Juist gedrag

Kimsila Sutta

Sariputta vraagt de Boeddha door welk gedrag men het hoogste welzijn verwerft.

324. Sariputta: "Wat voor mens met welk karakter, met welk gedrag, door welke daden te verrichten, zal goed gegrondvest zijn en zal het hoogste welzijn verwerven?"

325. De Boeddha: "Laat hem iemand zijn die zijn ouderen eerbiedig is, die niet afgunstig is, de juiste tijd kent om de leraar te zien, het juiste moment kent om aandachtig naar de toespraken te luisteren die goed door hem worden gepredikt."

326. "Laat hem naar zijn leraren gaan op het geschikte moment; ben gehoorzaam, verwerp stijfhoofdigheid. Laat hem zich het onderwijs herinneren en beoefenen, zelfbeheerst en deugdzaam."

327. "Hij die zich verheugt en genoegen vindt in de Dhamma en die zich er goed in verankerd heeft; iemand die niet spreekt in tegenstelling tot de Dhamma; iemand die zich onthoudt van onvoordelige gesprekken, laat hem zijn tijd doorbrengen in waarheid en goed gesproken woorden."

328. "Na afgedaan te hebben met gegiechel, geklets, weeklagen, kwade wil, bedrog, huichelarij, hebzucht, kwaadaardigheid, een slecht humeur, onzuiverheid en gehechtheid, laat hem vrij van trots leven met een standvastige geest."

329. "De essentie van goed gesproken woorden is begrip. De essentie van geleerdheid en begrijpen is concentratie. De wijsheid en de geleerdheid van de mens die driftig en nalatig is, nemen niet toe."

330. "Zij die vreugde vinden in de Leer zoals die onderwezen is door de edelen, zijn uniek in spreken, in denken en in daden; zij zijn verankerd in vrede, in vriendelijkheid en in meditatie, en zij verwerven de essentie van geleerdheid en wijsheid."

RegID: Snp2-09
Bijgewerkt op: 12 oktober 2006
Auteur: Peter van Loosbroek - Ananda
Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright: Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overige informatie: Geen