'dat object' of 'dat als object hebben'. Zie tadarammana citta.

tadino

Stabiele personen. Zie Dhp096 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

tama yoga

'Keten van duisternis'.

tanha samyojanam

Keten van begeerte.

tanha vicarita

De 18 'gedachtekanalen van begeerte'. Zie tanha.

tanha

Begeerte; dorst; hunkering, is de hoofdoorzaak van lijden en van de alsmaar continuerende cyclus van ontelbare wedergeboorten. Synoniem: lobha; abhijjha; kama; raga. In ethische zin betekent het begeerte, hebzucht, hartstocht, maar psychologisch gezien betekent het het kleven van de geest aan mentale objecten.

"En wat, monniken, is de Edele Waarheid van de Oorzaak van Lijden? Het is de hunkering die wedergeboorte veroorzaakt en welke gepaard gaat met hartstocht en wellust, en welke bevrediging zoekt in dingen, dan weer hier, dan weer daar, namelijk: 1. hunkering naar zintuiglijke geneugten (kama tanha), 2. hunkering naar bestaan (bhava tanha), en 3. hunkering naar niet-bestaan (vibhava tanha)." D22

Drie vormen van begeerte

De hoofdoorzaak van het lijden dat ervaren wordt, is een emotionele drang (begeerte) om te 'verpersoonlijken'. De persoonlijkheid komt in het bestaan door deze 'verpersoonlijking'.

Er zijn drie vormen van begeerte:

  1. kama tanha: Wanneer hunkering, begeerte naar objecten, verbonden is met zintuiglijke geneugten, wordt dit genoemd: zintuiglijke begeerte (kama tanha).
  2. bhava tanha: Wanneer zintuiglijke begeerte gepaard gaat met het geloof in een eeuwig persoonlijk voortbestaan, dat alles eeuwig is, dan noemen we dat: 'hunkering naar bestaan en worden' (bhava tanha). Dit staat bekend als: 'het van mening zijn dat alles eeuwig is' (sassata ditthi), gehecht zijn aan het proces van worden, het verlangen om steeds te continueren en voor altijd te bestaan.
  3. vibhava tanha: Wanneer zintuiglijke begeerte gepaard gaat met de mening dat alles vernietigd wordt (ook dat er na de dood niets meer zal zijn), de mening van vernietiging, wordt het 'hunkering naar niet-bestaan' genoemd (vibhava tanha). Dit staat bekend als 'de mening van het nihilisme' (uccheda ditthi).

Deze begeerte is een sterke emotionele kracht die in elk wezen latent aanwezig is. Het is de hoofdoorzaak van lijden. Het is deze begeerte, zowel in grovere als in subtielere vorm, die steeds weer naar geboorte in samsara leidt en dat ervoor zorgt dat men zich vastklampt aan alle vormen van het leven en aan persoonlijkheid (waardoor men niet objectief kan zijn).

De meest krachtige vorm van begeerte is (kama tanha) die verzwakt wordt door de realisering van sakadagami, de tweede fase van heiligheid. Bij het realiseren van anagami wordt kama tanha volledig uitgerukt. De subtielere vormen van begeerte (de begeerte naar de fijnstoffelijke en onstoffelijke sferen (rupa tanha en arupa tanha) worden uitgerukt bij het realiseren van Arahatschap.

Zie ook

 

Tanha is de 8e link in de formule van het voorwaardelijk ontstaan (paticcasamuppada) en wordt geconditioneerd door gevoel (vedana) dat weer geconditioneerd wordt door contact (phassa) etc. Zie D22 of in cattari ariya sacca, de sectie omtrent de 2e edele waarheid.

Met betrekking tot de 6 zintuigobjecten, zijn er 6 soorten van begeerten: begeerte naar visuele objecten (rupa tanha), naar hoorbare geluiden (saddha tanha), naar te ruiken geuren (gandha tanha), naar proefbare smaken (rasa tanha), naar lichamelijke indrukken oftewel tastbare objecten (photthaba tanha) en begeerte naar mentale indrukken of gehechtheid aan dogma's (dhamma tanha). (M. 9; D. 15).

Met betrekking tot het drievoudige bestaan (de drie sferen), zijn er 3 soorten: begeerte naar de zintuiglijke wereld (kama tanha), naar de fijnstoffelijke wereld (rupa tanha), en de onstoffelijke wereld (arupa tanha). (D. 33).

Er zijn 18 'gedachtekanalen van begeerte' (tanha vicarita) die interne aanleiding geven, en 18 die externe aanleiding geven, en omdat ze in het verleden, in het heden en in de toekomst verschijnen, zijn het er in totaal 108. Zie A. 4: 199; Vibh. 17 (Khuddakavatthu Vibhanga).

Over begeerte naar bestaan (bhava tanha) is gezegd (A. 10: 62): "Geen eerste begin van de begeerte naar bestaan kan worden waargenomen, monniken; voordat het er was niet en ook niet nadat het in het bestaan kwam. Maar het kan zo gezien worden, dat begeerte naar bestaan haar specifieke voorwaarde heeft. Ik zeg, monniken, dat ook de begeerte naar bestaan haar voorwaarde heeft, dat het voedt (sadharam) en niet zonder voorwaarde is. En welke is dat? 'Onwetendheid', dient men daarop te antwoorden. -- Onwetendheid en begeerte naar bestaan, worden 'de voor de hand liggende oorzaken die naar gelukkige en ongelukkige bestemmingen (koersen van bestaan)' genoemd." Zie Vis. 17: 36-42.

De meest frequente synoniemen voor tanha zijn raga en lobha (zie mula).

Zie cattari ariya sacca voor meer verwijzingen naar gerelateerde informatie.

tanhakkhayo

Uitblussing van hunkering.

tanhanam khayam ajjhaga

Letterlijk 'het ophouden van begeerte bereikt', hetgeen Nibbana is. Nibbana is het hoogste doel binnen het boeddhisme.

Zie Dhp153-154 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

tanhasama

Vergelijkbaar met begeerte. Zie Dhp251 voor meer uitleg en gerelateerde informatie. Zie ook asava.

tapo

Zelfbeheersing, controle, religieuze oefening. Het te boven komen van begeerte (lobha) en haat (dosa) door de controle op de zintuigen en het te boven komen van luiheid en traagheid (zie pa˝ca nivarana) door het opwekken van energie (zie padhana).

tathagata

Dit woord gebruikte de Boeddha meestal als hij naar zichzelf verwees. Het betekent letterlijk: 'hij die zo gegaan is' of 'hij die bij de waarheid is aangekomen' of 'hij die de dingen begrijpt zoals ze zijn en niet anders'. Tatha + gata.

tatiyajjhana

3e meditatieve verdieping.

tatra majjhattata

Gelijkmoedigheid; geestelijk balans; evenwichtigheid van geest; dat wil zeggen, de staat van de geest die noch aan een object kleeft, noch daar afkerig van is. Letterlijk: 'het hier en daar in het midden blijven'. Dit wordt ook genoemd 'gelijkmoedigheid van de verheven sferen' (upekkha brahmavihara), en gelijkmoedigheid met betrekking tot de factoren van verlichting (upekkha sambojjhanga). Tatra majjhattata is de naam voor een hoge ethische kwaliteit die tot de groep van sankhara's behoort en staat veelal bekent onder de naam upekkha. In de meest brede zin gaat het samen met alle soorten van zuiver bewustzijn.

Zie cetasika; Tabel II.

"Tatra majjhattata wordt genoemd: 'in het midden blijven bij alle dingen.' Het heeft als kenmerk dat het strekt tot evenwichtigheid van bewustzijn en de mentale factoren. Als aard (functie rasa): dat het buitensporigheden en tekortkomingen voorkomt, of dat het een einde maakt aan partijdigheid. Als manifestatie: dat het het waardige midden aanhoudt." Vis. 14.

tavatimsa deva's

De drieŰndertig goden. Zie deva; tavatimsa.

tavatimsa

Hemel van de drieŰndertig. Een van de zes hemels van de zintuiglijke sfeer: (kamavacara) of (kama loka) is de sfeer waarin wij leven. Zie deva. Hier predikte de Boeddha de Abhidhamma tot zijn moeder die zeven dagen na Siddhatta's geboorte was gestorven en in de Tusita hemel als een man was wedergeboren. Zij (hij dus), kwam naar de Tavatimsa hemel om naar de leerrede te luisteren. Het is ook de Tavatimsa hemel waar de Bodhisatta verbleef voordat hij naar deze wereld afdaalde en waar momenteel de toekomstige Boeddha Metteyya verblijft.

te vijja

Drievoudige kennis, zie abhi˝˝a 4-6.

tejo dhatu

'Vuurelement' oftewel 'hitte' is een van de 4 grote elementen, zie dhatu.

tejo

Zie tejo dhatu; dhatu.

thambha

Stijfhoofdigheid. Een van de bezoedelingen van de geest. Zie upakkilesa.

thera

Deze term is van toepassing op monniken die minstens tien jaar vanaf hun hogere inwijding in de Sangha verblijven. Thera betekent letterlijk 'goed gegrondvest', d.w.z. iemand die mentaal sterk en stabiel is. In het Nederlands wordt deze term meestal vertaald als 'ouderling'. Een monnik die twintig jaar in de Sangha voltooid heeft, wordt een Maha Thera genoemd (Grote Ouderling of Grote Eerwaarde).

theragatha

Verzen van de Monniken. Zie Een rondleiding door de Ti Pitaka.

theravada boeddhisme

'Leer van de ouderlingen', het oorspronkelijke boeddhisme. Wordt aangetroffen in Sri Lanka, Birma, Thailand, Cambodja, Laos, Chittagong (Oost Bengalen). Door de Mahayana onterecht 'het kleine voertuig' genoemd, omdat zij denken dat het voor minder mensen geschikt is dan de Mahayana stroming welke meer ritualistisch is.

theri

Theri verwijst naar een non, zie bhikkhuni.

therigatha

Verzen van de nonnen. Zie Een rondleiding door de Ti Pitaka.

thina middha

'Luiheid en traagheid' vormen samen de 3e van de 5 hindernissen (pa˝ca nivarana). Thina betekent luiheid van geest, dat wil zeggen, de dofheid van het bewustzijn van de geest bij het aanschouwen van een object. Middha betekent traagheid van de mentale aspecten, dat wil zeggen, de dofheid van de vermogens van de verscheidene mentale factoren zoals contact, gevoel, etc., zodat ze slecht samen functioneren. Luiheid en traagheid zijn al dan niet in verband te brengen met bewustzijn van een hebzuchtige aard.

Beide behoren tot de immorele mentale factoren. Zie cetasika; Tabel II.

thina

Luiheid. Zie thina middha. Luiheid is een van de immorele mentale factoren, zie cetasika; Tabel II.

thitassa a˝˝atattam

Verandering van toestand. Zie sankhatalakkhanani.

ti lakkhana

Drie eigenschappen of kenmerken van het bestaan.

Alle verschijningsvormen, alle dingen in het bestaan, hebben drie karaktereigenschappen: 1) vergankelijkheid, onbestendigheid oftewel tijdelijkheid; 2) lijden oftewel een onbevredigd aspect; 3) instabiliteit oftewel onwezenlijkheid. Het inzien van deze drie karakters is van groot belang op het pad naar ware vrijheid, omdat, wanneer men zich deze drie universele karakters realiseert, de ware wijsheid (samma pa˝˝a) geboren is. Met dit alles doordringende inzicht begrijpt men het gehele bestaan.

"Of dat er nu wel Perfecten in de wereld verschijnen, of dat er gÚÚn Perfecten in de wereld verschijnen, het blijft steeds een onwrikbare toestand, een onveranderlijk feit en vaste wet: dat alle dingen vergankelijk zijn (anicca), dat alle dingen onderhevig zijn aan lijden (dukkha), dat alle fenomenen zonder een zelf zijn (anatta)."

"Een Tathagata is volledig tot dit feit ontwaakt en doorziet dit. Nadat hij daar volledig tot ontwaakt is en dat doorziet, kondigt hij dit aan en onderwijst dit, maakt dit bekend, presenteert dit, onthult dit, verklaart dit en maakt duidelijk, dat: alle samengestelde dingen vergankelijk zijn, dat alle samengestelde dingen tot lijden strekken en dat alle dingen zonder een zelf zijn." A03-134.

"Monniken, wat denken jullie: is vorm (rupa) blijvend of vergankelijk?" -- "Vergankelijk, eerwaarde Heer." -- "Zijn gevoel (vedana), waarneming (sa˝˝a), mentale formaties (sankhara), en bewustzijn (vi˝˝ana), blijvend of vergankelijk?" -- "Vergankelijk, eerwaarde Heer."

"Welnu, is datgene dat vergankelijk is, pijnlijk of plezierig?" -- "Pijnlijk, eerwaarde Heer". -- "Welnu, is van datgene wat vergankelijk en pijnlijk is omdat het aan verandering onderhevig is, juist om te zeggen: 'Dit is van mij, dit ben ik, dit is mijn zelf?'" -- "Nee, eerwaarde Heer."

"Zo moet, monniken, iedere soort van vorm, gevoel, waarneming, mentale formaties en bewustzijn, of die in het verleden, toekomst of heden is verrezen, groot of klein, in je of buiten je, ondergeschikt of verheven, ver weg of dichtbij, met juist begrip aldus aanschouwd worden: 'Dit is niet van mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf.'" (N'etam mama; n'eso'ham asmi; na me so atta.)

"De ge´nstrueerde edele leerling, monniken, die het zo ziet, hunkert niet naar materiŰle vorm, gevoel, waarneming, mentale factoren en bewustzijn[10]. Door hartstochtloosheid is hij onthecht, door onthechting is hij bevrijd; in bevrijding ontstaat het besef dat hij bevrijd is, en hij begrijpt: 'Geboorte is vernietigd, het heilige leven is geleefd (magga brahmacariya), wat gedaan moest worden is gedaan (katam karniyam), er komt niets meer tot elke staat van bestaan (naparam itthattaya)[11].'" S22-059.

Degene die mediteert (vooral vipassana bhavana) is zich steeds bewust van de drie eigenschappen (of karakters) van het bestaan: 1) alle samengestelde dingen zijn vergankelijk (sabbe sankhara anicca); 2) alle samengestelde dingen strekken tot lijden; onbevredigdheid (sabbe sankhara dukkha); 3) alle verschijningsvormen zijn ego-loos; instabiel; onwezenlijk (sabbe dhamma anatta).

Zie voor een samenhangend geheel de beschrijving van de eerste factor (juist begrip) van het Edele Achtvoudige Pad (ariya atthangika magga). Zie ook Dhp188-192; Dhp277-279 voor meer uitleg en gerelateerde informatie. Zoek op de pagina Artikels naar Zonder een zelf of ziel artikel(s).

Literatuur: The Three Signata door Prof. O. H. de A. Wijesekera (Wheel 20); The Three Basic Facts of Existence (Wheel 186-187; 191-193; 202-204); Vis. Nanamoli Thera.

ti pitaka

Drie 'korven' of 'manden'. De boeddhistische Pali canon waarin alle teksten zijn opgetekend. Deze bestaat uit drie hoofdsecties: 1. regels (vinaya pitaka); 2. toespraken (sutta pitaka); 3. hogere Leer (abhidhamma). Zie Site Map of (uitgebreider) Een rondleiding door de Ti Pitaka voor een overzicht.

ti ratana

Drie Juwelen: de Boeddha, de Dhamma, en de Sangha. Zie ti saranagamana.

ti saranagamana

Het nemen van de drie toevluchten.

Een Boeddhist zoekt toevlucht (of heil) in de Boeddha, de Dhamma en de Sangha als de Leraar, de Leer en de Onderrichten, om bevrijding van de ziektes des levens te verwerven. De Boeddha is de verheven leraar die de weg naar bevrijding laat zien. De Dhamma is de unieke weg. De Sangha vertegenwoordigt de Onderrichten die de weg gevolgd hebben en die levende voorbeelden geworden zijn. Formeel gezien wordt iemand Boeddhist door op een verstandige manier zijn of haar toevlucht in dit Drievoudig Juweel (Ti Sarana) te nemen. De toevlucht nemen, betekent niet 'het vluchten in', maar een heil zien in het Drievoudig Juweel. Of iemand werkelijk heil ziet in het Drievoudige Juweel, zal blijken als men voor grote problemen komt te staan en dan dit Drievoudig Juweel ook daadwerkelijk gebruikt om ze te boven te komen.

Een boeddhist neemt niet zijn toevlucht in de Boeddha met de hoop dat hij gered zal worden door een persoonlijke handeling van bevrijding alsof dit van de Boeddha afhangt. Het vertrouwen van een Boeddhist in de Boeddha, is als die van een ziek persoon in een goede dokter, of van een student in zijn leraar.

Hoewel de Sangha haar carriŔre begon met slechts zestig discipelen, breidde zij zich uit tot duizenden discipelen. Destijds deden aanhangers hun intrede door het uitspreken van de drievoudige formule die bekend staat als de Drievoudige Toevlucht:

De Boeddha legt extra nadruk op het belang van het individuele streven voor zuivering en bevrijding van de alledaagse ziektes des levens. Het bidden tot anderen of het rekenen op anderen, helpt niet. Men kan zich afvragen waarom boeddhisten hun toevlucht in de Boeddha, de Dhamma en de Sangha moeten zoeken, hoewel de Boeddha zijn volgelingen zo met nadruk geadviseerd heeft om hun toevlucht niet in anderen te zoeken, maar in het nemen van de toevlucht in het Drievoudig Juweel. Echter, boeddhisten zien de Boeddha enkel en alleen als een instructeur die het pad naar bevrijding toont: de Dhamma als de enige weg of het middel, en de Sangha als het levende voorbeeld van een juiste leefwijze. Boeddhisten nemen niet aan dat zij bevrijding verwerven door louter deze woorden van vertrouwen te reciteren. Men moet zijn woorden in praktijk brengen.

tiracchana yoni

Het dierenrijk. Zie deva.

titthayatana

'De drie aanklachten van sectarisch geloof', die in A03-061 verklaard zijn als leidende tot inactiviteit, zijn: 1. het geloof dat al het geluk en alle ellende voortgebracht is door wilshandelingen (kamma) van voor de geboorte; 2. dat dingen door een god gemaakt zijn; 3. dat niets oorzakelijk is.

1. Is de leer van Nigantha Nataputta, de leider van de Niggantha's, de moderne Jains. De fout in deze leer is, dat zij geen rekening houdt met het geluk en ellende dat het gevolg is van goede of van slechte daden van het huidige leven, noch houdt zij er rekening mee dat geluk en ellende samengaat met de overeenkomstige daad. 2. Zijn alle leraren die beweren afkomstig van een god te zijn, dat alles zijn wil is en dat bevrijding van hem of van zijn 'boodschapper' afhankelijk is. 3. Is de leer van Makkhali Gosala, zie ditthi.

Overeenkomstig met bovenstaande 3 leren, is een mens niet verantwoordelijk voor zijn daden en hebben alle morele inspanningen geen enkele zin.

tividha sikkha

Drievoudige training. De boeddhistische drievoudige training is de beoefening van de drie divisies of groepen van het pad: moraliteit (sila), wijsheid (pa˝˝a), en concentratie (samadhi). Zie ariya atthangika magga; sikkha.

tulam atula˝ca sambhavam

Letterlijk: 'De meetbare en onmeetbare producerende oorzaak (van het leven)', d.w.z. de wilshandeling die wedergeboorte veroorzaakt in de zintuiglijke sfeer of in de fijnstoffelijke en de onstoffelijke sferen.

tusita deva's

De tevreden goden. Zie deva.

tusita

Een van de zes hemels van de zintuiglijke sfeer: (kamavacara) of (kama loka) is de sfeer waarin wij leven. Zie deva.

u

ubhato bhaga vimutta

'De op beide manieren bevrijde', is een van de 7 edele personen. Zie ariya puggala/ariya B. Hij is op 2 manieren bevrijd, namelijk: op de manier van alle 8 de jhana's zowel als op de manier van het bovenwereldse pad dat gebaseerd is op inzicht (vipassana). In M. 70 en D. 15 wordt gezegd:

"Wat, monniken, is 'de op beide manieren bevrijde'? Als iemand in zijn eigen persoon de 8 bevrijdingen (jhana's) en na het verstandig begrijpen van de verschijnselen, alle aantastingen (asava's) tot uitblussing zijn gekomen, dan wordt deze persoon 'de op beide manieren bevrijde' genoemd."

In de meest brede zin, is iemand een 'op beide manieren bevrijde' als iemand ÚÚn van de jhana's verworven heeft en ÚÚn van de bovenwereldse paden. Raadpleeg A. 9: 44.

De eerste bevrijding wordt ook 'bevrijding van geest' genoemd (ceto vimutti); de laatste 'bevrijding door wijsheid' (pa˝˝a vimutti). Echter, de eerste bevrijding is louter tijdelijk, omdat het een bevrijding is door uitschakeling of opschorting (vikkhambhana vimutti = vikkhambhana pahana: zie pahana).

uccheda ditthi

Van mening zijn dat alles vernietigd wordt. Zie ditthi; tanha.

uccheda vada

Leer van vernietiging, nihilisme Zie ditthi; tanha.

udana

Verheven, gewichtige of ge´nspireerde uitspraak.

udayabbayam

Het opkomen van de vijfvoudige totale ervaringswereld, namelijk de vijf aggregaten (pa˝ca khandha): 1. vorm; 2. gevoel; 3. waarneming; 4. geestesformaties; en 5. bewustzijn.

Zie pa˝ca upadana kkhandha.

uddhacca kukkucca

'Rusteloosheid en bezorgdheid', zijn samen een van de 5 hindernissen (pa˝ca nivarana). Beide behoren tot de immorele mentale factoren. Zie cetasika; Tabel II.

Zie ook individuele beschrijving uddhacca en kukkucca.

uddhacca

Rusteloosheid, opwinding of verwarring van geest wanneer een object aanschouwd wordt. Behoort tot de 10 banden (sa˝˝ojana) en in combinatie met bezorgdheid (kukkucca) is het een van de 5 hindernissen (pa˝ca nivarana). Het is een van die mentale factoren die onafscheidelijk verbonden zijn met immoreel bewustzijn (akusala sadharana cetasika). Zie cetasika; Tabel II.

uddhambhagiya samyojana

Hogere banden. Zie sa˝˝ojana.

uddhamsota aka nittha gami

'Iemand die stroomopwaarts gaat naar de hoogste goden', is een van de 5 Niet Terugkerenden, zie anagami.

uggaha nimitta

'Verkregen beeld', een staat van concentratie. Zie kasina; samadhi.

ujukata

'Oprechtheid' zowel van mentale factoren (kaya ujukata) als van bewustzijn (citta ujukata), is verbonden met alle soorten van zuiver bewustzijn. Zie Tabel II; cetasika.

upacara javana

Moment van inleiding. Zie javana; javana citta.

upacara samadhi

Nabijheid-concentratie. Zie kasina; samadhi.

upadana kkhandha

Groepen van hechten. Zie pa˝ca upadana kkhandha.

upadana

Hechten; vastklampen. Er zijn vier hoofdgroepen van hechten: zintuiglijke geneugten (kama raga), meningen (ditthasava), extreem religieuze discipline (silabbata paramasa), ideeŰn (theorieŰn) over een 'zelf' (sakkaya ditthi). Dit is slechts een lijst van hechten; dit betekent DUS niet dat dit alle vormen van hechten behelst. ##uitwerken##.

upadayarupa

Ontleningen; afgeleid van.

upadhi viveka

Zie viveka; upadhi.

upadhi

Basis gehechtheden, substratum van het bestaan. Met de basis gehechtheden wordt normaalgesproken verwezen naar de bezittingen, de bagage en andere persoonlijke eigendommen die nomadenfamilies met zich meesjouwen tijdens hun zwerftochten. Op het psychologische niveau verwijst het naar alles waarbij men een gevoel of idee van "ik", "mij" of "mijn" heeft (zelfidentificatie) en als gevolg daarvan dingen meesjouwt als een soort mentale bagage. Zie ook viveka.

upadi

Letterlijk: 'Iets dat iemand vastgrijpt, waaraan hij zich hecht', dat wil zeggen, de vijf groepen van hechten (pa˝ca upadana kkhandha).

upahacca parinibbayi

'Iemand die het Nibbana bereikte nadat hij in de tweede helft van zijn leven is', is een van de 5 Niet Terugkerenden, zie anagami.

upakkilesa

Bezoedelingen; onvolkomenheden; onvolmaaktheden. Synoniem: kilesa (maar dan een lijst van 10). Een lijst van zestien onvolkomenheden, onvolmaaktheden of bezoedelingen van de geest (cittassa upakkilesa) verschijnt o.a. in M007: 1. begeerte en onrechtmatige hebzucht (abhijjha visamalobha); 2. kwade wil (vyapada); 3. woede (kodha); 4. wrok of vijandigheid (upanaha); 5. minachting (makkha); 6. een dominante houding (palasa); 7. afgunst (issa); 8. gierigheid (macchariya); 9. illusie (maya); 10. oplichterij (satheyya); 11. stijfhoofdigheid (thambha); 12. verwaandheid (sarambha); 13. eigendunk (mana); 14. zelfverheffingwaan (atimana); 15. ijdelheid of trotsheid (mada); 16. nalatigheid (pamada).

MA vermeld dat het verlaten waarover in M007 gesproken wordt, begrepen moet worden als 'verlating door uitroeiing' (samucchedappahana), dat is: complete ontworteling door het bovenwereldse pad. De zestien bezoedelingen worden achtergelaten door de edele paden in de volgende volgorde:

  1. Door het pad van de in de stroom getredene (sotapatti magga) worden de volgende factoren uitgeroeid (verlaten): 5. minachting; 6. een dominante houding; 7. afgunst; 8. gierigheid; 9. illusie.
  2. Door het pad van de niet terugkerende (anagami magga) worden de volgende factoren uitgeroeid (verlaten): 2. kwade wil; 3. woede; 5. wrok of vijandigheid; 16. nalatigheid.
  3. Door het pad van Heiligheid (arahatta magga) worden de volgende factoren uitgeroeid (verlaten): 1. begeerte en onrechtmatige hebzucht; 11. stijfhoofdigheid; 12. verwaandheid; 13. eigendunk; 14. zelfverheffingwaan; 15. ijdelheid.

Zie ook asava; kilesa.

upanaha

Wrok of vijandigheid. Een van de bezoedelingen van de geest. Zie upakkilesa.

upanissaya paccaya

'Beslissing ondersteunende voorwaarde' is een van de 24 voorwaarden. Zie paccaya.

upanitavayo

Het einde van de levensspanne. Zie Dhp235-238 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

upapajja vedaniya kamma

Kamma dat in het volgende leven rijpt. Zie kamma.

upasaka

Lekenvolgeling van de Boeddha. Letterlijk: 'zit dichtbij', d.w.z. een lekenvolgeling is een volgeling die vervuld is met geloof en die zijn toevlucht heeft genomen in de Boeddha, de Dhamma en in de gemeenschap van edele discipelen. Zijn deugdzaamheid wordt als zuiver beschouwd als hij de 5 voorschriften volgt (zie pa˝ca sila; sikkhapada). Hij moet de volgende verkeerde manieren van levensonderhoud vermijden: handel in wapens; handel in levende wezens; handel in vlees; handel in alcohol en vergif (A05-177). Zie ook A08-075.

(Upasaka is man, upasika is vrouw).

upasamanussati

'Het bespiegelen van de vrede van Nibbana', is de laatste van de 10 bespiegelingen (anussati, zie daar). "Wat er ook voor dingen zijn, monniken, het hoogste daarvan is onthechting (viraga), dat wil zeggen, de vernietiging van eigendunk, het stillen van de dorst, de ontworteling van hechten, het doorbreken van de ronden van geboorten, opheffing van hunkering, onthechting, uitblussing, Nibbana." (A. 4:, 34). Zie ook bhavana.

upasampada

Hogere inwijding.

upasanta

Totale sereenheid, innerlijke kalmte. Zie Dhp096 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

upasantassa

Gekalmeerd van binnen. Zie Dhp096 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

upasika

Vrouwelijke lekenvolgeling. Zie upasaka.

upayasa

Wanhoop. "En wat is wanhoop? Het is de droefheid en wanhoop die ontstaan door een verlies of ongeluk dat men ontmoet, de staat van droefheid en radeloosheid -- dit heet wanhoop." D22.

upekkha brahmavihara

'Gelijkmoedigheid van de verheven sferen', 'evenwichtigheid van geest', is een andere naam voor tatra majjhattata.

upekkha paramita

Perfectie van gelijkmoedigheid. Zie paramita.

upekkha sambojjhanga

Verlichtingsfactor van gelijkmoedigheid. Zie upekkha.

upekkha vedana

Letterlijk: 'Neutraal gevoel of gelijkmoedig gevoel', is gelijk aan 'noch aangenaam noch onaangenaam gevoel'. Zie vedana; upekkhindrya.

upekkha

'Gelijkmoedigheid', ook wel tatra majjhattata genoemd, is een ethische kwaliteit die tot de groep van sankhara's behoort (zie pa˝ca upadana kkhandha) en moet daarom niet verward worden met 'neutraal of gelijkmoedig gevoel' (adukkha m asukha vedana) hetgeen soms ook upekkha wordt genoemd, zie vedana. Upekkha is een van de 4 verheven verblijven oftewel de 'onbegrensde sferen', zie brahma vihara, en een van de factoren van verlichting (bojjhanga).

Upekkha wordt als tatra majjhattata opgesomd in Tabel II. Zie ook cetasika.

upekkhindrya

'Het vermogen van neutraal gevoel', is een van de 5 elementen van gevoel en moet daarom niet worden verward met de ethische kwaliteit 'gelijkmoedigheid'.

uposatha sila

Regels van moraliteit. Zie uposatha.

uposatha

Letterlijk: 'vasten', dat wil zeggen, 'vastendag', is de dag van volle maan, de nieuwe maan, en de twee dagen van het eerste en laatste kwartier. Op volle maan en nieuwe maan wordt de Disciplinaire Code, de patimokkha, voor de bij elkaar gekomen monniken voorgelezen, terwijl op de vier genoemde maan-dagen veel van de gelovige lekenvolgelingen de kloosters bezoeken. Daar nemen zij dan de 8 regels in acht (attha sila) Zie sikkhapada voor de 5, 8, en 10 regels.

uppada

Opkomen. Zie sankhatalakkhanani.

ussada

Beletsels; belemmeringen. Deze zijn: 1) hartstocht (lobha); 2) haat (dosa); 3) begoocheling (moha); 4) verbeelding of eigendunk (mana); en 4) meningen (ditthi).

usukara

De pijlmakers. Zie Dhp080 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

utthana sampada

De volbrenging van volharding in inspanning. Zie A08-054; kalyanamittata; arakkha sampada; samma jivikata.

utu niyama

Fysieke gebeurtenissen. ##uitwerken##.

v

vaca

Spreken.

vaci kamma

Wilshandelingen via de spraak. Zie kamma patha.

vagga

Hoofdstuk.

vajiram iva

Zoals een diamant. Zie Dhp161 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

vajirasana

De Diamanten Zetel, de plaats die gemarkeerd is waar de Boeddha de verlichting bereikte, achter de Maha Bodhi Tempel in Bodh Gaya.

vajjadassinam; niggayhavadim

Deze twee kwaliteiten worden aangevoerd als de karaktertrekken van een persoon die constructief bekritiseert. Er zijn mensen die anderen op fouten wijzen en berispen met de bedoeling hen te beledigen. Maar hier bedoelt men de constructieve critici. Zij benadrukken natuurlijk fouten en zij berispen, maar de achterliggende bedoeling is anders. Zij treden bij deze activiteiten op als 'schatopenbaarders'. Hoe kun je nu een 'schatopenbaarder' beschrijven als iemand die beledigend is? Een gids die iemand met verkeerde bedoelingen berispt, zal onbekwaam zijn de leerling te laten beseffen welke innerlijke persoonlijke schatten hij bezit, en hij zal niet in staat zijn van hem een expert in goed gedrag te maken, zodat hij met tevredenheid voort kan gaan op het pad naar realisatie.

Zie Dhp076 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

vassa

Regenseizoen. Het regenseizoen begint halverwege juli (asalha) en duurt tot midden november (assayuga). In India kent men drie jaargetijden: regenseizoen (vassa), winter (hemanta) en het hete seizoen (gimhana).

vatthu kama

Kama als de object-basis van sensualiteit. Zie ook kama.

vatthu kamma

Objectieve sensualiteit.

vaya nupassana

'Contemplatie van het voorbij gaan', is een van de 18 soorten van inzicht-kennis. Zie vipassana.

vaya

Vergaan. Zie sankhatalakkhanani.

vayadhamma

Indachtigheid van het vergaan van dingen.

vayama

Inspanning.

vayo dhatu

'Windelement' oftewel 'beweging' is een van de 4 grote elementen, zie dhatu.

vayo

Zie vayo dhatu; dhatu.

vedana kkhandha

Groep van gevoel. Zie pa˝ca upadana kkhandha.

vedana nupassana

Contemplatie van gevoelens. Een van de vier fundamenten van indachtigheid. Zie satipatthana.

vedana upadana kkhandha

Aggregaat van het hechten aan sensaties (gevoel/gewaarwordingen). Zie pa˝ca upadana kkhandha.

vedana

Gevoel; gewaarwording.

Gevoel is een algemene mentale factor, de cetasika met als functie de 'aroma' van een object te ervaren. Een erg belangrijk principe om te weten hoe gevoelens werken, is het volgende: wanneer onze zintuigen een object verkrijgen dat wij wensen, ontstaat er een aangenaam gevoel; is er afkeer voor dat object, dan ontstaat er een onaangenaam gevoel. Zo zien we dat gevoelens puur subjectief zijn en daarom niet per definitie met zuiver bewustzijn gepaard hoeft te gaan.

Gevoel wordt hoofdzakelijk als drievoudig of als vijfvoudig geanalyseerd.

Drievoudige analyse van gevoel

Wanneer gevoel eenvoudig wordt geanalyseerd met betrekking tot de affectieve kwaliteit, is het drievoudig: aangenaam; onaangenaam; noch onaangenaam noch aangenaam oftewel neutraal. De letterlijke bewoording is als volgt:

  1. aangenaam gevoel (sukha vedana);
  2. onaangenaam gevoel (dukkha vedana);
  3. noch onaangenaam noch aangenaam gevoel (adukkha m asukha vedana).

In deze drievoudige classificatie impliceert aangenaam gevoel zowel lichamelijk aangenaam gevoel als mentaal aangenaam gevoel oftewel geluk. Onaangenaam gevoel impliceert lichamelijk ongenoegen en mentaal ongenoegen.

Woordgebruik: onaangenaam of pijnlijk

In het TA wordt dukkha vedana vertaald als onaangenaam gevoel i.p.v. pijnlijk gevoel. Hoewel 'pijnlijk gevoel' een correcte vertaling is, sluit dit in principe een toestand die niet echt pijnlijk maar wel onaangenaam is, uit.

Dubbele betekenis: geluk

De Pali woorden piti en sukha betekenen allebei o.a. geluk, maar zijn niet gelijk aan elkaar.

Vijfvoudige analyse van gevoel

Wanneer gevoel wordt geanalyseerd met betrekking tot de bepalende vermogens (indriya), worden gevoelens in vijf groepen verdeeld. Deze vijf typen van gevoelens worden 'vermogens' genoemd omdat zij heerschappij of controle (indra) uitoefenen over hun samengaande staten met betrekking tot de affectieve wijze van het ervaren van het object.

Wanneer de vijfvoudige analyse in beschouwing wordt genomen, wordt het 'aangename gevoel' van het drievoudige schema opgedeeld in genoegen (of 'aangenaamheid') (sukha) en geluk (somanassa), waarbij genoegen tot het lichamelijke wordt gerekend en geluk tot het mentale.

Het 'onaangenaam gevoel' van het drievoudige schema wordt opgedeeld in pijn (dukkha) en smart (domanassa), waarbij pijn tot het lichamelijke wordt gerekend en smart tot het mentale.

'Noch onaangenaam noch aangenaam gevoel' wordt ge´dentificeerd als een gelijkmoedig gevoel (upekkha vedana) oftewel een neutraal gevoel.

De lijst van de 5 soorten van gevoelens ziet er dus als volgt uit:

  1. lichamelijk aangenaam gevoel (kayika sukha vedana);
  2. lichamelijk onaangenaam gevoel (kayika dukkha vedana);
  3. mentaal aangenaam gevoel (somanassa) = (cetasika sukha vedana);
  4. mentaal onaangenaam gevoel (domanassa) = (cetasika dukkha vedana);
  5. gelijkmoedig gevoel of neutraal gevoel (upekkha vedana) = (adukkha m asukha vedana).

Toelichting

  1. Lichamelijk aangenaam gevoel (kayika sukha vedana) heeft de eigenschap om een begeerd tastbaar object te ervaren. Haar functie is om samengaande staten te intensiveren. Het manifesteert zich als lichamelijk genoegen. Haar directe oorzaak is het lichamelijk vermogen.
  2. Lichamelijk onaangenaam gevoel (kayika dukkha vedana) heeft de eigenschap om een niet-begeerd tastbaar object te ervaren. Haar functie is om samengaande staten te vervagen. Het manifesteert zich als lichamelijk ongenoegen. Haar directe oorzaak is het lichamelijk vermogen.
  3. Mentaal aangenaam gevoel (somanassa) heeft de eigenschap om een begeerd object te ervaren. Haar functie is deelname (sambhoga) aan het begeerde aspect van het object. Het manifesteert zich als genoegen. Haar directe oorzaak is kalmte (passaddhi).
  4. Mentaal onaangenaam gevoel (domanassa) heeft de eigenschap om een niet-begeerd object te ervaren. Haar functie is deelneming (sambhoga) aan het niet-begeerde aspect van het object. Het manifesteert zich als mentaal ongenoegen. Haar directe oorzaak is de hart-basis (hadaya vatthu).
  5. Gelijkmoedig gevoel of neutraal gevoel (upekkha vedana) heeft de eigenschap om als neutraal te worden gevoeld. Haar functie is om samengaande staten noch te intensiveren noch te vervagen. Het manifesteert zich als een vredig gevoel. Haar directe oorzaak is bewustzijn zonder interesse[12]. Een neutraal gevoel heeft ook de eigenschap van onpartijdigheid in zich dat een voorwaarde is voor het op rechtvaardige wijze kunnen oordelen.

Woordgebruik: neutraal gevoel

Gelijkmoedig gevoel of neutraal gevoel wordt vaak onvolledig vertaald door alleen het Pali woord upekkha te gebruiken. Hierdoor kan er makkelijk verwarring ontstaan. Het woord upekkha dat ook wel gebruikt wordt voor de naam tatra majjhattata, is ook een hoge ethische kwaliteit die tot de groep van sankhara's behoord en dus niet dezelfde betekenis heeft als het gelijkmoedige of neutrale gevoel. Wanneer de Pali naam wordt gebruikt voor 'gelijkmoedig gevoel' of 'neutraal gevoel', wordt in het TA upekkha vedana weergegeven om misverstanden te voorkomen.

Met betrekking tot de zes zintuigen dient men 6 soorten van gevoel te onderscheiden: gevoel dat samengaat met kijken, horen, ruiken, proeven, lichamelijke aanraking en gevoel dat ontstaat door mentale indrukken. De verwoording luidt: 'gevoel dat ontstaan is door het visuele contact' (cakkhu phassaja vedana), etc. S. 22: 55; D22.

In de sutta's spreekt de Boeddha ook over een tweevoudig gevoel: aangenaam (sukha) en onaangenaam (dukkha). Dit is een vrije of metaforische methode van analyse om het onschuldige neutrale aangename gevoel, en het laakbare neutrale pijnlijke gevoel, in elkaar te laten opgaan. Verder verklaart de Boeddha: 'alles wat gevoeld wordt is lijden' (yam ki˝ci vedayitam tam dukkhasmim, S36-011). In dit standpunt staat dukkha niet slechts voor 'onaangenaam gevoel', maar voor de veel bredere betekenis van lijden hetgeen alle geconditioneerde dingen eigen is vanwege hun vergankelijke aard: 'Omdat zij de oorzaak zijn voor het ontstaan van pijn wanneer zij veranderen.'

Aanvullende informatie

Literatuur: Contemplation on feeling; Vedana Samyutta), door Nyanaponika Thera, Wheel 303-304; M059 van het TA.

vedayita

Het tijdelijke wereldse geluk dat enkel het gevolg is van de bevrediging van een verlangen. Zie Dhp166; Dhp225 voor meer informatie over Nibbana.

Veditabbo vi˝˝uhi

Een van De deugden van de Dhamma (Dhp364).

vehapphala deva's

De goden van grote beloning. Zie deva.

veluvana

Het klooster in het Bamboebos te Rajagaha. Zie pagina Kloosters Veluvana.

vesak

Vesak is de dag van volle maan in mei waarop de geboorte, de verlichting en het sterven van de Boeddha wordt herdacht. In een schrikkeljaar valt Vesak in juni. Deze viering wordt Vesak genoemd omdat het de naam is van de maand mei in de Indiase kalender. Vesak is de belangrijkste boeddhistische viering. Het is niet een uitbundig feest, maar een viering waarin een serene en harmonieuze sfeer heerst. Mensen gaan met bloemen en kokosolie (brandstof voor de kandelaars) naar de tempel en betuigen er respect aan de Boeddha. De verschillende aanduidingen voor deze bijzondere dag zijn: Sri Lanka (Singalees): Vesak; India: Buddha Jayanti; In het Pali: Vesakha; In het Sanskriet: Vaisaka.

veyyavacca

Service.

vibhava tanha

Het verlangen om niet te worden; vernietiging. Zie ditthi; tanha.

vicara

Redenerend denken; aanhoudende gedachten. Haar functie is om de geest verbonden te houden met het object (door overweging, beschouwing, etc.) Zie vitakka vicara; cetasika; Tabel II.

vicikiccha

'Sceptische twijfel', is een van de 5 hindernissen (pa˝ca nivarana) en een van de 3 banden (sa˝˝ojana) die voorgoed verdwijnen wanneer men 'in de stroom is getreden', het eerste stadium van heiligheid (zie ariya puggala/ariya; sa˝˝ojana). Als een band (sa˝˝ojana) verwijst twijfel naar de twijfel in de Boeddha, de Dhamma en de Sangha. Voor wat betreft de training, verwijst het naar twijfels omtrent de toekomst, het verleden, geconditioneerde dingen, etc. (Dhs. 1004 -- Raadpleeg A. 10: 71). Zie ook vicikiccha onder dhamma nupassana. Zie cetasika; Tabel II.

Twijfel is ook van toepassing of dingen heilzaam zijn of niet, of ze beoefend moeten worden of niet, van een hoge of lage waarde zijn, etc. Volgens de Vis. 14: 177, is vicikiccha het gebrek aan verlangen om na te denken (te overdenken; dat wil zeggen, om tot een conclusie te komen; vugata cikiccha: 'opdrogend' cit: 'te denken'). Het heeft het kenmerk van schommeling, van wankelen, en het manifesteert zich als besluiteloosheid en een verdeelde houding. Haar directe oorzaak is het onverstandig nadenken over onbelangrijke dingen. Twijfel gaat samen met een van de 2 klassen van onheilzaam bewustzijn welke geworteld zijn in begoocheling. Zie Tabel I, nr. 32. Zie ook kankha. Vicikiccha is ook een van Mara's legers. Zie Mara, legers van.

vigata paccaya

'Verdwijning voorwaarde' is een van de 24 voorwaarden. Zie paccaya.

vihara

Verblijfplaats. Er zijn 3 verblijven: 1) de hemelse verblijfplaats (dibba vihara); 2) de goddelijke verblijfplaats (brahma vihara); 3) de edele verblijfplaats (ariya vihara). Zie A. 3: 63; D. 33.

vihimsa sankappa

Gedachten van gewelddadigheid; kwelzucht. Een van de drie verkeerde intenties. Zie ariya atthangika magga.

vihimsa vitakka

Gewelddadige gedachten. Zie vitakka.

vijanana

Gewaarzijn; kennen (van een object).

vijaya

Overwinning.

vijja parisuddhi padhaniyanga

De inspanning voor zuiverheid van hogere kennis.

vijja

Ware kennis.

vikkhambhana pahana

Het te boven komen door uitschakeling of opschorting, is een van de 5 pahana's, zie daar.

vikkhitta citta

Afgeleide geest. Dit verwijst naar de rusteloze staat van de geest (uddhacca). Dit impliceert ook gejaagdheid, wispelturigheid, steeds met iets anders bezig willen zijn etc. Zie ook abhi˝˝a.

vimamsa samadhi

De concentratie m.b.t. onderzoek.

vimamsa

Onderzoek.

vimana

Verblijf.

vimanavatthu

Verhalen van de verblijven. Zie Een rondleiding door de Ti Pitaka.

vimokkha

Vrijheid; bevrijding. A zijn de 3. B zijn de 8. ##uitwerken##.

vimutta citta

Bevrijde geest.

vimuttassa

Volledig bevrijd.

vimutti parisuddhi padhaniyanga

Een van 'De 4 elementen van de inspanning voor zuiverheid'. Zie parisuddhi padhaniyanga.

vimutti sukha

Zegen der bevrijding.

vimutti

'Bevrijding', een andere naam voor Nibbana.

vinaya pitaka

Mand van de regels. Vinaya betekent discipline in gedachten, woord en daad. Het commentaar spreekt over twee soorten van discipline: die van de huishouder -- hetgeen onthouding is van de tien immorele handelingen (akusala kamma patha) -- en die van de monnik, hetgeen het zich houden is aan de regels die staan opgesomd in de patimokkha (de code van de regels voor monniken) of de 'viervoudige morele zuiverheid' (catu parisuddhi sila). Zie Een rondleiding door de Ti Pitaka.

vi˝˝ana kicca

'Functies van bewustzijn', worden toegepast binnen het proces van bewustzijn oftewel 'cognitieve opeenvolgingen' (citta vithi). In het Abhidhamma Commentaar en Vis. 14 worden de volgende functies vermeld:

  1. wedergeboorte (patisandhi);
  2. levenscontinuŘm (bhavanga);
  3. aandacht schenken aan (avajjana) dat wil zeggen, zien, horen, ruiken, proeven, lichaamsbewustzijn;
  4. ontvangen (sampaticchana);
  5. onderzoeken (santirana);
  6. bepaling (votthapana);
  7. impuls (javana);
  8. registreren (tadarammana);
  9. sterven (cuti).

Een enkelvoudig deel van zintuiglijke waarneming (bijvoorbeeld visueel bewustzijn) dat geconditioneerd is door een zintuigorgaan en het corresponderende object, vormt in werkelijkheid een zeer complex proces waarin alle enkelvoudige fasen van bewustzijn de een na de ander elkaar in een razendsnel tempo opvolgen, terwijl zij hun achtereenvolgende functies uitvoeren. Bijvoorbeeld:

"Zodra een visueel object binnen het bereik van het gezichtsvermogen is gekomen, be´nvloedt het het gevoelige oogorgaan (cakkhu pasada), en geconditioneerd daardoor, vindt er een opwekking plaats in de onderstroom die de voorwaarde van bestaan vormt (bhavanga sota)."

"Echter, zodra het onderbewustzijn (bhavanga citta) is onderbroken, grijpt het functionele geesteselement (mano dhatu) het object, en al brekende door de onderstroom die de voorwaarde van bestaan vormt (bhavanga sota), verricht het de functie van 'aandacht schenken' (avajjana) van de geest naar een object."

"Onmiddellijk daarop ontstaat er bij de poort van het oog, en gebaseerd op het gevoelige oogorgaan, het oogbewustzijn, terwijl het de functie van 'zien' (dassana) verricht (...)."

"Onmiddellijk daarna ontstaat het geesteselement (mano dhatu) (Tabel I, 39; 55) en verricht het de functie 'ontvangen' (sampaticchana) om het object van dat bewustzijn te ontvangen (...)."

"Onmiddellijk daarop ontstaat het geestesbewustzijn element (Tabel I, 40; 41; 56) terwijl het het object 'onderzoekt' (santirana) dat door het geesteselement is ontvangen (...)."

"Onmiddellijk daarna ontstaat het functionele, wortelloze geestesbewustzijn element (mano vi˝˝ana dhatu) (Tabel I, 71), dat gepaard gaat met gelijkmoedigheid, terwijl het de functie 'bepaling' (votthapana) verricht om het object te bepalen (...)."

"Wanneer het object nu groot is, flitsen onmiddellijk daarna 6 of 7 impulsieve momenten voort (javana citta) vertegenwoordigd door een van de 8 heilzame (Tabel I, 1-8), 12 onheilzame (Tabel I, 22-33) of 9 functionele klassen van bewustzijn (Tabel I, 72-80).

"Welnu, als aan het einde van de impulsieve momenten, het object bij de vijf zintuigpoorten (pa˝ca dvaravajjana) erg groot is, en bij de poort van de geest (mano dvaravajjana) duidelijk is, dan verschijnt er, eenmaal of tweemaal, een van de 8 wortel vergezellende kamma-gevolg klassen van bewustzijn (Tabel I, 42-49) van de zintuiglijke sfeer (kamavacara) of een van de wortelloze kamma-gevolg geestesbewustzijn elementen (mano vi˝˝ana dhatu) (Tabel I, 40; 41; 56) Omdat dit bewustzijn het vermogen heeft om, na de verdwijning van de impulsieve momenten, door te gaan met het object van het onderbewustzijn, neemt het het object van het onderbewustzijn als het eigen object en wordt daarom 'registreren' genoemd (tadarammana, letterlijk 'dat object' of 'dat als object hebben')." (Vis. 14: 115 e.v.).

Als het zintuigobject echter zwak is, dan bereikt het slechts het stadium van 'impuls' (javana) of dat van 'bepaling' (votthapana). Is het zeer zwak, dan vindt er slechts een opwekking (of verstoring) in het onderbewustzijn plaats.

Het proces van het innerlijke oftewel het geestesbewustzijn, d.w.z. zonder deelname van de 5 fysieke zintuigen, is als volgt: in het geval het geestesobject (dhamma dhatu) duidelijk is wanneer het de geestesdeur binnengaat, dan gaat het door de stadia van 'aandacht schenken bij de poort van de geest' (mano dvaravajjana), het stadium van 'impuls' (javana) en het stadium van 'registreren' (tadarammana).

Zie De 14 functies van bewustzijn in Hlp008 voor nadere uitleg en een uitgebreid overzicht. Zie ook dhatu.

Literatuur: Aids to the Abhidhamma Philosophy door Dr. C. B. Dharmasena met een kleurenkaart van de Cognitieve Opeenvolgingen. (Wheel 63-64)

vi˝˝ana kkhandha

Groep van bewustzijn. Zie Tabel I; pa˝ca upadana kkhandha.

vi˝˝ana sota

Stroom van bewustzijn.

vi˝˝ana upadana kkhandha

Aggregaat van het hechten aan bewustzijn. Zie pa˝ca upadana kkhandha.

vi˝˝ana

'Bewustzijn', is een van de 5 groepen van het bestaan (zie pa˝ca upadana kkhandha); een van de 4 voedingen (ahara); de 3e link van het voorwaardelijk ontstaan (paticcasamuppada); en de 5e in de zesvoudige divisie van de elementen (dhatu).

Gezien vanuit de 5 groepen van het bestaan, is het onafscheidelijk verbonden met de 3 andere mentale groepen (gevoel, waarneming en mentale formaties) en verschaft de naakte herkenning van een object, terwijl de andere 3 in meer specifieke functies bijdragen. Het etische en karmische karakter, de grotere en kleinere graad van intensiteit en helderheid, worden hoofdzakelijk bepaald door de mentale formaties (cetasika's) die ermee samengaan.

Net zoals de andere groepen van het bestaan, is bewustzijn een stroom (vi˝˝ana sota, stroom van bewustzijn) die geen blijvende substantie herbergt, noch is het een transformerende entiteit of een ziel die na de dood uit het lichaam treed of overgaat naar een ander lichaam of bestemming. De 3 kenmerken (ti lakkhana) vergankelijkheid, lijden en 'zelf-loosheid', worden vaak in de teksten aangehaald zoals bijvoorbeeld in de Anattalakkhana Sutta, S22-059. De Boeddha maakte vaak bekend dat er 'los van voorwaarden, geen ontstaan van bewustzijn is' (M. 38), en al deze standpunten omtrent haar aard zijn van kracht voor de gehele rangschikking van bewustzijn, 'of die in het verleden, in de toekomst of in het heden is verrezen, groot of klein, in je of buiten je, ondergeschikt of verheven, ver weg of dichtbij'. S22-059.

Met betrekking tot de 6 zintuigen, is het bewustzijn in 6 soorten verdeeld: het visuele oogbewustzijn (cakkhu vi˝˝ana) etc. Omtrent het afhankelijke ontstaan van deze 6 soorten van bewustzijn, zegt Vis. 15: 39: "Geconditioneerd door het oog, het visuele object, licht en aandacht, ontstaat het oogbewustzijn. Geconditioneerd door het oor, het hoorbare object, het oorkanaal en aandacht, ontstaat het oorbewustzijn. Geconditioneerd door de neus, het te ruiken object, de lucht en aandacht, ontstaat het neusbewustzijn. Geconditioneerd door de tong, het proefbare object, vochtigheid en aandacht, ontstaat het tongbewustzijn. Geconditioneerd door het lichaam, lichamelijke indrukken, het aarde element en aandacht, ontstaat het lichaamsbewustzijn. Geconditioneerd door de onderbewuste geest (bhavanga mano), het geestesobject en aandacht, ontstaat het geestesbewustzijn."

De Abhidhamma literatuur onderscheidt 89 klassen van bewustzijn, hetzij van een karmisch morele, immorele of neutrale aard, en behoren tot de zintuiglijke sfeer, de fijnstoffelijke sfeer, de onstoffelijke sfeer of tot bovenwerelds bewustzijn. Zie Tabel I.

vi˝˝ana˝cayatana

Sfeer van oneindig bewustzijn.

vi˝˝ana˝cayatanupaga deva's

De goden van de seer van oneindig bwustzijn. Zie deva.

vi˝˝atti

##uitwerken##

vipaka paccaya

'Kamma-gevolg voorwaarde' is een van de 24 voorwaarden. Zie paccaya.

vipaka

Kamma-gevolg; het resultaat van kamma -- dat is elk karmisch (moreel) onbepaald, mentaal fenomeen (bijvoorbeeld een lichamelijk aangenaam of pijnlijk gevoel, zintuigbewustzijn, etc.) hetgeen het resultaat is van heilzame of onheilzame wilshandelingen via het lichaam, de spraak of de geest, dat begaan is in dit, of in een vorig leven. Overeenkomstig het boeddhisme is het volstrekt onjuist te geloven dat alles het gevolg is van vorige daden. Het kan nooit zo zijn dat bijvoorbeeld karmisch heilzame of onheilzame wilshandeling (kamma) het resultaat is van vorige daden, omdat die van zichzelf kamma zijn. Over dit onderwerp zie titthayatana; kamma; Tabel I; Fund II. Cf. A. 3: 101; Kath. 162 (Guide, p. 80).

Door kamma-geproduceerde vormelijke dingen worden nooit kamma-vipaka genoemd, want deze term (vipaka) is alleen van toepassing op mentale fenomenen.

Zie ook Dhp085-086 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

vipallasa

Verdraaiingen, vervormingen, verstoringen. "Er zijn 4 verdraaiingen die, hetzij van waarneming kunnen zijn (sa˝˝a vipallasa), van bewustzijn (citta vipallasa), of van opvattingen (ditthi vipallasa) kunnen zijn. En welk zijn deze vier? Datgene wat vergankelijk (anicca) is te beschouwen als onvergankelijk; wat pijnlijk (dukkha) is te beschouwen als plezierig (of geluk brengend); wat zonder een zelf (anatta) is te beschouwen als een zelf; wat onzuiver is (lelijk = asubha) als zuiver of mooi." (A. 4: 49).

"Van de verdraaiingen worden door de kennis van het 1e pad (sotapatti) de volgende uitgerukt: de verdraaiingen van waarneming, bewustzijn en opvattingen, dat het vergankelijke onvergankelijk is en wat niet een zelf is, een zelf is; en verder, de verdraaiing van opvattingen, dat het pijnlijke plezierig is, en het onzuivere het zuivere. Door de kennis van het 3e pad (anagamita) worden uitgerukt: de verdraaiingen van waarneming en bewustzijn dat het onzuivere het zuivere is. Door de kennis van het 4e pad (arahatta) worden uitgerukt: de verdraaiingen van waarneming en bewustzijn dat het pijnlijke plezierig is." (Vis. 12: 68).

Zie ook het artikel Verdraaiingen en wedergeboorte in Dhp183-185.

Literatuur: Manual of Insight door Ledi Sayadaw (Wheel 31-32)

viparinama dukkhata

Zie dukkhata.

viparinama nupassana

'Contemplatie van verandering', is een van de 18 soorten van inzicht-kennis. Zie vipassana.

vipassana bhavana

Ontwikkeling van inzicht. Zie vipassana.

vipassana ˝ana

Inzicht-kennis. Zie vipassana.

vipassana pa˝˝a

Inzicht-wijsheid. Zie vipassana.

vipassana

'Inzicht', is de intu´tief opdagende lichtflits en blootlegging van de waarheid van vergankelijkheid, het lijden en de onpersoonlijke of niet-substantiŰle aard van alle fysieke en mentale verschijnselen van het bestaan (zie ti lakkhana). Het is inzicht-wijsheid (vipassana pa˝˝a) dat de beslissende factor van bevrijding is in het boeddhisme, ofschoon het samen met de twee andere trainingen in moraliteit en concentratie -- divisies van het Achtvoudige Pad -- ontwikkeld moet worden. Het hoogtepunt van inzicht beoefening (zie visuddhi 6) leidt direct naar de stadia van heiligheid (zie visuddhi 7).

Inzicht is niet het resultaat van louter een intellectueel begrijpen, maar wordt gewonnen door directe meditatieve observatie van de eigen fysieke en mentale processen. In de commentaren en in de Vis., wordt de reeks van het ontwikkelen van inzicht als volgt gegeven:

  1. Beschouwing van het lichamelijke (rupa).
  2. Van het mentale (nama).
  3. Contemplatie van beide (nama rupa), dat wil zeggen, van hun gezamenlijke verschijning, etc.
  4. Beide gezien als zijnde geconditioneerd -- in de toepassing van het voorwaardelijk ontstaan (paticcasamuppada).
  5. In de toepassing van de 3 kenmerken van het bestaan (ti lakkhana) tot de geest en lichaam gecombineerde toestanden.

De stadia van een geleidelijk aan groeiend inzicht worden beschreven in de 9 soorten van inzicht-kennis (vipassana ˝ana), die de 6e fase van zuivering vormen: beginnend met de kennis van 'het rijzen en dalen' en eindigend met de 'aanpassing tot waarheid'. Voor details, zie onder visuddhi nr. 6; Vis. 11.

Achttien hoofdsoorten van inzicht-kennis oftewel principiŰle inzichten (maha vipassana) worden opgesomd en beschreven in Vis. 12: 113 zoals in de lijst hieronder.

Door deze 18 worden de tegengestelde ideeŰn en opvattingen -- de verkeerde dus -- overwonnen, vandaar dat deze manier van overwinnen ook wel het 'overwinnen van het tegenovergestelde' wordt genoemd (tadanga pahana, dit overwinnen door dat).

  1. Contemplatie van vergankelijkheid (anicca nupassana):
    verdrijft het idee van duurzaamheid.
  2. Contemplatie van lijden (dukkha nupassana):
    verdrijft het idee dat (geconditioneerde dingen) plezierig zijn.
  3. Contemplatie van 'zonder-zelf' (anatta nupassana):
    verdrijft het idee van een zelf.
  4. Contemplatie van afkeer of ontnuchtering (nibbida nupassana):
    verdrijft genot.
  5. Contemplatie van het verwelken (vira nupassana):
    verdrijft hebzucht.
  6. Contemplatie van uitblussing (nirodha nupassana):
    verdrijft het in leven roepen.
  7. Contemplatie van het uit rukken (patinissagga nupassana):
    verdrijft het idee van vastklampen.
  8. Contemplatie van het afnemen of vernietiging (khaya nupassana):
    verdrijft het idee van compactheid.
  9. Contemplatie van het voorbij gaan (vaya nupassana):
    verdrijft kamma-ophoping.
  10. Contemplatie van verandering (viparinama nupassana):
    verdrijft het idee van duurzaamheid.
  11. Contemplatie van het ongeconditioneerde of tekenloze (animitta nupassana):
    verdrijft de voorwaarden of tekenen.
  12. Contemplatie van het hartstochteloze (apanihita nupassana):
    verdrijft begeerte.
  13. Contemplatie van leegheid (su˝˝ata nupassana):
    verdrijft aanhankelijkheid aan de notie van een zelf.
  14. Contemplatie van inzicht in verschijnselen hetgeen de hogere wijsheid is (adhipa˝˝a dhamma vipassana):
    verdrijft aanhankelijkheid vanwege het begrijpen van de kern.
  15. Contemplatie van perfecte kennis en visie overeenkomstig de realiteit (yatha butha ˝anadassana):
    verdrijft aanhankelijkheid vanwege verwarring.
  16. Contemplatie van gevaar (adinava nupassana):
    verdrijft aanhankelijkheid vanwege gehechtheid.
  17. Contemplatie van beschouwing (patisankha nupassana):
    verdrijft gedachteloosheid.
  18. Contemplatie van het omkeren (vivattana nupassana):
    verdrijft aanhankelijkheid vanwege het gebonden zijn.

Inzicht kan hetzij werelds (lokiya) zijn of bovenwerelds (lokuttara). Bovenwerelds inzicht is van 3 soorten: 1) verbonden met een van de 4 bovenwereldse paden; 2) verbonden met een van de vruchten van die paden; 3) met betrekking tot de uitblussing of de vrijwel gehele opheffing van bewustzijn (zie nirodha samapatti). Zie ook samatha vipassana onder visuddhi 3-7.

Literatuur: Manuel of Insight door Ledi Sayadaw (Wheel 31-32); Practical Insight Meditation en Progress of Insight, beide door Mahasi Sayadaw (BPS); The Experience of Insight door Joseph Goldstein (BPS); The Seven Stages of Purification and the Insight Knowledges door Matara Sri Nanarama.

vippayutta paccaya

Niet-samengaande voorwaarde' is een van de 24 voorwaarden. Zie paccaya.

vira nupassana

'Contemplatie van het verwelken', is een van de 18 soorten van inzicht-kennis. Zie vipassana.

viraga

Onthechting.

viraja

Vlekkeloos, dat wil zeggen, zonder begeerte (alobha).

viriya paramita

Perfectie van energie. Zie paramita.

viriya samadhi

Concentratie van energie.

viriya sambojjhanga

Verlichtingsfactor van energie. Zie bojjhanga; viriya.

viriya

Energie. Letterlijk: viriliteit; mannelijkheid; of 'heldenmoed' (van vira; man, held) is een van de spirituele vermogens (zie bala); een van de 7 factoren van verlichting (bojjhanga); en identiek met juiste inspanning (samma vayama) van het Achtvoudige Pad (zie ariya atthangika magga). Voor meer uitleg, zie padhana; cetasika; Tabel II.

visam

Het vergif. Als iemand geen wond in de handpalm heeft en de hand in aanraking komt met vergif, dan kan dat vergif het lichaam niet aantasten. Op dezelfde wijze zal het kwaad een persoon niet aantasten als die persoon geen kwaad begaat.

Zie Dhp124 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

visamalobha

Letterlijk: 'onrechtvaardige hebzucht'. Zie o.a. M007.

visuddhi magga

Pad van zuivering. Zie visuddhi.

visuddhi

Zuivering; zuiverheid. De '7 stadia van zuivering' (satta visuddhi) van de onderbouwing van Upatissa's (Sariputta) 'Pad naar Vrijheid' (Vimutti Magga), wat alleen in het Chinees bewaard is gebleven, zowel als Buddhaghosa's kolossale werk 'Het Pad van Zuivering' (Visuddhi Magga), wat gebaseerd is op het vorige werk. ##uitwerken##.

vitakka carita

Degene die overdenkend van karakter is. Zie ook carita.

vitakka santhana

Verwarde gedachten.

vitakka vicara

Gedachteconceptie en redenerend denken of ook wel 'aanvangende en aanhoudende gedachten' zijn verbale functies (vaci sankhara) van de geest, de zogenaamde 'innerlijke spraak'. Dit zijn samenstellingen van de 1e meditatieve verdieping (jhana), maar ze zijn afwezig in de hogere meditatieve verdiepingen.

  1. 'Gedachteconceptie' (vitakka) is het op het punt staan vast te grijpen aan een object om het de aandacht te geven. Haar kenmerk is het vastzetten van het bewustzijn op het object.
  2. "Redenerend denken (vicara) is het ronddolen en het heen en weer gaan van de geest (...) Het manifesteert zichzelf als de continuerende activiteit van de geest." (Vis. 4).

Nummer 1 wordt vergeleken met de slag tegen een bel; nummer 2 met het weergalmende geluid.

Zie cetasika; Tabel II.

vitakka

Gedachteconceptie; aanvangende gedachten, is een van de secundaire mentale factoren (zie cetasika; Tabel I), en kan hetzij karmisch heilzaam, karmisch onheilzaam of karmisch neutraal zijn. Haar functie is de geest naar een object van onderzoek te richten. Het wordt ook sankappa genoemd (intentie, aspiratie, gedachten) hetgeen van twee soorten is: samma sankappa oftewel juiste intentie en miccha sankappa oftewel verkeerde intentie.

"Er zijn drie karmisch onheilzame (akusala) gedachten: zinnelijke gedachten (kama vitakka), hatelijke gedachten (vyapada vitakka) en gewelddadige gedachten (vihimsa vitakka). Er zijn drie heilzame (kusala) gedachten: gedachten van verzaking (nekkhamma vitakka), gedachten zonder haat (avyapada vitakka) en gedachten zonder geweld (avihimsa vitakka)." De laatste drie zijn de drie soorten van juiste gedachten, de 2e factor van het Achtvoudige Pad. Zie ariya atthangika magga.

Literatuur: over de verwijdering van afgeleidde gedachten, zie Removal of Distracting Thoughts M. 20 (Wheel 21); M020 van het TA.

vitikamma

Stadium van overschrijding. Zie anusaya.

vivatta kappa

Wereldformatie. Zie kappa.

vivatta tthavi

Voortzetting van de gevormde wereld. Zie kappa.

vivattana nupassana

'Contemplatie van het omkeren', is een van de 18 soorten van inzicht-kennis. Zie vipassana.

viveka

Onthechting, afzondering. Volgens de Niddesa zijn er drie soorten: 1. lichamelijke onthechting (kaya viveka), dat wil zeggen het in afzondering verblijven, vrij van verlokkelijke zintuiglijke objecten; 2. mentale onthechting (citta viveka), dat wil zeggen de innerlijke onthechting van zintuiglijke dingen; 3. onthechting van de voedingsbodem van het bestaan (upadhi viveka), zodat er geen brandstof meer is tot worden. In de beschrijving van de eerste meditatieve verdieping, verwijzen de woorden 'onthecht van zintuiglijke dingen' (vivicc' evakamehi) naar 'lichamelijke onthechting'; de woorden 'onthecht van karmisch onheilzame dingen' (vivicca akusalehi dhammehi) verwijzen naar de mentale onthechting; de woorden 'geboren uit onthechting' (vivekaya), verwijzen naar afwezigheid van de vijf hindernissen.

Zie Dhp075 voor meer uitleg en gerelateerde informatie. Zie ook upadhi; jhana.

vivekaya

'Geboren uit onthechting', zie viveka; jhana.

vivicc' evakamehi

'Onthecht van zintuiglijke dingen', zie viveka; jhana.

vivicca akusalehi dhammehi

'Onthecht van karmisch onheilzame dingen', zie viveka; jhana.

vohara vacana

Conventionele aanduidingen. Zie sammuti sacca.

voorbereide geest

Zie sasankharika citta.

votthapana citta

'Bepaling bewustzijn', is het geesteselement dat (onafhankelijk van kamma functioneert, zie Tabel I, 70) in het proces van zintuiglijke waarneming de functie uitvoert om het zintuigobject te bepalen. Zie ook de 14 functies van bewustzijn (vi˝˝ana kicca).

votthapana

'Bepaling', is een van de 14 functies van bewustzijn (vi˝˝ana kicca). Zie votthapana citta.

vupasama

Afnemen van hartstocht. Zie Dhp166; Dhp225 voor meer informatie over Nibbana.

vupasamaya

Vrede.

vyadhi

Ziekte.

vyapada sankappa

Gedachten van kwade wil. Een van de drie kwade intenties. Zie ariya atthangika magga.

vyapada vitakka

Hatelijke gedachten. Zie vitakka.

vyapada

Kwade wil, boosheid, kwade bedoelingen. Synoniem: kodha. Een van de vijf hindernissen (pa˝ca nivarana); een van de bezoedelingen van de geest. Zie upakkilesa.

w

waarheden, de twee soorten

Conventionele waarheid (sammuti sacca) en absolute waarheid (paramattha sacca).

x

y

yakkha

Demon, een duivels mens. Yakkha is ook een algemene term voor een niet-menselijke geest, niet noodzakelijkerwijs kwaadaardig, die in bomen woont en in open ruimtes in bossen. Voor hen werden altaren gebouwd waar dorpelingen offers brachten in ruil voor gunsten en beschermende invloeden. De Boeddha onderwees en bekeerde ook de yakkha's.

yama deva's

De goden die naar geluk zijn gegaan. Zie deva.

yama

Een van de zes hemels van de zintuiglijke sfeer: (kamavacara) of (kama loka) is de sfeer waarin wij leven. Zie deva.

yama

De koning van de Dood.

yamaka patihariya

Tweeledig Wonder. "Daar volvoerde de Perfecte het Tweeledige Wonder dat door geen enkele discipel volbracht kon worden: van het bovenste gedeelte van zijn lichaam ontsprong een vlam naar voren. En van het onderste gedeelte van zijn lichaam ontsprong een stroom water...", etc.

yampiccam nalabhati tampi dukkam

Niet krijgen wat men wil is lijden. "En wat is het lijden van 'niet krijgen wat men wil'? In wezens die onderhevig zijn aan geboorte, ontstaat de wens: 'O, dat wij niet onderhevig aan geboorte zullen zijn! O, dat ons geen nieuwe geboorte te wachten zal staan!' En in wezens die onderhevig aan ouderdom, ziekte, dood, verdriet, weeklagen, pijn, smart en wanhoop zijn, verrijst de wens: 'O, dat wij niet onderworpen zullen zijn aan deze dingen! O, dat deze dingen ons niet te wachten zullen staan!' Maar dit kan niet verkregen worden door het alleen maar te wensen -- en niet krijgen wat men wel wenst, is lijden." D22

Yamuna

Rivier de Yamuna. Geen toelichting.

yasa

Een van Mara's legers. Zie Mara, legers van.

yatha butha ˝anadassana

'Contemplatie van perfecte kennis en visie overeenkomstig met de realiteit', is een van de 18 soorten van inzicht-kennis. Zie vipassana.

yatha kammupaga ˝ana

Een andere naam voor 'het goddelijke oog'. Synoniem: dibba cakkhu, zie abhi˝˝a.

yathabhuta

De dingen zien zoals ze werkelijk zijn. Dit houdt in dat de drie eigenschappen van fenomenen worden doorgrond: anicca, dukkha en anatta. Zie ti lakkhana.

yathabhutam

Zie yathabhuta.

yo ca buddha˝ca dhamma˝ca sangha˝ca saranam gato

Zij die hun toevlucht nemen in de Boeddha, de Dhamma en de Sangha. Zie Dhp188-192 voor meer uitleg en gerelateerde informatie.

yoga

Banden. Synoniem: asava, staat voor de vier hoofdbezoedelingen.

yoniso manasikara

Volledige aandacht; systematische alertheid; wijze overweging.

z

zzz

AuthorInfo

Eindnoten

[1] Zie pa˝ca upadana kkhandha in het Woordenboek.

[2] Zie de eindnoot uiteindelijke kennis in M019 voor meer informatie.

[3] Advejjhavacana Buddha. "Hoe kan er, nadat ik definitief verklaard heb, een alternatief zijn?"

[4] In deze Leer.

[5] Of gedachteconceptie, aanvangende gedachten. Haar functie is de geest naar een object van onderzoek te richten. Het wordt ook sankappa genoemd (intentie, aspiratie, gedachten) hetgeen van twee soorten is: samma sankappa oftewel juiste intentie en miccha sankappa oftewel verkeerde intentie.

[6] Of aanhoudende gedachten.

[7] Hier is duidelijk te zien dat de Boeddha niet bedoelt dat we niet moeten nadenken; gedachten, denken, ideeŰn, hebben een functie maar we moeten niet in het denken blijven steken, er niet aan hechten. Zo is dat met alle zintuigen. Het zijn 'instrumenten' die een functie hebben.

[8] Zie jhana in het Boeddhistisch Woordenboek voor meer informatie.

[9] Ook wel 'wilshandelingen'. In deze groep ligt de kiem van ons karakter.

[10] Zie pa˝ca upadana kkhandha in het Woordenboek.

[11] Zie de eindnoot uiteindelijke kennis in M019 voor meer informatie.

[12] Plezier en pijn onderscheiden zich als genoegen en ongenoegen door op de ene manier op het lichaam en op de andere manier op de geest in te spelen, maar niet zo gelijkmoedig. Daarom wordt het gelijkmoedige oftewel het neutrale gevoel als een aparte klasse beschreven.

RegID: wbk
Bijgewerkt op: 5 december 2006
Auteur: Peter van Loosbroek - Ananda
Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright: Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overige informatie: Geen