Citta de huishouder

Voor een boeddhist is geloof gebaseerd op begrip. Waar begrip is de sleutel voor succes in zowel werelds opzicht als in spiritueel opzicht.

Hij wordt overal geëerd

303. Wie vol van geloof en deugdzaamheid is, begiftigd met rijkdom en vermaardheid, wordt overal geëerd, waarheen hij ook gaat.

saddho silena sampanno yasobhogasamappito yam yam padesam bhajati tattha tatth'eva pujito

De tevredenen en de deugdzamen, met rijkdom en vermaardheid, worden overal geprezen, waar zij ook gaan.

Hij die vol van geloof en deugdzaamheid is, die ook vermaardheid en rijkdom bezit, die wordt overal geëerd waarheen hij ook gaat.

Terwijl de Boeddha in het Jetavana Klooster verbleef, sprak de Boeddha dit vers, met verwijzing naar Citta, een huishouder van de stad Macchikasanda.

Nadat Citta de Dhamma door de Eerwaarde Sariputta uiteen had horen zetten, verwierf hij anagami magga en phala[1]. Op een dag laadde Citta vijfhonderd[2] wagens met voedsel en offergaven voor de Boeddha en zijn discipelen, en vertrok hij naar Savatthi, vergezeld door drieduizend volgelingen. Ze reisden met de snelheid van één yojana (lengtemaat) per dag en bereikte Savatthi na een maand. Citta ging vooruit met vijfhonderd van zijn metgezellen naar het Jetavana klooster. Terwijl hij zijn eerbied betuigde aan de Boeddha, viel een bloemenregen op wonderbaarlijke wijze uit de lucht. Een hele maand lang bleef Citta in het klooster waar hij voedsel offerde aan de Boeddha en de monniken, en ook aan zijn eigen drieduizend volgelingen. Gedurende deze gehele tijd vulden de deva's zijn voorraad van voedsel en andere offergaven aan.

Op de vooravond van zijn terugreis, zette Citta alle spullen die hij had meegenomen in de kamers van het klooster als offergave aan de Boeddha. En toen vulden de deva's de lege wagens met verschillende dingen van onschatbare waarde. Toen de Eerwaarde Ananda zag, hoe Citta's rijkdommen bijgevuld werden, vroeg hij de Boeddha: "Eerwaarde Heer! Is het enkel en alleen dat Citta u benaderd heeft, dat hij gezegend is met al deze rijkdommen? Is hij eveneens zo gezegend wanneer hij ergens anders heengaat?"

De Boeddha antwoordde hem: "Ananda, deze discipel is volledig begiftigd met geloof en vrijgevigheid; hij is ook deugdzaam en zijn goede naam is wijd en zijd bekend. Zo iemand wordt zeker wel geëerd en overspoeld met rijkdom, waarheen hij ook maar gaat."

Uitleg vertaling vers 303

saddho silena sampanno yasobhoga samappito yam yam padesam bhajati tattha tattha eva pujito

saddho: iemand die geloof heeft; silena: met discipline; sampanno: geëerd; yasobhoga samappito: begiftigd met een goede naam en rijkdom; yam yam padesam: in welke plaats dan ook; bhajati: hij bezoekt; tattha tattha eva: in al die plaatsen; pujito: wordt hij geëerd

Commentaar

saddha: Geloof, zelfvertrouwen.

Eindnoten

[1] Het pad en de vruchten van het pad van anagami.

[2] Veel wagens.

Document info
RegID Dhp303
Bijgewerkt 22 juni 2020 09:02:50
Auteur Peter van Loosbroek — Ananda
Locatie www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overig Dhammapada 303