Tissa Metteya

Tissa Metteya Sutta

De Boeddha geeft hier advies over seksuele omgang met de verwijzing naar monniken (en nonnen). Deze behoren geen enkele seksuele omgang te hebben. Dit betekent niet dat ook lekenvolgelingen zich dienen te onthouden van seksuele gemeenschap, maar zij dienen geen abnormale, onwettige of extreme seksuele praktijken erop na te houden.

814. Tissa Metteyya: Vertel mij, hoffelijke heer, de gevaren voor hem die toegeeflijk is aan seksuele gemeenschap. Na uw Dhamma te hebben vernomen, zullen wij onszelf trainen in afzondering.

815. De Boeddha: Voor degene die toegeeflijk is aan seksuele gemeenschap[1], is de Dhamma onduidelijk en hij beoefend haar verkeerd. En omdat hij zichzelf zodoende verkeerd ontwikkelt, is dit het onedele in hem.

816. Hij, die voorheen alleen leefde, maar nu toegeeflijk is aan seksuele gemeenschap zoals een rijtuig dat niet onder controle is; zulk een persoon wordt in de wereld laag en alledaags genoemd[2].

817. Zijn eerder verworven aanzien en waardigheid raakt verloren. Wanneer hij dit begrijpt zou hij zich moeten trainen om seksuele gemeenschap te vermijden[3].

818. Hij die overmand is door gedachten, piekert als een ellendige stakker. Wanneer hij de minachting van anderen hoort, raakt hij ge´rriteerd.

819. Gekweld door de woorden van anderen, grijpt hij naar wapens[4]. Hieruit blijkt zijn grote gehechtheid; vanwege zijn begoocheling zinkt hij in een wereld van leugens.

820. Men dacht van hem dat hij een wijze was toen hij zich toelegde op het leven van een monnik. Maar nu hij toegeeflijk is aan seksuele gemeenschap, wordt hij een dwaas genoemd.

821. Door zich deze gevaren van het begin tot het einde gewaar te zijn, blijft de wijze sterk in zijn solitaire leven. Hij valt niet terug in seksuele gemeenschap.

822. Laat hem zichzelf oefenen in afzondering, want dit is het leven van hen die edel van geest zijn. Vanwege dit waant hij zichzelf niet beter dan anderen[5]; hij is waarlijk de persoon die aan de drempel van bevrijding (Nibbana) staat.

823. De kalme en vrij levende heilige blijft vrij van zintuiglijke hartstochten en is de stroom van zulke tendensen overgestoken. Hij wordt inderdaad benijd door hen die door zintuiglijke hartstochten in beslag zijn genomen.

Eindnoten

[1] Dit kan dus ook verwijzen naar lekenvolgelingen die er extreme vormen van seks op na houden.

[2] Hier wordt verwezen naar de wereldling (puthujjana).

[3] Hier wordt duidelijk de monnik bedoeld.

[4] De 'wapens' duiden hier ook op immorele verbale middelen om de tegenaanval in te zetten waardoor hij zijn leven beschadigd.

[5] Hij is vrij of bijna vrij van eigendunk (mana).

RegID: Snp4-07
Bijgewerkt op: 16 november 2006
Auteur: Peter van Loosbroek - Ananda
Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright: Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overige informatie: Geen