Ondergang

Parabhava Sutta

Over de oorzaken van spirituele achteruitgang.

Inleiding

Terwijl de Maha Mangala Sutta (Snp2-04) de manier van leven behandeld die tot voorspoed en geluk strekt, draagt de Parabhava Sutta daarin bij door het uiteenzetten van de oorzaken van de ondergang. Degene die zichzelf laat bezoedelen door deze onvolkomenheden in gedrag, blokkeert zijn eigen weg naar wereldse, morele en spirituele vooruitgang en verlaagt alles dat waarlijk edel en humaan in de mens is. Maar degene die behoedzaam is omtrent deze gevaren houdt de weg open naar al deze 38 zegeningen (in de Maha Mangala Sutta opgesomd) die in het domein van de menselijke natuur liggen.

De Sutta

Aldus heb ik gehoord. Eens verbleef de Gezegende nabij Savatthi in het Jetavana, het park van Anathapindika. Toen de nacht al ver gevorderd was, kwam er een zekere deva van wie de weergaloze pracht het hele Jetavana verlichtte, naar de Gezegende. En terwijl hij neerstreek, groette hij de Gezegende op respectvolle wijze en ging aan een zijde staan. Toen hij daar zo aan een zijde stond, sprak hij de Gezegende aan in de volgende verzen:

91. De deva: "Ik ben hier gekomen met onze vragen die wij aan de Gezegende voor willen leggen. Wij vragen u, Gotama, over de achteruitgang van een mens. Alstublieft, vertel ons de oorzaak van ondergang!"

92. De Boeddha: "Makkelijk is degene te kennen die vooruit gaat; makkelijk is iemand te kennen die achteruit gaat. Hij die de Dhamma lief heeft vordert; hij die haar haat gaat achteruit."

93. De deva: "Dit hebben wij tot zover begrepen: dit is de eerste oorzaak van iemands ondergang. Alstublieft, vertel ons de tweede oorzaak[1]."

94. De Boeddha: "De slechten zijn hem geliefd, met de deugdzame vindt hij geen vreugde; hij geeft de voorkeur aan de roep van de slechten — dit is één oorzaak van iemands ondergang."

96. "Door een liefhebber te zijn van slaap, babbelzuchtig gezelschap, sloom, lui en prikkelbaar — dit is één oorzaak van iemands ondergang."

98. "Door voldoende rijkdom te bezitten en het niet ondersteunen van vader en moeder die oud en zwak zijn — dit is één oorzaak van iemands ondergang."

100. "Door leugens een priester, asceet of een andere leermeester te bedriegen — dit is één oorzaak van iemands ondergang."

102. "Door over veel weelde te beschikken, ruim voorzien zijn van goud (geld) en voedsel, en alleen maar van luxueuze dingen te genieten — dit is één oorzaak van iemands ondergang."

104. "Eigendunk te hebben vanwege geboorte, weelde of stam en neerkijken op zijn eigen familie en geslacht — dit is één oorzaak van iemands ondergang."

106. "Een vrouwengek te zijn, een dronkaard, een gokker en alles te verkwisten wat hij verdiend heeft — dit is één oorzaak van iemands ondergang."

108. "Niet tevreden zijn met eigen vrouw, maar gezien worden met een prostituee of met de vrouwen van anderen — dit is één oorzaak van iemands ondergang."

110. "Niet jeugdig meer zijn, een jonge vrouw nemen en het niet kunnen slapen uit jaloersheid vanwege haar — dit is één oorzaak van iemands ondergang."

112. "Onder dwang een vrouw te drinken geven en verspillen, of een man met een dergelijk gedrag — dit is één oorzaak van iemands ondergang."

114. "Als een lid van een invloedrijke familie (of een sociale of andere groepering), met veelomvattende ambities welke zonder betekenis zijn, macht of heerschappij zoekt over anderen — dit is één oorzaak van iemands ondergang."

115. "Doordat hij de oorzaken van ondergang in de wereld goed kent, is de edele wijze begiftigd met inzicht en verkeert hij in een gelukkige staat."

Eindnoten

[1] Deze zin wordt steeds door de deva herhaald met de opeenvolgende nummering van de oorzaak van ondergang, vandaar dat de vragende verzen — 95, 97, 99, 101, 103, 105, 107, 109, 111 en 113 — hier zijn weggelaten.

Document info
RegID Snp1-06
Bijgewerkt 22 juni 2020 09:21:45
Auteur Peter van Loosbroek — Ananda
Locatie www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overig Geen