Toespraak tot Vyagghapajja

Vyagghapajja Sutta

De voorwaarden van voorspoed. Vaak denken mensen dat een boeddhist geen bezittingen mag hebben of dat hij zelfs in armoede moet leven. In deze toespraak lees je hoe de Boeddha hoogst persoonlijk het vermeerderen van rijkdom voor de lekenvolgeling juist aanmoedigt.

Inhoudsopgave

Inleiding

De sutta

Voorwaarden voor wereldse vooruitgang

De volbrenging van volharding in inspanning

Waakzaamheid

Vriendschap

Uitgebalanceerde levenswijze

De voorwaarden voor spirituele vooruitgang

Geloof

Deugdzaamheid

Liefdadigheid

Wijsheid

Inleiding

In deze toespraak instrueert de Boeddha rijke huishouders hoe zij hun welvaart kunnen behoeden en vermeerderen, en hoe zij het verlies van rijkdom kunnen vermijden. Desalniettemin maakt rijkdom alleen een mens niet compleet, noch zorgt het voor een harmonieuze samenleving. Bezit van rijkdom vermeerderd maar al te vaak de begeerte van de mens, waardoor hij altijd op jacht is om meer rijkdom en macht te vergaren. Echter, deze ongecontroleerde hunkering laat hem ontevreden achter en verstikt zijn innerlijke groei. Het schept conflicten en disharmonie in de gemeenschap vanwege de wrok van de sociaal zwakkeren die zichzelf uitgebuit voelen door de gevolgen van ongedisciplineerde begeerte. Maar ook voor de persoon zelf die steeds meer en meer wil, zal lichte boosaardigheid die tot zuivere haat kan omslaan, in hem vermeerderen; door hebzucht raken mensen teleurgesteld en ontsteken zij in razernij als niet verkregen kan worden waarnaar men hunkert. Zintuiglijke hebzucht is nooit te bevredigen en laat mensen altijd ontevreden, depressief en teleurgesteld achter.

Daarom somt de Boeddha zijn advies over materiële welvaart met vier essentiële voorwaarden voor spirituele voorspoed als volgt op: geloof of vertrouwen (in de verlichting van de Meester), deugdzaamheid, vrijgevigheid en wijsheid. Deze vier zullen in een mens een gevoel van hogere waarde doen ontstaan. Dan zal hij niet alleen uit zijn op zijn eigen materiële behoefte, maar ook zijn plicht ten opzichte van de gemeenschap gewaar zijn. Een wijselijk en royaal toegepaste vrijgevigheid zal spanningen en conflicten in de gemeenschap terugdrijven. Zo leidt de inachtneming van deze voorwaarden tot een ideale burger, en van een ideale burger naar een ideale gemeenschap.

De sutta

Aldus heb ik gehoord. Eens verbleef de Gezegende bij de Koliya's[1] in hun marktstad genaamd Kakkarapatta. Toen naderde Dighajanu[2], van de Koliya's, de Gezegende, groette hem eerbiedig en ging aan zijn zijde zitten. Toen hij daar zo zat, sprak hij de Gezegende aan met de volgende woorden:

"Wij, Heer, zijn lekenvolgelingen en genieten van wereldse geneugten. Wij leiden een leven dat bezwaard wordt met vrouw en kinderen. Wij gebruiken sandelhout van Kasi[3]. Wij bedekken onszelf met bloemkransen, parfum en zalven. Wij gebruiken goud en zilver. Laat de Gezegende, Heer, de Leer verkondigen aan mensen zoals wij, onderwijs die dingen die tot welzijn en geluk leiden in dit leven en tot welzijn en geluk leiden in toekomstige levens."

De voorwaarden voor wereldse vooruitgang

(De Boeddha zei:)

Er zijn vier voorwaarden, Vyagghapajja[4], die strekken tot het welzijn en het geluk van een huishouder in dit leven. Welke vier?

  1. De volbrenging van volharding in inspanning (utthana sampada);
  2. de volbrenging van waakzaamheid (arakkha sampada);
  3. goede vriendschap (kalyanamittata);
  4. en een uitgebalanceerde levenswijze (samma jivikata).

De volbrenging van volharding in inspanning

Wat is de volbrenging van volharding in inspanning?

Door welke activiteit, Vyagghapajja, een huishouder van deze Leer zich ook in zijn levensonderhoud voorziet, of dat nu door landbouw is, door te handelen, door het fokken van vee, door boogschieten, door de koning te dienen, of door elke andere wijze van vakmanschap -- vanwege dat wordt hij vakbekwaam en is hij niet lui. Hij is begiftigd met de kracht van scherpzinnigheid om op gepaste manier zijn geld te beheren; hij is capabel om plichten te volbrengen en deze toe te wijzen. Dit wordt de volbrenging van volharding in inspanning genoemd.

Waakzaamheid

Wat is de volbrenging van waakzaamheid?

Welke rijkdom, Vyagghapajja, een huishouder van deze Leer ook bezit, verkregen door de inspanning van hard werken, bij elkaar gebracht door spierkracht, door het zweet op zijn voorhoofd, rechtvaardig verkregen met goede bedoelingen -- hij beheert dat goed door er goed over te waken en er op te letten zodat koningen het niet van hem afnemen, dieven het niet zullen stelen, vuur het niet zal verbranden, water het niet zal wegvoeren, noch dat slecht gezinde erfgenamen het meenemen. Dit wordt de volbrenging van waakzaamheid genoemd.

Vriendschap

Wat is goede vriendschap?

In welk dorp of marktstad, Vyagghapajja, een huishouder van deze Leer ook verblijft, verenigt hij zich, houdt hij zich op met, gaat hij gesprekken aan met huishouders of met zonen van huishouders, of zij nu jong en hoog begaafd zijn of oud en hoog begaafd, vol van geloof (saddha)[5] zijn, vol van deugdzaamheid (sila) zijn, vol van liefdadigheid (caga) zijn, vol van wijsheid (paņņa) zijn. Hij gedraagt zich in overeenstemming met het geloof van de gelovigen[6], met de deugd van de deugdzamen, met de liefdadigheid van de liefdadigen, met de wijsheid van de wijzen. Dit wordt goede vriendschap genoemd.

Uitgebalanceerde levenswijze

Wat is een uitgebalanceerde levenswijze?

In deze Leer, Vyagghapajja, kent een huishouder zijn inkomen en uitgaven dusdanig dat hij een uitgebalanceerd leven leidt dat noch buitensporig noch armzalig is; aldus weet hij dat zijn inkomen groter zal zijn dan zijn uitgaven, maar zijn uitgaven niet groter zijn dan zijn inkomen.

Precies zoals de goudsmid[7], of zijn leerjongen weet, door een balans omhoog te houden, dat zij door een bepaald gewicht naar beneden is gegaan en door een bepaald gewicht omhoog is gegaan; net zo kent een huishouder zijn inkomen en uitgaven dusdanig dat hij een uitgebalanceerd leven leidt dat noch buitensporig noch armzalig is; aldus weet hij dat zijn inkomen groter zal zijn dan zijn uitgaven, maar zijn uitgaven niet groter zijn dan zijn inkomen.

Als, Vyagghapajja, een huishouder met een gering inkomen een buitensporig leven leidt, zal men zeggen: 'Deze persoon geniet van zijn bezit zoals iemand die hout-appel eet[8].' Als, Vyagghapajja, een huishouder met een ruim inkomen een armzalig leven leidt, zal men zeggen: 'Deze persoon zal als een hongerlijder sterven.'

De rijkdom die aldus vergaard is, Vyagghapajja, kent vier bronnen van vernietiging:

  1. losbandigheid;
  2. dronkenschap;
  3. gokken;
  4. vriendschap, gezelschap en intimiteit met slechte mensen.

Net zoals dat bij een groot reservoir met vier inlaten en vier uitlaten, een man de inlaten zou sluiten en de uitlaten zou openen en het zou niet vaak regenen, dan is te verwachten dat de hoeveelheid water in dat reservoir zal afnemen en niet zal toenemen; net zo zijn er vier bronnen voor de vernietiging van vergaarde rijkdom - losbandigheid, dronkenschap, gokken en vriendschap, gezelschap en intimiteit met slechte mensen.

Er zijn vier bronnen voor het vermeerderen van vergaarde rijkdom:

  1. onthouding van losbandigheid;
  2. onthouding van dronkenschap;
  3. geen toegeeflijkheid aan gokken;
  4. vriendschap, gezelschap en intimiteit met goede mensen.

Net zoals in het geval bij een groot reservoir met vier inlaten en vier uitlaten, iemand de inlaten zou openen en de uitlaten zou sluiten en het zou ook nog vaak regenen, dan is te verwachten dat de hoeveelheid water in dat reservoir zeker zal toenemen en niet zal afnemen; net zo zijn deze vier voorwaarden de bronnen voor het vermeerderen van vergaarde rijkdom - onthouding van losbandigheid, onthouding van dronkenschap, geen toegeeflijkheid aan gokken en vriendschap, gezelschap en intimiteit met goede mensen.

Deze vier voorwaarden, Vyagghapajja, strekken tot het welzijn en het geluk van een huishouder in dit leven.

De voorwaarden voor spirituele vooruitgang

Er zijn vier voorwaarden, Vyagghapajja, die strekken tot het welzijn en geluk van een huishouder in een toekomstig leven. Welke vier?

  1. De volbrenging van geloof (saddha sampada);
  2. de volbrenging van deugdzaamheid (sila sampada);
  3. de volbrenging van liefdadigheid (caga sampada);
  4. en de volbrenging van wijsheid (paņņa sampada).

Geloof

Wat is de volbrenging van geloof?

In deze Leer heeft een huishouder geloof, hij gelooft in de Verlichting van de Perfecte (Tathagata): "Inderdaad, de Gezegende is volmaakt, volledig verlicht, begiftigd met kennis en oefening, verheven, de kenner van de werelden, de onvergelijkbare leider van mensen die beteugeld dienen te worden, de Leraar van goddelijke en menselijke wezens, verlicht en gezegend." Dit wordt de volbrenging van geloof genoemd.

Deugdzaamheid

Wat is de volbrenging van deugdzaamheid?

In deze Leer onthoudt een huishouder zich van doden, stelen, seksueel wangedrag, liegen en van bedwelmende middelen die verdwazing en onoplettendheid veroorzaken. Dit wordt de volbrenging van deugdzaamheid genoemd.

Liefdadigheid

Wat is de volbrenging van liefdadigheid?

In deze Leer verblijft een huishouder in zijn huis met een hart dat vrij is van de bezoedeling van gierigheid, zich toewijdend aan liefdadigheid, met open handen, hij beleeft vreugde in vrijgevigheid, is zorgzaam voor de hulpbehoevende, hij beleeft vreugde in het verstrekken van aalmoezen-voedsel. Dit wordt de volbrenging van liefdadigheid genoemd.

Wijsheid

Wat is de volbrenging van wijsheid?

In deze Leer is een huishouder wijs: hij is begiftigd met wijsheid die het opkomen en vergaan (van alle fenomenen) doorziet; hij bezit het edele doordringende inzicht dat naar de vernietiging van lijden voert. Dit wordt de volbrenging van wijsheid genoemd.

Dit zijn de vier voorwaarden, Vyagghapajja, die tot het welzijn en het geluk strekken van een huishouder in een toekomstig leven.

"Energiek en waakzaam zijn taken volbrengend,
beheert hij met wijsheid zijn rijkdom.
Hij leeft een uitgebalanceerd leven,
en beschermt wat hij heeft vergaard."

"Begiftigd met geloof en ook met deugdzaamheid,
is hij mild en vrij van gierigheid.
Hij werkt altijd om het pad te zuiveren
dat naar rijkdom voert in een toekomstig leven."

Aldus is aan de lekenvolgeling die vol van geloof is,
door hem, die zo waarlijk 'Verlichte' wordt genoemd,
deze acht voorwaarden verteld
die nu en later tot zegening zullen leiden.

Eindnoten

[1] De Koliya's waren de rivalen van de Sakya's. Koningin Maha Maya (moeder van de Boeddha) behoorde tot de Koliya's en Suddhodana (zijn vader) tot de Sakya clan.

[2] Letterlijk: 'lange knieën'.

[3] Kasi is het tegenwoordige Varanasi.

[4] 'Tijgers-pad'. Hij werd zo genoemd omdat zijn stamouders geboren waren op een bospad dat door tijgers werd geteisterd. Vyagghapajja was Dighajanu's familienaam.

[5] Saddha is niet een blind geloven. Het is zelfvertrouwen dat gebaseerd is op begrip.

[6] Zoals zij die het pad van de Boeddha bewandelen en zich dus trainen in deugdzaamheid (sila), concentratie (samadhi) en wijsheid (paņņa).

[7] Tiladharo, letterlijk: 'drager van weegschalen'.

[8] Udumbarakhadaka. Het commentaar legt uit dat degene die hout-appel (een Aziatische vrucht) wil eten een boom schudt met als resultaat dat vele vruchten zullen vallen maar dat er maar een paar gegeten worden, terwijl men er een groot aantal verspilt.

RegID: A08-054
Bijgewerkt op: 4 januari 2006
Auteur: Peter van Loosbroek - Ananda
Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright: Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overige informatie: Geen