Boeddhisme — De meditatie van indachtigheid

Satipatthana

Wat zijn de vier fundamenten van indachtigheid en hoe mediteer je daarop?

Inhoudsopgave

Wat is de meditatie van indachtigheid?

Indachtigheid van het lichaam — Kaya nupassana

Indachtigheid van gevoelens — Vedana nupassana

Indachtigheid van de geest — Citta nupassana

Indachtigheid van mentale objecten — Dhamma nupassana

Hindernissen

Groepen van hechten

Zintuigbases

Factoren van verlichting

Vier Edele Waarheden

Wegwijzer

Aanvullende ondersteuning

Deze pagina is een Aanvullende ondersteuning voor: Ariya Atthangika Magga — Boeddhisme — Het Edel Achtvoudige Pad, in het bijzonder de zevende factor van het pad (Juiste indachtigheid (samma sati)).

Sati dient ook als een algemeen aspect te worden beschouwd.

Woordenboek

In het woordenboek vind je meer belangrijke informatie over dit onderwerp. Kijk bij satipatthana.

Meer details

De instructies op deze pagina zijn gebaseerd op D22 — Maha Satipatthana Sutta — De grote toespraak over de vier fundamenten van indachtigheid. Raadpleeg de toespraak voor een gedetailleerde verhandeling omtrent alle onderwerpen van de satipatthana meditatie, inclusief belangrijke eindnoten. De inhoudsopgave geeft de structuur goed weer.

D22 behelst de zevende factor van het Edel Achtvoudige Pad.

Meer over deze serie

Meer pagina's en informatie over deze serie, zie Boeddhisme — De Leer van de Boeddha.

Wat is de meditatie van indachtigheid?

De vier fundamenten van indachtigheid vormen de bases van de ontwikkeling van inzicht (vipassana). Voor meer, zie a.u.b. satipatthana.

Boeddhistische meditatie is erop gericht hart en geest te zuiveren van alle storende invloeden, de zogenaamde bezoedelingen (kilesa). Het is een gedisciplineerd proces, dat begint met het cultiveren van positieve kwaliteiten als welwillendheid of liefdevolle vriendelijkheid (metta), mededogen (karuna) en kameraadschap, meelevende vreugde over het succes van anderen (mudita) en gelijkmoedigheid ten opzichte van de wisselvalligheden van het leven (upekkha), om zodoende het evenwicht en de kalmte of gemoedsrust te bewaren. Bij de beoefening ervan wordt contemplatie ontwikkeld in het kader van geestelijke kalmte, maar met het inzicht dat de waarheid verwezenlijkt en de weg naar volmaakte emancipatie verlicht.

De vipassana methode brengt het verkrijgen van kennis door rechtstreekse waarneming met zich mee, hetgeen zelfvertrouwen en geestelijke evenwichtigheid doet ontstaan. Er zijn zes fasen in dit proces: het cultiveren van indachtigheid, het overwinnen van smart en verdriet, het beëindigen van lijden of het onbevredigende, het betreden van het pad, het helder bevatten van de werking van de geest. Dit wordt ook genoemd: juiste opvattingen of algeheel begrip, wat het pad naar uiteindelijke kennis zuivert, of: juiste volharding om het doel van de uiteindelijke waarheid of Nibbana te bereiken. Contemplatie en inzicht werken samen en hun groei wordt gelijktijdig bevorderd. Om aan de intenties van deze manier van meditatie te voldoen, worden de vier fundamenten van indachtigheid gebruikt zoals hierboven opgesomd.

Wat is indachtigheid (sati)? In morele zin heeft het ten eerste te maken met geweten: iemand die waakzaam is ten opzichte van al zijn gedachten en activiteiten van het lichaam, kan het doen van het goede en het vermijden van het slechte bevorderen en de geest zuiveren van alle belemmerende neigingen (anusaya) en invloeden (asava's). Indachtigheid betekent ook oplettendheid of aandachtigheid en zorgvuldigheid. Bij de beoefening van vipassana meditatie betekent indachtigheid: je volledig gewaar zijn van het huidige moment en de handeling die nu plaatsvindt. Aandachtigheid betekent de focus van het bewustzijn gericht op fysieke en mentale verschijnselen zoals ze zich voordoen. Op dezelfde manier wordt zuivere aandacht aan innerlijke waarneming gegeven, hetgeen men in acht neemt als het zien of kennen van het gevoel, de geestestoestand of het geestelijk object, maar zonder af te dwalen naar associaties over deze toestanden. Zo is indachtigheid een creatieve poging tot alertheid, concentratie en het zich realiseren van alles wat er opkomt als je mediteert.

Een nevenbetekenis is waakzaamheid ten aanzien van de bezigheden in het dagelijks leven, wat onbeperkte toepassingsmogelijkheden biedt. Indachtigheid wordt weergegeven door het gezegde uit de Dhammapada:

029. Onder de onoplettenden, oplettend. Onder de slapenden, klaar wakker. Zoals een snel paard een zwak paard achterlaat, zo wint ook degene met vlekkenloze wijsheid.

IJverig en wakker, haalt de wijze de onachtzame in, zoals een snel paard een zwak paard inhaalt.

We zien dus dat indachtigheid een hoedanigheid is die ontwikkeld moet worden, niet alleen door strikte perioden van meditatie, maar ook in de sleur van het dagelijks leven.

De 4 contemplaties bevatten verscheidene oefeningen, maar de satipatthana moet niet gezien worden als louter een collectie van meditatieonderwerpen omdat elk van hen er uitgehaald kan worden om los van de andere te beoefenen. Ofschoon de meeste van de oefeningen ook elders in de boeddhistische geschriften verschijnen, zijn ze in de context van D22 — Maha Satipatthana Sutta — De grote toespraak over de vier fundamenten van indachtigheid hoofdzakelijk bedoeld voor indachtigheid en inzicht, zoals gezegd in de zich steeds herhalende passage ter afsluiting van iedere sectie van de toespraak (zie hierna).

Reminder De ontwikkeling van het Edel Achtvoudige Pad (ariya atthangika magga) nodig is voor bevrijding van lijden. Van dit pad vertegenwoordigt de satipatthana training de 7e factor: juiste indachtigheid (samma sati)

Deze training en de training in de andere factoren van het Achtvoudige Pad staan dus niet los van elkaar.

De 4 contemplaties bedekken alle 5 groepen van het bestaan (khandha's) omdat indachtigheid bedoeld is om de gehele persoonlijkheid te belichten. Vandaar dat voor de volledige ontwikkeling van indachtigheid, de oefening zich moet uitstrekken naar alle 4 de types van contemplatie. Echter, niet elke oefening die genoemd is onder deze vier fundamenten, hoeft steeds beoefend te worden.

Een methodische beoefening van deze satipatthana moet worden gestart met één van de oefeningen uit de groep 'indachtigheid van het lichaam', die dienst zal doen als het primaire en vaak terugkerende onderwerp van meditatie. Het is aan te bevelen om te starten met de oefening van de in- en uitademing omdat deze het meest eenvoudig is. De Boeddha beoefende deze indachtigheid van de in- en uitademing (anapana sati) zelf in de avond voor zijn verlichting. De oefeningen van de groep en die van de andere contemplaties, zijn ervoor, om gecultiveerd te worden wanneer de omstandigheden zich voordoen gedurende de meditatie en in het dagelijkse leven waarmee meditatie altijd verweven is.

In M118 — Anapanasati Sutta — De indachtigheid van ademen wordt aangetoond hoe de vier fundamenten van indachtigheid tot stand gebracht kunnen worden door de oefening van de in- en uitademing.

Na iedere contemplatie laat de Boeddha (in D22) zien hoe dit uiteindelijk leidt tot inzicht-wijsheid (vipassana pañña):

"Op deze wijze beschouwt hij intern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt extern het lichaam als een lichaam, of hij beschouwt zowel intern als extern het lichaam als een lichaam. Hij beschouwt het opkomen van dingen (samudayadhamma) omtrent het lichaam; hij beschouwt het vergaan van dingen (vayadhamma) omtrent het lichaam; of hij beschouwt het opkomen én het vergaan van dingen omtrent het lichaam."

"Of zijn indachtigheid is gegrondvest op de gedachte: 'Er is slechts een lichaam', juist zoveel als nodig is voor de uitbreiding van inzicht en indachtigheid, en hij leeft onafhankelijk (anissito) en grijpt en zich nergens in de wereld aan vast. Zo, monniken, leeft een monnik en beoefent hij de indachtigheid van het lichaam."

Op dezelfde manier beschouw je ook gevoelens, de geest en mentale objecten. Hierna zullen we de vier fundamenten van indachtigheid eens wat nader toelichten.

Indachtigheid van het lichaam — Kaya nupassana

Wat zei de Boeddha exact over deze contemplatie?

Bekijk D22 — Maha Satipatthana Sutta — De grote toespraak over de vier fundamenten van indachtigheid met belangrijke eindnoten.

Dit oefent men door de bewegingen van de buik op te merken die door de ademhaling veroorzaakt worden. Bij het inademen komt de buik omhoog; bij het uitademen daalt hij. Met je geest kijk je naar deze beweging en word je je van tijd tot tijd veranderingen in het ademhalingsritme gewaar. Ademhalingen kunnen diep of oppervlakkig, langzamer of sneller worden en volgen daarbij natuurlijke neigingen die op geen enkele manier beïnvloed dienen te worden. Het is belangrijk het lichaam recht en de geest alert te houden, terwijl je scherp oplet en je zo min mogelijk beweegt. Je moet gemakkelijk zitten, maar zonder achterover te leunen of te liggen, anders komt de slaap misschien tussenbeide. De handen moeten losjes in de schoot liggen en de ogen moeten gesloten zijn. Het lichaam moet in evenwicht en rechtop zijn, maar niet gespannen of stijf. Uitersten als stijfheid en slapheid moeten vermeden worden, want het boeddhisme bewandelt de weg van het midden. Aanwezigheid van geest is nu het thema en de aandacht moet op de op- en neergaande beweging van de buik rusten. Telkens wanneer de geest afdwaalt of een willekeurige gedachte volgt, moet je dat onderkennen en terugkeren naar de op- en neergaande beweging.

Om te volharden in het gewaarzijn van deze bewegingen zoals zij zich voordoen, kun je van elk stadium nota nemen door in de geest de op- en neergaande beweging steeds opmerkzaam te zijn zonder te denken "op... neer... op... neer", maar er alleen met niets anders dan helderheid naar te kijken. Je moet niet denken of in jezelf opzeggen wat je doet, maar er alleen maar passief naar kijken zodat alles wat er op dat moment is en gebeurt je volledig duidelijk wordt. Het opzeggen, het benoemen van wat er is, wordt wel dikwijls onderwezen, maar hierdoor breng je weer allerlei gedachtenprocessen op gang waardoor je 'labels' gaat plakken. De gedachtenprocessen moeten juist tot rust komen zodat we objectiever kunnen kijken. Zie de eindnoot benoemen in D22 voor meer informatie.

Indachtigheid komt neer op bij de tijd blijven. Het echte leven speelt zich niet af in het verleden of in de toekomst, maar alleen op dit moment. Bij alles wat je doet moet je leren bij de handeling te blijven, niet bij het idee of in je verbeelding. Tijdens deze oefening dien je te observeren wat langer duurt, de in- of uitademing, of welke van de twee duidelijker is, het rijzen van de buik of het dalen. Als je het niet duidelijk kunt zien, moet je zeer aandachtig blijven voor het ritmische proces van het ademhalen en je je hele lichaam gewaar blijven.

Naarmate men deze oefening onder de knie krijgt, ontspant het lichaam zich en wordt de ademhaling rustig. Je zult je heel vredig voelen en niet gestoord worden door gebeurtenissen in de geest of daarbuiten. Op zo'n moment heeft de geest geen behoefte aan noties van het zelf, ego, of de ziel. Er is geen gevoel van eigen activiteit, slechts een objectief gewaarzijn van voorbijgaande verschijnselen en de daarmee verband houdende toestanden. Nu kan men begrijpen hoe het op- en neergaan van de buik en het hele lichaam van moment tot moment plaatsvindt en weer verdwijnt. Als men zich dit realiseert, ontstaat er kennis en openbaart inzicht het licht der waarheid. Met een dergelijk gewaarzijn kun je gelukkig en onafhankelijk leven in een wereld die ingewikkeld en in verwarring is. De tot volmaaktheid gekomen mens is het mooiste wezen van al; maar geïsoleerd in zijn persoonlijkheid en ego is hij een van de slechtste. In de gewone menselijke staat is er altijd de mogelijkheid en het vermogen om volmaaktheid te bereiken, maar als de kwaliteiten die daaraan inherent zijn niet beoefend worden, kan de mens gemakkelijk tot slechtere geestelijke en lichamelijke toestanden vervallen en een gevaar voor zichzelf en voor anderen worden. Je dient te allen tijde alle lichaamsbewegingen en houdingen met opmerkzaamheid uit te voeren en goed te begrijpen wat je elk moment doet.

Bij het lopen moet je bijvoorbeeld zo gedetailleerd mogelijk aandacht schenken aan je bewegingen. Wat je in dit stadium nastreeft, is alles wat het lichaam doet goed te blijven begrijpen. Het doel hiervan is de aandacht goed te bepalen bij elke gebeurtenis die zich voordoet, maar er niet je fantasie bij te halen. Eén ding tegelijk is essentieel; het doel gaat verloren als men tijdens een bezigheid aan iets anders denkt. Het is belangrijk de notie van een wezenlijk 'ik' in verband met deze observaties te vermijden want niemand kan bewijzen dat er een 'ik' is die handelt. Waar is die onveranderlijke blijvende ik? Die is er niet, dus alle rede om 'ik' los te laten.

Vipassana meditatie is veel objectiever dan de toevallige toeschouwer zou denken. Het idee van zelf, ego, of ik gaat bijgevolg verloren door het groeiende gewaarzijn van het 'hier en nu'. Onrustige bewegingen in lichaam en geest belemmeren je objectief gewaar te zijn zodra je je van jezelf bewust bent, wanneer je ik belangrijk wordt. Zelfbewustzijn is een hinderpaal voor waar inzicht. Bovendien is het de functie van vipassana om helder en precies duidelijk te maken dat er nergens een onveranderd zelf of onveranderlijke ziel gevonden kan worden. Alle gebeurtenissen en dingen beïnvloeden elkaar, of hebben een onderling verband. Ontstaat het een, dan ontstaat het andere ook; of, zonder dit kan er dat óók niet zijn. Of, nog anders, het ene eindigt door het andere en zou anders niet afgelopen zijn. De boeddhist ziet dit als de regels van het bestaan en het niet-bestaan. Het idee van een tijdseenheid is louter een produkt van de geest, net zoals ideeën als het zelf of de ziel. Zij bestaan slechts totdat de uiteindelijke waarheid gerealiseerd wordt.

Indachtigheid van gevoelens — Vedana nupassana

Wat zei de Prachtige mens?

Bekijk het in D22 — Maha Satipatthana Sutta — De grote toespraak over de vier fundamenten van indachtigheid.

Elk soort gevoel (vedana) dient in de geest onderkend te worden zodra het opkomt. Wanneer je een gevoel van genot krijgt bijvoorbeeld, dient het onmiddellijk beschouwd te worden als: 'Dit is een gevoel van genot.' Zo dien je ook mentaal nota te nemen van onaangename gevoelens of neutrale gevoelens. Je moet proberen naar het gevoel te kijken, min of meer als een poortwachter die ziet hoe mensen in en uit gaan. Verder moet je observeren hoe het gevoel ontstond en hoe het voorbijging. Met oefening zul je waarlijk alle gevoelens beginnen te begrijpen, totdat het gemakkelijk wordt om ze in toom te houden en ze ervan te weerhouden de geest in beroering te brengen. Pas wanneer gevoelens ongemerkt komen aansluipen, lopen we gevaar erdoor overweldigd en misschien eraan onderworpen te worden, maar zodra we ze zien zoals ze zijn, heersen ze niet meer over ons. Dit leidt tot inzicht in gevoelens met het oog van wijsheid, waardoor ware kennis ontstaat. Hoewel gevoelens bestaan, gezien het feit dat ze opkomen en verdwijnen, is er in werkelijkheid geen zelf of ego dat voelt. Je zult je gewaar worden dat het voorbijgaande gebeurtenissen zijn; dat is hun ware aard.

Indachtigheid van de geest — Citta nupassana

Hoe werd dit door de grote Leraar verteld?

Raadpleeg D22 — Maha Satipatthana Sutta — De grote toespraak over de vier fundamenten van indachtigheid met belangrijke eindnoten.

Wanneer de geest in een staat van begeerte verkeert, moet je je dat gewaar zijn en ook wanneer die begeerte afwezig is. Op dezelfde wijze moet je objectief opmerken wanneer de geest in een toestand van haat, begoocheling of instabiliteit is, of juist niet en (na voldoende oefening) moet je de staat van vrijheid en onvrijheid van de geest opmerken. Het opkomen en verdwijnen van gedachten, emoties en sentimenten, of enige andere staat die invloed heeft op de geest, moet zorgvuldig opgemerkt, herkend en begrepen worden wanneer hij zich voordoet. Door alle toestanden van de geest te kennen, kom je tot het begrip: 'Er zijn alleen gedachten of denkprocessen, maar er is geen aanwijzing dat er een denker bestaat. Het denken ontstaat vanwege bepaalde omstandigheden; wanneer de omstandigheden ophouden te bestaan, gebeurt dat ook met de gedachte en meer is het niet.'

Indien de geest op de juiste manier ontwikkeld wordt, brengt hij zegen en geluk tot stand, maar indien veronachtzaamd, komt hij eindeloos in moeilijkheden, want een wankele geest is zwak en ineffectief. Om deze redenen oefenen verstandige mensen hun geest zo grondig als pikeurs hun paarden. De natuurlijke toestand van de geest zou zuiver zijn indien hij niet werd vervuild door zintuiglijke indrukken. Het oefenen van indachtigheid is bedoeld om verder bederf van de geest tegen te gaan en onzuiverheden die er tot dusver ingeslopen zijn te verwijderen. De geest die waarlijk geschoond is van hinderlijke geestestoestanden is als een heldere spiegel.

Indachtigheid van mentale objecten — Dhamma nupassana

Wat waren de woorden van de Tathagata?

Beleef die woorden in D22 — Maha Satipatthana Sutta — De grote toespraak over de vier fundamenten van indachtigheid.

En ondanks er van een Arahat niks over is na zijn dood, zei hij: "Wie de Dhamma ziet, ziet mij."

Indachtigheid van mentale objecten waardoor men de vier fundamenten van indachtigheid completeert, betekent het beschouwen van de gehele weg van verlichting die in de Leer van de Boeddha gegeven wordt. Om hem die mediteert te helpen inzien hoe hij naar lichaam en geest in elkaar steekt, benadrukt de Leer het bestuderen van de vijf volgende objecten van de geest; je die volledig gewaar zijn is het doel van de oefening en door ze goed te observeren en te overdenken zal je geest steeds beter de onderlinge relatie gaan begrijpen.

Bezig De volgende onderwerpen worden per onderwerp specifiek uitgewerkt.

Hindernissen

Hij weet of de vijf hindernissen (pañca nivarana) in hem aanwezig of afwezig zijn; hij begrijpt hoe ze opkomen en hij begrijpt hoe ze te overwinnen zijn indien ze opgekomen zijn. Ook weet hij hoe ze in de toekomst niet meer opkomen. Elk van de vijf hindernissen wordt in deze oefening aanschouwd.

Groepen van hechten

Hij kent de aard van de vijf groepen van hechten (pañca upadana kkhandha) oftewel de vijf groepen van het bestaan. Hij weet hoe ze opkomen en hoe ze weer verdwijnen en hij ziet ze als zijnde ledig, instabiel en zonder werkelijkheidswaarde.

Zintuigbases

Hij kent de 12 bases van elke mentale activiteit (ayatana): het oog en een beeld, het oor en een geluid, de neus en een geur, de tong en een smaak, het lichaam en tastbare dingen, de geest en mentale objecten. Hij begrijpt de banden (saññojana) die afhankelijk van de innerlijke zintuigbases (oog, oor, etc.) en de externe zintuigbases (beeld, geluid, etc.) ontstaan; hij begrijpt hoe een band tot stand komt en hij begrijpt hoe die overwonnen wordt en dan in de toekomst niet meer tot stand komt.

Factoren van verlichting

Hij weet wanneer een factor van verlichting (bojjhanga) aanwezig is of wanneer die afwezig is; hij weet hoe hij de factoren moet ontwikkelen als ze niet aanwezig zijn en wanneer ze wel aanwezig zijn, dan weet hij hoe deze verder ontwikkeld moeten worden.

Vier Edele Waarheden

Verder begrijpt hij elk van de Vier Edele Waarheden (cattari ariya sacca). "Hierin, monniken, begrijpt een monnik overeenkomstig met de realiteit: 1. 'Dit is lijden' (dukkha); en hij begrijpt overeenkomstig met de realiteit: 2. 'Dit is de oorzaak van lijden' (samudaya); en hij begrijpt overeenkomstig met de realiteit: 3. 'Dit is de opheffing van lijden' (nirodha); en hij begrijpt overeenkomstig met de realiteit: 4. 'Dit is het pad dat leidt tot opheffing van lijden' (magga)."

Document info
RegID boeddhisme-003-01-meditatie
Bijgewerkt 19 september 2020 22:25:20
Auteur Peter van Loosbroek — Ananda
Locatie www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overig Geen