Wat betekent zelfvertrouwen en geloof voor een boeddhist?

Een heldere geest kan de dingen zien zoals ze werkelijk zijn.

Een heldere geest is niet bezoedeld en ziet daarom de dingen zoals ze werkelijk zijn (yathabhuta). Hij kan wat de waarheid (sacca) is en wat de waarheid niet is, goed van elkaar onderscheiden (patisambhida), en daarom ook wat goed (kusala) en verkeerd (akusala) is. Dit is de zuivering van de geest (citta visuddhi). Dit betekent dat er juist begrip (samma ditthi) is. Wanneer iemand je iets vertelt dat waar is, dat overeenkomt met de realiteit (sacca), dan geloof je datgene wat is gezegd, mits er juist begrip in je is. Op die manier staat zelfvertrouwen gelijk aan geloof. En zo hoort het geloof van een boeddhist in zijn Leraar gefundeerd te zijn op juist begrip. Zonder juist begrip is het een blindelings volgen wat geen enkele waarde in zich heeft. De Boeddha heeft altijd aangespoord tot een zorgvuldig (patisankha) en kritisch onderzoek (dhamma vicaya).

Voor meer, ga naar de pagina Een rotsvast zelfvertrouwen.