De gelijkenis van het vlot

De specifieke kern

De informatie die verderop op deze pagina is weergegeven, is niet louter ter herinnering geplaatst. Zulke methoden kom je vaker op de website tegenkomt. In dit geval betreft het informatie die heel specifiek aan dit onderwerp is gerelateerd. Het verwijst namelijk zeer specifiek naar hoe de Boeddha was en hoe zijn Leer is.

Verwijzing

De Boeddha zei dat zijn Leer er niet is om aan te hechten en vergeleek zijn Dhamma met een vlot om de oversteek te maken. De oversteek van het bestaan dat vol gevaren (adinava) en lijden is naar de veiligheid (khemam) en vrede (vupasama) van Nibbana.

Zie De gelijkenis van het vlot in M022 — Alagaddupama Sutta — De gelijkenis van de slang.

Het vlot

Belangrijk

Een open Leraar

De Boeddha was een open Leraar die niets achterhield. Hij spoorde de mensen steeds aan tot een kritisch en diepgaand onderzoek (dhamma vicaya) met betrekking tot alle dingen (dhamma's). Hij stond er op dat mensen ook zijn eigen Leer die hij verkondigde aan een kritisch onderzoek onderwerpen. Hij verlangde van zijn discipelen niet een blindelings volgen van zijn Leer en hij was ook niet uit op persoonsverheerlijking alsof waarheid (sacca) van hem afhankelijk is.

Voor wat betreft bevrijding (vimutti) — waar het natuurlijk allemaal om draait — benadrukte de Boeddha voortdurend het onafhankelijk (anissito) zijn. Want afhankelijkheid (nissito) leidt tot conditionering hetgeen een mentale slaap impliceert. Zijn boodschap draait helemaal om hieruit te ontwaken (bujjhati) wat uitsluitend en alleen kan worden gerealiseerd door de training in waakzaamheid (appamada).

Toelichting

Een uniek Leraar

Boeddhisme is geen verzinsel maar een ontdekking. Het meest cruciale wat de Boeddha heeft ontdekt en vervolgens verkondigd, zijn de drie kenmerken (ti lakkhana) die alle dingen in zich dragen. Het doorgronden van deze kenmerken is de absolute voorwaarde voor de bevrijding van lijden, verlichting. Geen enkele andere religieuze leider heeft deze kenmerken ooit ontdekt en daarom ook niet onderwezen. Het is alleen een Samma Sambuddha die ze heeft ontdekt en onderwijst. De Boeddha was een heel bijzonder mens.

Ontdek meer op Samma Sambuddha — Een universele Boeddha.

Het ontwikkelde hart

Het boeddhistisch doel is het ongeconditioneerde (asankhata) oftewel Nibbana. Om dit doel te bereiken is het zaak om alle conditionering op te geven.

Het geconditioneerde (sankhata) is altijd het oude omdat het is voortgekomen uit wat is geweest. Het oude is vergankelijk waardoor het geen werkelijkheidswaarde in zich draagt en daarom als het onechte (kutta) wordt beschouwd.

Het ongeconditioneerde (asankhata) daarentegen is altijd nieuw, onvergankelijk en daarom echt (akuttima). Het is een mentale staat die we in onszelf (ajjhatta) kunnen ontdekken (passati) en ontwikkelen (bhavetabba). Eenmaal ontwikkeld, zullen al onze acties echt (akuttima), zuiver en rechtvaardig zijn omdat ze rechtstreeks uit een hart (bala) komen dat tot volle wasdom (gotrabhu) is gekomen. Wanneer vanuit zo'n hart een actie ontspringt, is de actie zonder omwegen, recht naar het doel, direct, zuiver en zeer snel. Het hart waarover ik het heb, is het hart dat vrij is van alle ideeën van 'ik' (attanuditthimuhacca). Hierdoor is dat hart onverstoorbaar (aneñja), wordt het nergens door beïnvloed (asava) en dus nergens door afgeleid (avikkhitta citta) of gehinderd.

De geest waarin de ideeën van 'ik' wel huisvesten of dominant zijn, is snel beïnvloedbaar (asava). Deze is nadelig in alle opzichten en zeer sluw, listig en snel om je te misleiden (Mara). De ontwikkelde geest daarentegen, is ook zeer snel, maar in dit geval om de dingen zeer snel te zien en te herkennen (passati) zoals ze zijn en te begrijpen (sampajañña) zodat hij onmiddellijk in actie kan komen (om te doen wat gedaan moet worden). Het zijn acties zonder de tussenkomst van het 'ik' en daarom zonder hebzucht, dwangmatigheid of gekunsteldheid. Dit is 'wijsheid in actie' en het ontspringt vanuit een spontane geest die niet vooropgezet of aangezet (asankharika citta) is. Het is dan ook geen reactie op iets, maar een actie. Een actie die zonder een voorwaardelijke conditie (paccaya) is. Dit is intuïtieve wijsheid. Het is de manifestatie (pātubhāva) van innerlijke ongeconditioneerdheid (asankhata), wat je in jezelf (ajjhatta) hebt ontwikkeld (bhavitam). Vrede (vupasamaya). Dit is de vrede waar het allemaal om draait en waarover de Boeddha al vanaf zijn eerste toespraak (S56-011) over sprak.

Alleen wanneer er nergens een vastgrijpen (anupādāya) is, kan de geest vrijelijk en natuurlijk stromen, volledig op zichzelf staan en spontaan functioneren. Dit is de manier waarop het hart tot ontwikkeling komt. Zo ontstaat een groot aanpassingsvermogen (kammaññata) — zowel mentaal als fysiek — en kan hij meeveranderen op de stroom van het dynamische leven. Bij wat er zich ook voordoet kan hij moeiteloos mee omgaan. Dat is zo omdat hij niet verdeeld is, niet moeilijk maar eenvoudig is oftewel: tot eenheid (ekaggata) is gekomen.

Niet gebonden zijn aan kennis

De theorie (pariyatti) van de Dhamma is nodig om de Dhamma in praktijk (patipatti) te kunnen brengen.

Als we alleen de theorie (pariyatti) van de Dhamma eigen maken en/of klakkeloos aannemen (sarambhapi) leidt dat niet tot het heldere begrip (sampajañña) dat vereist is voor bevrijding (vimutti). De Dhamma kan alleen eigen worden gemaakt — in het hart (bala) ontwikkeld worden — door de Dhamma in praktijk te brengen (patipatti). Louter conceptuele kennis (anubodha ñana) waarbij beoefening ontbreekt, zal niet voldoen. En beoefening dat gepaard gaat met het hechten aan kennis evenmin. Het hechten aan kennis blokkeert de ontwikkeling van inzicht. Wetenschappers hechten vaak erg aan wat ze geleerd hebben ('want dat is ons zo geleerd' (conditionering) en kunnen dan niet openstaan voor nieuwe inzichten.

Zo is de arahat niet gebonden aan kennis (ñana bandhu) omdat hij het ongeconditioneerde heeft verwerkelijkt. In zijn training heeft hij gebruik gemaakt van het Pad, maar er zich niet aan gehecht. Het Pad heeft hem gediend om zijn doel te bereiken. In al zijn functioneren is hij onafhankelijk (anissito) van wie of wat dan ook. Omdat hij nergens afhankelijk van is, wordt hij nergens door in beslaggenomen of gestuurd; de arahat heeft alle bezoedelingen vernietigd (asavakkhaya). En hoewel de instructies van de Boeddha aanvankelijk absoluut noodzakelijk zijn geweest om zijn doel te kunnen bereiken, is de ongeconditioneerde staat van zijn geest (asankharika citta) ook hier vrij van. Anders zou deze staat niet het ongeconditioneerde zijn.

Hij heeft de theorie (pariyatti) van het Pad geleerd om de Dhamma in praktijk te kunnen brengen (patipatti). Zou hij aan de theorie — de conceptuele kennis (anubodha ñana) — gehecht zijn geweest, dan zou zijn geest afhankelijk zijn geweest (conditionering) waardoor hij het doel nooit zou kunnen bereiken. Nu hij zijn doel heeft bereikt, heeft hij het Pad niet meer nodig.

Het Pad dat hij volgde is een werelds Pad (lokiya magga). Het diende als een manier waarmee hij zijn geest van een wereldse (lokiya) staat naar een bovenwereldse (lokuttara) kon cultiveren (bhavetabba). Dit is de enige weg (ekayana) die tot het volledige einde van lijden voert.

Door de Dhamma vaak toe te passen, er een levensstijl van te maken, wordt het een 'pathway' en raakt je hart ermee verweven. Zo zal de Dhamma op een natuurlijke, ongedwongen en intuïtieve wijze een instrument voor je zijn om het uiteindelijke doel te bereiken. En wanneer dat doel is bereikt, zijn de instructies van de Leraar niet meer nodig. Precies zoals je een vlot niet meer nodig hebt als je de andere oever hebt bereikt. Vrij van gevaar (adinava) en verzekerd van veiligheid (khemam) — Nibbana.

Document info
RegID blGy8PmjKnhPDpY
Bijgewerkt 27 april 2026 13:06:45
Auteur Peter van LoosbroekAnanda
Locatie www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright Zie a.u.b. copyright www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overig Geen