Neerzitten en dagelijkse activiteiten
Meditatie en het dagelijkse leven.
Meditatie behelst het aandachtig zijn zowel gedurende de 'zittende meditatie' als 'tijdens welke gelegenheid dan ook' oftewel gedurende de gewoonlijke activiteiten tijdens het dagelijks leven. Je zou het de 'basistraining' en de 'praktijktraining' kunnen noemen. De basistraining kan je zien als iemand die naar school gaat om zich te bekwamen in bepaalde vakken. De praktijktraining kan gezien worden als het dagelijkse leven, het speelveld waar het geleerde in praktijk wordt gebracht en verder door ervaring wordt uitgediept. In de toespraken geeft de Boeddha dan ook een onderscheid aan.
Onderstaande citaten tref je allebei aan in bijvoorbeeld M118. Het eerste in D22.
Basistraining
In het volgende voorbeeld duidt de Boeddha expliciet op de zittende meditatie ('zit een monnik neer') hetgeen de basistraining is voor het optimaliseren van gewaarzijn (vijānana) in het algemeen. De meditatie op de ademhaling is erg belangrijk, zeker voor beginners. Het object van meditatie kan echter verschillend zijn.
"Hierin (idha), monniken, zit een monnik neer die naar het woud is gegaan, naar de voet van een boom, of naar een lege ruimte, buigt zijn benen kruiselings in zijn schoot, houdt zijn lichaam rechtop en wekt indachtigheid op omtrent het object van meditatie (…)."
Deze basis leggen in je meditatiekamertje is erg gunstig omdat je dan niet afgeleid bent door diverse dingen. Je kunt ook ergens fijn op een rustige plek in de natuur gaan zitten en bijvoorbeeld een van de onderwerpen van de Dhamma overdenken zoals de vijf groepen van hechten (pañcupādānakkhandhā) of een van de andere onderwerpen van de Dhamma (zie dhammānupassanā). Wanneer deze kennis, wat in het begin nog conceptueel (anubodhañāṇa) is, gestaag door eigen ervaring (veditabba) in je hart tot ontwikkeling komt, zal het je hele leven van onschatbare waarde zijn. Wie de ware Dhamma echt beoefent zal ervaren dat er zich vaak een verborgen schat openbaart die voorheen niet werd gezien. De echte beoefenaar van de Dhamma zal van tijd tot tijd vlagen van geluk ervaren. Zomaar, spontaan, zonder dat je daar 'iets voor nodig hebt'. Het zijn de gevolgen of vruchten (phala) van het pad dat je praktiseert.
Praktijktraining
Hier ondersteunt de basistraining het helder totaal gewaarzijn (sampajañña) tijdens de dagelijkse activiteiten (de praktijktraining) in algemene zin.
Tijdens de 'praktijktraining' kunnen dankzij de 'basistraining' waarnemingen, gevoelens, de staat van de geest, mentale objecten etc. dieper en duidelijker beschouwd worden.
In het volgende voorbeeld verwijst de Boeddha expliciet naar de dagelijkse activiteiten ('tijdens welke gelegenheid dan ook'). (Dit is een voorbeeld, de tekst in de sutta's kan ook verschillen.)
"Monniken, tijdens welke gelegenheid dan ook een monnik leeft (…)."
De volgende meditatie objecten zullen je in het begin nog vreemd zijn, maar naarmate je kennis toeneemt en je ervaring opdoet, raak je er steeds meer vertrouwt mee. Het gaat erom om voortdurend waakzaam (appamāda) te zijn tijdens alle activiteiten, 24/7. Het waakzaam zijn m.b.t. wat door de poorten van de zintuigen komt, vormt steeds het hoofditem en kun je altijd in alle omstandigheden trainen.
Je kunt van tijd tot tijd eens de nadruk leggen op de posities van het lichaam (kāyānupassanā). Een andere keer neem je jezelf voor om een tijdje specifiek goed naar je gevoelens te kijken die onder bepaalde omstandigheden opkomen (vedanānupassanā), en weer een andere keer kies je de staat van de geest als meditatie object (cittānupassanā).
Zoals gezegd zul je steeds meer vertrouwt raken met deze belangrijke fundamenten van meditatie. Langzaamaan zul je steeds beter gaan begrijpen wat er zich afspeelt, wat gevoelens, herinneringen etc. met je doen. Of je in beslaggenomen bent door gedachte- en gewoontepatronen. Of je helder kunt nadenken en steeds nieuwe dingen kunt ontdekken, of juist niet.
Zo kun je langzaamaan de diverse objecten afzonderlijk en gestaag wat langere periode achtereen beoefenen. Uiteindelijk wordt het een leefwijze en een goede gewoonte, een 'pathway' en zullen deze oefeningen in elkaar overgaan, zich met elkaar versmelten. Dwing jezelf nergens toe maar oefen wel. Als je de middenweg (majjhimā paṭipadā) in acht houdt, zullen alle belangrijke objecten van meditatie zich ongedwongen en op natuurlijke wijze in je hart ontwikkelen. Het hart dat de Dhamma ziet brengt een onbeschrijfelijk geluk voort. Aho sukhaṁ!
Tot slot
Zo zie je dat meditatie niet alleen op een kussentje zitten is. De 'basistraining' en de 'praktijktraining' moeten we niet als twee afzonderlijke delen van onze meditatie beschouwen. Ze moeten met elkaar verweven zijn en elkaar aanvullen zodat ons gehele leven een meditatief leven is. Als we goed begrijpen wat meditatie werkelijk is, dan hoeven we niet elke dag in ons meditatiekamertje op een kussentje te zitten. Het ware meditatieve leven speelt zich af tijdens alle activiteiten en omstandigheden in het leven zelf.
In de sectie De basis van meditatie zijn meerdere eenvoudige voorbeelden beschikbaar die je kunt afwisselen en zo langzaamaan naar de originele Satipaṭṭhāna training kunt toewerken. En wat niet moet worden vergeten, is dat het overdenken van de (ware) Dhamma en het lezen van sutta's ook onder een meditatief leven valt. Leef met veel respect voor de Boeddha in je hart.
| RegID | rVniCiTcFIsRz9C |
|---|---|
| Bijgewerkt | 3 augustus 2026 02:03:50 |
| Auteur | Peter van Loosbroek — Ānanda |
| Locatie | www.sleuteltotinzicht.nl |
| Copyright | Zie a.u.b. copyright www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm |
| Overig | Geen |
