Boeddhisme — Mediteren op de vijf onderwerpen van de Dhamma

Dhamma nupassana bhavana

De vijf onderwerpen van de 4e contemplatie van de satipatthana training, 7e factor van het Edel Achtvoudige Pad.

Inhoudsopgave

Mediteren op de vijf onderwerpen van de Dhamma

1. De hindernissen (nivarana pariggaha)

2. De aggragaten (khandha pariggaha)

3. De zintuigsferen (ayatana pariggaha)

4. De factoren van verlichting (bojjhanga pariggaha)

5. De Vier Edele Waardheden (cattari ariya sacca pariggaha)

Wegwijzer

Aanvullende ondersteuning

Deze pagina is een Aanvullende ondersteuning voor: Satipatthana — Boeddhisme — De meditatie van indachtigheid.

Woordenboek

In het woordenboek vind je meer belangrijke informatie over dit onderwerp. Kijk bij dhamma nupassana.

Meer details

De instructies op deze pagina zijn gebaseerd op D22 — Maha Satipatthana Sutta — De grote toespraak over de vier fundamenten van indachtigheid. Raadpleeg de toespraak voor een gedetailleerde verhandeling omtrent alle onderwerpen van de satipatthana meditatie, inclusief belangrijke eindnoten. De inhoudsopgave geeft de structuur goed weer.

D22 behelst de zevende factor van het Edel Achtvoudige Pad. Voor meer, zie ook rubriek Meer over deze serie.

Meer over deze serie

Meer pagina's en informatie over deze serie, zie Boeddhisme — De Leer van de Boeddha.

Mediteren op de vijf onderwerpen van de Dhamma

Dhamma nupassana bhavana betekent letterlijk: 'De ontwikkeling van indachtigheid van de (onderwerpen) van de Dhamma.'

Dhamma nupassana is het vierde onderdeel van de satipatthana training. Dhamma nupassana betekent het observeren van dingen zoals gedachten omtrent de Dhamma (cetasika dhamma): de hindernissen zoals kamacchanda, vyapada, etc. (nivarana), de aggregaten zoals rupa, vedana, etc. (khandha), de zintuigbases zoals oog, oor, etc. (ayatanadhamma), de factoren van verlichting zoals sati, dhamma vicaya, etc. (bojjhangadhamma), en de Vier Edele Waarheden (cattari ariya sacca). Deze meditatie kan beschouwd worden als de moeilijkste in de satipatthana meditatie series.

De onderwerpen die op deze pagina worden verhandeld, betreft het hoofdstuk Indachtigheid van mentale objecten — Dhamma nupassana. Het gelijknamige hoofdstuk vind je terug in:

Hierna volgen de onderdelen in detail. 'Pariggaha' betekent 'het in delen bespiegelen'.

1. De hindernissen (nivarana pariggaha)

Voor een Aanvullende ondersteuning, zie Pañca nivarana — Boeddhisme — De vijf hindernissen.

De groep van de hindernissen. Er zijn vijf hindernissen die het pad naar Nibbana blokkeren. Het zijn: 1) zinnelijk verlangen (kamacchanda); 2) kwade wil (vyapada); 3) luiheid (thina middha); 4) rusteloosheid en zorgelijkheid (uddhacca kukkucca); 5) sceptische twijfel (vicikiccha).

a. kamacchanda: zintuiglijke verlangens ontstaan door objecten als bevredigend zijnde te beschouwen. Men dient naar kamacchanda op de volgende vijf manieren te kijken:

  1. als een zintuiglijk verlangen (kamacchanda) opkomt in de geest, de aanwezigheid ervan gewaar zijn;
  2. als er geen zintuiglijk verlangen in de geest is, de afwezigheid ervan gewaar zijn;
  3. de manier gewaar zijn waarop een zintuiglijk verlangen dat tot nu toe nog niet in de geest is opgekomen, tot stand zal komen;
  4. de manier gewaar zijn waarop een zintuiglijk verlangen dat is opgekomen in de geest, zal ophouden te bestaan;
  5. de manier gewaar zijn waarop een zintuiglijk verlangen, dat niet meer in iemands geest bestaat, niet meer tot stand zal komen.

b. vyapada: kwade wil bezoedelt de geest en blokkeert de weg naar Nibbana. Men dient naar vyapada op de volgende vijf manieren te kijken:

  1. als er kwade wil (vyapada) in de geest opkomt, de aanwezigheid ervan gewaar zijn;
  2. als er geen kwade wil in de geest is, de afwezigheid ervan gewaar zijn;
  3. de manier gewaar zijn waarop kwade wil die tot nu toe nog niet in de geest is opgekomen, tot stand zal komen;
  4. de manier gewaar zijn waarop kwade wil die is opgekomen in de geest, zal ophouden te bestaan;
  5. de manier gewaar zijn waarop kwade wil die is opgehouden te bestaan in iemands geest, niet meer tot stand zal komen.

c. thina middha: luiheid en traagheid met betrekking tot zowel de geest als het lichaam. Thina middha moet bespiegeld worden op dezelfde vijf manieren die eerder bij kamacchanda en vyapada gegeven zijn.

d. uddhacca kukkucca: rusteloosheid en overbezorgdheid die in de geest ontstaat. Deze mentale agitatie is een blokkade voor kalmte, en een hindernis op het pad naar Nibbana. Ook deze hindernis moet op de vijf manieren bespiegeld worden die al eerder zijn genoemd.

e. vicikiccha: twijfel die verschijnt omtrent de volgende acht aspecten van de Leer, namelijk:

  1. twijfel omtrent de Boeddha;
  2. twijfel omtrent de Dhamma;
  3. twijfel omtrent de Sangha;
  4. twijfel omtrent de regels/training (sikkha);
  5. twijfel omtrent iemands vorige leven;
  6. twijfel omtrent iemands volgende leven;
  7. twijfel omtrent iemands vorige én volgende levens;
  8. twijfel omtrent de Leer van het afhankelijke ontstaan (paticcasamuppada).

Ook deze twijfels moeten bespiegeld worden op de vijf manieren die al eerder zijn genoemd. De bespiegeling van elke van deze vijf hindernissen (nivarana) in delen, wordt nivarana pariggaha genoemd.

Voor een Aanvullende ondersteuning, zie Pañca nivarana — Boeddhisme — De vijf hindernissen.

2. De aggragaten (khandha pariggaha)

De groep van de aggregaten. Een wezen bestaat uit vijf aggregaten van hechten. Deze groep aggregaten houdt het leven (het rad van geboorte en dood) in stand. Zij bestaat uit:

  1. het aggregaat van hechten aan vorm (rupa upadana kkhandha);
  2. het aggregaat van hechten aan sensaties of gewaarwordingen (vedana upadana kkhandha);
  3. het aggregaat van hechten aan waarnemingen (sañña upadana kkhandha);
  4. het aggregaat van hechten aan mentale formaties (sankhara upadana kkhandha);
  5. het aggregaat van hechten aan bewustzijn (viññana upadana kkhandha).

Men dient vorm (rupa) op de volgende manier te bespiegelen: "Vorm heeft een wereldse aard. Op deze manier is vorm in het bewustzijn gekomen. Vorm zal ook op deze manier weer verdwijnen." Dezelfde procedure dient men ook te volgen bij de bespiegeling van de andere aggregaten van hechten: gewaarwordingen of gevoelens (vedana), waarnemingen (sañña), mentale formaties (of mentale factoren) (sankhara), en bewustzijn (viññana). Het doel van deze meditatie is om bevrijd te raken van iedere gehechtheid aangaande deze aggregaten, door hun vergankelijke natuur te beseffen, oftewel hun leegheid in te zien in het licht van de drie kenmerken (ti lakkhana) van het bestaan: vergankelijkheid, onbevredigende aard en instabiliteit of onwezenlijk karakter.

3. De zintuigsferen (ayatana pariggaha)

Ayatana betekent zintuigbasis. Er zijn er twaalf in getal, en zij zijn in twee groepen ingedeeld — inwendige en uitwendige.

De zes inwendige zintuigbases (adhyatma ayatana) zijn:

  1. de basis van het oog (cakkhayatana);
  2. de basis van het oor (sotayatana);
  3. de basis van de neus (ghanayatana);
  4. de basis van de tong (jivhayatana);
  5. de basis van het lichaam (kayayatana);
  6. de basis van de geest (manayatana).

De zes uitwendige zintuigbases (bahir ayatana) zijn:

  1. de basis van vorm oftewel zichtbare objecten (rupayatana);
  2. de basis van geluid (saddayatana);
  3. de basis van reuk (gandhayatana);
  4. de basis van smaak (rasayatana);
  5. de basis van tastbare objecten (potthabbayatana);
  6. de basis van mentale objecten (dhammayatana).

Men moet elke zintuigbasis op de volgende vijf manieren bespiegelen:

  1. weten wat die zintuigbasis is;
  2. weten hoe de zintuigbasis opgekomen is;
  3. weten hoe de zintuigbasis die tot nu toe nog niet is opgekomen, tot stand komt;
  4. weten hoe de zintuigbasis die opgekomen is, ophoudt te bestaan;
  5. weten hoe de zintuigbasis die opgehouden heeft te bestaan, niet meer opkomt.

Als men deze meditatie eenmaal goed beoefent door op deze manier naar zichzelf te kijken, kan men de meditatie ook tot anderen uitbreiden.

Zie ook

4. De factoren van verlichting (bojjhanga pariggaha)

Bojjhanga, of factoren van verlichting, hebben betrekking op de condities die een persoon in zijn streven naar verlichting dient te volgen. Het zijn er zeven: 1. indachtigheid (sati sambojjhanga), 2. onderzoek naar waarheid (dhamma vicaya sambojjhanga), 3. energie (viriya sambojjhanga), 4. vreugde (piti sambojjhanga), 5. kalmte (passaddhi sambojjhanga), 6. concentratie (samadhi sambojjhanga), 7. gelijkmoedigheid (upekkha sambojjhanga).

Deze zeven condities, beginnende met sati, zijn fases die geleidelijk aan in iemand groeien die naar verlichting streeft. Ze worden in de satipatthana methode beschouwd als zijnde essentieel om iedere dag te cultiveren en te ontwikkelen, aangezien ze de weg naar het laatste doel vergemakkelijken. Zelfs gedeeltelijke ontwikkeling hiervan brengt harmonie in het dagelijkse leven en langzamerhand zal men zich minder verward voelen en minder in beslag worden genomen door de wisselvalligheden van een eeuwig veranderende en bedrieglijke wereld. Deze zeven kwaliteiten zijn bij elkaar gegroepeerd als 'verlichtingsfactoren' omdat zij naar verlichting voeren en zij samen de verlichting vormen. De factoren zijn onderling met elkaar verbonden. Het is daarom moeilijk om ze apart te beschrijven.

  1. sati: Een persoon die naar verlichting streeft is waakzaam ten opzichte van al zijn gedachten en alle activiteiten van het lichaam. Zulk een waakzaamheid wordt hier sati genoemd. Indachtigheid is het essentiële startpunt voor elke poging tot meditatie.
  2. dhamma vicaya: Met zulk een waakzaamheid kan hij goed en verkeerd onderscheiden, en hij onderzoekt dat met wijsheid. Zulk een kritisch onderzoek noemt men dhamma vicaya. Deze factor van verlichting, die verbonden is met wijsheid, ontwikkelt zich in een persoon die naar verlichting streeft.
  3. viriya: De inspanning van zulk een persoon om het goede (dhamma) te cultiveren en het slechte (adhamma) te laten, wordt hier viriya genoemd. Energie moet met grote vastberadenheid gericht worden op het uitwerken en vervullen van het doel. De viriya sambojjhanga ontwikkelt zich in een persoon die aldus streeft.
  4. piti: De vreugde die in iemands geest ontstaat door het doen en het ontwikkelen van het goede (dhamma) wordt piti sambojjhanga genoemd. Vreugde betekent sereen vermaak, met gelukzalig enthousiasme van de geest.
  5. passaddhi: Door vermijding van zintuiglijke begeerten ontwikkelen vreugde en geluk zich. De kalmte die daardoor in de geest en in het lichaam ontstaat wordt passaddhi genoemd. Aldus ontwikkelt de passaddhi sambojjhanga zich in een persoon die deze procedure volgt.
  6. samadhi: Gebaseerd op deze kalmte kan de geest zich concentreren op een goed (kusala) object. Deze toestand van de geest wordt samadhi sambojjhanga genoemd.
  7. upekkha: Met de ontwikkeling van concentratie realiseert men zich de nutteloosheid van sensaties en ontwikkelt men een gevoel van gelijkmoedigheid (upekkha), waarin men noch door geluk noch door verdriet getroffen wordt. Dit wordt upekkha sambojjhanga genoemd. Gelijkmoedigheid is de laatste essentiële factor van verlichting. Hierdoor is men niet alleen kalm, maar staat de geest, hoewel nog steeds ontvankelijk en alert, los van iedere gebeurtenis of invloed van buiten of van binnen uit.

Bij de beoefening van deze meditatie dient men elk van deze factoren van verlichting op de volgende vier manieren te bespiegelen:

  1. de aanwezigheid van een factor van verlichting (bojjhanga) op te merken, wanneer deze in hem aanwezig is;
  2. de afwezigheid van een factor van verlichting op te merken, wanneer deze afwezig is;
  3. weten hoe een factor van verlichting ontwikkeld kan worden wanneer deze niet in hem aanwezig is;
  4. weten hoe een factor van verlichting die in hem aanwezig is, verder ontwikkeld kan worden.

Door de zeven factoren van verlichting op deze manier te bespiegelen, is het mogelijk ze verder te ontwikkelen, hetgeen iemand helpt om Nibbana vast en zeker te verwezenlijken.

5. De Vier Edele Waardheden (cattari ariya sacca pariggaha)

De groep van de Vier Edele Waarheden. Dit houdt in dat men zich de feiten realiseert aangaande de Vier Edele Waarheden (Cattari Ariya Sacca), namelijk: 1) dukkha; 2) samudaya; 3) nirodha; 4) magga.

a. dukkha: de waarheid van lijden. Overeenkomstig de Leer van de Boeddha is de gehele wereld voortdurend in verandering, en daarom vol van lijden. Alles glijdt van ons weg. De Boeddha heeft het pad gewezen om een einde aan dat lijden te maken. Er zijn twaalf verschijningsvormen die het bestaan van dat lijden duidelijk zichtbaar maken:

  1. geboorte is lijden (jati);
  2. ouderdom is lijden (jara);
  3. dood is lijden (marana);
  4. verdriet is lijden (soka);
  5. weeklagen is lijden (parideva);
  6. lichamelijke pijn is lijden (dukkha);
  7. mentale pijn is lijden (domanassa);
  8. zware arbeid is lijden (upayasa);
  9. gevoegd worden bij onplezierige personen en bij onplezierige omstandigheden is lijden (appiyehisampayoga);
  10. gescheiden worden van geliefden en van plezierige omstandigheden is lijden (piyehivippayoga);
  11. niet kunnen krijgen wat men wil is lijden (yampiccam nalabhati tampi dukkam);
  12. in het kort: de vijf aggregaten van hechten zijn lijden (samkhittena pañcupadanakkhandha dukkha).

Lijden kan ook begrepen worden door het te bezien vanuit zeven aspecten, namelijk:

  1. lijden ontstaat door de tastbare, gewone, alledaagse pijn (dukkha);
  2. lijden ontstaat door het in bestaan komen en vergaan van geconditioneerde toestanden (sankhara dukkhata of sankhata dukkhata);
  3. lijden ontstaat door verandering (viparinama dukkhata);
  4. lijden ontstaat door lichamelijke en mentale kwalen, waarvan de oorzaken van ontstaan zijn verborgen (paticchanna dukkhata);
  5. lijden ontstaat door vele beproevingen en wederwaardigheden, waarvan de oorzaken van ontstaan zichtbaar zijn (appaticchanna dukkhata);
  6. lijden ontstaat door actuele pijn (dukkha dukkhata) (nippariyaya dukkhata) te voelen, zowel lichamelijk als mentaal;
  7. lijden ontstaat door alle andere soorten van pijn dan dukkha dukkhata (pariyaya dukkhata).

De opsomming van deze zeven aspecten geeft aan hoe lijden ontstaat. Aldus moet men het lijden op verschillende manieren bespiegelen en het feit in acht nemen dat het een staat is die geconditioneerd is door oorzaak en gevolg. Op deze wijze dient men ernaar te streven om zich de ware natuur van lijden te realiseren. Zie ook dukkha.

b. samudaya: de waarheid van de oorzaak van lijden. Hier wordt de hunkering bedoeld welke de hoofdoorzaak van alle lijden is. Die hunkering is in oorsprong drievoudig: 1) hunkering naar zintuiglijke dingen (kama tanha); 2) hunkering naar continuïteit en worden (bhava tanha); 3) hunkering naar het idee dat er geen continuering en worden bestaat (vibhava tanha). Deze hunkering of begeerte is verder geclassificeerd in relatie tot de verscheidene zintuigobjecten:

  1. begeerte naar vorm (rupa tanha);
  2. begeerte naar geluid (sadda tanha);
  3. begeerte naar geur (gandha tanha);
  4. begeerte naar smaak (rasa tanha);
  5. begeerte naar tastbare objecten (potthabba tanha);
  6. begeerte naar mentale objecten (dhamma tanha).

c. nirodha: de waarheid van de opheffing van lijden. Dit behelst de volmaakte staat van Nibbana die men bereikt door de uitroeiing van alle bezoedelingen. Nirodha is tweevoudig, namelijk: het Nibbana verwezenlijken terwijl men dit leven voortzet (sopadisesa nibbana), en het Nibbana verwezenlijken op het moment van de dood (nirupadisesa nibbana).

d. magga: het pad. Met de term magga wordt het achtvoudige pad bedoeld, welke de enige weg is om Nibbana te verwezenlijken. Het pad bestaat uit:

  1. juist begrip (samma ditthi);
  2. juiste gedachten (samma sankappa);
  3. juist spreken (samma vaca);
  4. juiste handelingen (samma kammanta);
  5. juist levensonderhoud (samma ajiva);
  6. juiste inspanning (samma vayama);
  7. juiste indachtigheid (samma sati);
  8. juiste concentratie (samma samadhi).

Voor een nadere beschrijving van het Achtvoudige Pad, zie ariya atthangika magga.

Elk van deze factoren moet apart genomen en bespiegeld worden en men dient ernaar te streven deze bedachtzaam te beoefenen in het dagelijkse leven. Iemand moet waakzaam zijn omtrent zijn gedachten en ernaar streven om zich van kwade gedachten te verlossen en om goede gedachten op te wekken (samma sankappa) door de training in recht begrip (samma ditthi). Vervolgens zal iemand in staat zijn, zijn lichaam, zijn spreken, en zijn denken te bedwingen, en door rechte contemplatie (samma samadhi) de geest te richten op de verwezenlijking van Nibbana.

Het meest betekenisvolle kenmerk van deze viervoudige satipatthana meditatie zoals die tot dusver is beschreven, is de contemplatie van gedachten, zonder onderbreking van het begin tot het einde. Dat is de allerbelangrijkste oefening. Wordt deze meditatie ijverig beoefend, dan stelt dat iemand in staat het pad naar Nibbana te betreden.

Overeenkomstig de Visuddhi Magga (Pad van Zuivering) en andere belangrijke boeddhistische teksten, is het voor iemand die deze meditatie wil beoefenen, noodzakelijk om in contact te staan met een kundig en edel leraar. Dit is uitermate belangrijk, omdat iemand die deze meditatie wil beoefenen, zonder begeleiding door zo'n leraar, misleid kan worden.

Door het beoefenen van de verscheidene secties van de satipatthana meditatie als onderdeel van de dagelijkse routine, zal iemand ook bekwaam zijn om zijn leven onder controle te krijgen. Hij zal het op een succesvolle wijze kunnen regelen, en daardoor een leven kunnen leiden van vrede en tevredenheid.

Tip Vergeet niet de Wegwijzer voor deze pagina te raadplegen.

Document info
RegID boeddhisme-003-03-meditatie
Bijgewerkt 26 september 2020 11:48:00
Auteur Peter van Loosbroek — Ananda
Locatie www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overig Geen