Khema de gildeleider

Een wens kan zeer krachtig zijn. Wanneer de wens gedreven wordt door zintuiglijke begeerte, kan het gevolg van de wens in eerste instantie aangenaam lijken, maar uiteindelijk tot rampspoed leiden.

Door overspel worden gebreken opeengestapeld en vormen een verborgen ongemak. Terwijl hij hier lijdt aan de afkeuringen, ondervindt hij pijn in de hel.

cattari thanani naro pamatto apajjati paradarupasevi apu˝˝alabham na nikamaseyyam nindam tatiyam nirayam catuttham

Een onnadenkend persoon die naar de vrouw van een ander gaat, zal lijden aan vier kwade gevolgen: Ten eerste zal hij zonde verkrijgen -- dat is geen verdienste. Ten tweede zal hij niet genoeg aan comfortabele slaap genieten; hij slaapt slecht door zijn slechte geweten. Ten derde valt hij in ongenade. Ten vierde zal hij in de hel worden wedergeboren.

Voor de overspelpleger is het een beperkt plezier en de vrees voor straf. Een zonde die hij totaal zou moeten vermijden.

310. Zonde verkregen en slechte geboorte, schrikt man en vrouw -- kort is hun vreugde, de koning beveelt een zware straf: daarom moet men niet slapen met iemand die gehuwd is.

apu˝˝alabho ca gati ca papika hitassa bhitaya rati ca thokika raja ca dandam garukam paneti tasma naro paradaram na seve

Het gevolg zal verkregen worden door een zondaar: de laagste staat van de hel zal zijn lot zijn. Omdat de vrouw en de man allebei bang zijn, zal hun omhelzing weinig plezier opleveren. Ook zal de wet van de koning velerlei straffen opleggen. Vanwege dit alles, moet een man niet de vrouw van een ander begeren.

Deze verzen werden door de Boeddha gesproken toen hij in het Jetavana klooster verbleef, met verwijzing naar Khema, de zoon van een rijke man en neef van Anathapindika. Wat was de vorige daad van Khema?

De wens van de worstelkampioen

Er wordt verteld, dat hij ten tijde van Boeddha Kassapa een worstelkampioen was en dat hij op een dag twee gekleurde vaandels op de gouden tempel van de Boeddha bevestigde. Hierbij maakte hij de volgende vurige wens: "Dat alle vrouwen die naar mij kijken, behalve mijn bloedverwanten, verliefd op mij moge worden." Dat was zijn vorige daad. Vanwege dit, waren de vrouwen van andere mannen die hem zagen (op verscheidene plaatsen waar hij geboren werd) niet in staat zichzelf te bedwingen.

Van Khema is gezegd dat hij een buitengewone knappe jongeman moet zijn geweest[1]. Alle vrouwen die hem zagen werden zˇ overmand door verlangen, dat zij onbekwaam waren zichzelf onder controle te houden. Khema had er een handje van om achter de vrouwen van andere mannen aan te gaan. Hij pleegde overspel zonder enige wroeging. Op een nacht namen de mannen van de koning hem gevangen en brachten hem voor de koning. De koning dacht: "Ik voel schaamte voor de grote schatbewaarder." En zonder een woord tegen hem te zeggen, liet hij hem gaan. Maar omdat dat alles was, stopte Khema niet met zijn slechte praktijken. Een tweede en een derde keer namen de mannen van de koning hem gevangen en brachten hem voor de koning, maar telkens weer liet de koning hem gaan.

Toen de grote schatbewaarder (Anathapindika) hoorde wat er was gebeurd, ging hij met zijn neef naar de Boeddha, liet hem zijn verhaal vertellen en zei tegen de Boeddha: "Eerwaarde, predik de Wet tot deze jongeman." Daarop wees de Boeddha hem op het verkeerde met betrekking tot het achterna lopen van vrouwen van andere mannen, door de boven genoemde verzen te reciteren.

Uitleg vertaling vers 309

paradarupasevi pamatto naro apu˝˝alabham na nikamaseyyam tatiyam nindam catuttham nirayam cattari thanani apajjati

paradarupasevi: een man die naar de vrouw van een ander gaat; pamatto: onnadenkend of gedachteloos; naro: menselijk wezen; apu˝˝alabham: verkrijging van zonde; na nikamaseyyam: geen comfortabele, voldoende slaap; tatiyam: ten derde; nindam: schaamte; catuttham: ten vierde; nirayam: wordt geboren in de hel; cattari thanani: tot deze vier vormen; apajjati: zal gaan

Uitleg vertaling vers 310

apu˝˝alabho ca papika gati ca bhitassa bhitaya rati ca thokika raja ca garukam dandam paneti tasma naro paradaram na seve

apu˝˝alabho ca: verkrijging van zonde; papika ca gati: lage staten verdient door zondaars (zullen zijn lot zijn); bhitassa: een bange man; bhitaya: en een bange vrouw; rati ca: omhelzen; thokika: is erg gering; raja ca: ook de koning; garukam dandam: velerlei straffen; paneti: zal opleggen; tasma: vanwege dit; naro: mannen; paradaram: een ander z'n vrouw; na seve: moet niet mee omgaan

Commentaar

Een bijzondere Boeddha

Deze verzen Dhp309-310 van de Dhammapada zijn ontstaan met betrekking tot een misdaad van een opvallend iemand die de neef was van Anathapindika. Dit is een voorbeeld van het soort hulpverlening die de Boeddha verleende om mensen te helpen en te begeleiden in wereldse en spirituele zaken.

De Boeddha was de belichaming van alle deugden die hij predikte. Gedurende zijn succesvolle en gedenkwaardige missie van maar liefst 45 jaar, zette hij al zijn woorden om in daden. Geen enkele keer toonde hij enige menselijke zwakheid of hartstochtelijke uitgangspunten. De morele code van de Boeddha is de meest perfecte die de wereld ooit heeft gekend.

Voor meer dan zesentwintig eeuwen hebben miljoenen mensen inspiratie en vertroosting gevonden in zijn Leer. Zijn grootheid is als een zon, die het licht en de glorie van kleinere lichten doet verwelken. Zijn Leer wenkt nog steeds de vermoeide pelgrim naar de veiligheid en de vrede van Nibbana. Geen ander mens heeft zoveel opgeofferd ter wille van de lijdende mensheid.

De Boeddha was de eerste religieuze leraar in de menselijke geschiedenis, die mensen berispte en waarschuwde om geen enkel levend wezen te krenken en geen dieren te offeren.

Voor de Boeddha was religie niet iets dat mooie beloftes inhield maar een weg naar verlichting. Hij wilde geen volgelingen die hem blindelings geloofden; hij wilde volgelingen die op een wijze manier nadenken.

Wij zijn allemaal verzacht en vertroost door de komst van de Boeddha. De gehele mensheid is gezegend door zijn aanwezigheid.

Er is geen enkele gebeurtenis waarin de Boeddha ook maar enige onvriendelijkheid naar iemand getoond heeft. Zelfs ten opzichte van zijn tegenhangers en ergste vijanden toonde de Boeddha geen enkele onvriendelijkheid. Er waren er enkele met voorbarige geesten die zich tegen de Boeddha keerden en hem probeerden te vermoorden; toch behandelde de Boeddha hen niet als vijanden. Nooit kwam er een boos woord over zijn lippen en als mensen boos op hÚm waren, dan glimlachte hij. Eens zei hij: "Zoals een olifant op het strijdveld de pijlen verdraagt die in hem geschoten zijn, zo ook zal ik beledigende woorden en de onvriendelijke houding van anderen geduldig verdragen."

In de jaarboeken der geschiedenis, staat geen enkele man beschreven die zich zo gewijd heeft aan het welzijn van alle levende wezens als de Boeddha. Vanaf het moment van zijn verlichting tot aan het einde van zijn leven, streefde hij onvermoeibaar om de menswaardigheid te verhogen. Hij sliep slechts twee uur per dag.

Ofschoon er zesentwintig eeuwen verstreken zijn sinds het sterven van deze grote leraar, bestaat zijn Leer van liefde en wijsheid nog steeds in haar volle zuiverheid. Deze boodschap heeft nog steeds een beslissende invloed op de bestemming van de mensheid. Hij was de meest meedogende die deze wereld verlichtte met zijn liefdevolle vriendelijkheid.

Nadat hij het Nibbana verworven had, liet de Boeddha een onsterfelijke boodschap achter die nog steeds met ons leeft in de wereld van vandaag. Vandaag de dag worden we geconfronteerd met de verschrikkelijke bedreiging van de wereldvrede. Nooit in de wereldgeschiedenis is zijn boodschap harder nodig geweest dan nu.

De Boeddha werd geboren om de duisternis van onwetendheid te verdrijven en de wereld te laten zien hoe men zich kan verlossen van lijden en ziekte, ouderdom en dood, en alle zorgen en ellende van levende wezens.

Volgens sommige geloven, zal er van tijd tot tijd een of andere god in deze wereld verschijnen om de slechte mensen te vernietigen en de goede te beschermen. De Boeddha verscheen niet in deze wereld om de slechte mensen te vernietigen, maar om hen het correcte pad te wijzen.

Hebben wij ooit, in de hele wereldgeschiedenis tot aan de tijd van de Boeddha, gehoord van een religieuze leraar die zˇ vol was van een alles absorberende sympathie en liefde voor de lijdende mensheid, als de Boeddha? Een paar eeuwen na de Boeddha, hoorden we van enkele wijze mannen in Griekenland: Socrates, Plato en Aristoteles. Maar deze mannen waren slechts droogdenkers en zoekers achter de waarheid; het ontbrak hen aan iedere inspirerende liefde voor de lijdende massa.

De manier van de Boeddha om de mensheid te redden, is om hen te leren hoe bevrijding gevonden kan worden. Hij was niet ge´nteresseerd in het verzachten van een paar 'toevallige' zaken van fysiek en mentaal lijden, maar was meer ge´nteresseerd in het openbaren van een pad, het boeddhistische trainingssysteem, dat alle mensen kunnen volgen.

Eindnoten

[1] Zijn knap uiterlijk is wellicht zo geŰvolueerd vanwege zijn wens om alle vrouwen verliefd op hem te laten worden.

RegID: Dhp309-310
Bijgewerkt op: 6 januari 2006
Auteur: Peter van Loosbroek - Ananda
Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright: Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overige informatie: Dhammapada 309; 310