De brahmaan

Brahmana vagga

Hoofdstuk 26 Naar de Hoofdpagina van de Dhammapada.
Dhammapada 383-423

Kap de stroom door. Verwerp zintuiglijkheid. Wanneer conditionering zijn einde nadert, ben je een kenner van het Ongeschapene.

383. Brahmaan, oefen flink en kap de stroom door; verwerp zintuiglijke hartstochten. Wanneer je het einde van geconditioneerde dingen kent, dan brahmaan, ben je een kenner van het Ongeschapene.

chinda sotam parakkhamma kame panuda brahmana sankharanam khayam natva akata˝˝u'si brahmana

Wanneer je in twee dingen volleerd bent, dan zal die kennis je bevrijden van alles dat je bind.

384. Wanneer een brahmaan voorbij de twee dingen is gegaan, verdwijnen alle banden in 'hem die weet' volledig.

yada dvayesu dhammesu paragu hoti brahmano ath'asa sabbe samyoga attham gacchanti janato

Voor wie een ver weg of een dichtbij niet bestaat, zonder angst of gebondenheid; dat is de persoon die ik een brahmaan noem.

yassa param aparam va paraparam na vijjati vitaddaram visamyuttam tamaham brumi brahmanam

Voor hem waar geen ver weg is (bedoeld wordt de externe zintuigbases), en geen dichtbij is (bedoeld wordt de interne zintuigbases), (en daarmee wordt iemand bedoeld waarin geen idee van 'ik' of 'mijn' opkomt wanneer de zintuigen contact maken); voor hem bestaan beide niet. Hij is vrij van angst en hij is vrij van banden. Die persoon beschrijf ik als een brahmaan.

Meer lezen...

Zittend in meditatie, vrij van het stof, plichten gedaan en het allerhoogste doel bereikt; dat is de ware brahmaan.

386. Die meditatief is, die vlekkeloos en geconcentreerd is, wiens werk erop zit, die vrij van bezoedelingen is, die het allerhoogste doel heeft bereikt; hij is degene die ik een brahmaan noem.

jhayim virajamasinam katakiccam anasavam uttamattham anuppattam tamaham brumi brahmanam

Hij is in geconcentreerde meditatie. Hij is vrij van alle vlekken (asava's) -- het stof dat een wezen bezoedeld. Al zijn spirituele taken zitten erop. Hij heeft het hoogste doel (Nibbana) bereikt. Die persoon beschrijf ik als een brahmaan.

Meer lezen...

De zon en de maan, een krijger in zijn wapenuitrusting, een ijverige heilige; deze schitteren slechts op momenten, maar de Boeddha schittert dag en nacht.

387. De zon straalt overdag, de maan verlicht 's nachts, de krijger glanst in zijn pantserbekleding, de brahmaan straalt in zijn meditatie. Maar de Boeddha schittert de gehele dag en ook de gehele nacht.

diva tapati adicco rattim abhati candima sannaddho khattiyo tapati jhayi tapati brahmano atha sabbam ahorattim Buddho tapati tejasa

Bevrijd van kwade daden: een brahmaan; van edel gedrag: een heilige; afgedaan met onzuiverheden: een verzaker.

388. Omdat hij bevrijd is van het kwade wordt hij 'brahmaan' genoemd; omdat hij edel van gedrag is, wordt hij 'heilige' genoemd; omdat hij zichzelf ontdaan heeft van al zijn onzuiverheden, wordt een persoon een 'verzaker' genoemd.

bahitapapo'ti brahmano samacariya samano'ti vuccati pabbajay'attano malam tasma pabbajito'ti vuccati

Hier legt de Boeddha uit wie een echte brahmaan, een echte heilige of monnik, en een echte asceet is. Iemand die bevrijd is van onheilzame daden wordt een brahmaan genoemd. Iemand met kalme zintuigen (en dus een edel leven leidt) wordt een heilige (samana) genoemd. Een persoon die al zijn tekortkomingen heeft opgeruimd, wordt een verzaker (pabbajito) genoemd.

Meer lezen...

Sla een Arahat niet, noch moet de laatstgenoemde geen gewelddadige reactie geven. De aanvaller moet zich schamen, de Arahat nog veel meer.

389. Men moet een brahmaan niet slaan; een brahmaan moet daarentegen geen kwaadwilligheid vertonen. Hij die een brahmaan slaat moet zich schamen; hij die vanwege dat feit boos wordt, des te meer.

na brahmanassa pahareyya na'ssa mu˝chetha brahmano dhi brahmanassa hantaram tato dhi yassa mu˝chati

Niemand zou een brahmaan -- de volledig zuivere -- moeten slaan. De monnik die het slachtoffer is geworden, moet zich onthouden van het aanvallen van de aanvaller en haat. Schande voor hem die een brahmaan (Arahat) aanvalt; nog meer schande voor hem die wraak neemt.

Meer lezen...

Schuw dingen die geliefd zijn. Dit is de grote overwinning van een monnik. Onthouding van geweld. Het is het einde van lijden.

390. Voor een brahmaan is het geen gering voordeel wanneer hij zich verre houdt van wat in zijn geest als geliefd opkomt. Hoe meer de gewelddadige geest afneemt, in zoverre neemt het lijden af.

na brahmanass'etad'akanci seyyo yada nisedho manaso piyehi yato yato himsamano nivattati tao tato sammatieva dukkham

Geen enkel kwaad via gedachten, woord of daad; iemand die zich hierin beheerst, dat is een echte brahmaan.

391. Wie geen verkeerde dingen doet via het lichaam, via de spraak en via de geest; iemand die in deze drie gebieden beheerst is, hij is degene die ik een brahmaan noem.

yassa kayena vacaya manasa natthi dukkatam samvutam tihi thanehi tamaham brumi brahmanam

Hem die het ware woord van de Boeddha onderwijst, zou iemand moeten eerbiedigen op dezelfde wijze waarop een brahmaan zijn heilige vuur eerbiedigt.

392. Als iemand de Dhamma die door de Universele Boeddha is onderwezen, van een leraar leert, dan moet iemand die leraar net zo eren zoals een brahmaan zijn heilige vuur vereert.

yamha dhammam vijaneyya sammasambuddhadesitam sakkaccam tam namasseyya aggihuttam'va brahmano

Als een waarheidzoeker de woorden van de Universele Boeddha (samma sambuddha) van een leraar leert, dan moet die leerling op gepaste manier respect aan die leraar tonen. Precies zoals een brahmaan respect toont aan zijn heilige vuur dat hij aanbidt.

Meer lezen...

Noch geklit haar, noch familie, nog geboorte maakt iemand een brahmaan, maar in wie Dhamma is, dat is een brahmaan.

393. Iemand is geen brahmaan vanwege zijn geklitte haar, vanwege zijn familie of vanwege zijn geboorte. Maar in wie waarheid en rechtschapenheid is, hij is iemand die zuiver is. Dat is een brahmaan.

na jatahi na gottena na jacca hoti brahmano yamhi saccan ca dhammo ca so suci so ca brahmano.

Wat voor betekenis heeft jouw geklit haar en je gewaad van luipaardenhuid? Je decoreert je buitenkant, maar van binnen ben je vol bezoedelingen.

394. Sufferd! Wat voor nut heeft jouw geklit haar en wat voor zin heeft jouw gewaad van luipaardenhuid! Binnenin ben je vol bezoedelingen; jij maakt slechts je buitenkant mooi.

kim te jatahi dummedha kim te ajinasatiya abbhantaram te gahanam bahiram parimajjasi

Hij draagt kleding die anderen weggeworpen hebben, hij is slank en hij mediteert helemaal alleen in het woud.

395. Hij draagt afgedankte kledingstukken, zijn lichaam is slank en getekend vanwege zijn aderen, hij is alleen in het bos; hij is degene die ik een brahmaan noem.

pamsukuladharam jantum kisam dhamanisanthatam ekam vanasmim jhayantam tamaham brumi brahmanam

Hij is geen brahmaan vanwege zijn geslacht. Niets bezittend, ongehecht; dat is inderdaad een waar brahmaan.

396. Ik noem iemand niet een brahmaan omdat hij geboren is via de baarmoeder van een hoogstaande moeder. Als hij een bezitter is van bezoedelingen, dan is hij slechts een 'meneer-zegger'. Maar hij die vrij van bezoedelingen en hechten is, hij is degene die ik een brahmaan noem.

na ca'ham brahmanam brumi yonijam mattisambhavam bhovadi nama so hoti sa ce hoti saki˝cano aki˝canam anadanam tamaham brumi brahmanam

Hij die zonder banden is en niets meer begeert; dat is inderdaad een waar brahmaan.

397. Hij heeft alle banden doorgekapt, hij raakt niet meer geagiteerd, hij is voorbij alle gehechtheden, hij is bevrijd; hij is degene die ik een brahmaan noem.

sabbasa˝˝ojanam chetva yo ve na paritassati sangatigam visamyuttam tamaham brumi brahmanam

Hij is bevrijd van alle banden (sa˝˝ojana). Als gevolg daarvan is hij vrij van onrust en is hij zonder angst. Hij is voorbij alle banden gegaan. Doordat hij bevrijd van banden is, is hij niet langer aan de wereld gebonden. Zulk een persoon beschrijf ik als een brahmaan.

Meer lezen...

Alle riemen en teugels doorgekapt en de disselboom verwijderd; zulk een verlichte persoon is degene die ik een brahmaan noem.

398. Wie de riem en de teugel heeft doorgekapt, en ook het touw samen met het hoofdstel, hij die de disselboom verwijderd heeft, die persoon is ontwaakt; hij is degene die ik een brahmaan noem.

chetva nandhim varattam ca sandamam sahunakkamam ukkhittapaligham buddham tamaham brumi brahmanam

Onaangedaan verdraagt hij mishandeling en aanvallen, onderbouwd door geduld. Het is zulk een persoon die ik een brahmaan noem.

399. Iemand die zonder wrokgevoelens martelingen, aanvallen en in gevangenneming verdraagt, iemand die verdraagzaamheid als zijn kracht en zijn leger heeft; hij is degene die ik een brahmaan noem.

akkosam vadhabandham ca aduttho yo titikkhati khantibalam balanikam tamaham brumi brahmanam

Hij is mishandeld en beledigd. Hij is gemarteld, gevangengenomen en vastgebonden. Maar hij verdraagt dit alles zonder zich te irriteren of zijn geduld te verliezen (iemand die geduldig is, is verdraagzaam, vandaar dat khanti voor zowel verdraagzaamheid als voor geduld staat). Zulk een persoon die verdraagzaamheid als zijn kracht en zijn leger heeft, die beschrijf ik als een brahmaan.

Meer lezen...

Zonder kwaadheid, deugdzaam en plichtsgetrouw, die nu in zijn laatste geboorte is; die persoon noem ik een brahaam.

400. Wie zonder boosheid is en plichtsgetrouw is, vol deugdzaamheid en vrij van begeerte, wie getraind is -- hij is in zijn laatste lichaam. Hij is degene die ik een brahmaan noem.

akkodhanam vatavantam silavantam anussatam dantam antimasariram tamaham brumi brahmanam

Zoals een waterdruppel van een lotusblad rolt, of een mosterdzaadje van de punt van een naald... hem noem ik een brahmaan.

401. Zoals een waterdruppel op een lotusblad, of zoals een mosterdzaadje op het puntje van een naald -- op dezelfde wijze hecht hij niet aan zintuiglijke dingen; hij is degene die ik een brahmaan noem.

vari pokkharapatte'va aragger'iva sasapo yo na lippati kamesu tamaham brumi brahmanam

Iemand die hier in dit leven het einde van lijden gewaar wordt, raakt ontlast... zulk een persoon noem ik een brahmaan.

402. Hij die in dit leven voor hemzelf het einde van lijden heeft gerealiseerd, wie zijn last terzijde heeft gelegd en bevrijd is; hij is degene die ik een brahmaan noem.

yo dukkhassa pajanati idh'eva khayamattano pannabharam visamyuttam tamaham brumi brahmanam

Hij is vol inzicht en is vakkundig om het verkeerde van het juiste pad te onderscheiden, hij heeft het hoogste doel bereikt. Dat is de persoon die ik een brahmaan noem.

403. Wiens kennis diep is, die wijs is, die bekwaam is om het verkeerde van het juiste pad te onderscheiden, iemand die het allerhoogste doel heeft bereikt; hij is degene die ik een brahmaan noem.

gambhirapa˝˝am medhavim maggamaggassa kovidam uttama'ttham anuppattam tamaham brumi brahmanam

Een gematigde asceet die afstand bewaart ten opzichte van de lekenvolgelingen en andere monniken. Dat is de persoon die ik een brahmaan noem.

404. Op afstand van de lekenvolgelingen en van hen die de wereld verlaten hebben, iemand die rondzwerft zonder een vast verblijf, met weinig wensen; hij is degene die ik een brahmaan noem.

asamsatham gahatthehi anagarehi cu'bhayam anokasarim appiccham tamaham brumi brahmanam

Hij heeft zijn wapens neergelegd en doet geen enkel wezen pijn. Hem noem ik een brahmaan.

405. Hij die gewelddadigheid ten opzichten van alle levende wezens verlaten heeft, de angstige en de sterken, iemand die niet doodt of anderen tot doden aanzet; hij is degene die ik een brahmaan noem.

nidhaya dandam bhutesu tasesu thavaresu ca yo na hanti na ghateti tamaham brumi brahmanam

Hij is vrij van vijandigheid, van gewelddadigheid en van hartstochtelijk vastgrijpen, terwijl hij zich onder mensen kan begeven die daar niet vrij van zijn.

406. Vriendelijk onder hen die vijandig zijn, vredig onder hen die gewelddadig zijn, niet gehecht onder hen die gehecht zijn; hij is degene die ik een brahmaan noem.

aviruddham viruddhesu attadandesu nibbutam sadanesu anadanam tamaham brumi brahmanam

Begeerte, haat, eigendunk en minachting van anderen, vallen van hem af zoals een mosterdzaadje van de punt van een naald. Hem noem ik een brahmaan.

407. Van wie begeerte en haat, eigendunk en minachting zijn afgevallen zoals een mosterdzaadje van de punt van een naald valt, hij is degene die ik een brahmaan noem.

yassa rago ca doso ca mano makkho ca patito sasapor'iva aragga tamaham brumi brahmanam

Zijn geest accepteert geen slechte dingen als hartstocht (raga), haat (dosa), eigendunk (mana) en minachting van anderen (makkha). Hierin, is zijn geest als de punt van een naald die een mosterdzaadje niet vastgrijpt. Een individu met zo'n geest beschrijf ik als een brahmaan.

Meer lezen...

Vriendelijk, leerzaam en eerlijk in zijn spraak. Er is niemand die hij beledigt. Dit is de persoon die ik een brahmaan noem.

408. Hij die vriendelijk spreekt, leerzame en ware woorden, nooit iemand beledigt; hij is degene die ik een brahmaan noem.

akakkasam vi˝˝apanim giram saccam udiraye yaya na'bhisaje ka˝ci tamaham brumi brahmanam

Hij die niets neemt van een ander wat niet aan hem toebehoort, groot of klein... hem noem ik een brahmaan.

409. Wie in de wereld nooit neemt wat niet is gegeven, of het lang of kort is, groot of klein, goed of slecht; hij is degene die ik een brahmaan noem.

yo'dha digham va rassam va anum thulam subhasubham loke adinnam na'diyati tamaham brumi brahmanam

Niet verlangend naar deze wereld of naar de volgende; hij is bevrijd, hij is verlangenloos. Hem noem ik een brahmaan.

410. In hem waarin geen begeerte is naar deze wereld of de volgende, hij die zonder begeerte en ongebonden is; hij is degene die ik een brahmaan noem.

asa yassa na vijjanti asmim loke paramhi ca nirasayam visamyuttam tamaham brumi brahmanam

Geen gehechtheden of twijfels vormen een probleem voor hem, hij heeft de doodloze staat bereik. Hem noem ik een brahmaan.

411. In wie geen gehechtheid gevonden wordt, wie door perfecte kennis bevrijd is van twijfel, wie de doodloze staat bereikt heeft; hij is degene die ik een brahmaan noem.

yassa'laya na vijjanti a˝˝aya akathankathi amatogadham anuppatam tamaham brumi brahmanam

Voorbij de greep van het goede en het kwade, zonder verdriet en zuiver. Hem noem ik een brahmaan.

412. Wie in deze wereld voorbij beide banden is gegaan -- verdienste en kwaad -- hij is zonder verdriet, onbezoedeld en zuiver; hij is degene die ik een brahmaan noem.

yo'dha pu˝˝a˝ ca papa˝ ca ubho sangam upaccaga asokam virajam suddham tamaham brumi brahmanam

Zoals de maan zonder vlekken, kalm en helder. Zijn vreugde in het bestaan is geŰindigd; een waar brahmaan.

413. Hij die, zoals de maan zonder bezoedelingen is, sereen en glashelder is, wie de begeerte naar het bestaan heeft vernietigd; hij is degene die ik een brahmaan noem.

candam'va vimalam suddham vippasannam anavilam nandibhavaparikkhinam tamaham brumi brahmanam

Totaal bevrijd van hechten en twijfels. Hij heeft gereisd van het gevaarlijke samsara naar absolute veiligheid. Zulk een persoon noem ik een brahmaan.

414. Hij die door dit moerassige pad gereisd is, de levensgevaarlijke en bedrieglijke ronden van bestaan (samsara), hij die overgestoken is en de andere oever heeft bereikt. Hij, die meditatief is, kalm, vrij van twijfels en nergens aan hecht; hij heeft Nibbana verwerkelijkt. Hij is degene die ik een brahmaan noem.

yo imam palipatham duggam samsaram mohamaccaga tinno paragato jhayi anejo akathankathi anupadaya nibbuto tamaham brumi brahmanam

Hij is het moeras van begeerte overgestoken. Hij is voorbij het moeilijke gebied van bezoedelingen gegaan, het gebied dat zo moeilijk te begaan is. Hij heeft de cyclus van het bestaan (samsara) doorkruist. Hij heeft geheel en volkomen de andere zijde bereikt. Hij is een meditator en is vrij van begeerte. Zijn spirituele twijfels zijn allemaal opgelost. Hij grijpt zich nergens meer in de wereld aan vast. Hij is bekoeld (d.w.z. hij heeft Nibbana gerealiseerd). Zulk een persoon beschrijf ik als een brahmaan.

Meer lezen...

Met zintuiglijke geneugten verworpen, nadert hij als een thuisloze het einde van de lange reis door samsara. Hem noem ik een brahmaan.

415. Hij, die zintuiglijke geneugten heeft opgegeven, die het huislijke leven verlaten heeft en het thuisloze leven is aangegaan, hij, die zowel zintuiglijke geneugten als het continueren in het bestaan vernietigd heeft; hij is degene die ik een brahmaan noem.

yo'dha kame pahatvana anagaro paribbaje kamabhavaparikkhinam tamaham brumi brahmanam

Met begeerte verworpen, nadert hij als een thuisloze het einde van de lange reis door samsara. Hem noem ik een brahmaan.

416. Hij, die begeerte heeft opgegeven, die het huislijke leven verlaten heeft en het thuisloze leven is aangegaan, hij, die zowel begeerte als het continueren in het bestaan vernietigd heeft; hij is degene die ik een brahmaan noem.

yo'dha tanham pahatvana anagaro paribbaje tanhabhavaparikkhinam tamaham brumi brahmanam

Hij verwerpt menselijke banden, gaat ook voorbij de hemelse. Volledig ongebonden is hij vrij. Dit is de persoon die ik een brahmaan noem.

417. Door menselijke banden opgegeven te hebben en voorbij goddelijke banden te zijn gegaan, is iemand ongebonden en vrij van alle banden; hij is degene die ik een brahmaan noem.

hitva manusakam yogam dibbam yogam upaccaga sabbayogavisamyuttam tamaham brumi brahmanam

Wie lust en walging opgegeven heeft, en zonder voedingsbodem om in het bestaan te continueren heeft hij de wereld overwonnen. Hem noem ik een brahmaan.

418. Hij heeft lust en walging opgegeven, hij is kalm en hij is bevrijd van de voedingsbodem van het bestaan, een held die alle werelden overwonnen heeft; hij is degene die ik een brahmaan noem.

hitva ratim ca aratim ca sitibhutam nirupadhim sabbalokabhibhum viram tamaham brumi brahmanam

Hij kent het komen en gaan van wezens, hij heeft de perfectie bereikt. Hem noem ik een brahmaan.

419. Hij kent de dood en wedergeboorte van wezens op elke wijze, hij is volkomen bevrijd, verheven, ontwaakt; hij is degene die ik een brahmaan noem.

cutim yo vedi sattanam upapattim ca sabbaso asatam sugatam buddham tamaham brumi brahmanam

Wiens reis niemand kent. Die waardige en zuivere, dat is degene die ik een brahmaan noem.

420. Wiens pad noch door hemelwezens, noch door hemelse muzikanten, noch door mensen bekend is, wiens bezoedelingen allemaal vernietigd zijn, de Arahat, hij is degene die ik een brahmaan noem.

yassa gatim na jananti deva gandhabbamanusa khinasavam arahantam tamaham brumi brahmanam

Hun pad (bestemming) kan noch door goden (deva's), hemelse muzikanten (gandhabba's), noch door mensen (manussa) getraceerd worden, omdat zij geen bezoedelingen meer hebben. Zulk een persoon, de Arahat, heeft de hoogste spirituele staat bereikt. Zulk een persoon noem ik een brahmaan.

Meer lezen...

Niets bezittend ongeacht tijd of plaats, nergens een vastgrijpen; hem noem ik een brahmaan.

421. Hij die zich nergens aan vastklampt, hetzij in het verleden, in het heden of in de toekomst, die niets bezit, die ongehecht is; hij is degene die ik een brahmaan noem.

yassa pure ca paccha ca majjhe ca natthi ki˝canam aki˝canam anadanam tamaham brumi brahmanam

Edel en verheven, met alle veldslagen gewonnen, zuiver en kalm. Hem noem ik een brahmaan.

422. Hij, de imposante stier, de verhevene, de dappere, de grote ziener, hij die alles overwonnen heeft, de hartstochtloze, de zuivere, de ontwaakte; hij is degene die ik een brahmaan noem.

usabham pavaram viram mahesim vijitavinam anejam nahatakam buddham tamaham brumi brahmanam

Hij kent zijn eerdere bestaansvormen, hij kent de sferen van de hemelen en de hellen, hij heeft de lange zwerftocht beŰindigd. Hem noem ik een waar brahmaan.

423. Hij, die zijn vorige levens kent, de gelukkige en ellendige staten ziet, hij die het einde van geboorten heeft bereikt en de perfectie van wijsheid heeft verwerkelijkt, de heilige die de top van zijn spirituele voortreffelijkheid heeft bereikt; hij is degene die ik een brahmaan noem.

pubbenivasam yo vedi saggapaya˝ca passati atho jatikkhayam patto abhi˝˝a vosito muni sabbavositavosanam tamaham brumi brahmanam