Nalaka

Nalaka Sutta

Het eerste gedeelte van deze toespraak beschrijft hoe Asita de kluizenaar, de toekomst van de bodhisatta voorspeld; het tweede gedeelte beschrijft hoe de Boeddha voor de neef van Asita, Nalaka, de eigenschappen van verlichting verklaart.

679. Op een dag, na zijn middagdutje, bemerkte de asceet Asita dat de dertig deva's[1] bij elkaar gekomen waren. Vol van blijheid en overvloedige verering aan Indra, waren zij gekleed in het zuiverste wit; zij zwaaiden met groot genoegen met hun gewaden en vaandels.

680. Toen hij deze opwinding zag, vroeg Asita de deva's respectvol wat zij aan het vieren waren. "Waarom zijn jullie allemaal zo blij en opgewekt?", vroeg hij. "Waarom al dat gezwaai en gedraai van die vaandels?"

681. "Ik heb nog nooit zo'n opgewondenheid gezien als dit, zelfs niet wanneer de deva's hun strijd wonnen tegen de Asura's. Wat is er aan de hand? Het moet iets geweldigs voor hen zijn om zo vreugdevol te zijn!"

682. "Zij zingen en roepen, maken muziek, dansen in het rond, klappen en zwaaien -- vertel mij, volk van de top van de berg Meru! Beantwoord alstublieft mijn vragen, stem mijn geest tevreden!"

683. "In een dorp, genaamd Lumbini, in het land van de Sakya's", antwoordden de deva's, "is een Bodhisatta geboren, een onvergelijkbaar en voortreffelijk wezen, een edele parel van genezing voor de gezondheid en goedheid van de mensenwereld! Dat is waarom wij zo blij zijn, waarom wij zo opgewonden zijn, waarom wij zo tevreden zijn."

684. "Van alle wezens is dit het perfecte wezen, deze man is de meest verhevene, de allerhoogste, de held onder de wezens! Dit is de man die onder vele leraren, het Wiel der Waarheid -- de brul van de leeuw, die de koning der dieren is -- in beweging zal zetten!"

685. Toen Asita dit nieuws hoorde, verliet hij de Tusita hemel en ging hij regelrecht naar het paleis van koning Suddhodana, de koning van de Sakya's. En daar, terwijl hij op de grond zat, zei hij tegen de Sakya's: "Waar is de prins, ik wil hem graag zien."

686. En zo lieten ze de kluizenaar Asita, 'de Onthechtte' zoals hij werd genoemd, de nieuw geboren prins zien. Hij was stralend, schitterend en prachtig. Het was alsof men gesmolten goud zag in de handen van een vakkundig meester nadat hij het in de oven had gesmolten.

687. Het zien van de prins, was het zien van helderheid -- de helderheid van de vlammen van een vuur; de helderheid van de sterrenstelsels die de nachtelijke hemel doorkruisen; de helderheid en de gloed van de zon in de herfst op een onbewolkte dag. Het was een aanblik die de asceet met vreugde vulde; hij ervoer een serene kalmte.

688. In de hemel erboven, hielden onzichtbare wezens een grote luifel omhoog die vanuit het centrum was opgebouwd uit cirkels die zich uitstrekten over duizend spaken. Andere deva's wuifden waaiers van yak-staarten op gouden stelen; ook deze deva's waren onzichtbaar.

689. De langharige asceet, 'de Donkere Pracht' zoals hij ook werd genoemd, keek naar de baby die op de oranje kleden lag -- stralend als een gouden muntstuk -- met de witte parasol die boven hem werd gehouden. Met groot genoegen pakte hij hem op.

690. Nu lag de leeuw van de Sakya's in de armen van de man die op hem had gewacht, een man die alle tekenen op zijn lichaam kon herkennen. En deze man, nu vervuld van vreugde, verhief zijn stem om deze woorden te spreken: "Er is niets vergelijkbaars met dit; dit is het allerhoogste, dit is de perfecte mens!"

691. En toen herinnerde de kluizenaar zich dat hij binnen niet al te lange tijd zou sterven, en hij werd daar zo verdrietig onder, dat hij begon te huilen. De Sakya's vroegen hem waarom hij huilde: "Is de prins in een of ander gevaar?", vroegen zij.

692. Om hun bezorgdheden te kalmeren, verklaarde de kluizenaar hen waarom hij zo bedroefd was. "Nee," zei hij, "voor zover ik kan zien zal er geen enkel gevaar of bedreiging voor het leven van de prins zijn. Juist voor hem zullen er in het geheel geen obstakels zijn. Die kunnen er eenvoudigweg niet voor hem zijn; hij is geen gewoon wezen. Luister goed."

693. "Deze prins zal tot de volbrenging van Perfecte Verlichting komen; deze prins van verheven pure wijsheid, zal uit mededogen voor het geluk van velen, het Wiel van Waarheid in beweging zetten. Het religieuze leven zal perfect worden verkondigd."

694. "Maar voor mij is er wat pijn en bedroefdheid hieromtrent. Want ik zal niet lang meer te leven hebben en gedurende zijn leven zal ik sterven. Ik zal dus niet in staat zijn om deze man, die van zulk een ongeŰvenaarde macht is, zien onderwijzen 'hoe dingen zijn'. Dat is de enige reden waarom ik zo bedroefd ben."

695. De woorden die hij sprak deed de Sakya's huiveren. Vervolgens verliet hij hen. Hij liet de binnenvertrekken van het paleis achter zich en nam zichzelf voor om een zuiver en deugdzaam leven te gaan leiden. Maar tijdens zijn vertrek dacht hij aan zijn neef Nalaka, en, vol van mededogen, ging hij eerst naar hem toe om hem te vertellen over deze man van onvergelijkbare macht en over zijn Leer.

696. "Op een dag", zei hij tegen zijn neef, "zul je iemand horen spreken over 'de Boeddha'. Je zult horen van een man die volmaakte verlichting heeft bereikt door het correcte pad te volgen. Wanneer je dit verneemt, ga dan en onderzoek alle details van zijn Leer. Leef dan met deze Meester, deze Heer, en volg de training van een zuiver leven."

697. En Nalaka, geholpen door de verdiensten die hij had verworven in de vele jaren van goede en heilzame daden, bleef alert en beheerst. Altijd het spel van zijn zintuigen matigend, keek hij uit naar de verschijning van deze zegevierende held.

698. En op een gegeven moment kwam het nieuws: de Boeddha zette het Wiel van de Leer in beweging. Op het advies van Asita, trok Nalaka erop uit om deze edele wijze te zoeken, en toen hem dat gelukt was, vroeg hij de man van wijsheid naar de hoogste wijsheid:

699. "Wat Asita mij heeft verteld, is werkelijkheid geworden", zei Nalaka. "Ik kan dat nu inzien. U, Gotama, hebt de perfectheid in alle opzichten gerealiseerd. Mag ik u nu een vraag stellen, Meester?"

700. "Ik heb voor enige tijd als een zwerver geleefd, en wil nu een monnik worden. Alstublieft, beantwoord voor mij deze vraag: Wat is de staat van de hoogste wijsheid?"

701. De verheven Meester antwoordde: "Ik zal die staat van wijsheid aan je verklaren, een staat die moeilijk te verkrijgen is en moeilijk te verwezenlijken is. Kom, wees alert en vol energie."

702. "Ontwikkel een gelijkmoedige geest. Je zult altijd lof en blaam ervaren, maar laat geen van beide het balans van de geest be´nvloeden: volg het kalme, de afwezigheid van trotsheid."

703. "Er doen zich vormen voor, zowel hoge als lage, zoals de tongen van de vlammen van een brandende boomstronk. Vrouwen verzoeken de heilige maar je zult het verlangen naar hen niet ontwikkelen."

704-705. "Vrij zijn van zintuiglijke indrukken, zonder afkeer of gehechtheid van wezens zijn, hoe zwak of sterk zij ook zullen zijn. Door zichzelf met anderen op een dergelijke manier te vergelijken: 'Net zoals ik ben, zo zijn zij; net zoals zij zijn, zo ben ik', moet hij noch doden noch anderen tot doden aanzetten."

706. "Laat de drijfveer 'Ik zal hebben' en de drijfveer 'Ik heb', los! Dat is waar de meeste mensen in de problemen komen. Zonder deze drijfveren kun je je ogen gebruiken om jezelf door deze ellendige staat te loodsen."

707. "Niet veel eten en gematigdheid in het eten, met weinig behoeften en vrij van begeerte, wordt hij niet gekweld door behoeften. Hij is verlangenloos en gekalmeerd."

708. "Hij doet de ronde voor zijn maaltijden en gaat dan naar de rand van het woud waar hij onder een boom gaat zitten."

709. "Hij legt zich toe op meditatieve training. Vanwege zijn vaardigheid in deze training kan hij het zich aangenaam maken. Terwijl hij aan de rand van het woud onder een boom mediteert, kan hij zeer vreugdevol zijn."

710. "Zo brengt hij ook de nacht door. En in de ochtend gaat hij naar het dorp. Hij laat zich niet afleiden, hij raakt niet opgewonden vanwege de giften en de uitnodigingen die mensen hem daar aanbieden."

711. "Wanneer hij in het dorp is aangekomen, haast hij zich niet van deur tot deur. Hij bedelt om voedsel zonder iets te zeggen; ook zinspeelt hij nergens op.

712. "Hij zegt slechts: 'Dit is wat mij is gegeven, dat is goed.', of 'Er is mij niets gegeven, dat is prima.' Met deze geesteshouding ten opzichte van het bedelen, kan hij ongestoord naar de boom terugkeren."

713. "Aldus zwerft hij rond met de bedelnap in zijn hand. En hoewel hij neerslachtig lijkt, is hij dat niet. Hij accepteert zelfs de kleinste gift en de meest onbeduidende gever zonder minachting en zonder trotsheid."

714. "Beide methoden, de snelle en de langzame, waardoor Nibbana kan worden bespeurd, zijn inderdaad door de asceet Gotama uiteengezet. Het wordt nooit voor de tweede maal bespeurd[2]. Dit zien van het onbekende wordt gestaag gerealiseerd[3]."

715. "Wanneer er in een persoon geen begeerte is, wanneer een monnik de stroom van worden heeft doorgekapt, wanneer hij elke verplichting en verbintenis heeft opgegeven -- dan is de koorts voorbij."

716. "Ja," zei de verheven Meester, "ik zal je de staat van wijsheid verklaren. Ben zo scherp als een scheermes. Houdt de tong ontspannen zodat het puntje tegen het verhemelte rust, je maag is rustig en beheerst[4].

717. "Ben niet lui van geest en houdt er ook geen irrelevante gedachten op na. Geen bezoedelingen, geen banden, geen afhankelijkheid; er is uitsluitend de taak om een zuiver leven te leiden."

718. "In de discipline van het afzonderlijke leven, in de taak van de kluizenaars, is wijsheid het geluid van afzondering. Wanneer de afzondering een bron van plezier wordt, dan schijnt het in alle tien de richtingen."

719. "Dit is het geluid van de meditatie van wijsheid, van hen die zintuiglijke plezieren hebben laten varen. Wanneer jij, als discipel, dit geluid hoort, dan groeit je overtuiging, je bescheidenheid en de kracht van je training."

720. "Luister naar het geluid van water. Luister naar het water dat door kloven en rotsen stroomt. Het zijn de kleinere stromen die een luidruchtig geluid maken; de grote wateren stromen stilletjes."

721. "Die zonder inhoud zijn maken veel kabaal; zij, die inhoud hebben, zijn stil. Dwaasheid is als een half gevulde pot, maar de wijze is als een meer vol water."

722. "De monnik kan over vele dingen praten met goede bedoelingen en precisie. Vanuit een wijze positie kan hij de Dhamma onderwijzen. Er is veel waarover hij vanuit die positie kan spreken."

723. "Maar wanneer een man van wijsheid zijn zelfbeheersing vasthoudt, wanneer een man van wijsheid slechts weinig spreekt, dan heb je een man van wijsheid gevonden, een man voor wie die stilte toepasselijk is en verdiend is. Zulk een man heeft de stilte van wijsheid gevonden."

Eindnoten

[1] Hier worden de Tusita deva's bedoeld.

[2] Omdat Nibbana het ongeconditioneerde is.

[3] De gestage realisering geschiedt door de vier stadia van heiligheid, zie ariya puggala/ariya.

[4] Vanwege de controle op de eetlust.

RegID: Snp3-11
Bijgewerkt op: 12 oktober 2006
Auteur: Peter van Loosbroek - Ananda
Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright: Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overige informatie: Geen