De Dhamma luisteraars

Veel mensen praten alleen maar over de Dhamma of beoefenen de Dhamma verkeerd omdat ze een soort van boeddhisme volgen dat afwijkt van de oorspronkelijke Leer. Weer anderen denken dat een god hun bestemming bepaald. Maar door nalatigheid wordt het doel gemist.

Slechts weinigen steken over naar de overkant. Anderen rennen hulpeloos op en neer langs deze kust.

085. Onder de mensen zijn er maar weinigen die de Andere Kant bereiken; de meeste onder de mensheid snellen langs deze oever heen en weer.

appaka te manussesu ye jana paragamino athayam itara paja tiramevanudhavati

Zij die de Dhamma op de correcte manier beoefenen, zullen de oversteek naar Nibbana, het Onsterfelijke, maken.

086. Maar zij die de Dhamma beoefenen, overeenkomstig de goed verkondigde Dhamma, verlaten de heerschappij van de dood die zo moeilijk te verlaten is; zij zullen oversteken naar de Andere Kant.

ye ca kho sammadakkhate dhamme dhammanuvattino te jana paramessanti maccudheyyam suduttaram

De gebieden waarover Mara de heerschappij heeft, zijn moeilijk over te steken. Alleen zij, die geheel rechtvaardig de weg volgen die aangeduid wordt in de goed verkondigde Leer van de Boeddha, zullen in staat zijn die gebieden over te steken die zo moeilijk over te steken zijn.

Terwijl de Boeddha in het Jetavana klooster verbleef, sprak hij deze verzen, met verwijzing naar een groep van mensen die naar Savatthi was gekomen om naar een religieuze toespraak te luisteren.

Op een gegeven moment bracht een groep mensen van Savatthi, collectief speciale offergaven aan de monniken. Met sommige monniken regelden zij, dat deze in hun buurt de hele nacht een toespraak zouden houden. Velen onder het publiek konden het echter niet opbrengen de hele nacht rechtop te blijven zitten en zij keerden al vroeg naar hun huizen terug; sommigen zaten er wel de hele nacht, maar de meeste van hen waren suf en slaperig. Er waren er maar weinig die oplettend waren terwijl zij naar de toespraak luisterden.

De ochtend brak aan, en toen de monniken de Boeddha vertelden wat er de vorige nacht was gebeurd, antwoordde hij: "De meeste mensen zijn gehecht aan deze wereld; slechts heel weinigen bereiken de Andere Kant (Nibbana)."

Uitleg vertaling vers 85

manussesu ye jana paragamino te appaka atha itara ayam paja tiram eva anudhavati

manussesu: de meeste mensen; ye jana: zij die; paragamino: steken de rivier over naar de andere kant; te: zij; appaka: (zijn) er maar weinig; atha: maar; itara: de ander; ayam paja: deze massa; tiram eva: op deze oever zelf; anudhavati: blijven alsmaar rennen

Uitleg vertaling vers 86

ye ca kho sammadakkhate dhamme dhammanuvattino te jana suduttaram maccudheyyam param essanti

ye ca kho: wie ook; sammadakkhate: in de goed verkondigde; dhamme: Leer; dhammanuvattino: die in overeenstemming met de Dhamma leven; te jana: die mensen; suduttaram: moeilijk over te steken; maccudheyyam: het gebied van de dood; param essanti: oversteken

Commentaar

Naar het Woordenboek Dhamme Dhammanuvattino: De Leer van de Boeddha en zij die de Leer beoefenen.

Naar het Woordenboek kilesa: bezoedelingen; geest-bezoedelingen; onheilzame kwaliteiten.

Naar het Woordenboek vipaka: Kamma-gevolg; het resultaat van kamma.

Een woord over kamma

Naar het Woordenboek kamma: 'Handeling', maar om precies te zijn duidt het op heilzame en onheilzame wilshandelingen (kusala cetana en akusala cetana) en hun samenhangende mentale factoren die wedergeboorte veroorzaken en de bestemming van wezens bepalen. Niet elke willekeurige handeling is dus kamma.

Opmerking

Spontaan zijn

(Dit artikel is in z'n geheel toegevoegd door Peter van Loosbroek, schrijver van het Theravada Archief.)

Het is belangrijk te beseffen dat, zolang er kamma geproduceerd wordt (zolang er wilshandelingen zijn) er wedergeboorte en dus lijden zal zijn, of dat in een aangename of in een onaangename sfeer is. Geboorte, hoe aangenaam dan ook, is niet zonder consequenties, want het veroorzaakt uiteindelijk lijden omdat er ouderdom, ziekte, dood, weeklagen, pijn, smart en wanhoop op volgt. Als wij gevoegd worden bij aangename dingen (bijvoorbeeld geboren worden in een hemelse sfeer), betekent ook dat uiteindelijk lijden, omdat we ook daar eens van gescheiden zullen worden vanwege de vergankelijke aard die elke bestaansvorm heeft.

Wilshandelingen betreffen onze wil, de keuze die wij maken. Het hoogste doel in de Leer van de Boeddha is, om nergens meer geboren te worden en zodoende volkomen vrij te zijn van lijden. Het doel is de ongeconditioneerde staat van de geest, Nibbana, het echte, het ongekunstelde. En deze ongekunsteldheid kunnen wij alleen bereiken door te handelen zonder bijbedoelingen, door echt, volledig en ongemaakt te zijn. Maar zijn we wel echt als we ernaar hunkeren om bijvoorbeeld in een hemelse sfeer te worden geboren? Zodra mensen iets begeren, werpt er zich een blokkade op om echt te zijn. In hebzucht geven mensen hun ware gezicht niet bloot en het hebben van dingen speelt daarin een belangrijkere rol dan morele waarden. Ook goed kamma verrichten kan gestuwd worden door enige mate van hebzucht.

Uiteraard is het in eerste instantie nodig om goed kamma te ontwikkelen om te kunnen vorderen op het pad naar bevrijding. Echter, als handelingen vanuit vooropgezette ideeŽn en verlangens ontspringen (dus ook goed kamma) met de bedoeling er iets voor terug te krijgen, om iets te hebben of om een bepaald doel te bereiken, is dat nog steeds geen echte, spontane handeling die uit het hart komt, maar een gekunsteldheid met de beperking van een nauwe geest.

Iemand moet zich bewust oefenen in het vermijden van slecht kamma en het ontwikkelen van goed kamma. Wanneer dat is eigengemaakt, zal iemand onbaatzuchtig en spontaan handelen; dan doe je goede dingen spontaan, ongeremd en vanzelf, niet om er iets voor terug te krijgen. Misschien denk je nu dat je dan ook vanzelf slecht kamma maakt, maar dat is niet zo, omdat je jezelf hebt getraind om bewust te handelen; je hebt geleerd om te luisteren naar wat je doet en de manier waarop je handelt. Dat is essentieel want het zorgt voor begrip, voor ware wijsheid. Het begrijpen zorgt er vanzelf voor dat er geen verkeerde daden meer verricht worden of dat je kunstmatig en vanuit plannenmakerij handelt. Je handelt niet meer vanuit je hoofd dat zoveel verdeeldheid en onbegrip schept omdat het zo beperkt is, maar meer vanuit je hart waardoor je ware vrede, veiligheid en vrijheid van geest bereikt en waarin je ongekunsteld en echt bent. Die echtheid is niet een staat die geconditioneerd is door welke wilshandelingen dan ook, of van iets anders afkomstig is. Ook is deze bevrijde staat van de geest niet een geschenk van een geheimzinnige god of afhankelijk daarvan, want in afhankelijkheid kan geen vrijheid bestaan. Het is het bereiken van een staat waarin een mens volledig 'verlangenloos' of 'hartstochtloos' is en waarin hij tot volmaakte liefde en wasdom is gekomen en geheel op zichzelf kan staan. Iedereen kan deze perfecte staat bereiken, maar de stappen die daarvoor gezet moeten worden dienen volstrekt onbaatzuchtig te zijn. Pas dan zullen wij doordrongen zijn van volmaakte liefde, een liefde die niets hoeft te hebben of te bezitten, want aan ware liefde ontbreekt niets.

Het verkondigen van de Leer

Na zijn verlichting bracht de Boeddha het regenseizoen (vassa) door in het Hertenpark bij Isipatana. In de eerste week van dat regenseizoen verkondigde de Boeddha zijn Leer aan de eerste vijf monniken[1] en predikte hij zijn eerste leerrede -- 'Het in Beweging zetten van het Wiel der Waarheid' (S56-011). Tijdens de eerste toespraak verwierf er ťťn leerling de eerste graad van heiligheid (sotapatti); tijdens de tweede toespraak[2] die de Boeddha kort daarop gaf, verwierven alle vijf de hoogste graad van heiligheid (arahatschap) en werden zodoende de eerste vijf arahat-leerlingen van de Boeddha. Voordat het regenseizoen voorbij was, volgden vijfenvijftig anderen op dezelfde wijze. En zo maakte de Verlichte de Dhamma bekend en zette hij het 'Machtige Wiel der Wet' in beweging. Met de bekendmaking van de Dhamma voor de eerste keer en met de bekering van de vijf asceten, werd het Hertenpark bij Isipatana (Sarnath) de geboorteplaats van de religie van de Boeddha en van de Sangha, de gemeenschap van monniken, de ingewijde discipelen.

De Boeddha sprak zijn discipelen, de volmaakten (arahats) toe, en zei: "Bevrijd ben ik, monniken, van alle banden, menselijke of goddelijke. Ook jullie zijn bevrijd van de banden (saŮŮojana), menselijke of goddelijke. Ga nu, en reis voor het welzijn en het geluk van velen, uit mededogen voor de wereld, voor de winst, het welzijn en het geluk van goden en mensen. Laat niet twee van jullie dezelfde richting opgaan. Verkondig de Dhamma welke uitstekend is in het begin, uitstekend is in het midden, uitstekend is aan het einde, betekenisvol is, letterlijk en volstrekt volmaakt. Verkondig het leven van zuiverheid, het heilige leven, volmaakt en puur. Er zijn wezens met weinig stof in hun ogen die verloren zullen zijn wanneer zij de Dhamma niet horen. Maar er zijn ook wezens die de Dhamma zullen begrijpen. Ik zal zelf naar Uruvela (Bodh Gaya) gaan, naar Senanigama om de Dhamma te onderwijzen."

Zo begon de Boeddha zijn verheven missie die hij tot aan het einde van zijn leven volhield. Met zijn discipelen liep hij over de hoofdwegen en binnenwegen van Jambudipa, het land van de Roos-Appel (een andere naam voor India) omgeven door de aura van zijn grenzeloze mededogen en wijsheid.

Afkeurend tegenover het kastensysteem

De Boeddha maakte geen enkel verschil in kaste, stam of status wanneer hij tot anderen over de Dhamma sprak. Mannen en vrouwen met verschillende achtergronden -- de rijken en de armen; de laagsten en de hoogsten; de geletterden en de ongeletterden; brahmanen en uitgestotenen; prinsessen en armzaligen; heiligen en criminelen -- luisterden naar de Boeddha, zij namen hun toevlucht in hem, en volgden hem die hen het pad naar vrede en verlichting liet zien. Het pad is open voor iedereen. Zijn Dhamma is er voor iedereen.

Kaste, dat voor de brahmanen van India een zaak van groot belang was, was voor de Boeddha, die een dergelijk vernederend systeem krachtig veroordeelde, volstrekt onbelangrijk. De Boeddha liet mensen van alle kaste en status vrijelijk tot de Sangha toe als hij wist dat zij geschikt waren het heilige leven te leiden; sommigen van hen onderscheidden zichzelf later in de Sangha. De Boeddha was de enige leraar in die tijd, die onderlinge tolerantie poogde te doen groeien en diegenen verenigde die van elkaar verwijderd waren door de verschillen in kasten en status.

Zie ook

Verhoging van de vrouwelijke waardigheid

Ook verhoogde de Boeddha het aanzien van de vrouw in India. Over het algemeen gesproken, werd aan vrouwen ten tijde van de Boeddha -- vanwege de brahmaanse invloed -- niet veel erkenning gegeven. Soms werden zij geminacht, ofschoon er uitzonderingsgevallen waren die blijk gaven van hun geleerdheid in wetenschappen zoals filosofie, etc. In zijn grootmoedigheid behandelde de Boeddha vrouwen welwillend en met beleefdheid, en wees ook hen het pad naar vrede, zuiverheid en heiligheid. De Boeddha stichtte de gemeenschap van nonnen (Bhikkhuni Sasana) voor de allereerste keer in de geschiedenis, want nog nooit tevoren was er een gemeenschap van vrouwen geweest die ongehuwd een leven van verzaking konden leiden. Vrouwen van alle achtergronden voegden zich bij de gemeenschap. De levens van een groot aantal van deze edele nonnen, hun energieke pogingen om het doel van vrijheid te bereiken en hun dankliederen van vreugde door de bevrijding van de geest, zijn opgetekend in de 'Psalmen van de Zusters' (Therigatha). Een beroemde uitspraak van de Boeddha is: 'Itthi pi hi ekacciya seyya' (Sommige vrouwen zijn beter dan mannen.)

Een man van de praktijk

Terwijl hij van dorp naar dorp en van stad naar stad reisde en velen mensen onderwees, verlichtte en verblijdde -- zag de Boeddha hoe bijgelovig volk dat gedompeld was in onwetendheid, dieren slachtte ter verering van hun goden. Hij sprak tot hen:

"Van het leven, dat iedereen kan nemen maar niet kan geven,
het leven waarvan alle wezens houden en het graag behouden --
is wonderschoon, geliefd en aangenaam voor ieder,
zelfs voor het allerkleinste wezen..."

De Boeddha moedigde nooit aan tot gekibbel en verbittering. Eens, toen hij de monniken aansprak, zei hij: "Ik redetwist niet met de wereld, monniken; het is de wereld die met mij redetwist. Een vertegenwoordiger van de Dhamma bekvecht niet met iemand in de wereld."

De beoefening van de Dhamma was voor de Boeddha van het grootste belang. Daarom moeten de boeddhisten Dhammanuvatti's zijn (zij die de Leer beoefenen). De praktische aspecten zijn het meest essentieel voor het verwerven van de spirituele doeleinden die door de Dhamma (Leer) van de Boeddha aangeduid worden.

Er zijn geen verkorte wegen naar ware vrede en geluk. Zoals de Boeddha vaak en in vele toespraken aangeduid heeft, is dit het enige pad dat naar het hoogtepunt van het heilige leven leidt, hetgeen van lagere naar hogere niveaus van het mentale gebied leidt. Het is een geleidelijke training; een training in spraak, daad en gedachte die ware wijsheid voortbrengt en het toppunt bereikt in volledige verlichting en de verwerkelijking van Nibbana. Het is een pad voor iedereen, ongeacht ras, status of geloof; een pad dat op elk moment van ons dagelijks leven gecultiveerd moet worden.

Boeddha de dokter

Het enige streven van de Boeddha om zijn Leer te verkondigen, wordt weergegeven in deze woorden:

"De Boeddha is verlicht, hij onderwijst de Dhamma voor verlichting;
de Boeddha is beteugeld, hij onderwijst de Dhamma voor beteugeling;
de Boeddha is gekalmeerd, hij onderwijst de Dhamma voor kalmering;
de Boeddha is overgestoken, hij onderwijst de Dhamma om over te steken;
de Boeddha heeft het Nibbana verwerkelijkt, hij onderwijst de Dhamma voor de verwerkelijking van Nibbana."

Omdat dit het doel is waarvoor de Boeddha de Dhamma onderwijst, ligt het voor de hand dat het streven van de luisteraar of volger van het pad, hetzelfde moet zijn, en niet naar iets anders. Het enige ware streven van een genadig en begrijpende dokter bijvoorbeeld, moet het genezen van zijn patiŽnten zijn die naar hem toe komen voor een behandeling; en zoals wij weten, is het enige ware streven van de patiŽnt, om zo snel mogelijk te genezen. Want dat is het streven van iemand die ziek is.

Wij moeten eveneens goed begrijpen -- ofschoon er begeleiding, waarschuwing en instructie is -- dat de feitelijke beoefening van de Dhamma, het bewandelen van het pad, aan ons overgelaten wordt. Wij moeten voortgaan met onverminderde kracht om alle obstakels te boven te komen. Wij moeten onze stappen op het rechte Pad goed gade slaan -- het enige pad dat betreden en uiteengezet is door de Boeddha's van alle tijden.

Om het idee van 'oversteken' uit te leggen, gebruikte de Boeddha de gelijkenis van een vlot: "Door gebruik te maken van de gelijkenis van een vlot, monniken, onderwijs ik de Dhamma die ontworpen is om de oversteek te maken en niet om te behouden."

De Boeddha, de Leraar vol mededogen, is er niet meer, maar hij heeft ons een erfenis achtergelaten: de verheven Dhamma. De Dhamma is geen uitvinding, maar een ontdekking. Zij is een eeuwige wet; zij is overal, bij iedere man en vrouw, boeddhist of geen boeddhist, oosterling of westerling. De Dhamma heeft geen labels, zij kent geen beperkingen van tijd, ruimte of ras. Zij is er voor altijd. Elk persoon die in de Dhamma leeft ziet haar licht, hij ziet en ervaart dat zelf. Zij kan niet enkel door te communiceren aan een ander worden overgebracht, omdat zij door iemand zelf gerealiseerd moet worden.

Eindnoten

[1] Zie discipelen, boeddha's eerste in het woordenboek voor meer informatie.

[2] De eerste toespraak is de Dhamma Cakka Ppavattana Sutta (s56-011); de tweede toespraak is de Anatta Lakkhana Sutta (S22-059).

RegID: Dhp085-086
Bijgewerkt op: 9 maart 2006
Auteur: Peter van Loosbroek - Ananda
Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright: Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overige informatie: Dhammapada 85; 86