De middenweg

Een echte boeddhist is intens gelukkig.

De middenweg (majjhima patipada) is de weg die de Boeddha onderwijst als het Edel Achtvoudige Pad (ariya atthangika magga) dat extremen vermijdt, namelijk: A. het extreme van zintuiglijke wellust (kamasukhallikanuyoga), en B. zelfkwelling, d.w.z. extreem ascetisme (attakilamathanuyoga).

"Monniken, er zijn twee uitersten die niet in praktijk gebracht horen te worden door iemand die het wereldse leven verlaten heeft. Welke zijn deze twee? Er is beoefening van het najagen van plezier in de objecten van zintuiglijke begeerten, hetgeen minderwaardig, laag, vulgair, verachtelijk is, en niet naar het goede leidt[1]; en er is beoefening van zelfkwelling, hetgeen pijnlijk is, verachtelijk, en niet naar het goede leidt[2]."

S56-011 — Dhamma Cakka Ppavattana Sutta — Het in beweging zetten van het Wiel der Wet

De Boeddha zet de Vier Edele Waarheden uiteen in het hertenpak.
De Boeddha zet de Vier Edele Waarheden uiteen in het hertenpak.

Beide extremen heeft de Boeddha vóór zijn verlichting zelf beoefend en daardoor geen bevrijding kunnen verwerven. Beide termen hebben het woord 'yoga' in zich, wat in het Pali 'banden' betekent.

Als je denkt dat de boeddhistische Leer een saaie weg is waarin alles wat met de zintuigen van doen heeft als verkeerd en slecht wordt afgedaan en dat het fout is om van het leven te genieten, is dat een ernstige vergissing. De Boeddha leert de middenweg (majjhima patipada), een weg die extremen in denken en doen vermijdt. Extreme manieren van denken leiden tot extreme manieren van doen. Iemands gedrag is bepalend voor de ontwikkeling van concentratie en inzicht.

Wanneer je zin hebt in een ijsje, is dat inderdaad omdat je zintuigen daar naar verlangen. Maar dat betekent nog niet dat je 'zintuiglijk' bent. Dat zou een extreme gedachte zijn, want een keer zin hebben in iets, daar is volstrekt niks mis mee en heel normaal. Wanneer je zin hebt in tien ijsjes achter elkaar, dan neigt dat naar het extreme. Jezelf opleggen dat je maar één ijsje per maand mag eten is een ander extreem.

Door extremen te vermijden betekent ook dat rekening gehouden wordt met wat moreel (kusala) en wat immoreel (akusala) is. Eén enkele actie kan ook de aanzet zijn van extreme zintuiglijkheid. Seks hebben met kinderen bijvoorbeeld, is evenzo goed een extreem, ook al is het 'maar één keer'.

De middenweg leert dus ook het vermijden van het verkeerde en het doen van het goede. Middels het Edel Achtvoudige Pad leren we wat heilzaam (moreel) en wat onheilzaam (immoreel) is. Maar het is vooral een kwestie van mentale training waardoor we direct en vanuit onszelf duidelijk beseffen wat goed en wat verkeerd is.

Door steeds toegeeflijk te zijn aan het zintuiglijke (kama), je niet te trainen in de beheersing over de zintuigen, zal die zintuiglijkheid gestaag toenemen. Deze toegeeflijkheid leidt tot begeerte (tanha) en begeerte leidt tot hechten (upadana).

Wat niet vergeten moet worden is, dat het niet de dingen zijn die ons doen lijden, maar het hechten eraan.

Hoe meer je aan die zintuiglijkheid toegeeft, hoe vaker dit naar allerlei objecten zal uitgaan. Dat is wat we gevaar (adinava) noemen omdat deze 'koorden van zintuiglijkheid' (kama guna) je aan de wereld binden, aan onvrijheid.

Een echte boeddhist (dhammanuvatti) die de Leer kent en beoefent, geniet intens van het leven. Dat is omdat hij niets de voorwaarde (paccaya) laat zijn waarvan zijn geluk afhankelijk (nissito) is. Omdat hij niets in het bestaan vastgrijpt, is er geen angst om iets te verliezen of vanwege wat dan ook, en geniet hij elk moment met volle teugen van het leven.

Eindnoten

[1] Extreme sensuele toegeeflijkheid, wellust: kamasukhallikanuyoga is één van de extreme oefeningen.

[2] Extreem ascetisme: attakilamathanuyoga is de andere extreme oefening.

Document info
RegID FcGXSyCFM25eCkd
Bijgewerkt 28 november 2022 10:42:23
Auteur Peter van Loosbroek — Ananda
Locatie www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright Zie a.u.b. copyright www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overig Geen