Boeddhisme — Onwetendheid

Avijja

Onwetendheid is een hardnekkig element van de geest.

Avijja betekent 'onwetendheid'; 'gebrek aan ware kennis'. Synoniemen: moha; aññana.

Iets niet weten, een gebrek aan kennis hebben, moet niet gezien worden als een verwijt of een negatieve beoordeling. 'Vijja' betekent 'ware kennis'; avijja betekent dan ook 'gebrek aan ware kennis', hetgeen erop neerkomt dat deze ware kennis oftewel wijsheid, nog niet ontwikkeld is. En wijsheid is iets dat ontwikkeld moet worden.

Onwetendheid is de hoofdoorzaak van al het kwaad en lijden in de wereld. Het bedekt iemands 'mentale ogen' en weerhoud hem ervan om de ware aard van dingen te zien. Het is de begoocheling die wezens misleid door het leven te doen overkomen als zijnde blijvend, gelukkig, substantieel en mooi. Maar het belemmert hen te zien dat alles in realiteit vergankelijk is, onderhevig aan lijden is, er geen 'ik' en 'mijn' is, en van naturen onzuiver (zie vipallasa) is.

Onwetendheid is in beginsel gedefinieerd als zijnde 'het niet kennen van de Vier Edele Waarheden' (cattari ariya sacca), namelijk: lijden, de oorzaak van lijden, de opheffing van lijden en het pad dat leidt tot de opheffing van lijden. Verder essentiele zaken als het niet kennen van de 3 kenmerken van het bestaan (ti lakkhana) en de 5 aggregaten van hechten (pañca upadana kkhandha).

Omdat onwetendheid het fundament is van alle daden, van al het kwaad en lijden, staat onwetendheid daarom als eerste schakel in de formule van het afhankelijk ontstaan (paticcasamuppada). Maar daarom moet onwetendheid nog niet worden gezien als zijnde 'de oorzaakloze hoofdoorzaak van de wereld'. Het is niet zonder oorzaak. Over een oorzaak ervan staat vermeld: "Met het ontstaan van de bezoedelingen (asava) is er het ontstaan van onwetendheid." M009. Er is een manier waarin het symbolisch kan worden beschouwd als een hoofdoorzaak, als een startpunt in de uiteenzetting van de cyclus van het bestaan (samsara). Want er wordt gezegd: 'Geen eerste begin van onwetendheid kan worden waargenomen, monniken, waarbij er geen onwetendheid was, noch dat het achteraf ontstond. Maar het kan gezien worden dat onwetendheid zijn specifieke voorwaarde heeft. (A10-061).

Dezelfde verklaring wordt gegeven voor de begeerte naar bestaan (bhava tanha). Deze laatste, samen met onwetendheid, worden 'de bijzondere oorzaken van kamma die naar ongelukkige en gelukkige bestemmingen leiden' genoemd (zie gati). (Vis.M. 17: 38).

Omdat onwetendheid bestaat totdat de verwerving van Arahatschap een feit is, wordt het aangemerkt als de laatste van de 10 banden (saññojana) die wezens aan het rad van geboorte en dood binden (samsara). Omdat de eerste twee wortels van het kwaad, namelijk begeerte en haat (zie mula), op hun beurt geworteld zijn in onwetendheid, zijn als gevolg daarvan alle onheilzame staten van de geest daarmee onafscheidelijk verbonden. Van de drie wortels van het kwaad, is onwetendheid (oftewel begoocheling (moha)) de meest halsstarrige.

Onwetendheid is een van de hoofdbezoedelingen (asava) en latente neigingen (anusaya). Het wordt ook vaak een hindernis (pañca nivarana) genoemd maar verschijnt niet samen met de gebruikelijke lijst van vijf.

Document info
RegID leer-006-08-overigeDefinities
Bijgewerkt 15 februari 2021 14:48:54
Auteur Peter van Loosbroek — Ananda
Locatie www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright Zie a.u.b. copyright www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overig Geen