Devadatta, zwager en aartsrivaal van de Boeddha

Een compilatie van de kwade daden van de neef en zwager van de Boeddha.

Inhoudsopgave

Siddhatta deelt een klap uit

De gans

Toegetreden tot de Sangha

Scheuring teweeg brengen in de Sangha

Voorbereiding op de moord

Nalagiri de olifant

Mensen aanzetten tot moord

Hun vorige levens

Devadatta was de pleger van enkele zeer ernstige daden die gedefinieerd zijn als 'afschuwelijke daden met onmiddellijk gevolg' (anantarika kamma).

Siddhatta deelt een klap uit

Al vanaf zijn jeugd was Devadatta de rivaal van Siddhatta. Toen Siddhatta en Channa van een rit te paard thuiskwamen, zag Siddhatta in de verte een groep opgewonden jonge Sakya prinsen. Naarmate ze dichterbij kwamen zag hij waarom ze zo opgewonden waren: Devadatta had met zijn ene hand een kluizenaar bij zijn haren en in zijn andere hand hield hij zijn zwaard. De kluizenaar zat op zijn knieën voor een prostituee en moest haar aanbidden. Als hij dat niet zou doen, dan zou Devadatta zijn keel doorsnijden. Dit onrecht kon Siddhatta niet verkroppen en hij sprong snel van zijn paard Kanthaka, liep op Devadatta af en deelde hem een harde klap uit, recht op z'n gezicht. Het ging zo hard dat hij uren later tegen Yasodhara zei dat z'n vuist er nog zeer van deed. Yasodhara waarschuwde Siddhatta voor haar broer en zei hem dat hij zeker wraak zou nemen. Devadatta heeft de Boeddha hier nog vaak over aangesproken, waarop de Boeddha zei: "Ik sloeg niet jou, maar de demon in je geest."

De gans

Een andere keer had Devadatta tijdens de jacht een gans geschoten. De gans was niet dodelijk getroffen; alleen haar vleugel was beschadigd. Siddhatta spoedde zich naar de plaats waar de gans was neergevallen om te voorkomen dat Devadatta de gans zou claimen en hem ongetwijfeld zou doden. Siddhatta was voornemens de gans te redden en hem te verzorgen. De raad van wijze mannen besloot dat Siddhatta de gans mocht hebben omdat hij er goed voor was. Ook deze gebeurtenis schoot bij Devadatta in het verkeerde keelgat.

Toegetreden tot de Sangha

Devadatta trad tot de Sangha in het eerste begin dat de Boeddha zijn Leer predikte, samen met Ananda en enkele andere Sakya prinsen. Hij kon geen van de fasen van heiligheid bereiken (zie ariya puggala/ariya), maar werd onderscheiden vanwege zijn wereldse psychische krachten (pothujjanika iddhi). Een van zijn hoofdsponsors was koning Ajatasattu die een klooster voor hem liet bouwen.

Scheuring teweeg brengen in de Sangha

Devadatta probeerde de Sangha over te nemen en veroorzaakte daardoor een scheuring in de Sangha (anantarika kamma). Zie Tijdgenoten van de Boeddha.

Voorbereiding op de moord

Uit ergernis en frustratie dat zijn verzoek om de Sangha over te nemen, was afgewezen, bereide Devadatta de moord op de Boeddha voor. Toen de Boeddha op en neer liep in de schaduw van de Gijjhakuta, rolde er een grote steen naar beneden. Echter, voordat de steen de Meester bereikte, spleet hij uit elkaar, maar een scherf van de rots verwonde de voet van de Boeddha (anantarika kamma).

Nalagiri de olifant

Toen dit plan mislukte, zette Devadatta een grote wilde olifant, Nalagiri genaamd, op het spoor van de Boeddha. Toen hij op een morgen tijdens zijn bedelronde door de straten van Rajagaha liep, werd de Boeddha geconfronteerd met dit bloeddorstige beest. De monniken die bij hem waren drongen er bij hem op aan om weg te rennen, maar hij bleef kalm doorlopen. Mensen klommen op de daken van de huizen om te zien wat er ging gebeuren. En zij die geen geloof en weinig begrip hadden, zeiden: "Deze monnik heeft een mooi voorkomen, maar deze mannetjes olifant zal hem pijn doen." En zij die geloofden, die wijsheid en begrip bezaten, zeiden: "Dit grote wezen staat op het punt een ander waarlijk groot wezen te ontmoeten." De Boeddha bedaarde Nalagiri met zijn liefdevolle vriendelijkheid (metta), en kalmeerde hem zodanig dat hij mak naast de Boeddha ging staan. En de Meester aaide het dier over het hoofd.

Mensen aanzetten tot moord

Toen ook dit plan van Devadatta mislukte, zette hij een stel mensen aan om de moord op de Boeddha te voltrekken. Om de zaak niet te laten uitlekken, zond hij steeds weer moordenaars achter de moordenaars aan om hen te doden en zodoende hen het zwijgen op te leggen. Maar ook deze mensen doorzag de Boeddha en hij waarschuwde het eerste stel moordenaars voor de op hen geplande moord. De Boeddha doordrong zijn vermeende moordenaars met zijn liefdevolle vriendelijkheid en onbegrensd mededogen. Hoewel hij verscheidene malen met de dood werd bedreigd, kwam er nooit een kwaad woord over zijn lippen, want dit was een man die alles temde met liefde.

Hun vorige levens

De Boeddha en Devadatta hebben elkaar in vorige bestaansvormen ook al ontmoet.

Zo wordt in J003 verhaald hoe Devadatta voor de eerste keer haat koesterde tegen de Bodhisatta. In J313 leidde de haat van Devadatta tot de aangrijpende verminking van de Bodhisatta.

Je leest er meer over via de verwijzingen op de pagina Tijdgenoten van de Boeddha.