De edele leerling — 2

Dutiya Sekha Sutta

De Boeddha legt uit dat edele vriendschap belangrijk is.

Noot[1]

Dit is gezegd door de Gezegende, gezegd door de Arahat. Dit is zoals ik het heb gehoord. "Monniken, met betrekking tot externe factoren, zie ik geen andere factor die zo nuttig is dan een edele vriend (kalyana mitta) voor een monnik die nog een leerling (sekha) is, die nog niet bevrijd is, maar leeft en streeft naar de allerhoogste zekerheid uit slavernij, Nibbana. Monniken, een monnik die een goede vriend heeft, verlaat datgene wat onheilzaam (akusala) is, en ontwikkelt datgene wat heilzaam (kusala) is."

Dit is de betekenis van wat de Gezegende zei. Dus met betrekking tot dit werd gezegd:

Wanneer een monnik edele vrienden heeft,
eerbiedig en respectvol is,
en doet wat zijn vrienden hem adviseren
met helder begrip (sampajañña) en opmerkzaamheid (sati),
dan bereikt hij geleidelijk aan[2] het einde van het lijden, Nibbana.

Ook dit was de betekenis van wat er door de Gezegende werd gezegd. Dit is exact wat ik heb gehoord.

Eindnoten

[1] Aan sutta nummer 16 en 17 wordt meestal een andere naam gegeven dan waar de Pali naam werkelijk voor staat. Pathama betekent nr. 1 of eerste, en Dutiya nr. 2 of tweede. Sekha heeft betrekking op de edele leerling. Ik heb de letterlijke vertaling aangehouden. Vooral omdat de toespraken de edele leerling benadrukken. Daarbij verwijst de Boeddha in nummer 16 naar de interne factor van de edele leerling, en in nummer 17 naar de externe factor.

[2] 'Geleidelijk aan', d.w.z. in stadia van de meditatieve verdiepingen (jhana) en uiteindelijk Nibbana.

Document info
RegID It017
Bijgewerkt 7 april 2021 19:39:13
Auteur Peter van Loosbroek — Ananda
Locatie www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright Zie a.u.b. copyright www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overig Geen