De pijl van verdriet

Salla Sutta

Een overpeinzing over de dood.

574. Het leven is onvoorspelbaar en onzeker in deze wereld. Het leven hier is moeilijk, kort en gebonden aan lijden.

575. Een wezen dat eens geboren is, zal ook sterven, daar is geen ontkomen aan. Wanneer de ouderdom bereikt wordt, of vanwege een andere oorzaak, is er de dood. Dit is de wijze waarop het met levende wezens gaat.

576. Als vruchten rijp worden, kunnen ze in de vroege morgen vallen. Op precies dezelfde wijze is het gesteld met een wezen, dat eens is geboren, op elk moment kan sterven.

577. Net zoals aardewerk dat door de pottenbakker gemaakt is, het einde bereikt als het uiteen valt, zo is het ook met het leven van de sterfelijke.

578. Beiden, de jonge en de oude, of zij idioten of wijzen zijn, ontkomen niet aan de hinderlagen van de dood. Alle wezens bewegen zich richting de dood.

579. Zij worden overvallen door de dood. Zij gaan naar de andere wereld. En dan kan zelfs een vader niet zijn zoon redden, of een familie haar verwanten.

580. Kijk: terwijl verwanten toekijken, kreunend en vol van tranen, worden mensen één voor één afgevoerd, zoals vee dat naar de slachtbank geleid wordt.

581. Zo zijn dood en ouderdom het karakter van de wereld. Daarom treurt de wijze niet als hij de natuur der wereld ziet.

582. Noch het pad waar hij vandaan kwam noch het pad waar hij naar toegaat kun je kennen. Dus heeft het geen zin om vanwege hem verdrietig te zijn.

583. Een mens die treurt wint niets. Hij doet niets anders dan een idioot die zichzelf tracht te pijnigen. Als een wijs mens dat doet, is dat voor hem hetzelfde.

584. Vrede in de geest kan niet door jammeren en weeklagen bewerkstelligd worden. Integendeel, het zal naar meer ellende en naar hevigere pijn leiden.

585. Degene die jammert zal bleek en slap worden. Hij doet zichzelf geweld aan en kan nog steeds de dood niet levend houden; zijn weeklagen is zinloos.

586. De mens die zijn verdriet niet achter zich kan laten, verkrijgt alleen maar meer pijn. Zijn weeklagen maakt hem een slaaf van zijn smart.

587. Kijk naar wezens die de dood in de ogen zien, die de resultaten van hun voorgaande daden uitleven; mensen zijn verschrikt als zij zien dat zij gevangen door de dood in de val zitten.

588. Wat mensen verwachten dat er gebeurt, verschilt met van wat er werkelijk gebeurt. Hierdoor komt grote teleurstelling; dit is de manier hoe het er in de wereld aan toegaat.

589. Een mens kan honderd jaar leven, of zelfs meer, maar aan het einde wordt hij gescheiden van zijn verwanten en moet hij het leven in deze wereld achterlaten.

590. Zo kunnen we luisteren naar en leren van een edel mens (arahat) als hij zijn verdriet opgeeft. Als hij ziet dat iemand gestorven is en zijn leven geleefd heeft, zegt hij: "Hij zal door mij niet meer worden gezien."

591. Wanneer een huis in brand staat, wordt het vuur geblust door water. Op dezelfde manier blust een wijs mens -- vaardig, goed onderwezen en vol zelfvertrouwen -- verdriet, zodra het in hem opkomt. Het is zoals de wind een plukje katoen wegblaast.

592. Een mens die zoekt naar zijn eigen geluk, zou de pijl die hij in zichzelf stak moeten uittrekken; de pijlkop van jammeren, van verlangen naar, van wanhoop.

593. Wie deze pijl uitgetrokken heeft, iemand die zich nergens aan vastklampt, die vrede in de geest volbracht heeft, is gezegend en vrij van alle smart en overwint alle verdriet.

RegID: Snp3-08
Bijgewerkt op: 12 oktober 2006
Auteur: Peter van Loosbroek - Ananda
Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright: Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overige informatie: Geen