Zie! Deze grijze haren!

Makhadeva Jataka

Het zien van een grijze haar doet een koning de wereld verzaken.

Dit verhaal over de Grote Verzaking werd door de Meester in het Jetavana verteld. Er wordt eveneens naar verwezen in de Nidana Katha. Bij deze gelegenheid prezen de monniken de Verzaking van de Heer van Wijsheid. Toen de Meester de Hal van de Waarheid binnenkwam en op de Boeddhazetel ging zitten, sprak de Meester de monniken aldus toe: "Wat is jullie thema, monniken, daar jullie je hier zo afgezonderd hebben?"

"Het is niets anders, Heer, dan enkel lof voor uw eigen Verzaking."

"Monniken," antwoordde de Meester, "niet alleen in deze laatste dagen verzaakte de Tathagata de wereld; in reeds lang vervlogen tijden verzaakte hij op een dergelijke manier de wereld."

De monniken vroegen de Gezegende dit aan hen te verklaren. En de Gezegende maakte aan hen duidelijk wat voor hen door wedergeboorte verborgen was gebleven.

Eens was er in Mithila in het koninkrijk van Videha, een koning, Makhadeva genaamd, die rechtvaardig was en op rechtvaardige wijze regeerde. In opeenvolgende perioden van vierentachtigduizend[1] jaren had hij zich respectievelijk als prins geamuseerd, als onderkoning geregeerd, en als koning geregeerd. Al die lange jaren had hij geleefd, toen hij op een dag tegen zijn kapper zei: "Als je een grijze haar op mijn hoofd ontdekt, vertel het me dan."

En op een dag, jaren daarna, vond de kapper tussen de ravenzwarte lokken van de koning een enkele grijze haar en hij vertelde het de koning. "Trek hem eruit, mijn vriend," zei de koning, "en leg hem in de palm van mijn hand." De kapper trok de haar met zijn gouden tang eruit en legde hem in de hand van de koning.

De koning had op dat moment nog steeds vierentachtigduizend jaren te gaan[2]; maar desalniettemin werd hij bij het zien van die ene grijze haar door diepe emotie vervuld. Hij scheen de Koning van de Dood (Mara) te zien die over hem heen gebogen stond, of het was alsof hij werd ingesloten door de vlammen van een in brand staande hut van bladeren. "Dwaze Makhadeva," krijste hij, "je hebt grijze haren gekregen voordat je bekwaam was om jezelf te bevrijden van de verdorvenheden!" En toen hij over zijn zich tonende grijze haren peinsde, ontstond er van binnen een vuur; het zweet gutste van zijn lichaam terwijl zijn gewaad dit verborgen hield. Het was schijnbaar onverdraaglijk voor hem. "Op deze grootse dag", dacht hij, "zal ik de wereld verzaken voor het monnikenleven!"

Aan zijn kapper schonk hij een dorp ter waarde van honderdduizend goudstukken. Hij berichtte zijn oudste zoon: "Mijn zoon, er verschijnen grijze haren bij mij, ik word oud. Ik heb mijn menselijke vreugde gehad, en de smaak van het goddelijke is uitgebleven. De tijd voor mijn verzaking is gekomen. Neem het gezag over. Ik zal mijn verblijfplaats kiezen in het lusthof dat het 'Makhadeva's Mango Bos' genoemd wordt. Daar zal ik het pad der asceten betreden."

Toen hij aldus verlangde naar het monnikenleven, kwamen zijn ministers naderbij en zeiden: "Wat is de reden, Heer, dat u het monnikenleven ingaat?" En terwijl hij de grijze haar in zijn hand nam, herhaalde de koning dit vers voor zijn ministers:

Zie, deze grijze haar die op mijn hoofd verscheen, is de boodschapper van de dood zelf, hij, die mijn leven komt stelen. Deze keer wendde ik me af van wereldse dingen, en in het pad van de kluizenaar vond ik reddende vrede.

En na deze woorden, verzaakte hij het gezag nog dezelfde dag en werd hij een kluizenaar. Verblijvende in dat grootste Mango Bos van Makhadeva, ontwikkelde hij daar gedurende de vierentachtigduizend jaar de Vier Verheven Staten (brahma vihara) in zichzelf, en stierf hij met inzicht en werd hij wedergeboren in de Hemel van Brahma. Van daaruit, werd hij weer koning in Mithila, onder de naam Nimi. Na zijn zich verspreid hebbende familie te hebben herenigd, werd hij nogmaals een kluizenaar in datzelfde Mango Bos, won de Vier Verheven Staten en van daaruit vertrok hij nogmaals naar de Hemel van Brahma.

Na deze uiteenzetting te hebben herhaald, dat hij op dezelfde wijze de wereld had verzaakt in lang vervlogen tijd, predikte de Meester aan het eind van zijn les de Vier Waarheden. Sommigen wonnen het eerste pad, sommigen het tweede, en sommigen het derde. Toen de twee verhalen verteld waren, verduidelijkte de Meester de connectie tussen beide en identificeerde tenslotte de geboorte, door te zeggen: "In die dagen was Ananda de kapper, Rahula de zoon, en ikzelf was Koning Makhadeva."

Eindnoten

[1] Dit betekent zeer veel jaren.

[2] In de cyclus van samsara.

RegID: J009
Bijgewerkt op: 27 juni 2004
Auteur: Peter van Loosbroek - Ananda
Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright: Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overige informatie: Geen