Vr het uiteenvallen

Purabheda Sutta

Over de kwaliteiten van een wijze met specifieke verwijzing naar de onthouding van twistgesprekken.

848. Vragensteller: Heer Gotama, ik wil u een vraag stellen over de perfecte man. Er zijn mensen die wij 'zij die vredig zijn' noemen. Maar kunt u mij vertellen hoe zij dingen zien en hoe zij zich gedragen?

849. De Boeddha: Een man die vredig (santi) is, die al zijn begeerte (tanha) heeft uitgeroeid voor het uiteenvallen[1], stelt zich niet afhankelijk op van het begin noch van het eind; ook is er geen fixatie op wat er tussenin gebeurt[2]. Zulk een man heeft geen voorkeuren.

850. In hem is geen haat, geen angst, geen eigendunk en geen onrust. Niets verontrust hem en niets geeft hem aanleiding om berouw van te hebben. Hij is een wijze man (muni) die zijn spraak onder controle heeft.

851. Vrij van gehechtheid omtrent de toekomst en geen verdriet omtrent het verleden; voor wat betreft meningen (ditthi) of opvattingen is er niets dat hem zal leiden. Hij kan de onthechting zien van de verstrikte wereld van zintuiglijk contact (phassa).

852. Hij heeft niets te verbergen en er is niets waar hij zich aan vastklampt. Hij is oprecht en zonder hebzucht, hij heeft geen jaloersheid en hij is bescheiden. Hij is niet minachtend over anderen en hij geeft zich niet over aan het zaaien van tweedracht (pisunaya).

853. Hij is niet een man met eigendunk (mana) of verknocht aan verlokkingen. Hij is een man die vriendelijk is, aandachtig en zonder een blindelings geloof (saddha). Hij heeft geen enkele afkeer[3].

854. Hij is niet een persoon die iets moet hebben; en als hij niets krijgt dan blijft hij gelijkmoedig[4]. Doordat hij niet gehinderd wordt door hartstocht, heeft hij geen begeerte naar nieuwe smaken.

855. Zijn aandachtigheid (sati) houdt hem in een constante gelijkmoedigheid (upekkha) waar geen plaats is voor arrogantie (mana); er is niets in de wereld waarmee hij zichzelf vergelijkt als zijnde hoger, lager of gelijk.

856. Omdat hij begrijpt hoe dingen zijn (Dhamma), is er geen afhankelijkheid in hem (anissito); er is niets waar hij zich aan vastgrijpt[5]. Voor hem is er noch begeerte (tanha) naar bestaan, noch naar niet bestaan[6].

857. Dit is een man die vredig (santi) is. Dit is iemand die niet op jacht is naar zintuiglijke plezieren; in hem is niets dat hem vastbindt. Hij is voorbij de trekkracht van elke gehechtheid.

858. Het is een man zonder kinderen, een man zonder weelde, zonder velden, zonder koeien. Het is een man met niets in hem waarvan hij zegt: 'dit is mijn zelf' en er is niets in hem dat hij verwerpt in de zin van 'dit is niet mijn zelf'[7].

859. Hij krijgt ongegronde verwijten van het gewone volk, van priesters en van kluizenaars, maar omdat hij geen hartstochten heeft[8], blijft hij onverstoord en onbewogen ten aanzien van hun woorden.

860. Het is een man zonder hebzucht, zonder bezitterigheid. De wijze (muni) beschouwt zichzelf niet als hoger, gelijk of lager dan anderen (mana). Hij is een man die geen twistgesprekken aangaat want hij is vrij van meningen (ditthi).

861. Het is een man die in deze wereld niets heeft dat hij 'mijn' noemt en ook geen verdriet heeft omdat hij 'niets heeft'. Hij verzeilt niet in het wedijveren omtrent speculatieve meningen. Dit is de man waarvan wordt gezegd dat hij vredig (santi) is.

Eindnoten

[1] Met het 'uiteenvallen' wordt de ontbinding van het lichaam bedoeld, d.w.z. de dood.

[2] Het 'begin' stelt hier het verleden voor en het 'eind' de toekomst, en 'tussenin' het heden. Dit verwijst naar de meningen (ditthi) die mensen erop nahouden.

[3] Een Arahat heeft geen begeerte en daarom ook geen afkeer tot wat dan ook.

[4] Dit verwijst naar de monnik. Een monnik staat stilzwijgend voor de deur om voor voedsel te bedelen, hij dwingt niets af. Als hem niets wordt gegeven, blijft hij onverstoord.

[5] De onafhankelijkheid verwijst hier naar het vrij zijn van meningen (ditthi) van leerstellingen, zie volgende zin.

[6] Hier verwijst de Boeddha naar de twee extremen van meningen die de wereld bezigen. In de Pali tekst letterlijk: begeerte om te worden (bhava tanha) en begeerte om niet te worden (vibhava tanha).

[7] Letterlijk in het Pali: 'wat het zelf is' (attam) en 'wat tegenover het zelf ligt' (nirattam). Hier verwijst de Boeddha naar de twee extremen omtrent zelf (atta) die zijn Leer vermijdt. Doordat op deze wijze het ego overwonnen wordt, is de bedoelde individu een man die niets meer 'mijn' noemt, vandaar het een man zonder kinderen etc. is.

[8] Geen hartstochten heeft om 'een mening' vast te houden.

RegID: Snp4-10
Bijgewerkt op: 9 februari 2007
Auteur: Peter van Loosbroek - Ananda
Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright: Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overige informatie: Geen