De pijl

Salla Sutta

Alle mensen ervaren drie soorten gevoel: onaangename, aangename en neutrale gevoelens.

Wanneer een persoon de Leer niet kent en ongetraind is, en dan een pijnlijk gevoel ervaart, is er een afkeer in hem. Deze afkeer vergroot zijn drang naar zintuiglijk geluk. Hij kent immers geen andere ontsnapping aan lijden dan zintuiglijk geluk. Zo is een ongetraind persoon gehecht aan lijden.

Wanneer een persoon die de Leer wel kent en getraind is, en dan een pijnlijk gevoel ervaart, is er geen afkeer in hem. Daarom is er geen drang naar zintuiglijk geluk. Hij kent immers een andere ontsnapping aan lijden dan zintuiglijk geluk. Zo is een getraind persoon onthecht van lijden.

Dit is kortgezegd het verschil tussen een niet-geïnstrueerde wereldling en een geïnstrueerde edele discipel.

Inhoudsopgave

Beiden ervaren gevoel

De wereldling voelt twee gevoelens

Onderliggende neiging van afkeer en zintuiglijke hartstocht

Niet begrijpen

Gehecht

De edele discipel voelt slechts één gevoel

Geen onderliggende neiging van afkeer en geen zintuiglijke hartstocht

Begrijpen

Onthecht

Het onderscheid

Beiden ervaren gevoel

"Monniken, de niet-geïnstrueerde wereldling voelt een aangenaam gevoel (sukha vedana), een onaangenaam gevoel (dukkha vedana), en een noch onaangenaam noch aangenaam gevoel (adukkha m asukha vedana). En ook de geïnstrueerde edele discipel voelt een aangenaam gevoel, een onaangenaam gevoel, en een noch onaangenaam noch aangenaam gevoel. Wat nu, monniken, is hier (idha) het onderscheid, wat is het bijzondere ervan, wat is het verschil tussen de geïnstrueerde (sutava) edele discipel (ariyasavaka) en de niet-geïnstrueerde (assutava) wereldling (puthujjana)?"

"Eerwaarde heer, onze leringen zijn geworteld in de Gezegende, geleid door de Gezegende, zij hebben de Gezegende als gids en toevlucht. Het zou goed zijn als de Gezegende de betekenis van deze verklaring zou ophelderen. En nadat de monniken het hebben gehoord, zullen zij het onthouden."

"In dat geval, monniken, luister en let goed op. Ik zal spreken." — "Ja, heer", antwoordden de monniken, en de Gezegende sprak toen als volgt:

De wereldling voelt twee gevoelens

"Monniken, wanneer de niet-geïnstrueerde wereldling in aanraking komt met een pijnlijk gevoel (kayika dukkha vedana), heeft hij verdriet, lijdt hij, klaagt hij en huilt hij, terwijl hij op zijn borst slaat van radeloosheid. Hij voelt twee gevoelens: een lichamelijk gevoel en een mentaal gevoel. Stel dat men een man met een pijl zou treffen, en vervolgens zouden ze hem onmiddellijk daarna met een tweede pijl treffen, zodat die man een gevoel zou voelen dat door twee pijlen wordt veroorzaakt. Zo ook, heeft de niet-geïnstrueerde wereldling — wanneer hij in aanraking komt met een pijnlijk gevoel — verdriet, lijdt hij, klaagt hij en huilt hij, terwijl hij op zijn borst slaat van radeloosheid. Hij voelt twee gevoelens: een lichamelijk en een mentaal[1]."

Onderliggende neiging van afkeer en zintuiglijke hartstocht

"Wanneer hij met datzelfde pijnlijke gevoel in aanraking komt, koestert hij er een afkeer (patigha) van. Wanneer hij een afkeer van pijnlijk gevoel koestert, ligt de onderliggende neiging tot afkeer (patighanusaya) van pijnlijk gevoel daarachter. Wanneer hij geraakt wordt door pijnlijk gevoel, zoekt hij zintuiglijk geluk (kama sukha). Wat is daar de reden van? Omdat de niet-geïnstrueerde wereldling geen andere ontsnapping (nissarana) aan pijnlijk gevoel kent dan zintuiglijk geluk[2]. Omdat hij geluk zoekt in zintuiglijk geluk, ligt de onderliggende neiging van zintuiglijke hartstocht (raganusaya) naar een aangenaam gevoel hierachter[3]."

Niet begrijpen

"Hij begrijpt niet de dingen zoals ze werkelijk zijn, namelijk het ontstaan (samudaya), de verdwijning (atthangama), de schijnbare bevrediging (assada), het gevaar (adinava) en de ontsnapping (nissarana) in het geval van deze gevoelens (vedana). Omdat hij deze dingen niet begrijpt, ligt hier de onderliggende neiging tot onwetendheid (avijjanusaya) met betrekking tot een noch onaangenaam noch aangenaam gevoel (adukkha m asukha vedana) achter[4]."

Gehecht

"Als hij een aangenaam gevoel voelt, voelt hij dat als zijnde gehecht[5]. Als hij een pijnlijk gevoel voelt, voelt hij dat als zijnde gehecht. Als hij een noch onaangenaam noch aangenaam gevoel voelt, voelt hij dat als zijnde gehecht. Dit, monniken, wordt een niet-geïnstrueerde wereldling genoemd die gehecht is aan geboorte (jati), ouderdom (jara) en dood (marana); die gehecht is aan verdriet (soka), weeklagen (parideva), pijn (dukkha), smart (domanassa) en wanhoop (upayasa). Ik zeg dat hij gehecht is aan lijden."

De edele discipel voelt slechts één gevoel

"Monniken, wanneer de geïnstrueerde edele discipel in aanraking komt met een pijnlijk gevoel (kayika dukkha vedana), heeft hij geen verdriet, lijdt hij niet, klaagt hij niet en huilt hij niet, en hij slaat niet op zijn borst van radeloosheid[6]. Hij voelt één gevoel: een lichamelijk gevoel, maar geen mentaal gevoel. Stel dat men een man met een pijl zou treffen, en men zou hem onmiddellijk daarna niet met een tweede pijl treffen, zodat die man een gevoel zou voelen dat door slechts één pijl wordt veroorzaakt. Zo ook, heeft de geïnstrueerde edele discipel — wanneer hij in aanraking komt met een pijnlijk gevoel — geen verdriet, lijdt hij niet, klaagt hij niet en huilt hij niet, en hij slaat niet op zijn borst van radeloosheid. Hij voelt slechts één gevoel: een lichamelijk, maar geen mentaal[7]."

Geen onderliggende neiging van afkeer en geen zintuiglijke hartstocht

"Wanneer hij met datzelfde pijnlijke gevoel in aanraking komt, koestert hij er geen afkeer van. Wanneer hij geen afkeer van pijnlijk gevoel koestert, ligt de onderliggende neiging tot afkeer (patighanusaya) van pijnlijk gevoel daar niet achter. Wanneer hij geraakt wordt door pijnlijk gevoel, zoekt hij geen zintuiglijk geluk (kama sukha). Wat is daar de reden van? Omdat de geïnstrueerde edele discipel een andere ontsnapping (nissarana) aan pijnlijk gevoel kent dan zintuiglijk geluk. Omdat hij geen geluk zoekt in zintuiglijk geluk, ligt de onderliggende neiging van zintuiglijke hartstocht (raganusaya) naar een aangenaam gevoel hier niet achter."

Begrijpen

"Hij begrijpt de dingen zoals ze werkelijk zijn (yathabhuta), namelijk het ontstaan (samudaya), de verdwijning (atthangama), de schijnbare bevrediging (assada), het gevaar (adinava) en de ontsnapping (nissarana) in het geval van deze gevoelens (vedana). Omdat hij deze dingen begrijpt, ligt hier de onderliggende neiging tot onwetendheid (avijjanusaya) met betrekking tot een noch onaangenaam noch aangenaam gevoel (adukkha m asukha vedana) niet achter."

Onthecht

"Als hij een aangenaam gevoel voelt, voelt hij dat als zijnde onthecht[8]. Als hij een pijnlijk gevoel voelt, voelt hij dat als zijnde onthecht. Als hij een noch onaangenaam noch aangenaam gevoel voelt, voelt hij dat als zijnde onthecht. Dit, monniken, wordt een geïnstrueerde edele discipel genoemd die onthecht is van geboorte (jati), ouderdom (jara) en dood (marana); die onthecht is van verdriet (soka), weeklagen (parideva), pijn (dukkha), smart (domanassa) en wanhoop (upayasa). Ik zeg dat hij onthecht is van lijden."

Het onderscheid

"Dit, monniken, is het onderscheid, de ongelijkheid, het verschil tussen de geïnstrueerde (sutava) edele discipel (ariyasavaka) en de niet-geïnstrueerde (assutava) wereldling (puthujjana)."

De wijze, de goed onderrichtte, voelt niet het plezierige en pijnlijke (mentale) gevoel.
Dit is het grote verschil tussen de wijze en de wereldling.

Want de goed onderrichtte die de Dhamma begrijpt,
die duidelijk deze wereld ziet en de volgende,
daarvan zetten begeerlijke dingen zijn geest niet aan.
Tot het onaangename heeft hij geen afkeer.

Voor hem bestaan aantrekking en afkeer niet langer meer;
beide zijn uitgedoofd, tot een einde gebracht.
Na de stofvrije, smarteloze staat te hebben gezien,
Heeft de transcender van het bestaan,
het correct begrepen.

Eindnoten

[1] Ter verduidelijking: met het pijnlijk gevoel wordt hier verwezen naar de lichamelijke pijn. 'Zo ook', (zoals er twee pijlen worden afgeschoten), heeft hij naast de lichamelijke pijn, ook mentale pijn zoals in deze alinea is aangegeven.

[2] Spk: De ontsnapping is concentratie (samadhi), het Pad (magga) en de vrucht (phala).

[3] Zie anusaya.

[4] 'Noch onaangenaam noch aangenaam gevoel' is gelijk aan een neutraal gevoel oftewel een gelijkmoedig gevoel (upekkha vedana). Dit is een belangrijke staat (citta) voor de verwerving van concentratie en is aanwezig in de derde jhana, zie daar. Dit is o.a. waarom de onderliggende neiging tot onwetendheid (avijjanusaya) in de niet-geïnstrueerde wereldling aanwezig is; hij kent de Dhamma niet.

[5] Gehecht aan hem oftewel verbonden met hem, omdat hij zich ermee identificeert. Wat de Boeddha hier zegt, heeft dezelfde betekenis wanneer hij zegt: 'Dit is van mij, dit ben ik, dit is mijn zelf', zoals bijvoorbeeld in S22-059.

[6] Spk zegt dat onder de edele discipelen, hier het lijden betrekking heeft op de arahat, hoewel de anagami ook geschikt zou zijn. Volgens het commentaarsysteem hebben beiden patigha oftewel dosa verlaten en zijn dus niet langer onderhevig aan het onaangename mentale gevoel (domanassa). Iedereen, inclusief alle Boeddha's, is onderhevig aan lichamelijk onaangenaam gevoel (hier genoemd als kayika dukkha vedana).

[7] Het is het mentaal niet reageren, niet ophopen, niet opblazen, het niet erger maken dan het is. Uiteindelijk kan de edele discipel gelijkmoedig blijven. Dit moet niet verward worden met een onverschillige houding.

[8] Onthecht of afstandelijk omdat hij zich er niet mee identificeert. Wat de Boeddha hier zegt, heeft dezelfde betekenis wanneer hij zegt: 'Dit is niet van mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf', zoals bijvoorbeeld in S22-059.

Document info
RegID S36-006
Bijgewerkt 26 augustus 2022 14:16:23
Auteur Peter van Loosbroek — Ananda
Locatie www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright Zie a.u.b. copyright www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overig Geen