Het goede leven

Dhammacariya Sutta

Degene die afbreuk doet aan het heilige leven moet verbannen worden.

274. Als iemand het huiselijke leven opgeeft, een kluizenaar wordt en een puur en celibatair leven leidt, is dit het waardevolste juweel.

275. Hoe dan ook, als hij een praatziek karakter heeft en beestachtige gewoontes heeft die voortkomen uit het plezier hebben in het kwetsen van anderen; het leven van zo een wordt dan minderwaardig en zijn bezoedelingen nemen toe.

276. Een monnik die geniet van redetwisten, die versluierd is door begoocheling, die verstaat de Dhamma niet die door de Boeddha gepredikt is, zelfs niet als deze uitgelegd wordt.

277. Geleid door onwetendheid (avijja), begrijpt hij niet dat het kwetsen van degene wiens geest goed geordend is, wangedrag is dat naar een onheilzame staat voert.

278. Deze monnik, zal absoluut na de dood ellende ervaren, naar plaatsen van lijden gaan, van geboorte tot geboorte, van duisternis naar nog grotere duisternis.

279. Zoals een beerput die al enkele jaren gevuld wordt moeilijk te zuiveren is, zo is ook een onzuiver wezen moeilijk te zuiveren.

280. Monniken, als jullie zo iemand kennen die sterk gehecht is aan het wereldse leven, die onheilzame verlangens heeft, achterbakse motieven en wiens gedrag kwaadaardig is.

281. Verban hem dan en stoot hem uit, volledig; veeg hem eruit zoals stof, weiger hem, verwijder hem!

282. Verwijder dan deze niet deugenden die geen monniken zijn, maar doen alsof ze dat wel zijn; verwerp hen die hiervoor genoemde ongewenste karaktertrekken bezitten!

283. Wees zuiver en ga om met de zuiveren; ben waakzaam, eendrachtig en sta op; maak een einde aan lijden!

RegID: Snp2-06
Bijgewerkt op: 8 mei 2004
Auteur: Peter van Loosbroek - Ananda
Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright: Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overige informatie: Geen