De vraag van de Eerwaarde Ananda

In tegenstelling tot de meeste religies, is de doctrine van de Boeddha geen gebod, maar een advies om de realisatie van het hoogste doel te verwerkelijken. Daarnaast zijn geduld, verdraagzaamheid, tolerantie, essentiële aspecten in de religie van de Boeddha.

Het advies van de Boeddha's

183. Het vermijden van al het kwaad, altijd het goede doen en de eigen geest zuiveren; dit is de Leer van alle Boeddha's.

sabbapapassa akaranam kusalassa upasampada saccita pariyodapanam; etam Buddhana Sasanam

Zie af van elk kwaad. Beoefen deugdzaamheid. Zuiver de geest. Dat is het onderricht van Boeddha's.

Het uitrukken van alle kwaad, de staat van goedheid binnengaan en het zuiveren van de eigen geest door zichzelf — dit is de Leer van alle Boeddha's.

Geduld is een hoge ascetische deugd

184. Voortdurende verdraagzaamheid is de hoogste ascese. "Nibbana is het hoogste", zeggen de Boeddha's. Iemand die anderen pijn doet is geen ware monnik, noch een ware verzaker wanneer hij anderen kleineert.

khanti paranam tapo titikkha nibbanam paranam vadanti Buddha na hi pabbajito parupaghati samano hoti param vihethayanto

Verdraagzaamheid is het hoogste religieuze leven. Een waar verzaker doet nooit iemand pijn.

Voortdurende verdraagzaamheid is de hoogste ascese. "Onverstoorbaarheid (Nibbana) is het meest verhevene", zeggen de Boeddha's. Iemand is geen ware monnik als hij anderen pijn doet, noch een ware verzaker als hij anderen kleineert of hen op hun pad hindert. Alleen iemand die nooit iemand pijn doet, is een ware heilige (samana).

Edele richtlijnen

185. Niet verachten, geen pijn doen, beheerst zijn overeenkomstig de kloosterlijke discipline, matigheid in voedsel en het streven met een verheven geest; dit is de Leer van alle Boeddha's.

anupavado anupaghato patimokke ca samvaro mattaññuta ca bhattasmim pantham'ca sayanasanam adhicitte ca ayogo: etam Buddhana'sasanam

Matig in voedsel, ijverig in de zoektocht, gedisciplineerd, en zonder ergernis bij anderen te wekken, vervult men de wens van de Boeddha.

Onthouding van het minachten van anderen; anderen geen pijn doen; jezelf oefenen in de hoogste vormen van discipline en gedrag; matig zijn in het eten van voedsel; vreugde vinden in afzondering en in verheven gedachten verkeren (hetgeen meditatie is); dit is de Leer van alle Boeddha's.

Terwijl de Boeddha in het Jetavana Klooster verbleef, sprak de Boeddha deze verzen, met verwijzing naar de vraag die gesteld werd door de Eerwaarde Ananda. Zijn vraag had betrekking op de fundamentele instructies voor monniken van de vorige Boeddha's.

Er wordt ons verteld dat toen de Eerwaarde Ananda in zijn dagverblijf zat, hij bij zichzelf dacht: 'De Boeddha heeft de moeders en vaders beschreven van de zeven Boeddha's, de lengte van hun leven, de boom waaronder zij de verlichting verwierven, hun gezelschap van discipelen, hun hoofddiscipelen en hun belangrijkste donateurs. Dit alles heeft de Boeddha beschreven. Maar hij heeft niets gezegd over hun wijze van inachtneming (uposatha) — of dat een vastendag toen, hetzelfde was of anders dan nu?' En daarom ging hij naar de Boeddha toe en ondervroeg hem omtrent deze zaak.

Welnu, inzake deze Boeddha's, hoewel er wel een verschil in tijd was, was er geen verschil in de verzen die zij gebruikten. De verheven verlichte Boeddha Vipassi, hield elke zeven jaren de vastendag, maar de aanmaningen die hij gaf in één dag, waren voldoende voor zeven jaren. Boeddha Sikhi en Boeddha Vessabhu hielden elke zes jaren de vastendag; Boeddha Kakusandha en Boeddha Konagamana elk jaar; Boeddha Kassapa, de bezitter van de tien krachten, hield elke zes maanden de vastendag. De aanmaningen van deze laatste waren voldoende voor zes maanden[1]. Na Ananda het verschil in tijd uitgelegd te hebben, verklaarde de Boeddha om deze reden dat hun inachtneming van een vastendag (de uposatha) in elk van de gevallen hetzelfde was.

Uitleg vertaling vers 183

sabbapapassa akaranam kusalassa upasampada saccita pariyodapanam etam Buddhana'sasanam

sabbapapassa: alle slechte daden; akaranam: vermijden, afhouden; kusalassa: heilzame daden; upasampada: voortbrengen en handhaven; saccita pariyodapanam: het zuiveren en het onder controle brengen van de eigen geest; etam: dit is; Buddhanam: van de Boeddha's; sasanam: de Leer

Uitleg vertaling vers 184

titikkha khanti tapo, Buddha nibbanam paranam vadanti, parupaghati pabbajito na hi hoti param vihethayanto samano na hi hoti

titikkha: voortdurend; khanti: geduld; paranam tapo: (is de) hoogste ascese; Buddha: de Boeddha's; nibbanam: het onverstoorbare (Nibbana); paranam: (is) verheven; vadanti: staat; parupaghati: anderen pijn doen; pabbajito: een verzaker (of een monnik of asceet); na hi hoti: is zeker niet; param vihethayanto: iemand die anderen kleineert (onderdrukt of hindert); samano na hoti: is beslist geen monnik

Uitleg vertaling vers 185

anupavado anupaghato patimokke samvaro ca bhattasmim mattaññuta ca pantham sayanasanam ca adhicitte ayogo ca etam Buddhanam sasanam

anupavado: anderen niet verachten: anupaghato: anderen geen pijn doen; patimokke: in de vooraanstaande vormen van discipline; samvaro: goed beheerst; ca bhattasmim: in voedsel; mattaññuta: matig; ca pantham sayanasanam: en ook vreugde vinden in afzonderlijke plaatsen (verwijderd van menselijke bedrijvigheid); ca adhicitte: en in hogere meditatie; ayogo: (en in) continue beoefening; etam: dit is; Buddhanam: van de Boeddha's; sasanam: de Leer

Commentaar

sabbapapassa akaranam: vermijden van alle kwaad. Wat samengaat met de drie immorele wortels: hebzucht (lobha), haat (dosa) en begoocheling (moha), is kwaad. Wat samengaat met de drie morele wortels: mildheid, vrijgevigheid, verzaking (alobha), goodwill, liefdevolle vriendelijkheid of geweldloosheid (adosa) en wijsheid (amoha), is goed.

De essentie van de religie van de Boeddha wordt in dit vers (Dhp183) weergegeven.

pabbajito: Iemand die zijn onzuiverheden opzij heeft gezet en die de wereld verlaten heeft. Dit hoeft niet per sé een monnik of een non te zijn; het is iemand die zich niet meer conformeert aan de gekte van de wereld. In brede zin is dit iemand die de wereld verzaakt heeft.

samano: Iemand die zijn hartstochten overwonnen heeft, een asceet, een echte monnik.

sacitta pariyodapanam: Het zuiveren van de geest.

khanti paramam tapo: Geduld is de hoogste ascese. Het is het geduldig verdragen van lijden dat door anderen toegebracht wordt en het verdragen van iemands verkeerde daden.

khanti: Geduld; verdraagzaamheid; tolerantie.

Zie ook

Eindnoten

[1] Voor een lijst met deze Boeddha's, zie Boeddha's uit het verleden.

Document info
RegID Dhp183-185
Bijgewerkt 16 december 2020 21:33:43
Auteur Peter van Loosbroek — Ananda
Locatie www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright Zie a.u.b. copyright www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overig Dhammapada 183; 184; 185