Mahadhana

Vanwege de continue jacht op zintuiglijke dingen, denkt men alleen aan een lang leven, goede gezondheid en jeugdigheid. Deze onverzadigbare zintuiglijke begeerte, vormt de grootste hindernis om de realiteit van het bestaan zoals ziekte, ouderdom en dood, te beseffen. De zintuiglijke jacht is in werkelijkheid niets meer dan een vlucht voor de realiteit, met angst als basis. Maar wie de realiteit aanschouwt, zal geen angst meer kennen.

Onwijze mensen maken plannen voor de toekomst, van seizoen tot seizoen, en denken niet na over de gevaren waarmee zij verbonden zijn.

286. Hier zal ik de regentijd doorbrengen, hier de winter en hier de zomer; aldus denkt de dwaas. Hij realiseert zich niet het gevaar (dat de dood elk moment kan komen).

idha vassam vasissami idha hemantagimhisu iti balo vicinteti antarayam na bujjhati

Wanneer de onwetende persoon denkt dat hij de gehele tijd van het regenseizoen, het winterseizoen en het zomerseizoen in een bepaalde plaats kan doorbrengen, beseft hij niet de bedreiging van de dood. Een dwaas iemand denkt alleen maar aan aangename pleziertjes en staat nooit stil bij het feit dat de dood onvermijdelijk is.

Terwijl de Boeddha in het Jetavana klooster verbleef, sprak de Boeddha dit vers, met verwijzing naar Mahadhana, een koopman van Varanasi.

Er kwam eens een koopman van Varanasi naar een festijn in Savatthi met een groot aantal wagens, volgeladen met textiel en andere handelswaar. Toen hij een bank van een rivier naderde, had deze rivier een plotselinge hoge waterstand waardoor hij de rivier niet kon oversteken. Hij werd zeven dagen opgehouden want het regende erg hard waardoor de waterstand in de rivier niet afnam. Vanwege deze zeven wachtdagen kwam hij te laat voor het festijn en was er voor hem geen reden meer om de rivier over te steken. Omdat hij met zijn wagens vol met handelswaar al een grote afstand had afgelegd, wilde hij niet naar huis terugkeren. Hij zei tegen zijn assistenten dat hij besloten had om het regenseizoen, het koude seizoen en het warme seizoen in die stad door te brengen.

Terwijl de Boeddha zijn voedselronde deed, bemerkte hij de beslissing in de geest van de koopman en glimlachte. Ananda vroeg aan de Boeddha waarom hij glimlachte en hij antwoordde: "Ananda, zie je die koopman daar? Hij denkt dat hij hier blijft en dat hij het hele jaar zijn goederen hier zal verkopen. Maar hij is zich er niet bewust van dat hij binnen zeven dagen zal sterven. Wat gedaan moet worden, dat moet vandaag gedaan worden. Wie weet of hij morgen zal sterven? Wij hebben geen vaste datum afgesproken met de Koning van de Dood (Yama). Maar voor iemand die dag en nacht waakzaam is, die niet gestoord wordt door morele bezoedelingen en die energiek is, is het leven waarin slechts één goed bestede nacht is, een goed besteed leven.

En de Boeddha zond Ananda naar Mahadhana de koopman. Ananda legde aan hem uit, dat zijn tijd ten einde liep en dat hij zich zou moeten oefenen in indachtigheid in plaats daarvan er nalatig in te zijn. Toen hij hoorde over zijn naderende dood, was Mahadhana geschrokken en ontsteld. Hij nodigde de Boeddha en de andere monniken uit om de komende zeven dagen een maaltijd te komen nuttigen. Op de zevende dag predikte de Boeddha een toespraak uit dank (anumodana), en aan het einde van die toespraak verwierf Mahadhana de koopman, de vrucht van sotapatti, de in de stroom getredene.

Toen de Boeddha vertrok, vergezelde Mahadhana hem een eind om vervolgens weer terug te keren. Op zijn terugtocht kreeg hij een hevige hoofdpijn waarna hij binnen korte tijd stierf. Mahadhana werd geboren in de wereld van de Tusita deva's.

Uitleg vertaling vers 286

vassam idha vasissami hemantagimhisu idha iti balo vicinteti antarayam na bujjhati

vassam: gedurende de regentijd; idha: in deze plaats; vasissami: zal ik verblijven; hemantagimhisu: in de winter en de zomer; idha: hier (zal ik verblijven); iti: op deze wijze; balo: de dwaze persoon; vicinteti: denkt; antarayam: zijn eigen gevaar; na bujjhati: is (hij) niet gewaar

Commentaar

Omgaan met de dood (4)

Naar het Woordenboek antarayam na bujjhati: Ziet niet het gevaar dat hij dood kan gaan. De koopman in dit verhaal was het feit van de dood niet gewaar.

Er zijn in deze wereld mensen met allerlei verschillende achtergronden en die een grote afkeer hebben voor het woord 'dood', laat staan dat zij de dood nader in beschouwing zullen nemen. Verblind door het idee van een lang leven, goede gezondheid, jeugdigheid en voorspoed, vergeten zij volkomen het feit dat zij onderworpen zijn aan de dood. Ondergedompeld in de voorbijgaande plezieren van de vijfvoudige zintuigen, zoeken zij alleen maar naar materiële vooruitgang in de wereld, houden geen rekenschap met een toekomstig leven hierna, en zijn zij toegeeflijk in de onzedelijke gecombineerde daden via het lichaam, de spraak en de gedachten. Zij beschouwen dit vergankelijke en verdwijnende leven als onvergankelijk en altijd blijvend.

Het is om een gevoel van onvoldaanheid te doen ontstaan in deze verblinde en onwetende mensen; het is om het snerpende verdriet te sussen vanwege de scheiding van bezielde objecten zoals ouders en kinderen, en van onbezielde objecten zoals rijkdom en bezittingen; het is om de Leer van vergankelijkheid in alle wezens in te prenten en hen daarbij te overtuigen van het onbevredigende van het leven en hen de weg te wijzen naar een altijd durende vrede -- dat de Boeddha deze woorden predikte.

Iemand die de Leer van de Boeddha niet begrepen heeft, is verblind door het idee van een lang leven en beschouwt zichzelf als onsterfelijk, ondanks het feit dat hij vele doden om zich heen kan zien; hij is verblind door het idee van goede gezondheid en beschouwt zichzelf als zijnde vrij van ziekte, terwijl hij ontelbare zieke mensen om zich heen kan zien; hij is verblind door zijn jeugdigheid en ondanks het feit dat hij veel oude en afgetakelde mensen om zich heen ziet, beschouwt hij zichzelf als iemand die niet onderhevig is aan ouderdom; hij is verblind door rijkdom en voorspoed, terwijl hij ontelbare mensen die aan extreme armoede blootgesteld zijn om zich heen kan zien. En nooit denkt hij er maar één moment over na, dat ook hij aan zo'n staat onderworpen kan zijn.

RegID: Dhp286
Bijgewerkt op: 11 mei 2004
Auteur: Peter van Loosbroek - Ananda
Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright: Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overige informatie: Dhammapada 286