Boeddhisme — De meditatie van indachtigheid

Satipatthana

Wat zijn de vier fundamenten van indachtigheid en hoe mediteer je daarop? Velen spreken over mindfulness (indachtigheid), maar is het die indachtigheid, die inzicht meditatie, die de Boeddha heeft onderwezen?

Inhoudsopgave

Wat is de meditatie van indachtigheid?

Hoe beoefen je satipatthana?

Algemene richtlijnen

Indachtigheid van het lichaam — Kaya nupassana

Indachtigheid omtrent de ademhaling — Anapana Sati

De vier posities van het lichaam — Iriyapatha

Overige meditatie onderwerpen van Indachtigheid van het lichaam — Kaya nupassana

Indachtigheid van gevoelens — Vedana nupassana

Indachtigheid van de geest — Citta nupassana

Indachtigheid van mentale objecten — Dhamma nupassana

1. De hindernissen (nivarana pariggaha)

2. De aggragaten (khandha pariggaha)

3. De zintuigsferen (ayatana pariggaha)

4. De factoren van verlichting (bojjhanga pariggaha)

5. De Vier Edele Waardheden (cattari ariya sacca pariggaha)

 

Als je een vraag hebt zal ik er natuurlijk altijd voor je zijn. Als een ruimere mate van begeleiding nodig is, of je vindt een extra steuntje in de rug gewoon belangrijk om aan je mentaal welzijn te werken, dan is dat ook mogelijk. Ik kan je op vele vlakken begeleiden. Ook als je niet lekker in je vel zit, laat het me gerust weten.

Ik ondersteun zelfs mensen met klachten waar de westerse wetenschap geen antwoord op weet. Maar deze mensen leiden nu — dankzij de juiste begeleiding en training — een volstrekt ander leven. Dat is omdat de Leer van de Boeddha in combinatie met een goed leraar onvergelijkbaar in de wereld is.

Ik kan je ook begeleiden op het boeddhistisch pad en/of je ondersteunen bij de boeddhistische meditatie. Tot het hoogste doel, Nibbana.

Neem gerust vrijblijvend contact met mij op via het contactformulier, of bel me op +31 (0) 6 218 532 20 of mail naar info@sleuteltotinzicht.nl.

Meer over mij lees je hier.

monniken-01.jpg

Wegwijzer

Aanvullende ondersteuning

Deze pagina is een Aanvullende ondersteuning voor: Ariya Atthangika Magga — Boeddhisme — Het Edel Achtvoudige Pad, in het bijzonder de zevende factor van het pad (Juiste indachtigheid (samma sati)).

Sati dient ook als een algemeen aspect te worden beschouwd.

Woordenboek

In het woordenboek vind je meer belangrijke informatie over dit onderwerp. Kijk bij satipatthana.

Meer details

De instructies op deze pagina zijn gebaseerd op D22 — Maha Satipatthana Sutta — De grote toespraak over de vier fundamenten van indachtigheid. Raadpleeg de toespraak voor een gedetailleerde verhandeling omtrent alle onderwerpen van de satipatthana meditatie in de woorden van de Boeddha zelf, inclusief belangrijke eindnoten. De inhoudsopgave geeft de structuur goed weer.

D22 behelst de zevende factor van het Edel Achtvoudige Pad.

Meer over deze serie

Meer pagina's en informatie over deze serie, zie Boeddhisme — De Leer van de Boeddha, welke je ook altijd via de sitemap kunt benaderen.

Wat is de meditatie van indachtigheid?

De vier fundamenten van indachtigheid vormen de bases van de ontwikkeling van inzicht (vipassana). Voor meer, zie a.u.b. satipatthana.

Boeddhistische meditatie is erop gericht hart en geest te zuiveren van alle storende invloeden, de zogenaamde bezoedelingen (kilesa). Het is een gedisciplineerd proces, dat begint met het cultiveren van positieve kwaliteiten als welwillendheid of liefdevolle vriendelijkheid (metta), mededogen (karuna) en kameraadschap, meelevende vreugde over het succes van anderen (mudita) en gelijkmoedigheid ten opzichte van de wisselvalligheden van het leven (upekkha), om zodoende het evenwicht en de kalmte of gemoedsrust te bewaren. Bij de beoefening ervan wordt contemplatie ontwikkeld in het kader van geestelijke kalmte, maar met het inzicht dat de waarheid verwezenlijkt en de weg naar volmaakte emancipatie verlicht.

De vipassana methode brengt het verkrijgen van kennis door rechtstreekse waarneming met zich mee, hetgeen zelfvertrouwen en geestelijke evenwichtigheid doet ontstaan. Er zijn zes fasen in dit proces: het cultiveren van indachtigheid, het overwinnen van smart en verdriet, het beëindigen van lijden of het onbevredigende, het betreden van het pad, het helder bevatten van de werking van de geest. Dit wordt ook genoemd: juiste opvattingen of algeheel begrip, wat het pad naar uiteindelijke kennis zuivert, of: juiste volharding om het doel van de uiteindelijke waarheid of Nibbana te bereiken. Contemplatie en inzicht werken samen en hun groei wordt gelijktijdig bevorderd. Om aan de intenties van deze manier van meditatie te voldoen, worden de vier fundamenten van indachtigheid gebruikt zoals hierboven opgesomd.

Wat is indachtigheid (sati)? In morele zin heeft het ten eerste te maken met geweten: iemand die waakzaam is ten opzichte van al zijn gedachten en activiteiten van het lichaam, kan het doen van het goede en het vermijden van het slechte bevorderen en de geest zuiveren van alle belemmerende neigingen (anusaya) en invloeden (asava's). Indachtigheid betekent ook oplettendheid of aandachtigheid en zorgvuldigheid. Bij de beoefening van vipassana meditatie betekent indachtigheid: je volledig gewaar zijn van het huidige moment en de handeling die nu plaatsvindt. Aandachtigheid betekent de focus van het bewustzijn gericht op fysieke en mentale verschijnselen zoals ze zich voordoen. Op dezelfde manier wordt zuivere aandacht aan innerlijke waarneming gegeven, hetgeen men in acht neemt als het zien of kennen van het gevoel, de geestestoestand of het geestelijk object, maar zonder af te dwalen naar associaties over deze toestanden. Zo is indachtigheid een creatieve poging tot alertheid, concentratie en het zich realiseren van alles wat er opkomt als je mediteert.

Een nevenbetekenis is waakzaamheid ten aanzien van de bezigheden in het dagelijks leven, wat onbeperkte toepassingsmogelijkheden biedt. Indachtigheid wordt weergegeven door het gezegde uit de Dhammapada:

029. Onder de onoplettenden, oplettend. Onder de slapenden, klaar wakker. Zoals een snel paard een zwak paard achterlaat, zo wint ook degene met vlekkeloze wijsheid.

appamatto pamattesu suttesu bahujagaro abalassam'va sighasso hitva yati sumedhaso

IJverig en wakker, haalt de wijze de onachtzame in, zoals een snel paard een zwak paard inhaalt.

We zien dus dat indachtigheid een hoedanigheid is die ontwikkeld moet worden, niet alleen door strikte perioden van meditatie, maar ook in de sleur van het dagelijks leven.

Het meest betekenisvolle kenmerk van deze viervoudige satipatthana meditatie zoals die tot dusver is beschreven, is de contemplatie van gedachten, zonder onderbreking van het begin tot het einde. Dat is de allerbelangrijkste oefening. Wordt deze meditatie ijverig beoefend, dan stelt dat iemand in staat het pad naar Nibbana te betreden.

Overeenkomstig de Visuddhi Magga (Pad van Zuivering) en andere belangrijke boeddhistische teksten, is het voor iemand die deze meditatie wil beoefenen, noodzakelijk om in contact te staan met een kundig en edel leraar. Dit is uitermate belangrijk, omdat iemand die deze meditatie wil beoefenen, zonder begeleiding door zo'n leraar, misleid kan worden.

Door het beoefenen van de verscheidene secties van de satipatthana meditatie als onderdeel van de dagelijkse routine, zal iemand ook bekwaam zijn om zijn leven onder controle te krijgen. Hij zal het op een succesvolle wijze kunnen regelen, en daardoor een leven kunnen leiden van vrede en tevredenheid.

Hoe beoefen je satipatthana?

De 4 contemplaties bevatten verscheidene oefeningen, maar de satipatthana moet niet gezien worden als een collectie van meditatieonderwerpen waarvan er één uitgenomen en alleen beoefend kan worden. Ofschoon de meeste van de oefeningen ook elders in de boeddhistische geschriften verschijnen, zijn ze in de context van D22 — Maha Satipatthana Sutta — De grote toespraak over de vier fundamenten van indachtigheid hoofdzakelijk bedoeld voor indachtigheid en inzicht, zoals gezegd in de zich steeds herhalende passage ter afsluiting van elke sectie van de toespraak (zie hierna).

Reminder De ontwikkeling van het Edel Achtvoudige Pad (ariya atthangika magga) is nodig voor de volledige bevrijding van lijden. Van dit pad vertegenwoordigt de satipatthana training in het bijzonder de 7e factor: juiste indachtigheid (samma sati).

De 4 contemplaties omvatten alle 5 groepen van het bestaan (khandha's) omdat indachtigheid bedoeld is om de gehele persoonlijkheid te belichten. Vandaar dat voor de volledige ontwikkeling van indachtigheid, de oefening zich moet uitstrekken naar alle 4 de types van contemplatie. Echter, niet elke oefening die genoemd is als deze vier fundamenten, hoeft steeds beoefend te worden. Ook wordt steeds gekozen voor één onderwerp.

Een methodische beoefening van deze satipatthana moet worden gestart met één van de oefeningen uit de groep 'indachtigheid van het lichaam', die dienst zal doen als het primaire en vaak terugkerende onderwerp van meditatie. Van tijd tot tijd kun je uit deze groep dan een ander onderwerp kiezen.

Het is aan te bevelen om te starten met de oefening van de in- en uitademing omdat deze het meest eenvoudig is en de basis vormt voor de training in gewaarzijn (vijañana) en helder begrip (sampajañña).

De Boeddha beoefende deze indachtigheid van de in- en uitademing (anapana sati) zelf in de avond voor zijn verlichting. De andere oefeningen van de groep en die van de andere contemplaties, zijn ervoor, om gecultiveerd te worden alleen wanneer de omstandigheden zich voordoen gedurende de meditatie en in de sleur van het dagelijkse leven waarmee meditatie altijd verweven is.

In M118 — Anapanasati Sutta — De indachtigheid van ademen wordt aangetoond hoe de vier fundamenten van indachtigheid tot stand gebracht kunnen worden door de oefening van de in- en uitademing. Het is goed deze toespraak te bestuderen en een tijdje te oefenen voordat je overgaat naar de satipatthana methode.

Na iedere contemplatie laat de Boeddha (in D22) zien hoe dit uiteindelijk leidt tot inzicht-wijsheid (vipassana pañña):

"Op deze wijze beschouwt hij intern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt extern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt zowel intern als extern het lichaam als een lichaam[1]. Hij beschouwt het opkomen van dingen (samudayadhamma) omtrent het lichaam; hij beschouwt het vergaan van dingen (vayadhamma) omtrent het lichaam; of hij beschouwt het opkomen én het vergaan van dingen omtrent het lichaam[2]."

"Of zijn indachtigheid is gegrondvest op de gedachte: 'Er is slechts een lichaam[3]', juist zoveel als nodig is voor de uitbreiding van inzicht en indachtigheid, en hij verblijft (viharati) onafhankelijk (anissito) en grijpt zich nergens in de wereld aan vast. Zo, monniken, beschouwt een monnik het lichaam als een lichaam."

Algemene richtlijnen

In deze categorie een paar pagina's die essentiële bases toelichting verschaffen. Het gaat om eenvoudige, niet technische zaken, die helaas vaak verkeerd worden onderwezen. Ze vormen een erg belangrijke basis voor iedereen die goed en op een verantwoorde wijze wil mediteren. Dit maakt een begeleiding van een goed leraar echter nog niet overbodig. Neem eventueel contact op.

Bovenstaande pagina's kun je ook raadplegen via de Sitemap > Boeddhisme — De Leer van de Boeddha > categorie Meditatie algemene toelichting. Of ga er rechtstreeks naar toe door hier te klikken.

Indachtigheid van het lichaam — Kaya nupassana

Zie Meer details en raadpleeg de woorden van de Boeddha in D22.

Indachtigheid omtrent de ademhaling — Anapana Sati

Dit oefent men door de bewegingen van de buik op te merken die door de ademhaling veroorzaakt worden. Bij het inademen komt de buik omhoog; bij het uitademen daalt hij. Met je geest kijk je naar deze beweging en word je je van tijd tot tijd veranderingen in het ademhalingsritme gewaar. Ademhalingen kunnen diep of oppervlakkig, langzamer of sneller worden en volgen daarbij natuurlijke neigingen die op geen enkele manier beïnvloed dienen te worden. Het is belangrijk het lichaam recht en de geest alert te houden, terwijl je scherp oplet en je zo min mogelijk beweegt. Je moet gemakkelijk zitten, maar zonder achterover te leunen of te liggen, anders komt de slaap misschien tussenbeide. De handen moeten losjes in de schoot liggen en de ogen moeten gesloten zijn. Het lichaam moet in evenwicht en rechtop zijn, maar niet gespannen of stijf. Uitersten als stijfheid en slapheid moeten vermeden worden, want het boeddhisme bewandelt de weg van het midden. Aanwezigheid van geest is nu het thema en de aandacht moet op de op- en neergaande beweging van de buik rusten. Telkens wanneer de geest afdwaalt of een willekeurige gedachte volgt, moet je dat onderkennen en terugkeren naar de op- en neergaande beweging.

Om te volharden in het gewaarzijn van deze bewegingen zoals zij zich voordoen, kun je van elk stadium nota nemen door in de geest de op- en neergaande beweging steeds opmerkzaam te zijn zonder te denken "op... neer... op... neer", maar er alleen met niets anders dan helderheid naar te kijken. Je moet niet denken of in jezelf opzeggen wat je doet, maar er alleen maar passief naar kijken zodat alles wat er op dat moment is en gebeurt je volledig duidelijk wordt. Het opzeggen, het benoemen van wat er is, wordt wel dikwijls onderwezen, maar hierdoor breng je weer allerlei gedachtenprocessen op gang waardoor je 'labels' gaat plakken. De gedachtenprocessen moeten juist tot rust komen zodat we objectiever kunnen kijken.

Indachtigheid komt neer op bij de tijd blijven. Het echte leven speelt zich niet af in het verleden of in de toekomst, maar alleen op dit moment. Bij alles wat je doet moet je leren bij de handeling te blijven, niet bij het idee of in je verbeelding. Tijdens deze oefening dien je te observeren wat langer duurt, de in- of uitademing, of welke van de twee duidelijker is, het rijzen van de buik of het dalen. Als je het niet duidelijk kunt zien, moet je zeer aandachtig blijven voor het ritmische proces van het ademhalen. Verder let je er erop dat je lichaam recht blijft; voor de rest blijf je met je aandacht uitsluitend bij de ademhaling.

Naarmate men deze oefening onder de knie krijgt, ontspant het lichaam zich en wordt de ademhaling rustig. Je zult je heel vredig voelen en niet gestoord worden door gebeurtenissen in de geest of daarbuiten. Op zo'n moment heeft de geest geen behoefte aan noties van het zelf, ego, of de ziel. Er is geen gevoel van eigen activiteit, slechts een objectief gewaarzijn van voorbijgaande verschijnselen en de daarmee verband houdende toestanden. Nu kan men begrijpen hoe het op- en neergaan van de buik en het hele lichaam van moment tot moment plaatsvindt en weer verdwijnt. Als men zich dit realiseert, ontstaat er kennis en openbaart inzicht het licht der waarheid. Met een dergelijk gewaarzijn kun je gelukkig en onafhankelijk leven in een wereld die ingewikkeld en in verwarring is. De tot volmaaktheid gekomen mens is het mooiste wezen van al; maar geïsoleerd in zijn persoonlijkheid en ego is hij een van de slechtste. In de gewone menselijke staat is er altijd de mogelijkheid en het vermogen om volmaaktheid te bereiken, maar als de kwaliteiten die daaraan inherent zijn niet beoefend worden, kan de mens gemakkelijk tot slechtere geestelijke en lichamelijke toestanden vervallen en een gevaar voor zichzelf en voor anderen worden. Je dient te allen tijde alle lichaamsbewegingen en houdingen met opmerkzaamheid uit te voeren en goed te begrijpen wat je elk moment doet.

Vipassana meditatie is veel objectiever dan de toevallige toeschouwer zou denken. Het idee van zelf, ego, of ik gaat bijgevolg verloren door het groeiende gewaarzijn van het 'hier en nu'. Onrustige bewegingen in lichaam en geest belemmeren je objectief gewaar te zijn zodra je je van jezelf bewust bent, wanneer je ik belangrijk wordt. Zelfbewustzijn is een hinderpaal voor waar inzicht. Bovendien is het de functie van vipassana om helder en precies duidelijk te maken dat er nergens een onveranderd zelf of onveranderlijke ziel gevonden kan worden. Alle gebeurtenissen en dingen beïnvloeden elkaar, of hebben een onderling verband. Ontstaat het een, dan ontstaat het andere ook; of, zonder dit kan er dat óók niet zijn. Of, nog anders, het ene eindigt door het andere en zou anders niet afgelopen zijn. De boeddhist ziet dit als de regels van het bestaan en het niet-bestaan. Het idee van een tijdseenheid is louter een product van de geest, net zoals ideeën over een zelf of een ziel. Zij bestaan slechts totdat de uiteindelijke waarheid gerealiseerd wordt.

Extra aanbevelingen

In M118 — Anapanasati Sutta — De indachtigheid van ademen toont de Boeddha aan hoe de vier fundamenten van indachtigheid tot stand gebracht kunnen worden door de oefening van de in- en uitademing. Het is daarom een goed idee om bij die toespraak te beginnen alvorens te starten met de satipatthana methode.

De vier posities van het lichaam — Iriyapatha

Bij 'de vier posities van het lichaam', d.w.z. lopen, staan, zitten, liggen, moet je bijvoorbeeld zo gedetailleerd mogelijk aandacht schenken aan je bewegingen. Wat je in dit stadium nastreeft, is alles wat het lichaam doet goed te blijven begrijpen. Het doel hiervan is de aandacht goed te bepalen bij elke gebeurtenis die zich voordoet, maar er niet je fantasie bij te halen. Eén ding tegelijk is essentieel; het doel gaat verloren als men tijdens een bezigheid aan iets anders denkt. Het is belangrijk de notie van een wezenlijk 'ik' in verband met deze observaties te vermijden want niemand kan bewijzen dat er een 'ik' is die handelt. Waar is die onveranderlijke blijvende ik? Die is er niet, dus alle rede om 'ik' los te laten.

Overige meditatie onderwerpen van Indachtigheid van het lichaam — Kaya nupassana

Opmerking De rubriek Indachtigheid van het lichaam — Kaya nupassana in D22 — Maha Satipatthana Sutta — De grote toespraak over de vier fundamenten van indachtigheid, bevat ook nog de volgende meditatie onderwerpen:

  • De vier soorten van helder begrip — Catusampajañña
  • Het beschouwen van de walgelijkheden van het lichaam — Patikkulamanasikara
  • De beschouwing van de materiële elementen — Dhatumanasikara
  • Beschouwingen van de negen soorten lichamen — Navasivathikapabba

Zie Meer details en raadpleeg de woorden van de Boeddha in D22.

Indachtigheid van gevoelens — Vedana nupassana

Zie Meer details en raadpleeg de woorden van de Boeddha in D22.

Leer meer over vedana.

Gevoelens nemen een erg belangrijke plaats in die de kwaliteit van het mentale gebied sterk beïnvloeden. Ze hebben een functie, maar als de geest niet correct functioneert, functioneren de gevoelens ook niet correct. Er bestaat dan de kans dat we door gevoelens overweldigd worden en dat ons leven door gevoelens wordt beheerst. Om dit te voorkomen is het belangrijk te weten hoe gevoelens ontstaan.

Eenvoudig gezegd zijn er drie soorten gevoelens: aangename, onaangename en neutrale gevoelens. Wanneer onze zintuigen krijgen wat ze begeren, ontstaat er een aangenaam gevoel; krijgen ze dat niet, dan ontstaat er een onaangenaam gevoel in de vorm van frustratie, teleurstelling, depressie of zelfs woede.

Om gevoelens de baas te worden, moet je leren om ernaar te kijken, net als een poortwachter die ziet welke mensen naar binnen gaan en welke mensen naar buiten gaan. Zodra er een aangenaam, onaangenaam of neutraal gevoel ontstaat, dien je het als zodanig te herkennen. Hoewel het object van meditatie de gevoelens zijn, is er niet een persoon die op zoek is naar een gevoel. Mediteer altijd zonder verwachtingen. Je moet leren om naar gevoelens te kijken en er verder niets mee te doen. Op den duur zul je met het oog van wijsheid zien, dat je slechts een stroom van gebeurtenissen gadeslaat, gebeurtenissen die opkomen en weer moeten vergaan. Dat is hun ware aard, net zoals de ademhaling. Alle gevoelens, alle verschijnselen moeten weer verdwijnen. Net zoals een streep op het wateroppervlak.

Elk soort gevoel (vedana) dient in de geest onderkend te worden zodra het opkomt. Wanneer je een gevoel van genot krijgt bijvoorbeeld, dient het onmiddellijk beschouwd te worden als: 'Dit is een gevoel van genot.' Zo dien je ook mentaal nota te nemen van onaangename gevoelens of neutrale gevoelens. Je moet proberen naar het gevoel te kijken, min of meer als een poortwachter die ziet hoe mensen in en uit gaan. Verder moet je observeren hoe het gevoel ontstond en hoe het voorbijging. Met oefening zul je waarlijk alle gevoelens beginnen te begrijpen, totdat het gemakkelijk wordt om ze in toom te houden en ze ervan te weerhouden de geest in beroering te brengen. Pas wanneer gevoelens ongemerkt komen aansluipen, lopen we gevaar erdoor overweldigd en misschien eraan onderworpen te worden, maar zodra we ze zien zoals ze zijn, heersen ze niet meer over ons. Dit leidt tot inzicht in gevoelens met het oog van wijsheid, waardoor ware kennis ontstaat. Hoewel gevoelens bestaan, gezien het feit dat ze opkomen en verdwijnen, is er in werkelijkheid geen zelf of ego dat voelt. Je zult je gewaar worden dat het — net zoals alle andere dingen — opkomende en verdwijnende verschijnselen zijn. Gebeurtenissen die komen en gaan; dat is hun ware aard.

Indachtigheid van de geest — Citta nupassana

Zie Meer details en raadpleeg de woorden van de Boeddha in D22.

Wanneer de geest in een staat van begeerte verkeert, moet je je dat gewaar zijn en ook wanneer die begeerte afwezig is. Op dezelfde wijze moet je objectief opmerken wanneer de geest in een toestand van haat, begoocheling of instabiliteit is, of juist niet en (na voldoende oefening) moet je de staat van vrijheid en onvrijheid van de geest opmerken. Het opkomen en verdwijnen van gedachten, emoties en sentimenten, of enige andere staat die invloed heeft op de geest, moet zorgvuldig opgemerkt, herkend en begrepen worden wanneer hij zich voordoet. Door alle toestanden van de geest te kennen, kom je tot het begrip: 'Er zijn alleen gedachten of denkprocessen, maar er is geen aanwijzing dat er een denker bestaat. Het denken ontstaat vanwege bepaalde omstandigheden; wanneer de omstandigheden ophouden te bestaan, gebeurt dat ook met de gedachte en meer is het niet.'

Indien de geest op de juiste manier ontwikkeld wordt, brengt hij zegen en geluk tot stand, maar indien veronachtzaamd, komt hij eindeloos in moeilijkheden, want een wankele geest is zwak en ineffectief. Om deze redenen trainen verstandige mensen hun geest zo grondig als pikeurs hun paarden. De natuurlijke toestand van de geest zou zuiver zijn indien hij niet werd vervuild door zintuiglijke indrukken. Het oefenen van indachtigheid is bedoeld om verder bederf van de geest tegen te gaan en onzuiverheden die er tot dusver ingeslopen zijn te verwijderen. De geest die waarlijk geschoond is van hinderlijke geestestoestanden is als een heldere spiegel.

Indachtigheid van mentale objecten — Dhamma nupassana

Zie Meer details en raadpleeg de woorden van de Boeddha in D22.

Dhamma nupassana bhavana betekent letterlijk: 'De ontwikkeling van indachtigheid van de (onderwerpen) van de Dhamma.'

Dhamma nupassana is het vierde onderdeel van de satipatthana training. Dhamma nupassana betekent het observeren van dingen zoals gedachten omtrent de Dhamma (cetasika dhamma): de hindernissen zoals kamacchanda, vyapada, etc. (nivarana), de aggregaten zoals rupa, vedana, etc. (khandha), de zintuigbases zoals oog, oor, etc. (ayatanadhamma), de factoren van verlichting zoals sati, dhamma vicaya, etc. (bojjhangadhamma), en de Vier Edele Waarheden (cattari ariya sacca). Deze meditatie kan beschouwd worden als de moeilijkste in de satipatthana meditatie series.

Indachtigheid van mentale objecten waardoor men de vier fundamenten van indachtigheid completeert, betekent het beschouwen van de gehele weg van verlichting die in de Leer van de Boeddha gegeven wordt. Om hem die mediteert te helpen inzien hoe hij naar lichaam en geest in elkaar steekt, benadrukt de Leer het bestuderen van de vijf volgende objecten van de geest; je die volledig gewaar zijn is het doel van de oefening en door ze goed te observeren en te overdenken zal je geest steeds beter de onderlinge relatie gaan begrijpen.

Hierna volgen de onderdelen in detail. 'Pariggaha' betekent 'het in delen bespiegelen'.

1. De hindernissen (nivarana pariggaha)

Voor een Aanvullende ondersteuning, zie Pañca nivarana — Boeddhisme — De vijf hindernissen.

De groep van de hindernissen. Er zijn vijf hindernissen die het pad naar Nibbana blokkeren. Het zijn: 1. zinnelijk verlangen (kamacchanda); 2. kwade wil (vyapada); 3. luiheid en traagheid (thina middha); 4. rusteloosheid en zorgelijkheid (uddhacca kukkucca); 5. sceptische twijfel (vicikiccha).

a. kamacchanda: zintuiglijke verlangens ontstaan door objecten als bevredigend zijnde te beschouwen. Men dient naar kamacchanda op de volgende vijf manieren te kijken:

  1. Als een zintuiglijk verlangen (kamacchanda) opkomt in de geest, de aanwezigheid ervan gewaar zijn.
  2. Als er geen zintuiglijk verlangen in de geest is, de afwezigheid ervan gewaar zijn.
  3. De manier gewaar zijn waarop een zintuiglijk verlangen dat tot nu toe nog niet in de geest is opgekomen, tot stand zal komen.
  4. De manier gewaar zijn waarop een zintuiglijk verlangen dat is opgekomen in de geest, zal ophouden te bestaan.
  5. De manier gewaar zijn waarop een zintuiglijk verlangen, dat niet meer in iemands geest bestaat, niet meer tot stand zal komen.

b. vyapada: kwade wil bezoedelt de geest en blokkeert de weg naar Nibbana. Men dient naar vyapada op de volgende vijf manieren te kijken:

  1. Als er kwade wil (vyapada) in de geest opkomt, de aanwezigheid ervan gewaar zijn.
  2. Als er geen kwade wil in de geest is, de afwezigheid ervan gewaar zijn.
  3. De manier gewaar zijn waarop kwade wil die tot nu toe nog niet in de geest is opgekomen, tot stand zal komen.
  4. De manier gewaar zijn waarop kwade wil die is opgekomen in de geest, zal ophouden te bestaan.
  5. De manier gewaar zijn waarop kwade wil die is opgehouden te bestaan in iemands geest, niet meer tot stand zal komen.

c. thina middha: luiheid en traagheid hebben hier vooral betrekking tot het mentale gebied. Thina middha moet bespiegeld worden op dezelfde vijf manieren die eerder bij kamacchanda en vyapada gegeven zijn.

d. uddhacca kukkucca: rusteloosheid en overbezorgdheid die in de geest ontstaat. Deze mentale agitatie is een blokkade voor kalmte, en een hindernis op het pad naar Nibbana. Ook deze hindernis moet op de vijf manieren bespiegeld worden die al eerder zijn genoemd.

e. vicikiccha: twijfel die verschijnt omtrent de volgende acht aspecten van de Leer, namelijk:

  1. Twijfel omtrent de Boeddha.
  2. Twijfel omtrent de Dhamma.
  3. Twijfel omtrent de Sangha.
  4. Twijfel omtrent de regels/training (sikkha).
  5. Twijfel omtrent iemands vorige leven.
  6. Twijfel omtrent iemands volgende leven.
  7. Twijfel omtrent iemands vorige én volgende levens.
  8. Twijfel omtrent de Leer van het afhankelijke ontstaan (paticcasamuppada).

Ook deze twijfels moeten bespiegeld worden op de vijf manieren die al eerder zijn genoemd. De bespiegeling van elke van deze vijf hindernissen (nivarana) in delen, wordt nivarana pariggaha genoemd.

Zie Meer details en raadpleeg de woorden van de Boeddha in D22.

2. De aggragaten (khandha pariggaha)

Voor een Aanvullende ondersteuning, zie Pañca upadana kkhandha — Boeddhisme — De vijf groepen van hechten.

De vijf groepen van hechten (ook wel 'aggregaten' of 'groepen van het bestaan') — lichamelijkheid, gevoelens, waarnemingen, mentale factoren en bewustzijn — zijn de groepen die zowel een wezen als het hele bestaan uitmaken. Zij bestaat uit:

  1. Het aggregaat van hechten aan vorm (rupa upadana kkhandha).
  2. Het aggregaat van hechten aan gevoelens (vedana upadana kkhandha).
  3. Het aggregaat van hechten aan waarnemingen (sañña upadana kkhandha).
  4. Het aggregaat van hechten aan mentale formaties (sankhara upadana kkhandha).
  5. Het aggregaat van hechten aan bewustzijn (viññana upadana kkhandha).

Men dient vorm (rupa) op de volgende manier te bespiegelen: "Vorm heeft een wereldse aard. Op deze manier is vorm in het bewustzijn gekomen. Vorm zal ook op deze manier weer verdwijnen." Dezelfde procedure dient men ook te volgen bij de bespiegeling van de andere aggregaten van hechten: gewaarwordingen of gevoelens (vedana), waarnemingen (sañña), mentale formaties (of mentale factoren) (sankhara), en bewustzijn (viññana). Het doel van deze meditatie is om bevrijd te raken van iedere gehechtheid aangaande deze aggregaten, door hun vergankelijke natuur te beseffen, oftewel hun leegheid in te zien in het licht van de drie kenmerken (ti lakkhana) van het bestaan: vergankelijkheid, onbevredigende aard en instabiliteit of onwezenlijk karakter.

Zie Meer details en raadpleeg de woorden van de Boeddha in D22.

3. De zintuigsferen (ayatana pariggaha)

Voor een Aanvullende ondersteuning, zie Ayatana — Boeddhisme — De zintuigsferen.

Ayatana betekent zintuigbasis. Er zijn er twaalf in getal, en zij zijn in twee groepen ingedeeld — inwendige en uitwendige.

De zes inwendige zintuigbases (adhyatma ayatana) zijn:

  1. De basis van het oog (cakkhayatana).
  2. De basis van het oor (sotayatana).
  3. De basis van de neus (ghanayatana).
  4. De basis van de tong (jivhayatana).
  5. De basis van het lichaam (kayayatana).
  6. De basis van de geest (manayatana).

De zes uitwendige zintuigbases (bahir ayatana) zijn:

  1. De basis van vorm oftewel zichtbare objecten (rupayatana).
  2. De basis van geluid (saddayatana).
  3. De basis van reuk (gandhayatana).
  4. De basis van smaak (rasayatana).
  5. De basis van tastbare objecten (photthabbayatana).
  6. De basis van mentale objecten (dhammayatana).

Men dient elke zintuigbasis op de volgende vijf manieren te bespiegelen:

  1. Weten wat die zintuigbasis is.
  2. Weten hoe de zintuigbasis opgekomen is.
  3. Weten hoe de zintuigbasis die tot nu toe nog niet is opgekomen, tot stand komt.
  4. Weten hoe de zintuigbasis die opgekomen is, ophoudt te bestaan.
  5. Weten hoe de zintuigbasis die opgehouden heeft te bestaan, niet meer opkomt.

Wanneer je de beide werelden (de interne en de externe) gewaar bent, kun je de samenhang van dingen zien en zul je beseffen dat de innerlijke en uiterlijke wereld niet echt van elkaar gescheiden zijn. Innerlijk en uiterlijk worden dan niet langer meer als twee apart van elkaar bestaande verschijnselen gezien.

Steeds wanneer er een afhankelijkheid is — een vastgrijpen vanuit oude gewoontepatronen — in zien, horen, ruiken, proeven, aanraken en denken, zal het één een voorwaarde voor het andere zijn. Zo beïnvloeden de inwendige zintuigsferen elkaar onderling en worden ze steeds weer opnieuw geprikkeld door de uitwendige zintuigsferen. De controle over de zintuigen is allesbepalend van hoe wij in de wereld staan. Of we richting vrijheid gaan of vastgeketend blijven aan onze 'wereld'.

De inwendige en uitwendige zintuigsferen zijn geëvolueerd om ideeën en gedachten waar te nemen. Zonder deze zou het onmogelijk zijn te weten wat er in de wereld of in je eigen geest gebeurt. Dientengevolge raakt het contact tussen materie en geest verloren als een van deze om de een of andere reden niet meer functioneert.

Aangezien er zes zintuigen zijn waardoor contact plaats kan vinden, hebben we twaalf sferen waarin ze functioneren. Zes ervan zijn inwendig en zes uitwendig. De basis van het oog, oor, neus, tong, lichaam en de geest bevatten de zes inwendige sferen van de zintuigen. De zes soorten van objecten die hiermee corresponderen worden de uitwendige sferen van de zintuigen genoemd, in die zin dat ze de stimulans verschaffen die hun respectievelijke inwendige sferen prikkelen. Zichtbare vormen komen in contact met de basis van het oog, geluiden met het oor, geuren met de neus, smaken met de tong, voelbare dingen met het lichaam als basis voor contact terwijl gedachten of ideeën in de geest voelbaar zijn. Het resultaat van dit contact tussen de uitwendige en inwendige sferen van elk van de zintuigen is: zien, horen, ruiken, proeven, aanraken en denken. Het zijn deze die ons aan het levensrad binden met zijn onbevredigende vergankelijkheid en zelfzucht. Hierbij zijn inbegrepen ideeën over de ziel of verlangen naar het zelf, afkeer, begoocheling, verwaandheid, rusteloosheid en angst. Zij binden ons niet alleen aan deze wereld, maar ook aan de fijnstoffelijke wereld (rupavacara) en de onstoffelijke (arupavacara) wereld in een toestand van niet-bevrijding.

Er zijn drie stadia in inzichtmeditatie. In het eerste dien je niets dan aandacht te schenken aan zien, horen, denken etc. In het zien is er slechts zien, in het horen is er slechts horen etc., zonder allerlei associaties. Het is een kwestie van gewoon accepteren wat er is, wat je waarneemt. Dit heeft als effect dat de stroom van willekeurige gedachten, associaties met ideeën en de innerlijke dialoog onder controle wordt gehouden. Vanwege vastgeroeste patronen moet men vastberaden zijn in het oefenen, om deze afdwalingen in het begin meer dan een paar seconden onder controle te krijgen. Het kan en het zal spoedig zegenrijk blijken.

Het tweede stadium van meditatie treedt op wanneer je waakzaam bent geworden ten aanzien van een van de zes zintuigen. Het bestaat uit de respectievelijke zintuigbasis en het zintuigobject dat erbij betrokken is, terwijl je nota neemt van elke band/keten van aantrekkingskracht of afkeer die de onverlichte geest kan bezwaren. Totaal gewaarzijn van deze toestanden is het doel in dit stadium.

Ten derde dient men de ketenen en banden die ontstaan door de zes inwendige en uitwendige zintuigsferen te leren kennen en duidelijk te begrijpen, op te merken hoe ze ontstaan, hoe ze zich manifesteren en dan weer verdwijnen. Contemplatie zal je in dit stadium onthullen hoe je ze los moet laten en hoe je voortaan kunt voorkomen dat ze opnieuw ontstaan. Deze weg leidt tot overwinning van het 'zelf' en beheersing over het leven.

Extra aanbevelingen

In M149 — Maha Salayatanika Sutta — De grote toespraak over de zesvoudige basis, geeft de Boeddha uitgebreide instructies voor deze meditatie.

Zie Meer details en raadpleeg de woorden van de Boeddha in D22.

4. De factoren van verlichting (bojjhanga pariggaha)

Voor een Aanvullende ondersteuning, zie Satta sambojjhanga — Boeddhisme — De zeven factoren van verlichting.

Bij de beoefening van meditatie dient men elk van deze factoren van verlichting op de volgende vier manieren te bespiegelen:

  1. De aanwezigheid van een factor van verlichting (bojjhanga) op te merken, wanneer deze in je aanwezig is.
  2. De afwezigheid van een factor van verlichting op te merken, wanneer deze afwezig is.
  3. Weten hoe een factor van verlichting ontwikkeld kan worden wanneer deze niet in je aanwezig is.
  4. Weten hoe een factor van verlichting die in je aanwezig is, verder ontwikkeld kan worden.

Door de zeven factoren van verlichting op deze manier te bespiegelen, is het mogelijk ze verder te ontwikkelen, hetgeen iemand helpt om Nibbana vast en zeker te verwezenlijken.

Zie Meer details en raadpleeg de woorden van de Boeddha in D22.

5. De Vier Edele Waardheden (cattari ariya sacca pariggaha)

Voor een Aanvullende ondersteuning, zie Cattari Ariya Sacca — Boeddhisme — De Vier Edele Waarheden.

De groep van de Vier Edele Waarheden. Dit houdt in dat men zich de feiten realiseert aangaande de Vier Edele Waarheden (Cattari Ariya Sacca), namelijk: 1. dukkha; 2. samudaya; 3. nirodha; 4. magga.

a. dukkha: de waarheid van lijden. Overeenkomstig de Leer van de Boeddha is de gehele wereld voortdurend in verandering, en daarom vol van lijden. Alles glijdt van ons weg. De Boeddha heeft het pad gewezen om een einde aan dat lijden te maken. Er zijn twaalf verschijningsvormen die het bestaan van dat lijden duidelijk zichtbaar maken:

  1. Geboorte is lijden (jati).
  2. Ouderdom is lijden (jara).
  3. Dood is lijden (marana).
  4. Verdriet is lijden (soka).
  5. Weeklagen is lijden (parideva).
  6. Lichamelijke pijn is lijden (dukkha).
  7. Mentale pijn is lijden (domanassa).
  8. Zware arbeid is lijden (upayasa).
  9. Gevoegd worden bij onplezierige personen en bij onplezierige omstandigheden is lijden (appiyehisampayoga).
  10. Gescheiden worden van geliefden en van plezierige omstandigheden is lijden (piyehivippayoga).
  11. Niet kunnen krijgen wat men wil is lijden (yampiccam nalabhati tampi dukkam).
  12. In het kort: de vijf aggregaten van hechten zijn lijden (samkhittena pañcupadanakkhandha dukkha).

Lijden kan ook begrepen worden door het te bezien vanuit zeven aspecten, namelijk:

  1. Lijden ontstaat door de tastbare, gewone, alledaagse pijn (dukkha).
  2. Lijden ontstaat door het in bestaan komen en vergaan van geconditioneerde toestanden (sankhara dukkhata of sankhata dukkhata).
  3. Lijden ontstaat door verandering (viparinama dukkhata).
  4. Lijden ontstaat door lichamelijke en mentale kwalen, waarvan de oorzaken van ontstaan zijn verborgen (paticchanna dukkhata).
  5. Lijden ontstaat door vele beproevingen en wederwaardigheden, waarvan de oorzaken van ontstaan zichtbaar zijn (appaticchanna dukkhata).
  6. Lijden ontstaat door actuele pijn (dukkha dukkhata) (nippariyaya dukkhata) te voelen, zowel lichamelijk als mentaal.
  7. Lijden ontstaat door alle andere soorten van pijn dan dukkha dukkhata (pariyaya dukkhata).

De opsomming van deze zeven aspecten geeft aan hoe lijden ontstaat. Aldus moet men het lijden op verschillende manieren bespiegelen en het feit in acht nemen dat het een staat is die geconditioneerd is door oorzaak en gevolg. Op deze wijze dient men ernaar te streven om zich de ware natuur van lijden te realiseren. Zie ook dukkha.

b. samudaya: de waarheid van de oorzaak van lijden. Hier wordt de hunkering bedoeld welke de hoofdoorzaak van alle lijden is. Die hunkering is in oorsprong drievoudig: 1. hunkering naar zintuiglijke dingen (kama tanha); 2. hunkering naar continuïteit en worden (bhava tanha); 3. hunkering naar het idee dat er geen continuering en worden bestaat (vibhava tanha). Deze hunkering of begeerte is verder geclassificeerd in relatie tot de verscheidene zintuigobjecten:

  1. Begeerte naar vorm (rupa tanha).
  2. Begeerte naar geluid (sadda tanha).
  3. Begeerte naar geur (gandha tanha).
  4. Begeerte naar smaak (rasa tanha).
  5. Begeerte naar tastbare objecten (photthabba tanha).
  6. Begeerte naar mentale objecten (dhamma tanha).

c. nirodha: de waarheid van de opheffing van lijden. Dit behelst de volmaakte staat van Nibbana die men bereikt door de uitroeiing van alle bezoedelingen (asava's). Nirodha is tweevoudig, namelijk: het Nibbana verwezenlijken terwijl men dit leven voortzet (sopadisesa nibbana), en het Nibbana verwezenlijken op het moment van de dood (nirupadisesa nibbana).

d. magga: het pad. Met de term magga wordt het achtvoudige pad bedoeld, welke de enige weg is om Nibbana te verwezenlijken. Het pad bestaat uit:

  1. Juist begrip (samma ditthi).
  2. Juiste gedachten (samma sankappa).
  3. Juist spreken (samma vaca).
  4. Juiste handelingen (samma kammanta).
  5. Juist levensonderhoud (samma ajiva).
  6. Juiste inspanning (samma vayama).
  7. Juiste indachtigheid (samma sati).
  8. Juiste concentratie (samma samadhi).

Voor een nadere beschrijving van het Achtvoudige Pad, zie ariya atthangika magga.

Elk van deze factoren moet apart genomen en bespiegeld worden en men dient ernaar te streven deze bedachtzaam te beoefenen in het dagelijkse leven. Iemand moet waakzaam zijn omtrent zijn gedachten en ernaar streven om zich van kwade gedachten te verlossen en om goede gedachten op te wekken (samma sankappa) door de training in juist begrip (samma ditthi). Vervolgens zal iemand in staat zijn, zijn lichaam, zijn spreken, en zijn denken te bedwingen, en door juiste contemplatie (samma samadhi) de geest te richten op de verwezenlijking van Nibbana.

Zie Meer details en raadpleeg de woorden van de Boeddha in D22.

Tip Vergeet niet de Wegwijzer voor deze pagina te raadplegen.

Eindnoten

[1] MA: 'Intern': het beschouwen van de ademhaling in zijn eigen lichaam. 'Extern': het beschouwen van de ademhaling van een ander. 'Intern en extern': het beschouwen van de ademhaling in zijn eigen lichaam en het beschouwen van de ademhaling van een ander, zonder onderbroken aandacht.

Een gelijke verklaring is ook van toepassing op de passage die volgt in elk van de andere secties, behalve dat voor de externe beschouwing van gevoelens, de geest, en mentale objecten, (los van hen met telepathische vermogens) deze van de eerste passage afgeleid moet worden.

[2] MA: De 'opkomende dingen' (samudayadhamma) voor het lichaam zijn de voorwaarden (paccaya) voor het ontstaan van het lichaam, namelijk: onwetendheid, begeerte, wilshandelingen en voedsel, samen met het van moment tot moment ontstaan van de fysieke verschijnselen in het lichaam. In het geval van de indachtigheid van ademen, vormen de fysieke organen voor de ademhaling die in de commentaren worden genoemd, een aanvullende opkomende factor. Dit betekent dat bijvoorbeeld de longen van een betere kwaliteit zullen worden. Voor carapatiënten zal de beoefening van de indachtigheid van ademen dan ook duidelijk merkbaar zijn. De 'verdwijnende factoren' (vayadhamma) voor het lichaam is de opheffing van de voorwaardelijke condities en de kortstondige ontbinding van fysieke verschijnselen in het lichaam.

[3] MA: Er is slechts een lichaam, maar er is geen levend wezen, geen individu, geen vrouw, geen man, geen zelf, niets dat behoort tot een zelf; noch een persoon, noch iets dat tot een persoon behoort.

Document info
RegID leer-003-01-meditatie
Bijgewerkt 12 mei 2022 21:27:22
Auteur Peter van Loosbroek — Ananda
Locatie www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright Zie a.u.b. copyright www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overig Geen