Soreyya - de man die een vrouw werd

Gedachten veranderen de fysieke gesteldheid. In de meeste gevallen is dat een langzaam proces: er kunnen meerdere levens nodig zijn voordat een verandering voor het blote oog duidelijk zichtbaar wordt, maar in sommige gevallen kunnen ze zich ook zeer direct manifesteren.

Een goed gerichte geest doet een persoon veel meer goed dan iemands ouders of verwanten.

043. Wat iemands moeder, wat iemands vader, wat een bloedverwant ook zal doen; een goed gedisciplineerde geest, kan iemand inderdaad meer goed doen.

na tam mata pita kayira aññe vapi ca ñataka sammapanihitam cittam seyyaso nam tato kare

Goed gerichte gedachten kunnen een persoon beter helpen dan zelfs zijn eigen vader of moeder.

Terwijl de Boeddha in het Jetavana Klooster verbleef, sprak hij dit vers, met verwijzing naar Soreyya, de zoon van een rijk man uit de gelijknamige stad Soreyya.

Op een keer reed Soreyya, vergezeld door een vriend en enkele bedienden, met een rijtuig uit om een bad te nemen. Op dat moment was de monnik Maha Kaccayana juist buiten de stad bezig z'n gewaden te ordenen, omdat hij de stad Soreyya in wilde gaan om zijn bedelronde te doen. Toen de jongeling Soreyya het jeugdige voorkomen van de monnik zag, dacht hij: "Ik wou dat die monnik m'n vrouw was, zodat het voorkomen van mijn vrouw zou zijn zoals dat van hem." En terwijl die wens in hem opkwam, veranderde hij van geslacht en werd hij een vrouw. Zich diep schamend, stapte hij uit het rijtuig en rende weg in de richting van Taxila. Zijn metgezellen zochten naar hem, maar konden hem niet vinden.

Soreyya, nu een vrouw, bood enkele mensen die naar Taxila gingen haar zegelring aan, om daardoor toestemming te krijgen met hen in hun rijtuig mee te mogen rijden. Eenmaal in Taxila aangekomen, vertelden haar metgezellen aan een jonge rijke man uit Taxila over de dame, die met hen meegekomen was. De jonge rijke man vond haar erg mooi en van geschikte leeftijd voor hem, en hij trouwde met haar. Uit dit huwelijk werden twee zonen geboren; er waren ook twee zonen uit het vorige huwelijk van Soreyya toen hij nog een man was.

Op een dag kwam de zoon van een rijke man uit de stad Soreyya, naar Taxila met een karavaan van vijfhonderd wagens. Hij werd door dame Soreyya herkend als zijnde een oude vriend en zij nodigde de man uit naar haar huis te komen. De man uit Soreyya was verbaasd dat hij werd uitgenodigd, omdat hij zelf de vrouw niet kende. Hij vertelde dame Soreyya dat hij haar niet kende en hij vroeg haar waarvan ze hem kende. Ze antwoordde dat ze hem kende uit de stad Soreyya. Ze vroeg ook naar de gezondheid van haar familie en de andere mensen daar. En zo vertelde de man uit Soreyya haar over de zoon van de rijke man, die op mysterieuze wijze verdwenen was toen hij een bad ging nemen.

Toen openbaarde dame Soreyya haar eigenlijke identiteit en vertelde wat er allemaal gebeurd was: over de verkeerde gedachten ten opzichte van de monnik Maha Kaccayana, over de verandering van geslacht, en haar huwelijk met de jonge rijke man uit Taxila. De man uit de stad Soreyya adviseerde toen de dame Soreyya om aan de monnik vergiffenis te vragen.

Overeenkomstig met dit advies werd de monnik Maha Kaccayana uitgenodigd in het huis van Soreyya en er werd hem voedsel aangeboden. Na de maaltijd werd dame Soreyya naar de monnik gebracht. De man uit Soreyya vertelde de monnik dat de dame eens de zoon van een rijke man in Soreyya was. Hij legde de monnik uit hoe Soreyya veranderd was in een vrouw vanwege zijn verkeerde gedachten over de gerespecteerde monnik. Toen vroeg dame Soreyya op respectvolle wijze vergiffenis aan monnik Maha Kaccayana. De monnik zei: "Sta op, ik vergeef je." Toen deze woorden werden gesproken, veranderde de vrouw onmiddellijk weer in een man.

Soreyya dacht toen diep na, hoe hij in een enkel bestaan en met een enkel lichaam verandering van geslacht onderging, en hoe hem twee zonen werden geboren. Hij voelde zich heel verward en walgelijk door al deze dingen en hij besloot het huiselijk leven te verlaten en sloot zich aan bij de Sangha onder de leiding van de monnik.

Na die gebeurtenis werd hem vaak gevraagd: "Van welke zonen hield je het meest; van de twee zonen die je had toen je een man was of van de andere twee die je had toen je een vrouw was?" Hij antwoordde hen dat de liefde voor hen die hij gebaard had toen hij een vrouw was, groter was. Deze vraag werd hem zó vaak gesteld, dat hij er zich sterk aan ging ergeren en hij er zich voor schaamde. Dus bleef hij helemaal alleen. Met ijver beschouwde hij het verval en de ontbinding van het lichaam. Hij verwierf spoedig de hoogste graad van heiligheid samen met de Analytische Kennis (patisambhida). Toen de bekende vraag hem daarna gesteld werd, antwoordde hij dat hij geen enkele voorkeur voor iemand in het bijzonder had. Andere monniken hoorden hem zo aan, en ze dachten dat hij leugens vertelde. Toen over Soreyya werd gerapporteerd dat hij een ander antwoord gaf, zei de Boeddha: "Mijn zoon vertelt geen leugens, hij spreekt de waarheid." En toen uitte hij het vers waar dit verhaal mee begon.

Uitleg vertaling vers 43

tam mata na kayira, pita api ca aññe ñataka va samma panihitam cittam nam tato seyyaso kare

tam: die gunst; mata: iemands moeder; na kayira: zal niet doen; pita: ook iemands vader (zal niet doen); api ca: en ook; aññe: andere; ñataka va: relaties; samma panihitam: goed gedisciplineerd; cittam: geest; nam: voor die persoon; tato seyyaso: zoiets beter dan dat; kare: voor iemand zal doen

Commentaar

Naar het Woordenboek samma panihitam cittam: De goed gegrondveste geest.

De goed gerichte geest

Iemands ouders kunnen immens veel van iemand houden. Zij kunnen iemand bijvoorbeeld alle wereldse dingen geven. Maar, als het op de vruchten van het hogere leven aankomt -- vrijheid en het winnen van het 'onsterfelijke' -- dan kan alleen de goed gegrondveste geest helpen. Dit is omdat iemand het 'onsterfelijke' geheel door zichzelf moet ervaren. De ontwikkelde geest is iemands beste vriend.

Een goed gerichte geest, is de geest welke gericht is op de tien soorten van verdienstelijke daden (kusala), namelijk: 1. vrijgevigheid; 2. moraliteit; 3. meditatie; 4. eerbied; 5. dienstbaarheid; 6. overdragen van verdiensten; 7. zich verheugen in een ander z'n verdiensten; 8. het horen van de Dhamma; 9. verbreiden van de Dhamma; en 10. het in orde brengen/het recht maken van zijn inzichten.

RegID: Dhp043
Bijgewerkt op: 4 december 2006
Auteur: Peter van Loosbroek - Ananda
Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright: Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overige informatie: Dhammapada 43