Vimanavatthu

Verhalen van de verblijven

Vimana betekent 'verblijf'. Hier verwijst de term naar hemelse verblijven die door wezens verworven zijn die verdienstelijke daden (pua) hebben verricht. Het betreft hier 85 verzen in 7 hoofdstukken (vagga's) over verdienstelijke daden en wedergeboorte in de hemelse sferen. In de eerste 4 vagga's doen vrouwelijke hemelwezens verslag over de verdienstelijke daden die zij hebben verricht gedurende hun vorige bestaansvormen als menselijke wezens en hoe zij werden geboren in de deva loka met prachtige verblijven als gevolg. In de laatste 3 vagga's vertellen de mannelijke hemelwezens hun verhaal.

De Eerwaarde Maha Moggallana, die de hemelse sferen kon bezoeken, bracht deze verhalen terug zoals elk verhaal door de deva in kwestie was verteld. Vervolgens vertelde hij het verhaal aan de Boeddha die de verhalen bevestigde door er nog meer achtergronddetails aan toe te voegen. Deze toespraken zijn gegeven met de bedoeling erop te wijzen dat de menselijke wereld tal van gelegenheden biedt om verdienstelijke daden te verrichten. Het andere doel van zulke toespraken is, om de verkeerde inzichten te weerleggen van hen die geloven dat er na dit leven niets meer bestaat (de nihilisten) en van hen die van mening zijn dat goede daden geen enkele gevolgen hebben (zie ditthi).

Van de 85 verhalen die beschreven zijn, zijn er 5 die gaan over hen die in de hemelse sfeer geboren zijn en in hun vorige bestaansvorm zichzelf tot sotapatti ontwikkeld hebben; 2 verhalen gaan over hen die met gevouwen handen eerbied aan de Boeddha hebben betuigd; 1 gaat over hen die in verrukking woorden hebben uitgesproken tijdens de bouw van een klooster voor de Sangha; 2 verhalen gaan over hen die de morele regels hadden nageleefd; 2 verhalen gaan over hen die de morele regels hadden nageleefd en aalmoezenvoedsel hadden gegeven; de overige verhalen gaan over diegenen die in de deva loka waren geboren als gevolg van alleen het geven van aalmoezenvoedsel.

De heldere verhalen over de levens van de deva's in de verschillende verblijven, dienen om duidelijk aan te tonen dat de hogere wezens noch onsterfelijk, noch scheppers zijn; ook zij zijn ontwikkeld en geconditioneerd door de gevolgen van hun verdienstelijke daden. Ook zij zijn onderhevig aan de wetten van anicca, dukkha en anatta en ook zij moeten voor zichzelf streven om de onsterfelijke staat van Nibbana te bereiken. Voor meer, zie Vimanavatthu info.