RegID: Snp5-18
Bijgewerkt op: 30 januari 2003
Auteur: Peter van Loosbroek -- Ananda
Locatie: www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright: Zie voor gebruik van deze tekst www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overige informatie: Sutta Nipata 5: 18

Pingiya's eerbied voor de Weg naar de Andere Zijde

Hij, Gotama, was de enige die de duisternis verdreef.

1131. "Ik zal aan u het eerbied uitspreken voor De Weg naar de Andere Zijde", zei Pingiya (toen hij teruggekeerd was naar de banken van de rivier Godhavari waarop zijn leraar, de brahmaan Bavari leefde.) "Het werd voor ons door deze man precies beschreven zoals hij het zag. Er is geen enkele reden waarom een man zoals hij zou liegen -- een wereld van kennis en volkomen puur, een man zonder begeerte."

1132. "Wanneer een stem geen enkele glinstering van trots heeft en geen enkele ingewortelde vlek van onwetendheid, dan zijn woorden vol van zoetheid en schoonheid. Het zijn zulke woorden die ik nu prijs."

1133. "Men noemt hem de Boeddha, de Ontwaakte, de Waakzame. Hij is de verwijdering van duisternis, hij heeft totale visie, hij kent het einde van de wereld, hij is voorbij alle staten van het bestaan en van worden (bhava) gegaan[1]. Hij heeft geen innerlijke gif-drijfveren meer: hij is de totale verwijdering van lijden. Deze man, brahmaan Bavari, is de man die ik volg."

1134. "Het is als een vogel die de bosjes van het struikgewas verlaat en naar de vruchtbomen in het woud vliegt. Ook ik heb de schemerige kortzichtigheid van meningen verlaten; als een zwaan heb ik een groot meer bereikt."

1135. "Tot voordat ik de Leer van Gotama hoorde, vertelden de mensen me altijd dit: "Dit is hoe het altijd geweest is, en dit is hoe het altijd zal zijn"; maar dit is enkel en alleen het overblijfsel van traditie, een broeikas voor speculatieve opvattingen."

1136. "Deze prins, deze straal van licht, Gotama, is de enige die de duisternis kon verdrijven. Deze man Gotama, is een universum van wijsheid en een wereld van begrip,

1137. een Leraar wiens Leer is 'zoals dingen zijn', direct, onmiddellijk en overal zichtbaar; het slijt de begeerte helemaal uit zonder pijnlijke neveneffecten en is met niets anders elders in de wereld te vergelijken."

1138. "Maar Pingiya," zei Bavari, "waarom breng je dan niet al je tijd door bij deze man Gotama, dit universum van wijsheid, deze wereld van begrip,

1139. deze Leraar wiens Leer is 'zoals dingen zijn', direct, onmiddellijk en overal zichtbaar; dat wat begeerte uitslijt zonder pijnlijke neveneffecten en met niets anders elders in de wereld te vergelijken is?"

1140. "Brahmaan, Heer," zei Pingiya, "er is voor mij geen moment, hoe klein dan ook, dat ik van Gotama verwijderd ben, van dit universum van wijsheid, deze wereld van begrip,

1141. deze Leraar wiens Leer is 'zoals dingen zijn', direct, onmiddellijk en overal zichtbaar; dat, wat de begeerte uitslijpt zonder pijnlijke neveneffecten en met niets anders te vergelijken is elders in de wereld."

1142. "Ziet u, Eerwaarde Heer," zei Pingiya, "met constante en zorgzame waakzaamheid is het voor mij mogelijk hem met mijn geest net zo duidelijk te zien als met mijn ogen, zowel bij nacht als bij dag. En omdat ik mijn nachten hem al erend doorbreng, is er geen enkel moment in mijn geest, dat ik niet bij hem ben."

1143. "Ik kan nu niet meer bij de Leer van Gotama weggaan; de kracht van zelfvertrouwen en vreugde, van intellect en gewaarzijn, houdt mij daar. Waar ook dit universum van wijsheid heengaat, het trekt mij met zich mee."

1144. "Fysiek, kan ik zo niet bewegen -- mijn lichaam is aan het vervallen, ik ben oud en zwak -- maar de stuwende kracht van doelbewuste gedachten drijft mij voort zonder onderbreking."

1145. "Er was een tijd, toen ik ineen kromp in de modder van de moerassen, zodat ik alleen maar van de ene steen naar de andere kon drijven. Maar toen zag ik de Samma Sambuddha, hij is volledig ontwaakt en vrij van bezoedelingen."

1146. Toen sprak de Boeddha: "Pingiya," zei hij, "andere mensen hebben zichzelf bevrijd door de kracht van zelfvertrouwen. Vakkali, Bhadravudha en Alavi Gotama hebben dit allemaal gedaan. Ook jij zou je door die kracht moeten bevrijden; ook jij zult aan de andere oever komen, voorbij de trekkracht van de dood."

1147. "Deze woorden," zei Pingiya, "zijn de woorden van een man van wijsheid. Zodra ik deze woorden hoor krijg ik meer zelfvertrouwen. Deze man is de Samma Sambuddha; hij heeft de sluiers geopend en hij heeft gewekt. Er is daar niets meer verborgen; zijn geest is helder en stralend."

1148. "Alles wat men maar kan weten is hem bekend, zelfs de hoogste subtiliteiten van godheden. Er waren geen enkele vragen meer voor de twijfelachtigen die naar hem toe kwamen: de Leraar heeft ze allemaal beantwoord."

1149. "Ja, ik zal daar naar toe gaan. Ik zal voorbij verandering gaan; ik zal voorbij formaties gaan; ik zal voorbij vergelijking gaan. Er is geen enkele twijfel meer. Dit mag u zien als de bevrijde geest."

Eindnoten

[1] Nu blijkt hoe goed Pingiya de Boeddha begrepen heeft nadat deze hem voor de tweede maal zijn uitleg gegeven had.