Zintuiglijkheid
Kāma
Externe en interne banden.
'Zintuiglijkheid'.
Kan duiden op: A. subjectieve sensualiteit, oftewel 'zintuiglijkheid' (intern); B. objectieve sensualiteit (extern), de 5 zintuigobjecten.
Omdat de zintuigen mensen aan de wereld binden, spreken we van externe en interne banden. In het geval van kāmaguṇa betreft het externe banden, bij kāmayoga betreft het interne banden.
A. Subjectieve sensualiteit of zintuiglijkheid, is gericht op de vijf zintuigobjecten en is een synoniem voor 'zintuiglijk verlangen' (kāmacchanda), een van de 5 hindernissen (pañcanīvaraṇa); met 'zintuiglijke hartstocht' (kāmarāga), een van de 10 banden (saññojana); met 'zintuiglijke begeerte of hunkering' (kāmataṇhā), een van de 3 begeerten (zie taṇhā); met 'zintuiglijke gedachten' (kāmavitakka), een van de 3 verkeerde gedachten (micchāsaṅkappa, zie vitakka). Zintuiglijkheid is ook een van de bezoedelingen (asava) en gehechtheden (upādāna).
B. Objectieve sensualiteit wordt in de canonieke teksten meestal 'koorden of draden van sensualiteit' (kāmaguṇa) genoemd.
"Er zijn vijf koorden van sensualiteit: de zichtbare objecten, herkenbaar door het oogbewustzijn, die wenselijk, begeerlijk, aangenaam, lieflijk, sensueel en verleidelijk zijn; de geluiden (...) geuren (...) smaken (...) lichamelijke indrukken herkenbaar door het lichaamsbewustzijn, die wenselijk zijn (…)." M013; D33; M026; M059; M066.
Deze twee soorten kāma worden genoemd: A. kāma als mentale bezoedeling (kilesakāma); B. kāma als de object-basis van zintuiglijkheid (vatthukāma); de eerste in MNid 1, §1, en vaak in de commentaren.
Zintuiglijkheid wordt uiteindelijk verwijderd in het stadium van de niet terugkerende (anagami, zie ariyapuggala; saññojana)
Het gevaar (adinava) en de ellende van zintuiglijkheid wordt vaak in de teksten beschreven, bijvoorbeeld in de treffende gelijkenissen in M022; M054, en in de 'geleidelijke instructie' (zie anupubbikathā). Zie verder M013; M045; M075; Snp4-01.766 en verder; Dhp286; Dhp215.
De teksten leggen dikwijls nadruk op datgene wat de mens aan de wereld van de zintuigen bindt, dat dat niet de zintuigorganen of de zintuigobjecten zijn, maar de hartstochtelijke begeerte (chandarāga) ernaar. Dat is omdat een veelvuldige herhaling van zintuiglijke toegeeflijkheid tot begeerte leidt. Begeerte leidt tot hechten. Begeerte is een geïntensiveerde vorm van zintuiglijk verlangen. Zie voor dit A06-063; S35-122; A35-191.
Verder moet worden opgemerkt dat het woord kāma niet altijd als een negatief aspect gezien moet worden zoals bijvoorbeeld dhammakāma wat betekent dat iemand waarheidlievend is.
| RegID | 7soV86ujpFxbCqw |
|---|---|
| Bijgewerkt | 18 februari 2026 15:32:13 |
| Auteur | Peter van Loosbroek — Ānanda |
| Locatie | www.sleuteltotinzicht.nl |
| Copyright | Zie a.u.b. copyright www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm |
| Overig | Geen |
