De monniken die een ander meditatie onderwerp kregen

Je kunt veel boeken lezen, je aansluiten bij discussiegroepen en diverse boeddhistische stromingen volgen. Maar vaak ontbreekt de ware kennis van hetgeen de Boeddha werkelijk heeft onderwezen. Wanneer je het ware boeddhisme bestudeert en in praktijk brengt, dan zul je op den duur alleen nog maar genoegen nemen met de ware Dhamma, de Leer zoals de Boeddha die verkondigd heeft.

In dit document wordt de kern van zijn Leer op eenvoudige en heldere wijze samengevat. Hier ligt de kern, hier is de ware sasana. Zorg dat je de kern niet mist en maak gebruik van deze gelegenheid. De Boeddha is niet meer, maar wanneer je de kern van zijn Leer gaat begrijpen, dan zul je ook begrijpen waarom hij zei: 'Wie de Dhamma ziet, ziet mij.'

Alle geconditioneerde dingen zijn vergankelijk

277. Wanneer met wijsheid de vergankelijkheid van samengestelde dingen wordt gezien, krijgt men genoeg van dit lijden. Dit is het pad naar zuiverheid.

sabbe sankhara anicca'ti yada paññaya passati atha nibbindati dukkhe esa maggo vishuddhiya

Alle geconditioneerde dingen zijn vergankelijk. Ontwaking door deze kennis leidt tot bevrijding.

Alle samengestelde dingen, alle dingen die samengebundeld zijn, alle opgekomen dingen, zijn vergankelijk, niet blijvend. Wanneer dit is gerealiseerd met inzicht, bereikt iemand de onthechting van lijden. Dit is het pad van totale zuivering van bezoedelingen.

Alle samengestelde dingen zijn onderhevig aan lijden

278. Wanneer met wijsheid het lijden van samengestelde dingen wordt gezien, krijgt men genoeg van dit lijden. Dit is het pad naar zuiverheid.

sabbe sankhara dukkha'ti yada paññaya passati atha nibbindati dukkhe esa maggo vishuddhiya

Alle geconditioneerde dingen zijn beladen met lijden. Deze kennis verheldert je pad...

Alle samengestelde dingen, alle dingen die samengebundeld zijn, alle opgekomen dingen, zijn beladen met lijden. Wanneer dit is gerealiseerd met inzicht, bereikt iemand de onthechting van lijden. Dit is het pad van totale zuivering van bezoedelingen.

Alles is zielloos

279. Wanneer met wijsheid het onwezenlijke van samengestelde dingen wordt gezien, krijgt men genoeg van dit lijden. Dit is het pad naar zuiverheid.

sabbe dhamma anatta'ti yada paññaya passati atha nibbindati dukkhe esa maggo vishuddhiya

Alle dingen zijn zonder een zelf of ziel. Deze ontwaking leidt naar het pad...

Alle staten van bestaan zijn zonder een zelf, zonder enige vaste of blijvende kern. Wanneer dit is gerealiseerd met inzicht, bereikt iemand de onthechting van lijden. Dit is het pad van totale zuivering van bezoedelingen.

Terwijl de Boeddha in het Jetavana Klooster verbleef, sprak de Boeddha deze verzen, met verwijzing naar vijfhonderd monniken[1].

Het verhaal gaat dat deze vijfhonderd monniken een meditatieonderwerp van de Boeddha hadden gekregen. Ondanks het feit dat zij uit alle kracht in het woud streefden en streden met betrekking tot hun meditatieonderwerp, bereikten zij geen Arahatschap. Ze keerden naar de Boeddha terug met als doel een meditatieonderwerp te krijgen dat beter bij hun karakter paste.

De Boeddha vroeg zichzelf af: "Wat zal het meest geschikte meditatieonderwerp voor deze monniken zijn?" En hij overwoog bij zichzelf: "In de tijd van Boeddha Kassapa wijdden deze monniken zich twintigduizend jaar[2] aan de meditatie m.b.t. het kenmerk 'vergankelijkheid'; daarom zal het kenmerk vergankelijkheid het onderwerp zijn van het enkelvoudige vers dat ik hen zal geven."

En hij zei tegen hen: "Monniken, in de sfeer (avacara) van het zintuiglijke bestaan en in de andere sferen van bestaan, zijn alle aggregaten van het bestaan vanwege hun onwerkelijkheid, vergankelijk."

Uitleg vertaling vers 277

sabbe sankhara anicca iti yada paññaya passati atha dukkhe nibbindati esa visuddhiya maggo

sabbe: alle; sankhara: samengestelde dingen; anicca: (zijn) vergankelijk; iti yada: wanneer dit; paññaya passati: (je) dit realiseert met inzicht; atha: dan; dukkhe: van lijden; nibbindati: krijg (je) genoeg; esa: dit is; visuddhiya: naar totale zuivering van bezoedelingen (Nibbana); maggo: het pad

Uitleg vertaling vers 278

sabbe sankhara dukkha iti yada paññaya passati atha dukkhe nibbindati esa visuddhiya maggo

sabbe: alle; sankhara: samengestelde dingen; dukkha: (zijn) lijden; iti yada: wanneer dit; paññaya passati: (je) dit realiseert met inzicht; atha: dan; dukkhe: van lijden; nibbindati: krijg (je) genoeg; esa: dit is; visuddhiya: naar totale zuivering van bezoedelingen (Nibbana); maggo: het pad

Uitleg vertaling vers 279

sabbe dhamma anatta iti yada paññaya passati atha dukkhe nibbindati esa visuddhiya maggo

sabbe: alle; dhamma: samengestelde dingen; anatta: (zijn) zonder een zelf; iti yada: wanneer dit; paññaya passati: (je) dit realiseert met inzicht; atha: dan; dukkhe: van lijden; nibbindati: krijg (je) genoeg; esa: dit is; visuddhiya: naar totale zuivering van bezoedelingen (Nibbana); maggo: het pad

Commentaar

anicca: Vergankelijk.

samudaya: Oorzaak (van lijden).

nirodha: Opheffing (van lijden).

Ariya Atthangika Magga: Edele Achtvoudige Pad.

anatta: Zonder-ziel of zonder-zelf.

Zie ook

Omgaan met de dood

Iemand die constant in beschouwing neemt dat hij eens zal sterven en dat de dood onvermijdelijk is, zal vol geestdrift zijn om zijn verplichtingen ten opzichte van zijn naasten te volbrengen voordat de dood komt, en dit zorgt er zeker ook voor dat hij oplettender wordt ten opzichte van deze wereld en de volgende. Daarom wordt er gezegd, dat "een monnik die de dood indachtig is, altijd waakzaam is" (maranasati manuyutto bhikkhu satatam appamatto hoti).

Er zijn ook extremisten die zeggen dat het beschouwen van de dood een onnodige gedachte is die de vooruitgang van iemand vertragen. Dit is niet zo. En Visnusarman heeft in de Pancatantra gezegd:

Samcintya tamugradandam
mrtyum manusyasya vicaksanasya
varsambusikta iva carmabandhah
sarvaprayatnah sithili bhavanti

(Alle inspanningen van een wijze man die constant aan de dood denkt die veel leed teweegbrengt, maken hem kalm en flexibel zoals lederen tassen die bevochtigd worden door regenwater.)

Bovengenoemde zijn twee extremen; het boeddhistische pad echter, is een pad dat extremen vermijdt. Daarom wordt het pad ook 'de middenweg' (majjhima patipada) genoemd. Tevens dient opgemerkt te worden, dat boeddhisme nooit een voorstander is van neerslachtigheid en iemands verplichtingen ontkent door het nadenken over de dood. In tegenstelling daarvan, is hetgeen dat in het boeddhisme onderwezen wordt, de volbrenging van iemands taken en plichten op een zo goed mogelijke manier; zelfs op het randje van de dood. De Boeddha heeft zijn categorische afkeuring over het uitstellen van iemands plichten onder andere op deze manier weergegeven:

Ajjeva kiccam atappam ko jañña maranam suve...

(Zelfs vandaag, moet iemand streven naar de volbrenging van zijn taken, want, wie weet, slaat de dood morgen toe...)

De Uraga Jataka, zie Dhp288-289, verhaalt hoe een vader — toen zijn enige zoon door een slang gebeten werd en dood op de grond neerviel — het nieuws van het voorval naar de overige inwoners van het huis zond. Zonder op hun aankomst te gaan staan wachten, ging hij door met het ploegen van zijn land; hij was iemand die regelmatig mediteerde op de dood. Door zo de onoverkomelijkheid van de dood te beschouwen, wordt iemand uitermate actief in de volbrenging van zijn taken; zo wordt ook een gevoel van 'angstloosheid' ten opzichte van de dood ontwikkeld. Nog dieper bekeken, past zo iemand er zelfs goed voor op, niet de minste of geringste zonde te begaan die lijden teweegbrengt in de volgende wereld; ook wordt hij een vrij mens die alle banden en gehechtheid ten opzichte van zijn geliefden en andere objecten heeft laten varen.

Beiden, monniken en leken, die de dood niet indachtig zijn en zichzelf beschouwen als onsterfelijk, zijn vaak nalatig om deugdzaamheid te cultiveren. Zij gaan strijd en argumentaties aan en zijn vaak ontmoedigd en neerslachtig, verdeeld vanwege hun hoop en aspiraties. Soms stellen ze hun werk uit met de hoop het in de toekomst op grote schaal te zullen verrichten, maar uiteindelijk komt er allemaal niets van. Daarom is het goed om dagelijks de dood recht in de ogen te kijken. Van de viervoudige meditatieonderwerpen die voor boeddhisten beschreven zijn als zijnde geschikt om overal te beoefenen (sabbattha kammatthana) komt beschouwing van de dood op de vierde plaats (Buddhanussati metta ca — asubham maranassati).

"Ekadhammo bhikkave bhavito bahulikato ekanta nibbidaya viragaya nirodhaya upasamaya abhiññaya sambodhaya nibnanaya samvattati; katamo ekadhammo maranassati."

("Er is, monniken, een Dhamma, die, wanneer daar op gemediteerd wordt en als die constant beoefend wordt, naar de onthechting van de wereld van worden voert, naar zuivering van alle bezoedelingen, naar bevrijding van werelds lijden, het verwerven van hogere kennis, het realiseren van de Vier Edele Waarheden en de verwezenlijking van Nibbana. Wat is die ene Dhamma? Het is de constante beschouwing van de dood.")

De verhevenheid en betekenis van de beschouwing van de dood, wordt duidelijk weergegeven in deze leerstellige passage.

Eindnoten

[1] 'Vijfhonderd' betekent veel.

[2] Een andere uitdrukking voor erg veel.

Document info
RegID Dhp277-279
Bijgewerkt 18 november 2020 14:29:14
Auteur Peter van Loosbroek — Ananda
Locatie www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overig Dhammapada 277; 278; 279