De vuur toespraak

Adittapariyaya Sutta

Een aantal maanden na zijn verlichting, hield de Boeddha deze toespraak voor een publiek van 1000 vuur-aanbiddende asceten. In zijn karakteristieke briljante manier van onderwijzen, gebruikt de Boeddha een metafoor dat snel in de geest van het publiek drong. In dit geval betreft het de metafoor van vuur. Door het horen van deze toespraak verwierven alle toehoorders volledige verlichting oftewel Arahatschap (Arahatta).

Aldus heb ik gehoord. Eens was Boeddha in het Gayasisa klooster te Gaya, samen met duizend monniken. Daar wendde hij zich tot de monniken en sprak toen als volgt:

"Monniken, alles brandt. En wat betekent het dat alles brandt? Monniken, het oog brandt, zichtbare vormen branden, het visuele bewustzijn brandt, gezichtsindrukken branden, en ook elke aangename, onaangename of noch aangename noch onaangename gewaarwording (vedana) die vanuit de gezichtsindrukken ontstaat, brandt. Brandt door wat? Brandt door het vuur van begeerte (lobha), door het vuur van haat (dosa), door het vuur van begoocheling (moha); ik zeg dat het brandt door geboorte(jati), ouderdom (jara) en dood (marana), door zorgen (kukkucca), weeklagen (parideva), pijn (dukkha), smart (domanassa) en wanhoop (upayasa)."

"Monniken, het oor brandt, geluiden branden, het gehoorbewustzijn brandt, geluidsindrukken branden, en ook elke aangename, onaangename of noch aangename noch onaangename gewaarwording die vanuit de geluidsindrukken ontstaat, brandt. Brandt door wat? Brandt door het vuur van begeerte, door het vuur van haat, door het vuur van begoocheling; ik zeg dat het brandt door geboorte, ouderdom en dood, door zorgen, weeklagen, pijn, smart en wanhoop."

"Monniken, de neus brandt, geuren branden, het geurbewustzijn brandt, geurindrukken branden, en ook elke aangename, onaangename of noch aangename noch onaangename gewaarwording die vanuit de geurindrukken ontstaat, brandt. Brandt door wat? Brandt door het vuur van begeerte, door het vuur van haat, door het vuur van begoocheling; ik zeg dat het brandt door geboorte, ouderdom en dood, door zorgen, weeklagen, pijn, smart en wanhoop."

"Monniken, de tong brandt, smaken branden, het smaakbewustzijn brandt, smaakindrukken branden, en ook elke aangename, onaangename of noch aangename noch onaangename gewaarwording die vanuit de smaakindrukken ontstaat, brandt. Brandt door wat? Brandt door het vuur van begeerte, door het vuur van haat, door het vuur van begoocheling; ik zeg dat het brandt door geboorte, ouderdom en dood, door zorgen, weeklagen, pijn, smart en wanhoop."

"Monniken, het lichaam brandt, tastbare objecten branden, het voelbewustzijn brandt, voelindrukken branden, en ook elke aangename, onaangename, of noch aangename noch onaangename gewaarwording die vanuit de voelindrukken ontstaat, brandt. Brandt door wat? Brandt door het vuur van begeerte, door het vuur van haat, door het vuur van begoocheling; ik zeg dat het brandt door geboorte, ouderdom en dood, door zorgen, weeklagen, pijn, smart en wanhoop."

"Monniken, de geest brandt, mentale objecten (ideeŽn, gedachten) branden, het mentale bewustzijn brandt, mentale indrukken branden, en ook elke aangename, onaangename of noch aangename noch onaangename gewaarwording die vanuit mentale indrukken ontstaat, brandt. Brandt door wat? Brandt door het vuur van begeerte, door het vuur van haat, door het vuur van begoocheling; ik zeg dat het brandt door geboorte, ouderdom en dood, door zorgen, weeklagen, pijn, smart en wanhoop."

"Monniken, een geleerde en edele leerling die de dingen zo ziet, heeft geen begeerten met betrekking tot het oog, heeft geen begeerten met betrekking tot zichtbare vormen, heeft geen begeerten met betrekking tot het visuele bewustzijn, heeft geen begeerten met betrekking tot de visuele indrukken, en heeft ook geen begeerten naar elke aangename, onaangename of noch aangename noch onaangename gewaarwording die vanuit de visuele indrukken ontstaat."

"Hij heeft geen begeerten met betrekking tot het oor, met betrekking tot geluiden, heeft geen begeerten met betrekking tot het gehoorbewustzijn, heeft geen begeerten met betrekking tot de geluidsindrukken, en heeft ook geen begeerten naar elke aangename, onaangename of noch aangename noch onaangename gewaarwording die vanuit de geluidsindrukken ontstaat."

"Hij heeft geen begeerten met betrekking tot de neus, met betrekking tot geuren, heeft geen begeerten met betrekking tot het geurbewustzijn, heeft geen begeerten met betrekking tot de geurindrukken, en heeft ook geen begeerten naar elke aangename, onaangename of noch aangename noch onaangename gewaarwording die vanuit de geurindrukken ontstaat."

"Hij heeft geen begeerten met betrekking tot de tong, met betrekking tot smaken, heeft geen begeerten met betrekking tot het smaakbewustzijn, heeft geen begeerten met betrekking tot de smaakindrukken, en heeft ook geen begeerten naar elke aangename, onaangename of noch aangename noch onaangename gewaarwording die vanuit de smaakindrukken ontstaat."

"Hij heeft geen begeerten met betrekking tot het lichaam, met betrekking tot voelbare dingen, heeft geen begeerten met betrekking tot het voelbewustzijn, heeft geen begeerten met betrekking tot de voelbare indrukken, en heeft ook geen begeerten naar elke aangename, onaangename of noch aangename noch onaangename gewaarwording die vanuit de voelbare indrukken ontstaat."

"Hij heeft geen begeerten met betrekking tot de geest, heeft geen begeerten met betrekking tot ideeŽn en gedachten, heeft geen begeerten met betrekking tot het mentale bewustzijn, heeft geen begeerten met betrekking tot mentale indrukken, en heeft ook geen begeerten naar elke aangename, onaangename of noch aangename noch onaangename gewaarwording die ontstaat vanuit mentale indrukken."

"Door hartstochtloosheid is hij onthecht, door onthechting is hij bevrijd; in bevrijding ontstaat het besef dat hij bevrijd is, en hij begrijpt: 'Geboorte is vernietigd, het heilige leven is geleefd (magga brahmacariya), wat gedaan moest worden is gedaan (katam karniyam), er komt niets meer tot elke staat van bestaan (naparam itthattaya)[1].'"

Dit zei de Boeddha en de monniken waren blij en verheugden zich in zijn woorden. Terwijl hij deze uiteenzetting gaf, werden de geesten van die duizend monniken bevrijd van onzuiverheden, en zij raakten onthecht.

Eindnoten

[1] Zie de eindnoot uiteindelijke kennis in M019 voor meer informatie.

RegID: S35-028
Bijgewerkt op: 29 mei 2004
Auteur: Peter van Loosbroek - Ananda
Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright: Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overige informatie: Geen