Atula de lekenvolgeling

In deze wereld zijn er altijd wel mensen waarbij je het nooit goed doet. Als je dat weet, als je de wereld kent, als je weet hoe het er in deze wereld aan toegaat, dan is dat een rede minder om aan jezelf te twijfelen.

Er is niemand die nooit berispt wordt

227. Er is een oud gezegde, Atula, dat niet alleen vandaag de dag verteld wordt: — "Zij die zwijgen worden berispt, zij die veel spreken worden ook berispt, en berispt worden zij die matig spreken." — Er is niemand in de wereld die niet berispt wordt.

poranametam atula netam ajjatanam'iva nindanti tunhimasinam nindanti bahubhaninam mitabhaninam'pi nindanti natthi loke anindito

Hij die zwijgt, hij die veel spreekt en hij die matig spreekt, worden allemaal bekritiseerd. Geen van hen wordt gespaard.

Atula! Dit is ook al in de oudheid gezegd — het is niet alleen van vandaag de dag. Men berispt de persoon die zwijgt. Men heeft opmerkingen over de persoon die te veel spreekt. Men weet zelfs wel fouten te vinden in een persoon die goed gedoseerd en matig spreekt. In deze wereld bestaat er geen mens die onberispt blijft.

Niemand ontsnapt aan kritiek of aan lof

228. Er was nooit, en er zal nooit zijn, noch is er heden een persoon in de wereld, die enkel berispt wordt of iemand die enkel geprezen wordt.

na cahu naca bhavissati na cetarahi vijjati ekantam nindito poso ekantam va pasamsito

Er was nooit, en er zal nooit iemand zijn, die enkel en alleen bekritiseerd of enkel en alleen geprezen wordt.

Er is nog nooit een persoon geweest die geheel, totaal en enkel berispt werd. Ook is er nog nooit een persoon geweest die geheel, totaal en enkel geprezen werd. Er zullen nooit zulke personen zijn. Zelfs vandaag de dag zijn zulke personen niet te vinden.

De persoon die altijd prijzenswaardig is

229. Maar zij die intelligent zijn prijzen iemand die vlekkeloos in het gedrag is, — de wijze, die in wijsheid en deugd goed gevestigd is, — na hem dag in dag uit gade te hebben geslagen.

yañ'ce viññu pasamsanti anuvicca suve suve acchiddavuttim medhavim pañña silasamahitam

Door eerst een diepgaand onderzoek in te stellen, prijst de wijze hen die een onberispelijk karakter hebben dat met deugdzaamheid en wijsheid doordrongen is.

Maar zij die de wijzen prijzen, na een dagelijks onderzoek te hebben ingesteld, zijn mensen wiens gedrag onberispelijk is. Het zijn mensen die intelligent zijn, begiftigd met inzicht en discipline.

Een persoon die als puur goud is

230. Maar wie kan hem berispen, hij die zo zuiver is als een goudstuk uit de rivier de Jambu? Zelfs de deva's prijzen hem, ook wordt hij geprezen door Brahma.

nekkham jambonadass'eva ko tam ninditum arahati deva pi tam pasamsanti Brahmuna'pi pasamsito

Zelfs de deva's en Brahma prijzen hem die van zulke zuivere kwaliteiten is. Er zijn geen gegronde feiten om hem te berispen.

Een persoon die zich op die manier onderscheid is voorbij alle blaam en gebreken — zoals een munt van puur goud. Niemand kan enig gebrek in zo'n persoon vinden. Hemelwezens prijzen hem.

Terwijl de Boeddha in het Jetavana Klooster verbleef, sprak de Boeddha deze verzen, met verwijzing naar Atula en zijn metgezellen.

Atula was een lekenvolgeling die in Savatthi leefde; hij had een gevolg van vijfhonderd andere lekenvolgelingen. Op een dag nam hij die lekenvolgelingen mee naar het klooster om naar de Dhamma te luisteren. Omdat hij het verlangen had om de Eerwaarde Revata de Dhamma te horen prediken, groette hij de Eerwaarde Revata en nam hij respectvol plaats aan zijn zijde. Nu was deze Eerwaarde Revata een alleen levende monnik, hij hield van afzondering, net zoals een leeuw van afzondering houdt. Daarom had hij Atula niets te zeggen.

"Deze Eerwaarde heeft niets te zeggen", dacht Atula. Kwaad stond hij van zijn zitplaats op, ging naar de Eerwaarde Sariputta, en ging respectvol aan zijn zijde staan. "Met welke reden ben je naar mij toegekomen?", vroeg de Eerwaarde Sariputta.

"Eerwaarde", antwoordde Atula, "ik heb deze lekenvolgelingen van mij met me meegenomen om naar de Dhamma te luisteren en benaderde daarvoor de Eerwaarde Revata. Maar hij had me niets te zeggen; daarom was ik boos op hem en ben naar hier toe gekomen. Verkondig de Dhamma aan mij."

"Goed dan, lekenvolgeling", zei de Eerwaarde Sariputta, "ga zitten." En onmiddellijk daarop predikte Sariputta de Abhidhamma in haar volle lengte. En de lekenvolgeling dacht: "De Abhidhamma is buitengewoon diepzinnig, en de Eerwaarde heeft dit geheel voor mij in volle lengte uiteengezet; wat heeft dat nu voor zin?"

Boos nam hij zijn gevolg met zich mee en ging naar de Eerwaarde Ananda. Deze vroeg hem: "Wat is er aan de hand, lekenvolgeling?", waarop Atula zei: "Eerwaarde, wij benaderden de Eerwaarde Revata met de bedoeling de Dhamma te horen, maar kregen niet eens zoveel als een lettergreep van hem te horen. Hierdoor werden wij boos en gingen naar de Eerwaarde Sariputta die voor ons de Abhidhamma in haar volle lengte tot in de kleinste details uiteen zette. En wij dachten: 'Wat heeft dat nu voor zin voor ons?', en ook boos op hem geworden, zijn we naar hier gekomen. Predik de Dhamma tot ons, Eerwaarde."

"Goed dan", antwoordde Eerwaarde Ananda, "ga zitten en luister." Daarop zette de Eerwaarde Ananda de Dhamma héél kort uiteen en maakte het hen erg makkelijk om deze te begrijpen. Maar zij werden ook boos op de Eerwaarde Ananda en gingen naar de Boeddha, groette hem, en namen respectvol plaats aan zijn zijde. De Boeddha sprak tot hen: "Lekenvolgelingen, waarom zijn jullie hier gekomen?"

"Om de Dhamma te horen, Eerwaarde." — "Maar jullie hebben de Dhamma al gehoord." — "Eerwaarde, eerst gingen wij naar de Eerwaarde Revata, maar hij had ons niets te zeggen; boos op hem, benaderden wij de Eerwaarde Sariputta, en die zette de Abhidhamma in haar volle lengte voor ons uiteen, maar wij waren niet bekwaam deze redevoering te begrijpen. Boos op hem, benaderden wij de Eerwaarde Ananda. Echter, Eerwaarde Ananda, hoe het ook zij, zette voor ons de Dhamma wel erg kort uiteen, waarop wij ook boos op hem werden. Zodoende zijn wij hier naar toe gekomen."

De Boeddha hoorde hen aan, en zei: "Atula, al sinds lang vervlogen tijden tot aan de dag van vandaag, is het een onveranderde gewoonte van mensen om degene te berispen die niets zegt, degene te berispen die veel zegt, en degene te berispen die weinig zegt. Er is niemand in de wereld die enkel berispt wordt en niemand die enkel geprezen wordt. Zelfs koningen worden door sommigen berispt en door anderen geprezen. Zelfs de grote aarde, zelfs de zon en de maan, zelfs een volledig verlichte Boeddha, zittend en sprekend te midden van de Viervoudige Bijeenkomst, wordt door sommigen berispt en door anderen geprezen. Maar als berisping of eerbied door onwetende mensen gebezigd wordt, dan heeft dat geen enkele waarde. Maar wanneer diegene een man van geleerdheid en intelligentie is, en hij berispt of prijst dan, dan is die persoon (die berispt of geprezen wordt) terecht berispt of geprezen."

En zo hoorde Atula alsnog de Dhamma, perfect door de Boeddha aangepast aan de persoon en aan de situatie die zich voordeden.

Uitleg vertaling vers 227

Atula! etam poranam etam ajjatanam iva na tunhimasinam api nindanti bahubhaninam api nindanti mitabhaninam api nindanti loke anindito natthi

Atula: Atula; etam: dit; poranam: is van ouds; etam: dit; ajjatanam iva na: is niet iets van alleen deze tijd; tunhimasinam: zij die zwijgen; api nindanti: (zijn) waar men dingen over af te keuren heeft; bahubhaninam api: zij die veel spreken; nindanti: daar heeft men afkeuringen over; mitabhaninam api: zelfs zij die matig zijn in spreken; nindanti: daar heeft men afkeuringen over; loke: deze wereld; anindito: onberispelijke personen; natthi: bestaan niet

Uitleg vertaling vers 228

ekantam nindito poso va ekantam pasamsito na ca ahu na ca bhavissati etarahi ca na vijati

ekantam: uitsluitend; nindito poso: berispelijke personen; va: of; ekantam pasamsito: uitsluitend geprezen personen; na ca ahu: zijn er nooit geweest; na ca bhavissati: en zullen er nooit zijn; etarahi ca: zelfs vandaag: na vijati: (zulke mensen) zijn er niet

Uitleg vertaling vers 229

ce viññu acchiddavuttim medhavim pañña silasamahitam yam anuvicca suve suve pasamsati

ce: daarom; viññu: de wijze mens; acchiddavuttim: van vlekkeloos gedrag; medhavim: intelligent; pañña silasamahitam: in het bezit van wijsheid en beteugelt (deugdzaam): yam: die; anuvicca: na onderzoek; suve suve: dag in dag uit; pasamsati: wordt geprezen

Uitleg vertaling vers 230

tam jambonadassa nekkham iva ko ninditum arahati tam deva api pasamsanti Bramuna api pasamsito

tam: hem; jambonadassa nekkham iva: zoals een muntstuk van puur goud; ninditum: te berispen; ko: wie; arahati: is in staat?; tam: hem; deva api: zelfs de goden; pasamsanti: prijzen; Bramuna api: zelfs door Brahma; pasamsito: wordt geprezen

Commentaar

In tegenstelling tot de meeste uitgewerkte detailpagina's van de Dhammapada, is voor deze pagina geen commentaar nodig.

Document info
RegID Dhp227-230
Bijgewerkt 3 januari 2021 14:42:04
Auteur Peter van Loosbroek — Ananda
Locatie www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright Zie a.u.b. copyright www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overig Dhammapada 227; 228; 229; 230