De indachtigheid van de dood

Maranassati Sutta - 1

Niet soms, maar zeer vaak de dood indachtig zijn.

Aldus heb ik gehoord. Eens verbleef de Gezegende te Nadika, in de Stenen Hal. Daar sprak hij de monniken aan: "Monniken." -- "Ja, Heer", antwoordden de monniken.

En de Gezegende zei: "Indachtigheid van de dood (marananussati), wanneer die ontwikkeld en voortgezet is, is van grote vrucht en van groot voordeel. Het stort zich in het onsterfelijke, en heeft het onsterfelijke als haar uiteindelijke doel. Daarom zouden jullie de indachtigheid van de dood moeten ontwikkelen."

Toen dit was gezegd, was er een zekere monnik die zei: "Ik heb de indachtigheid van de dood al ontwikkeld."

"En hoe ontwikkel jij de indachtigheid van de dood?"

"Dan denk ik: 'O, wanneer ik slechts een dag en een nacht zou leven, dat ik dan aandacht mag schenken aan de instructies van de Gezegende. Ik zou dan een grote taak hebben volbracht. Dit is hoe door mij de indachtigheid van de dood wordt ontwikkeld.'"

Toen sprak er een andere monnik tot de Gezegende: "Ook ik heb de indachtigheid van de dood al ontwikkeld", zei hij.

"En hoe ontwikkel jij de indachtigheid van de dood?"

"Ik denk dan: 'O, wanneer ik slechts een dag zou leven, dat ik dan aandacht mag schenken aan de instructies van de Gezegende. Ik zou dan een grote taak hebben volbracht. Dit is hoe door mij de indachtigheid van de dood wordt ontwikkeld.'"

Toen sprak er een andere monnik tot de Gezegende: "Ook ik heb de indachtigheid van de dood al ontwikkeld (...) Ik denk dan: 'O, als ik slechts de tijd zou leven die nodig is om een maaltijd te nuttigen, dat ik dan aandacht mag schenken aan de instructies van de Gezegende. Ik zou dan een grote taak hebben volbracht. Dit is hoe door mij de indachtigheid van de dood wordt ontwikkeld.'"

Toen sprak er een andere monnik tot de Gezegende: "Ook ik heb de indachtigheid van de dood al ontwikkeld (...) Ik denk dan: 'O, als ik de tijd zou leven die nodig is om vier gekauwde happen voedsel door te slikken, dat ik dan aandacht mag schenken aan de instructies van de Gezegende. Ik zou dan een grote taak hebben volbracht. Dit is hoe door mij de indachtigheid van de dood wordt ontwikkeld.'"

Toen sprak er een andere monnik tot de Gezegende: "Ook ik heb de indachtigheid van de dood al ontwikkeld (...) Ik denk dan: 'O, als ik de tijd zou leven die nodig is om uit te ademen na ingeademd te hebben, of de tijd die nodig is om in te ademen na uitgeademd te hebben, dat ik dan aandacht mag schenken aan de instructies van de Gezegende. Ik zou dan een grote taak hebben volbracht. Dit is hoe door mij de indachtigheid van de dood wordt ontwikkeld.'"

Toen dit was gezegd, sprak de Gezegende tot de monniken: "Wie dan ook de indachtigheid van de dood ontwikkelt, en denkt: 'O, dat als ik voor een dag en een nacht zou leven (...) voor een dag (...) voor de tijd die nodig is om een maaltijd te nuttigen (...) voor de tijd die nodig is om vier gekauwde happen voedsel door te slikken, ik dan aandacht mag schenken aan de instructies van de Gezegende. Ik zou dan een grote taak hebben volbracht' -- van hen wordt gezegd dat zij onachtzaam leven. Zij ontwikkelen de indachtigheid van de dood -- voor het beŽindigen van de bezoedelingen -- langzaam."

"Maar door wie dan ook, de indachtigheid van de dood wordt ontwikkeld, en hij denkt: 'O, als ik zal leven voor een tijd die nodig is om ťťn hap gekauwd voedsel door te slikken (...) voor een tijd die nodig is om uit te ademen na ingeademd te hebben, of de tijd die nodig is om in te ademen na uitgeademd te hebben, dat ik dan aandacht mag schenken aan de instructies van de Gezegende. Ik zou dan een grote taak hebben volbracht' -- van hen wordt gezegd dat zij indachtig leven. Zij ontwikkelen de indachtigheid van de dood -- voor het beŽindigen van de bezoedelingen -- scherpzinnig."

"Daarom moeten jullie jezelf zo trainen: 'Wij zullen indachtig leven. Wij zullen de indachtigheid van de dood -- voor het beŽindigen van de bezoedelingen -- op een scherpzinnige wijze ontwikkelen.' Dat is hoe jullie jezelf moeten trainen."

Dat is wat de Gezegende zei, en voldaan verheugden de monniken zich in de woorden van de Gezegende.

RegID: A06-019
Bijgewerkt op: 3 juni 2004
Auteur: Peter van Loosbroek - Ananda
Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright: Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overige informatie: Geen