De hondendienst asceet

Kukkuravatika Sutta

De Boeddha ontmoet twee asceten: de ťťn imiteert het gedrag van een hond; de ander dat van een os. De Boeddha levert hun een toespraak over wilshandelingen (kamma) en het gevolg (vipaka) en openbaart hun bestemming wanneer zij hun oefening vervolmaakt hebben.

1. Aldus heb ik gehoord. Eens verbleef de Gezegende in het land van de Koliya's, in de stad Haliddavasana.

2. Toen gingen Punna, de zoon van de Koliya's en een ossendienst asceet, en ook Seniya, de naakte hondendienst asceet, naar de Gezegende[1]. Punna de ossendienst asceet bracht de Gezegende hulde en ging naast hem op de grond zitten; Seniya de naakte hondendienst asceet, wisselde begroetingen met de Gezegende uit en nadat het hoffelijke en vriendelijke gesprek beŽindigd was, nam ook hij plaats aan zijn zijde. Hij rolde zichzelf op als een hond.

Toen Punna de ossendienst asceet zat, vroeg hij de Gezegende: "Eerwaarde Heer, deze naakte hondendienst asceet Seniya doet wat moeilijk te doen is: hij eet zijn voedsel als het op de grond geworpen wordt. Dat hondenbestaan is lang geleden door hem opgepakt en is sinds lange tijd door hem beoefend. Wat zal zijn bestemming zijn? Wat zal zijn richting voor de toekomst zijn?"

"Genoeg, Punna, laat dat zo. Vraag me dat niet."

Een tweede maal en een derde maal vroeg Punna de ossendienst asceet aan de Gezegende: "Eerwaarde Heer, deze naakte hondendienst asceet Seniya doet wat moeilijk te doen is: hij eet zijn voedsel als het op de grond geworpen wordt. Dat hondenbestaan is lang geleden door hem opgepakt en is sinds lange tijd door hem beoefend. Wat zal zijn bestemming zijn? Wat zal zijn richting voor de toekomst zijn?"

"Welnu, Punna, omdat ik je kennelijk niet kan overtuigen wanneer ik zeg 'Genoeg, Punna, laat dat zo. Vraag me dat niet', zal ik je antwoorden."

3. "Hier, Punna, ontwikkelt iemand onafgebroken en ten volle de dienst om een hond te worden, hij ontwikkelt onafgebroken en ten volle de gewoontes van een hond, hij ontwikkelt onafgebroken en ten volle de geest van een hond, hij ontwikkelt ten volle en onafgebroken het gedrag van een hond. Omdat hij dat zo gedaan heeft wordt hij, na de ontbinding van het lichaam, na de dood, wedergeboren in het gezelschap van honden."

"Maar als zijn inzicht zodanig is: 'Door deze verdienste of door dit werk of door dit ascetisme of door dit religieuze leven zal ik een (voorname) god worden of een andere god (van lagere rangorde)', dan is dat in zijn geval een verkeerd inzicht. Ik zeg dat er twee bestemmingen zijn voor iemand met een verkeerd inzicht: de hel of de baarmoeder van een dier. Dus, Punna, als zijn hondenwerk succesvol is, zal het hem naar het gezelschap van honden brengen; zo niet, dan zal het hem naar de hel brengen[2]."

4. Toen dit gezegd was, weende Seniya de naakte hondendienst asceet, en vergoot hij tranen. Toen richtte de Gezegende zich tot Punna, zoon van de Koliya's en een ossendienst asceet: "Punna, ik kon je niet overtuigen toen ik zei: 'Genoeg, Punna, laat dat zo. Vraag me dat niet.'"

Toen zei Seniya, de hondendienst asceet[3]: "Eerwaarde Heer, ik ween niet omdat de Gezegende dit over mij heeft gezegd. Maar deze hondendienst is lang geleden door mij opgepakt en is sinds lange tijd door mij beoefend. Eerwaarde Heer, hier is Punna, een zoon van de Koliya's en een ossendienst asceet; dat ossenbestaan is lang geleden door hem opgepakt en is sinds lange tijd door hem beoefend. Wat zal zijn bestemming zijn? Wat zal zijn richting voor de toekomst zijn?"

"Genoeg, Seniya, laat dat zo. Vraag me dat niet."

Een tweede maal... Een derde maal vroeg Seniya de hondendienst asceet aan de Gezegende: "Eerwaarde Heer, hier is Punna, een zoon van de Koliya's en een ossendienst asceet; dat ossenbestaan is lang geleden door hem opgepakt en is sinds lange tijd door hem beoefend. Wat zal zijn bestemming zijn? Wat zal zijn richting voor de toekomst zijn?"

"Welnu, Seniya, omdat ik je kennelijk niet kan overtuigen wanneer ik zeg 'Genoeg, Seniya, laat dat zo. Vraag me dat niet', zal ik je antwoorden."

5. "Hier, Seniya, ontwikkelt iemand onafgebroken en ten volle de dienst om een os te worden, hij ontwikkelt ten volle en onafgebroken de gewoontes van een os, hij ontwikkelt ten volle en onafgebroken de geest van een os, hij ontwikkelt ten volle en onafgebroken het gedrag van een os. Omdat hij dat zo gedaan heeft wordt hij, na de ontbinding van het lichaam, na de dood, wedergeboren in het gezelschap van ossen."

"Maar als zijn inzicht zodanig is: 'Door deze verdienste of door dit werk of door dit ascetisme of door dit religieuze leven zal ik een (voorname) god worden of een andere god (van lagere rangorde)', dan is dat in zijn geval een verkeerd inzicht. Ik zeg dat er twee bestemmingen zijn voor iemand met een verkeerd inzicht: de hel of de baarmoeder van een dier. Dus, Seniya, als zijn ossenwerk succesvol is, zal het hem naar het gezelschap van ossen brengen; zo niet, dan zal het hem naar de hel brengen."

6. Toen dit gezegd was, weende Punna, een zoon van de Koliya's en een ossendienst asceet, en vergoot hij tranen. Toen richtte de Gezegende zich tot Seniya, de ossendienst asceet: "Seniya, ik kon je niet overtuigen toen ik zei: 'Genoeg, Seniya, laat dat zo. Vraag me dat niet.'"

Toen zei Punna, de ossendienst asceet: "Eerwaarde Heer, ik ween niet omdat de Gezegende dit over mij heeft gezegd. Maar deze ossendienst is lang geleden door mij opgepakt en sinds lange tijd beoefend. Eerwaarde Heer, dit vertrouwen heb ik in de Gezegende: 'De Gezegende is in staat mij de Dhamma te leren op een zodanige wijze dat ik wellicht deze ossendienst kan neerleggen en dat deze naakte hondendienst asceet Seniya wellicht zijn hondendienst kan neerleggen.'"

"Dan, Punna, luister goed naar wat ik zal zeggen."

"Ja, Eerwaarde Heer", antwoordde hij. De Gezegende zei dit:

7. "Punna, er zijn door mij vier soorten kamma verkondigd nadat ik die mijzelf gerealiseerd had door rechtstreekse kennis. Welke zijn die vier? Er is donker kamma met donkere rijping, er is helder kamma met heldere rijping, er is donker-en-helder kamma met donkere-en-heldere rijping, en er is kamma dat noch donker noch helder is met noch donkere noch heldere rijping (vipaka), kamma dat leidt tot de uitdoving van kamma."

8. "En wat, Punna, is donker kamma met donkere rijping? Hier zet iemand een ongezonde lichamelijke formatie op gang, hij zet een ongezonde verbale formatie op gang, hij zet een ongezonde mentale formatie op gang[4]. Nadat hij een ongezonde lichamelijke formatie, een ongezonde verbale formatie en een ongezonde mentale formatie op gang heeft gezet, wordt hij wedergeboren in een ongezonde wereld. Wanneer hij in een ongezonde wereld is wedergeboren, zullen ongezonde indrukken hem raken. Geraakt door ongezonde indrukken, voelt hij ongezonde gevoelens, bijzonder pijnlijk, net zoals in het geval van wezens in de hel. Aldus is de wedergeboorte van een wezen toe te schrijven aan het wezen zelf: iemand wordt wedergeboren in overeenstemming met het kamma dat hij heeft verricht. Wanneer iemand is wedergeboren, treffen indrukken hem. Zo, zeg ik, zijn wezens de erfgenamen van hun eigen kamma. Dit wordt genoemd: donker kamma met donkere rijping."

9. "En wat, Punna, is helder kamma met heldere rijping? Hier zet iemand een gezonde lichamelijke formatie op gang, hij zet een gezonde verbale formatie op gang, hij zet een gezonde mentale formatie op gang. Nadat hij een gezonde lichamelijke formatie, een gezonde verbale formatie en een gezonde mentale formatie op gang heeft gezet, wordt hij wedergeboren in een gezonde wereld. Wanneer hij in een gezonde wereld is wedergeboren, zullen gezonde indrukken hem raken. Geraakt door gezonde indrukken, voelt hij gezonde gevoelens, bijzonder aangenaam, net zoals in het geval van de goden van Schitterende Glorie. Aldus is de wedergeboorte van een wezen toe te schrijven aan het wezen zelf: iemand wordt wedergeboren in overeenstemming met het kamma dat hij heeft verricht. Wanneer iemand is wedergeboren, treffen indrukken hem. Zo, zeg ik, zijn wezens de erfgenamen van hun eigen kamma. Dit wordt genoemd: helder kamma met heldere rijping."

10. "En wat, Punna, is donker en helder kamma met donkere en heldere rijping? Hier zet iemand een lichamelijke formatie op gang die en ongezond en gezond is, hij zet een verbale formatie op gang die en ongezond en gezond is, hij zet een mentale formatie op gang die en ongezond en gezond is. Nadat hij een lichamelijke formatie die en ongezond en gezond is, een verbale formatie die en ongezond en gezond is en een mentale formatie op gang heeft gezet die en ongezond en gezond is, wordt hij wedergeboren in een wereld die en ongezond en gezond is. Wanneer hij in een wereld is wedergeboren die en ongezond en gezond is, zullen hem en ongezonde en gezonde indrukken raken. Aangeraakt door en ongezonde en gezonde indrukken, voelt hij en ongezonde en gezonde gevoelens, aangename en onaangename met elkaar gemengd, net zoals in het geval van menselijke wezens, sommige goden en sommige wezens in de lagere werelden. Aldus is de wedergeboorte van een wezen toe te schrijven aan het wezen zelf: iemand wordt wedergeboren in overeenstemming met het kamma dat hij heeft verricht. Wanneer iemand is wedergeboren, treffen indrukken hem. Zo, zeg ik, zijn wezens de erfgenamen van hun eigen kamma. Dit wordt genoemd: donker en helder kamma met donker en heldere rijping."

11. "En wat, Punna, is noch donker noch helder kamma met noch donkere noch heldere rijping, kamma dat leidt tot de uitdoving van kamma? De intentie om het opgeven van donker kamma met donkere rijping, de intentie om het opgeven van helder kamma met heldere rijping, de intentie om het opgeven van kamma dat donker en helder is met donkere en heldere rijping -- dat is kamma dat noch donker noch helder is met noch donker noch heldere rijping, kamma dat leidt tot de uitdoving van kamma[5]. Dit zijn de vier soorten kamma die door mij zijn verkondigd nadat ik die mijzelf gerealiseerd had door rechtstreekse kennis.

12. Toen dit gezegd was, zei Punna, een zoon van de Koliya's en een ossen-plicht asceet, tegen de Gezegende: "Het is verbazingwekkend, Eerwaarde Gotama, het is wonderbaarlijk, Eerwaarde Gotama! Net zoals iemand rechtzet wat op z'n kop staat, openbaar maakt wat verborgen was, of de weg wijst aan hem die verdwaald is, of een lamp omhoog houdt in de duisternis zodat zij die ogen hebben dingen zullen zien; net zo is de Dhamma door de Eerwaarde Gotama op vele manieren uitgelegd! Daarom, neem ik mijn toevlucht in hem, in zijn Dhamma en in zijn Sangha. Dat de Gezegende mij als een volgeling moge aannemen als iemand die zijn toevlucht heeft genomen vanaf deze dag tot het einde van zijn leven!"

13. Maar Seniya de naakte honden-plicht asceet zei: "Het is verbazingwekkend, Eerwaarde Gotama, het is wonderbaarlijk, Eerwaarde Gotama! Net zoals iemand rechtzet wat op z'n kop staat, openbaar maakt wat verborgen was, of de weg wijst aan hem die verdwaald is, of een lamp omhoog houdt in de duisternis zodat zij die ogen hebben dingen zullen zien; net zo is de Dhamma door de Eerwaarde Gotama op vele manieren uitgelegd! Daarom, neem ik mijn toevlucht in hem, in zijn Dhamma en in zijn Sangha. Ik wil het thuisloze leven ingaan en de hogere inwijding nabij de Eerwaarde Gotama ontvangen."

14. "Seniya, wie voorheen een volgeling van een andere leerstelling is geweest, en die wil toetreden en de hogere inwijding wil ontvangen in deze Dhamma en Discipline, die heeft een proeftijd van vier maanden. Aan het einde van deze vier maanden, wanneer de monniken tevreden met hem zijn, dan laten zij hem toe en wijden zij hem in als een monnik. Hoe dan ook, ik zie een verschil tussen persoonlijkheden."

"Als, Heer, wie voorheen een volgeling van een andere leerstelling is geweest, en die wil toetreden en de hogere inwijding wil ontvangen in deze Dhamma en Discipline, en die een proeftijd heeft van vier maanden (...) dan zal ik een proeftijd hebben van vier jaren. Als aan het einde van deze vier jaren, de monniken tevreden met mij zijn, laat mij dan toetreden en laat hen mij als monnik inwijden!"

15. Toen werd Seniya ingewijd als een leek en ontving de hogere inwijding nabij de Boeddha. Later, door een leven te leiden in afzondering, ijverig, energiek en met een vastbesloten wil, begreep, ervoer en verwezenlijkte hij in korte tijd, die hoogste perfectie van een edel leven waarvoor de zonen van goede gezinnen het huiselijke leven op harmonieuze wijze verlaten, en het thuisloze leven aangaan. Wedergeboorte werd ten einde gebracht; een edel leven was geleefd; wat gedaan moest worden was gedaan en in dit aardse bestaan was er niets anders meer wat nog gedaan moest worden: Seniya was een van de Arahats geworden.

Eindnoten

[1] MA: Punna droeg hoorns op zijn hoofd en had een staart van achteren vastgebonden. Zo ging hij met de koeien gras eten. Seniya volbracht alle handelingen die kenmerkend voor een hond zijn.

[2] Het dient vermeld te worden dat een verkeerde levenswijze voor een asceet minder zwaardere gevolgen heeft wanneer die levenswijze beoefend wordt zonder verkeerd inzicht dan wanneer dat gepaard gaat met verkeerd inzicht. Hoewel er tegenwoordig slechts enkelen de hondenplicht oefening beoefenen, zijn er vele afwijkende levensstijlen over de gehele wereld verspreid. En naarmate deze verdedigd worden door verkeerd inzicht, des te pijnlijker de gevolgen zullen zijn. Zie ditthi; niyata miccha ditthi; kamma; kamma patha in wbk.

[3] Wie wat zei, kan hier verwarrend overkomen, tenzij je er vanuit gaat dat Punna en Seniya allebei huilen. Dat is overigens niet zo ondenkbaar... Er is hier geen sprake van een naamsverwarring.

[4] Een bezoedeld kamma begaan door het lichaam (spraak, geest).

[5] MA: Dit is de handeling van de vier bovenwereldse paden waarvan Arahatschap het hoogtepunt is. Ofschoon de Arahat wel daden uitvoert, hebben zijn daden geen karmische potentie meer om nieuw bestaan te genereren of gevolgen voort te brengen, zelfs niet in het huidige bestaan.

RegID: M057
Bijgewerkt op: 22 mei 2004
Auteur: Peter van Loosbroek - Ananda
Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright: Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overige informatie: Geen