De grote toespraak over de vernietiging van begeerte

Maha Tanhasankhaya Sutta

Een monnik genaamd Sati verkondigt de verderfelijke mening dat hetzelfde bewustzijn van het ene leven naar het andere leven transmigreert. De Boeddha berispt hem met een lange toespraak over het afhankelijk ontstaan en toont hoe alle verschijnselen van het bestaan opkomen en vergaan vanwege voorwaarden.

Inhoudsopgave

Het verkeerde begrip van de monnik Sati

Conditionaliteit van bewustzijn

De gelijkenis van het vuur met bewustzijn

Algemene vragenlijst over het bestaan

Het vlot

Voeding en afhankelijk ontstaan

Voorwaartse uiteenzetting over het ontstaan

Vragenlijst achterwaartse volgorde over het ontstaan

Samenvatting over het ontstaan

Voorwaartse uiteenzetting over het ophouden

Vragenlijst achterwaartse volgorde over het ophouden

Samenvatting over het ophouden

Persoonlijke kennis

De ronde bestaan: van conceptie naar volwassenheid

De continuering van de ronde

De beëindiging van de ronde: de geleidelijke training

De beëindiging van de ronde: het volledig ophouden

Conclusie

Tip Ter ondersteuning voor de bestudering en beoefening van deze toespraak is het goed om ook de volgende pagina door te nemen: Paticcasamuppada — Boeddhisme — De leer van het afhankelijk ontstaan.

Het verkeerde begrip van de monnik Sati

1. Aldus heb ik gehoord. Eens verbleef de Gezegende nabij Savatthi in het Jetavana, het park van Anathapindika.

2. Tijdens die gelegenheid was er deze verderfelijke mening in de monnik genaamd Sati, zoon van de visserman, ontstaan: "Zoals ik de Dhamma begrijp zoals die door de Gezegende is onderwezen, is dat hetzelfde bewustzijn (viññana) door de ronden van wedergeboorten doorrend en ronddoolt, niet een ander[1]."

3. Verscheidene monniken die hiervan hoorden, gingen naar de monnik Sati en vroegen hem: "Vriend Sati, is het waar dat zulk een verderfelijke mening in je is ontstaan?"

"Precies zo, vrienden. Zoals ik de Dhamma begrijp zoals die door de Gezegende is onderwezen, is dat hetzelfde bewustzijn door de ronden van wedergeboorten doorrend en ronddoolt, niet een ander."

En de monniken die graag wilden dat hij die verderfelijke mening zou loslaten, voerden de druk naar hem op en ondervroegen hem aldus: "Vriend Sati, zeg dat niet. Maak geen verkeerde voorstelling van de Gezegende. De Gezegende zou niet zo spreken. Want in veel toespraken heeft de Gezegende verklaard dat bewustzijn afhankelijk ontstaat, omdat zonder een voorwaarde (paccaya) er geen ontstaan van bewustzijn is."

Maar ondanks zij hem dit benadrukte en hij op die manier ondervraagd was door die monniken, bleef de monnik Sati, zoon van de visserman, hardnekkig vasthouden aan die verderfelijke mening en hij bleef erbij dat hij daar op stond.

4. Omdat de monniken niet in staat waren hem die verderfelijke mening te doen loslaten, gingen ze naar de Gezegende. Nadat zij respect aan hadden betuigd, gingen ze aan een zijde zitten en vertelde ze hem alles wat er was voorgevallen. En ze voegden eraan toe: "Eerwaarde heer, omdat wij, Sati, zoon van de visserman, zijn verderfelijke mening niet konden doen loslaten, zijn wij dit komen melden bij de Gezegende."

5. Toen sprak de Gezegende een zekere monnik aldus aan: "Kom, monnik, vertel de monnik Sati, zoon van de visserman, in mijn naam dat de Leraar hem roept." — "Ja, eerwaarde heer", antwoordde hij, en hij ging naar de monnik Sati en zei tegen hem: "De Leraar roept je, vriend Sati."

"Ja, vriend", antwoordde hij, en hij ging naar de Gezegende. Nadat hij hem respect had betuigd, ging hij aan een zijde zitten. En de Gezegende vroeg hem: "Sati, is het waar dat de volgende verderfelijke mening in je is ontstaan: 'Zoals ik de Dhamma begrijp zoals die door de Gezegende is onderwezen, is dat hetzelfde bewustzijn door de ronden van wedergeboorten doorrend en ronddoolt, niet een ander'?"

"Precies zo, eerwaarde heer. Zoals ik de Dhamma begrijp zoals die door de Gezegende is onderwezen, is dat hetzelfde bewustzijn door de ronden van wedergeboorten doorrend en ronddoolt, niet een ander."

"Wat is dat bewustzijn, Sati?"

"Eerwaarde heer, het is dat wat spreekt en voelt en dat hier en daar het gevolg ervaart van goede en slechte daden[2]."

"Misleide man, tegen wie heb jij mij ooit de Dhamma op die manier horen onderwijzen? Misleide man, heb ik dan niet in veel toespraken verklaard dat bewustzijn afhankelijk ontstaat, omdat zonder een voorwaarde (paccaya) er geen ontstaan van bewustzijn is? Maar jij, misleide man, hebt een verkeerde voorstelling van ons vanwege je verkeerde begrip. Hierdoor verwond je jezelf en verzamel je veel nadeel, want dit leidt tot schade en lijden voor lange tijd."

6. Toen sprak de Gezegende de monniken als volgt aan: "Monniken, wat denken jullie? Heeft deze monnik Sati, zoon van de visserman, zelfs een vonk van wijsheid ontstoken in deze Dhamma en Discipline?"

"Hoe zou hij dat kunnen, eerwaarde heer. Nee, eerwaarde heer."

Toen dit was gezegd, zat de monnik Sati, zoon van de visserman, zwijgend, verbijsterd, met hangende schouders en zijn hoofd naar beneden, somber en zonder reactie. Toen de Gezegende zich dit gewaar was, zei hij: "Misleide man, jij zult herkend worden door je eigen verderfelijke mening. Ik zal de monniken ondervragen omtrent deze kwestie."

7. Toen sprak de Gezegende de monniken als volgt aan: "Monniken, begrijpen jullie de Dhamma die door mij onderwezen is zoals deze monnik Sati, zoon van de visserman, dat doet terwijl hij een verkeerde voorstelling van ons heeft vanwege zijn verkeerde begrip, en hij zichzelf verwond en veel nadeel opstapelt?"

"Nee, eerwaarde heer. Want in veel toespraken heeft de Gezegende verklaard dat bewustzijn afhankelijk ontstaat, omdat zonder een voorwaarde er geen ontstaan van bewustzijn is."

"Goed, monniken. Het is goed dat jullie de Dhamma begrijpen zoals die door mij is onderwezen. Want in veel toespraken heb ik verklaard dat bewustzijn afhankelijk ontstaat, omdat zonder een voorwaarde er geen ontstaan van bewustzijn is. Maar deze monnik Sati, zoon van de visserman, heeft een verkeerd beeld van ons vanwege zijn verkeerde begrip. Hierdoor verwond hij zichzelf en verzamelt hij veel nadeel, want dit leidt tot schade en lijden van deze misleide man voor lange tijd."

Conditionaliteit van bewustzijn

8. "Monniken, bewustzijn wordt gerekend tot de bepaalde voorwaarde (paccaya) waarvan het afhankelijk ontstaat. Wanneer bewustzijn (viññana) ontstaat afhankelijk van het oog en vormen, wordt het gerekend tot het oogbewustzijn (cakkhu viññana). Wanneer bewustzijn ontstaat afhankelijk van het oor en geluiden, wordt het gerekend tot het oorbewustzijn (sota viññana). Wanneer bewustzijn ontstaat afhankelijk van de neus en geuren, wordt het gerekend tot het neusbewustzijn (ghana viññana). Wanneer bewustzijn ontstaat afhankelijk van de tong en smaken, wordt het gerekend tot het tongbewustzijn (jivha viññana). Wanneer bewustzijn ontstaat afhankelijk van het lichaam en aanraakbare objecten, wordt het gerekend tot het lichaamsbewustzijn (kaya viññana). Wanneer bewustzijn ontstaat afhankelijk van de geest en mentale objecten, wordt het gerekend tot het geestesbewustzijn (mano viññana)."

De gelijkenis van het vuur met bewustzijn

"Net zoals vuur wordt gerekend tot de bepaalde voorwaarde (paccaya) afhankelijk waarvan het brandt. Wanneer vuur afhankelijk van hout brandt, wordt het gerekend tot een hout vuur. Wanneer vuur afhankelijk van takkenbossen brandt, wordt het gerekend tot een takkenbossen vuur. Wanneer vuur afhankelijk van gras brandt, wordt het gerekend tot een gras vuur. Wanneer vuur afhankelijk van koeienmest brandt, wordt het gerekend tot een koeienmest vuur. Wanneer vuur afhankelijk van kaf brandt, wordt het gerekend tot een kaf vuur. Wanneer vuur afhankelijk van afval brandt, wordt het gerekend tot een afval vuur. — Net zo, wordt bewustzijn gerekend tot de bepaalde voorwaarde waarvan het afhankelijk ontstaat[3]. Wanneer bewustzijn ontstaat afhankelijk van het oog en vormen, wordt het gerekend tot het oogbewustzijn (...) Wanneer bewustzijn ontstaat afhankelijk van de geest en mentale objecten, wordt het gerekend tot het geestesbewustzijn."

Algemene vragenlijst over het bestaan

9. "Monniken, zien jullie: 'Dit moest in het bestaan (bhava) komen[4]?'" — "Ja, eerwaarde heer." — "Monniken, zien jullie: 'Het ontstaan ervan vindt plaats met dat als voedsel (ahara).'?'" — "Ja, eerwaarde heer." — "Monniken, zien jullie: 'Met het ophouden van dat voedsel, is datgene wat in het bestaan moest komen, onderworpen aan ophouden.'"? — "Ja, eerwaarde heer."

10. "Monniken, ontstaat twijfel wanneer iemand aldus onzeker is: 'Is dit wel of niet in het bestaan gekomen?'?" — "Ja, eerwaarde heer." — "Monniken, ontstaat twijfel wanneer iemand aldus onzeker is: 'Het ontstaan ervan vindt wel of niet plaats met dat als voedsel?'?" — "Ja, eerwaarde heer." — "Monniken, ontstaat twijfel wanneer iemand aldus onzeker is: 'Met het ophouden van dat voedsel, is datgene dat in het bestaan moest komen, wel of niet onderworpen aan ophouden?'?" — "Ja, eerwaarde heer."

11. "Monniken, is twijfel in iemand opgegeven die het aldus ziet zoals het werkelijk is met ware wijsheid: 'Dit moest in het bestaan komen.'?" — "Ja, eerwaarde heer." — "Monniken, is twijfel in iemand opgegeven die het aldus ziet zoals het werkelijk is met ware wijsheid: 'Het ontstaan ervan vindt plaats met dat als voedsel.'?" — "Ja, eerwaarde heer." — "Monniken, is twijfel in iemand opgegeven die het aldus ziet zoals het werkelijk is met ware wijsheid: 'Met het ophouden van dat voedsel, is datgene dat in het bestaan moest komen, onderworpen aan ophouden.'?" — "Ja, eerwaarde heer."

12. "Monniken, zijn jullie in dit verband (idha) vrij van twijfel: 'Dit moest in het bestaan komen.'?" — "Ja, eerwaarde heer." — "Monniken, zijn jullie in dit verband vrij van twijfel: 'Het ontstaan ervan vindt plaats met dat als voedsel.'?" — "Ja, eerwaarde heer." — "Monniken, zijn jullie in dit verband vrij van twijfel: 'Met het ophouden van dat voedsel, is datgene dat in het bestaan moest komen, onderworpen aan ophouden?'?" — "Ja, eerwaarde heer."

13. "Monniken, is het aldus goed door jullie gezien zoals het werkelijk is met ware wijsheid: 'Dit moest in het bestaan komen.'?" — "Ja, eerwaarde heer." — "Monniken, is het aldus goed door jullie gezien zoals het werkelijk is met ware wijsheid: 'Het ontstaan ervan vindt plaats met dat als voedsel.'?" — "Ja, eerwaarde heer." — "Monniken, is het aldus goed door jullie gezien zoals het werkelijk is met ware wijsheid: 'Met het ophouden van dat voedsel, is datgene dat in het bestaan moest komen, onderworpen aan ophouden?'?" — "Ja, eerwaarde heer."

Het vlot

14. "Monniken, gezuiverd en helder als deze visie is, als je eraan kleeft, het liefhebt, het koestert, en het behandelt als een bezit. Zouden jullie de Dhamma dan begrijpen die onderwezen is als een vlot om de oversteek te maken, en niet als doel om je eraan vast te grijpen[5]?" — "Nee, eerwaarde heer." — "Monniken, gezuiverd en helder als deze visie is, als je er niet aan kleeft, het niet liefhebt, het niet koestert, en het niet behandelt als een bezit. Zouden jullie de Dhamma dan begrijpen die onderwezen is als een vlot om de oversteek te maken, en niet als doel om je eraan vast te grijpen?" — "Ja, eerwaarde heer."

Voeding en afhankelijk ontstaan

15. "Monniken, er zijn deze vier soorten voeding (ahara) voor de handhaving van wezens die reeds in het bestaan (bhava) zijn gekomen en voor de ondersteuning voor hen die een nieuw bestaan zoeken. Welke vier? Materieel voedsel (kabalinkarahara) als voeding, groot en subtiel; contact (phassa) als de tweede; mentale wilshandelingen (mano sañcetana) als de derde; en bewustzijn (viññana) als de vierde[6]."

16. "Welnu, monniken, wat hebben deze vier soorten voeding als voorwaarde (paccaya), wat als oorsprong, van wat ontstaan en worden deze voortgebracht? Deze soorten voeding hebben begeerte (tanha) als voorwaarde, begeerte als oorsprong; zij ontstaan en worden voortgebracht door begeerte."

"En wat heeft begeerte (tanha) als voorwaarde (paccaya), wat als oorsprong, van wat ontstaat en wordt dit voortgebracht? Begeerte heeft gevoel (vedana) als voorwaarde, gevoel als oorsprong; dit ontstaat en wordt voortgebracht door gevoel."

"En wat heeft gevoel (vedana) als voorwaarde, wat als oorsprong, van wat ontstaat en wordt dit voortgebracht? Gevoel heeft contact (phassa) als voorwaarde, contact als oorsprong; dit ontstaat en wordt voortgebracht door contact."

"En wat heeft contact (phassa) als voorwaarde, wat als oorsprong, van wat ontstaat en wordt dit voortgebracht? Contact heeft de zesvoudige basis (salayatana) als voorwaarde, de zesvoudige basis als oorsprong; dit ontstaat en wordt voortgebracht door de zesvoudige basis."

"En wat heeft de zesvoudige basis (salayatana) als voorwaarde, wat als oorsprong, van wat ontstaat en wordt dit voortgebracht? De zesvoudige basis heeft geest en lichaam (nama rupa) als voorwaarde, geest en lichaam als oorsprong; dit ontstaat en wordt voortgebracht door geest en lichaam."

"En wat heeft geest en lichaam (nama rupa) als voorwaarde, wat als oorsprong, van wat ontstaat en wordt dit voortgebracht? Geest en lichaam heeft bewustzijn (viññana) als voorwaarde, bewustzijn als oorsprong; dit ontstaat en wordt voortgebracht door bewustzijn."

"En wat heeft bewustzijn (viññana) als voorwaarde, wat als oorsprong, van wat ontstaat en wordt dit voortgebracht? Bewustzijn heeft mentale formaties (sankhara) als voorwaarde, mentale formaties als oorsprong; dit ontstaat en wordt voortgebracht door mentale formaties."

"En wat hebben mentale formaties (sankhara) als voorwaarde, wat als oorsprong, van wat ontstaat en wordt dit voortgebracht? Mentale formaties hebben onwetendheid (avijja) als voorwaarde, onwetendheid als oorsprong; dit ontstaat en wordt voortgebracht door onwetendheid."

Voorwaartse uiteenzetting over het ontstaan

Noot[7]

17. "Dus, monniken,

met onwetendheid (avijja) als voorwaarde, ontstaan mentale formaties (sankhara)[8] (in het bestaan (bhava));

met mentale formaties als voorwaarde, ontstaat bewustzijn (viññana);

met bewustzijn als voorwaarde, ontstaat geest en lichaam (nama rupa);

met geest en lichaam als voorwaarde, ontstaat de zesvoudige basis (salayatana);

met de zesvoudige basis als voorwaarde, ontstaat contact (phassa);

met contact als voorwaarde, ontstaat gevoel (vedana);

met gevoel als voorwaarde, ontstaat begeerte (tanha);

met begeerte als voorwaarde, ontstaat hechten (upadana);

met hechten als voorwaarde, ontstaat worden (bhava)[9];

met worden als voorwaarde, ontstaat geboorte (jati);

met geboorte als voorwaarde, ontstaat ouderdom (jara) en dood (marana), verdriet (soka), weeklagen (parideva), pijn (dukkha), smart (domanassupayasa) en wanhoop (sambhavanti). Aldus is het ontstaan van deze hele massa van lijden (evametassa kevalassa dukkha kkhandhassa samudayo hoti)."

Vragenlijst achterwaartse volgorde over het ontstaan

18. "'Met geboorte als voorwaarde, ontstaat ouderdom en dood', zo werd het gezegd. Welnu, monniken, heeft ouderdom en dood, wel of niet geboorte als voorwaarde; hoe zien jullie het in dit geval?" — "Ouderdom en dood heeft geboorte als voorwaarde, eerwaarde heer. Zo zien wij het in dit geval: 'Met geboorte als voorwaarde, ontstaat ouderdom en dood.'"

"'Met worden als voorwaarde, ontstaat geboorte', zo werd het gezegd. Welnu, monniken, heeft geboorte, wel of niet worden als voorwaarde; hoe zien jullie het in dit geval?" — "Geboorte heeft worden als voorwaarde, eerwaarde heer. Zo zien wij het in dit geval: 'Met worden als voorwaarde, ontstaat geboorte.'"

"'Met hechten als voorwaarde, ontstaat worden (bhava)', zo werd het gezegd. Welnu, monniken, heeft worden, wel of niet hechten als voorwaarde; hoe zien jullie het in dit geval?" — "Worden heeft hechten als voorwaarde, eerwaarde heer. Zo zien wij het in dit geval: 'Met hechten als voorwaarde, ontstaat worden.'"

"'Met begeerte als voorwaarde, ontstaat hechten', zo werd het gezegd. Welnu, monniken, heeft hechten, wel of niet begeerte als voorwaarde; hoe zien jullie het in dit geval?" — "Hechten heeft begeerte als voorwaarde, eerwaarde heer. Zo zien wij het in dit geval: 'Met begeerte als voorwaarde, ontstaat hechten.'"

"'Met gevoel als voorwaarde, ontstaat begeerte', zo werd het gezegd. Welnu, monniken, heeft begeerte, wel of niet gevoel als voorwaarde; hoe zien jullie het in dit geval?" — "Begeerte heeft gevoel als voorwaarde, eerwaarde heer. Zo zien wij het in dit geval: 'Met gevoel als voorwaarde, ontstaat begeerte.'"

"'Met contact als voorwaarde, ontstaat gevoel', zo werd het gezegd. Welnu, monniken, heeft gevoel, wel of niet contact als voorwaarde; hoe zien jullie het in dit geval?" — "Gevoel heeft contact als voorwaarde, eerwaarde heer. Zo zien wij het in dit geval: 'Met contact als voorwaarde, ontstaat gevoel.'"

"'Met de zesvoudige basis als voorwaarde, ontstaat contact', zo werd het gezegd. Welnu, monniken, heeft contact, wel of niet de zesvoudige basis als voorwaarde; hoe zien jullie het in dit geval?" — "Contact heeft de zesvoudige basis als voorwaarde, eerwaarde heer. Zo zien wij het in dit geval: 'Met de zesvoudige basis als voorwaarde, ontstaat contact.'"

"'Met geest en lichaam als voorwaarde, ontstaat de zesvoudige basis', zo werd het gezegd. Welnu, monniken, heeft de zesvoudige basis, wel of niet geest en lichaam als voorwaarde; hoe zien jullie het in dit geval?" — "De zesvoudige basis heeft geest en lichaam als voorwaarde, eerwaarde heer. Zo zien wij het in dit geval: 'Met geest en lichaam als voorwaarde, ontstaat de zesvoudige basis.'"

"'Met bewustzijn als voorwaarde, ontstaat geest en lichaam', zo werd het gezegd. Welnu, monniken, heeft geest en lichaam, wel of niet bewustzijn als voorwaarde; hoe zien jullie het in dit geval?" — "Geest en lichaam heeft bewustzijn als voorwaarde, eerwaarde heer. Zo zien wij het in dit geval: 'Met bewustzijn als voorwaarde, ontstaat geest en lichaam.'"

"'Met mentale formaties als voorwaarde, ontstaat bewustzijn', zo werd het gezegd. Welnu, monniken, heeft bewustzijn, wel of niet mentale formaties als voorwaarde; hoe zien jullie het in dit geval?" — "Bewustzijn heeft mentale formaties als voorwaarde, eerwaarde heer. Zo zien wij het in dit geval: 'Met mentale formaties als voorwaarde, ontstaat bewustzijn.'"

"'Met onwetendheid als voorwaarde, ontstaan mentale formaties', zo werd het gezegd. Welnu, monniken, hebben mentale formaties, wel of niet onwetendheid als voorwaarde; hoe zien jullie het in dit geval?" — "Mentale formaties hebben onwetendheid als voorwaarde, eerwaarde heer. Zo zien wij het in dit geval: 'Met onwetendheid als voorwaarde, ontstaan mentale formaties.'"

Samenvatting over het ontstaan

19. "Goed, monniken. Dus jullie zeggen dit, en ook ik zeg dit: 'Wanneer dit bestaat, komt dat in het bestaan (bhava); met het ontstaan van dit, ontstaat dat[10].' Dat wil zeggen,

met onwetendheid (avijja) als voorwaarde, ontstaan mentale formaties (sankhara) (in het bestaan (bhava));

met mentale formaties als voorwaarde, ontstaat bewustzijn (viññana);

met bewustzijn als voorwaarde, ontstaat geest en lichaam (nama rupa);

met geest en lichaam als voorwaarde, ontstaat de zesvoudige basis (salayatana);

met de zesvoudige basis als voorwaarde, ontstaat contact (phassa);

met contact als voorwaarde, ontstaat gevoel (vedana);

met gevoel als voorwaarde, ontstaat begeerte (tanha);

met begeerte als voorwaarde, ontstaat hechten (upadana);

met hechten als voorwaarde, ontstaat worden (bhava);

met worden als voorwaarde, ontstaat geboorte (jati);

met geboorte als voorwaarde, ontstaat ouderdom (jara) en dood (marana), verdriet (soka), weeklagen (parideva), pijn (dukkha), smart (domanassupayasa) en wanhoop (sambhavanti). Aldus is het ontstaan van deze hele massa van lijden (evametassa kevalassa dukkha kkhandhassa samudayo hoti)."

Voorwaartse uiteenzetting over het ophouden

20. Maar met de vervaging van wat er nog over is en het ophouden[11] van onwetendheid (avijja), houden mentale formaties (sankhara)[12] op;

met het ophouden van mentale formaties, houdt bewustzijn (viññana) op;

met het ophouden van bewustzijn, houdt geest en lichaam (nama rupa) op;

met het ophouden van geest en lichaam, houdt de zesvoudige bases (salayatana) op;

met het ophouden van de zesvoudige bases, houdt contact (phassa) op;

met het ophouden van contact, houdt gevoel (vedana) op;

met het ophouden van gevoel, houdt begeerte (tanha) op;

met het ophouden van begeerte, houdt hechten (upadana) op;

met het ophouden van hechten, houdt worden (bhava)[13] op;

met het ophouden van worden, houdt geboorte (jati) op;

met het ophouden van geboorte (jati), houdt ouderdom (jara) en dood (marana) op, (marana), verdriet (soka), weeklagen (parideva), pijn (dukkha), smart (domanassupayasa) en wanhoop (sambhavanti). Aldus is het ophouden van deze hele massa van lijden (evametassa kevalassa dukkha kkhandhassa nirodho hoti)."

Vragenlijst achterwaartse volgorde over het ophouden

21. "'Met het ophouden van geboorte, houdt ouderdom en dood op', zo werd het gezegd. Welnu, monniken, houdt ouderdom en dood wel of niet op bij het ophouden van geboorte; hoe zien jullie het in dit geval?" — "Ouderdom en dood houdt op bij het ophouden van geboorte, eerwaarde heer. Zo zien wij het in dit geval: 'Met het ophouden van geboorte, houdt ouderdom en dood op.'"

"'Met het ophouden van worden, houdt geboorte op', zo werd het gezegd. Welnu, monniken, houdt geboorte wel of niet op bij het ophouden van worden; hoe zien jullie het in dit geval?" — "Geboorte houdt op bij het ophouden van worden, eerwaarde heer. Zo zien wij het in dit geval: 'Met het ophouden van worden, houdt geboorte op.'"

"'Met het ophouden van hechten, houdt worden op', zo werd het gezegd. Welnu, monniken, houdt worden wel of niet op bij het ophouden van hechten; hoe zien jullie het in dit geval?" — "Worden houdt op bij het ophouden van hechten, eerwaarde heer. Zo zien wij het in dit geval: 'Met het ophouden van hechten, houdt worden op.'"

"'Met het ophouden van begeerte, houdt hechten op', zo werd het gezegd. Welnu, monniken, houdt hechten wel of niet op bij het ophouden van begeerte; hoe zien jullie het in dit geval?" — "Hechten houdt op bij het ophouden van begeerte, eerwaarde heer. Zo zien wij het in dit geval: 'Met het ophouden van begeerte, houdt hechten op.'"

"'Met het ophouden van gevoel, houdt begeerte op', zo werd het gezegd. Welnu, monniken, houdt begeerte wel of niet op bij het ophouden van gevoel; hoe zien jullie het in dit geval?" — "Begeerte houdt op bij het ophouden van gevoel, eerwaarde heer. Zo zien wij het in dit geval: 'Met het ophouden van gevoel, houdt begeerte op.'"

"'Met het ophouden van contact, houdt gevoel op', zo werd het gezegd. Welnu, monniken, houdt gevoel wel of niet op bij het ophouden van contact; hoe zien jullie het in dit geval?" — "Gevoel houdt op bij het ophouden van contact, eerwaarde heer. Zo zien wij het in dit geval: 'Met het ophouden van contact, houdt gevoel op.'"

"'Met het ophouden van de zesvoudige bases, houdt contact op', zo werd het gezegd. Welnu, monniken, houdt contact wel of niet op bij het ophouden van de zesvoudige bases; hoe zien jullie het in dit geval?" — "Contact houdt op bij het ophouden van de zesvoudige bases, eerwaarde heer. Zo zien wij het in dit geval: 'Met het ophouden van de zesvoudige bases, houdt contact op.'"

"'Met het ophouden van geest en lichaam, houdt de zesvoudige bases op', zo werd het gezegd. Welnu, monniken, houdt de zesvoudige bases wel of niet op bij het ophouden van geest en lichaam; hoe zien jullie het in dit geval?" — "De zesvoudige bases houdt op bij het ophouden van geest en lichaam, eerwaarde heer. Zo zien wij het in dit geval: 'Met het ophouden van geest en lichaam, houdt de zesvoudige bases op.'"

"'Met het ophouden van bewustzijn, houdt geest en lichaam op', zo werd het gezegd. Welnu, monniken, houdt geest en lichaam wel of niet op bij het ophouden van bewustzijn; hoe zien jullie het in dit geval?" — "Geest en lichaam houdt op bij het ophouden van bewustzijn, eerwaarde heer. Zo zien wij het in dit geval: 'Met het ophouden van bewustzijn, houdt geest en lichaam op.'"

"'Met het ophouden van mentale formaties, houdt bewustzijn op', zo werd het gezegd. Welnu, monniken, houdt bewustzijn wel of niet op bij het ophouden van mentale formaties; hoe zien jullie het in dit geval?" — "Bewustzijn houdt op bij het ophouden van mentale formaties, eerwaarde heer. Zo zien wij het in dit geval: 'Met het ophouden van mentale formaties, houdt bewustzijn op.'"

"'Met het ophouden van onwetendheid, houden mentale formaties op', zo werd het gezegd. Welnu, monniken, houden mentale formaties wel of niet op bij het ophouden van onwetendheid; hoe zien jullie het in dit geval?" — "Mentale formaties houden op bij het ophouden van onwetendheid, eerwaarde heer. Zo zien wij het in dit geval: 'Met het ophouden van onwetendheid, houden mentale formaties op.'"

Samenvatting over het ophouden

22. "Goed, monniken. Dus jullie zeggen dit, en ook ik zeg dit: 'Wanneer dit bestaat, komt dat in het bestaan (bhava); met het ontstaan van dit, ontstaat dat.' Dat wil zeggen,

met het ophouden van onwetendheid (avijja), houden mentale formaties (sankhara) op (in het bestaan (bhava) te komen);

met het ophouden van mentale formaties, houdt bewustzijn (viññana) op;

met het ophouden van bewustzijn, houdt geest en lichaam (nama rupa) op;

met het ophouden van geest en lichaam, houdt de zesvoudige basis (salayatana) op;

met het ophouden van de zesvoudige basis, houdt contact (phassa) op;

met het ophouden van contact, houdt gevoel (vedana) op;

met het ophouden van gevoel, houdt begeerte (tanha) op;

met het ophouden van begeerte, houdt hechten (upadana) op;

met het ophouden van hechten, houdt worden (bhava) op;

met het ophouden van worden, houdt geboorte (jati) op;

met het ophouden van geboorte, houdt ouderdom (jara) en dood (marana) op, verdriet (soka), weeklagen (parideva), pijn (dukkha), smart (domanassupayasa) en wanhoop (sambhavanti). Aldus is het ophouden van deze hele massa van lijden (evametassa kevalassa dukkha kkhandhassa nirodho hoti)."

Persoonlijke kennis

23. "Monniken, kennen en zien op deze wijze, zouden jullie dan aldus terug willen rennen naar het verleden: 'Waren we in het verleden? Waren we niet in het verleden? Hoe waren we in het verleden? Wat zijn we geweest, wat zijn we in het verleden geworden?'?" — "Nee, eerwaarde heer."

"Kennen en zien op deze wijze, zouden jullie dan aldus voorwaarts willen rennen naar de toekomst: 'Zullen we in de toekomst zijn? Zullen we niet in de toekomst zijn? Wat zullen we in de toekomst zijn? Hoe zullen we in de toekomst zijn? Wat zijn we geweest, wat zullen we in de toekomst worden?'?" — "Nee, eerwaarde heer."

"Kennen en zien op deze wijze, zouden jullie nu aldus innerlijke twijfels hebben omtrent het heden: 'Ben ik? Ben ik niet? Wat ben ik? Hoe ben ik? Waar komt dit wezen vandaan? Waar zal het naar toe gaan?'[14]?" — "Nee, eerwaarde heer."

24. "Monniken, kennen en zien op deze wijze, zouden jullie zo spreken: 'De Leraar wordt door ons gerespecteerd. Wij spreken zo uit respect voor de Leraar'[15]?" — "Nee, eerwaarde heer."

"Kennen en zien op deze wijze, zouden jullie zo spreken: 'De asceet zegt dit, en zo (doen dat ook) andere asceten, maar wij spreken zo niet.'?" — "Nee, eerwaarde heer."

"Kennen en zien op deze wijze, zouden jullie een andere leraar erkennen?" — "Nee, eerwaarde heer."

"Kennen en zien op deze wijze, zouden jullie terugkeren naar de inachtnemingen, de rumoerige debatten, de gunstige tekenen[16] van de gewone asceten en brahmanen, en hen aanvaarden als de kern (van het heilige leven)?" — "Nee, eerwaarde heer."

"Spreken jullie alleen over wat je voor jezelf hebt gekend, gezien en begrepen?" — "Ja, eerwaarde heer."

25. "Goed, monniken. Dus je bent door mij geleid met deze Dhamma, die hier en nu zichtbaar is, onmiddellijk vruchten afwerpt, uitnodigt tot onderzoek, voorwaarts leidend, om door de wijzen zelf te worden ervaren. Want het was met betrekking tot dit dat er is gezegd: 'Monniken, deze Dhamma is hier en nu zichtbaar, onmiddellijk vruchten afwerpt, uitnodigt tot onderzoek, voorwaarts leidend, om door de wijzen zelf te ervaren.'"

De ronde bestaan: van conceptie naar volwassenheid

26. "Monniken, de conceptie van een embryo in de baarmoeder vindt plaats aan de hand van drie dingen[17]. Hier (idha), is er de samenkomst van de moeder en de vader, maar het is niet het seizoen van de moeder, en het wezen is er niet klaar voor om geboren te worden[18] — in dit geval is er geen conceptie van een embryo in de baarmoeder."

"Hier is er de samenkomst van de moeder en de vader, en het is het seizoen van de moeder, maar het wezen is er niet klaar voor om geboren te worden — in dit geval is er ook geen conceptie van een embryo in de baarmoeder."

"Maar wanneer er de samenkomst is van de moeder en de vader, en het is het seizoen van de moeder, en het wezen is er klaar voor om geboren te worden — door de samenkomst van deze drie dingen vindt de conceptie van een embryo in de baarmoeder plaats."

27. "Dan draagt de moeder het embryo negen of tien maanden in haar baarmoeder met veel bezorgdheid, als een zware last. Dan, aan het einde van die negen of tien maanden, bevalt de moeder met veel bezorgdheid, als een zware last. Dan, wanneer het kind is geboren, voedt zij het met haar eigen bloed; want moedermelk wordt 'bloed' genoemd in Discipline van Edele Mensen (ariya puggala)."

28. "Wanneer hij opgroeit en zijn vermogens ontwikkelen zich, speelt het kind met spelletjes als speelgoedploegen, tipkatten[19], salto's, speelgoedwindmolens, speelgoedmaten, speelgoedkarretjes en speelgoed pijl en boog."

29. "Wanneer hij opgroeit en zijn vermogens ontwikkelen zich (steeds verder), vermaakt de jongeling zichzelf terwijl hij is voorzien en begiftigd met de vijf koorden van sensueel plezier (kama guna), met vormen die herkenbaar zijn voor het oog (...), met geluiden die herkenbaar zijn voor het oor (...), met geuren die herkenbaar zijn voor de neus (...), met smaken die herkenbaar zijn voor de tong (...), met aanraakbare dingen die herkenbaar zijn voor het lichaam, wat gewenst is, waarnaar verlangd wordt, aangenaam en aantrekkelijk is, verbonden is met zintuiglijk verlangen (kamacchanda), en aangezet wordt door hartstocht (raga)."

De continuering van de ronde

30. "Bij het zien van een vorm met het oog, begeert hij ernaar als het aangenaam is; maar hij heeft er een afkeer naar als het onaangenaam is. Hij verblijft (viharati) met een indachtigheid van het lichaam die niet gevestigd is, met een beperkte geest. En hij begrijpt dit niet zoals het werkelijk is: de bevrijding van de geest (ceto vimutti) en de bevrijding door wijsheid (pañña vimutti) waarin die slechte onheilzame (akusala) staten[20] ophouden zonder overblijfsel. Betrokken als hij is[21] in voorkeur en afkeer, welk gevoel (vedana) hij ook voelt — of het nu aangenaam (sukha vedana) of onaangenaam (dukkha vedana) is, of noch onaangenaam noch aangenaam (adukkha m asukha vedana)[22] — hij vindt vreugde in dat gevoel, verwelkomt het en blijft het vasthouden[23]. Terwijl hij dat zo doet, ontstaat genot in hem. Nu is genot in gevoelens (vedana), hechten (upadana). Met zijn hechten als voorwaarde, ontstaat worden (bhava), met worden als voorwaarde, ontstaat geboorte (jati), met geboorte als voorwaarde, ontstaat ouderdom (jara) en dood (marana), verdriet (soka), weeklagen (parideva), pijn (dukkha), smart (domanassupayasa) en wanhoop (sambhavanti). Aldus is het ontstaan van deze hele massa van lijden (evametassa kevalassa dukkha kkhandhassa samudayo hoti)."

"Bij het horen van een geluid met het oor (...) Bij het ruiken van een geur met de neus (...) Bij het proeven van een smaak met de tong (...) Bij het voelen van een tastbaar object met het lichaam (...) Bij het herkennen van een mentaal object met de geest, begeert hij ernaar als het aangenaam is; maar hij heeft er een afkeer naar als het onaangenaam is. (...) Nu is genot in gevoelens, hechten. Met zijn hechten als voorwaarde, ontstaat worden, met worden als voorwaarde, ontstaat geboorte, met geboorte als voorwaarde, ontstaat ouderdom en dood, verdriet, weeklagen, pijn, smart en wanhoop. Aldus is het ontstaan van deze hele massa van lijden (evametassa kevalassa dukkha kkhandhassa samudayo hoti)."

De beëindiging van de ronde: de geleidelijke training

31-38. "Hier (idha), monniken, verschijnt een Tathagata in de wereld, volmaakt, volledig verlicht (...)

(als in M027, §11-18)[24]

(...) hij zuivert zijn geest van twijfel (vicikiccha)."

39. "Nadat hij deze vijf hindernissen (pañca nivarana) heeft verlaten, deze onvolkomenheden van de geest die wijsheid verzwakken, gaat en verblijft (viharati) een monnik, vrij van zintuiglijke dingen, vrij van karmisch onheilzame zaken, in de eerste meditatieve verdieping, die gepaard gaat met aanvangende gedachten (vitakka) en aanhoudende gedachten (vicara) en die vervuld is van vreugdevolle interesse (piti) en geluk (sukha), geboren uit onthechting (vivekaya)[25]."

"Dan, met het afnemen van aanvangende gedachten (vitakka) en aanhoudende gedachten (vicara), door het verkrijgen van innerlijke kalmte (passaddhi) en geestelijke eenheid (ekaggata), gaat en verblijft hij in de tweede meditatieve verdieping, die vrij is van aanvangende gedachten en aanhoudende gedachten, maar vervuld is van vreugdevolle interesse (piti) en geluk (sukha), geboren uit onthechting."

"Met het verdwijnen van vreugdevolle interesse (piti), verblijft hij in gelijkmoedigheid (upekkha vedana)[26], indachtig (sati) en helder van begrip (sampajañña); en hij ervaart in eigen persoon die zegen waarvan de edelen van geest zeggen: 'Gelukkig leeft hij, die gelijkmoedig en indachtig is.' Aldus gaat en verblijft hij in de derde meditatieve verdieping."

"Na het opgeven van geluk (sukha) en pijn (dukkha), en met de hieraan voorafgaande verdwijning van vreugdevolle interesse (piti) en smart (domanassa), gaat en verblijft hij in de vierde meditatieve verdieping die noch geluk noch pijn kent, die gezuiverd is door gelijkmoedigheid (upekkha) en indachtigheid (sati)."

De beëindiging van de ronde: het volledig ophouden

40. "Bij het zien van een vorm met het oog, begeert hij niet ernaar als het aangenaam is; en hij heeft er geen afkeer naar als het onaangenaam is. Hij verblijft (viharati) met een indachtigheid van het lichaam die gevestigd is, met een onbeperkte geest. En hij begrijpt dit zoals het werkelijk is: de bevrijding van de geest (ceto vimutti) en de bevrijding door wijsheid (pañña vimutti) waarin die slechte onheilzame (akusala) staten ophouden zonder overblijfsel[27]. Doordat hij aldus voorkeur en afkeer heeft verlaten, welk gevoel (vedana) hij ook voelt — of het nu aangenaam (sukha vedana) of onaangenaam (dukkha vedana) is, of noch onaangenaam noch aangenaam (adukkha m asukha vedana)[28] — hij vindt geen vreugde in dat gevoel (vedana), verwelkomt het niet noch blijft hij het vasthouden[29]. Terwijl hij dat zo doet (het niet vasthouden), houdt het genot in gevoelens in hem op, met het ophouden van zijn genot houdt het hechten (upadana) op, met het ophouden van hechten houdt worden (bhava) op, met het ophouden van worden houdt geboorte (jati) op, met het ophouden van geboorte houdt ouderdom (jara) en dood (marana) op, verdriet (soka), weeklagen (parideva), pijn (dukkha), smart (domanassupayasa) en wanhoop (sambhavanti). Aldus is het ophouden van deze hele massa van lijden (evametassa kevalassa dukkha kkhandhassa nirodho hoti)."

"Bij het horen van een geluid met het oor (...) Bij het ruiken van een geur met de neus (...) Bij het proeven van een smaak met de tong (...) Bij het voelen van een tastbaar object met het lichaam (...) Bij het herkennen van een mentaal object met de geest, begeert hij er niet naar als het aangenaam is; en hij heeft er geen afkeer naar als het onaangenaam is. (...), met het ophouden van zijn genot houdt het hechten op, met het ophouden van hechten houdt worden op, met het ophouden van worden houdt geboorte op, met het ophouden van geboorte houdt ouderdom en dood op, verdriet, weeklagen, pijn, smart en wanhoop. Aldus is het ophouden van deze hele massa van lijden (evametassa kevalassa dukkha kkhandhassa nirodho hoti)."

Conclusie

41. "Monniken, herinner deze bevrijding door de vernietiging van begeerte zoals ik het in het kort heb onderwezen. Maar de monnik Sati, zoon van de visserman, is gevangen in een enorm net van begeerte, in het snoer van begeerte."

Dat is wat de Gezegende zei. De monniken waren tevreden en verheugden zich in de woorden van de Gezegende.

Eindnoten

[1] Volgens MA kwam Sati door een foutieve redenering gebaseerd op wedergeboorte, tot de conclusie dat een aanhoudend (onveranderd) bewustzijn dat van het ene bestaan naar het andere overgaat, noodzakelijk is om wedergeboorte te verklaren.

Het eerste gedeelte van de sutta (tot §8) herhaalt de opening van M022 met als enig onderscheid dat er een verschil in mening wordt aangehangen.

[2] Het zelf als spreker vertegenwoordigt de dader van de actie. Het zelf als voeler, de conceptie van het zelf als het passieve subject. 'Hier en daar' stelt het 'zelf' voor als de transmigrerende entiteit dat zijn identiteit behoudt gedurende de opeenvolging van verschillende incarnaties.

[3] MA: Het doel van de gelijkenis is om te tonen dat er geen transmigratie van bewustzijn plaatsvindt over de zintuigpoorten. Precies zoals een houtvuur brandt door de afhankelijkheid van hout en het ophoud wanneer de brandstof op is, zonder te transmigreren naar takkenbossen en dan gerekend wordt tot een takkenbossen vuur. Zo is dat ook met bewustzijn dat ontstaan is in de zintuigpoort van het oog, afhankelijk is van het oog en vormen, dit bewustzijn ophoud wanneer de condities (of voorwaarden) worden verwijderd, zonder te transmigreren naar het oor etc., en dan wordt gerekend tot het oorbewustzijn etc.

Dus de Boeddha zegt in feite: "Bij het verschijnen van bewustzijn is er niet eens louter transmigratie van zintuigpoort tot zintuigpoort, dus hoe kan deze misleide Sati dan spreken van transmigratie van het ene bestaan naar het andere bestaan?"

[4] MA: 'Dit' verwijst naar de vijf groepen van hechten (pañca upadana kkhandha). Nadat de Boeddha de conditionaliteit van bewustzijn heeft aangetoond, verklaart hij de conditionaliteit van alle vijf de aggregaten die in het bestaan komen vanwege voorwaarden (condities), hun 'voedsel', en uit het bestaan verdwijnen door het ophouden van die voorwaarden.

[5] Dit wordt gezegd om de monniken erop te wijzen dat er zelfs geen hechten moet zijn aan het juiste begrip van inzicht meditatie (vipassana). De gelijkenis van het vlot verwijst naar M022.13.

[6] MA: De Boeddha verklaart deze passage en de volgende die de voedingsstoffen verbindt met afhankelijk ontstaan (paticcasamuppada) om te laten zien dat hij niet alleen de vijf aggregaten kent, maar de hele keten van condities die verantwoordelijk zijn voor hun bestaan. Raadpleeg ahara.

[7] Voor nadere informatie, zie Paticcasamuppada — Boeddhisme — De leer van het afhankelijk ontstaan.

[8] D.w.z. de 'kamma formaties' (kamma sankhara) die ontstaan vanwege de wedergeboorte producerende wilshandelingen (cetana).

[9] Bestaande uit het actieve en passieve levensproces, d.w.z. het wedergeboorte producerende kamma proces (kamma bhava) en, als het resultaat daarvan, het wedergeboorte proces (upapatti bhava)

[10] Dit is een verklaring van het abstracte principe van het afhankelijke ontstaan (paticcasamuppada), geïllustreerd door de twaalfvoudige formule. Het abstracte principe van ophouden staat vermeld in M038.22. Bhikkhu Ñanamoli had het principe van ontstaan als volgt weergegeven: 'Dat is wanneer dit is; dat ontstaat met het ontstaan van dit.' En het principe van ophouden: 'Dat is niet wanneer dit niet is; dat houdt op met het ophouden dit.'

[11] Met 'de vervaging van wat er nog over is en het ophouden' moet verstaan worden dat het afnemen of vervagen van onwetendheid een proces is totdat onwetendheid volledig is opgehouden.

[12] Zie de eindnoot bij sankhara in §17.

[13] Zie de eindnoot bij bhava in §17.

[14] Als in M002.7. Volgens MA is dit 'rennen naar het verleden' vanwege hunkering en meningen.

[15] Deze passage verzekert dat de monniken spreken vanuit hun eigen persoonlijke kennis.

[16] Vanwege bijgeloof, drogreden etc.

[17] Het volgende deel van de toespraak kan worden opgevat als een concrete toepassing van het afhankelijke ontstaan (paticcasamuppada) — tot dusver alleen uitgedrukt als een leerstellige formule — op de loop van het individuele bestaan. De passage §26-29 kan worden gebruikt om de factoren van bewustzijn (viññana) tot en met gevoel (vedana) te tonen die het gevolg zijn van vroegere onwetendheid en andere mentale formaties; §40 de oorzakelijke factoren van begeerte (tanha) en hechten (upadana) terwijl ze een voortzetting van de ronde van samsara opbouwen. De passage §31-40, die het afhankelijk ontstaan verbindt met de verschijning van de Boeddha en zijn onderwijs van de Dhamma, laat zien dat de beoefening van de Dhamma het middel is om de ronde tot een einde te brengen.

[18] Gandhabba staat voor 'het wezen om geboren te worden'. Voor een belangrijk verschil m.b.t. conceptie tussen de boeddhistische visie en de rest van de wereld, zie okkanti.

[19] Een spel waarbij een stuk hout dat aan beide uiteinden taps toeloopt, aan één uiteinde wordt geraakt met een stok om op te springen en vervolgens door dezelfde speler wordt weggeslagen.

[20] De citta en cetasika's.

[21] Waar je op reageert, daar raak je in betrokken. Zo raak je en blijf je ermee verbonden.

[22] 'Noch onaangenaam noch aangenaam gevoel is gelijk aan neutraal gevoel. Let op, want dit wordt ook vaak onvolledig vertaald als door alleen het Pali woord upekkha te gebruiken. Zie de opmerking onder vedana.

[23] MA legt uit dat hij geniet van pijnlijke gevoelens door eraan vast te klampen met gedachten van 'ik' en 'mijn'. Ter bevestiging van de stelling dat een wereldling kan genieten van pijnlijke gevoelens, denkt men niet alleen aan volwaardig masochisme, maar ook aan de algemene neiging van mensen om zichzelf in schrijnende situaties te brengen om hun ego gevoel te versterken.

[24] Daar wordt verteld over de huishouder die de wereld verzaakt (pabbajja) en als monnik verder leeft met de inachtneming van de regels. Hij traint zichzelf en leert de vijf hindernissen overwinnen. Nadat deze overwonnen zijn, wordt in de sutta hier de draad opgepakt. Het verwijzende gedeelte van M027 is voor nu minder belangrijk om M038 te begrijpen. Ik ben wel voornemens dit ontbrekende gedeelte z.s.m. aan te vullen.

[25] Voor toelichting, zie Viveka — Boeddhisme — Onthechting volgens de Niddesa.

[26] In de 3e jhana heeft gelijkmoedigheid betrekking op een gelijkmoedig gevoel (upekkha vedana): '(...) en hij ervaart in eigen persoon die zegen (...)', oftewel 'gevoel'. De gelijkmoedigheid in gevoel is een essentiële basis voor helder begrip (sampajañña) omdat iemand zich dan niet meer laat leiden door gevoel. Gevoelens kleuren de visie namelijk erg in. Echter, ook een gelijkmoedig gevoel verandert (waardoor lijden ontstaat) en moet daarom dus ook worden losgelaten. Pas in de 4e jhana is de upekkha van de hoogste esthetische kwaliteit aanwezig.

[27] Zie appamanacetaso.

[28] 'Noch onaangenaam noch aangenaam gevoel is gelijk aan neutraal gevoel. Let op, want dit wordt ook vaak onvolledig vertaald als door alleen het Pali woord upekkha te gebruiken. Zie de opmerking onder vedana.

[29] Deze uitspraak laat zien dat de keten van het afhankelijk ontstaan wordt verbroken op de schakel tussen gevoel (vedana) en begeerte (tanha). Gevoel ontstaat noodzakelijkerwijs omdat het lichaam dat door begeerte in het verleden is verworven, onderhevig is aan de rijping van het vroegere kamma. Als men echter geen behagen schept in het voelen, zal begeerte niet de kans krijgen om te ontstaan. Dan zal niet een reeks reacties van voorkeur en afkeer ontstaan die toekomstige brandstof voor de ronde vormen, waardoor de ronde tot een einde zal komen.

Document info
RegID M038
Bijgewerkt 10 april 2022 19:38:40
Auteur Peter van Loosbroek — Ananda
Locatie www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright Zie a.u.b. copyright www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overig Geen