Het verzoek

Ayacana Sutta

Zal de Leer verkondigd worden? In deze toespraak verzoekt Brahma Sahampati de Boeddha de Leer te verkondigen als hij merkt dat de Gezegende daar in eerste instantie van af wil zien.

Ik hoorde dat de Gezegende, toen hij nog maar net verlicht was, te Uruvela verbleef op de oever van de rivier de NeraŮjara, aan de voet van de Nigrodha boom van de Geiten Herder. Toen, terwijl hij alleen en in afzondering was, ontstond deze gedachte in hem: 'Deze Dhamma die ik verworven heb, is diepgaand, moeilijk te begrijpen, moeilijk te realiseren, vredig, zeer fijn, voorbij het gebied van veronderstellingen, subtiel, wordt door de wijzen zelf ervaren. Maar deze generatie, die genoegens beleeft aan gehechtheid, die opgewonden is door gehechtheid, beleeft vreugde aan gehechtheid. Voor een generatie, die genoegens beleeft aan gehechtheid, die opgewonden is door gehechtheid, die vreugde beleeft aan gehechtheid, zijn conditionering en het onderling afhankelijke ontstaan moeilijk te begrijpen. En ook deze staat is moeilijk te begrijpen: de ontbinding van alle dingen, het laten varen van elk persoonlijk proces van het worden, de beŽindiging van het hunkeren; hartstochtloosheid; de opheffing; het Ongebondene. Als ik de Dhamma zou onderwijzen en anderen zouden mij niet begrijpen, dan zou dat mij alleen maar vermoeienis en problemen bezorgen.'

En toen ontstonden in de Gezegende deze verzen die voorheen niet gesproken waren, die nog niet gehoord waren:

'Genoeg nu met onderwijzen,
wat alleen ik met grote moeite heb bereikt.
Deze Dhamma is niet makkelijk te realiseren
door hen die overmand zijn door haat en hartstocht.

Datgene wat diepzinnig is, subtiel, diep,
wat moeilijk te zien is,
datgene dat tegen de stroom ingaat --
zij die genoegens beleven aan hartstocht,
die gehuld zijn in de grote duisternis,
zullen het niet begrijpen.'

Toen de Gezegende aldus nadacht, boog zijn geest af om zich daar geen zorgen over te maken, om de Dhamma niet te onderwijzen.

Toen Brahma Sahampati, nadat hij met zijn eigen gewaarzijn dat wat de Gezegende zo dacht gewaar werd, dacht hij: 'De wereld is verloren! De wereld is vernietigd! De geest van de Tathagata, de Arahat, de Volledig Verlichte buigt af zich daar geen zorgen over te maken, om de Dhamma niet te onderwijzen!' Toen, net zoals een sterke man zijn gebogen arm uitstrekt of zijn uitgestrekte arm buigt, zo verdween Brahma Sahampati uit de Brahma-wereld en verscheen hij voor de Gezegende. Zijn oppergewaad over een schouder ordenend, knielde hij neer met zijn rechterknie op de grond, begroette de Gezegende met zijn handen voor zijn hart, en hij zei tegen hem:

"Heer, laat de Gezegende de Dhamma onderwijzen! Laat de Tathagata de Dhamma onderwijzen! Er zijn wezens met weinig stof in hun ogen die verloren zijn wanneer zij de Dhamma niet horen. En er zullen er zijn die de Dhamma zullen begrijpen."

Dat is wat Brahma Sahampati zei. Toen hij dat gezegd had, zei hij verder: "In het verleden verscheen er onder het volk van Magadha een onzuivere Dhamma, verzonnen door de bezoedelden. Open de deur naar het Onsterfelijke! Laat hen de Dhamma horen die door de Vlekkenloze gerealiseerd is! Net zoals iemand die op een steile rots staat en mensen onder hem zal zien, beklim zo, o wijze, met een alles doordringend inzicht, het paleis dat gevormd wordt door de Dhamma. Aanschouw, vrij van lijden, de mensen die in lijden ondergedompeld zijn, gekweld door geboorte en ouderdom. Sta op, held, overwinnaar in de strijd! O Leraar, zwerf zonder schuld in de wereld. Onderwijs de Dhamma, o Gezegende. Er zullen er zijn die haar begrijpen!"

Toen, nadat de Gezegende de uitnodiging van Brahma Sahampati begrepen had, overzag hij uit mededogen voor alle wezens, de wereld met het oog van een Ontwaakte. Toen hij dat zo deed, zag hij wezens met weinig stof in hun ogen en wezens met veel stof in hun ogen, wezens met scherpzinnige vermogens en wezens met stompzinnige vermogens, wezens met goede eigenschappen en wezens met slechte eigenschappen, wezens die makkelijk te onderwijzen zijn en wezens die moeilijk te onderwijzen zijn, sommige van hen zagen schande en gevaar in de andere wereld.

Net zoals in een vijver met blauwe, rode of witte lotussen, geboren en al groeiende in het water -- kunnen bloeien terwijl ze ondergedompeld zijn in het water, zonder boven het water uit te steken; sommige kunnen op een gelijke hoogte staan met het wateroppervlak, terwijl sommigen boven het water uitsteken, zonder door het water bezoedeld te zijn -- zo ook, overzag de Gezegende met het oog van een Ontwaakte, wezens met weinig stof in hun ogen en wezens met veel stof in hun ogen, wezens met scherpzinnige vermogens en wezens met stompzinnige vermogens, wezens met goede eigenschappen en wezens met slechte eigenschappen, wezens die makkelijk te onderwijzen zijn en wezens die moeilijk te onderwijzen zijn, sommigen van hen zagen schande en gevaar in de andere wereld.

Toen hij dit gezien had, antwoordde hij Brahma Sahampati in een vers:

"Open zijn de deuren der Onsterfelijkheid
voor hen die willen luisteren.

Laat hen hun overtuiging zien.

Doordat ik moeilijkheden bespeur, Brahma,
heb ik de mensen niet de subtiele, verheven Dhamma verteld."

Toen dacht Brahma Sahampati: 'De Gezegende heeft ermee ingestemd de Dhamma te onderwijzen', en hij boog zich voor de Gezegende voorover, en hem aan zijn rechterzijde houdend, verdween hij.

RegID: S06-001
Bijgewerkt op: 25 augustus 2004
Auteur: Peter van Loosbroek - Ananda
Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright: Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overige informatie: Geen