Iemand's eigen gewelddadige gedrag

Attadanda Sutta

Een schets van perfecte vrijheid vergelijkbaar met de vorige sutta.

Noot[1]

935. Angst is het gevolg van toevlucht nemen tot geweld[2] — kijk eens hoe mensen ruziën en vechten! Ik zal je vertellen over mijn gevoel van urgentie. Hoe ik geroerd werd door een gevoel van urgentie[3].

936. Toen ik mensen zag worstelen, zoals vissen kronkelend in te weinig water, met vijandigheid naar elkaar, ontstond angst in mij[4].

937. Er is niets in deze wereld dat enige vastheid kent in de kern, geen enkel deeltje is onveranderlijk. Eens wilde ik een plaats waar ik kon schuilen, maar zulk een plaats zag ik nooit[5].

938. Ik zag hen allemaal in onderling conflict en onvrede kwam in mij op. Maar toen zag ik de pijl die zich zo diep in hun hart had genesteld en zo moeilijk is te zien.

939. Het is een pijl die zijn slachtoffers alle kanten op laat rennen. Maar wanneer hij is uitgetrokken komt al dat rennen tot een einde, en zinkt iemand niet[6].

940. Dit zijn de dingen waarvan we kunnen leren: de banden van de wereld[7] zouden niet moeten worden nagejaagd. Wanneer iemand alle zintuiglijke plezieren volledig doorzien heeft[8], moet iemand zich trainen in kalmte (santi).

941. Een man van wijsheid moet waarheidlievend zijn, zonder arrogantie (mana), zonder bedrog, niet lasterlijk en niet hatelijk. Hij moet voorbij het kwaad van begeerte (tanha) en gierigheid (macchariya) gaan.

942. Om je geest op kalmte te richten moet je slaperigheid, luiheid en moedeloosheid overwinnen[9]. Er is geen plaats voor luiheid en geen bron om trots (mada) te zijn.

943. Geef niet toe aan liegen, wees niet gehecht aan vormen. Je moet door alle trots (mada) heen kijken en een geweldloos (ahimsa) leven leiden.

944. Raak niet opgewonden door wat oud is, wees niet tevreden met wat nieuw is. Wees niet verdrietig voor wat je niet meer hebt of van vanwege begeerte waarmee je dat onder controle probeert te krijgen.

945. Ik noem hebzucht (lobha) de grote overstroming, ik noem verlangens de stroomversnellingen — de basis, de dwang — het moeras van sensualiteit (kama) dat moeilijk te overwinnen is.

946. Nooit afwijkend van de waarheid, staat een muni, een brahmaan, op vaste grond[10]. Wanneer hij het allemaal heeft opgegeven[11], wordt hij inderdaad vredig (santa) genoemd.

947. Hij heeft wijsheid, hij heeft volledige kennis, hij heeft begrepen 'hoe dingen zijn' (yathabhuta). Hij is volkomen onafhankelijk (anissito). Omdat hij correct in de wereld leeft, verlangt hij hier nergens meer naar.

948. Iemand die hier aan zintuiglijke genoegens (kama) voorbij is gegaan, de keten die zo moeilijk te overwinnen is in de wereld, iemand die de stroom heeft doorgekapt, hij die zonder banden (kama guna) is, heeft geen verdriet, en hoopt (asamsa) niet.

949. Droog alles op wat aan het verleden behoort, leg de toekomst terzijde. En als je (ook) niets vastgrijpt in het midden (het heden) zul je in vrede (santi) leven.

950. Wanneer een mens zich helemaal niet meer identificeert met geest en lichaam (nama rupa), wanneer hij niet verdrietig is om datgene wat niet bestaat, verliest hij niets in de wereld[12].

951. Voor wie niet denkt: 'dit is van mij' of 'dit is van anderen', niets vindt om opgevat te worden als zijnde 'mijn', zal niet verdrietig zijn als hij denk: 'dit is niet van mij'.

952. Als je mij vraagt de mens te omschrijven die onwrikbaar is, dan zeg ik dat wanneer er geen verbittering is, geen hebzucht is, geen spoor van verlangen is, en wanneer een mens dezelfde blijft in alle omstandigheden, dan is dat wat ik de prijzenswaardige toestand zou noemen van een mens die onwrikbaar is[13].

953. Want voor iemand zonder een vlaag van verlangens, iemand met inzicht, is er geen enkele activering (nisankhiti) meer[14]. Vanwege de onthouding van aansporing[15], ziet hij overal veiligheid (khemam).

954. De muni verhoudt zichzelf niet met de gelijken, de lageren, of de hogeren[16]. Vreedzaam, zonder bezitterigheid, omarmt hij niets en verwerpt hij niets.

Eindnoten

[1] Nid: Wat was de oorsprong? Er is gezegd dat tijdens de verklaring van het ontstaan van de toespraak Snp2-13 — Sammaparibbajaniya Sutta — Het correcte thuisloze leven, er een ruzie uitbrak tussen de Sakya's en de Koliya's vanwege water. Toen de Gezegende ervan wist, dacht hij: 'Mijn verwanten zijn een ruzie begonnen. Laat me hen beteugelen.' En toen, staande tussen de twee legers, hield hij deze toespraak. (Evenals Snp4-11.)

Meer over het incident tussen de Sakya's en de Koliya's lees je op de pagina Wereldvrede.

[2] Aanvankelijk kan gesteld worden dat angst voortkomt uit verlangens, maar je toevlucht nemen in geweld is evenzo verbonden met verlangen omdat je dat wilt.

[3] Nid: Nadat hij de mensen die het verkeerde in praktijk brachten, vijandig tegenover elkaar stonden, had berispt om bij hen een gevoel van urgentie op te wekken, door de juiste praktijk te tonen, zegt hij: 'Ik zal je vertellen over mijn gevoel van urgentie. Hoe ik geroerd werd door een gevoel van urgentie.' De ondersteuning is: 'In het verleden, toen ik nog slechts een Bodhisatta was.'

[4] Verwijst naar de ruziënde Sakya's en hun tegenstanders de Koliya's. 'Ontstond er angst in mij' verwijst naar morele angst, moreel ontzag (ottappa) vanwege het inzien van de gevolgen van de slechte daden die deze mensen begingen.

[5] Een veilig heenkomen in de wereld die vrij van lijden is, maar dat kan een geconditioneerde wereld niet bieden.

[6] Zinkt iemand niet in de vloedstromen, d.w.z. de hoofdbezoedelingen (asava's)

[7] De banden van de wereld zijn 'de koorden of draden van sensueel plezier' (kama guna) die mensen begeren en hen daardoor aan de wereld binden.

[8] D.w.z. wanneer hun ware aard gezien wordt in het licht van de drie kenmerken (ti lakkhana), en 'alles wat onderhevig is aan ontstaan is onderhevig aan vergaan'.

[9] Nid: Iemand moet deze drie kwaliteiten overwinnen: slaperigheid, lichamelijke inactiviteit en mentale inactiviteit. (Zie ook thina middha.)

[10] Met 'op vaste grond' wil zeggen dat hij een groot voordeel heeft met verwijzing naar Nibbana.

[11] 'Allemaal heeft opgegeven' duidt op het opgeven van begeerte binnen het gebied van de twaalf zintuigbases (ayatana).

[12] Wanneer hij vrij van de begoocheling van een 'zelf' (atta) is en vrij van het idee 'ik', 'mijn' is, is er geen verdriet, geen lijden meer en kan hij alles verdragen.

[13] Dit verwijst naar upekkha.

[14] En daarom ook geen wedergeboorte proces. Zie kamma cetana.

[15] Geen aansporing van de activering, zie nisankhiti.

[16] Binnen het gangbare gebruik in de wereld of in het vernederende Indiase kastenstelsel.

Document info
RegID Snp4-15
Bijgewerkt 4 augustus 2022 09:02:26
Auteur Peter van Loosbroek — Ananda
Locatie www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright Zie a.u.b. copyright www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overig Geen