De vijf lekenvolgelingen met de vijf verschillende interesses

Voor de meesten is het onmogelijk om naar de Dhamma te luisteren omdat de interesse uitgaat naar datgene wat de zintuigen begeren. Door die begeerte blijft men ontelbare levens lang van realiteit verstoken. Het is een gevangenschap als in een net; het net van onwetendheid. Maar het is mogelijk om in dat net wakker te worden.

Hartstocht is het hevigste vuur, haat de stevigste greep, begoocheling de ergste valstrik, begeerte de ergste vloed.

251. Er is geen vuur vergelijkbaar met hartstocht; er is geen wurggreep als haat; er is geen net als begoocheling; geen rivier te vergelijken met begeerte.

natthi ragasamo aggi natthi dosasamo gaho natthi mohasamam jalam natthi tanhasama nadi

Er is geen vuur als hartstocht. Er is geen wurggreep als haat. Er is geen net als onwetendheid. Er is geen rivier vergelijkbaar met begeerte.

Terwijl de Boeddha in het Jetavana klooster verbleef, sprak de Boeddha dit vers, met verwijzing naar vijf lekenvolgelingen.

Het verhaal gaat dat deze vijf mannen naar het klooster gingen om naar Dhamma te luisteren. Nadat zij de Boeddha begroet hadden, gingen zij respectvol aan zijn zijde zitten. Nu is het bij Boeddha's zo, dat er nooit een gedachte bij hen opkomt in de trant van: "Déze man is een khattiya; maar déze man is een brahmaan; dit is een rijke man; maar dit is een arme man. Ik zal tot deze man de Dhamma zo uiteenzetten, dat het hem verblijdt; voor die andere man echter, zal ik dat niet doen." Het maakt niet uit tot wie de Boeddha's de Dhamma prediken. Zij stellen de eerbied voor de Dhamma boven al het andere[1] en zetten de Dhamma uiteen alsof zij de Hemelse Rivier door de lucht naar beneden brengen.

Maar ondanks het feit dat de Boeddha de Dhamma op deze wijze uiteenzette tot de vijf mannen die rondom hem heen zaten, zat er een te slapen, de tweede zat met z'n vingers in de grond te wroeten, de derde schudde een boom op en neer, en de vierde zat aldoor naar de hemel te staren. De vijfde was de enige die respectvol en oplettend naar de Boeddha luisterde. De Eerwaarde Ananda, die naast de Boeddha stond om hem koelte toe te wuiven, zag het uiteenlopende gedrag van de vijf discipelen en sprak tot de Boeddha: "Eerwaarde Heer! U zet de Dhamma uiteen zoals donderslagen bulderen en gepaard gaan met zware regenval. Maar zelfs toen u de Dhamma op deze manier uiteenzette, was er slechts één van die vijf mensen die oplettend luisterde." En de Eerwaarde Ananda beschreef het uiteenlopende gedrag van de andere vier aan de Boeddha en hij vroeg hem waarom zij zich zo gedroegen.

"Ananda, ken je deze mensen?" -- "Nee, Eerbiedwaardige Heer, ik ken hen niet."

Oude gedragspatronen

"Ananda, deze mensen konden niet van hun oude gedragspatronen loskomen. Van deze vijf mannen, was degene die zat te slapen, in vijfhonderd[2] bestaansvormen wedergeboren als een slang. In elk van deze bestaansvormen legde hij z'n kop op z'n opgerolde lichaam en viel hij in slaap; daarom valt hij ook nu, in dit leven, nog steeds in slaap. En geen enkel geluid dat ik maak dringt tot hem door."

"Maar, Eerwaarde Heer, vertelt u eens, was dit in opeenvolgende bestaansvormen of met tussenpozen?"

"Ananda, eens is deze man geboren als een menselijk wezen, dan weer als een deva, en weer een andere keer als een slang. Zelfs met alwetende kennis is het onmogelijk om exact te bepalen hoe vaak hij met tussenpozen wedergeboren is. Maar in vijfhonderd opeenvolgende bestaansvormen werd hij wedergeboren als een slang en viel hij alsmaar in slaap; en nog steeds is hij niet verzadigd met slaap."

"De man die met z'n vinger in de aarde zat te wroeten, is in vijfhonderd opeenvolgende bestaansvormen wedergeboren als een aardworm en wroette in de grond. Zodoende graaft hij ook nu nog steeds in de grond en slaagt hij er niet in mijn stem te horen."

"De man die de boom op en neer schudde, is in vijfhonderd opeenvolgende bestaansvormen wedergeboren als een aap. Louter door de macht der gewoonte -- die hij in zijn vorige bestaansvormen opgebouwd heeft -- gaat hij nu nog steeds door met het op en neer schudden van een boom, en het geluid van mijn stem dringt niet binnen in zijn oren."

"De brahmaan die naar de hemel zat te staren, is in vijfhonderd opeenvolgende bestaansvormen wedergeboren als een astroloog. Daarom staarde hij ook vandaag nog op dezelfde manier naar de hemel, en het geluid van mijn stem dringt niet tot in zijn oren door."

"De man die oplettend naar de Dhamma zat te luisteren, is in vijfhonderd opeenvolgende bestaansvormen wedergeboren als een brahmaan die bedreven was in de Drie Veda's, geoefend in het reciteren van heilige teksten. Daarom luisterde hij ook vandaag oplettend, alsof hij zich concentreerde op een heilige tekst."

"Maar, Eerwaarde Heer, de manier waarop u de Dhamma onderwijst, gaat door de huid heen en dringt door merg en been. Wat was de reden dat zij niet oplettend luisterden op het moment dat u de Dhamma uiteenzette?"

"Ananda," antwoordde de Meester, "jij denkt klaarblijkelijk dat mijn Dhamma makkelijk te verstaan is."

"Hoezo, Eerbiedwaardige Heer, bedoelt u dat de Dhamma moeilijk te verstaan is?"

"Exact daarom, Ananda."

"Hoe komt dat, Heer?"

"Ananda, deze levende wezens hebben gedurende ontelbare duizenden cycli van tijden, nog nooit gehoord van de Boeddha, de Dhamma en de Sangha. Daarom waren zij niet in staat te luisteren naar deze Dhamma die ik onderwijs. In de cyclus van bestaansvormen zonder een waarneembaar begin, waren deze levende wezens gewend te luisteren naar de taal van dieren in ontelbare vormen. Daarom brengen zij hun tijd door op plaatsen waar mensen drinken en zichzelf amuseren, zingen en dansen[3]. Het is voor hen onmogelijk om naar de Dhamma te luisteren."

"Maar, Eerwaarde Heer, wat is de reden dat zij niet in staat zijn naar de Dhamma te luisteren?"

De Meester antwoordde hem als volgt: "Ananda, zij zijn daar niet toe in staat vanwege begeerte, vanwege haat en vanwege begoocheling. Want er is geen vuur vergelijkbaar met het vuur van begeerte dat levende wezens verteert zonder ook maar iets van as over te laten. Waarlijk, de wereldverbranding die een tijdperk afsluit, verbrandt de wereld zonder iets achter te laten, maar dit is een vuur dat slechts uitbreekt bij de verschijning van de zeven zonnen. Dit vuur brandt alleen op bepaalde tijden en perioden. Maar wat betreft het vuur van begeerte, is er geen moment waarop dat vuur niet brandt. Daarom zeg ik, dat er geen vuur is dat vergelijkbaar is met het vuur van hartstocht, geen wurggreep vergelijkbaar met haat, geen net vergelijkbaar met begoocheling, en geen rivier vergelijkbaar met begeerte."

Op het einde van de toespraak, verwierf degene die aandachtig geluisterd had, de vruchten van sotapatti.

Uitleg vertaling vers 251

ragasamo aggi natthi, dosasamo gaho natthi, mohasamam jalam natthi, tanhasama nadi natthi

ragasamo: vergelijkbaar met hartstocht; aggi: vuur; natthi: daar is niet; dosasamo: vergelijkbaar met haat; gaho: een wurggreep; natthi: daar is niet; mohasamam: vergelijkbaar met onwetendheid; jalam: een net; natthi: daar is niet; tanhasama: vergelijkbaar met begeerte; nadi: een rivier; natthi: daar is niet

Commentaar

De hoofdbezoedelingen als natuurrampen

Naar het Woordenboek ragasamo: vergelijkbaar met hartstocht.

Naar het Woordenboek dosasamo: vergelijkbaar met haat.

Naar het Woordenboek mohasamam: vergelijkbaar met onwetendheid.

Naar het Woordenboek tanhasama: vergelijkbaar met begeerte.

Bovengenoemde termen zijn de hoofdbezoedelingen. Alle hoofdbezoedelingen van de menselijke geest worden vergeleken met verscheidene rampen die de mens treffen. Hartstocht (raga of lobha) wordt vergeleken met vuur. Haat (dosa) wordt gezien als een wurggreep. Onwetendheid of begoocheling (moha) wordt vergeleken met een net. Begeerte of hunkering (tanha) wordt vergeleken met een woeste rivier. Deze uitleg stelt mensen in staat de mentale bezoedelingen in fysieke termen te begrijpen.

Eindnoten

[1] Iemand die waarheidlievend is spreekt altijd de waarheid, is recht door zee en praat niemand naar de mond. De Dhamma is zoals die is, voor iedereen gelijk, ten alle tijden. Een Boeddha en een Arahat zullen daar nooit van afwijken omdat zij de belichaming van de waarheid zijn.

[2] Vijfhonderd betekent 'veel'.

[3] Hier wordt bedoeld de buitensporige jacht op zintuiglijke bevrediging.

RegID: Dhp251
Bijgewerkt op: 11 mei 2004
Auteur: Peter van Loosbroek - Ananda
Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright: Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overige informatie: Dhammapada 251