Boeddhisme — Geest en lichaam, wat wordt daarmee bedoeld?

Nama rupa

De termen nama en rupa, die gewoonlijk als 'geest en lichaam' worden vertaald, zijn niet twee 'entiteiten' die samengaan in relatie tot elkaar. Het zijn slechts twee manieren om te kijken naar de enkelvoudige 'activiteit', die 'ervaring' wordt genoemd.

Nama rupa betekent letterlijk: 'naam en vorm' oftewel 'geest en lichaam', en duidt op de mentale en fysieke fenomenen die een wezen uitmaken. Het is de 4e link binnen de formule van het afhankelijk ontstaan (paticcasamuppada) waar het wordt geconditioneerd door bewustzijn en het op zijn beurt de voorwaarde vormt voor de zesvoudige zintuigbasis.

In deze verhandeling wordt nader ingaan op een bredere betekenis van nama rupa, in het bijzonder voor wat betreft de mentale kant. Hiervoor zullen we de eerste twee verzen van de Dhammapada in betrekken.

Uit de Dhammapada.

001. De geest is de voorloper van alle dingen, de geest is hun leider, ze zijn door de geest geschapen. Als iemand spreekt of handelt met onzuivere gedachten, volgt lijden dat daardoor is veroorzaakt, zoals het wiel de hoef van de os volgt.

manopubbangama dhamma manosettha manomaya manasa ce padutthena bhasati va karoti va tato nam dukkhamanveti cakkam'va vahato padam

Lijden achtervolgt hem die kwaad doet, net zoals het wiel de hoef van de os volgt die de kar trekt.

002. De geest is de voorloper van alle dingen, de geest is hun leider, ze zijn door de geest geschapen. Als iemand spreekt of handelt met zuivere gedachten, volgt geluk dat daardoor is veroorzaakt, zoals iemands schaduw die hem nooit verlaat.

manopubbangama dhamma manosettha manomaya manasa ce pasannena bhasati va karoti va tato nam sukhamanveti chaya'va anapayini

Geluk volgt hem die goed doet, net zoals een schaduw iemand nooit verlaat.

De eerste twee verzen van de Dhammapada openbaren een belangrijk concept binnen het boeddhisme. Hoewel de meeste religies het als een belangrijk deel van hun dogma beschouwen dat de wereld is gecreëerd door een bovennatuurlijk wezen dat zij 'God' noemen, onderwijst het boeddhisme dat alles wat wij ervaren (zowel de wereld als ons zelf) gecreëerd is door gedachten, oftewel door het cognitieve proces van zintuiglijke waarneming en denkbeelden. Dit bewijst tevens dat schrijvers over boeddhisme het mis hebben wanneer zij stellen dat de Boeddha zwijgt wanneer het gaat over het begin van de wereld alsof hij daar geen antwoord op zou hebben. In de Rohitassa Sutta (A04-045) van de Anguttara Nikaya, geeft de Boeddha duidelijk aan dat de wereld, het begin van de wereld, het einde van de wereld, en de weg die leidt naar het einde van de wereld, allemaal in dit lichaam zijn dat slechts een vadem groot is, met haar waarnemingen en denkbeelden.

Het woord 'mano' wordt gewoonlijk vertaald als 'geest'. Maar de Boeddha neemt een fenomenologisch[1] standpunt aan in de geest-lichaam controverse die filosofen door de geschiedenis heen heeft getart. De dualiteit 'geest' en 'lichaam' is door de Boeddha verworpen. De Boeddha legt in de Sabba Sutta (S35-023) van de Samyutta Nikaya uit, dat alles waarover wij kunnen praten, zintuiglijke ervaring is, inclusief gedachten of denkbeelden als het zesde zintuig. De termen nama en rupa, die gewoonlijk als 'geest en lichaam' worden vertaald, zijn niet twee 'entiteiten' die samengaan in relatie tot elkaar. Het zijn slechts twee manieren om te kijken naar de enkelvoudige 'activiteit', die 'ervaring' wordt genoemd.

Nama (letterlijk: 'naam' of 'benoeming') is 'ervaring', subjectief gezien als 'het mentale proces van het identificeren van een object' (rupa kaya adhivacana sampassa). Rupa (verschijning) is ook 'ervaring', objectief gezien als een 'entiteit' die is waargenomen en ontvangen door het mentale proces van identificatie (nama kaye pathiga sampassa).

Mano verwijst naar 'gedachten' oftewel het mentale proces van beeldvorming dat tot een geheel samengevoegd wordt en waarvan de inhoud gehaald wordt uit de verscheidene beelden die door diverse gewaarwordingen zijn aangereikt. Deze betekenisvolle totale 'ervaring' is dhamma, subjectief (persoonlijk) gezien als de 'identificatie van een entiteit' (nama) en objectief (feitelijk) gezien als de 'geïdentificeerde entiteit' (rupa). Daarom zeggen we dat we in een ervaringswereld leven. Dhamma, hetgeen deze 'betekenisvolle totale ervaring' is, wordt normaalgesproken gezien als een aangename of onaangename omstandigheid (loka dhamma).

Zie ook

Eindnoten

[1] Fenomenologie: de leer die wil trachten zonder enig vooroordeel de dingen te leren kennen zoals zij zich voordoen.

Document info
RegID leer-006-01-overigeDefinities
Bijgewerkt 7 december 2020 22:12:16
Auteur Peter van Loosbroek — Ananda
Locatie www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright Zie a.u.b. copyright www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overig Geen