Dhammapada hoofdstuk 26 — De brahmaan
Brahmana vagga
Dhammapada 383-423
383. Brahmaan, oefen flink en kap de stroom door; verwerp zintuiglijke hartstochten. Wanneer je het einde van geconditioneerde dingen kent, dan brahmaan, ben je een kenner van het Ongeschapene.
chinda sotam parakkhamma kame panuda brahmana sankharanam khayam natva akataññu'si brahmana
Oefen uit alle macht en kap de stroom van zintuiglijke begeerte door. Leer het verdwijnen van geconditioneerde dingen kennen zodat je een kenner wordt van het Ongeschapene (Nibbana).
384. Wanneer een brahmaan voorbij de twee dingen is gegaan, verdwijnen alle banden in 'hem die weet' volledig.
yada dvayesu dhammesu paragu hoti brahmano ath'asa sabbe samyoga attham gacchanti janato
Wanneer de brahmaan — de zoeker naar waarheid — voorbij de twee dingen is gegaan (d.w.z. een expert is in kalmte meditatie (samatha bhavana) en inzicht meditatie (vipassana bhavana)), dan verwelken en verdwijnen in die persoon (in hem die weet) alle banden.
385. In wie ver weg of dichtbij, of in wie ver weg en dichtbij niet gevonden wordt; iemand die vrij van angst is en ongebonden is; hij is degene die ik een brahmaan noem.
yassa param aparam va paraparam na vijjati vitaddaram visamyuttam tamaham brumi brahmanam
Voor hem waar geen ver weg is (bedoeld wordt de externe zintuigbases), en geen dichtbij is (bedoeld wordt de interne zintuigbases), (en daarmee wordt iemand bedoeld waarin geen idee van 'ik' of 'mijn' opkomt wanneer de zintuigen contact maken); voor hem bestaan beide niet. Hij is vrij van angst en hij is vrij van banden. Die persoon beschrijf ik als een brahmaan.
386. Degene die meditatief is, die vlekkeloos en geconcentreerd is, wiens werk erop zit, die vrij van bezoedelingen is, die het allerhoogste doel heeft bereikt; hij is degene die ik een brahmaan noem.
jhayim virajamasinam katakiccam anasavam uttamattham anuppattam tamaham brumi brahmanam
Hij is in geconcentreerde meditatie. Hij is vrij van alle vlekken (asava's) — het stof dat een wezen bezoedeld. Al zijn spirituele taken zitten erop. Hij heeft het hoogste doel (Nibbana) bereikt. Die persoon beschrijf ik als een brahmaan.
387. De zon straalt overdag, de maan verlicht 's nachts, de krijger glanst in zijn pantserbekleding, de brahmaan straalt in zijn meditatie. Maar de Boeddha schittert de gehele dag en ook de gehele nacht.
diva tapati adicco rattim abhati candima sannaddho khattiyo tapati jhayi tapati brahmano atha sabbam ahorattim Buddho tapati tejasa
De zon schijnt gedurende de dag. De maan straalt tijdens de nacht. De krijger glanst alleen wanneer hij zijn harnas aan heeft. De brahmaan straal wanneer hij geconcentreerd is tijdens zijn meditatie. Maar de Boeddha schittert de gehele dag en de gehele nacht vanwege zijn bijzondere verlichting.
388. Omdat hij bevrijd is van het kwade wordt hij 'brahmaan' genoemd; omdat hij edel van gedrag is, wordt hij 'heilige' genoemd; omdat hij zichzelf ontdaan heeft van al zijn onzuiverheden, wordt een persoon een 'verzaker' genoemd.
bahitapapo'ti brahmano samacariya samano'ti vuccati pabbajay'attano malam tasma pabbajito'ti vuccati
Hier legt de Boeddha uit wie een echte brahmaan, een echte heilige of monnik, en een echte asceet is. Iemand die bevrijd is van onheilzame daden wordt een brahmaan genoemd. Iemand met kalme zintuigen (en dus een edel leven leidt) wordt een heilige (samana) genoemd. Een persoon die al zijn tekortkomingen heeft opgeruimd, wordt een verzaker (pabbajito) genoemd.
389. Men moet een brahmaan niet slaan; een brahmaan moet daarentegen geen kwaadwilligheid vertonen. Hij die een brahmaan slaat moet zich schamen; hij die vanwege dat feit boos wordt, des te meer.
na brahmanassa pahareyya na'ssa muñchetha brahmano dhi brahmanassa hantaram tato dhi yassa muñchati
Niemand zou een brahmaan — de volledig zuivere — moeten slaan. De monnik die het slachtoffer is geworden, moet zich onthouden van het aanvallen van de aanvaller en haat. Schande voor hem die een brahmaan (arahat) aanvalt; nog meer schande voor hem die wraak neemt.
390. Voor een brahmaan is het geen gering voordeel wanneer hij zich verre houdt van wat in zijn geest als geliefd opkomt. Hoe meer de gewelddadige geest afneemt, in zoverre neemt het lijden af.
na brahmanass'etad'akanci seyyo yada nisedho manaso piyehi yato yato himsamano nivattati tao tato sammatieva dukkham
Voor de monnik is de houding — om niet in haat om te slaan — inderdaad een groot voordeel. Wat in het vers staat is, dat wanneer hij zich afhoudt van datgene wat geliefd is in zijn geest (in dit geval de haat in zijn geest koesteren) dat dat geen klein voordeel is; het is een verandering voor iets beters, het is niet bepaald een kleine overwinning. Elke keer wanneer gewelddadigheid in zijn geest afneemt (door het niet te beschouwen als een geliefd object), zal ook zijn lijden afnemen.
391. Wie geen verkeerde dingen doet via het lichaam, via de spraak en via de geest; iemand die in deze drie gebieden beheerst is, hij is degene die ik een brahmaan noem.
yassa kayena vacaya manasa natthi dukkatam samvutam tihi thanehi tamaham brumi brahmanam
Als een persoon zich goed beheerst omtrent zijn lichamelijke daden, in wat hij zegt en zich mentaal goed beheerst, dan is dat degene die ik een brahmaan noem, een edele heilige.
392. Als iemand de Dhamma die door de Universele Boeddha is onderwezen, van een leraar leert, dan moet iemand die leraar net zo eren zoals een brahmaan zijn heilige vuur vereert.
yamha dhammam vijaneyya sammasambuddhadesitam sakkaccam tam namasseyya aggihuttam'va brahmano
Als een waarheidzoeker de woorden van de Universele Boeddha (samma sambuddha) van een leraar leert, dan moet die leerling op gepaste manier respect aan die leraar tonen. Precies zoals een brahmaan respect toont aan zijn heilige vuur dat hij aanbidt.
393. Iemand is geen brahmaan vanwege zijn geklitte haar, vanwege zijn familie of vanwege zijn geboorte. Maar in wie waarheid en rechtschapenheid is, hij is iemand die zuiver is. Dat is een brahmaan.
na jatahi na gottena na jacca hoti brahmano yamhi saccan ca dhammo ca so suci so ca brahmano.
Iemand wordt geen brahmaan vanwege zijn geklitte haar. Noch wordt iemand een brahmaan vanwege zijn clan. Zelfs iemands geboorte maakt hem geen brahmaan. Maar als iemand de waarheid ziet, de dingen ziet zoals ze zijn, dan heeft hij de kennis van de Leer verworven. En als hij dan ook nog zuiver en rechtschapen is (Dhamma staat o.a. voor 'de Leer', 'zuiverheid' en 'rechtschapenheid'), dan is het zulk een persoon die ik een brahmaan noem.
394. Sufferd! Wat voor nut heeft jouw geklit haar en wat voor zin heeft jouw gewaad van luipaardenhuid! Binnenin ben je vol bezoedelingen; jij maakt slechts je buitenkant mooi.
kim te jatahi dummedha kim te ajinasatiya abbhantaram te gahanam bahiram parimajjasi
Sufferd! Wat voor nut heeft jouw uiterlijke schijn van ascetisme: jouw geklit haar en jouw kleed van luipaardenhuid? (Ten tijde van de Boeddha was dit voor sommige asceten een teken van 'heiligheid'.) Jouw buitenkant houdt je schoon en stralend, terwijl je van binnen vol bezoedelingen bent.
395. Hij draagt afgedankte kledingstukken, zijn lichaam is slank en getekend vanwege zijn aderen, hij is alleen in het bos; hij is degene die ik een brahmaan noem.
pamsukuladharam jantum kisam dhamanisanthatam ekam vanasmim jhayantam tamaham brumi brahmanam
Hij draagt gewaden die gemaakt zijn van afgedankte stukken kleding (ten tijde van de Boeddha werden dergelijke stukken aan elkaar genaaid). Hij is zo matig in zijn voedsel en is zo slank, dat de aderen duidelijk op zijn lichaam getekend staan. Hij mediteert helemaal alleen in het woud. Zulk een zoeker naar waarheid, is de persoon die ik een brahmaan noem.
396. Ik noem iemand niet een brahmaan omdat hij geboren is via de baarmoeder van een hoogstaande moeder. Als hij een bezitter is van bezoedelingen, dan is hij slechts een 'meneer-zegger'. Maar hij die vrij van bezoedelingen en hechten is, hij is degene die ik een brahmaan noem.
na ca'ham brahmanam brumi yonijam mattisambhavam bhovadi nama so hoti sa ce hoti sakiñcano akiñcanam anadanam tamaham brumi brahmanam
Ik noem een persoon niet een brahmaan louter omdat hij via de baarmoeder van een brahmaanse moeder is geboren. Noch noem ik een persoon een brahmaan louter omdat hij mensen met 'meneer' (bho) aanspreekt als hij vol bezoedelingen is. Ik noem een persoon een brahmaan als hij vrij van bezoedelingen en vrij van hechten is.
Ten tijde van de Boeddha waren de brahmanen bedreven in allerlei externe rituelen. Zij waren beleefd en hoffelijk en spraken mensen aan met 'bho' (meneer). Maar de Boeddha stelde dat zulk een beleefd en hoffelijk gedrag niet voldoende was. Om zich voor de titel 'brahmaan' te kwalificeren, moesten zij innerlijk, spiritueel zuiver zijn. Zo niet, dan bleven zij slechts 'meneer-zeggers'. Ook tegenwoordig zijn er mensen die met beleefd spreken zich op een hoger niveau denken te plaatsen dan anderen, een vorm van hooghartigheid.
397. Hij heeft alle banden doorgekapt, hij raakt niet meer geagiteerd, hij is voorbij alle gehechtheden, hij is bevrijd; hij is degene die ik een brahmaan noem.
sabbasaññojanam chetva yo ve na paritassati sangatigam visamyuttam tamaham brumi brahmanam
Hij is bevrijd van alle banden (saññojana). Als gevolg daarvan is hij vrij van onrust en is hij zonder angst. Hij is voorbij alle banden gegaan. Doordat hij bevrijd van banden is, is hij niet langer aan de wereld gebonden. Zulk een persoon beschrijf ik als een brahmaan.
398. Wie de riem en de teugel heeft doorgekapt, en ook het touw samen met het hoofdstel, hij die de disselboom verwijderd heeft, die persoon is ontwaakt; hij is degene die ik een brahmaan noem.
chetva nandhim varattam ca sandamam sahunakkamam ukkhittapaligham buddham tamaham brumi brahmanam
In dit vers wordt de waarheidszoeker vergeleken met een persoon die een os met een kar bestuurt: hij heeft zich bevrijd van de riem van haat. Hij heeft zich bevrijd van de teugel van begeerte. Hij is ontsnapt aan de grote schakel (touw met hoofdstel) waardoor alle verbintenissen zijn verbroken; dit zijn de verkeerde inzichten die mensen verdwazen. Hij heeft de disselboom van onwetendheid verwijderd. Hij is zich de Vier Edele Waarheden gewaar geworden (een verlicht mens geworden). Die persoon beschrijf ik als een brahmaan.
399. Iemand die zonder wrokgevoelens martelingen, aanvallen en in gevangenneming verdraagt, iemand die verdraagzaamheid als zijn kracht en zijn leger heeft; hij is degene die ik een brahmaan noem.
akkosam vadhabandham ca aduttho yo titikkhati khantibalam balanikam tamaham brumi brahmanam
Hij is mishandeld en beledigd. Hij is gemarteld, gevangengenomen en vastgebonden. Maar hij verdraagt dit alles zonder zich te irriteren of zijn geduld te verliezen (iemand die geduldig is, is verdraagzaam, vandaar dat khanti voor zowel verdraagzaamheid als voor geduld staat). Zulk een persoon die verdraagzaamheid als zijn kracht en zijn leger heeft, die beschrijf ik als een brahmaan.
400. Wie zonder boosheid is en plichtsgetrouw is, vol deugdzaamheid en vrij van begeerte, wie getraind is — hij is in zijn laatste lichaam. Hij is degene die ik een brahmaan noem.
akkodhanam vatavantam silavantam anussatam dantam antimasariram tamaham brumi brahmanam
Hij is vrij van kwaadwilligheid. Hij voert nauwlettend zijn religieuze verplichtingen uit en houdt zich correct aan de regels. Hij is gedisciplineerd ten aanzien van deugdzaam gedrag. Hij is beteugeld. Dit is het laatste lichaam dat hij innam omdat hij de cyclus van geboorte en dood (samsara) tot een einde heeft gebracht. Die persoon noem ik een brahmaan.
401. Zoals een waterdruppel op een lotusblad, of zoals een mosterdzaadje op het puntje van een naald — op dezelfde wijze hecht hij niet aan zintuiglijke dingen; hij is degene die ik een brahmaan noem.
vari pokkharapatte'va aragger'iva sasapo yo na lippati kamesu tamaham brumi brahmanam
Het water raakt niet gehecht aan een lotusblad; het rolt ervan af. Het mosterdzaadje raakt niet gehecht aan de punt van een naald; de punt is te klein voor het mosterdzaadje waardoor het er vanaf rolt. Op dezelfde manier raakt een wijs mens niet gehecht aan zintuiglijke dingen. Zulk een niet-gehecht persoon beschrijf ik als een brahmaan.
402. Hij die in dit leven voor hemzelf het einde van lijden heeft gerealiseerd, wie zijn last terzijde heeft gelegd en bevrijd is; hij is degene die ik een brahmaan noem.
yo dukkhassa pajanati idh'eva khayamattano pannabharam visamyuttam tamaham brumi brahmanam
Hij heeft in dit leven (of in deze wereld) het einde van lijden gerealiseerd. Hij draagt geen lasten meer; hij heeft zijn 'lading' neergelegd. Hij heeft zich losgemaakt van de banden die hem vasthielden. Het is zulk iemand die ik een brahmaan noem. (Het zien van het einde van lijden heeft betrekking op de derde Edele Waarheid hetgeen gelijk is aan Nibbana.)
403. Wiens kennis diep is, die wijs is, die bekwaam is om het verkeerde van het juiste pad te onderscheiden, iemand die het allerhoogste doel heeft bereikt; hij is degene die ik een brahmaan noem.
gambhirapaññam medhavim maggamaggassa kovidam uttama'ttham anuppattam tamaham brumi brahmanam
Hij bezit diepe wijsheid. Hij is vol inzicht. Hij is bekwaam om het verkeerde van het juiste pad te onderscheiden. Hij heeft het allerhoogste doel bereikt. Die persoon noem ik een brahmaan.
404. Op afstand van de lekenvolgelingen en van hen die de wereld verlaten hebben, iemand die rondzwerft zonder een vast verblijf, met weinig wensen; hij is degene die ik een brahmaan noem.
asamsatham gahatthehi anagarehi cu'bhayam anokasarim appiccham tamaham brumi brahmanam
Hij onderhoud geen veelomvattend contact, noch met de lekenvolgelingen noch met andere monniken. Hij is niet gehecht aan de manier van leven als die van de huishouder. Hij is tevreden met de broodnodige behoeften. Dat is de persoon die ik een brahmaan noem.
405. Hij die gewelddadigheid ten opzichten van alle levende wezens verlaten heeft, de angstigen en de sterken, iemand die niet doodt of anderen tot doden aanzet; hij is degene die ik een brahmaan noem.
nidhaya dandam bhutesu tasesu thavaresu ca yo na hanti na ghateti tamaham brumi brahmanam
Hij heeft de knuppel weggegooid en zijn wapens aan de kant gelegd. Hij doet geen enkel wezen kwaad; noch de angstige, schuwe wezens (d.w.z. de wezens waarin begeerte is), noch de angstloze, stabiele, sterke wezens (die begeerte hebben opgegeven). Dat is de persoon die ik een brahmaan noem.
406. Vriendelijk onder hen die vijandig zijn, vredig onder hen die gewelddadig zijn, niet gehecht onder hen die gehecht zijn; hij is degene die ik een brahmaan noem.
aviruddham viruddhesu attadandesu nibbutam sadanesu anadanam tamaham brumi brahmanam
Onder hen die de vijandig zijn is hij vriendelijk. Onder hen die gewelddadig zijn is hij vredig en rustig. Onder hen die zelfzuchtig zijn is hij onbaatzuchtig. Dit is een persoon die midden in de wereld leeft zonder zichzelf aan de gekte van de wereld te conformeren. Het is deze persoon die ik brahmaan noem.
407. Van wie begeerte en haat, eigendunk en minachting zijn afgevallen zoals een mosterdzaadje van de punt van een naald valt, hij is degene die ik een brahmaan noem.
yassa rago ca doso ca mano makkho ca patito sasapor'iva aragga tamaham brumi brahmanam
Zijn geest accepteert geen slechte dingen als hartstocht (raga), haat (dosa), eigendunk (mana) en minachting van anderen (makkha). Hierin, is zijn geest als de punt van een naald die een mosterdzaadje niet vastgrijpt. Een individu met zo'n geest beschrijf ik als een brahmaan.
408. Hij die vriendelijk spreekt, leerzame en ware woorden, nooit iemand beledigt; hij is degene die ik een brahmaan noem.
akakkasam viññapanim giram saccam udiraye yaya na'bhisaje kañci tamaham brumi brahmanam
Zijn spraak is vriendelijk. Zijn woorden berusten op waarheid, ze zijn vol diepe betekenis en leerzaam. Door zijn woorden zal hij nooit iemand beledigen of slecht spreken over iemand. Noch zal hij door middel van zijn woorden iemand ophitsen.
409. Wie in de wereld nooit neemt wat niet is gegeven, of het lang of kort is, groot of klein, goed of slecht; hij is degene die ik een brahmaan noem.
yo'dha digham va rassam va anum thulam subhasubham loke adinnam na'diyati tamaham brumi brahmanam
Als iemand in deze wereld niet neemt wat niet gegeven is of wat niet rechtmatig aan hem toebehoort, of het nu lang of kort is, klein of groot, goed of slecht, dan is dat de persoon die ik een brahmaan noem.
410. In hem waarin geen begeerte is naar deze wereld of de volgende, hij die zonder begeerte en ongebonden is; hij is degene die ik een brahmaan noem.
asa yassa na vijjanti asmim loke paramhi ca nirasayam visamyuttam tamaham brumi brahmanam
Hij heeft geen enkel verlangen naar zowel deze wereld als naar de volgende wereld. Hij is vrij van elke vorm van begeren, hoe subtiel dan ook. Hij is vrij van bezoedelingen. Ik verklaar dat zulk een persoon een zeer goed brahmaan is.
411. In wie geen gehechtheid gevonden wordt, wie door perfecte kennis bevrijd is van twijfel, wie de doodloze staat bereikt heeft; hij is degene die ik een brahmaan noem.
yassa'laya na vijjanti aññaya akathankathi amatogadham anuppatam tamaham brumi brahmanam
Hij heeft geen gehechtheden. In hem kunnen geen gehechtheden ontdekt worden. Spiritueel gezien heeft hij geen twijfels dankzij zijn perfecte gewaarzijn. Hij heeft de doodloze staat bereikt (Nibbana).
412. Wie in deze wereld voorbij beide banden is gegaan — verdienste en kwaad — hij is zonder verdriet, onbezoedeld en zuiver; hij is degene die ik een brahmaan noem.
yo'dha puññañ ca papañ ca ubho sangam upaccaga asokam virajam suddham tamaham brumi brahmanam
Als iemand in deze wereld voorbij het goede en het slechte (puññapapa pahinassa) is gegaan en voorbij gehechtheden is, dan is hij zonder verdriet, hij is zonder bezoedelingen, hij is zuiver. Dat is de persoon die ik een brahmaan noem.
413. Hij die, zoals de maan zonder bezoedelingen is, sereen en glashelder is, wie de begeerte naar het bestaan heeft vernietigd; hij is degene die ik een brahmaan noem.
candam'va vimalam suddham vippasannam anavilam nandibhavaparikkhinam tamaham brumi brahmanam
Hij is als de volle maan — zuiver en zonder bezoedelingen. Hij is puur, helder en uitzonderlijk kalm. Hij is vrij van irritatie. Hij is bevrijd van de begeerte dat genoegen schept in de cyclus van het bestaan (samsara). Die persoon, zo verklaar ik, is een waar brahmaan.
414. Hij die door dit moerassige pad gereisd is, de levensgevaarlijke en bedrieglijke ronden van bestaan (samsara), hij die overgestoken is en de andere oever heeft bereikt. Hij, die meditatief is, kalm, vrij van twijfels en nergens aan hecht; hij heeft Nibbana verwerkelijkt. Hij is degene die ik een brahmaan noem.
yo imam palipatham duggam samsaram mohamaccaga tinno paragato jhayi anejo akathankathi anupadaya nibbuto tamaham brumi brahmanam
Hij is het moeras van begeerte overgestoken. Hij is voorbij het moeilijke gebied van bezoedelingen gegaan, het gebied dat zo moeilijk te begaan is. Hij heeft de cyclus van het bestaan (samsara) doorkruist. Hij heeft geheel en volkomen de Andere Kant bereikt. Hij is een meditator en is vrij van begeerte. Zijn spirituele twijfels zijn allemaal opgelost. Hij grijpt zich nergens meer in de wereld aan vast. Hij is bekoeld (d.w.z. hij heeft Nibbana gerealiseerd). Zulk een persoon beschrijf ik als een brahmaan.
415. Hij, die zintuiglijke geneugten heeft opgegeven, die het huislijke leven verlaten heeft en het thuisloze leven is aangegaan, hij, die zowel zintuiglijke geneugten als het continueren in het bestaan vernietigd heeft; hij is degene die ik een brahmaan noem.
yo'dha kame pahatvana anagaro paribbaje kamabhavaparikkhinam tamaham brumi brahmanam
In deze wereld is hij het leven van een thuisloze asceet aangegaan. Hij is bevrijd van zintuiglijke geneugten en van het continueren in het bestaan. Die persoon beschrijf ik als een brahmaan.
416. Hij, die begeerte heeft opgegeven, die het huislijke leven verlaten heeft en het thuisloze leven is aangegaan, hij, die zowel begeerte als het continueren in het bestaan vernietigd heeft; hij is degene die ik een brahmaan noem.
yo'dha tanham pahatvana anagaro paribbaje tanhabhavaparikkhinam tamaham brumi brahmanam
In deze wereld is hij het leven van een thuisloze asceet aangegaan. Hij is bevrijd van begeerte en van het continueren in het bestaan. Die persoon beschrijf ik als een brahmaan.
417. Door menselijke banden opgegeven te hebben en voorbij goddelijke banden te zijn gegaan, is iemand ongebonden en vrij van alle banden; hij is degene die ik een brahmaan noem.
hitva manusakam yogam dibbam yogam upaccaga sabbayogavisamyuttam tamaham brumi brahmanam
Hij heeft de banden opgegeven die hem binden aan de mensenwereld. Ook heeft hij de banden opgegeven die hem doen hechten aan het leven in de hemelse werelden en aan goden. Op deze manier is er geen enkele band meer die hem nog in samsara gevangen houdt. Deze persoon noem ik een waar brahmaan.
418. Hij heeft lust en walging opgegeven, hij is kalm en hij is bevrijd van de voedingsbodem van het bestaan, een held die alle werelden overwonnen heeft; hij is degene die ik een brahmaan noem.
hitva ratim ca aratim ca sitibhutam nirupadhim sabbalokabhibhum viram tamaham brumi brahmanam
Hij heeft lust opgegeven. Ook heeft hij de walging voor de beoefening van meditatie opgegeven. Op deze manier is hij vrij van zowel lust als van walging. Hij heeft totale kalmte bereikt. Hij is bevrijd van de voedingsbodem van het bestaan (bezoedelingen) dat de geest bezoedeld. Daarmee heeft hij alle werelden (alle sferen) van het bestaan overwonnen en is vol inspanning. Die persoon noem ik een brahmaan.
419. Hij kent de dood en wedergeboorte van wezens op elke wijze, hij is volkomen bevrijd, verheven, ontwaakt; hij is degene die ik een brahmaan noem.
cutim yo vedi sattanam upapattim ca sabbaso asatam sugatam buddham tamaham brumi brahmanam
Hij ken de dood en wedergeboorte van wezens op elke wijze; hij weet waar en in welke bestaansvorm zijn wedergeboren worden. Hij is noch gehecht aan geboorte, noch aan dood. Hij is op de juiste bestemming gearriveerd. Hij bezit de essentiële kennis. Dit is de persoon die ik als een brahmaan beschrijf.
420. Wiens pad noch door hemelwezens, noch door hemelse muzikanten, noch door mensen bekend is, wiens bezoedelingen allemaal vernietigd zijn, de arahat, hij is degene die ik een brahmaan noem.
yassa gatim na jananti deva gandhabbamanusa khinasavam arahantam tamaham brumi brahmanam
Hun pad (bestemming) kan noch door goden (deva's), hemelse muzikanten (gandhabba's), noch door mensen (manussa) getraceerd worden, omdat zij geen bezoedelingen meer hebben. Zulk een persoon, de arahat, heeft de hoogste spirituele staat bereikt. Zulk een persoon noem ik een brahmaan.
421. Hij die zich nergens aan vastklampt, hetzij in het verleden, in het heden of in de toekomst, die niets bezit, die ongehecht is; hij is degene die ik een brahmaan noem.
yassa pure ca paccha ca majjhe ca natthi kiñcanam akiñcanam anadanam tamaham brumi brahmanam
Voor hem geldt dat er geen bezoedelingen omtrent het verleden, het heden of de toekomst blijven bestaan omdat hij zich nergens aan vastgrijpt. Hij is vrij van bezoedelingen. In hem is er geen vastklampen of hechten. Die persoon beschrijf ik als een brahmaan.
422. Hij, de imposante stier, de verhevene, de dappere, de grote ziener, hij die alles overwonnen heeft, de hartstochtloze, de zuivere, de ontwaakte; hij is degene die ik een brahmaan noem.
usabham pavaram viram mahesim vijitavinam anejam nahatakam buddham tamaham brumi brahmanam
Vanwege zijn kracht is hij als een stier om voor te gaan en leiding te geven. Hij is een groot heilige omdat hij al het essentiële heeft gerealiseerd. Hij heeft de dood overwonnen. Hij is verstoken van alle bezoedelingen. Hij is gezuiverd van al het kwaad. Hij is tot de realiteit ontwaakt. Die persoon beschrijf ik als een brahmaan.
423. Hij, die zijn vorige levens kent, de gelukkige en ellendige staten ziet, hij die het einde van geboorten heeft bereikt en de perfectie van wijsheid heeft verwerkelijkt, de heilige die de top van zijn spirituele voortreffelijkheid heeft bereikt; hij is degene die ik een brahmaan noem.
pubbenivasam yo vedi saggapayañca passati atho jatikkhayam patto abhiñña vosito muni sabbavositavosanam tamaham brumi brahmanam
De wijze kent zijn vorige levens. Hij is bekwaam om hemel en hel te zien — de staten van geluk en ellende. Hij heeft de cyclus van het bestaan beëindigd. Hij beschikt over de hogere kennis. Hij heeft de staat van een heilige bereikt. Hij heeft de uiteindelijke perfectie bereikt. Het is deze persoon die ik een brahmaan noem.
RegID | Dhphfd26 |
---|---|
Bijgewerkt | 14 januari 2021 23:16:00 |
Auteur | Peter van Loosbroek — Ananda |
Locatie | www.sleuteltotinzicht.nl |
Copyright | Zie a.u.b. copyright www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm |
Overig | Geen |