Tweevoudige bespiegeling

Dvayatanupassana Sutta

In de Dvayatanupassana Sutta komt een essentieel aspect van de Dhamma naar voren, namelijk dat er geen allereerste begin van fenomenen is. Hoewel hij begeerte (tanha) als hoofdoorzaak van lijden aanwijst, laat de Boeddha ook hier weer overduidelijk zien dat fenomenen onderling van elkaar afhankelijk zijn. Alles heeft een 'voorwaardelijke conditie' om te kunnen 'bestaan'. En als wij dingen een naam geven (zoals contact, gevoelens, begeerte etc.), is dat slechts een conventionele aanduiding om communiceren met elkaar mogelijk te maken. Wat we goed dienen te begrijpen is, dat in diepe werkelijkheid dat ding dat we een naam hebben gegeven, daarom nog geen dingen zijn die op zichzelf kunnen bestaan. Vanwege die reden is het dan ook mogelijk om op vele manieren een einde aan lijden te maken, zoals de Boeddha hier laat zien.

Er is een basisformule waarmee het afhankelijk ontstaan wordt aangegeven (zie paticcasamuppada). Om zijn Leer voor meer mensen toegankelijk te maken, heeft de Boeddha, zoals elk praktisch leraar dat zou doen, de Dhamma op verschillende manieren uiteengezet. Deze sutta is daar een goed voorbeeld van.

Ik heb voor de verschillende onderwerpen de exacte (en letterlijke) betekenis van het Pali aangehouden zodat er een goed beeld ontstaat van wat de Boeddha werkelijk heeft gezegd. Uiteraard zijn die Pali termen weer zoals gewoonlijk toegevoegd waardoor de betekenis van alles nog duidelijker wordt.

Inleiding

Lijden en het ophouden van lijden

De basis gehechtheden

Onwetendheid

Mentale formaties

Bewustzijn

Contact

Gevoelens

Begeerte

Hechten

Energie van geboorte

Voeding

Verstoringen

Afhankelijkheid

Het stoffelijke en het onstoffelijke

Het meest verheven inzicht

Lijden en geluk

Inleiding

Aldus heb ik gehoord. Eens verbleef de Boeddha in het oostelijke park van Migaramatu's landgoed te Savatthi. Op een avond toen het volle maan was, zat hij in de open lucht met zijn monniken om hem heen. Toen hij zag dat ze zwegen, sprak hij tot hen.

"Monniken", zei hij, "in deze wereld gebeurt het soms dat dingen gezegd worden omtrent vakkundigheid, dat er edele en bevrijdende uiteenzettingen gedaan worden die naar volledige verlichting leiden. Welnu, monniken, waarom zou je naar zulke uiteenzettingen luisteren? Mensen kunnen je dezelfde vraag stellen, en, als ze dat doen, dien je ze als volgt te antwoorden: 'Het is voor het begrijpen van twee dingen zoals zij werkelijk zijn[1].'"

Lijden en het ophouden van lijden

"Men kan je vragen wat die twee dingen dan zijn, en, als men dat doet, dien je als volgt te antwoorden: 'De eerste bespiegeling (nupassana) is dit: dit is lijden (dukkha) en dit is de oorzaak (samudaya) van lijden. De tweede bespiegeling is dit: dit is waar lijden ophoudt (nirodha) en dit is het pad (magga) dat leidt naar het ophouden van lijden.'"

"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning (viriya), oplettendheid (sati) en vastberadenheid (adhimokkha), kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis (d.w.z. arahatta phala), of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust[2], de vrucht van de niet meer terugkerende (anagami phala)."

Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:

1. "Er zijn mensen die niet begrijpen wat lijden is. Zij weten niet waar het vandaan komt, waar het volledig ophoudt, en zij kennen het pad niet, de manier om het lijden te doen ophouden."

2. "Dus, in hun geringe kennis omtrent het bevrijden van de geest en (daarom) geen bevrijding kunnen verwerven door kennis, zijn zij niet in staat een einde aan lijden te maken. Zij gaan alsmaar door met geboren worden en tot ouderdom komen."

3. "Er zijn ook mensen die wel begrijpen wat lijden is. Zij weten waar het vandaan komt, zij kennen de oorzaak, en zij kennen het pad, de manier om het lijden te doen ophouden."

4. "Zij hebben de bevrijding van geest verkregen en (begrijpen zij) de bevrijding door kennis. Nu kunnen zij een einde aan lijden maken. Zij gaan niet meer door met geboren worden en tot ouderdom komen[3]."

De basis gehechtheden

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat de basis gehechtheden (upadhi)[4] de voorwaardelijke conditie (paccaya) van al het lijden is. De tweede bespiegeling is, dat door het volledig bedaren en ophouden van deze basis gehechtheden er geen lijden meer geproduceerd wordt.'"

"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning (viriya), oplettendheid (sati) en vastberadenheid (adhimokkha), kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis (d.w.z. arahatta phala), of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende (anagami phala)."

Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:

5. "Er zijn veel vormen van lijden in deze wereld[5] en elke vorm ontstaat aan dezelfde bron: de basis gehechtheden. Als iemand niet beter weet, geeft hij toe aan deze basis gehechtheden; traag en stompzinnig gaat hij van de ene ellende door naar de andere ellende. Dus, maak die ellende niet voor jezelf; gebruik je kennis om te zien waar lijden begint en waar het zich verder ontwikkelt in gehechtheid[6]."

Onwetendheid

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat onwetendheid (avijja) de voorwaardelijke conditie (paccaya) van al het lijden is. De tweede bespiegeling is, dat door het volledig bedaren en ophouden van deze onwetendheid er geen lijden meer geproduceerd wordt.'"

"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning (viriya), oplettendheid (sati) en vastberadenheid (adhimokkha), kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis (d.w.z. arahatta phala), of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende (anagami phala)."

Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:

6. "Voortdurend reizen van geboorte (jati) naar geboorte, van deze vorm naar die vorm, telkens weer; dit is het resultaat van onwetendheid."

7. "Het is vanwege deze onwetendheid (avijja) dat mensen stompzinnig en verward zijn, dat zij eindeloos van het ene leven naar het andere reizen. Maar als je naar kennis reist, dan laat je dit steeds maar worden wedergeboren, achter je, dan ga je niet door met het alsmaar worden (bhava)."

Mentale formaties

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat mentale formaties (sankhara's) de voorwaardelijke conditie (paccaya) van al het lijden zijn. De tweede bespiegeling is, dat door het volledig bedaren en ophouden van deze mentale formaties er geen lijden meer geproduceerd wordt.'"

"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning (viriya), oplettendheid (sati) en vastberadenheid (adhimokkha), kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis (d.w.z. arahatta phala), of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende (anagami phala)."

Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:

8. "Elke vorm van lijden ontstaat uit mentale formaties. Ruk de mentale formaties uit en er wordt geen lijden meer geproduceerd."

9. "Overdenk dit pijnlijke gevolg van de mentale formaties, dat zij de voorwaardelijke conditie (paccaya) van lijden zijn. Door het volledige bedaren van de mentale formaties en het stoppen van de nasleep van waarnemingen (sañña), verdwijnt het lijden."

10. "Wijze mensen begrijpen dit overeenkomstig de realiteit (sacca). Met de juiste kennis[7] overwinnen de wijzen de onderworpenheid aan Mara. Voor hen is er geen wedergeboorte (patisandhi) meer."

Bewustzijn

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat bewustzijn[8] (viññana) de voorwaardelijke conditie (paccaya) van al het lijden is. De tweede bespiegeling is, dat door het volledig bedaren en ophouden van dit bewustzijn er geen lijden meer geproduceerd wordt.'"

"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning (viriya), oplettendheid (sati) en vastberadenheid (adhimokkha), kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis (d.w.z. arahatta phala), of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende (anagami phala)."

Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:

11. "Elke vorm van lijden ontstaat uit bewustzijn. Vanwege het ophouden van bewustzijn wordt er geen lijden meer geproduceerd."

12. "Overdenk dit pijnlijke gevolg van bewustzijn, dat het de voorwaardelijke conditie (paccaya) van lijden is. Maar als bewustzijn volledig tot een einde gekomen is, wordt daarmee de begeerte van een persoon beëindigd[9]; dan is totale ongebondenheid verwerkelijkt[10]."

Contact

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat contact (phassa) de voorwaardelijke conditie (paccaya) van al het lijden is. De tweede bespiegeling is, dat door het volledig bedaren en ophouden van contact er geen lijden meer geproduceerd wordt.'"

"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning (viriya), oplettendheid (sati) en vastberadenheid (adhimokkha), kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis (d.w.z. arahatta phala), of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende (anagami phala)."

Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:

13. "Voor sommige mensen is contact, het moment waarop een zintuig (adhyatma ayatana) en een zintuigobject (bahir ayatana) elkaar ontmoeten, betoverend. En zo worden zij door de getijden van het bestaan heen geconditioneerd, zwervend over een lege, doelloze weg. En nergens is er enig teken van doorbroken banden (saññojana)."

14. "Maar anderen begrijpen hun zintuiglijke activiteit, en omdat zij dat begrijpen, vult de stilte hen met vreugde. Zij zien precies wat contact (phassa) doet, en vrij van begeerte, realiseren zij totale ongebondenheid."

Gevoelens

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat gevoelens (vedana) de voorwaardelijke conditie (paccaya) van al het lijden zijn. De tweede bespiegeling is, dat door het volledig bedaren en ophouden van gevoelens er geen lijden meer geproduceerd wordt.'"

"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning (viriya), oplettendheid (sati) en vastberadenheid (adhimokkha), kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis (d.w.z. arahatta phala), of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende (anagami phala)."

Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:

15-16. "Of het nu een aangenaam gevoel, een onaangenaam gevoel of een neutraal gevoel betreft; of het nu intern of extern waargenomen wordt, men dient dit allemaal te zien als lijden, als het verdraaien (vipallasa) van je inzicht (vipassana), als een fragiele ervaring. Men dient met wijsheid de opkomende en verdwijnende aard te zien en daardoor er onthecht van te raken. De monnik wordt vrij van begeerte en wordt volledig kalm vanwege de uitroeiing van gevoelens[11]."

Begeerte

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat begeerte (tanha) de voorwaardelijke conditie (paccaya) van al het lijden is. De tweede bespiegeling is, dat door het volledig bedaren en ophouden van begeerte er geen lijden meer geproduceerd wordt.'"

"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning (viriya), oplettendheid (sati) en vastberadenheid (adhimokkha), kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis (d.w.z. arahatta phala), of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende (anagami phala)."

Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:

17. "Wanneer een man begeerte als zijn metgezel heeft, zal hij van geboorte tot geboorte reizen, nu weer hier en dan weer daar, zonder dat daar ooit een einde aan komt[12]."

18. "Overdenk dit pijnlijke gevolg van begeerte, dat het de voorwaardelijke conditie (paccaya) van lijden is. Met deze kennis kun je begeerte doen verdwijnen. Het hechten verdwijnt daarmee eveneens zodat je vrij kunt zijn om echt te leven, altijd waakzaam, een waar asceet."

Hechten

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat hechten (upadana) de voorwaardelijke conditie (paccaya) van al het lijden is. De tweede bespiegeling is, dat door het volledig bedaren en ophouden van hechten er geen lijden meer geproduceerd wordt.'"

"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning (viriya), oplettendheid (sati) en vastberadenheid (adhimokkha), kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis (d.w.z. arahatta phala), of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende (anagami phala)."

Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:

19. "Van hechten (upadana) als een voorwaardelijke conditie komt worden (bhava). Als iemand wordt[13], dan komt iemand tot lijden. Een persoon die geboren wordt, moet ook sterven. Dit is de productie van lijden."

20. "En zo, volleerd in wijsheid, verdrijven de wijzen elke vorm van hechten. Zij hebben gezien hoe de kracht van worden (bhava) kan worden gestopt. Daarom gaan zij niet meer van geboorte tot geboorte."

Energie van geboorte

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat de energie van geboorte (arambha)[14] de voorwaardelijke conditie (paccaya) van al het lijden is. De tweede bespiegeling is, dat door het volledig bedaren en ophouden van de energie van geboorte er geen lijden meer geproduceerd wordt.'"

"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning (viriya), oplettendheid (sati) en vastberadenheid (adhimokkha), kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis (d.w.z. arahatta phala), of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende (anagami phala)."

Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:

21. "Elke vorm van lijden ontstaat uit de energie van geboorte. Roei de energie van geboorte uit en er wordt geen lijden meer geproduceerd."

22. "Overdenk dit pijnlijke gevolg van de energie van geboorte, dat het de voorwaardelijke conditie (paccaya) van lijden is. Maar wanneer die energie is verlaten, is er de vrijheid van de energieloze[15]."

23. Voor de persoon wiens koortsachtige begeerte[16] vernietigd is en de geest kalm geworden is, is de cyclus van geboorte en wedergeboorte achtergelaten en is er geen terugvallen naar wedergeboorte meer.

Voeding

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat voeding (ahara) de voorwaardelijke conditie (paccaya) van al het lijden is. De tweede bespiegeling is, dat door het volledig bedaren en ophouden van voeding er geen lijden meer geproduceerd wordt.'"

"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning (viriya), oplettendheid (sati) en vastberadenheid (adhimokkha), kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis (d.w.z. arahatta phala), of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende (anagami phala)."

Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:

24. "Elke vorm van lijden ontstaat uit voeding. Roei de voeding uit en er wordt geen lijden meer geproduceerd."

25. "Overdenk dit pijnlijke gevolg van voeding, dat het de voorwaardelijke conditie (paccaya) van lijden is. Maar wanneer je alle vormen van voeding leert begrijpen, raakt je er niet meer aan gehecht."

26. "Wanneer iemand volledig begrijpt wat gezond is, kan hij het mentale vergif vaarwel zeggen[17]. Hij kan dan sterk en met helder inzicht midden in de Leer staan, als een wijs mens, als een wezen dat voorbij elke definitie is[18]."

Verstoringen

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat verstoringen (iñjita) de voorwaardelijke conditie (paccaya) van al het lijden is. De tweede bespiegeling is, dat door het volledig bedaren en ophouden van verstoringen er geen lijden meer geproduceerd wordt.'"

"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning (viriya), oplettendheid (sati) en vastberadenheid (adhimokkha), kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis (d.w.z. arahatta phala), of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende (anagami phala)."

Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:

27. "Elke vorm van lijden ontstaat uit verstoringen als voorwaardelijke conditie. Roei de verstoringen uit en er wordt geen lijden meer geproduceerd."

28. "Overdenk dit pijnlijke gevolg van verstoringen, dat ze de voorwaardelijke conditie (paccaya) van lijden zijn. Geef daarom verstoringen op, doorbreek de mentale formaties. Laat de monnik, vrij van verstoringen en gehechtheid, indachtig (sati) door het leven gaan."

Afhankelijkheid

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat afhankelijkheid (nissito) de voorwaardelijke conditie (paccaya) van wankelen[19] is. De tweede bespiegeling is, dat door het volledig bedaren en ophouden van afhankelijkheid er geen wankelen meer geproduceerd wordt.'"

"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning (viriya), oplettendheid (sati) en vastberadenheid (adhimokkha), kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis (d.w.z. arahatta phala), of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende (anagami phala)."

Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:

29. "De onafhankelijke mens beeft niet en wordt niet verward. Maar een mens die zich afhankelijk opstelt klampt zich vast, hij grijpt zich op allerlei manieren aan het bestaan vast; hij kan daarom niet ontsnappen aan het bestaan."

30. "Overdenk dit kwalijke gevolg dat er een ernstig gevaar (adinava) schuilt in het afhankelijk zijn. Daarom gaat de oplettende monnik verder zonder ergens op te leunen en zonder zich ergens aan te hechten."

Het stoffelijke en het onstoffelijke

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat er meer vrede (santi) is in het onstoffelijke (arupa) dan in het fijnstoffelijke (rupa). De tweede bespiegeling is, dat er meer vrede is in het ophouden[20] (nirodha) dan in het onstoffelijke.'"

"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning (viriya), oplettendheid (sati) en vastberadenheid (adhimokkha), kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis (d.w.z. arahatta phala), of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende (anagami phala)."

Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:

31. "Wezens van zowel de stoffelijke sfeer (rupavacara) als van de onstoffelijke sfeer (arupavacara) die het ophouden niet begrijpen, komen keer op keer in het bestaan[21]."

32. "Maar die wezens die de ware aard van het stoffelijke hebben begrepen, die goed gegrondvest zijn in het onstoffelijke en zichzelf bevrijden middels het ophouden, dat zijn degenen die de dood achter zich laten."

Het meest verheven inzicht

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat in de wereld, inclusief zijn mara's en brahma's, kluizenaren (samana) en brahmanen (brahmana), met zijn koningen en gewone mensen, dingen gezien worden als zijnde waar, terwijl de hogere wezens, de edelen van geest[22], heel helder vanwege hun verheven wijsheid, die dingen zien als zijnde onwaar[23]. De tweede bespiegeling is, dat in de wereld, inclusief zijn mara's en brahma's, kluizenaren (samana) en brahmanen (brahmana), met zijn koningen en gewone mensen, dingen gezien worden als zijnde onwaar, terwijl de hogere wezens, de edelen van geest, heel helder vanwege hun verheven wijsheid, die dingen zien als zijnde waar."

"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning (viriya), oplettendheid (sati) en vastberadenheid (adhimokkha), kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis (d.w.z. arahatta phala), of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende (anagami phala)."

Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:

33. "In de wereld, inclusief zijn goden (deva's), ziet men in wat geen zelf (anatta) is, een zelf (atta). Gebonden aan geest en lichaam (nama rupa) denken zij dat dit waar is."

34. "In welke termen zij het ook begrijpen, de werkelijkheid is altijd anders dan dat, en dat is wat er verkeerd aan is: het verandert. Want wat slechts een moment duurt, is bedrieglijk van aard."

35. "Maar het niet-bedrieglijke is het Ongebondene (Nibbana). Dat is wat de edelen van geest kennen als zijnde waar. Met dit inzicht in realiteit eindigt hun begeerte. Zij zijn volkomen ongebonden."

Lijden en geluk

"Er is nog een manier om deze tweevoudige bespiegeling uit te leggen: 'De eerste bespiegeling is, dat in de wereld, inclusief zijn mara's en brahma's, kluizenaren (samana) en brahmanen (brahmana), met zijn koningen en gewone mensen, dingen gezien worden als geluk, terwijl de hogere wezens, de edelen van geest, heel helder vanwege hun verheven wijsheid, die dingen zien als lijden (dukkha). De tweede bespiegeling is, dat in de wereld, inclusief zijn mara's en brahma's, kluizenaren (samana) en brahmanen (brahmana), met zijn koningen en gewone mensen, dingen gezien worden als lijden, terwijl de hogere wezens, de edelen van geest, heel helder vanwege hun verheven wijsheid, die dingen zien als zijnde geluk."

"Dit is de tweevoudige bespiegeling. Wanneer je deze twee begrijpt, en als je een leven leidt van inspanning (viriya), oplettendheid (sati) en vastberadenheid (adhimokkha), kun je één van deze twee resultaten verwachten: er zal of de vrucht zijn van perfecte kennis (d.w.z. arahatta phala), of, als enkele van de essentiële factoren van hechten nog niet zijn uitgeblust, de vrucht van de niet meer terugkerende (anagami phala)."

Nadat de Boeddha dit tegen de monniken had gezegd, vervolgde de Tathagata, de Leraar, zijn betoog:

36. "Alle beelden, geluiden, geuren, smaken, tastbare objecten en ideeën, zijn aangenaam en verlokkelijk, zolang men denkt dat deze werkelijk bestaan; deze worden door de wereld, inclusief zijn goden (deva's) gezien als een zegening."

37. "Maar wanneer ze verdwijnen[24], worden ze door hen gezien als lijden (dukkha)."

38. "Het stoppen van zelfidentiteit (nama rupa), dat wordt door de edelen van geest gezien als zegening. Maar dit verschilt erg van de manier waarop het door de wereld in het algemeen wordt gezien."

39. "Wat anderen zegen (sukha) noemen, wordt door de edelen van geest lijden (dukkha) genoemd. En wat anderen lijden noemen, kennen de edelen van geest als zegen. Begrijp deze paradox goed; het is moeilijk dit te begrijpen en de onwetenden zijn hieromtrent verdwaasd."

40. "Er is duisternis voor hen die bezoedeld zijn. Er is blindheid voor hen die niet zien. Maar voor de waakzamen is het zonneklaar; voor hen die kunnen zien, is er licht. De dwaas ziet de Dhamma niet, hij begrijpt de ware aard van dingen niet."

41. "Voor hen die overmand zijn door de begeerte om te worden (bhava tanha), die voortgaan in de stroom van worden (bhava), zij die onder de invloed van Mara zijn, is het niet makkelijk om volledig tot deze Dhamma te ontwaken."

42. "Wie anders dan de edelen van geest, zijn bekwaam om verlichting te begrijpen? Door die staat perfect te kennen, worden alle bezoedelingen (asava's) uitgeblust."

Dit is wat de Boeddha zei. De monniken waren vol van vreugde toen zij de woorden van de gezegende hoorden. Toen deze uiteenzetting werd gedaan, werden ongeveer zestig monniken in hun geest bevrijd van de aanwezige bezoedelingen (asava's).

Eindnoten

[1] Kort gezegd heeft de Boeddha ons twee belangrijke aspecten geleerd, namelijk het lijden en het ophouden van lijden. Heel deze sutta duidt daarom ook op een tweevoudige bespiegeling die tot het ultieme inzicht van die twee aspecten leidt.

[2] Hiermee worden de banden (saññojana) 6-10 bedoeld.

[3] Het is misschien goed om 1-4 te verduidelijken en hier te verwijzen naar de drie aspecten van de Vier Edele Waarheden: Zie de eindnoot drie aspecten in S56-011 voor meer informatie.

[4] De meeste vertalers gebruiken hier het woord 'hechten', maar dat is niet helemaal juist; het betreft hier specifiek de basis gehechtheden (upadhi).

[5] Zowel de interne als externe wereld wordt hier bedoeld.

[6] Begeerte is de hoofdoorzaak van lijden; daar begint lijden. Begeerte ontwikkelt zich verder in gehechtheid.

[7] Ik heb hier steeds het woord 'kennis' gebruikt, maar 'wijsheid' is daar gelijk aan, dus dat kan ook.

[8] Besef dat het om 'zelfbewustzijn' gaat.

[9] Dus dat 'zelfbewustzijn' voedt begeerte en begeerte het 'zelfbewustzijn' of ego.

[10] Dit verwijst naar Nibbana. 'Ongebondenheid' is onafhankelijkheid; Nibbana is niet iets wat afkomstig is van iets anders, het valt niet binnen een wet van oorzaak en gevolg zoals alle dingen binnen samsara dat wel doen.

[11] Betekent niet dat hij onverschillig is of dat gevoelens er niet mogen zijn, maar hij hecht er niet aan.

[12] Het is wellicht het best te begrijpen dat door begeerte het wezen, het ego, oneindig in stand gehouden wordt.

[13] D.w.z. als het proces van worden (bhava) in iemand continueert.

[14] Hier gebruikt de Boeddha (de letterlijk door mij vertaalde term) 'energie van geboorte'. In de formule van het afhankelijk ontstaan (paticcasamuppada) gebruikt hij de term worden (bhava).

[15] Oftewel van degene die vrij van de wordingsdrang is.

[16] Hier wordt verwezen naar de begeerte om te worden (bhava tanha).

[17] Hier wordt verwezen naar de bezoedelingen (asava's).

[18] Dit betekent dat je dan fenomenen niet meer als losse entiteiten of stukjes ziet zoals we ze noemen (definiëren), maar je het hele bestaan als een proces ziet. Dat is 'voorbij de definitie'.

[19] 'Wankelen' of 'onzekerheid', 'onvrede', 'angst', 'beven', 'verwarring'.

[20] Is gelijk aan de derde Edele Waarheid oftewel Nibbana.

[21] Dit heeft betrekking op zowel de wezens die in die sferen leven, als de wezens die aan die sferen gehecht zijn.

[22] 'De edelen van geest' zijn zij die één of meer graden van heiligheid hebben verworven, maar hier worden de Arahat's in het bijzonder bedoeld. Zie ariya puggala/ariya.

[23] In de oorspronkelijke tekst wordt verwezen naar een specifieke aanduiding, namelijk yathabhutam, hetgeen op het diepste inzicht duidt.

[24] Wanneer die aangename en verlokkelijke beelden, geluiden etc. veranderen... Daarom zijn ook aangename dingen een voorwaardelijke conditie van lijden (dukkha).

Document info
RegID Snp3-12
Bijgewerkt 22 juni 2020 09:23:25
Auteur Peter van Loosbroek — Ananda
Locatie www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overig Geen