Boeddhisme — Een woord over kamma

Hoe maak je geen kamma meer zodat er geen wedergeboorte meer is en daarmee alle lijden ophoudt?

Het is belangrijk te beseffen dat, zolang er kamma geproduceerd wordt (zolang er wilshandelingen zijn) er wedergeboorte en dus lijden zal zijn, of dat in een aangename of in een onaangename sfeer is. Geboorte, hoe aangenaam dan ook, is niet zonder consequenties, want het veroorzaakt uiteindelijk lijden omdat er ouderdom, ziekte, dood, weeklagen, pijn, smart en wanhoop op volgt. Als wij gevoegd worden bij aangename dingen (bijvoorbeeld geboren worden in een hemelse sfeer), betekent ook dat uiteindelijk lijden, omdat we ook daar eens van gescheiden zullen worden vanwege de vergankelijke aard die elke bestaansvorm eigen is.

Wilshandelingen betreffen onze wil, de keuze die wij maken. Het hoogste doel in de Leer van de Boeddha is, om nergens meer geboren te worden en zodoende volkomen vrij te zijn van lijden. Het doel is de ongeconditioneerde staat van de geest, Nibbana, het echte, het ongekunstelde. En deze ongekunsteldheid kunnen wij alleen bereiken door te handelen zonder bijbedoelingen, door echt, volledig en ongemaakt te zijn. Maar zijn we wel echt als we ernaar hunkeren om bijvoorbeeld in een hemelse sfeer te worden geboren? Zodra mensen iets begeren, werpt er zich een blokkade op om echt te zijn. In hebzucht geven mensen hun ware gezicht niet bloot en het hebben van dingen speelt daarin een belangrijkere rol dan morele waarden. Ook goed kamma verrichten kan gestuwd worden door enige mate van hebzucht.

Uiteraard is het in eerste instantie nodig om goed kamma te ontwikkelen om te kunnen vorderen op het pad naar bevrijding. Echter, als handelingen vanuit vooropgezette ideeën en verlangens ontspringen (dus ook goed kamma) met de bedoeling er iets voor terug te krijgen, om iets te hebben of om een bepaald doel te bereiken, is dat nog steeds geen echte, spontane handeling die uit het hart komt, maar een gekunsteldheid waarin het idee van 'ik' aanwezig.

Iemand moet zich bewust oefenen in het vermijden van slecht kamma en het ontwikkelen van goede daden. Omdat elk kamma (moreel als immoreel) tot wedergeboorte leidt (indien vaak genoeg herhaald), is het dus beter te zeggen: 'ontwikkelen van goede daden' dan 'het ontwikkelen van goed kamma'. Voor het vermijden van het verkeerde en het ontwikkelen van het goede, is een training in begrip en deugdzaamheid nodig, namelijk de 1e en 2e factor van Het Edel Achtvoudige Pad. Want hoewel het belangrijk is spontaan te zijn, kan je bijvoorbeeld ook spontaan boos zijn. Daarom moet niet alleen begeerte worden overwonnen, maar ook haat en onwetendheid, teneinde geen kamma meer te maken oftewel te vergaren/op te stapelen. Naarmate de training volbracht is, zal iemand steeds onbaatzuchtiger en echter handelen. Zonder het idee van 'ik' of 'zelf', want waar het ik is, daar is de waarheid niet. Zie Boeddhisme — De drie kenmerken van het bestaan over hoe essentieel het is om de ideeën van 'zelf' door wijsheid uit te blussen.

In ware wijsheid handel je niet meer vanuit je hoofd dat zoveel verdeeldheid en onbegrip schept omdat het zo beperkt is, maar meer vanuit je hart waarin je ongekunsteld en echt bent. Het is een staat waarin een mens tot volle wasdom is gekomen. Het is een toestand die het gevolg is van een training in wijsheid, moraliteit en concentratie. De drie divisies van het Edel Achtvoudige Pad.

Zie ook

Document info
RegID leer-006-03-overigeDefinities-02
Bijgewerkt 12 december 2020 14:43:10
Auteur Peter van Loosbroek — Ananda
Locatie www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright Zie a.u.b. copyright www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overig Geen