Māra de misleider

Māra

Waar geen indachtigheid is, daar krijgt Māra ruimte.

Inhoudsopgave

Algemeen

De vijfvoudige Māra

Het leger van Māra

De gelijkenis van de kudde herten

Het gebied van Māra

De dochters van Māra

Extra aanbevelingen

māra

'De verzoeker'; 'de misleider'; 'de kwade'.

Algemeen

'De doder'; 'brenger van de dood' of Namuci. Letterlijk: 'de niet-bevrijder', d.w.z. de tegenstelling van bevrijding (vimutti), de verwant of vriend van de onoplettenden. Ook Antaka, 'beëindiger van alles', d.w.z. de dood. In de boeddhistische literatuur wordt Māra de Kwade (of de 'Donkere') (Māra pāpika) gepersonifieerd als 'hartstocht', 'verzoeking', 'verzoeker' of 'kwaad'.

Overal in de wereld — zowel de interne- als de externe wereld — worden wij verzocht en misleid. Door diverse gebeurtenissen en omstandigheden worden we verzocht om het verkeerde te doen, verkeerde keuzes te maken. Dat leidt langzaamaan tot het verkeerde, tot een lagere wereld met het ervaren van lijden als gevolg. Het is dan ook erg belangrijk om heel indachtig te zijn zodat we alles goed kunnen begrijpen. Vooral hoe onze eigen geest werkt.

Wanneer we niet aandachtig zijn, gaat het de verkeerde kant op. Dan ontstaan er verdraaiingen (vipallāsa). Dit is omdat we in onoplettendheid (pamada) ons onbewust vastgrijpen aan diverse gebeurtenissen en dingen waardoor we niet vrij kunnen zijn. Zo worden we door 'Māra' voortdurend verzocht en misleid. Dit kan worden gezien als een natuurlijk proces waarin we wel waakzaam moeten zijn willen we de goede kant op gaan oftewel: als we vrij van lijden (dukkha) willen zijn.

Māra zet z'n leger in om de Boeddha te misleiden.

Māra zet z'n leger in om de Boeddha te misleiden.

In boeddhistische meditatie is het begrijpen van hoe de geest werkt erg belangrijk. Hiervoor is het nodig om een aantal mentale aspecten goed te begrijpen. Daarom is het belangrijk het begrip Māra te begrijpen. Dan zullen we in waakzaamheid in staat zijn Māra te zien en te begrijpen wat dat inhoudt, hetgeen essentieel is in de ontwikkeling van inzicht. Wanneer we dan verzocht worden, weet je: 'Ik ken jou Māra'.

Als we heel helder van geest zijn, wanneer er sprake is van helder objectief gewaarzijn (vijañana), zullen we alles op elk moment begrijpen, wat er ook is of gebeurt. Dan zijn er geen bezoedelingen meer en heeft Māra de Kwade geen schijn van kans. Dan 'liggen zijn legers verslagen langs de weg'.

Māra is altijd aanwezig. Zelfs bij een verlicht mens (een arahat) blijft Māra verzoekingen doen. Daarom zei de Boeddha: "Waar geen indachtigheid is, daar krijgt Māra ruimte." Wees altijd waakzaam!

De vijfvoudige Māra

Vanaf de tijd van de verlichting van de Boeddha tot aan zijn sterven (Parinibbāna) verscheen Māra op verscheidene aangelegenheden, zich voorwendend in goddelijke, menselijke of zelfs in dierlijke vormen. In de boeddhistische literatuur spreekt men over 'de vijfvoudige Māra' (pañcamārā):

  1. Māra van de vijf groepen (khandhamāra). Zie khandha.
  2. Māra van de karmische formaties (kamma māra). Zie kamma formaties.
  3. Māra als de dood (maccumāra). Zie maraṇa.
  4. Māra van de bezoedelingen (kilesamāra). Zie kilesa (en andere lijsten van bezoedelingen).
  5. Māra als een hemelwezen (devaputtamāra). Zie deva.

Het leger van Māra

Juist voordat de Boeddha de verheven verlichting verwierf, kwam Māra met zijn legers (vahini) aanzetten om hem te verleiden de moed op te geven, maar de Meester was vastbesloten. Nadat hij Māra gezegd had dat hij geloof/zelfvertrouwen (saddha), zelfcontrole (tapo), en energie (viriya), en wijsheid (pañña) had en vastbesloten (adhimokkha) was, doorzag hij het leger van De Boze en somde zijn leger op.

Het is mooi om te zien dat de Boeddha in zijn opsomming van Māra's leger, soms net wat andere woorden gebruikt dan op andere plaatsen in de sutta's. Zo is bijvoorbeeld eigendunk (mana) een van de latente neigingen (anusaya), een bezoedeling van de geest. Eigendunk of arrogantie komt erg overeen met zichzelf verheffen en anderen kleineren (attukkamsanaparavambhana). Deze laatste noemt hij in zijn opsomming een van Māra's leger. Zo heeft de Boeddha op meerdere manieren en met verschillende woorden de Dhamma uitgelegd.

Zie Snp3-02 — Padhāna Sutta — Het streven.

De gelijkenis van de kudde herten

In de mooie rubriek De gelijkenis van de kudde herten in M019 — Dvedhavitakka Sutta — De twee soorten gedachten, drukt de Boeddha de betekenis uit van Māra die het goede pad sluit en het verkeerde pad opent, en dat hijzelf het verkeerde pad sluit en het goede pad opent.

Het gebied van Māra

In de rubriek Het gebied van Māra geeft de Boeddha in M106 — Aneñjasappaya Sutta — De weg naar het onverstoorbare het jachtgebied aan waar Māra opereert.

De dochters van Māra

De symbolische aanduiding voor de dochters van Māra zijn: Taṇhā, Arati en Raga.

Extra aanbevelingen

Op de pagina's Waarom de Dhamma uit de wereld zal verdwijnen en Geen ideeën van ik wordt het heel eenvoudig uitgelegd.

Zie ook het deel Bezoedelingen van de sectie Inzicht meditatie.

Document info
RegID cxdtpJWbiLPyX6y
Bijgewerkt 6 november 2023 17:36:06
Auteur Peter van LoosbroekĀnanda
Locatie www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright Zie a.u.b. copyright www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overig Geen