De verzaking

Pabbajja Sutta

De ontmoeting met koning Bimbisara.

405. Ik zal u vertellen over de verzaking: de manier waarop degene met inzicht de wereld verzaakte en de wijze van onderzoek dat hem ertoe aangezet heeft om voor een leven van verzaking te kiezen.

406. 'In een huis', dacht die man, 'is het leven verstikt -- net zoals er stof is, is er overal onzuiverheid; maar het leven van verzaking is wijd open.' Hij begreep dat dit zo was en hij vertrok.

407. Door dit zo gedaan te hebben weigerde hij elke verkeerde daad via het lichaam, hij verwierp elke soort van verkeerde spraak en wijzigde ook de wijze waarop hij zich in zijn levensonderhoud voorzag.

408. Hij ging naar de stad Rajagaha, in het land van Magadha. Daar ging hij -- de Boeddha met zijn vele buitengewone kenmerken -- op zoek naar voedsel.

409. Koning Bimbisara, die in zijn paleis stond alwaar hij de man met de edele kenmerken zag, sprak tot zijn volgelingen:

410-411. "Kijk heren, hoe mooi is die man, hoe statig, hoe zuiver en perfect in gedrag. Met neergeslagen ogen en waakzaam, terwijl hij slechts een ploeglengte voor zich uitkijkt. Die is niet van lage afkomst. Zend de koninklijke boodschappers uit om uit te vinden waar het pad van deze monnik naar toe leidt."

412. En zo werden de boodschappers van de koning uitgezonden en volgden hem door steeds na te vragen: "Waar gaat de monnik heen? Waar is hij van plan te verblijven?"

413. De bedelaar liep van deur tot deur, de zintuigen bewakend, goed beheerst, alert en indachtig. Zijn bedelnap was al snel gevuld.

414. Toen zijn bedelronde erop zat, vertrok hij en vervolgde hij zijn weg naar de heuvel Pandava. De boodschappers kwam ter oren dat hij daar zou blijven.

415. Toen zij zagen dat hij daar bleef, zetten sommigen zich neer en keken toe, terwijl een andere boodschapper terugging om de koning te informeren.

416. "Majesteit," zei hij, "de monnik heeft zich gevestigd op de oostzijde van de Pandava heuvel. Hij zit daar in zijn bergleger zoals een leeuw, een tijger of een stier!"

417. Toen hij de woorden van de boodschapper hoorde, liet de Khattiya koning zijn speciale rijtuig aanspannen en vertrok met de grootst mogelijke haast naar de Pandava heuvel.

418. De koning reedt tot waar de grond dit toeliet, stapte uit en liep vervolgens de berg op naar waar de monnik zich bevond.

419. Hij ging naast hem zitten, wisselde vriendelijke begroetingen uit, vroeg hem naar zijn gezondheid en sprak aldus:

420. "U bent nog slechts een jonge man, Heer, een jeugdige die in de bloei van zijn leven is. U bent knap en goed gebouwd. Uw verschijning doet iemand denken dat u een prins bent van edele geboorte."

421. "U bent geschikt om een prachtig leger te leiden, om de troepen olifanten te leiden. Geniet de weelde die ik u kan geven. Hoe dan ook, wilt u me alstublieft vertellen van welke familie u afkomstig bent?"

422. "Koning," kwam het antwoord, "niet ver van de Himalaya, het land van de sneeuw, is een land genaamd Kosala. De mensen van Kosala zijn rijk en sterk."

423. "Zij zijn van het ras van de zon en hun familienaam is Sakya. Maar ik ben niet bij hen weggegaan om zintuiglijke plezieren te zoeken."

424. "Ik ben bij hen weggegaan om te streven. Ik heb de gevaren van plezieren gezien en ook de veiligheid met betrekking tot het verzaken ervan. Zo zal ik nu gaan. Ik zal de strijd aangaan. Dat is waar mijn geest vreugde in vindt. Dat is waar mijn geest zegen vindt."

RegID: Snp3-01
Bijgewerkt op: 12 oktober 2006
Auteur: Peter van Loosbroek - Ananda
Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright: Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overige informatie: Geen