De Boeddha — Het laatste afscheid van de Boeddha en Yasodhara

De meeste mensen beschouwen gehechtheid als dé voorwaarde voor liefde. Maar de meeste mensen hangen erg aan de wereld, aan deze zintuiglijke sfeer. Daarom is 'liefde' voor veel mensen slechts gebaseerd op zintuiglijke genegenheid (pema). Maar echte liefde is zonder gehechtheid, dus ook zonder pijn. Waarom moet liefde pijn zijn?

Vaak wordt de Boeddha als een kille kikker gezien omdat mensen de wereld beschouwen vanuit hun eigen perspectief en daarom geen notie hebben waarop echte liefde is gebaseerd. Een gewoon mens (puthujjana) is anders dan een verlicht mens (Arahat). Kan je met redelijkheid zeggen dat de Boeddha, die de wereld verzaakte en vele levens de aspiratie had om een medicijn te ontdekken voor de beëindiging van lijden, zonder liefde is? Voor wereldse mensen gaat 'liefde' gepaard met pijn, maar voor verlichte mensen is liefde zonder pijn...

Lees hier hoe de Boeddha en Yasodhara, zijn voormalige vrouw, voor de allerlaatste keer afscheid van elkaar namen, zonder dat er in één van hen het idee van 'zelf' was waardoor wereldse mensen zeggen: 'Dit is van mij'.

Inhoudsopgave

Na vele levens samen te zijn geweest

Ik weet waarom je bent gekomen

Wij hebben niets van elkaar

De Boeddha kondigt zijn dood aan

Na vele levens samen te zijn geweest

De Eerwaarde Ananda was wat ongerust toen hij hoorde dat de op leeftijd zijnde en zwakke non Bhadda Kaccana[1], op weg was naar het Jetavana, om, voordat zij stierf, afscheid van de Boeddha te nemen. Hij wist hoe de Boeddha en de Arahat Bhadda Kaccana, vele levens samen waren geweest. Maar hij kon zich niet voorstellen hoe hun uiteindelijke afscheid zou verlopen. Ondanks dat zij het Arahatschap verworven had, vroeg hij zich af, of in de nabijheid van de Boeddha haar ogen met tranen en haar hart met droefheid zouden worden gevuld.

De Arahat Bhadda Kaccana kwam met behulp van een wandelstok tot voor de Boeddha. Ze was standvastig en haar altijd aanwezige glimlach op haar gelaat tekende zich ook nu duidelijk af. Ze groette hem en zat gebogen op haar knieën voor hem; ze bleef hem zwijgend groeten met haar handpalmen tegen elkaar ter hoogte van haar voorhoofd. Er verschenen geen tranen in haar ogen. Geen tekenen van droefheid ontsprongen in haar borst.

Ik weet waarom je bent gekomen

Met een kalme toon in zijn stem sprak de Boeddha tot de Arahat Bhadda Kaccana: "Bhadda, ik weet waarom je bent gekomen. In een wereld van geboorte en ouderdom heb je het pad van de ontworteling van die wereld gerealiseerd, namelijk Nibbana — je bent vrij van alle vormen van lijden. Je hebt geen banden dus heb je geen verdriet wanneer er een scheiding plaatsvindt. Er is in jou geen gehechtheid, dus zal er voor jou geen wedergeboorte zijn. Bhadda, moge alle edele opofferingen die je gedaan hebt om een Boeddha in de wereld te brengen, voor de serene vreugde van alle goede mensen zijn. Zolang de Sambuddha Sasana zal blijven bestaan, zo lang zullen je daden van deugdzaamheid veel waardering ontvangen."

"Heer, dat u zal blijven leven voor het welzijn van alle wezens in de wereld. Ik ben oud en zwak. Ik kan dit lichaam niet langer meer dragen. Edele Boeddha, neem afscheid van me. Ik ben ook gekomen om afscheid van u te nemen."

Er waren geen tranen in haar ogen, noch was er verandering in haar stem of haar gelaat. Maar, in de ogen van de Eerwaarde Ananda, die vlakbij stond, kwamen wel tranen van verdriet op. Onbekwaam om nog langer te kijken, richtte hij zijn ogen naar de grond. Hij hoorde wederom de stem van de Boeddha toen hij de Arahat Bhadda Kaccana toesprak:

"Bhadda, ook ik zal binnen niet al te lange tijd het Parinibbana bereiken. Zelfs een Boeddha kan de ware aard van de wereld niet veranderen. Wat een Boeddha kan doen, is de natuur der wereld begrijpen en het pad dat leidt naar de bevrijding ervan, openbaren. Ook ik ben onderhevig aan ouderdom, ziekte en dood. Ik ben nu een oude gerimpelde man. Desalniettemin zal ik de mensen dienen zo lang er enige kracht in mijn lichaam is. Bhadda, alstublieft, sta op. Ik neem afscheid van je."

De Arahat Bhadda Kaccana pakte met haar rechterhand haar stok op, drukte hem in de grond en met haar linkerhand op haar knie steunend, kwam ze rechtop te staan. Een moment staarde ze naar het gezicht van de Boeddha; toen liep ze tevreden en glimlachend weg. De eerwaarde Ananda hief zijn hoofd pas op toen hij bemerkte dat het geluid van haar wandelstok flink was afgezwakt.

Wij hebben niets van elkaar

"Ananda, ik zag je tranen", zei de Boeddha.

"Ja, Heer. Ik zag hoe u en de Arahat Bhadda Kaccana een einde maakte aan een extreem droevige situatie zonder een teken van een traan. Heer, dat is wonderbaarlijk!"

"Ananda, er is geen gehechtheid tussen ons. Wij hebben niets van elkaar[2]. Dus is er geen pijn vanwege de scheiding. Ananda, jij kunt dit nog niet begrijpen. Ofschoon er geen gehechtheid tot iets is, ben je toch nog steeds gehecht aan je Leraar. De liefde en de gehechtheid die je voor mij hebt is een obstakel voor je geworden voor je eigen verwezenlijking van de waarheid. Ananda, je Leraar kan je alleen het pad tonen. Hij kan niet voor jou Nibbana verwezenlijken. Het is een taak van jou zelf om alle bezoedelingen (kilesa) te vernietigen. Streef, Ananda, zoals iemand die zijn eigen bevrijding moet bewerkstelligen, na mijn dood vastbesloten voort en verwerf de vruchten der bevrijding[3]."

De Boeddha kondigt zijn dood aan

"Heer, zult u uw Parinibbana binnen korte tijd verwerkelijken?"

"Ja, Ananda. Mijn twee hoofd discipelen Eerwaarde Sariputta en Maha Moggallana hebben Nibbana bereikt. Mijn lekenvolgelingen Anathapindika, Kosala Mallika, Visakha en vele anderen zijn dood. Binnen twee jaar tijd zal de Tathagata zijn uiteindelijke bevrijding verwezenlijken."

De Boeddha kondigt zijn dood aan.
De Boeddha kondigt zijn dood aan.

"Heer, ik dacht dat u veel langer zou leven om aangename regens van zegening op aarde te doen laten neerkomen! Heer, de wereld heeft behoefte aan uw hulp! U bent verheven en bovenmenselijk! Ik weet dat u zo lang kunt leven als u wilt! Heer, ga nog niet dood, nog niet! Leef nog duizend jaar langer!"

"Ananda! Denk je dat ik het eeuwige leven heb? Ik ben bejaard. Mijn lichaam is als een gebroken, gammele kar. Ananda, wees niet verdrietig. Zelfs als ik dood ben, zal mijn Leer als een douche van nectar voor de wereld zijn. Na mijn dood, zal mijn Leer en de Discipline jullie gids zijn. Ik heb mijn Leer gepredikt zonder iets achter te houden. Tot hen die willen zien en de ellende van samsara willen kennen en over willen steken, heb ik het pad der bevrijding geopenbaard. Aan hen die niets wilden weten over het oversteken, maar die betrokken wilden blijven in dit leven, heb ik de edele manier van leven laten zien."

"Ananda, vijfenveertig jaren heb ik de Leer gepredikt, ik ging te voet van dorp naar dorp, van stad naar stad en van koninkrijk naar koninkrijk in Bharata. Nu ben ik zwak en kan niet meer zo goed lopen als voorheen. Ik kan het voedsel niet meer zo goed verteren als voorheen. Ik heb het erg koud in de bittere koude van het winterseizoen."

Eindnoten

[1] Yasodhara was de voormalige vrouw van de Boeddha. Na haar inwijding als non, stond zij onder andere bekend onder de naam Bhadda Kaccana. In vele levens was zij de vrouw van de Boeddha geweest om hem bij te staan in zijn ontwikkeling naar het Boeddhaschap.

[2] De woorden "wij hebben niets van elkaar", verwijst naar wat de Boeddha heeft onderwezen inzake de drie kenmerken (ti lakkhana) en waar hij in S22-059 — Anatta Lakkhana Sutta — De kenmerken van niet-zelf de beroemde zin zegt: "Dit is niet van mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf."

[3] Zie ariya puggala/ariya.

Document info
RegID deBoeddha-300-50-fragment
Bijgewerkt 18 november 2020 14:21:17
Auteur Peter van Loosbroek — Ananda
Locatie www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overig Geen