De manier om het doel te bereiken

Over het allerbelangrijkste obstakel in meditatie.

De manier om het doel — Nibbāna — te bereiken is om in alles wat je zegt, doet en denkt heel echt (akuttima) te zijn.

Wanneer het in je meditatie, en dus ook in het observeren tijdens de sleur van het dagelijks leven, niet zo gaat zoals je het zou willen (of niet snel genoeg), ben je geneigd daar iets aan te doen. Maar hier steekt het belangrijkste obstakel voor succes de kop op. Zodra jij er iets aan probeert te doen, gaat het mis. Dat is vanwege de bemoeienis van het 'ik'. Het zijn de ideeën van 'ik' die een algemene drijfveer vormen tijdens allerlei toestanden. Het 'ik' is niet echt, waar en werkelijk. Het is dan ook essentieel te begrijpen dat het 'ik' niet tussenbeide moet komen, niet dominant moet zijn. Als dit meespeelt zal dit onnatuurlijke acties teweegbrengen (pātubhāva). Het brengt je niet bij het doel want Nibbāna is het echte, het ongekunstelde (anatam). De bemoeienis van het 'ik' houd je hier juist van weg, verwijdert je ervan. Zie het 'ik' als de vriend van Māra de misleider. En die is de meest slechte vriend (pāpamitta).

Een doel bereiken zonder dat je dat wilt, is niet mogelijk. Inspanning (padhāna) is nodig. Maar die inspanning moet gebaseerd zijn op de wil (chanda), en niet worden gedreven door een zintuiglijk verlangen (kāmacchanda) waardoor je 'het doel voorbijschiet'. Hierin dien je duidelijk het onderscheid te zien. Want zintuiglijkheid betekent begeerte (taṇhā). Vanwege begeerte (taṇhā) in deze, is er sprake van 'het doel willen hebben' en daarom van dwangmatigheid, een niet natuurlijke, gekunstelde (kutta) manier, waardoor het doel alleen maar verder weg komt te liggen. De Boeddha leert in alles de middenweg (majjhimā paṭipadā). Deze middenweg kun je niet 'pakken'; het kan alleen door training worden ontwikkeld (bhāvanā).

En wat is de allerbelangrijkste manier om je goed te ontwikkelen in deze training? Met de bemoeienis van het 'ik' met al z'n ideeën en pogingen om de zaak in goede banen te leiden, wordt het een gekunsteldheid dat tot mislukken gedoemd is. Weet dat aandacht (āvajjana) de eerste fase is in de cognitieve opeenvolgingen. Dus aandacht is essentieel en die hoort zo puur mogelijk te zijn, d.w.z. louter aandacht schenken aan wat er is, zonder de tussenkomst van wat dan ook. Daarom is het belangrijk dat het 'ik' daar tussenuit blijft; die moet niet het werk voor jou doen. Het is een kwestie van louter aandacht schenken en meer is het niet. Want zonder de tussenkomst van het 'ik' kan en zal aandacht het werk voor jou doen. In het begin zal dit niet makkelijk zijn, maar als je standvastig bent in het louter aandacht schenken en je nergens voeding (āhāra) aan geeft, kan het niet anders dan dat de geest tot rust komt.

Wees in mentaal opzicht als de onbeweeglijke kikker.

Wees altijd als een passieve toeschouwer, precies zoals deze kikker. Hij laat het 'ik' niet tussenbeide komen. Hij is stil, observeert slechts en doet verder niets. Dit leidt tot juist begrip (sammādiṭṭhi), tot wijsheid, tot bevrijding (vimutti).

Document info
RegID LQfGRdL0TUl1T4p
Bijgewerkt 30 juli 2026 18:37:09
Auteur Peter van LoosbroekĀnanda
Locatie www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright Zie a.u.b. copyright www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overig Geen