De filosofie van de verandering

Het is door het niet doorgronden, het niet begrijpen van de ware aard van dingen, dat wezens zich daaraan vastklampen en zodoende problemen ondervinden...

De Boeddha onderwijst dat alle dingen in een staat van een stroom of verandering verkeren; daarom zijn alle dingen vergankelijk. De altijd veranderende aard van zowel de geest als het lichaam, bewijst de onechtheid of onvolmaaktheid van het leven en de instabiliteit van het bestaan.

Omdat Khema, de wederhelft van koning Bimbisara, wist dat de Boeddha dit onderwees, probeerde ze steeds wanneer ze de tempel bezocht, een ontmoeting met de Boeddha te voorkomen. Omdat zij buitengewoon mooi was, was ze bang dat de Boeddha zijn minachting over haar zelfbewustzijn omtrent haar zelfingenomenheid zou uitspreken. Hij zou wel eens over de vergankelijke aard van dingen kunnen spreken. Maar op een zekere dag liet de koning haar toch bij de Boeddha brengen. De Boeddha creŽerde met zijn bovenwereldse gave vlak voor Khema een luchtspiegeling van een mooie vrouw. Hij liet de figuur gestaag ouder worden. Telkens wanneer Khema met haar oogleden knipperde, werd de vrouw een tiental jaren ouder: eerst was ze van middelbare leeftijd, toen van hoge leeftijd en vervolgens iemand van zeer oude leeftijd die van geen enkel nut meer kon zijn.

Door dit beeld begreep Khema wat ook voor haar gold, namelijk anicca, dukkha en anatta; m.a.w. vergankelijkheid, lijden en dat alle dingen zonder een blijvend zelf of ziel zijn. Inzicht in deze drie eigenschappen (ti lakkhana) die in alle dingen verscholen zijn, is het allerbelangrijkst om de verlichting te bereiken. En Khema begreep dit. Ze viel op haar knieŽn voor de Meester en toonde haar dankbaarheid voor deze verandering in haar inzicht hetgeen haar leven radicaal veranderde.

RegID: Div060
Bijgewerkt op: 12 mei 2004
Auteur: Peter van Loosbroek - Ananda
Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright: Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overige informatie: Geen