Drie hoofdmisleidingen
Er zijn drie universele kenmerken die door de mensen niet begrepen en omgekeerd worden gezien. Het correct zien van deze kenmerken is de cruciale basis voor de bevrijding van alle lijden.
Inhoudsopgave
Wat zijn de drie hoofdmisleidingen?
Ontkenning leidt niet tot realistisch inzicht
Enkele citaten omtrent dit artikel
De uitdoving van het 'ik' bewustzijn
Inleiding
Er zijn drie universele kenmerken waar de gehele boeddhistische Leer om draait. Alle dingen dragen deze kenmerken in zich. Door deze kenmerken met realistisch inzicht (pativedha) te doorzien, verwerven we inzicht in alle dingen, alle gebeurtenissen, alle situaties, alle toestanden. Zowel intern als extern. Dit universele en realistische inzicht is de absolute voorwaarde voor de bevrijding van alle lijden.
Gezien de geest de voorloper (pubbangama) is van alle dingen, is het van vitaal belang te begrijpen hoe hij werkt, hoe hij functioneert. Echter, als we nalatig zijn in oplettendheid, zullen we geen inzicht krijgen in hoe hij functioneert waardoor hij vrij spel krijgt om ons in veel opzichten te misleiden. Dit is wat in het boeddhisme gezien wordt als Mara de misleider. De misleidingen draaien allemaal om de drie universele kenmerken als basis. Wanneer deze niet met doordringend inzicht worden begrepen, leidt dit tot 'de dingen op z'n kop zien' oftewel een verdraaide visie. Met deze verdraaide visie beschouwen we de dingen die onaantrekkelijk zijn als zijnde aantrekkelijk, en het aantrekkelijke als zijnde onaantrekkelijk.
Wat in werkelijkheid onaantrekkelijk is, is het geconditioneerde (sankhata). Wat in werkelijkheid het aantrekkelijke is, is het ongeconditioneerde (asankhata) hetgeen gelijk is aan Nibbana.
Als aandacht tekortschiet, raken we geconditioneerd wat kan worden gezien als een mentale slaap. Dit houdt ons in een geconditioneerde toestand wat de definitieve blokkade is om het ongeconditioneerde te bereiken.
Vanwege een gebrek aan aandacht (avajjana) zullen er misleidingen (moha) zijn wat gevaar (adinava) impliceert omdat we dan onbeschermd (anātha) zijn. Wanneer de drie kenmerken niet met helder begrip (sampajañña) doorzien worden, vormen deze de drie hoofdmisleidingen waardoor we het doel gegarandeerd zullen missen.
Wij zijn allemaal gezegend doordat er een man in de wereld was verschenen die een unieke ontdekking heeft gedaan. Hij is de Samma Sambuddha en wordt ook wel 'de Leraar van de Leer van geen-zelf' genoemd (sattha anatta vadi). Door zijn instructies met grote vastberadenheid (adhimokkha) op te volgen en inspanning (padhana) op te wekken, is het voor iedereen mogelijk het allerhoogste te bereiken: de ongeconditioneerde staat van de geest hetgeen gelijk is aan Nibbana. Dit is het einde van alle lijden.
Op deze pagina zullen we de misleidingen en de verdraaiingen eens goed onder de loep nemen.
Wat zijn de drie hoofdmisleidingen?
De misleiding (moha) om de dingen die vergankelijk (anicca) zijn te zien als zijnde blijvend, de dingen die in de kern lijden (dukkha) en onbevredigend zijn te zien als zijnde geluk en bevredigend, en de dingen die geen werkelijkheidswaarde (anatta) hebben te zien als zijnde waar en werkelijk. Dit zijn de drie hoofdmisleidingen die hun weerklank hebben in alle dingen, gebeurtenissen en toestanden in ons leven.
De tip hieronder (als uitklapbaar paneel) vormt een belangrijke basis ter aanvulling van dit artikel.
De ware betekenis van 'zelf' en 'geen-zelf'
De woorden 'ziel'; 'geest'; 'zelf'; 'ik'; 'essentie'; 'persoonlijkheid' zijn in het boeddhisme een louter conventionele uitdrukking (voharadesana) en geen aanduiding voor iets dat werkelijk bestaat.
Als we nadenken over de woorden 'zelf' en 'geen-zelf' etc., dan kan een denkfout snel worden gemaakt. Hoe we deze woorden moeten begrijpen is afhankelijk van de context waarin ze verschijnen.
De Boeddha onderwijst dat geen enkel fenomeen twee momenten hetzelfde blijft en dat het bestaan een dynamisch proces is van mentale en fysieke fenomenen oftewel dhamma's. Daarom kan er geen sprake zijn van een onveranderlijke entiteit zoals een ziel, geest, zelf, of welke vorm van persoonlijkheid dan ook. M.a.w.: elk denkbaar ding is 'niet-zelf' of 'geen-zelf' (anatta).
Als we anatta letterlijk nemen staat het dus (o.a.) voor 'onpersoonlijkheid'. Het tegenovergestelde woord atta staat dan voor 'persoonlijkheid'. Dit betekent echter niet dat de Boeddha leert dat atta staat voor onze ware natuur, het doel dat gerealiseerd moet worden. Dat de Boeddha dit woord (atta) gebruikt, is omdat hij zich aanpaste aan het taalgebruik van de mensen voor wie dit woord staat voor 'ziel'; 'geest'; 'zelf'; 'ik'; 'essentie'; 'persoonlijkheid', etc. In hun zoektocht naar bevrijding (vimutti) zijn mensen steeds op zoek naar iets, en die zoektocht gaat doorgaans gepaard met ideeën. Tegelijkertijd identificeren zij zichzelf met allerlei toestanden, gebeurtenissen of eenvoudig gezegd: dingen (dhamma's). Dit leidt tot problemen, moeilijkheden oftewel lijden (dukkha). Waar er ook een vastgrijpen is, daar is lijden. Dat is zo omdat elk ding binnen het gehele bestaan (pañca upadana kkhandha) het geconditioneerde (sankhata) is. Alle dingen zijn afhankelijk (nissito) van iets anders ontstaan. Ook ideeën behoren tot de groepen van hechten (pañca upadana kkhandha) die het gehele bestaan omvatten. Er is geen enkel ding dat op zichzelf kan bestaan. Alle dingen die de aard van opkomen (uppada) in zich hebben, hebben ook de aard van vergaan (vaya) in zich. Dingen veranderen voortdurend van toestand (thitassa aññatattam). Dit zijn de kenmerken van alle geconditioneerde dingen (sankhatalakkhanani). En dit is waarom de Boeddha — de Leraar van de Leer van geen-zelf (sattha anatta vadi) — zegt:
N'etam mama, n'eso'ham asmi, na me so atta.
Dit is niet van mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf.
S22-059 — Anatta Lakkhana Sutta — De kenmerken van niet-zelf
Lijden heeft een belangrijke functie: het is een 'signaal' dat we nog niet thuis zijn, niet onze 'ware natuur' hebben gerealiseerd, niet volgroeid zijn (gotrabhu), dat we aan het bestaan kleven (bhava tanha), geconditioneerd zijn, dat we 'worden' (bhava). Nergens in het gehele bestaan kan zoiets als een 'zelf' (atta) worden gevonden. Geen van die dingen is onze ware natuur, ons thuis, ons ware 'zelf' — om het in de taal van de mensen te zeggen. Zolang we 'worden' kunnen we niet onszelf zijn, niet echt zijn. Aan 'worden' komt geen einde omdat het een cyclus is, een eeuwig durende rondzwerving (samsara). Maar aan echt zijn (akuttima) komt wel een einde omdat de grote taak waar elk wezen voor staat er dan opzit. Dan is 'wat gedaan moest worden gedaan' (katam karniyam). Dit 'einde' betekent niet dat er dan 'niets is'. Het is een staat (citta) van de geest die onverstoorbaar (aneñja) is, die niet verstoord (matheti) is omdat zulk een staat door niets kan worden beïnvloed (asava). Het is een staat van de geest die onvergelijkbaar (anuttara) is met wat dan ook in het bestaan en elk voorstellingsvermogen van geluk te boven gaat. Ook jij hebt het potentieel in je dit te bereiken. Als dit niet zo zou zijn, dan zou ik dit niet tegen je zeggen. Maar uiterst waakzaam zijn (appamada) is een vereiste.
Ons doel is dan ook niet het geconditioneerde (sankhata), maar het ongeconditioneerde (asankhata) hetgeen gelijk is aan Nibbana. Dat is onze ware natuur. Het is niet onze 'oorsprong' want het ongeconditioneerde is noch een oorzaak noch een gevolg van iets. Als het onze oorsprong zou zijn, dan zouden we 'teruggaan naar waar we vandaan kwamen', d.w.z. het oude. Maar Nibbana is niet het oude. Het ongeconditioneerde is altijd nieuw, precies zoals we mentaal ook dienen te zijn: altijd nieuw, altijd fris. Nibbana is ook niet iets waar je 'in gaat' of 'naar toe gaat'. Elk idee erover is het niet, want dat is door de geest gemaakt (cittakata), gefabriceerd (ook wel manomaya). Wat door de geest is gecreëerd oftewel wat binnen de groepen van hechten (pañca upadana kkhandha) valt, is instabiel (adhuva). Nibbana daarentegen is stabiel (dhuva). Het is 'de onveranderlijke plaats' (accutam thanam).
Het ongeconditioneerde kan alleen worden bereikt als je al het geconditioneerde (en alle conditionering (gedachte- en gewoontepatronen)) achter je laat. Zoals een slang zijn oude versleten huid van zich afschudt en daar nooit meer in terugkeert.
Het ongeconditioneerde is een staat van de geest die ontwikkeld (bhavetatabbam) moet worden. Die mentale ontwikkeling (bhavana) begint met de training in aandacht (avajjana) en door alle ideeën over 'zelf', 'ik' etc. over boord te gooien, te overwinnen (atta jinati). Zie zelfoverwinning.
Ontkenning leidt niet tot realistisch inzicht
De meeste mensen ervaren niet direct lijden (dukkha) en zijn zelfs vaak 'gelukkig'. Maar het gaat er niet per definitie om, om direct lijden te ervaren, maar om met helder begrip (sampajañña) te begrijpen wat lijden is.
De primaire sleutel voor het niet begrijpen van wat lijden is, moet ontdekt (passati) worden in de zintuiglijke toegeeflijkheid (kama) aan wat de zintuigen verlangen oftewel zintuiglijke verlangens (kamacchanda). Dit heet onderwerping.
Het is in het bijzonder deze toegeeflijkheid aan zintuiglijke verlangens die je afleiden van de realiteit (sacca). Correct gezien is het een ontkenning van wat er werkelijk is hetgeen tot begoocheling (moha) leidt.
Om dit tegen te gaan, om dit te boven te komen, zijn er krachten (bala) die door training aangewend moeten worden. Deze krachten ontwikkelen zich in je als je de ware Dhamma bestudeerd (pariyatti) en deze op de correcte wijze in praktijk brengt (patipatti).
1. Geloof/zelfvertrouwen (saddha); 2. energie/inspanning (viriya = padhana = samma vayama); 3. indachtigheid (sati); 4. concentratie (samadhi); 5. wijsheid (pañña).
Iemand kan onwetend (avijja) zijn omdat hij nog nooit van de De vier Edele Waarheden heeft gehoord. Daar is niks verwijtbaars aan. Als de wil (chanda) er is, kan die persoon zich ervoor openstellen en op ontdekkingstocht gaan om de realiteit (sacca) te verkennen en uiteindelijk duidelijk te zien (bujjhati). Begoocheling (moha) echter, heeft meer het karakter van het niet willen zien (je hoofd in het zand steken oftewel 'struisvogelpolitiek' bedrijven). Iemand kan dan wel het idee hebben de Edele Waarheden te bestuderen en in praktijk te brengen, maar er kunnen nog steeds dingen/aspecten zijn die niet gezien willen worden; ervoor vluchten, ontwijken. Dit wordt versterkt door de aanwezigheid van een dominant 'ik', oftewel Mara of 'de innerlijke stem' (vaci sankhara). Dit noem ik voor het gemak het 'ik' want in de kern zijn deze dezelfde bron die misleid. Hetgeen waar dit 'ik' de voorkeur voor heeft wordt omarmt en waar het een afkeer naar heeft wordt weggeduwd (anurodhapativirodha). Het is een manier, de misleiding om het 'ik' in stand te houden (kutta). Maar het is juist essentieel om dit te overwinnen (atta jinati). Daarom is het belangrijk te doorzien hoe de geest werkt en (in ongetrainde staat) een loopje met je neemt en je gevangen houdt.
Ontkenning leidt tot een gesloten geest, tot een donkere wereld. Maar erkenning leidt tot een open geest, tot licht, zodat je de dingen kunt zien zoals ze werkelijk zijn.
Ontkenning leidt nooit tot realiteit, tot de oplossing van een probleem. Dit geldt niet alleen binnen het perspectief van volledige bevrijding (vimutti) van lijden. Ontkenning 'schiet reeds wortel' in en tijdens de gewone alledaagse dingen. Als je bijvoorbeeld op je werk, binnen je relatie met mensen of gewoon in je algemene leefwijze je misslagen, je fouten en/of zelfs dingen in en om je heen, dingen die er zijn en gebeuren — niet ziet of niet wilt zien, dan is dat de wortel (mula) van het probleem (dukkha). Dan is er geen verandering van situatie mogelijk waardoor het probleem blijft bestaan. Maar door je open te stellen voor alles wat er is, zonder iets te omarmen of weg te duwen (anurodhapativirodha) — d.w.z. mentaal passief zijn en louter aandacht schenken (avajjana) — kan het probleem worden gezien en vervolgens worden begrepen (sampajañña). Dit louter aandacht schenken is cruciaal omdat in deze staat van de geest het 'ik' niet tussenbeide komt. Dit leidt niet tot ontkenning (moha) maar tot erkenning (abhiññeyya). En dat is een andere richting, een volstrekt ander pad. Dit is de weg naar de oplossing van elk probleem. Het is het pad dat naar veiligheid (khemam) leidt. Het pad van veiligheid en innerlijke vrede (santi) is er zeker wel, maar het moet in onszelf gezocht en gevonden worden, niet daarbuiten. Daarom is het ware boeddhisme niet extravert, maar introvert. Ontkenning is een manier waarin je niet eerlijk en daarom niet rechtvaardig voor jezelf bent en je jezelf tekort doet. Het pad van de Dhamma is een rechtvaardig pad dat naar een ongekend geluk leidt.
Lees ook eens de methode die cruciaal is in inzicht meditatie: Wees altijd als een passieve toeschouwer.
Echter, menselijke verlangens zijn onverzadigbaar! Op zoek naar plezierige dingen ontstaat (uppajjati) er een tijdelijk werelds geluk dat enkel het gevolg is van de schijnbare (assada) bevrediging van een zintuiglijk verlangen (vedayita). De niet-geïnstrueerde (assutava) wereldling (puthujjana) kent geen andere ontsnapping (nissarana) aan lijden dan de vlucht in zintuiglijk geluk (kama sukha). Het zijn de 'listen van Mara' om de realiteit te vermijden. Maar die listen voeden (ahara) wijzelf door zelf toegeeflijk (kama) te zijn aan zijn misleidingen. Ermee in te stemmen, jezelf eraan te onderwerpen. Dit is de slavernij (ayoga kkhema) waardoor mensen zich aan banden leggen (kama guna), nooit wakker worden (bujjhati) en daarom nooit echt vrij van lijden kunnen zijn. Dit is het pad van gevaar (adinava). Zintuiglijk verlangen (kamacchanda) is dan ook de eerste (en meest vooraanstaande (primair)) van de vijf hindernissen (pañca nivarana) die de mentale ontwikkeling — en daarom bevrijding van lijden — ernstig blokkeren.
Vanwege de toegeeflijkheid aan zintuiglijke verlangens ontstaat er een verdraaide visie waardoor we 'de dingen op z'n kop zien'. Bij de ene persoon neemt dit zeer extreme vormen aan en bij de ander is het minder extreem. Maar elke verdraaiing van visie is altijd wat de weg naar bevrijding (vimutti) van lijden (dukkha) blokkeert omdat dit een helder en diep begrijpen (sampajañña) tegenwerkt. Want de dingen zien zoals je ze wilt zien is toch echt heel wat anders dan de dingen zien zoals ze werkelijk zijn.
Wanneer je de toespraken van de Boeddha leest waarin hij het heeft over 'Mara die het goede Pad sluit en het verkeerde pad opent', dan is bovenstaande exact wat hij daarmee bedoelt. Mara kan worden gezien als de dominantie van het 'ik', de innerlijke autoriteit. Wat 'Mara' ons influistert is een leugen. Een leugen staat tegenover de werkelijkheid. Ontwaken tot de realiteit begint met de training om Mara te overwinnen en onszelf niets voor te liegen. Vandaar dat zelfoverwinning zo belangrijk is in wat de de Boeddha werkelijk in zijn Dhamma onderwijst.
Wanneer we de dingen anders zien dan wat ze in werkelijkheid zijn,
maken we onszelf iets wijs (moha).
Om te kunnen liegen tegen jezelf en/of tegen een ander,
moet je de leugen eerst zelf accepteren.
Peter van Loosbroek — Ananda, auteur van sleuteltotinzicht.nl.
Enkele citaten omtrent dit artikel
In deze rubriek zullen we enkele citaten beschouwen die belangrijke speerpunten zijn m.b.t. de hoofdmisleidingen waar die artikel over gaat. Tenslotte neem ik je in het laatste fragment mee naar de Vipallasa sutta waarin de Boeddha de verdraaiingen aangeeft die verantwoordelijk zijn voor deze hoofdmisleidingen.
Niet begrijpen wat lijden is
Mensen zien het boeddhisme vaak als een negatieve Leer. Dat is mede doordat de Dhamma vaak verkeerd en/of niet eenvoudig wordt uitgelegd. Maar de belangrijkste reden is wel doordat mensen te snel oordelen (sarambhapi) en daardoor een mening (ditthi) vormen. Ook dit impliceert het omarmen en het wegduwen (anurodhapativirodha) waardoor de realiteit, in dit geval wat de Dhamma echt is, volkomen wordt gemist.
724. "Er zijn mensen die niet begrijpen wat lijden is. Zij weten niet waar het vandaan komt, waar het volledig ophoudt, en zij kennen het Pad niet, de manier om het lijden te doen ophouden."
725. "Dus, in hun geringe kennis omtrent het bevrijden van de geest (ceto vimutti) en (daarom) geen bevrijding kunnen verwerven door wijsheid (pañña vimutti), zijn zij niet in staat een einde aan lijden te maken. Zij gaan alsmaar door met geboren worden en tot ouderdom komen."
Snp3-12 — Dvayatanupassana Sutta — Tweevoudige bespiegeling
En omdat mensen niet over een doordringend inzicht (pativedha) beschikken en dus niet de wet van oorzaak en gevolg zien — het totale plaatje niet zien — begrijpen mensen niet dat ouderdom, ziekte en dood een ongewenste situatie is. Ze feliciteren je zelfs met geboorte.
Zie de rubriek Het bestaan van lijden in D22 — Maha Satipatthana Sutta — De grote toespraak over de vier fundamenten van indachtigheid, waar de Boeddha een uitgebreide definitie geeft.
Proces van bewustzijn
Functies van bewustzijn (viññana kicca) → bewustzijn (viññana) → gewaarzijn (vijañana) → helder begrip (sampajañña) = doordringend inzicht (pativedha).
Niet van mij
Met deze beroemde uitspraak wijst de Boeddha erop dat zelfidentificatie het grote probleem is. Kortweg: dat alle ideeën van 'ik' overwonnen moeten worden om de ware natuur te realiseren.
N'etam mama, n'eso'ham asmi, na me so atta.
Dit is niet van mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf.
S22-059 — Anatta Lakkhana Sutta — De kenmerken van niet-zelf
De Dharmek stupa in het hertenpark (Migadaya) van Isipatana (het huidige Sarnath) markeert de locatie waar de Boeddha de toespraak over geen-zelf predikte (S22-059 — Anatta Lakkhana Sutta — De kenmerken van niet-zelf). Dit is zijn tweede toespraak. Deze gebeurtenis vond plaats vijf dagen nadat hij de eerste toespraak predikte.
Bij het horen van deze toespraak verwierven alle vijf de monniken (Bhaddiya, Mahanama, Vappa, Kondañña en Assaji) arahatschap.
De uitdoving van het 'ik' bewustzijn
Bahiya twijfelde of hijzelf wel of geen arahat was. Hier geeft de Boeddha de weg naar arahatschap aan door te zeggen dat er in het zien slechts zien hoort te zijn en in het voelen slechts voelen. Dit is wat ik steeds bedoel met 'louter aandacht schenken', 'passief' zijn, 'een passieve toeschouwer zijn'. In louter aandacht is er geen bemoeienis van 'ik' die dingen opblaast, groter maakt (papañca), steeds iets creëert en dus het geconditioneerde (sankhata) in stand houdt waardoor het pad naar het ongeconditioneerde (asankhata) gesloten wordt.
Het gaat steeds om de uitblussing van het 'ik-bewustzijn'. Raadpleeg hiervoor de eindnoot in het citaat.
"Hier (idha), Bahiya, moet je jezelf aldus trainen: 'In hetgeen men ziet, zal slechts zijn wat gezien is; in hetgeen men hoort, zal slechts zijn wat gehoord is; in hetgeen gevoeld wordt, zal slechts zijn wat gevoeld is; in hetgeen men waarneemt, zal slechts zijn wat waargenomen is.' Op deze manier moet je jezelf trainen, Bahiya[1]."
"Als, Bahiya, in hetgeen je ziet, slechts is wat gezien is; in hetgeen je hoort, slechts is wat gehoord is; in hetgeen je voelt, slechts is wat gevoeld is; in hetgeen je waarneemt, slechts is wat waargenomen is, dan, Bahiya, zul je niet 'daarbij' horen; als, Bahiya, je niet 'daarbij' hoort, dan, Bahiya, zul je niet 'daarin' zijn; als, Bahiya, je niet 'daarin' bent, dan, Bahiya, zul je noch hier, noch aan de andere zijde, noch tussen beide in zijn. Precies dit is het einde van lijden."
Ud1-10 — Bahiya Sutta — Bahiya
Anuloma: ↑ Ik (mama) → ↑ verstoringen (iñjita) → ↓ zelfvertrouwen (saddha) → ↑ toename (papañca) → ↑ aannames (sarambhapi) → ↑ eigendunk (mana) → ↑ verdraaiing van visie (ditthi vipallasa) → ↓ juist begrip (samma ditthi) → ↓ bevrijding (vimutti).
Patiloma: ↓ Ik → ↓ verstoringen → ↑ zelfvertrouwen → ↓ toename → ↓ aannames → ↓ eigendunk → ↓ verdraaiing van visie → ↑ juist begrip → ↑ bevrijding.
De dingen zien zoals ze zijn
In de Vipallasa sutta geeft de Boeddha de verdraaiingen aan die verantwoordelijk zijn voor de hoofdmisleidingen waar dit artikel over gaat. Een verdraaiing is een verstoring (iñjita) waardoor de realiteit (sacca) niet kan worden gezien. Het 'ik' is hiervoor verantwoordelijk en daarom is het zo cruciaal om dat 'ik' te overwinnen (atta jinati).
In het eerste gedeelte van de toespraak benadrukt hij de misleidingen omtrent de drie karakters (ti lakkhana) die voor vier verdraaiingen zorgen. Waardoor 'de wereld op z'n kop' wordt gezien.
P.S. In de Anguttara Nikaya zijn vaak ook versjes toegevoegd door de monniken die de Pali Canon voor het eerst hebben opgesteld. Bij de Vipallasa sutta is dit ook het geval. Ze geven vaak een mooie en extra verklaring. Onderaan de citaten kun je via de link naar de toespraak zelf gaan.
"Monniken, deze vier zijn de verdraaiing van waarneming (sañña vipallasa), verdraaiing van bewustzijn (citta vipallasa), verdraaiing van visie (ditthi vipallasa). Welke zijn deze vier?"
1. "Het is de verdraaiing van waarneming (sañña), bewustzijn (viññana) en visie (ditthi), dat hetgeen wat vergankelijk is beschouwd als onvergankelijk (annice niccavipallasa)."
2. "Het is de verdraaiing van waarneming, bewustzijn en visie, dat hetgeen wat pijnlijk is beschouwd als geluk (dukkhe sukhavipallasa)."
3. "Het is de verdraaiing van waarneming, bewustzijn en visie, dat hetgeen wat geen-zelf is beschouwd als een zelf (anattani attavipallasa)."
4. "Het is de verdraaiing van waarneming, bewustzijn en visie, dat hetgeen wat onaantrekkelijk (asubha) is beschouwd als aantrekkelijk (subha), (asubha subhavipallasa)[2]."
"Deze vier, monniken, zijn de verdraaiing van waarneming (sañña), de verdraaiing van bewustzijn (viññana), de verdraaiing van visie (ditthi)."
A04-049 — Vipallasa sutta — Verdraaiingen
Vervolgens geeft hij aan dat er sprake is van juist inzicht wanneer er geen verdraaiingen zijn.
"Monniken, deze vier zijn de niet-verdraaiing van waarneming (nasaññāvipallāsa), de niet-verdraaiing van bewustzijn (nacittavipallāsa), de niet-verdraaiing van visie (nadiṭṭhivipallāsa). Welke vier?"
1. "Het is de niet-verdraaiing van waarneming, bewustzijn en visie, dat hetgeen wat vergankelijk is beschouwd als vergankelijk."
2. "Het is de niet-verdraaiing van waarneming, bewustzijn en visie, dat hetgeen wat pijnlijk is beschouwd als pijnlijk."
3. "Het is de niet-verdraaiing van waarneming, bewustzijn en visie, dat hetgeen wat geen-zelf is beschouwd als geen-zelf."
4. "Het is de niet-verdraaiing van waarneming, bewustzijn en visie, dat hetgeen wat onaantrekkelijk is beschouwd als onaantrekkelijk."
"Deze vier, monniken, zijn de niet-verdraaiing van waarneming, de niet-verdraaiing van bewustzijn, de niet-verdraaiing van visie."
A04-049 — Vipallasa sutta — Verdraaiingen
Extra aanbevelingen
Zie ook de groep pagina De kern van het ware boeddhisme.
Op groep pagina's zijn pagina's gebundeld omtrent een cruciaal onderwerp. Deze gebundelde pagina's noemen we sub pagina's. Ze werken gezamenlijk naar de betekenis en het doel van de groep pagina. In opbouwende en eenvoudige bewoording geven ze exact weer wat de Boeddha werkelijk heeft onderwezen.
Eindnoten
[1] Voor een belangrijke uitleg wat de Boeddha hier bedoelt, zie sañña vedayita nirodha.
[2] Wat in werkelijkheid onaantrekkelijk is staat hier voor wat onwenselijk is oftewel het geconditioneerde (sankhata). Wat in werkelijkheid aantrekkelijk of wenselijke is, is het ongeconditioneerde (asankhata) oftewel Nibbana.
| RegID | qdXGrqfRXzhKwYh |
|---|---|
| Bijgewerkt | 29 januari 2026 08:30:06 |
| Auteur | Peter van Loosbroek — Ananda |
| Locatie | www.sleuteltotinzicht.nl |
| Copyright | Zie a.u.b. copyright www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm |
| Overig | Geen |
