De offergave van de cake

Puralasa Sutta

Wie een offergave waardig is.

Aldus heb ik gehoord. Eens verbleef de Gezegende in Kosala, op de bank van de rivier de Sundarika. In de buurt was een brahmaan, genaamd Sundarika Bharadvaja, bezig heilige rituelen uit te voeren en brandde offergaven op een vuur. Toen de brahmaan zijn rituelen beŽindigd had, stond hij van zijn zitplaats op en keek hij om zich heen. "Wie zal ik de overblijfselen van mijn offergaven geven?", vroeg hij zich af. En toen bemerkte hij de Boeddha die, volledig bedekt onder zijn gewaad, in de nabijheid onder een boom zat. En zo, met de offergave in ťťn hand en een waterpot in de andere, liep de brahmaan op de Boeddha af. Toen de Boeddha de voetstappen van de brahmaan hoorde, ontblootte de Boeddha zijn hoofd. "Waarom zou ik deze man wat geven," dacht de brahmaan, "deze man heeft zijn hoofd geschoren, hij is niets meer dan een kaalgeschorene!" En hij was van plan om terug te keren. Maar dan bedacht hij: "Sommige brahmanen hebben eveneens hun hoofden kaalgeschoren. Ik kan beter naar hem toegaan en hem vragen van welke familie hij afkomstig is." Dus liep hij op de Boeddha af en vroeg: "Van welke kaste bent u?" En de Boeddha antwoordde de brahmaan als volgt:

455. "Ik ben geen brahmaan. Noch ben ik een prins noch een boer noch iets anders. Ik ben tot een zeer helder begrip gekomen van hoe wereldse mensen worden geboren. Nu zwerf ik door de wereld als een wijs man, zonder bezittingen, zonder iets."

456. "Ik draag een dubbel gewaad en heb mijn haren afgeschoren. Ik zwerf zonder een thuis, zonder de behoefte me te mengen onder de mensen in de wereld en ben volledig bedaard. Uw vraag omtrent kaste is niet van toepassing."

"Maar, Heer," zei de brahmaan, "wanneer brahmanen elkaar ontmoeten, dan vragen zij elkaar altijd of zij brahmanen zijn of niet."

457. De Boeddha: "Als u kunt zeggen dat u een brahmaan bent en dat ik dat niet ben, dan moet ik u aan Savitri's mantra van drie zinnen en vierentwintig letters herinneren."

De brahmaan: "Waarom hebben wijze mensen in deze wereld van velerlei families, of zij religieus zijn of niet, krijgers of wereldlingen, altijd zo vele offergaven gebracht aan de goden?"

458. De Boeddha: "Als de persoon die de offergave ontvangt, op dat moment perfecte wijsheid bezit, volmaakt en volkomen is, dan zal de offergave, zeg ik u, succesvol zijn."

"Dan zal deze offergave zeker succesvol zijn," zei de brahmaan, want hier voor mij, is een man die perfecte wijsheid bezit. Als ik u niet had gezien of iemand zoals u, dan had ik de cake aan iemand anders gegeven."

460. De Boeddha: "Omdat u ergens naar op zoek bent, brahmaan, kom dan hier en vraag me ernaar. Misschien vindt u hier een begrip dat helder is, dat zonder angst is, dat zonder pijn of begeerte is; iemand die kalm is."

"Gotama, ik breng heel graag offers en ben verlangend om er meer te brengen. Maar ik begrijp ze niet. Kunt u mij onderwijzen en leren wat een offergave effectief maakt?"

461. De Boeddha: "Luister dan aandachtig, brahmaan, en ik zal je er alles over vertellen."

462. "Vraag niet naar kaste, maar vraag naar gedrag. Kijk naar de vlammen van een vuur. Waar komen zij vandaan? Van een stuk hout. Op dezelfde manier kan een man van een lage kaste afkomstig zijn, maar door zijn vastberadenheid en morele beheersing wordt hij een edel mens."

463. "Deze essentie van waarheid maakt hem rustig, hij oefent zichzelf in zelfbeheersing, en door een leven te van goed gedrag te leiden komt hij tot volledig begrip. Dit is waar offergaven gegeven moeten worden wanneer offergaven verdiend worden. Dit is waar de brahmaan, de man die uit is op goede daden, offergaven geeft."

464. "Er zijn zwervers die hun thuis opgegeven hebben en zintuiglijke plezieren laten varen, die geoefend zijn in zelfbeheersing en wiens bewegingen zo recht zijn als een pijl. Dit is waar offergaven gegeven moeten worden wanneer offergaven verdiend worden. Dit is waar de brahmaan, de man die uit is op goede daden, offergave geeft."

465. "Zij zijn degene die vrij zijn van hartstocht en met goed ontwikkelde vermogens, die zoals de maan, bevrijd zijn uit de greep van Rahu. Dit is waar offergaven gegeven moeten worden wanneer offergaven verdiend worden. Dit is waar de brahmaan, de man die uit is op goede daden, offergaven geeft."

466. "Voor deze wereld-zwervers is er niets waar zij zich aan hechten. Zij zijn altijd waakzaam en hebben afgedaan met zelfzuchtige gedachten."

467. "De zwervende overwinnaar die zintuiglijke plezieren heeft laten varen, heeft gezien waar geboorte en dood eindigen. In de volledige uitblussing is hij zo koel als een meer; hij is de 'zo gegane' (de Tathagata) en hij is offers waardig."

468. "Op een lijn met zijn gelijken, met de gelijkmoedige van geest en voorbij de vergelijking met de wankelbaren, heeft de Tathagata onbegrensde wijsheid. Niets in deze wereld of elders kan hem bezoedelen. De Tathagata is offers waardig."

469. "Trots en eigendunk bestaan niet in hem, er is geen spoor van onwetendheid, van zelfzuchtige gedachten of van begeerte. Met boosheid is afgedaan en in de uiterste kalmte van volledige uitblussing heeft de brahmaan de bezoedeling van verdriet verwijderd. De Tathagata is offers waardig."

470. "Zijn geest blijft nergens meer in steken. Vastklampen is er in het geheel niet meer bij. Omdat hij zichzelf nergens in de wereld of elders aan vastgrijpt, is de Tathagata offers waardig."

471. "Hij is de stroom overgestoken, de geest is bedaard. In de perfectie van kennis heeft hij zich gerealiseerd hoe dingen zijn. Hij is in zijn laatste lichaam en de hartstochten zijn opgebrand. De Tathagata is offers waardig."

472. "De bedwelming van het bestaan is vernietigd en uitgeroeid, zo ook beledigende taal; er is niets meer van dat. Bevrijdt en volkomen in ieder respect, is de Tathagata offers waardig."

473. "Hij heeft alle banden van zich afgeschud; hij wordt nergens meer op geen enkele manier aan gebonden en er is nooit enige trots, zelfs niet wanneer hij onder trotse mensen is. Hij is tot het begrip gekomen van waar lijden begint en tot hoe ver dat gaat. De Tathagata is offers waardig."

474. "Hij zoekt naar afzondering, verwerpt begeerte en hij is vrij van meningen. Aan geen enkel zintuiglijk object wordt vastgeklampt, wat het ook is. De Tathagata is offers waardig."

475. "Alle banden van welke beschrijving dan ook, die door en door onderzocht zijn, zijn vernietigd en uitgeroeid; ze zijn allemaal verdwenen. Kalm in de vrijheid van uitgebluste gehechtheid is hij de Tathagata; hij is offers waardig."

476. "Hij ziet het einde van geboorte, het einde van gewoontepatronen. Hij heeft het pad van hartstocht volledig verlaten; zuiver, foutloos, vlekkeloos, smetteloos, hij is de Tathagata; hij is offers waardig."

477. "Hij ziet zichzelf niet in termen van een 'zelf'; hij is evenwichtig, oprecht, sterk en vrij van begeerte, vrij van wrangheid en vrij van twijfel. Hij is de Tathagata; hij is offers waardig."

478. "Er is niets in hem dat tot twijfel kan leiden; bronnen van onwetendheid zijn verdwenen, er is er geen enkele meer over. Hij kijkt met inzicht naar alle verschijnselen. Hij draagt zijn laatste lichaam. Volledige verlichting is bereikt, hij is verheven en gezegend, de zuivering van de persoon heeft plaatsgevonden. Dit is de Tathagata; hij is offers waardig."

479. De brahmaan: "Ik heb een wezen ontmoet dat volledige wijsheid heeft; moge mijn offergave daarom waardig zijn! Met Brahma als mijn getuige, vraag ik de Boeddha mij te accepteren; wil de Boeddha deze offergave van mij aannemen?"

480. De Boeddha: "Welnu, brahmaan, ik neem geen offergave aan door het opzeggen van teksten; dit is niet de manier van mensen met perfecte wijsheid. Verlichte wezens verwerpen wat is verkregen door het opzeggen van teksten, en omdat dit de waarheid is, zal dit altijd de Leer van de Boeddha's zijn."

481. "U kunt een grote wijze bedienen die perfect is, die hartstochtloos is en die rusteloosheid gekalmeerd heeft, met enig ander voedsel en drinken. Dat zal een veld van verdiensten zijn voor de man die uit is op verdiensten."

482. De brahmaan: "Heel goed, mijn Heer. Maar ik zou willen weten aan welke mensen zoals ik, offergave zou moeten geven. Vertel mij, in het licht van uw Leer: naar wie moet ik uitkijken als ik een offergave doe?"

483-484. De Boeddha:

"Waar geen geredetwist is,
waar de geest onverstoord is,
waar vrijheid van genot is,
waar met luiheid afgedaan is,
waar hartstochten overwonnen zijn."

"Waar geboorte en dood begrepen zijn --
daar is de man van wijsheid, de muni;
waar zo'n persoon aanwezig is, is het goed een offergave te doen."

485. "U dient hem te verwelkomen en hem te eren met eten en drinken, zonder een enkel spoor van een ontevreden blik. Dit is hoe een gave effectief zal zijn."

486. De brahmaan: "Boeddha, u bent een gave waardig, een onovertrefbaar veld van verdienste en een ontvanger van offergave! Wat aan u vanwege verering gegeven wordt is van immense vrucht."

Toen zei Sundarika Bharadvaja tegen de Boeddha: "Het is verbazingwekkend, Eerwaarde Gotama, het is wonderbaarlijk, Eerwaarde Gotama! Net zoals iemand rechtzet wat op z'n kop staat, openbaar maakt wat verborgen was, of de weg wijst aan hem die verdwaald is, of een lamp omhoog houdt in de duisternis zodat zij die ogen hebben dingen zullen zien; net zo is de Dhamma door de Eerwaarde Gotama op vele manieren uitgelegd! Daarom, neem ik mijn toevlucht in hem, in zijn Dhamma en in zijn Sangha. Ik wil het thuisloze leven ingaan en de hogere inwijding nabij de Eerwaarde Gotama ontvangen."

Toen werd Sundarika Bharadvaja ingewijd als een leek en ontving de hogere inwijding nabij de Boeddha. Later, door een leven te leiden in afzondering, ijverig, energiek en met een vastbesloten wil, begreep, ervoer en verwezenlijkte hij in korte tijd, die hoogste perfectie van een edel leven waarvoor de zonen van goede gezinnen het huiselijke leven op harmonieuze wijze verlaten, en het thuisloze leven aangaan. Wedergeboorte werd ten einde gebracht; een edel leven was geleefd; wat gedaan moest worden was gedaan en in dit aardse bestaan was er niets anders meer wat nog gedaan moest worden: Sundarika Bharadvaja was een van de Arahats geworden.

RegID: Snp3-04
Bijgewerkt op: 12 oktober 2006
Auteur: Peter van Loosbroek - Ananda
Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright: Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overige informatie: Geen